Word abonnee

Helden in het nieuws

Van Beek: ‘Eigenlijk de verkeerde sport gekozen’

door: Redactie Helden
22 januari 2016

Voor Lotte van Beek is de NK sprint de laatste kans om nog iets van het seizoen te maken. Vanwege verschillende omstandigheden kwam het er dit jaar nog niet van. Helden Online ging langs bij de winnares van het olympisch brons op de 1500 meter in Sotsji en legde haar een aantal thema’s voor. Vandaag deel 2: opvoeding, karakter, hobby's en PEC Zwolle.

Opvoeding
“Ik ben een nakomelingetje. Ik heb een broer (Richard) en zus (Angela) die ruim twintig jaar ouder zijn dan ik. Zij waren het huis al uit toen ik geboren werd. Dus eigenlijk kun je zeggen dat ik als enigskind ben opgevoed. Mijn ouders hadden hierdoor wel voldoende tijd om mij naar de sport te brengen. Want zonder ouders die je heen en weer brengen, kan je geen topsport bedrijven. Zeker niet in een sport als schaatsen.”

“Ik kom uit een hockeyfamilie. Iedereen heeft zo’n beetje gehockeyd. Mijn broer heeft drie dochters en mijn zus heeft een dochter en een zoontje. Vier van de vijf zitten op hockey. Wat dat betreft heb ik de verkeerde sport gekozen. Het was een lastige keuze. Mijn ouders wilden wel dat ik een teamsport bleef doen. Dat was goed voor mijn ontwikkeling, voor de sociale contacten. Ik vond het allebei heel leuk om te doen, maar ik kon het niet meer combineren. Dan had ik ‘s ochtends schaatsles gehad en daarna moest ik met dat pak het hockeyveld oprennen. Mijn team vond het heel jammer dat ik voor schaatsen koos, maar ik ben heel blij geweest met de keuze.”

“M’n ouders hebben altijd achter me gestaan. Toen ik nog klein was en ‘s ochtends moest schaatsen, sprong ik mijn bed uit en was ik vroeg op. Mijn ouders hadden dat ook wel in de gaten en dachten: we brengen je wel weer. Zelf hielden ze heel erg van natuurijs. Ze zetten mij destijds op les bij een vriend die werkte bij de Deventer ijsclub. Dat jaartje is uit de hand gelopen. Ik vond het zo leuk dat ik erbij bleef.”

'Soms vraag ik me weleens af waarom ik zoveel moeite heb om uit mijn bed te komen'

“Ik woon nu in Heerenveen, maar kom zeker één keer per week naar Zwolle. Mijn broer woont ook in Zwolle en mijn zus in Utrecht. Ook hen zie ik regelmatig, zeker wel één keer per maand. Ze komen ook altijd kijken bij mij. Zo zijn mijn ouders, broer, zus, zwager en schoonzus allemaal meegegaan naar Sotsji. Dat wilden ze echt niet missen. Ook na een wedstrijd zoeken we elkaar altijd even op. In het KPN-clubhuis bijvoorbeeld. Ze staan er in goede en slechte tijden.”

Karakter
“Ik heb een hele positieve instelling, daar ben ik heel blij mee. Dankzij mijn ouders heb ik dat meegekregen. Verder ben ik redelijk nuchter en kan ik rustig blijven op bepaalde momenten. Ik kan me goed opladen voor een belangrijke wedstrijd. Ik ben ook wel iemand die all-in kan gaan. Als ik eenmaal een doel voor ogen heb, ga ik er vol voor. Ik haal energie uit dingen die ik mooi vind. Ook als ik erover praat, krijg ik een bepaalde energie.”

“Ik heb wel moeite om me aan een bepaald ritme te houden. Dan ben ik heel blij dat ik schaatser ben en dat ik een schema krijg. Vooral met sport heb ik wel hulp nodig, qua leidraad en discipline. Verder ben ik echt een avondmens, heb moeite met opstaan. Als ik dan een rustdag heb, slaap ik uit. Dan moet ik wel tegen mezelf zeggen: Lotte, nu je bed uit.”

“Soms vraag ik me weleens af waarom ik zoveel moeite heb om mijn bed uit te komen. Maar verder ben ik heel blij met het karakter dat ik heb. Het heeft me tot nu toe heel veel opgebracht. De sportbeleving, de passie en de energie die ik er vandaan haal. Ik ben blij met de persoon die ik ben!”

Hobby
“Vroeger was ik bijna altijd aan het tekenen in de klas. Dan was de docent aan het praten, en was ik wat aan het krabbelen. Dan sloeg ik beter op wat ze zeiden. Het is een soort ontspanning. Ik kan van mezelf heel druk zijn, maar als ik aan het tekenen ben, ben ik heel erg in mezelf gekeerd. Aan de ene kant ben ik heel extravert, maar kan ook heel erg in mijn eigen wereldje zitten.”

'Ik tekende vroeger mijzelf op een podium en zei tegen mijn ouders: daar wil ik ook staan!'

“Toen ik drie of vier was, keek ik met mijn ouders naar schaatsen op televisie. Waarschijnlijk had er een Nederlander gewonnen en besloot ik een podium te tekenen. Met mijzelf op de eerste plek. Ik zei toen tegen mijn ouders: daar wil ik ook staan! Die tekening hing altijd in de keuken, maar mijn ouders kunnen hem nergens meer terugvinden helaas.”

“Vooral in mijn revalidatieperiode heb ik veel getekend. Ik mocht niet uit mijn stoel komen, behalve voor fysio-oefeningen. Wat is er dan idealer om met een tekenblokje op schoot te tekenen of in een kleurboek patroontjes in te kleuren? Ha, zelfs mijn krukken heb ik helemaal ingekleurd met watervaste stiften.”

PEC Zwolle
“Ik ben al jarenlang fan van PEC Zwolle. Als Zwollenaar kan dat toch ook niet anders? Ik vind het altijd heel gezellig om te kijken. Ik kan natuurlijk niet elke thuiswedstrijd komen kijken vanwege mijn eigen drukke schema, maar ik probeer toch regelmatig te gaan. Mijn broer of wat vrienden regelen dan een kaartje voor me. Dit seizoen ben ik al vijf keer geweest.”

“We zijn zelfs twee keer met een groep van zo’n vijftien man vanuit Zwolle naar Rotterdam gefietst om PEC in de bekerfinale aan te moedigen. We hebben er bijna zes uur over gedaan, en dat in de stromende regen.. De eerste paar uur gingen nog wel, maar daarna was ik er klaar mee. Maar het was een hele mooie eerste duurtraining van het seizoen en het was voor een goed doel. Helaas verloor PEC. En de terugweg? Ha, de wedstrijd was laat afgelopen, dus zijn we lekker met de bus teruggegaan.”

Delen: