Word abonnee

Wielrennen

Geluksvogel

Raymond Kerckhoffs, ANP

Wielrennen

Geluksvogel

door: Raymond Kerckhoffs
27 mei 2021
14 tot 19 minuten lezen

Annemiek van Vleuten was op weg naar olympisch goud in de wegwedstrijd. De Val voorkwam dat en ging de wereld over. Rio opende haar de ogen. Er staat sindsdien geen rem op de 38-jarige wielrenster. Ze won wereldtitels, eendagswedstrijden en etappekoersen. Een olympische medaille ontbreekt nog…

Op enkele van de meest cruciale momenten in haar carrière moest ze afrekenen met brute pech. Toch omschrijft Annemiek van Vleuten zichzelf als een geluksvogel. Zij beseft dat het wielrennen haar veel meer heeft gebracht dan alleen een mooi palmares. “Ik voel me heel rijk en die rijkdom zit bij mij niet in uitslagen of geld.”

Het gesprek vindt plaats tijdens haar vakantie op Curaçao, op het strand bij het Lions Dive & Beach Resort. Ze heeft net gedoken bij een van de mooiste koraalriffen van het eiland. “Als ik voetballer was geweest dan had ik hier vier weken gezeten. Ik moet het bij twee weken houden, want drie weken zonder fiets kost je drie maanden qua opbouw om op hetzelfde niveau terug te komen. Maar die rust tijdens het duiken is zalig. Ik luister alleen naar m’n ademhaling, m’n gedachten zijn helemaal bij de vissen en alles wat ik zie. Alle andere zaken uit het leven kan ik helemaal loslaten. Normaal gesproken ga ik op vakantie het liefst buiten mijn comfortzone. Meestal trek ik naar niet-westerse landen met een backpack van vijf kilogram in een broekje en een shirtje. De Filipijnen, Bolivia, Indonesië en Colombia heb ik al afgevinkt. In Australië zat ik vier dagen op een onbewoond eiland met krokodillen.

Er wordt geroepen dat ik niet zonder de fiets kan. Nou, ik ben liever vier dan twee weken op vakantie en kan dan dagenlang door de ongerepte natuur trekken. Dat mensen een verkeerd beeld van me hebben en me als een maniak omschrijven, boeit me niet zoveel. Ik heb ook geen zin om me ertegen te verdedigen. Ik vertel liever mijn eigen verhaal. Maniak… Als degenen om wie ik geef dat maar niet zeggen.”

Ontdekkingstocht
Toch zit er een kern van waarheid in het beeld dat Annemiek ‘extreem’ is. Haar trainer Louis Delahaije vindt dat ze een nieuwe norm in het vrouwenwielrennen heeft neergezet. Annemiek was een van de eersten die meerdere hoogtestages in het seizoen inlaste. Qua omvang traint ze veel meer dan de rest van het peloton. En ze gaat de laatste jaren in de winter steevast met de mannen van haar respectievelijke ploegen Mitchelton-Scott en tegenwoordig Movistar op trainingskamp.

“De standaard in het vrouwenwielrennen was om maximaal een half uurtje langer te trainen dan de afstand van wedstrijden. Tom Dumoulin sprak me vorig jaar nog aan waarom ik zoveel kilometers maakte, terwijl onze wedstrijden een stuk minder lang duren. Ik train niet om de wedstrijdafstand aan te kunnen, maar om conditioneel zo goed mogelijk te zijn. Dat is een denkwijze die veranderd moet worden.

Ik wil de fitste van het peloton zijn. Dat doe ik door trainingsprikkels te zoeken. Dit ben ik niet zomaar gaan doen, maar heb ik in zo’n vijf jaar opgebouwd. Mijn cijfers wijzen uit dat ik ieder jaar stapsgewijs iets meer heb gedaan. Een aantal procenten kun je er ieder jaar bovenop doen. Niet te veel, anders heb je snel te maken met overtraining. Jonge meiden moeten nu ook niet in één keer zoveel trainen als ik doe. Daar wil ik geen rolmodel in zijn. Het wil ook niet zeggen dat iedereen deze omvang aan kan. Ik ben heel belastbaar, dat is een van mijn sterkste punten. Ik zoek echt de grenzen op, maar ik ben nog nooit overtraind geweest.”

Is de omvang van je trainingen dan jouw geheim?
“Ja, daar hoef ik niet geheimzinnig over te doen. Mijn topniveau komt puur door de omvang van mijn trainingen. Die hoogtestages zorgen er vooral voor dat ik mijn omvang kan vergroten. Omdat ik trainen in het buitenland gewoon heel leuk vind. Het is geen doel op zich om zoveel uren te maken. Het is in het buitenland veel meer de ontdekkingstocht dat ik wil zien waar bepaalde wegen uitkomen. Daar kijk ik naar uit. Op zo’n momenten voel ik me een geluksvogel.”

‘Ik heb jarenlang gedacht dat die top voor mij onbereikbaar was. Marianne Vos had een bizar hoog niveau. Daar kon niemand aan tippen’

Omschrijf jouw geluk dan eens?
“Ik kan intens genieten van de mensen die ik ontmoet en de plekken waar ik kom. Het wielrennen heeft mij heel veel opgeleverd. En dan bedoel ik niet het harde fietsen als wielrenster. Nee, ik kijk meer naar de persoonlijke aspecten. Mensen leren kennen, andere culturen proeven, andere talen spreken, op bijzondere plekken verblijven, buiten mijn comfortzone treden, grenzen verleggen en mezelf ontdekken. Ik besef geregeld dat ik bevoorrecht ben. Het veroveren van een wereldtitel en het winnen van een grote koers zijn de kersen op de taart. Ik heb het geluk dat ik talent in mijn lichaam heb en dat ik dat ook heb gebruikt.”

Je hebt het afgelopen jaar opnieuw je grenzen verlegd en dat op een voor de meeste wielrenners ‘bejaarde’ leeftijd. Ondertussen ben je alweer 38 jaar.
“Vorig jaar heb ik weer meer uren gemaakt. Dat kwam door corona. We hebben maandenlang niet gekoerst en ik maak op trainingen nu eenmaal meer kilometers dan in competitieverband. In de wedstrijden was ik daardoor ook weer beter dan voorgaande jaren. Eigenlijk is dat vrij bizar. Al is er ook een verklaring. Ik ben veel later begonnen met fietsen dan de meeste andere meiden. Ik heb tot mijn 22ste gestudeerd en veel gefeest. Daardoor ligt mijn piek in ontwikkeling als wielrenster later en heb ik pas op oudere leeftijd geleerd om optimaal met mijn lichaam om te gaan. Ik denk ook dat in het wielrennen de mensen te veel vasthangen bij de zogenaamde wijsheden van tientallen jaren geleden. Een ervan is dat je als wielrenner vanaf je dertigste begint af te takelen.”

Waar haal je je grootste motivatie vandaan?
“Ik denk door mijn trainingstochten in het buitenland. Wanneer ik in Nederland een rondje van vier uur ga trainen, kom ik na precies vier uur terug. Daar vind ik eigenlijk niks aan. Op onbekend en mooi terrein geniet ik gewoon van het fietsen. Dan moet trainer Louis Delahaije echt grenzen stellen. Maar als ik vermoeidheid voel, luister ik echt wel naar zijn schema’s en naar mijn lichaam.”

Geen poespas
Je trok twee jaar geleden op de fiets door Colombia.
“De eerste keer dat ik op Schiphol stond om naar Colombia te gaan, was dat met trillende benen. Ik ging daar helemaal alleen heen en kende er niemand. Ik had wel een wielrenster benaderd, maar daar had ik nog nooit eerder mee gesproken. Ik wist niet of de wegen goed waren om te fietsen, hoe het eten daar zou zijn. Het was een idee van de Colombiaanse profwielrenner Esteban Chaves, die bij het mannenteam van mijn ploeg zat. Hij heeft uiteindelijk mijn reis een beetje gepland. Uiteindelijk was het een fantastische ervaring.

In Colombia zat ik met zoveel plezier op de fiets dat de tochten me geen mentale energie kostten. Tijdens die weken in een prachtige, andere omgeving kan ik het punt uitstellen dat het me mentale energie kost, zodat ik tijdens de wedstrijden eerder bereid ben om spreekwoordelijk te sterven op de fiets. Na zo’n hoogtestage ben ik helemaal fris en heb ik echt iets van: kom nu maar op. Dan kan ik zo’n drie of vier weken tot het gaatje gaan. Daarna moet ik echt weer een stapje terugdoen om me weer op te laden. Ik gooi er iedere keer een break in. Zo’n hoogtestage is naast een trainings­periode dus een mentale oplaadperiode voor mij.”

Qua hoogtestages in het vrouwenwielrennen was jij een van de eersten.
“Die credits verdient Ellen van Dijk, zij ging met de baanselectie als eerste wegrenster mee op hoogtestage. Het klopt wel dat ik momenteel vaker op een berg zit dan mijn vrouwelijke collega’s. Ik heb bij de mannen gezien dat een opeenstapeling van hoogtestages goed werkt. Ze gaan niet meer één keer op hoogtestage voor de Tour, maar stapelen. Dat is ook een beetje mijn truc.”

Ben jij dan misschien de meest mannelijke wielrenster?
“Mijn trainer Louis heeft jaren bij de mannen gewerkt en van die ervaring profiteer ik nu. Het grootste winpunt is dat ik door de samenwerking met Louis het plezier in de sport hou. Hij zegt altijd: ‘Niet te veel poespas.’ Te strikte schema’s, te veel fratsen, dat zou mij alleen maar afstompen. Dat zou mij mentaal kracht kosten. Het is geen hogere wiskunde. Het is gewoon fietsen. Ik ben niet bezig met een oefening zus, een detail zo. Daar zit voor mij niet de winst in.”

Twee jaar geleden ging je als enige vrouw met de mannen van Mitchel-ton-Scott op trainingskamp. Afgelopen winter trainde je met de mannen van Movistar. Is dat ook om je grenzen opnieuw te verleggen?
“Ik treed nu eenmaal graag buiten mijn comfortzone. Ik gooi me ergens in en maak me geen zorgen over de dag van morgen. Ik probeer die mannen te volgen, zo’n situatie kan ik niet nabootsen. De mannen leggen het tempo op en ik moet als enige vrouw proberen te volgen. Ik kan moeilijk vragen of het iets trager kan. Maar ik heb mezelf echt al een paar keer vervloekt. Als ik het zwart voor mijn ogen zie, vraag ik me weleens af waarom dit ooit zo’n goed plan leek. Maar het is maar één week per jaar, het is niet dat dit het grote geheim achter mijn successen is. Je moet wel alles in het juiste perspectief zien.”

Flabbergasted
Geniet jij nu meer van je leven als wielrenster omdat je jarenlang tegen die top hebt aangekeken?
“Ik heb jarenlang gedacht dat die top voor mij onbereikbaar was. Marianne Vos was exceptioneel goed en won ongekend veel wedstrijden. Zij had een bizar hoog niveau. Daar kon niemand aan tippen. Een Giro Rosa winnen, dat was onmogelijk voor mij, dacht ik. Het heeft lang geduurd voordat ik besefte dat ik kon klimmen.”

Voor het grote publiek zal je altijd de vrouw van De Val tijdens de Olympische Spelen in Rio zijn. Toch was die wedstrijd ook jouw grote doorbraak.
“Het was inderdaad de allereerste keer in mijn carrière dat ik bergop zo het verschil kon maken. Al kwam dat niet helemaal uit de lucht vallen. In de Thüringen Rundfahrt, voor de Spelen, reed ik al heel goed bergop. Al snap ik dat mensen van die aanval in de olympische wegrit opkeken. Als je het proces niet hebt gevolgd, dan denk je: waar komt die ineens vandaan fladderen? Al was ik ook flabbergasted dat ik iedereen er op die klim van Vista Chinesa af kon rijden. Ik zat nog redelijk op mijn gemakje, maar die meiden waren allemaal al enorm aan het afzien. Dat had ik helemaal niet door. Totdat ik ineens die kloof sloeg.”

Iedereen heeft het altijd over jouw val, maar heeft juist die klim jou de ogen geopend?
“Dat zeg je heel goed. Die laatste kilometers van die klim in Rio hebben me juist geïnspireerd om nog meer uit mijn loopbaan te halen. Niet de val. Die klim is de basis van mijn prestaties van de afgelopen vijf jaar. Mijn doel voor die Olympische Spelen was om met de allerbesten te wedijveren. Daar had ik met Louis naartoe gewerkt. Ik heb het in Rio niet kunnen afmaken, heb niet geoogst. Maar het was me wel gelukt om in de wegwedstrijd bergop de beste te zijn.”

Hoe heeft Rio je mindset veranderd?
“In mijn hoofd leefde ik toen nog met een denkwijze vol beperkingen. Ook na Rio overheerste die manier van denken nog bij me. Ik herinner me dat mijn ploeg in 2017 als doel stelde om de Giro Rosa met mij te winnen. In mijn hoofd was Rio slechts een koers van één dag, dat was iets heel anders dan een rittenkoers. Ik was er toen nog altijd van overtuigd dat ik überhaupt niet kon klimmen. Dat zat heel diepgeworteld. Het heeft me een half jaar gekost voor ik begon te geloven dat ik in de Giro een kans op de eindzege kon maken.”

‘Die laatste kilometers van die klim in Rio hebben me juist geïnspireerd om nog meer uit mijn loopbaan te halen. Niet de val’

Je hebt dus na die val in Rio nooit het gevoel gehad dat je sportieve revanche wilde nemen?
“Mensen denken dat ik mentaal sterker ben geworden door die val, dat mijn omgang met die tegenslag me vooruit heeft gebracht. Ik kan alleen zeggen dat het me niet klein heeft gekregen. De skills om iets negatiefs om te buigen in iets positiefs had ik al eerder laten zien, daar had ik Rio niet voor nodig. Nee, die val is absoluut geen drijvende kracht geweest.”

Toch lijkt jouw omgang met tegenslagen een van je sterke punten. Na zware valpartijen ben je de afgelopen jaren steeds sterker teruggekomen.
“Dat klopt wel. Ook eerder met de blessure aan m’n liesslagader. En zeker van het overlijden van mijn vader in 2008 heb ik destijds als 22-jarige veel geleerd. Ik heb van mijn ouders geleerd om niet te lang stil te staan bij teleurstellingen. Denken in mogelijkheden en niet jezelf zielig gaan vinden. Dat zit in de genen, dat kun je niet trainen. Natuurlijk heb ik mezelf in de eerste twee weken na de val in Rio zielig gevonden. Ik begreep ook wel dat ik daar een grote kans op olympisch goud letterlijk zag wegvallen. Maar na twee weken heb ik tegen mijn moeder gezegd dat ik weer in de bergen rondom Livigno wilde trainen.

Ik heb haar gevraagd om met me mee te gaan. Zij moest me daarnaartoe rijden met de auto. Ik nam de fiets mee. Onze insteek was om er gewoon een vakantie van te maken en verder zagen we wel. Dat is een van de mooiste weken met mijn moeder geweest. Het was zo gaaf. Mijn moeder stond boven op de berg ineens te huilen. Ik vreesde dat ineens de emoties van Rio bij haar los kwamen. Maar nee, ze had nooit meer gedacht om ooit in de bergen te kunnen zijn. Het waren zulke intense moeder-dochterdagen. Natuurlijk was de ontknoping van Rio vreselijk, maar dan zie je ook dat zo’n tegenslag je uiteindelijk weer mooie momenten oplevert.”

Je relatie met je moeder is heel intens.
“Het overlijden van mijn vader heeft me veranderd. Toen ik op m’n studentenkamer zat, ging ik misschien eens in de vier weken op bezoek bij mijn ouders. Als je vader wegvalt, is ineens de vanzelfsprekendheid dat je ouders er altijd voor je zijn, weg. Ik besef nu hoe mooi het is dat ik een wereldtitel met mijn moeder kan vieren. Zo’n knuffel na de finish voelt daardoor extra goed. Ik weet door de dood van mijn vader dat het niet vanzelfsprekend is dat zij daar staat.”

Geen revanche
Wat deed het jou dat de Spelen door corona een jaar werden uitgesteld?
“Ik heb meteen geschakeld, dacht: dan maar een plan maken voor 2021. Mijn dromen zijn niet veranderd, alleen een jaartje uitgesteld. Als ik al in een aftakelingsproces had gezeten en ik had het plan gehad om sowieso na Tokio in 2020 te stoppen, dan was het een ander verhaal geweest.”

Je palmares is vrij compleet. Alleen die olympische medaille ontbreekt nog…
“De Spelen zijn voor mij niet het summum. Iedereen legt me nu in de mond dat ik in Tokio revanche ga nemen voor de val in Rio. Mijn weerwoord is dat ik dat alleen op hetzelfde parkoers had kunnen doen. Dat in Tokio is totaal anders, waardoor die wedstrijd niks met Rio te maken heeft. Natuurlijk zou het tof zijn als ik nu een medaille kan pakken. Ik ben alleen teleurgesteld wanneer ik in Tokio niet goed ben en ik mezelf iets kan verwijten. Dat ik fouten in mijn voorbereiding of tijdens de wedstrijd heb gemaakt. Dat maakte het ook moeilijk om Rio een plek te geven. Ik kon mezelf daar heel veel verwijten. Dat maakte het heel lastig.”

Delen: