Word abonnee

Helden in het nieuws

Helden in Rio: dag 19

door: Redactie Helden
21 augustus 2016

Helden is van de partij op de Olympische Spelen. Jasper Boks en Marlies van Cleeff doen dagelijks verslag vanuit Rio. Vandaag handbalsters en volleybalsters die worstelen met teleurstelling en trots.

Door: Jasper Boks & Marlies van Cleeff

Trotse volleybalsters

Tekst gaat verder onder de foto

“We gaan met opgeheven hoofd naar huis,” zegt Laura Dijkema na de tegen Amerika verloren strijd om het brons. “We hebben een supertoernooi gespeeld, we hoeven ons nergens voor te schamen. Dat het zo eindigt, is verschrikkelijk. Maar we moeten ook denken: vorig jaar hadden we echt niet zo dicht bij China en Amerika gezeten. En dat laatste stukje komt eraan, hoor, we weten nu wat er nog nodig is. Nu baal ik, maar de trots op onze prestatie zal overheersen.”

Anne Buijs is ook trots op de beste olympische prestatie ooit van het Nederlands vrouwenvolleybalteam. “Ik ga niet huilen, ben hartstikke trots! We gaan zo lekker met z’n allen een biertje doen in het Holland Heineken House. Ik had daar natuurlijk graag op het podium gestaan.”

“Heeft er iemand een biertje voor me?” vraagt Robin de Kruijf, “ik ben heel slecht in analyseren, hoor. Sorry! Ik sta hier met een dubbel gevoel, had dit schitterende toernooi zo graag bekroond met brons. Maar we kunnen onszelf geen enkel verwijt maken. Maar als je ziet hoe dicht we bij China en Amerika zijn gekomen. In onze ploeg zit meer dan in die teams. Iedereen zegt dat wij er over vier jaar nog beter voor zullen staan, maar ik had hier graag die plak al gepakt.”

Aanvoerster Maret Balkestein-Grothues raakte in de poulewedstrijd geblesseerd, kon daardoor niet haar gebruikelijke niveau laten zien en kwam alleen het veld in om de ploeg verdedigend te ondersteunen. “Dit is gewoon kut. Met brons hadden we echt geschiedenis geschreven. Ik had zo graag op het podium van het Holland Heineken House willen staan, het leek mij geweldig om daar te crowdsurfen. Op de big points zijn China en Amerika nog net iets beter. Dat is ervaring. We moeten nog een kleine stap maken. Wat mezelf betreft is het heel rot dat ik niet kon laten zien wat ik kan. Frustrerend. Over vier jaar ben ik 31, dan ben ik erbij hoor! Wat denk je dan? Ik wil revanche.”

Debby Pilon-Stam zal er dan niet meer bij zijn, ze sloot haar interlandcarrière af in Rio. Vorig jaar keerde ze terug bij het Nederlands team, nadat ze twee jaar had gemist door blessures en de geboorte van haar zoontje. “Ik had het zo graag afgesloten met een medaille. Ik weet het nu allemaal even niet. Het verschil tegen Amerika en China zit hem slechts in details.”

Op de vraag of het echt haar laatste interland was, zegt ze: “Ja.” Daarna breekt ze, met de handdoek over haar hoofd loopt ze naar de kleedkamer. Een leven zonder interlandvolleybal tegemoet.

'Incredible job'

Tekst gaat verder onder de foto

“Volleybal is de eerlijkste sport die er is. De beste ploeg wint altijd,” zegt Giovanni Guidetti, de Italiaanse bondscoach van het Nederlands vrouwenvolleybalteam na de vierde plaats op de Spelen. “Wat kan ik deze meiden verwijten, helemaal niets. Ze hebben een incredible job gedaan. De vechtlust was elke wedstrijd amazing. Ik ben de meiden zo dankbaar en ben zo vreselijk trots op ze. We hebben onze kansen gehad tegen China en Amerika, we zijn nog net niet klaar voor dat niveau. We hebben nog wat tijd nodig.”

De volleybalsters wonnen in de poule van beide olympische finalisten, Servië en China. En in de halve finale en strijd om brons, tegen de nummers één en twee van de wereld, werd maar heel nipt verloren. “Een medaille was voor nu misschien ook wel iets teveel van het goede, we hebben nu vier jaar de tijd om te leren,” zegt de bevlogen bondscoach die al heeft bijgetekend. “we hebben geen medaille, maar wat die meiden hier hebben gedaan, draag ik voor altijd mee in m’n hart.”

De bondscoach stond nog even stil bij Debby Pilon-Stam en Quinta Steenbergen, die afscheid nemen. “Fenomenaal als sporters en als mens. We gaan ze heel erg missen.”

'We stonden op de fucking Spelen'

Tekst gaat verder onder de foto

“Het is kut. Wat kan ik zeggen? De vierde plek is zuur. Dan kan je beter twintigste worden.” Estavana Polman zag het olympische handbalsprookje eindigen tegen Noorwegen. Net als in de WK-finale in december 2015 waren de Noren te sterk voor Oranje. Met 36-26 werd de strijd om olympisch brons verloren. Op de dag dat Estavana haar honderdste interland speelde.

“Uiteindelijk mogen we wel trots zijn dat we bij de beste vier van de wereld horen. We speelden zo goed tegen Brazilië in de kwartfinale, maar de halve finale tegen Frankrijk was een rotwedstrijd. En vandaag ook. We wisten dat Noorwegen een geweldige ploeg is, een van de beste in de wereld, ik vind dat ze hier ook de favoriet waren.” 

“We hebben handbal in Nederland op de kaart gezet en over vier jaar staan we er weer. Hopelijk met een plak om onze nek. Als we straks thuis zijn en op de bank zitten, denk ik wel dat we beseffen: we stonden op de fucking Olympische Spelen. Dat kunnen niet veel mensen zeggen.”

Tekst gaat verder onder de foto

Een snikkende keepster Tess Wester: “Op het WK was ik ook niet zo blij met zilver. En nu gaan we naar huis zonder een plak en ben je best een beetje een loser.” De keepster kan haar tranen met moeite bedwingen. “Dit komt heel hard aan. Misschien wel harder dan verwacht. Van tevoren gingen we er echt vanuit dat we die bronzen plak zouden pakken. We hebben heel hard gevochten en tot het einde geknokt voor wat we waard zijn. Noorwegen was beter en dat moeten we misschien toegeven op dit moment, ze spelen het slimmer. Wij lopen de hele wedstrijd achter de feiten aan. Ik ben heel erg verdrietig dat het vandaag niet gelukt is, op het toernooi waar je in je hele carrière het liefst een medaille wil pakken.”

De komende tijd is er werk aan de winkel. “We moeten eerst beter worden en zorgen dat we ook van dit soort teams kunnen winnen. Er zijn geen halve finales zonder een land als Noorwegen. En blijkbaar ook geen wedstrijd om het brons.”

 “Ik hoop dat we in Tokyo de beste van de wereld kunnen zijn. We zijn een jonge ploeg en kunnen nog wel even mee. Ik ben 23, als mijn lichaam het houdt zou ik zelfs nog drie Spelen mee kunnen. Maar daar wil ik nu nog niet aan denken. Er kan veel gebeuren in vier jaar. Dit is niet iets wat zomaar weer voorbijkomt.”

Delen: