Word abonnee

Helden in het nieuws

Helden in Rio: dag 15

door: Redactie Helden
17 augustus 2016

Helden is van de partij op de Olympische Spelen. Jasper Boks en Marlies van Cleeff doen dagelijks verslag vanuit Rio. Vandaag troffen ze twee kersverse olympisch kampioenen en een winnaar van zilver. En natuurlijk waren ze bij Epke, Elis en de beachvolleyballers.

Door: Jasper Boks & Marlies van Cleeff

Gouden telefoontje

Tekst gaat verder onder de foto

Een gouden dag voor Nederland in en op het water. Eerst was het de beurt aan Ferry Weertman aan de Copacabana. Vol ongeloof staarde de kersverse olympisch kampioen openwaterzwemmen naar zijn gouden medaille. “Hij hangt hier om mijn nek, maar ik kan het nog steeds niet geloven. Het dringt nog steeds niet door.”

Ferry legt het verloop van zijn race uit, dat voor de toeschouwer nauwelijks met het blote oog te zien was. “Ik hoopte het net zo mooi te doen als Sharon, (van Rouwendaal, winnares bij de vrouwen, red.) die los zwom van de rest. Op een gegeven moment tikte de Amerikaan Jordan Wilimovsky op mijn voeten. Mentaal is dat een klap. Opeens lagen we met zijn zessen naast elkaar en dan wordt het een hele andere race. Ik moest de rust in mijn hoofd bewaren, zorgen dat ik in de voorste rij bleef, maar niet te veel energie verspelen. Het was mentaal zo zwaar om te blijven wachten. Ik moest het goede moment kiezen en een gaatje vinden. Dat lukte.”

Tekst gaat verder onder de foto

Ferry won, maar het duurde even voor dat duidelijk werd. Met zijn zessen tegelijk snelden de zwemmers naar het finishbord. Dankzij bondscoach Marcel Wouda bleek dat bord uiteindelijk de redding van Ferry. De coach liet in de voorbereiding niks aan het toeval over. Bij de Praxis kocht Wouda een plaat waar hij een finishbord van kluste voor in het zwembad. “Hier hebben we zo vaak op getraind. Ik had een betere finish, strekte uit en tikte aan. De Griek tikte achter zich. Maar ik wist niet of dat dit zijn eerste aantik was of dat hij onder water het bord al had geschampt.” Op het moment suprême in Rio stelde een fotofinish vast dat de Griek Spyridon Gianniotis genoegen moest nemen met zilver. Goud voor Ferry, aan de kant ging vriendin Ranomi Kromowidjojo uit haar dak.

“Ik was kapot, had alles gegeven en zo blij dat ik mocht uitrusten. Ik ging liggen op het dichtstbijzijnde bootje. Toen ik later in het golfkarretje zat, werd ik gebeld door mijn beste vriend. Zij zaten voor de televisie te kijken met al mijn vrienden die niet hier zijn. Ze riepen: 'Je hebt gewonnen!' Toen drong het pas tot me door dat het was gelukt. Ongelooflijk.”

Gouden verrekijker

Tekst gaat verder onder de foto

“Het liefst win je op de manier van Dorian, maar deze medaille voelt net zo lekker, hoor!” Een baai verderop pakte een dolgelukkige Marit Bouwmeester het goud, weliswaar met wat moeite. Ze eindigde als zevende in de medal race. De Ierse Annalise Murphy lag lang op goudkoers, maar zij verspeelde haar kansen in het laatste deel van de wedstrijd. Daar profiteerde Marit van en dus heeft Nederland sinds 1936 weer een olympisch kampioen in een zeilboot.

“Ik was blij dat ik ook een keer het geluk aan mijn zijde had. Er waren windwakken, vlagen, golven van motorboten. Het was verschrikkelijk, niemand wil op zo'n manier een medalrace varen. Ik raakte halverwege de race de aansluiting kwijt en had het niet meer in eigen hand. Ik dacht niet aan goud dat uit mijn handen glipte, wel: wat doet die wind nou? Het was zo onvoorspelbaar. Ik ben blij dat ik de hele week hard heb geknokt voor die paar punten voorsprong, die hielpen me er doorheen.”

Tekst gaat verder onder de foto

Op het moment dat Marit over de finish kwam, wist ze net als Ferry Weertman nog niet waar ze aan toe was. “Ik zag die Ierse aan de buitenkant de boei omgaan en anderen haar passeren, maar ik kon het niet echt goed zien. Ierland was zo gelukkig en door het dolle heen, dat ik dacht: oké, zij heeft gewonnen. 'Nee', riep Annalise: 'Jij hebt gewonnen!' In Londen was ze net vierde geworden, dus wat bleek: ze was allang blij met zilver. Mijn coach Jaap keek nog met een verrekijker naar het finishbord, het was zo moeilijk te zien.”

Van alle zeilers spendeerde Marit de afgelopen vier jaar verreweg de meeste tijd in Rio. De jarenlange spanning valt zichtbaar van haar schouders. “Rio was zo ongelooflijk lastig. Voor het zeilen is dit echt een verschrikkelijke plek om een Olympische Spelen te houden en ik ben zo blij dat ik hier niet meer hoef te varen. Zeg nooit nooit, maar ik zal Rio voorlopig even overslaan.”

“Ik ben blij dat ik niet meer op mijn gewicht en slaap hoef te letten en ook een keer een dansje kan doen. Het maakt niet uit hoe laat ik naar bed ga vanavond en wat ik ga doen. Ik ga genieten met mijn broer, vriend, coach en familie die me zo ontzettend hebben gesteund deze jaren.”

'Ik sluit Tokio niet uit'

Tekst gaat verder onder de foto

Wat als. Die vraag zal de komende tijd nog weleens door het hoofd van Epke Zonderland spoken. “Ik had een oefening met een uitgangswaarde van 7,7 in mijn hoofd, die was viertiende hoger dan die van Fabian Hambüchen. Als ik die oefening had uitgeturnd, had ik er goed voorgestaan in dit veld. Ik had een goeie kans op goud. Ik had het zelf in de hand, want als ik niet was gevallen dan was het lastig geweest om nog over mijn score heen te komen. Heel zuur.”

Tijdens de eerste serie van twee vluchtelementen ging het mis. Epke liet de rekstok los na de Kovacs. Weg goud. Hij viel hard op de mat, ging nog wel verder, maar werd uiteindelijk zevende. De titel ging naar de Duitser Hambüchen, die in Londen vier jaar terug nog zilver pakte achter Epke.

De voorbereiding op de Spelen was niet ideaal. Al meer dan een jaar kwakkelde Epke met zijn gezondheid en tegenslagen. Zelfs in Rio ging het nog mis, toen hij twee vingers kneusde. En uitgerekend tijdens de laatste training stootte hij zijn pijnlijke ringvinger opnieuw. “Ik ben natuurlijk teleurgesteld, maar sta hier wel nuchter door de hele voorbereiding. Maar ik ging er wel voor, hoewel het vooraf allemaal niet perfect ging. Timing is cruciaal op rek en die krijg je door een gedegen voorbereiding. De laatste dagen ging het goed, voelde ik m’n vingers bijna niet meer. Tot vandaag. Nee, die vingers hielpen niet mee.”

Hoe nu verder met de olympisch kampioen en tweevoudig wereldkampioen op rek? “Ik ga nu eerst wat afstand nemen, ga eerste verder met studeren,” aldus de student geneeskunde, “Daarna ga ik naar het WK van volgend jaar toe werken. Ik ga het van jaar tot jaar bekijken. Of ik erbij ben over vier jaar in Tokio? Dat is nog heel ver weg. Ik moet kijken hoe mijn lichaam het houdt, maar ik ga het nu ook niet uitsluiten.”

Tekst gaat verder onder de foto

In de catacombe van het turnstadion stond coach Daniël Knibbeler nog te balen. “Epke is een veel betere winnaar en ook een veel betere verliezer dan ik,” zegt hij. “We kwamen voor een medaille. Zo zonde. Ik verwijt niemand iets, maar we hebben alles behalve een optimale voorbereiding gehad. Ondanks dat was hij klaar voor de strijd om een medaille. Toen Epke viel, vloekte ik eerst en daarna ging ik naar hem toe, omdat hij hard viel. Epke wilde eerst niet doorgaan met z’n oefening. Ik zei dat als hij zich oké voelde, het beter was door te gaan. Stel je voor dat iedereen van de rek was gevallen. Hij heeft daarna stoer en keurig z’n oefening afgemaakt.”

Als het goud dan niet naar Epke ging, dan het liefst naar Hambüchen, een maatje van Epke, die afscheid nam in Rio. Hoe ziet Daniël de toekomst van Epke?  “De code zal na de Spelen worden aangepast in het voordeel van Epke. Richting de Spelen van Tokio mogen er vijf vluchtelementen in een oefening zitten. En die vluchtelementen zijn de specialiteit van Epke. Dat is ook goed voor een ouder turnlichaam, omdat dat minder op kracht aankomt. Maar goed, Tokio is nog heel ver weg.”

Thrillseeker

Tekst gaat verder onder de foto

“Ik heb mijn hoofd koel gehouden, wachtte op het gaatje waarvan ik gokte dat het zou vallen en dook erin toen dat ook gebeurde. Het was een thriller. En nu heb ik gewoon zilver om m’n nek,” lacht Matthijs Büchli.

Hij pakte na Jason Kenny, de Brit die ook goud won op de sprint en de teamsprint, de tweede plek op de keirin, het onderdeel waar deze week Elis Ligtlee goud won. “Ik ben niet de snelste van iedereen, jongens als Jeffrey Hoogland en Kenny zijn sneller, maar ik ben wel een van de slimste renners op de keirin.”

Dat bewijst hij al een tijdje, Matthijs won brons bij de WK’s van 2013 en 2014. En nu is het dus olympisch zilver. Hoewel, dat had ook goud kunnen zijn. In de tumultueus verlopen keirin werd tot twee keer de rit afgeschoten, omdat renners te vroeg de gangmaker inhaalden. De nummers één, drie en vier in de uitslag, hadden eigenlijk gediskwalificeerd moeten worden. “Officieel staat dat in de regels, ja. Maar misschien staat er ook wel in de kleine lettertjes dat de jury die zelf anders mag interpreteren. Volgens mij wilden ze heel graag dat de finale met zes man gereden zou worden.”

Tekst gaat verder onder de foto

Matthijs reed eerder dit toernooi de teamsprint. Daarop hoopte Nederland op een medaille, maar dat lukte niet. Hij raakte er niet door van slag. “Ik reed juist een goede tijd, mijn benen voelden goed. Maar toen ik hier heen ging, wilde ik in eerste instantie graag een medaille op de teamsprint, het geluk delen met de jongens met wie ik de laatste jaren lief en leed heb gedeeld. Vraag me alsjeblieft niet te kiezen, want deze medaille voelt ook heel goed. Dit is zo mooi.”

Elis-effect
Ze had al goud op de keirin en had daar dolgraag nog een plak op de sprint willen toevoegen. Elis Ligtlee eindigde uiteindelijk op plek vier. Na afloop was ze in tranen. “Natuurlijk, het zou niet best zijn als dat me niets doet,” zegt ze als de lach weer op haar gezicht staat. “Maar goed, het geluk van die gouden medaille blijft natuurlijk overheersen als ik terugdenk aan de Spelen.”

Ze won dus goud op de keirin, werd vierde op de sprint en werd vijfde op de teamsprint met Laurine van Riessen. “Ik mag niet klagen. In de sprint begon de vermoeidheid een rol te spelen. Ik heb me na het goud nog wel weten op te peppen, hoor. Maar vandaag merkte ik dat er niet meer in zat. Ik heb hier laten zien wat ik waard ben. En er zijn nog genoeg dingen die voor verbetering vatbaar zijn bij mij, terwijl de verschillen op de sprint nu al best klein waren.”

Haar eerste Spelen zitten erop. Ineens weet iedereen wie Elis is. “Ik ga wel merken wat er straks allemaal op me af komt, ga ervan genieten. Vanavond eerste naar het Holland Heineken House voor de huldiging, gezellig samen met Matthijs. Twee medailles op de Spelen met Nederland, dat is toch fantastisch?”

Wellicht zal er een Elis-effect ontstaan, dat meisjes en jongens die haar in Rio aan de slag hebben gezien, ook willen baanwielrennen. “Dat zou helemaal geweldig zijn!”

Brons

Tekst gaat verder onder de foto

“Het is duidelijk dat we ons niveau hebben laten zien. Het verschil was minimaal,” zegt een teleurgestelde Alexander Brouwer. “Maar we lopen hier wel op twee punten een olympische finale mis en dat is zuur.” In drie sets verloor het duo Brouwer/Meeuwsen van de Braziliaanse wereldkampioenen en Alison Cerutti en Bruno Oscar Schmidt. In een heksenketel aan de Copacabana werkte het duo nog knap vier matchpoints weg in de tweede set, onder luid boegeroep van het thuispubliek.

“De eerste paar punten hadden we daar een beetje last van, daarna niet meer. Daar sluiten we ons altijd goed voor af,” vervolgt Robert Meeuwsen.

Tekst gaat verder onder de foto

Alexander: “Een olympische halve finale in zo'n kolkend stadion is ook het mooiste dat er is. We hebben er ook echt wel van genoten en waren mentaal ijzersterk. Dat hebben we in die tweede set wel laten zien. Door onze vechtlust kwamen we terug.”

Teleurgesteld vervolgt hij: “We waren agressief, maar daardoor in de derde set misschien iets te slordig. Die Brazilianen zijn hartstikke goed en dwongen het ook af. Maar we hebben nog kans op een medaille en daar zijn we ons bewust van. We gaan nu een dag herstellen, eerder mentaal dan fysiek want we voelen ons topfit. En dan vol voor het brons.”

Sifan en Dafne

Tekst gaat verder onder de foto

In plaats van zwaaien en lachen naar de camera, sloeg Sifan Hassan haar handen voor haar ogen vlak voor de finale van de 1500 meter. “Ik was zo zenuwachtig.” Ze was er eerder al bang voor. Nog geen week voor haar race spraken we Sifan. Ze vertelde dat ze in aanloop naar Rio met haar coach Honoré Hoedt bezig geweest is met een inhaalrace vanwege een dijbeenblessure. Ze had zich zoveel voorgesteld van haar eerste Spelen, de geboren Ethiopische wilde dolgraag schitteren voor het land waar ze als vijftienjarige heen vluchtte en dat haar in 2013 een paspoort verschafte. “Vier maanden geleden ging ik voor olympisch goud. Toen raakte ik geblesseerd en ik heb vaak gedacht: het wordt geen Rio voor mij, de Spelen haal ik niet. Ik ben aan de ene kant blij dat ik hier sta en kan lopen. Maar mijn hoofd zit tegelijkertijd zo vol. Dat is zo vervelend.”

En lopen deed ze. Ze haalde de finale. Maar haar lijf werkte niet mee in die allesbeslissende wedstrijd. Sifan eindigde als vijfde. “Het was pittig. De laatste 800 meter waren heel zwaar. Ik miste snelheid en kracht en heb minder inhoud doordat ik drie maanden de training heb gemist. Ik heb gedaan wat ik kon, meer zat er niet in.”

De eerste Nederlandse atletiekmedaille sinds 1992 zal dan toch echt van Dafne Schippers moeten komen. In de halve finale van de 200 meter deelde ze al “een klein speldenprikje” uit. Ze won met overmacht van haar Jamaicaanse concurrente Elaine Thompson in een tijd van 21.96. “Je probeert in de halve finale nog wat kracht te sparen, maar dat lukt eigenlijk niet. Ik wilde ook graag winnen voor de loting.” In de 100 meter finale liep de 24-jarige sprintster nog in de buitenbaan, waardoor ze het zicht op de rest van het veld miste. Nu zal Dafne in de finale van de 200 meter in baan vier, vijf of zes uitkomen.

“Mijn lijf voelt moe, dus ik ga morgen slapen, eten en weer slapen. Ik ben in ieder geval weer fit, mijn herstel is goed gegaan en heb nergens meer last van.”

Delen: