Word abonnee

Helden in het nieuws

Wester: ‘Het mag allemaal nog wat constanter’

door: Robert Prins
17 maart 2016

Tess Wester was een van de uitblinkers aan de kant van Nederland tijdens het wereldkampioenschap in Denemarken. Deze week hoopt ze met de handbalsters op het olympisch kwalificatietoernooi in Metz een ticket naar de Olympische Spelen te bemachtigen. Helden Online sprak de 22-jarige keepster over het keepersvak, haar mooiste redding en haar dromen.   

Waarom ben je ooit gaan keepen?
“Ik was in de jeugd nog veldspeelster. Het schijnt, ik kan het zelf niet meer echt herinneren, dat ik een beetje egoïstisch was. Volgens mijn teamgenoten gooide ik alle ballen die ik kreeg op doel, ha. Uiteindelijk werd er aan mij gevraagd of ik een helft wilde gaan keepen. Dat wilde ik nog wel. Vervolgens hadden we in de C-jeugd een vaste keepster nodig en toen keek vrijwel iedereen meteen naar mij. Op die leeftijd wil je eigenlijk alleen maar rennen, springen en vliegen. In het doel kan dat wat minder, dus in het begin wilde ik het eigenlijk niet doen. Uiteindelijk heb ik het toch maar gedaan en is het balletje heel snel gaan rollen.”

Wat maakt voor jou het keepersvak zo leuk?
“Ik heb altijd het gevoel dat je als keepster een team bent binnen het team. Tijdens de trainingen doe je toch vaak bepaalde oefeningen met de andere keepsters. Soms staat de dekking goed en is het allemaal heel makkelijk. Andere dagen gaat het verdedigend wat minder en moet je juist heel veel doen. Dat is het leuke. Een keepster kan een wedstrijd winnen of verliezen. Op grote toernooien is dat heel duidelijk te zien. Vaak komen teams met goede keepsters ook het verst.”

 

Hoe ziet voor jou de ultieme keepster eruit?
“Iemand die veel ballen stopt, ha! Ik denk dat het mentale aspect heel belangrijk is. Je moet een goede uitstraling hebben en goed kunnen communiceren met de rest van het team. Daarnaast moet je slim zijn en tactisch veel kunnen zien. Er komt heel veel bij kijken. Het is niet zo dat wij in het doel staan en af en toe toevallig de goede kant op duiken. Dat is iets wat veel mensen vaak zeggen: 'Handbalkeepers springen toch vaak alleen maar een beetje in het rond?' Dat is onzin. Het is zeker niet alleen maar geluk. Tot slot moet je ook een bepaalde rust hebben en niet van slag raken als je een aantal doelpunten tegen krijgt.”

‘Ik heb liever drie keer een negen dan twee keer een tien en een zes’

Wat zijn jouw sterke punten?
“Dat is een goede vraag. Ik ben heel kritisch, denk vaak alleen maar aan de dingen die nog niet goed zijn. Ik denk dat ik de uitstraling heb waar ik het eerder over had, ben altijd erg aanwezig. Daarnaast ben ik de laatste jaren veel rustiger geworden. Ik vind het weleens lastig om over mezelf te zeggen wat ik goed kan, doe gewoon mijn best. Soms gaat het goed en de andere dagen wat minder. Net als in de rest van het leven.”

Wat zijn punten die je nog moet verbeteren?
“Ik mis nog wat ervaring, maar dat kan je niet leren. Daar heb je wedstrijden voor nodig. Daarnaast mag het allemaal nog wat constanter. Een goede keepster zakt nooit door de ondergrens, heeft een hoog basisniveau. Ook op een mindere dag moet je nog steeds goed zijn. Ik speel vaak twee wedstrijden supergoed en dan eentje dat je denkt: man, man. Was zij nou de beste keepster op het WK? Dat zie ik niet terug. Ik wil ervoor zorgen dat ik ieder duel een zekerheid ben, dat mijn medespeelsters denken: vandaag gaat het misschien allemaal wat minder in de dekking, maar we hebben altijd Tess nog. Ik heb liever drie keer een negen dan twee keer een tien en een zes.”

‘Ik had op dat moment niet helemaal door hoe belangrijk die redding eigenlijk was

Wie is jouw voorbeeld?
“Ik kijk veel naar andere keepsters, probeer van hen te leren. Van de Noorse keepster Kari Grimsbø kan ik erg genieten. Zij speelde een geweldige partij tegen ons in de WK-finale. Natuurlijk was dat balen, maar aan de andere kant kan ik daar erg veel bewondering voor hebben.”

 

Wat is de mooiste redding uit je carrière?
“Tot nu toe de redding tegen Frankrijk op het wereldkampioenschap (video: 2:33). Die zal me nog heel lang bijblijven. Ik had op dat moment niet helemaal door hoe belangrijk die redding eigenlijk was. Dat kwam pas later allemaal. De wedstrijd tegen Frankrijk is absoluut de mooiste die ik in mijn carrière heb gespeeld.”

Ben je als keepster weleens bang?
“Bang wil ik het niet noemen. Ik moet wel zeggen dat ik op het WK weleens iemand op me af zag komen en dacht: nou, daar gaan we, ha. Op de training krijg ik weleens tien ballen dicht bij mijn hoofd. Daar word ik niet bang van, maar het is niet prettig. Bij de elfde keer ben je eerder geneigd even een stapje opzij te doen. Dat je denkt: mijn lichaam moet nog langer mee dan vandaag, ha.”

Wat zijn jouw dromen?
“De Olympische Spelen halen, is op dit moment het belangrijkste doel. We zijn nu zo dichtbij en het mag eigenlijk niet meer misgaan. Daarnaast wil ik heel graag Champions League spelen, goud winnen op grote toernooien en uitgroeien tot de beste keepster ter wereld.”

Delen: