Word abonnee

Shorttrack

‘Er is maar één Sjinkie’

Dirk-Jan van Dijk

Shorttrack

‘Er is maar één Sjinkie’

door: Jasper Boks
9 november 2021
3 tot 8 minuten lezen

Sjinkie Knegt (32) liep in januari 2019 zware brandwonden op. Sindsdien heeft hij keihard gewerkt om terug te komen op het niveau van voor het ongeluk met de houtkachel. Hoe mooi zou het zijn als hij zijn comeback in Beijing bekroont met een olympische medaille? En dan natuurlijk het liefst met goud.

“Toen het vorig jaar kouder werd, heb ik de houtkachel voor het eerst sinds het ongeluk weer aangestoken. We heb­ ben ook centrale verwarming, hoor, maar ik vind het altijd gezellig als ‘ie aan staat. Natuurlijk zit er een flink verhaal vast aan die kachel, maar wij zijn geen mensen die er eerst een heel gesprek over gaan voeren. Ik zei gewoon tegen mijn vrouw Fenna: ‘Laten we de kachel weer eens aan doen.’ Klaar.

Er worden geregeld grappen gemaakt over mijn ongeluk met de houtkachel. ‘Sjinkie heeft wel voor hetere vuren gestaan,’ krijg ik naar m’n hoofd geslin­gerd van mijn collega­shorttrackers als we een zware training hebben. Ik kan daar zelf ook hard om lachen, hoor. Ik word er niet doodziek van dat het steeds over dat ongeluk gaat. Ik snap ook wel dat mensen daarover beginnen. Het heeft veel impact gehad, dit verhaal hoort nu eenmaal bij me.”

In de ochtend van 10 januari 2019 ging het mis met Sjinkie Knegt. Eigenlijk had hij in Dordrecht moeten zijn, waar een dag later het EK shorttrack begon. Maar hij kon zijn titel niet verdedigen, zat geblesseerd thuis. Een maand eerder was hij in zijn werkplaats klem komen te zit­ ten tussen de vorkheftruck en het kozijn van de schuurdeur. Sjinkie was vergeten de heftruck op de handrem te zetten. Het gevolg: een fikse spierblessure.

Echtgenote Fenna lag die ochtend met koorts in bed en Sjinkie had de hout­ kachel in de woonkamer van hun huis in het Friese Bantega aangestoken. Normaal gesproken gebruikte hij aanmaakblokjes om de kachel aan te steken, maar die waren op. Dus had Sjinkie uit de werk­ plaats beneden een fles verfverdunner gepakt, met de brandbare vloeistof stak hij het hout aan. Na een half uurtje deed hij het deurtje van de kachel open om te controleren of het goed ging. Op dat moment viel een stuk brandend hout uit de kachel op de fles met verfverdunner en die explodeerde. De vloeistof kwam over Sjinkie heen en vatte vlam. Zijn kleding en baard stonden meteen in brand.

Het vuur wist hij te doven met zijn han­den en Fenna, die Sjinkie in paniek had geroepen en snel uit bed was gekomen, gooide water over hem heen met een koekenpan die op het aanrecht stond. Gewikkeld in aluminiumfolie en met brandwonden aan vooral gezicht, handen en benen werd hij met gillende sirenes naar het Martini Ziekenhuis in Groningen gebracht. Artsen vertelden dat zijn lichaam voor 29 procent was verbrand en dat de meeste wonden tweedegraads waren. Sjinkie zei tegen Fenna in het ziekenhuis: “Maak je niet druk, over twee weekjes ben ik weer thuis.”

Het volledige verhaal lezen? Dat kan via Blendle en Tijdschrift.nl. Je kunt het magazine ook in de winkel halen óf online bestellen!

Delen: