Word abonnee

Helden in het nieuws

Keulstra: ‘Kon mijn ei niet kwijt met schaatsen’

door: Redactie Helden
14 juni 2016

Meer, langer en zwaarder. Zo ziet Pien Keulstra de trainingen het liefst. De voormalig schaatsster houdt van trainen, trainen en nog eens trainen. “Het liefst doe ik dat de hele dag,” aldus de 22-jarige triatlete.

“Met de triatlon kun je van alles trainen, dat vind ik zo leuk. Het is en blijft een sport waarin je heel veel trainingsuren moet maken om beter te worden. En daarbij hoef ik ook niet steeds meer na te denken: is het niet te veel wat ik nu doe? En komt het de kwaliteit wel ten goede?” Keulstra mist het schaatsen niet. Totaal niet zelfs. Ze vond het te eenzijdig en ze mocht niet méér trainen dan ze wilde.

In de triatlon kan ze haar ziel en zaligheid veel meer kwijt. “Ik houd van het extreme. Dat deed ik met schaatsen ook wel, maar dat waren nooit echt lange blokken. Dat hoefde natuurlijk ook niet, want in een wedstrijd schaats je niet langer dan acht minuten. De triatlon is om en nabij een uur, dat is dus een heel andere inspanning. Het is niet per definitie zwaarder, maar wel meer. Dat past beter mij me.”

Tekst gaat verder onder de foto

Heimwee
Keulstra begon als achtjarig meisje met sporten. Ze deed schaatsen en atletiek, waar ze beide veel lol in had. Op haar vijftiende kwam ze met schaatsen bij Jong Oranje terecht. “Wat mij betreft was dat te vroeg,” beweert ze nu zeven jaar later. “Ik kwam in een flat in Heerenveen te wonen en kreeg al snel veel heimwee. Ik miste m’n ouders.” Eenmaal terug bij haar ouders in Boekelo deed ze beseffen dat schaatsen een ondergeschikte rol speelde in huize Keulstra.

“Dat komt door het feit dat mijn ouders en broer in de triatlonsport zitten. Ik voelde mij in dat opzicht best wel alleen, omdat ik als enige schaatsen leuk vond. Kwam ik thuis, gingen mijn ouders en broer fietsen en moest ik een sprongtraining doen. Ik vond het zonde als ik niet mee ging fietsen, dus heb ik het gewoon allebei gedaan.”

'Ik heb heel vaak in de trein gedacht: ik stop ermee'

Armoe
Ondanks de heimwee behaalde Keulstra als zeventienjarige een bijzondere prestatie op het Nederlands kampioenschap. Ze pakte de nationale titel op de 3.000 en 5.000 meter en ging daarmee de boeken in als jongste kampioene ooit. “Achteraf heeft me dat meer gedaan dan ik dacht. Toen dat gebeurde, ging alles voor de wind. Maar eigenlijk voelde ik me rot, ik zat niet lekker in mijn vel. Ik wilde graag thuis zijn. Ik heb heel vaak in de trein gedacht: ik vind het niks aan, ik zet er een punt achter. Maar als ik dan weer op de ijsbaan was, was dat gevoel weer weg. Het schaatsen zelf vond ik namelijk wel leuk.”

Tussendoor deed Keulstra af en toe aan een triatlonwedstrijd mee. “In 2012 mocht ik meedoen met een Eredivisiewedstrijd. Dat was zo gaaf! Daarbij ging het me ook nog vrij makkelijk af. Het voelde echt als vrijheid. Vanaf dat moment begon ik richting de triatlon te gaan.” Ze combineerde het (marathon)schaatsen daarna nog een tijd met de triatlon, maar eigenlijk was de beslissing allang gemaakt. Vanaf juni 2015 verkaste Keulstra definitief naar Sittard om met de nationale selectie te gaan trainen. Haar nationale titel op de olympische afstand bevestigde dat ze de goede keus had gemaakt.

Maar hoe verklaart ze om met twee sporten bij de Nederlandse top te horen? “Als ik heel eerlijk mag zijn, komt dat door de armoe in deze sporten. Er zijn relatief weinig dames die de triatlonsport beoefenen. Dat geldt ook wel een beetje voor de lange afstanden bij het schaatsen. De aansluiting is minder dan men denkt dat ‘ie is.” Het woord talent wil ze niet horen. “Ik heb van huis uit meegekregen dat we dat niet hebben. Wij moeten er hard voor werken.”

Teamsport
Voor Keulstra was de veelzijdigheid van de triatlon de belangrijkste reden om te switchen van de schaatssport naar de triatlon. “Ik vond schaatsen ook heel leuk, eigenlijk vind ik zoveel sporten leuk. Maar als je ergens goed in wil worden, moet je je toeleggen op één onderdeel. Misschien dat de keuze daarom wat makkelijker voor me was, omdat je voor de triatlon drie verschillende onderdelen doet: zwemmen, wielrennen en hardlopen. Dat maakt deze sport zo leuk. En ik kon met schaatsen niet alles geven, ik kon mijn ei niet kwijt.”

'ik vind het juist heerlijk om voor mezelf te trainen'

Een andere oorzaak waarom Keulstra een andere draai aan haar sportcarrière gaf, was het teamverband in het schaatsen. “We waren altijd heel veel op pad met trainingskampen. Dan deden we zo’n beetje alle trainingen samen. Ik vind het juist heerlijk om voor mezelf te trainen, lekker mijn eigen ding te kunnen doen. Schaatsen is wat dat betreft echt een teamsport. Maar dat is niet de belangrijkste reden geweest om te zeggen: ik stop ermee.”

En dan was er nog dat eetprobleem, die op kwam dagen in de tijd dat Keulstra heimwee had. Daar heeft ze nu weinig last meer van, al was het na de overstap naar de triatlon wel even wennen. “Ik had in het begin best veel moeite om vóór zeven uur te ontbijten. Wie heeft er nou om zes uur al trek? Het heeft zeker drie maanden geduurd voordat ik daaraan gewend raakte. Het is wel heel verstandig om zo vroeg te eten, want anders loop je de hele dag achter de feiten aan. Wat ik als ontbijt neem? Yoghurt met muesli.”

Verwend
Ze voelt zich nu als een vis in het water bij haar nieuwe sport. “Het is heel erg gaaf. Ik merk dagelijks nog dingetjes die anders zijn. Het trainen is totaal anders (veel langer), de leeftijd is lager (en is het speelser) en het is individueler (geeft veel vrijheid). Wel moeten triatleten alles zelf financieren, dat viel me natuurlijk snel op. Bij het schaatsen werd alles voor je geregeld. Nu moet je zelf bepalen welke wedstrijden je gaat doen. Dat was wel wennen. Schaatsers zijn erg verwend wat dat betreft.”

De overstap kende weinig problemen voor Keulstra. “Ergens zijn het wel dezelfde spiergroepen die je aanspant, maar wel op een andere manier. Nu moet je het gewoon lang volhouden. Gelukkig had ik het met de spieren redelijk snel onder de knie. Het grappige is dat ik nu word gezien als sprinter, terwijl ik dat bij het schaatsen totaal niet was.” Met hardlopen en wielrennen kon ze zich meteen aan de rest van de groep optrekken, maar het zwemmen ging haar daarentegen niet zo makkelijk af. “Terwijl de slagen die je met zwemmen maakt best veel op de slagen lijken die je met schaatsen maakt. Op bepaalde momenten moet je namelijk een druk creëren. Maar toch moet ik technisch nog veel verbeteren met zwemmen.”

'Het zal nog jaren duren voordat ik echt goed kan zwemmen'

“Mijn zwemtrainer zei laatst: ‘Jij hebt de feeling met het maken van een beweging. Als je dit in een jaartje hebt geleerd, is dat best goed.’ Dat is leuk om te horen, maar meestal had ik er met schaatsen één rondje voor nodig voordat ik het kon. Nu ben ik over de leeftijd heen dat ik het niet zo makkelijk meer aanleer. Het zal nog jaren gaan duren voordat ik echt goed kan zwemmen.”

Ze steekt veel tijd in het zwemmen. Betekent dat dan ook dat het ten koste gaat van een andere discipline? “Absoluut. Het is niet per definitie zo, maar als ik meer zwem, ben ik minder hersteld voor het hardlopen. Voorheen liep ik de tien kilometer met twee vingers in de neus, nu heb ik er wat meer moeite mee. Ik moet die snelheid weer zien terug te krijgen.”

Keulstra doet momenteel een stapje terug in haar carrière. De wedstrijden op de olympische afstand zijn haar erg tegengevallen, waardoor ze de planning omgooit en terug naar de basis gaat. Ze gaat nu op de sprintafstand (de helft van de triatlon) proberen aan te klampen bij de toppers. Pas daarna richt ze zich weer op de internationale races op de olympische afstand. 

Delen: