Word abonnee

Voetbal

‘Het is een rotziekte’

Hans Reitzema

Voetbal

‘Het is een rotziekte’

door: Arnout Verzijl
20 januari 2020
14 tot 19 minuten lezen

Wout Holverda (58) scoorde vaak, vooral voor Sparta. Ondanks zijn geringe lengte was hij vooral met het hoofd niet te kloppen. Onverslaanbaar in de lucht. Pas nu blijkt dat het koppen zijn grootste vijand was. Holverda lijdt aan de ziekte van Alzheimer. “Door al dat koppen zijn mijn hersenen verzakt.”

Vaak staat ‘Zeg maar Wout’ Holverda al drie kwartier buiten te wachten. Rustig een sigaretje rokend. En nog een. Totdat zijn zoon Robin hem oppikt. Voor zijn favoriete ritje: naar de duinen in Katwijk.
Op zich gaat het goed met hem. Hij mag nog alleen naar buiten en dat privilege geldt lang niet voor iedereen in verzorgingstehuis Haagwijk. Veel van zijn medebewoners van de gesloten afdeling, waarop ook Wout een kamer heeft, zijn niet zelfstandig genoeg meer. Wout wel. Al wordt het alleen naar buiten gaan steeds riskanter. In zijn eigen vertrouwde wijk in Leiden- Zuidwest weet hij de weg nog wel. Een boodschapje doen bij supermarkt Hoogvliet. Elders bestaat de kans dat Wout verdwaalt. Omdat hij de weg terug niet meer weet. Of niet meer weet wat hij kwam doen. “Zo irritant,” zegt hij daar zelf over.
Precies op deze manier kwam de ziekte aan het licht. Ruim vier jaar geleden was Wout op bezoek bij zijn broer René aan de Spaanse oostkust. Diens huis bevond zich aan één lange weg. Maar toen Wout een ritje maakte, wist hij de weg terug niet meer. In zijn logeervertrek waren de shampoo en tandpasta nog niet gebruikt. Ondanks dat Wout al twee weken in Spanje was. Vergeten.

Wout Holverda was een typische jarentachtigspits. Een behendige linkspoot. Snel. Doelgericht. En verrassend sterk in de lucht. Zijn glorietijd beleefde hij bij Sparta waarmee hij fameuze Europa Cup-wedstrijden speelde. Zoals die tegen Coleraine, Carl Zeiss Jena en natuurlijk Spartak Moskou. Dat zijn geheugen hem steeds mee  in de steek laat blijkt, als Wout vol blijft houden dat hij tegen Spartak Moskou gescoord heeft. “Als we hem ophalen, dan hangen de oudere supporters aan zijn lippen. Wout was een geweldige voetballer en weet nog best wat van vroeger. De reis naar uitwedstrijden gaat snel met Wout erbij,” zegt Peter van der Zwan, secretaris van de supportersvereniging van Sparta. Het is geweldig hoe de Rotterdamse club met haar oude helden omgaat. Er is een klankbordgroep speciaal belast met de toestand van voormalige coryfeeën. Gaat het niet goed, dan komen de fans in actie. Zoals met Wout. Elke week wordt hij opgepikt door een clubje Spartafans. Uit of thuis, Wout gaat mee. De club wilde zelfs woonruimte nabij het stadion regelen zodat hij op Het Kasteel, onder begeleiding, zou kunnen meehelpen. Maar dat was te ver weg van zijn familie in Leiden, de stad waar hij al zijn hele leven woont.
In zijn kamer van ongeveer twintig vierkante meter ligt standaard een agenda, pen en notitieblok. “Ik moet alles opschrijven tegenwoordig, joh,” zegt hij. Met zijn vinger wijst hij naar zondag in de agenda. Sparta-Roda JC. “Dan komen ze me vooraf ophalen. Echt geweldig vind ik dat.” In zijn kamer ligt het kaartje van de wedstrijd tegen Heerenveen. De uitslag staat erop gekrabbeld.  Van der Zwan: “We bewonderen Wout enorm. Sparta is heel belangrijk voor hem. Ondanks zijn toestand houdt hij de moed erin. Toen het minder ging en we chagrijnig in de bus zaten na weer een nederlaag, zei hij lachend: ‘Ach, ik ben het gelukkig morgen weer vergeten.’ Die zelfspot. Dat is typisch Wout. Hij heeft de lach aan zijn kont hangen. Voor ons is hij de knuffelbeer van Sparta. Hij knuffelt met iedereen.” Wout zegt dat hij dat vrolijke mede van oudploeggenoot en ex-international René van der Gijp heeft. “Die liep alleen maar te klooien, joh. Trapte voortdurend lol en nam niks serieus. Dat vond Barry Hughes, toen trainer van Sparta, zo irritant. Ik lachte me rot om hem. Iedereen. Jammer dat hij te vroeg is gestopt. Er had meer ingezeten, want voetballen kon Gijp wel. Hij had veel meer interlands kunnen spelen.”

In de Katwijkse duinen waait het altijd. De drie honden – Spike, Dizzle en Lucky – van Robin Holverda (29) springen in het rond. Wout geniet. De honden zijn gek op hem en de liefde is wederzijds. “Vroeger, in de winkel van m’n vader, hadden we twee pekinezen. Kon eigenlijk niet, want sommige mensen waren er bang van,”
vertelt Wout. Vier jaar geleden verbrak Robin zijn relatie en trok hij tijdelijk bij zijn gescheiden vader in. In een flat op steenworp afstand van Haagwijk. Robin: “Daarvoor woonde er een man bij hem in. Die had in de gaten dat mijn vader niet meer helemaal helder was. In plaats van huur betalen, zei hij: ‘Ik betaal de rekeningen wel.’ Maar dat deed die oplichter natuurlijk niet en mijn pa vergat het. Totdat er een deurwaarder langskwam met een vordering van 13.000 euro. Met hulp van de politie is die persoon eruit gezet en kwam ik erin met de drie honden. Toen was de Alzheimer al begonnen. Maar dat wist ik nog niet. Dus kreeg ik ruzie met hem. Zei ik: ‘Ik ga naar m’n werk pa, ga jij stofzuigen en de was doen?’ Kwam ik thuis, zat-ie nog in z’n badjas. Helemaal niks gedaan. Ik dacht eerst dat hij heel lui was. Nog zoiets: in die flat had ik een tasje opgehangen, op een veilige plek, met werkelijk al mijn belangrijke papieren: diploma’s, jaaropgaves, contracten, noem maar op. Heeft-ie weggegooid toen-ie het vond. Maar ik neem het mijn vader niet kwalijk nu ik weet wat er aan de hand is.”
Wout belt zijn zoon elke dag. Een keer of zes. Al vanaf een uur of zeven ’s ochtends, zegt Robin. Vaak om te vragen hoe het gaat. Als zijn werk het toestaat, pikt Robin zijn vader op en rijden ze naar zijn huis in Katwijk. Minstens tweemaal per week. “Hij blijft ook weleens slapen. Loopt-ie middenin de nacht te spoken. Bij ons op de slaapkamer op zoek naar de wc. Ik lig altijd op ‘waak’ als pa er is. Standaard liggen de honden bij hem in bed. Vinden ze heerlijk. Laatst was hij ze midden in de nacht gaan uitlaten. Moest ik hem zoeken. Mijn eigen schuld. Sindsdien draai ik de deur op slot.
Ik ben ontzettend trots op m’n vader en geniet van alle momenten die ik met hem heb. Wie kan er nou zeggen dat zijn pa profvoetballer is geweest bij prachtige clubs? Je hebt maar één vader, hè? Hij is gek op mij en op m’n hondjes. Lekker lopen in de duinen. Vindt-ie prachtig.” Wout voegt toe dat het in de winter wel een
beetje koud kan zijn.
Dankzij het Ontmoetingscentrum Dementie (OCD) sport Wout nog geregeld. Het OCD maakt gebruik van de gehandicaptenschool aan de overkant van verzorgingstehuis Haagwijk. Daar sporten ze. Darten. Of tafeltennissen. “En dan is mijn vader een darm, hoor. Gaat hij effectballetjes geven. Daar snappen die andere patiënten helemaal niets van. Zoef, springt zo dat balletje weg,” zegt Robin.
Wout schaterlacht: “Toch die winnaarsmentaliteit, hè.”
Robin noemt zijn vader een grapjurk. Want hij maakt dolletjes met iedereen. “Als we op 3 oktober tijdens Leidens Ontzet door de stad lopen, klampen heel veel mensen hem aan. Alsof je met de burgemeester op stap bent. Allemaal joviaal en Wout knuffelt met iedereen. Maar als ze weg zijn, vraagt hij aan mij wie het waren. Dat vind ik ook voor die mensen vervelend.”
Wout: “Ja, ik laat het niet merken hoor, maar ik wil toch weten wie het waren.”

Sparta, Fortuna Sittard en HFC Haarlem waren in de jaren tachtig prominente clubs in de eredivisie. Wout speelde er 222 competitiewedstrijden voor, waarin hij 74 keer scoorde. Eenmaal ontving hij een uitnodiging voor het Nederlands elftal, van bondscoach Kees Rijvers. Op 14 maart 1984 speelde Oranje in Amsterdam tegen Denemarken. Het werd 6-0 en vanwege het spitsenoverschot (Wim Kieft, René van der Gijp, Peter Houtman) kwam Wout niet in actie. Maar trots op die ene uitverkiezing is hij zeker weten. Om dat verleden niet te vergeten, hangt zijn kamer vol met prachtige relikwieën. Foto’s, shirts, sjaals; noem maar op. Een shirt van het Nederlands elftal verwijst naar die ene interland, waarvan Wout vertelt dat hij nummer ‘10’ droeg…
Zijn kamer in het verzorgingstehuis is warm gestookt en dat Wout graag een sigaretje wegpaft, ontgaat de zintuigen niet. Vier flessen bitter lemon staan er in de koelkast. En nog eens vier in de badkamer. Twee daarvan in het raamkozijn. En twee achter het gordijn, bij de douche. “Ik ben gek op dat spul. Er zit alleen veel suiker in. Kijk maar,” zegt hij terwijl hij naar z’n buik wijst. “Als ik op mijn buik ga liggen, rol ik vanzelf terug naar mijn rug!”
Wout lacht. Zoals hij bijna altijd lacht, want hij is een vrolijke man. We bladeren door een van zijn plakboeken. Van voetbal weet de ooit zo gevreesde aanvaller nog behoorlijk wat. Hoe verder terug, des te meer hij weet. Hij laat een artikel zien. ‘Koppen is slecht voor het geheugen,’ luidt de kop. “Dat was een benefietwedstrijd voor mij op het veld van Rijnsburgse Boys. Mooi hè.”
Sparta Legends en Lucky Ajax speelden tegen elkaar. De opbrengst ging naar Alzheimer Nederland. Wout laat een foto zien van zijn trainer Bert Jacobs. “Ik ben met hem naar Fortuna gegaan.” En een elftalfoto van het succesvolle Sparta, waarop Rob Baan, Louis van Gaal, Ronald Lengkeek, Ron van den Berg, Wout, Bas van Noortwijk, Michel Valke en Robert Verbeek staan. “Seizoen ’83-’84, dat was mijn topjaar. Ik maakte meer dan twintig goals en we speelden Europees voetbal. Dankzij het voetbal heb ik driekwart van de wereld gezien. Ik ben in Amerika geweest, in Canada en op Jamaica. En overal in Europa. Hier, moet je deze foto zien.”
Denk je veel over jouw ziekte na?
“Ik probeer het zoveel mogelijk, hoe zeg ik dat nou, te vermijden. Door al die foto’s en zo. Dat helpt. Ik ben er niet blij mee.”
Merk je dat je langzaam achteruitgaat?
“Nou, ik vind dat het te snel gaat. Dat vind ik zo irritant. Dat ik dingen vergeet. Het hoort bij mijn ziektebeeld. Er is geen medicijn tegen.”
Je hebt het veel over je kinderen Robin en Melissa, over vroeger, over voetbal. Je weet nog veel.
“Ja natuurlijk, dat zijn dingen van ‘o ja’. Daarom hangen al die foto’s aan de muur. Kijk maar. ‘Koppen is slecht voor het geheugen.’ Hebben ze een artikel over me geschreven. Het wordt bij mij alleen maar slechter. Dat vind ik niet leuk. Want ik wil nog niet dood. Dat is het einde van dementie. Je wordt helemaal raar. Ik raak
weleens de weg kwijt. Ik vergeet dan dingen.”
Dus je komt weleens ergens zonder dat je weet waarom?
“Ja. Dan sta ik ergens en denk ik: wat kom ik hier in vredesnaam doen? Ga ik maar weer naar huis.”
Kijk je vaak voetbal op tv?
“Elke dag! Voetbal is goed om naar te kijken. Het is mijn medicijn.”
Hoe wil je herinnerd worden?
Na een lange stilte. “Als een lieve man. Want ik ben ook lief.”
Hij lacht. Weer stilte. “Ja, wat moet ik hierop zeggen? Ik kon goed voetballen. Je ziet wat er aan de muur hangt. Schrijf dat maar op.”
Zijn mooiste goal vindt hij de treffer tegen Feyenoord. Want, en Wout zegt het een paar keer: “Sparta is de club van Rotterdam. Tegen Feyenoord zijn ze extra lekker en deze zat er goed in, toch?”
Dat is zeker zo. De treffer is op YouTube terug te zien. Wout omschrijft zijn glorietreffer: “Over links erlangs op snelheid en schieten in de korte hoek. Met links. Dat was mijn specialiteit, die korte hoek. De keeper rekende daar niet op. Ik was heel gemeen daarin.”
Robin zag zijn vader nooit voetballen. Andersom is dat wel zo. Zijn zoon liep stage bij Sparta, maar de club zag meer in Marvin Emnes, die nu bij Blackburn Rovers speelt. Robin, ook een linksbenige aanvaller, haalde de top van het amateurvoetbal en speelt nu bij VV Leiden in een vriendenteam.
Robin: “M’n vader is er altijd vroeg bij op zaterdag. Belt-ie op: ‘Kom je me wel halen?’ Ik haal ’m altijd. Dan neem ik mijn meissie mee. Dat moet wel want als m’n pa op zo’n veld gaat dwalen, dan ben je ’m ineens kwijt. Laatst stond-ie ook weer bij een ander elftal te kijken. Hij zegt elke keer dat ik nog naar Quick Boys kan. Maar ik ben 29, pa. Het is wel mooi zo.”
Wout: “Ik ben op m’n 31ste gestopt. Jij lijkt als voetballer totaal niet op me.”
Robin: “Ik kan niet tegen onrecht. Dat wordt toch vaak bepaald door een scheidsrechter. Dat heeft me wel wat kaarten gekost in m’n carrière. Jij kreeg nooit een kaart.”
Wout: “Nee. Geen gele en geen rode. Helemaal niets. Jij bent eigenwijs. Soms te. Ik was een nette voetballer. Jij hebt een andere stijl. En je bent dertig centimeter langer!”
Robin: “Maar ik kan niet zo goed koppen als jij dat kon!”
Wout: “Als ik sprong, kwam de onderkant van m’n schoenen op schouderhoogte bij mijn tegenstander. Zo hoog kon ik springen. Dat was mijn specialiteit. Mijn geluk.”
Robin: “Ik vind het jammer dat ik m’n vader nooit live heb zien spelen. Daarom wilde ik vroeger jong kinderen. Om ze dat wel te geven. Maar we konden geen kinderen krijgen en ik redde het profvoetbal niet. Dat ze van Sparta hem elke week komen ophalen, daar geniet hij enorm van. Dat heeft hij toch maar mooi overgehouden aan z’n carrière.”
Wout: “Soms zijn de uitwedstrijden enorm vermoeiend. Groningen-uit…”
Robin: “Maar waarom zeg je dan AZ af en ga je wel mee naar Tilburg?”
Wout: “Nou, dat is ook maar een uurtje, hoor. Daar ben je zo.”
Robin: “Soms verzin je weleens dingen pa, je krijgt een rijke fantasie. Heb je dat in de gaten?
Wout: “Nee.”
Vind je het vervelend om dit te horen?
“Ik weet het niet. Ik ben het straks toch weer vergeten. Maar ik weet nog wel dat ik wat vergeet en dat is zo vervelend. Dan zit ik alleen in m’n kamer en schreeuw ik: ‘Verdomme, waarom weet ik het niet meer!’ Ik vind het zo waardeloos om alles te vergeten.”

Boven op zijn kamer komen de plakboeken weer tevoorschijn. Wout laat een beeld zien uit Sparta-Roda JC. ‘Holverda kopt raak,’ luidt het fotobijschrift. Op de foto is te zien hoe hoog hij springt. “Het gaat ongemerkt dat je alles vergeet. Ik vergeet vooral de dingen van vandaag de dag. Ik kan er niks aan doen. Maar ik schrijf alles op. Anders weet ik het niet meer.”
Hij slaat weer een pagina om. “Kijk, de oude Schietribune. Ik heb er veel last van. Het is zo irritant. Ik kan er niet tegen om dingen te vergeten. Vroeger wist ik alles. Dat is nu gewoon weg. Nou ja, gewoon is het niet. Ik vergeet alles door dat vele koppen. Ik ben bij het VUziekenhuis geweest in Amsterdam. Daar is een scan gemaakt van mijn hoofd en geconstateerd dat ik Alzheimer heb. Mijn hersens zijn verzakt. Vroeger waren die ballen van leer. Die zogen alleen maar water op en waren loodzwaar. Als je dan je kop er tegenaan zette, gebeurde er iets met je hersenen. Maar ja, ik word opgehaald door Sparta, dat vind ik geweldig. Fortuna is te ver weg, daar kom ik niet meer. Ik moet alles opschrijven anders vergeet ik het. Dat is heel vervelend. Zal ik nog een foto laten zien?”
Wat zegt de arts?
“Die zegt dat het alleen maar slechter wordt. Nou ja, ik zal wel een keertje doodgaan. Dat gaan we allemaal. Op wat voor manier, dat weet ik niet. Misschien ben ik dan zo aan het dementeren, dat ik het niet eens weet.”
Heb je daar een wens voor?
“Ik heb het wel opgeschreven, ja, het ligt bij m’n bewindvoerder. Ik heb laten opschrijven dat als ik zo zwaar aan het dementeren ben, dat ze mij dan maar een spuitje moeten geven. Dan kan je niks meer, weet je niks meer en ben je helemaal de weg kwijt. Dat wil ik niet. Hier, 125 jaar Sparta. Mooi boek, hè?”

 

Delen: