Word abonnee

Volleybal

De dag dat alles misging…

No candy

Volleybal

De dag dat alles misging…

door: Rob Willemse
14 november 2017
15 tot 20 minuten lezen

Ze waren teamgenoten, wonnen allebei olympisch goud met de volleybalmannen in 1996. Maar Jan Posthuma en Bas van de Goor delen meer. Bij allebei werd kanker geconstateerd.

De uitbundige omhelzingen bij zowel aankomst als afscheid zijn alleszeggend. Deze twee mannen delen beduidend meer dan hun lengte van 2,09 meter en de gouden olympische volleybalmedaille van 1996 in Atlanta. Genereus gastheer in Sneek is Jan Posthuma, van 11 juni 1963. Bezoeker is Bas van de Goor, van 4 september 1971. Samen kijken ze terug op de weg naar dat olympisch goud en de ziekte waarmee ze na hun topsportcarrière geconfronteerd werden. Bij Jan was dat plaveiselcelcarcinoom (PCC), een vorm van huidkanker. Bas werd eind vorig jaar getroffen door lymfeklierkanker en is 11 mei 2017 ‘schoon’ verklaard.

JAN: ‘OMDAT HET GEEN MOOI ROND PLEKJE WAS, MAAR EEN VERTAKTE SPRIET, HEBBEN ZE HET DE LAATSTE KEER WAT RIGOUREUZER WEGGESNEDEN’

Bas: “In de vier jaar dat we naar het goud van Atlanta toewerkten, hadden we twee WK- en twee EK-finales verloren, steeds van Italië. Heel vervelend. Er was ook altijd wel wat gedoe in en rond het team. Voor en tijdens zo’n toernooi ben je een aantal weken tot elkaar veroordeeld en zie je je vrouw minder dan je teamgenoten. Dat kan tot ongewenste spanning leiden. Dat we kort voor de Spelen voor het eerst van Italië een finale – de World League – wonnen, gaf wel weer een goed gevoel.”
Jan: “Op weg naar de Spelen zijn we steeds meer gaan begrijpen wat het betekent om te moeten winnen. Ik stam nog uit het Bankras- odel, waarin we in de jaren 80 onder Arie Selinger heel veel geleerd hebben; speltechnisch, maar ook mentaal. Want destijds waren we niet geschikt om topsporters te zijn. Wat dat inhoudt, heb ik van Selinger geleerd. En later in de Italiaanse competitie leerde ik hoe je met druk omging en een wedstrijd won. Bas is wat jonger en die is onderweg, ruim na het Bankras-tijdperk, op die trein gesprongen.”
Bas: “Hier in Nederland ben ik opgeleid, in Italië werd ik verder gepolijst. In Italië moest ik tweemaal beter zijn dan m’n buitenlandse concurrenten om in de basis te staan.”
Jan: “De verwachtingen waren zo hoog, de concurrentie was enorm en daarmee ook de druk. In Treviso werd ik maanden niet uitbetaald. Niet omdat er geen geld was, maar om me te dwingen beter te spelen.”
Bas: “Dat is mij daar ook overkomen. In Italië werd je ook doodgegooid met video-analyses en pakken papier met tactische aanwijzingen die je moest lezen; allemaal dingen waar we beter van geworden zijn, met alle positieve gevolgen voor het nationale team. Dat wij elkaar daar als Nederlanders gaandeweg privé meer zijn gaan opzoeken, hielp ook. Om tot topprestaties te komen, moet je zo min mogelijk ruis op de lijn hebben. En zoals ik al zei, was er nogal eens ‘gedoe’. Omdat we vier finales van Italië verloren, gingen we ons uiteraard afvragen wat er niet goed genoeg ging. Oudejaarsavond 1995 nodigde Jan alle spelers uit bij hem thuis in Montichiari. Daar ontstond een band. De neuzen dezelfde kant op krijgen is een vreselijk cliché, maar wel waar en o zo belangrijk. Tegelijkertijd moet iedereen de vrijheid houden zichzelf te zijn, en zich daarnaast ook weer aanpassen aan het team en de teamgeest. Dat hadden we in Atlanta allemaal, en tegelijk.”
Jan: “We hadden ook niemand kunnen missen. Dat gevoel – iets voor elkaar over hebben en samen iets bereiken door met én voor elkaar te werken – is eigenlijk ontstaan tijdens die oud-en-nieuwbijeenkomst. Al was Peter Blangé daar bijna afgevallen. Die ging vuurpijlen afsteken en kreeg er eentje bijna in z’n oog. Dat scheelde echt niks.”
Bas: “Maar het is allemaal goed afgelopen: de finale winnen van Italië en góud pakken! Dat mocht je vieren, maar na een half blikje bier viel ik in het Holland House in slaap.”
Jan: “Volgens mij ben ik op een gegevenmoment in een oranje auto gestapt die me naar het olympisch dorp heeft gebracht. De details ben ik een beetje kwijt.”

Delen: