Word abonnee

Column

Column Peter Heerschop: Hoe kan dat nou?

door: Redactie Helden
7 juli 2015

Ik ben een grote fan van de Tour de France. Al sinds ik dertien ben. Wij gingen in die tijd met het gezin altijd op vakantie naar Italië, naar een camping aan het Lago Maggiore. Beetje zwemmen, drijven op een luchtbed, voetballen tegen de Duitsers en de Italianen en ’s middags naar de kantine twee campings verderop. Want die hadden een televisie. En daar kon je de Tour zien.

Kon je heerlijk kijken naar de zoveelste Nederlandse overwinning van de TI-Raleigh-ploeg van Peter Post met noem ze allemaal maar op. Alsof ze ’s morgens met elkaar hadden besproken wie er die dag mocht winnen. En dan won die ook. En dan gingen wij de ‘andere landen’ in de kantine uitlachen. Iets later wonnen ‘we’ niet alles, maar hadden we wel Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse, de PDM-helden van het hooggebergte. Gingen zo makkelijk de berg op. En het mooie was, op dat moment gebruikte helemaal niemand doping. Dat was allemaal pas achteraf.

'Tuurlijk, als ik de juiste fiets heb, kan ik ook een berg oprijden'

De Tour heeft me nooit losgelaten. Ik volg haar elk jaar weer op de voet. Maar er is wel iets veranderd. Namelijk, dat ik zelf ben gaan fietsen. En dat heeft mijn ongeloof zo vergroot, dat ik niet meer onbevangen kan kijken. Ik ben er nu achter dat een aantal dingen helemaal niet kan. Renners fietsen drie weken lang ongeveer 3500 kilometer, gemiddeld is dat circa 175 kilometer per dag. En iedereen weet, als je op een dag 175 kilometer rijdt en je moet dat de volgende dag weer doen, dan is het al wat moeilijker. Als je het de derde dag weer moet doen, is het al veel minder leuk en de vierde dag zeg je, als normaal mens: ‘Ik sla een dagje over.’ Maar dan ben je in de Tour nog maar net begonnen en moeten de bergen nog komen. Dus dit kan al niet. Volgens mij.

Ze fietsen op het vlakke stuk vaak met een vaartje van ongeveer vijftig kilometer per uur. Moet je eens proberen. Ja hoor, kan wel, moet ik geloven. En soms knallen ze onderuit met die snelheid, gaan drie keer over de kop, krijgen zeventien andere renners over zich heen en stappen met de meeste slachtoffers gewoon weer op de fiets en rijden naar de finish. Ja, doeiiii. Dan de bergen. Tuurlijk, als ik de juiste fiets heb, kan ik ook een berg oprijden. Met het kleinste verzetje, met een snelheid van maximaal veertien kilometer per uur en af en toe in een bocht even zitten. Maar deze mannen fietsen erop met een snelheid van ruim boven de twintig en ze stoppen niet en ze doen het, nadat ze ervoor al een aanloopje hebben genomen van 120 heuvelachtige kilometers. Dus dat kan ook niet. Volgens mij.

'Ik ben malle Roderick met het knikkerzakje niet'

En dan hebben we ook nog het verschil in tijd. Sorry, maar dat is gewoon lachwekkend. Ze fietsen dus drie weken lang, 3500 kilometer en aan het eind is het verschil tussen nummer één en nummer twee vaak minder dan vijf minuutjes. Sterker nog, soms minder dan een minuut. Ja hoor, na drie weken. En dan denken dat ik daar intrap? Ik ben malle Roderick met het knikkerzakje niet. Als ik met vrienden een tochtje van zestig kilometer doe in de Ardennen en we zouden niet na elke heuvel op elkaar wachten, dan zou binnen het uur het verschil al minimaal een kwartier zijn. Sterker nog, als ik met mijn vrouw van ons huis naar de stad fiets, dan is het verschil aan het eind van onze straat, dus zeg maar na tweehonderd meter, al dik 45 seconden.  Haha, 3500 kilometer fietsen en dan twee minuten verschil.

Dat kan dus echt helemáál niet.

'Doping verklaart misschien twee procent, maar niet de andere 98 procent

Als iemand in een zware bergetappe op anderhalve minuut binnenkomt, dan zegt de commentator dat hij een heel slechte dag had, er totaal doorheen zat en de Tour op die ene berg heeft verspeeld. Dan zeg ik: ‘Ach, hou nou toch op!’ Het kan niet. het is ook niet echt waar. Het is allemaal in elkaar gezet en gemanipuleerd en genept. Maar, en dat geef ik ook toe, het is wel heel goed gedaan. Echt heel goed. En doping verklaart misschien twee procent, maar niet de andere 98 procent. Kortom, ik ga het weer helemaal volgen. Tot ik begrijp hoe ze het doen.

En nu ga ik een tochtje fietsen van 75 kilometer, in drie uur, met tussendoor een stop voor een kop koffie en een enorm stuk appeltaart met slagroom.

Delen: