Word abonnee

Helden in het nieuws

Femke Pluim: ‘Ooit wil ik vijf meter springen’

door: Redactie Helden
5 juli 2016

Dafne Schippers en Sifan Hassan zijn dé atletieksterren tijdens de EK in Amsterdam en de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Maar er zijn meer, al dan niet iets kleinere, schitteringen aan de atletiekhorizon. Femke Pluim gaat als eerste Nederlandse polsstokhoogspringster ooit naar de Spelen.

Ik ben blij met…
“Mijn progressie van afgelopen jaar. In 2015 werd de olympische limiet (4.50 meter) bekend gemaakt, op dat moment was mijn record 4.47 meter. Ik voelde dat ik het kon halen en in juni vorig jaar sprong ik de limiet. Inmiddels staat mijn record op 4.55 meter. Ik denk meer te pieken op de EK dan op de Spelen. Ik kijk uit naar Rio, maar ik denk niet dat ik kans maak op een medaille. Bij de EK zit dat er meer in. En hoe gaaf is het als ik het olympisch stadion in loop en iedereen begint te klappen?!”

Vroeger wilde ik…
“Arts worden, daarna turnster en mijn laatste droom was net zo goed worden als Remona Fransen. Tot mijn veertiende heb ik geturnd, daarna ben ik overgestapt naar atletiek. Ik weet nog goed dat we op winterkamp ging en er een special guest zou komen. Volgens mij vond niemand het spannend, maar ik wel. Ik vroeg steeds aan Alex, mijn trainer, wie er kwam. Toen hij zei dat Remona kwam, wilde ik handtekeningen op mijn schoenen. Dat durfde ik uiteindelijk niet te vragen, want niemand anders vroeg om een handtekening. Maar ze heeft wel een krabbel op mijn shirt gezet. Ha, drie maanden later zat ik in het Europa Cup-team voor de meerkamp met Remona Fransen.”

Ik twijfel weleens aan…
“Mijn polsstoktechniek. Ik ben een springster van de categorie: ‘hard rennen, de stok hoog beetpakken en eroverheen!’ Veel meiden die minder hoog springen, hebben een betere techniek dan ik. Om mijn techniek te verbeteren doe ik speciale trainingen. Laatst heb ik met Epke Zonderland en zijn trainer geturnd. Ik dacht dat ik wat van mijn oude turnskills kon showen, maar niets bleek minder waar. Ik moest allerlei onderdelen van het polsstokspringen nabootsen, bijvoorbeeld in de ringen en op de brug. Dat was wel iets lastiger dan mijn turnoefeningen van ruim zes jaar geleden.”

Ik heb voor het laatst gehuild toen…
“Toen ik naast de mat op de stenen viel tijdens een training. Ik stond meteen weer op, was vol adrenaline. Toen ik klaar stond voor mijn volgende sprong, voelde ik hoe pijn mijn been deed. Verder ben ik totaal niet bang om te vallen met polsstokspringen, ik flikker naast de mat en sta weer op.”

Ik ben dankbaar voor…
“De mensen om me heen die me steunen. Als polsstokhoogspringster moet ik veel zelf regelen en betalen. Ik heb wel een stipendium van NOC*NSF maar er is geen programma vanuit de sportkoepel. Dus we moeten zelf zoeken naar vervoer en onderkomen. Ik ben bijvoorbeeld superblij met mijn auto. Vroeger ging ik met de trein naar wedstrijden en sprong ik met stokken van iemand anders, die kan ik nu meenemen.”

Mijn droom is…
“Ooit wil ik 5 meter springen. Er zijn nog maar twee vrouwen die dat gehaald hebben. En Tokio 2020, daar wil ik mezelf écht laten zien.”

Ik ben bang voor…
“Duiven! Ik woon in Gouda en als ik over de markt fiets, vliegen de duiven me om de oren. Ik ben elke keer bang dat ze tegen mijn hoofd vliegen.”

Ik bewonder…
“Jip Vastenburg. Zij kan heel bewust keuzes maken voor haar carrière. Zij is heel serieus bezig met voeding, haar vaste patronen, zichzelf analyseren en nieuwe snufjes uitproberen. Ik ben meer een warhoofd die zich niet zo goed kan concentreren op dat soort dingen. En ik bewonder natuurlijk Rens Blom, hij is de beste polstokhoogspringer die Nederland ooit gekend heeft.”

Ik ben jaloers op…
“Atleten die boven zichzelf uit kunnen stijgen. Ik ben echt een constante springster. Dat is waarschijnlijk ook iets om jaloers op te zijn, maar ik zou weleens een echt uitschieter willen maken.”

In Rio…
“Ga ik keihard mijn best doen. Natuurlijk is Tokio een reëler doel, maar dat neemt niet weg dat ik in Rio het beste wil geven. Ik ben nog niet zenuwachtig. Dat komt straks wel bij het ophalen van onze TeamNL-kleding of de overdracht van atleten. Dan sta ik ineens naast Marianne Vos of Dorian van Rijsselberghe, dat vind ik wel bizar.”

Delen: