Word abonnee

Helden in het nieuws

‘Al duurt het twintig jaar, we moeten weer meedoen om de prijzen’

door: Redactie Helden
23 september 2015

Als sportkoepel NOC*NSF begin 2013 de geldkraan dichtdraait, lijkt het lot van het Nederlandse heren waterpoloteam bezegeld. Flink afgezakt op de wereldranglijst en verstoken van het benodigde budget, is het een ploeg zonder toekomst. Als de toenmalige bondscoach Johan Aantjes opstapt, voelt Robin van Galen dat hij iets moet doen. Samen met zijn assistenten en de spelers committeert hij zich tot tenminste 2020 aan de nationale waterpoloploeg. Het begin van een bijzondere missie. ‘We blazen dit team nieuw leven in.’

Door Anne Joldersma
Beeld Stephan Tellier

“Ik was clubcoach bij Utrecht toen mijn aanvoerder en international Luuk Gielen naar mij toekwam. 'We hebben je nodig,' zei hij. NOC*NSF trekt zijn vingers er vanaf, Aantjes gaat er mee stoppen en de zwembond kan het niet alleen,” blikt Van Galen, die in 2008 de Nederlandse dames naar olympisch goud loodste terug. “Ik zal eerlijk zijn: ik vroeg me eerst af waarom ik het zou doen. Voor mijn gevoel was het trekken aan een dood paard. Ik zag er geen perspectief in. Maar ja, als zo’n jongen dat tegen je zegt, ga je erover nadenken. Ik kwam thuis, vroeg mijn vrouw om raad en pakte de telefoon.”

'Voor mijn gevoel was het trekken aan een dood paard'

Dat de Nederlandse heren waterpoloploeg momenteel nog steeds internationaal meedraait, is te danken aan het belletje dat volgde. Van Galen zocht contact met oud-international Hans Nieuwenburg, naar eigen zeggen 'een enorme regelneef'. “En ik was toevallig net bezig met het schrijven van een plan om de ploeg uit het slop te krijgen,” legt Nieuwenburg uit terwijl hij in de vroege ochtenduren aan de rand van het bondsbad diep in het Zeisterbos staat. “Er moest gewoon iets gebeuren, de nationale waterpoloploeg kon niet verloren gaan. Robin en ik kwamen bij elkaar en zeiden eigenlijk meteen: wij gaan dit doen! Hij als coach en boegbeeld van het team, ik de man achter de schermen. De regelaar op de achtergrond.”

Van Galen: “In eerste instantie had ik mezelf niet in beeld om deze kar te trekken. Maar ik heb dankzij deze sport ook zoveel successen mogen vieren de afgelopen 28 jaar, tot olympisch goud aan toe. Dit was een mooi moment om iets terug te doen voor het waterpolo in Nederland. Mezelf dienstbaar op te stellen. Door de gesprekken met Hans werd ik ook steeds enthousiaster. We begonnen elkaar te infecteren met creatieve ideeën. Voor ik het wist, stond ik te popelen om aan de slag te gaan.”

Stip aan de horizon
Het plan dat Nieuwenburg en Van Galen opstelden, kan gerust revolutionair voor de Nederlandse (team)sport genoemd worden. Zonder de in Nederland nagenoeg onmisbare steun van het nationaal olympisch comité en met slechts beperkte middelen vanuit zwembond KNZB (waar de prioriteit bij de succesvolle damesploeg en de zwemmers ligt), schrijft het duo een technisch en commercieel plan dat moet leiden tot Tokio 2020. “Dat is onze stip aan de horizon,” legt Nieuwenburg, die ook als assistent-coach bij de ploeg betrokken is, uit. “Dan moeten we in ieder geval weer op de Spelen staan. Maar het uiteindelijk streven is natuurlijk goud. Al duurt het twintig jaar: wij gaan weer onderdeel worden van de mondiale top.”

'Het mooiste vind ik dat NOC*NSF ons nu gebruikt als voorbeeld richting andere bonden'

Het plan van de succescoach en de regelneef is gebaseerd op drie onderdelen: commercie, een innovatieve speelstijl en samenwerking met clubs. Ten eerste moesten de Nederlandse waterpoloheren een nieuwe manier vinden om commerciële partners aan zich te binden. Dat doen ze door de sponsors letterlijk deel te laten maken van hun reis. Zo is de sponsor onder meer welkom in de kleedkamer, reizen ze mee met het team, worden er uitgebreide bedrijfsclinics georganiseerd en coacht Van Galen naast zijn spelers ook de werknemers van zijn sponsors. Daarnaast kwam in 2014 een bijzondere samenwerking tot stand met verschillende Spaanse clubs. Een zevental Nederlandse internationals doet daardoor ervaring op in de sterke Zuid-Europese competitie, allen geconcentreerd in Barcelona. Tot slot werd in het bondsbad nabij Zeist hard gesleuteld aan een nieuwe speelstijl waarin het meer aankomt op snelheid en creativiteit en minder op kracht.

“We presenteerden ons plan aan de KNZB en die zeiden meteen: doen!”, haalt Van Galen voor de geest. “En ook onze commerciële partners kregen we hierin relatief snel mee. Iedereen was enthousiast. Twee jaar later kunnen we zeggen dat het aardig op de rit staat, we zijn goed op weg. We zijn nog lang niet waar we willen zijn, maar ik denk dat wij met zijn allen best trots mogen zijn op wat we hebben neergezet. Het mooiste vind ik nog wel dat NOC*NSF ons nu gebruikt als voorbeeld richting andere bonden. Een andere manier van werken waarop het ook kan. Het geeft aan dat onze manier gewaardeerd wordt en aanspreekt.”

Tekst gaat verder onder de foto

Terug op de kaart
De resultaten blijven dan ook niet achter. Commercieel hebben de waterpoloheren het aardig op de rit staan en de resultaten blijven ook niet achter. Nederland heeft weer aansluiting gevonden bij de Europese subtop, bereidt zich voor op een cruciaal Europees kampioenschap en heeft zelfs de Spelen van Rio de Janeiro 2016 nog in zicht.

'Ik durf te zeggen dat dit het beste Oranje is waarin ik ooit heb gespeeld'

“Het gaat nu wel heel snel allemaal,” beaamt aanvoerder Roeland Spijker terwijl hij probeert een kleine glimlach te onderdrukken. “We zijn natuurlijk nog lang niet waar we willen zijn, maar we hebben in anderhalf jaar tijd echt grote stappen gemaakt. We zitten op de goede weg. Voor ons is het nu zaak zo snel mogelijk weer op de grote toernooien te komen. We hebben een geweldige uitgangspositie om ons te kwalificeren voor het Europees Kampioenschap en als we het daar goed doen, kunnen we weer kijken naar toernooien als het WK en zelfs de Olympische Spelen. Toen ik net bij Oranje begon, wonnen we met regelmaat van landen als Frankrijk en Slowakije. Daarna zakten we ver weg, maar nu, tien jaar later, begint ons dat ook weer te lukken. Ik durf wel te zeggen dat dit het beste Oranje is waarin ik ooit heb gespeeld.”

Tekst gaat verder onder de foto

Volgens Spijker is het duidelijk wat die ommekeer tot stand heeft gebracht. “Voor ons is het zo goed geweest dat Robin erin is gestapt”, zegt de dertigjarige veteraan van de nationale ploeg zonder omwegen. “Hij heeft voor ons het programma gered. Alles moest opnieuw opgebouwd worden, dankzij Robin is het allemaal weer gaan lopen. We hebben met zijn allen gezamenlijk een doel gesteld: we willen naar de Spelen. Hopelijk in 2016 al, maar toch zeker in 2020! Daar werken we allemaal keihard voor. Als je bedenkt dat we ons straks voor het eerst in een decennium op eigen kracht kunnen kwalificeren voor het EK, en dat we daar zelfs een ticket voor het OKT kunnen binnenslepen… Dit project heeft ons vanuit het niets weer helemaal op de kaart gezet.”

De olympische droom
De eerste stap op weg naar het ultieme doel is het aankomende Europese kwalificatietoernooi (II) in Israël. De ploeg van Robin van Galen strijdt daar met Georgië, Litouwen en Israël om een ticket voor het Europese titeltoernooi. Bij het EKT-I kwam Nederland al als winnaar uit de bus en omdat die punten worden meegenomen naar het EKT-II heeft Oranje een gouden uitgangspositie. “Dat toernooi moeten we gewoon winnen,” beaamt Luuk Gielen, die zijn kunsten tegenwoordig vertoond voor de Europese topclub Partizan Belgrado.

'We hebben Rio nog lang niet uit ons hoofd gezet'

“Als wij goed spelen, moeten we daar absoluut de kwalificatiestrijd winnen. En dan hebben we meteen goede uitgangspositie om bij het EK naar de top tien te kijken. Wij willen met zijn allen naar de Spelen en hebben Rio nog lang niet uit ons hoofd gezet. Als we bij de beste twaalf op het EK eindigen, mogen we deelnemen aan het OKT. We moeten dus bij de beste drie in onze groep op het EK komen, anders is de olympische droom voorlopig even voorbij. En tja, eenmaal op zo’n olympisch kwalificatietoernooi is alles mogelijk. Natuurlijk, de kans is klein dat we Rio halen. Maar zoals Robin zo mooi zegt: ‘Als er een kans is, moet je ervoor gaan. Anders ben je gek.”

Tekst gaat verder onder de foto

Dat de Nederlandse waterpoloheren nog steeds over het OKT kunnen praten, is mede te danken door de komst van het TEAMKPN Sportfonds. De sponsor maakte het onder meer mogelijk dat Oranje deel kon nemen aan de Universiade in Zuid-Korea en is een belangrijke financier van het Barcelona-project, waar het hart van de Nederlandse selectie de mogelijkheid krijgt als prof de sport te beoefenen. “Het TEAMKPN Sportfonds maakt twee pijlers mogelijk waarin wij veel winst kunnen behalen”, legt Nieuwenburg de rol van de geldschieter uit.

'Zonder hen was er voor het heren waterpolo nu niets geweest'

“Het zorgt ervoor dat wij zoveel mogelijk spelers naar sterke buitenlandse competities kunnen sturen, waar ze in staat zijn fulltime programma’s te draaien. En het Sportfonds maakt het voor ons mogelijk om veel interlands te spelen tegen landen die net iets sterker zijn dan ons. Daar worden wij sterker van. Daarnaast wordt het hele traject richting het EKT mogelijk gemaakt door het TEAMKPN Sportfonds, tot en met trainingskampen aan toe. Ook zij waren enthousiast over het plan dat Robin en ik schreven en stapte daarop in.”

Van Galen: “Het Sportfonds heeft ons een enorme duw in de goeie richting gegeven. Ik kan eerlijk zeggen dat veel van onze progressie zonder die steun niet mogelijk was geweest. Dat prikkelt ons om weer om zulke partners er extra bij te betrekken. Al onze partners trouwens. Ook de vijftig ondernemers die er individueel voor relatief kleine bedragen inzitten, maar als collectief mede de basis onder dit team leggen. Ik ben hun allemaal dankbaar, zonder hen was er voor het heren waterpolo nu niets geweest.”

Tekst gaat verder onder de foto

Nachtmerrie
Hoewel de waterpoloërs hard werken aan de eerste kwalificatie voor een internationaal toernooi sinds 2006, heeft de ploeg de blik aanmerkelijk verder in de toekomst liggen. “Al duurt het twintig jaar, wij moeten weer bij de top komen,” liet Van Galen zich eerder al eens ontvallen. “Het hoofddoel is immers een toekomst creëren voor het Nederlandse waterpolo. Daarom ben ik naast de A-selectie ook betrokken bij de andere nationale selecties. We hebben nu een duidelijke groep staan waarmee we richting het EK en hopelijk het OKT werken, maar we willen daarnaast ook de jeugdopleiding nieuw leven inblazen. Van het geld dat we ophalen gaat daarom een behoorlijk deel naar de jeugd, tot en met de onder-13 aan toe. Die selecties hebben allemaal goede jeugdbondscoaches die ik ondersteun. Zo probeer ik mijn kennis door te geven aan de volgende generatie. We willen de trein in zijn geheel weer in beweging zetten. Dat kan ik niet alleen, daar hebben we heel veel goede mensen voor nodig.”

'Mijn grote droom is een sterk fundament onder het Nederlandse heren waterpolo, de sport waarvan ik houd een mooie toekomst geven'

Ondanks het feit dat hij zichzelf minimaal tot 2020 aan het project verbonden heeft, is Van Galen nu al nadrukkelijk bezig met zijn opvolging. “Tenminste, in die zin dat als ik het straks voor gezien houdt en iets anders ga doen, het niet allemaal weer tot stilstand komt. Natuurlijk droom ik van deelname aan de Spelen en zelfs van een hele mooie medaille, al duurt dat misschien wel twintig of dertig jaar. Maar mijn grote droom is een sterk fundament onder het Nederlandse heren waterpolo, de sport waarvan ik houd een mooie toekomst geven. Of draai het om. Mijn nachtmerrie is dat als ik straks mijn handen er vanaf trek, de hele boel weer in elkaar stort. Dan zouden al die bloed, zweet en tranen voor niets zijn geweest.”

Delen: