Word abonnee

Column

Op z’n Frits: Peter Bosz

door: Frits Barend
23 augustus 2016

Op woensdag 27 augustus 1986, dus dertig jaar geleden, verloor Ajax in een troosteloos Olympisch Stadion met 2-3 van ADO. Troosteloos omdat er in die gigantische betonnen bak maar 8500 toeschouwers waren. En historisch, omdat het ook de avond was waar supporters van ADO op weg naar het stadion lopend over de Amsterdamse Stadionkade luidruchtig kenbaar maakten dat ze op Jodenjacht gingen.

Het was dubbel crisis in Amsterdam. De voetbalkritiek luidde dat Ajax onder Johan Cruijff een heilloze weg van te aanvallend voetbal was ingeslagen. Vier dagen later moest Ajax tegen PSV, de heersende kampioen met vedettes als Hans van Breukelen, Ronald Koeman, René van der Gijp, Gerald Vanenburg en Ruud Gullit, maar wel onder leiding van coach Hans Kraay sr. Ajax leek kansloos en verscheen ook nog eens met twee onbekende junioren aan de aftrap: de 19-jarige Aron Winter en de net 20-jarige Rob Witschge.

'Als we de lijn van dertig jaar geleden doortrekken, kan het in Rostov net zo goed allemaal goed komen'

U begrijpt waar ik heen wil? Ajax won op bluf met 3-0. Vlak voor zijn dood bekende Cruijff dat hij fan was van de voetbalopvatting van Peter Bosz, de huidige trainer van Ajax. De visie van Cruijff en Bosz lijken op elkaar, net als de valkuilen van hun tactiek. Prachtig voetbal gaat samen met knullig verdedigen. Zo liet de achterhoede van Ajax zich tegen Roda JC en tegen het tot nu toe hopeloze Willem II twee keer verrassen als de eerste de beste amateurs. Bovendien faalde Cillessen hopeloos in de eerste wedstrijd tegen Rostov. Kortom, alles lijkt heel sterk op precies dertig jaar geleden. Als we de lijn van dertig jaar geleden doortrekken, kan het in Rostov net zo goed allemaal goed komen, als Bosz durft vast te houden aan zijn eigen spelopvatting en niet overgaat op de PAOK-variant, met een verdediger, Heiko Westermann, die de laatste jaren bij Betis Sevilla nauwelijks meer heeft gezien dan het eigen strafschopgebied.

Delen: