Word abonnee

Helden in het nieuws

Van Riessen: ‘Ik wist heel weinig van baanwielrennen’

door: Redactie Helden
2 mei 2016

Een medaille op de Winterspelen haalde ze al. Nu wil Laurine van Riessen vol voor die medaille gaan tijdens de Zomerspelen in Rio de Janeiro. En daarmee kan de 28-jarige baanwielrenster in een illuster rijtje terechtkomen. Een portret. 

Het leven voor Van Riessen heeft een andere wending aangenomen. Van de ijsbaan naar de wielerbaan. Sinds vorig jaar is ze pas fulltime baanwielrenster, maar meer dan een tussendoortje is het avontuur op de wielerbaan niet. Van Riessen heeft maar één doel. Na een medaille op de Winterspelen ook een plak op de Zomerspelen halen. Van Riessen won in Vancouver 2010 al brons op de 1.000 meter.

Over een paar maanden beginnen de Zomerspelen in Rio de Janeiro. Daar moet het gebeuren. “Het is een alles of niets traject. Ik weet dat het een korte periode is waarin ik het voor elkaar heb moeten krijgen,” geeft Van Riessen aan, “maar ik heb er vertrouwen in dat we in de teamsprint voor de medailles kunnen strijden.” Toch is de overstap slechts tijdelijk; na de Zomerspelen keert Van Riessen weer terug naar de schaatsbaan.

Overbelast
Ze was alweer bijna vergeten dat ze jarenlang professioneel schaatsster was. In tien maanden tijd stond ze één keer op het ijs. Toch was de feeling niet meteen verdwenen. “Het voelt dan heel vertrouwd. Maar ik heb er momenteel weinig tijd voor. Als ik op de tv naar schaatsen kijk, begint het wel te kriebelen. Maar het is niet dat ik het mis hoor. Ik vind fietsen ook ontzettend leuk om te doen. En ik heb een doel. Dat maakt het ook dat ik het schaatsen niet mis.”

In korte tijd heeft ze veel dingen aan moeten passen. En dat ging niet zonder slag of stoot. “Je houdt je vast aan dingen die je gewend bent te doen, maar aan de andere kant moet je er ook voor zorgen dat het goed is voor het baanwielrennen. Af en toe is dat moeilijk bij bepaalde trainingen, omdat je niet precies weet wat goed is om te doen. De hele ploeg is het ene gewend en ik iets anders. Die balans moest ik zien te vinden. Dat gaat nu gelukkig steeds beter, met de hulp van de begeleiding, de fysiotherapeut en mijn trainer.”

Het moeilijkste van de overstap vindt ze de trainingen. “Schaatsen is veel uithoudingsvermogen en duurtraining, baanwielrennen is voornamelijk kracht en dus veel explosiever. Dat was ik niet gewend. Ik gebruik nu meer mijn bovenbeenspieren voor alles, maar die werden op een gegeven moment weer te veel belast. We moesten echt zoeken hoe we dat gingen oplossen. Als je elke dag die power moet leveren, heb je wel tijd nodig om je aan te passen. Dat had ik van tevoren niet verwacht.”

Wat dat betreft voelt Van Riessen zich nog steeds schaatsster. “Maar ik zit ondertussen zoveel op de fiets dat ik me ook wel baanwielrenster voel hoor!” De overstap van de ene baan naar de andere baan heeft ze nooit onderschat. “Dat kan ook niet, omdat het allemaal zo snel moet gaan. Alles moet goed gaan. Natuurlijk kan het ook structureel tegenzitten, maar daar kan ik gewoon niet te lang de tijd voor nemen.”

'Ik vind het heel leuk om iets nieuws te leren en om ergens anders goed in te worden'

Droom
Nooit speelde Van Riessen met de gedachte om op zowel de Winterspelen als de Zomerspelen uit te komen. Totdat Francesco Wessels van het NOC*NSF haar in 2014 uitnodigde voor een testdag. “Ik hoorde dat ze bij het baanwielrennen nog een starter zochten voor de teamsprint. Francesco vroeg mij of ik aan een testdag mee wilde doen. Hij kende mij en wist dat ik veel power heb en explosief ben. Het leek me hartstikke leuk om eens een andere sport te gaan doen. Zo’n kans krijg je niet vaak.”

Toch waren de Zomerspelen van jongs af aan nooit een droom voor haar geweest. “Ik wist überhaupt weinig van baanwielrennen. Ik was gewoon een wintersporter en dan denk je alleen maar aan de Winterspelen. Ik had nooit aan de optie gedacht om aan beide Spelen mee te kunnen doen. Maar het is ook niet logisch om zo te denken, ha. Maar nu ik de Zomerspelen kan halen, is het wel een droom geworden ja!”

Na de testdagen rolde Van Riessen eruit als winnares. Zonder twijfel besloot ze de uitdaging aan te gaan. Maar ze zat met een klein probleempje. Ze zat midden in haar schaatsseizoen. “Ik had met bondscoach René Wolff afgesproken dat ik het jaar zou afmaken als schaatsster. Dat vond hij goed en dat gaf me heel veel vertrouwen. Ik wilde nog kijken wat er dat seizoen in zat met schaatsen. In april ben ik definitief overgestapt naar het baanwielrennen.”

Het feit dat Van Riessen al een olympische medaille heeft, speelde niet mee in haar besluit naar de wielerbaan te gaan. De sprintster won in 2010 brons in Vancouver op de 1000 meter. “Dat was voor mij niet een ding waarom ik hiervoor heb gekozen. Ook als ik geen medaille had gehaald, had ik dit gedaan. Ik vind het heel leuk om iets nieuws te leren en om ergens anders goed in te worden.” Was ze het plezier dan misschien kwijt? “Nee, helemaal niet zelfs. Ik vind schaatsen nog steeds supermooi. Natuurlijk zijn er weleens periodes dat het wat minder gaat, maar heb altijd vertrouwen gehad dat ik goed genoeg was. Nee, ik heb nooit spijt gehad van de overstap.”

Herhalingen
Van Riessen is aangenomen als starter. Daarvoor geldt veel explosiviteit en uithoudingsvermogen. En daar moet ze veel meer dan bij het schaatsen op trainen. “De trainingen zijn veel explosiever, ik ben meer kracht kwijt. Ik train bijna alleen maar mijn bovenbeenspieren. Als starter moet ik ook heel snel en vaak de start herhalen, dat is zwaar. Het schaatsen is technischer en je verdeelt de krachten qua spieren. Maar over het algemeen train ik wel op dezelfde soort dingen. Daardoor is de overstap relatief makkelijk te maken.”

'In principe ga ik na Rio terug naar het schaatsen'

Maar bij de wedstrijddagen merkt Van Riessen een groot verschil op. “Bij het schaatsen rijd je één of twee afstanden op een dag en drie of vier in een weekend. Bij het baanwielrennen moet je de hele dag door fietsen, rijd je meerdere heats. Ik heb mezelf dat mentaal en fysiek moeten aanleren. Dat is wel anders dan ik van tevoren had verwacht.”

Maar aan alles komt een eind. Zo ook aan de wielerambities. Na de Zomerspelen verruilt ze de fiets gewoon weer voor de schaatsen. “In principe ga ik na Rio terug naar het schaatsen. Dan heb ik nog anderhalf jaar de tijd voor Pyeongchang. Maar eerlijk gezegd ben ik daar nu nog niet heel erg mee bezig.” Of ze bang is dat de concurrentie een groot gat met haar heeft geslagen? “Ik verwacht niet zoveel problemen als ik weer terugga. Ik denk dat het in mijn voordeel spreekt dat ik wat explosiever ben geworden. En bovendien heb ik meer uithoudingsvermogen. Ik moet alleen weer het technische onder de knie krijgen, maar daar ben ik niet bang voor.”

Van Riessen kan de zesde sporter in de geschiedenis worden die een medaille pakt op zowel de Winter- als de Zomerspelen. Eddie Eagan, Christa Rothenburger-Luding, Clara Hughes, Jacob Tullin Thams en Lauryn Williams gingen haar voor.

Delen: