Word abonnee

Helden in het nieuws

Helden in Rio: dag 7

door: Redactie Helden
9 augustus 2016

Helden is van de partij op de Olympische Spelen. Jasper Boks en Marlies van Cleeff doen dagelijks verslag vanuit Rio. Vandaag een ontmoetingen met Dafne Schippers, Churandy Martina en Dorian van Rijsselberghe. En een kijkje bij het gekkenhuis rond Usain Bolt.

Door: Jasper Boks & Marlies van Cleeff

De koning van de sprint

Usain Bolt is in town en dat zullen we weten ook. Sponsor Puma had een gelikte show in de stijgers gezet om Team Jamaica te presenteren in Rio. Honderden journalisten en cameraploegen kwamen natuurlijk maar voor één iemand.

Rio moet zijn laatste kunstje worden. Na de olympische titels op de 100 en 200 meter in Peking en Londen, wil Bolt nu voor de derde keer op rij voor de dubbel gaan. “Dit worden echt mijn laatste Spelen, ik weet dat veel mensen daar niet blij mee zijn.”

Tekst gaat verder onder de foto

In de aanloop heeft hij maar weinig gelopen, het gevolg van blessures. “Nee, de voorbereiding was niet perfect en daar baal ik van.”

Hij sprak ook nog over Dafne Schippers. “Ze heeft indruk gemaakt, kan zeker de 200 meter winnen. Die afstand is voor haar makkelijker dan de 100 meter. Dat ze voorheen meerkampster was helpt haar denk ik alleen maar. Ze is erg sterk. De laatste vijftig meter is bij haar het beste deel. Ik denk dat het trainen op kogelstoten en discuswerpen haar heeft geholpen zo sterk te worden.”

‘Het kan altijd harder’

Tekst gaat verder onder de foto

Dafne Schippers heeft oranje klompjes aan het koordje van haar accreditatie hangen. “Dat hoort erbij, hè,” zegt ze vrolijk.

Ze weet wat er bij een Olympische Spelen komt kijken, was vier jaar terug in Londen ook van de partij. “Die kennis is belangrijk, ik weet wel zo’n beetje hoe het in elkaar zit en wat ik kan verwachten. Het is één grote chaos in zo’n olympisch dorp, dat accepteer ik. Het is wel even wennen. Moet je bijvoorbeeld gaan eten in een restaurant waar 18.000 man in kan. Je krijgt heel veel prikkels, ik heb rustig de tijd genomen om die te verwerken en daarna kan ik het dan loslaten. Nu weet ik ook de weg, als ik wil eten, weet ik precies waar ik kan halen wat ik wil hebben.”

Er is natuurlijk wel een groot verschil vergeleken met 2012. Destijds was ze twintig en kwam ze uit op de meerkamp. Nu is ze wereldkampioen op de 200 meter en winnares van zilver op de 100 meter bij de WK. De ogen van heel de wereld zijn op haar gericht en de verwachtingen zijn hoog. Kan ze de koningin van de Spelen worden? Anoniem door het olympisch dorp lopen is er niet meer bij. “Er zijn hier sporters die even met mij op de foto willen of die een selfie willen maken. Dat vind ik nu niet erg, hoort er een beetje bij. Maar als straks het atletiektoernooi begonnen is, dan ben ik gefocust en wil ik zo snel mogelijk naar de eetzaal.”

Tekst gaat verder onder de foto

Ze schermt zich nu het atletiektoernooi in zicht komt – vrijdag komt ze voor het eerst in actie in de series van de 100 meter – steeds meer af. “Ik doe heel weinig tot niets met social media nu. Ik moet rust creëren en me ontspannen. We hebben in het olympisch dorp de TeamNL-lounge, en ik zap de tv-kanalen een beetje af, maar meer ook niet. Ja, ik zou ook een wedstrijd kunnen bezoeken, naar het hockey toe kunnen gaan, maar dat doe ik niet. Dat klinkt misschien een beetje ongeïnteresseerd, maar dat ben ik niet hoor. Ha, als ik ergens heen zou gaan, word ik niet overal met rust gelaten. Ik moet me gewoon zo min mogelijk inspannen. Ik heb acht races voor de boeg, het wordt heel zwaar. Mijn doel is om hier mijn allerbeste races te lopen. We staan straks met acht dames op een rij die allemaal iets kunnen.”

De verwachtingen zijn hoog, ze weet het dondersgoed. “Maar aan verwachtingen heb ik niet veel,” lacht Dafne. “Natuurlijk wil ik winnen. Ik heb heel veel zin om hier heel hard te lopen. Hoe hard het kan? Goeie vraag.”

Haar pr op de 100 meter staat op 10,81 en op de 200 meter op 21,63, allebei gelopen op het WK van vorig jaar in Peking. Tot wat voor tijden ze in tijd is, vertelt ze niet. Net als vorig jaar. Lachend: “Het kan altijd harder. Ik ben in elk geval in heel goede vorm.”

Dorian kijkt tevreden in de spiegel

Tekst gaat verder onder de foto

Waar regerend olympisch kampioen Dorian van Rijsselberghe vandaag het meest tevreden over was? “Mijn look!” Na een paar serieuze antwoorden over de drie eerste races in zijn olympisch toernooi, kwam er zoals altijd een grap aan te pas bij de ontspannen windsurfer.

“Het ging prima vandaag. Het waren mijn favoriete omstandigheden, windkracht vier á vijf. Champagne sailing. Daar kan ik alleen maar van genieten. Maar daarom dacht ik ook: potverdorie, het kon nog beter!”

De eerste wedstrijd eindigde Dorian als vijfde, in de tweede wedstrijd surfte hij naar de derde positie. “In de tweede race viel ik even in het water na een kleine aanvaring met een Poolse concurrent. Maar ik heb me snel terug naar voren weten te varen in het veld en ik had een goede snelheid te pakken. Daar ben ik blij mee. Maar ik moet nog scherper zijn en opletten dat ik er vanaf het begin af aan bij zit. Iedereen is snel, ze varen zo bij me weg. Dat moet niet. Er zijn vijf jongens die net zo hard gaan als ik, dus ik moet slim blijven.”

Tekst gaat verder onder de foto

Tekst gaat verder onder de foto

Zijn grootste concurrent, de Brit Nick Dempsey die vier jaar geleden in Londen met het zilver naar huis ging, won de eerste twee wedstrijden: “Ik kon hem er geen drie laten winnen, toch?” knipoogt Dorian, doelend op zijn winst in de laatste race van vandaag, om vervolgens te concluderen: “Ik heb vandaag niks gewonnen en verloren. Morgen is weer een nieuwe dag en ik blijf vooral genieten!”

Het zonnetje in Rio

Tekst gaat verder onder de foto

Voordat hij vragen gaat beantwoorden, nodigt hij de Nederlandse journalisten eerst uit voor een groepsselfie. Churandy Martina is blij, zoals hij dat altijd is als hij op de Olympische Spelen is. Hij was erbij in Peking 2008, toen nog onder de vlag van de Antillen, en vier jaar terug in Londen werd hij dankzij zijn 'ik ben blij' een nationale knuffelbeer.

Maar Churandy is natuurlijk ook gewoon een uitstekende atleet. Ga maar na: hij stond in 2008 in de olympische finales op de 100 en 200 meter. Hij werd vierde op de 100 meter en leek zilver te pakken op de dubbele afstand. Die medaille werd hem afgepakt, omdat hij een stapje buiten zijn baan deed. In Londen was hij opnieuw van de partij in beide olympische finales: hij werd zesde op de 100 en vijfde op de 200 meter.

“Het is heel bijzonder als ik hier opnieuw de olympische finale haal. De enige die in 2008 en 2012 ook in beide olympische finales stond was Usain Bolt. Als ik hem tijdens de training tegenkom, zal ik het daar even met hem over hebben.”

De naam van de beste sprinter ter wereld is genoemd. Bolt won in Peking in Londen goud op de 100 en 200 meter en gaat voor een unieke triple. “Ik ken Usain al sinds 2003, hij heeft sindsdien heel veel medailles gewonnen en wereldrecords gelopen. Hij is een legende, hij heeft dingen gedaan die niemand voor hem heeft gepresteerd. Ik zag hem hier in het olympisch dorp. Hij was op weg naar de bus, voor de training. We hebben even een kort praatje gemaakt.”

Churandy lijkt zijn beste vorm eens in de vier jaar te etaleren. Hij erkent het. Lachend: “Dat is niet mijn bedoeling, hoor, maar het wel mooi. Ik wil hier natuurlijk weer goed zijn. Op de andere Spelen liep ik 9.91 en 9.94 om de finale op de 100 meter te halen, ik zal in de buurt van die tijden moeten lopen. Het is vier jaar geleden dat ik die tijden liep, maar ik weet dat ik het kan.”

De afgelopen twee jaar worstelde hij met blessures. Hij besloot daarop Florida en coach Dennis Mitchell te verruilen voor Nederland, waar hij ging trainen onder Rana Reider, de Britse coach in dienst van de atletiekbond. Dat het weer voor de wind gaat, liet hij zien bij de EK in Amsterdam vorige maand. Churandy won de 100 meter en leek dat ook te doen op de 200 meter. Totdat bleek dat hij op die afstand opnieuw een voetje buiten de baan had gezet. Weg goud. “Ach, de volgende dag kwam de zon ook weer op. Ik was de gelukkigste man van de wereld, had toch een medaille gewonnen. Bovendien, het was de EK, niet de Spelen.”

Het lijf voelt goed, hij heeft met zijn coach hard gewerkt aan de techniek. En natuurlijk was ook zijn start een punt van aandacht voor de 32-jarige Churandy. “Na al die jaren is het eerste stuk nog steeds lastig. Ik heb nu eenmaal niet alles van God gekregen, voor het laatste stukje moet ik hard werken.”

Een voorkeur voor de 100 of 200 meter heeft hij niet. Wie hij als grote concurrent ziet? Met een grote smile zegt hij: “Ik ben favoriet. De andere jongens moeten héél hard lopen.”

Anna the day after

Tekst gaat verder onder de foto

“Ik heb goed kunnen slapen, met behulp van mijn eerste slaappil ooit,” zegt Anna van der Breggen the day after. “We hebben met z’n drieën – Marianne Vos, Ellen van Dijk en ik – nagenoten en dat werd nog best laat. Toen ik vanochtend wakker werd heb ik meteen gekeken of hij er nog was. En ja, hij was er nog.”

Anna gaat vanaf heden als olympisch kampioen door het leven, de gouden plak draagt ze om haar nek als ze zich in het olympisch dorp voor een ontmoeting met de Nederlandse pers. “Ik heb appjes van familie en vrienden gelezen en dan zie je wat het heeft losgemaakt. Het heeft heel veel indruk gemaakt. De wedstrijd is ontzettend goed bekeken, merkte ik wel via social media. Ik hoop dat het het vrouwenwielrennen een boost geeft. Van plotselinge bekendheid merk ik nog niets, ik zit hier lekker in het olympisch dorp tussen de andere sporters. En dat is de beste plek voor mijn voorbereiding op de tijdrit. Of de gouden medaille het leven zal veranderen? Daar ben je zelf bij. Maar bij m’n familie komt dit natuurlijk ook binnen. Die kiezen niet voor alle aandacht die erbij komt kijken. Ik hoop dat ze daar mee om kunnen gaan.”

Natuurlijk stond ze ook stil bij de grote pechvogel Annemiek van Vleuten, die op weg was naar goud, maar viel en nog in het ziekenhuis ligt. “We hebben een appje gekregen van Annemiek. Nu is het verder belangrijk dat het rustig is om haar heen. Ik denk wel aan haar. Annemiek is mijn kamergenootje en haar bed is leeg, dat is heel raar. Natuurlijk sta ik er bij stil hoe moeilijk dit voor haar moet zijn. In de belangrijkste wedstrijd lag ze op kop. Ik begrijp hoe teleurgesteld ze zal zijn, hoop dat het haar lukt om het een plaatsje te geven. Ik ben heel blij met mijn medaille, maar tegelijkertijd voel ik met Annemiek mee als ik haar zie. Ik moet ook bedenken hoe moeilijk het zal zijn voor Annemiek om mij met mijn medaille om m’n nek te zien, daar zal ik zeker rekening mee houden.”

De focus gaat nu volledig op de tijdrit, daarop geldt Anna ook als medaillekandidaat. “Ik heb al goud, de Spelen kunnen niet meer stuk. Maar met tijdrijden kan ik er ook een pakken. Ik ga sowieso met een euforisch gevoel naar huis, maar ga woensdag wel voor een medaille.”

Delen: