Word abonnee

Voetbal

‘Hier is geen protocol voor’

Dirk-Jan van Dijk

Voetbal

‘Hier is geen protocol voor’

door: Barbara & Frits Barend
20 januari 2020
23 tot 28 minuten lezen

Het leven van Patrick Lodewijks wordt nooit meer hetzelfde sinds 29 april 2015. Op die dag overleed zijn vrouw Yvonne, moeder van hun drie dochters, tijdens een verkeersongeluk. Estelle Ross verloor vijf weken later, op 2 juni 2015, ook onverwachts, haar man. Het noodlot bracht hen samen. In Liverpool vertellen ze hun emotionele verhaal.

Hij stond jarenlang onder de lat bij PSV, FC Groningen en Feyenoord. En na zijn actieve carrière werd hij keeperstrainer van Feyenoord en Oranje. In 2014 vierde hij zijn 25-jarig huwelijksfeest met zijn Yvonne, de vrouw met wie hij drie prachtige dochters kreeg. Kortom, het leven lachte Patrick Lodewijks en zijn gezin toe.
Tot 29 april 2015. Yvonne kwam bij een verkeersongeval om het leven. Ze werd slechts 46 jaar. Precies vijf weken later, op 2 juni, werd Estelle Ross weduwe. Haar man, vader van hun tweeling, overleed geheel onverwacht aan een hartaanval.

“Mijn wekker ging altijd om kwart voor zes, zes uur. Uit bed, douchen en dan om de spits te vermijden van Eindhoven naar Rotterdam. Uitgerekend die ochtend werd ik wakker vóór de wekker,” zegt Patrick Lodewijks, “normaal gesproken werd Yvonne ook altijd even wakker, dan gaf ik haar een kus en dan ging ik.
Yvonne lag heel diep te slapen. Ik dacht: als ik haar nu een kus geef, wordt ze wakker. Daarvan heb ik later heel veel last gehad.
Ik was om halfacht in Rotterdam, zat voor een interview in de persruimte bij Feyenoord. Sarith Hazi, de secretaresse bij Feyenoord, kwam binnen en zei: ‘Ik heb je oudste dochter Naomi aan de telefoon.’ Het was rond negen uur. Ik zag aan Sarith dat er iets ergs was. Mijn eerste gedachte was: er is iets met mijn moeder die in die periode ziekenhuis in, ziekenhuis uit ging. Naomi zei meteen: ‘Papa, mama heeft een auto-ongeluk gehad en is daarbij overleden.’ Ze zei het meteen zo. En dat was natuurlijk ook goed. Wat moest ze anders? Ik schreeuwde ‘nee, nee’. Ik ben wezenloos op de grond gaan zitten. Toen het even stil was, riep Naomi: ‘Pap, pap, zeg wat, zeg wat!’ Het eerste waar ik aan dacht, was aan de kinderen. Ik wilde zo snel mogelijk naar ze toe. Naomi was nog thuis en had het gehoord omdat de politie aan de deur kwam. Mijn tweede dochter Róbin was op het werk, onze jongste Yentl zat in Maastricht op de universiteit. De eerste die ik belde, was de broer van m’n vader, ome Ben, omdat hij rustig blijft onder alle omstandigheden. Rond het overlijden van mijn vader is hij ook zo’n steun geweest. Naomi vertelde me dat Yvonne na het ongeluk naar het St. Anna ziekenhuis was gebracht en dat iedereen daar naartoe zou gaan. Ik wist dat ik er nooit zou kunnen zijn voordat mijn kinderen daar waren. Toen heb ik gezegd: oom Ben, zou jij vast naar het ziekenhuis kunnen gaan en de kinderen opvangen? ‘Natuurlijk,’ zei hij. Vervolgens heb ik Naomi weer gebeld. Naomi was toen 24. Zij heeft het die dag misschien het  moeilijkst gehad. Zij was het die de vreselijke boodschap aan haar zussen overbracht. Ze was alleen thuis. Behalve twee attente agenten die aan de deur stonden, was er niemand voor haar.
Naomi heeft eerst Yentl, die toen negentien was, gebeld. Yentl was in de bibliotheek van de universiteit toen ze het verschrikkelijke nieuws kreeg. Ze was met de auto, maar kon natuurlijk niet zelf terugrijden. Zij is, samen met haar vriendin, door de politie naar huis gebracht. Naomi moest het ook onze middelste dochter Róbin, toen 21, gaan vertellen. Zij was aan het werk in het Novotel bij Eindhoven Airport en Naomi wilde het haar niet over de telefoon vertellen.
Naomi heeft haar vriend Joey gebeld en die is gelukkig meteen gekomen. Samen reden ze naar Róbin in het Novotel. Dat is normaal gesproken een kwartiertje rijden, maar door het ongeluk van Yvonne was de A2 afgesloten, daar stond een traumahelikopter op.
Róbin zat in een aparte ruimte toen Naomi aankwam. Het eerste wat Róbin dacht: er is iets met papa. Ik zat natuurlijk heel vaak op de weg, ze had nooit gerekend op mama. Als Naomi twee minuten later was geweest, had Róbin op internet gelezen dat haar moeder was overleden. Daarover heb ik me heel boos gemaakt. Omroep Brabant heeft het meteen gebracht en dan schijnt het nieuws belangrijker te zijn dan de vraag of de directe nabestaanden allemaal op de hoogte zijn. Ik heb geprobeerd het daarover te hebben met Omroep Brabant, maar uiteindelijk had ik daar de energie niet voor. Ik heb een mail gestuurd, maar daar heb ik niks meer op gehoord. Die scoop is blijkbaar belangrijker.”

“Bas van Noortwijk, de teammanager van Feyenoord, en Sarith, zeiden meteen dat ik niet mocht rijden. Zij reden. Jan Mastenbroek, manusje van alles bij Feyenoord, is met zijn auto achter ons aangereden om hen weer mee terug te nemen naar Rotterdam. Die autorit was een ramp. Ik heb in de auto m’n zus gebeld. Toevallig was mijn moeder bij haar. M’n telefoon ontplofte, het stond op internet. Iedereen ging me, goed bedoeld natuurlijk, berichten sturen, ook met de vraag: ‘Is het echt waar?’
Alles spookte door m’n hoofd. In juli 2014 waren we 25 jaar getrouwd. We waren in december 2014 met de kinderen en met vriendjes en vriendinnetjes met Kerst negen dagen naar Kaapverdië gegaan, dat was de laatste vakantie samen.
Yvonne was geen typische voetbalvrouw. Ze had een soort van geldingsdrang, heeft altijd gewerkt, elf jaar een eigen zaak gehad. We waren echt schoolgeliefden. Het
was zo mooi dat we samen een heel traject hebben afgelegd. We zijn heel jong uit Eindhoven naar Groningen gegaan, allebei zo groen als gras. Als we bonje hadden, hadden we bonje om de bemoeienissen van beide ouders. Vervolgens hebben we het op onze eigen manier gedaan. We hebben altijd veel gepraat, ook met de kinderen. Het altijd blijven communiceren, interesse tonen in elkaar, behulpzaam zijn voor elkaar, het leek of wij door de jaren heen alleen maar dichter naar elkaar toe waren gegroeid.
Thuis kon ik Yentl opvangen die ook net aankwam. We hielden elkaar stevig vast en huilden. Daarna gingen we meteen naar het ziekenhuis, naar Naomi en Róbin.
We mochten nog niet naar Yvonne toe. Op een of andere manier had ik nog steeds hoop, was er nog steeds iets in me dat zei dat het niet waar was. Ik had Yvonne immers nog niet gezien. We zaten in zo’n familiekamer. Ome Ben en m’n tante waren er, mijn moeder en ook André Ooijer en z’n vrouw Joyce, met wie we de avond ervoor nog hadden gegeten, kwamen. Mijn zus en haar man waren er ook met hun kinderen.
De arts van Feyenoord, Casper van Eijck, belde. Hij had met de trauma-arts gesproken, zei: ‘Ik kan je vertellen wat er is gebeurd.’ Ik antwoordde: vertel maar. Casper zei: ‘Voor wat het waard is, maar ze heeft bij de botsing onmiddellijk haar nek gebroken. Het licht is uitgegaan en ze heeft er niks van gemerkt.’
Vervolgens kwam er iemand van de politie binnen en hij gaf de telefoon van Yvonne aan me… Dat was het moment dat ik zeker wist dat het zo was. Ik werd gevraagd mee te komen om Yvonne te identificeren. Dat is heel hard, maar dat moet nu eenmaal. We zijn met z’n vieren gegaan, mijn dochters en ik. Het gordijn was nog dicht.
Daar lag ze dan, de vrouw met wie ik de avond tevoren nog vakantieplannen had doorgenomen, met wie ik nog had gelachen omdat er een spin onder de bank vandaan kroop waardoor zij bovenop de leuning van de bank sprong. De vrouw van wie ik ‘s ochtends voor m’n gevoel geen afscheid had genomen, omdat ik ervan uitging dat we ‘s avonds gewoon weer met elkaar aan tafel zouden zitten. Yvonne lag in bed, de schouders bedekt, op een kussen, alsof ze sliep. Alleen als je haar aanraakte, wist je dat ze niet sliep. Ik moest haar identificeren, kreeg haar spullen in een plastic zakje waar de glasscherven nog in zaten en moest tekenen. De meiden zaten natuurlijk ook helemaal stuk. Die beelden hoopte ik nooit mee te maken. Het hoort zo te zijn dat je als ouder eerder gaat, maar wel op een moment dat je denkt dat de kinderen hun leven op orde hebben.
Daarna was het: mezelf bij elkaar rapen, terwijl de vraag ‘wat nu’ maar rond bleef zingen. Het enige wat ik wist: Yvonne zou die avond nog naar huis komen. Dat wilde ik. Ze was betrokken geweest bij een zwaar auto-ongeluk, maar het enige wat je daarvan zag, was een snee in haar been en twee pleisters om haar vinger. Aan de ene kant was dat natuurlijk fijn, dat was ook de reden dat we haar mee naar huis konden nemen.
Yvonne werd rond zeven uur ’s avonds thuisgebracht. Ik had van tevoren samen met André de serrekamer klaargemaakt zodat ze daar kon liggen, op koelplaten op zo’n draagbaar. Toen kwamen ook al de eerste bloemstukken binnen. Onze beste vrienden zijn allemaal gekomen.
We hebben ook een wijntje gedronken. Ik had het idee dat ik nog wel twee flessen had kunnen drinken, want ik merkte er niks van. Op een gegeven moment zijn de meiden wel gaan slapen, die vrienden zijn tot een uur of vijf ’s nachts gebleven. Ik ben om halfzes gaan slapen en was om halfzeven weer wakker. Toen ik wakker werd, was er heel even een moment dat ik dacht: is het wel echt zo?”

“In de week dat Yvonne thuis was, heb ik geen boodschappen gedaan of eten hoeven koken. Onze vrienden en mijn zus waren er gewoon, kwamen met broodjes. De hele week zijn ze gebleven en hebben ze het hele huishouden gedaan. Soms was het huis bomvol. Yvonne had een groot sociaal leven. Vrienden van onze meiden
waren er ook, die zaten allemaal buiten op de grond. Het was mooi weer in die week. Tegelijkertijd waren mijn dochters en ik bezig met dat wat we moesten regelen rond de uitvaart. Gelukkig wist ik een heleboel dingen die Yvonne wilde. Een halfjaar voordat Yvonne overleed, overleed het beste vriendinnetje van Róbin, Michelle, door een scooterongeluk. Haar hele vriendinnengroep is toen veel bij ons geweest. We hebben destijds met elkaar besproken wat wij zouden willen als we zouden komen te overlijden. Yvonne had een briefje geschreven dat ze gecremeerd wilde worden. Ik kende haar muziekkeuze, wist dat ze geen kerkdienst wilde en geen koffietafel met oude koffie en slappe broodjes van de vorige dienst, maar een feest. ‘Mijn leven moet gevierd worden met een hapje en een drankje.’
Een normaal crematorium zou te klein zijn voor de uitvaart, daarom kozen we uiteindelijk voor een afscheid in het Parktheater en de crematie in besloten kring. Alles moest perfect zijn en geen chaos, dat er geen plek meer zou zijn omdat het te druk was. Mijn  dochters en ik hebben bedacht hoe we het wilden. Feitelijk heeft André Ooijer simpel gezegd alles wat er gedaan moest worden geregeld, samen met zijn vrouw Joyce. Zij en onze goede vrienden Ruud en Peet, Chris en Annet, Ron en Ruud en Kees en Miriam Ploegsma en mijn zus en zwager waren er gewoon voor ons.
Toen ze verplaatst werd van de draagbaar naar de kist veranderde er iets, daar hadden ze ons al voor gewaarschuwd. Hoe verdrietig ook, op een gegeven moment stond ik naast Yvonne en zei: het is goed dat je gaat. We hebben haar uiteindelijk het huis uit gedragen. Mijn dochters hebben niet gedragen, dat hebben we met de mannen gedaan.
Yvonne is op 6 mei, gecremeerd. Het Parktheater zat helemaal vol tijdens de uitvaartdienst: familie, vrienden, oud-klasgenoten, veel mensen uit de voetbalwereld. De hele selectie en staf van Feyenoord was er, net als de staf van Oranje. In totaal waren er ongeveer 1000 mensen, een heel gemêleerd gezelschap. We hebben een aantal sprekers gehad, alle drie de kinderen en ik hebben ook gesproken.
Ik had de mensen van Feyenoord TV gevraagd om te filmen, voor als ik het zou willen terugkijken met de kinderen. Fotograaf Hans van Tilburg heeft alle foto’s gemaakt. Heel veel mensen hebben ervoor gezorgd dat het een heel mooi afscheid is geworden. Ik wist ook dat Yvonne wilde dat er informeel zou worden gecondoleerd. Je hebt soms gewoon de behoefte om even met iemand wat langer te praten, dat is lastiger als je met z’n allen in een rij staat. Het zorgde er ook voor dat onze meiden meteen naar hun vrienden en vriendinnen konden.
Graziano Pellè, Ronald en Erwin Koeman en Jan Kluitenberg waren uit Engeland overgekomen, zij moesten hun vlucht halen en kwamen na de dienst meteen naar ons toe gelopen. Graziano kuste de meiden en ik zag de vriendinnen van de meiden meteen kijken van: wauw, een kus van Graziano. Dat zorgde ook meteen voor ontspanning en dat was ook goed om te zien.”

De supporters van Feyenoord en PSV hebben ook zo respectvol gereageerd. Op een gegeven moment stonden er om tien uur ‘s avonds 150 supporters van Feyenoord bij me op de oprit om hun medeleven te betuigen. De PSV-supporters wilden naar het Parktheater komen. De supportersgroepen hebben met elkaar overlegd: wat er ook gebeurt, er zouden geen gekke dingen gebeuren. Toen wij uit het Parktheater reden, stonden de Feyenoorders en PSV-ers naast elkaar. André heeft dat, samen met André Coensen namens de PSV-supporters en Jan de Knecht namens de Feyenoordsupporters, allemaal gecoördineerd. Ik heb van Feyenoord alle ruimte
en medewerking gekregen, mocht zelf bepalen wanneer ik weer zou beginnen. We hadden toen die lastige periode dat we zeven wedstrijden achter elkaar verloren, maar er is nooit druk op mij uitgeoefend.
Ik ben een keer teruggegaan en heb de jongens in de kleedkamer toegesproken en bedankt voor hun medeleven. En we zijn naar de eerste thuiswedstrijd na het ongeluk gegaan. Op 10 mei was Moederdag, een dag later was de wedstrijd met voorafgaand een minuut stilte. We zijn met m’n dochters, hun vrienden en onze naaste vrienden gegaan. Een sponsor had zijn box beschikbaar gesteld. Er was enorm veel belangstelling voor ons, maar al die tv-programma’s als Hart van Nederland hebben onze wensen  gerespecteerd. FOX heb ik via producer Martine van der Sar gevraagd of wij niet in beeld zouden worden gebracht. Dat is ook allemaal gerespecteerd.
Ik wilde er in het begin alleen maar voor de kinderen zijn. Ik redeneerde: als die grote zilverrug op de rots rechtop blijft zitten, dan blijven zij dat ook wel. Het enige dat ik dacht was: ik moet zorgen dat ik m’n kinderen op de rails houd, dus ik moet sterk voor hen zijn. Ik viel in een paar dagen tijd acht kilo af van de stress en omdat ik gewoon geen behoefte had om te eten. Ik rookte twee pakjes sigaretten per dag en dronk koffie. Ik zat in m’n stoel, daar heb ik zes weken
lang bijna alleen maar in gezeten.
Op 11 juni kreeg ik een pakketje thuisgestuurd met een boek daarin. M’n eerste reactie was: welke pannenkoek stuurt mij nou een boek, alsof dat helpt. Er zat een brief bij en het boek en de brief bleken van journalist en presentator Tim Overdiek. Zijn vrouw Jennifer was in 2009 ook omgekomen bij een ongeluk.
Ik had bij Tim in dienst gezeten, 28 jaar eerder, alleen wist ik dat niet meer. Tim schreef me wat er met z’n vrouw Jennifer was gebeurd en dat hij daar een boek over had geschreven. Hij is een lotgenoot. Hij schreef: ‘Nu kun jij je er nog geen voorstelling van maken, maar het wordt echt beter. De herinneringen die nu nog pijn doen, worden mooie herinneringen die je de rest van je leven meeneemt.’
Zijn boek heeft me geholpen. Ik ben echt heel verdrietig geweest, heb heel diep gezeten, maar ik ben het gevecht wel aangegaan omdat ik voor de meiden een voorbeeld wilde zijn. Ik merkte op een gegeven moment dat ik weer wat moest gaan doen. Mijn lichaam vroeg daar ook om, dus ik ben ook weer gaan sporten. Dat deden we de laatste jaren samen, Yvonne en ik. De eerste keer dat ik de sportschool binnenkwam zag ik voor m’n gevoel overal Yvonne en dacht: ik ga hier weg, kom hier nooit meer terug. Toen zei een van m’n sportleraren: ‘Waarom ga je niet boksen?’ Dat was de aanleiding om twee keer in de week te gaan boksen. Daarin kon ik m’n boosheid en frustratie kwijt. En na de eerste keer boksen met Ruud van Nistelrooij realiseerde ik me dat ik voor het eerst even niet aan Yvonne had gedacht.
Toen ik voor het nieuwe seizoen, in de zomer van 2015, terugkeerde bij Feyenoord, realiseerde ik me dat ik in een uitzonderingspositie zat. Er zijn genoeg mensen die hetzelfde hebben meegemaakt en die al na twee weken weer door moeten. Eind augustus, vier maanden na het overlijden van Yvonne, besloot ik te stoppen bij het Nederlands elftal omdat ik meer bij de meiden wilde blijven.
De kinderen kwamen ineens met dingen waarmee ze normaal gesproken naar hun moeder gingen en toen ineens naar mij kwamen. Ik werd papa en mama in één. Wij zijn goed in protocollen schrijven, maar hier is geen protocol voor.
In die weken dat ik thuis was, hield ik een dagboek bij. Er waren ook momenten dat ik dacht dat ik gek werd. Dan liep ik naar de keuken en dacht als ik er was, wat doe ik hier? Vervolgens liep ik terug naar de kamer en dacht: o ja, dat wilde ik hebben uit de keuken. Maar weer in de keuken was ik het opnieuw vergeten.”
Estelle heeft een uur lang stilletjes geluisterd, zegt dan: “Dat noemen ze rouwdementie. Ik ging boodschappen doen en dan deed ik de achterklep open en stonden de boodschappen daar nog van de vorige keer. Die had ik helemaal niet uit de auto gehaald.”

“Mijn man, de vader van onze tweeling, is totaal onverwacht overleden aan een hartstilstand. Onze jongens waren tien,” zegt Estelle Ross. “Er zijn heel veel parallellen met Patrick en Yvonne. Mijn man, hij heette ook Patrick, was in Boedapest voor z’n werk. Het gebeurde op 2 juni ’s avonds laat, maar ik hoorde het pas op 3 juni, ook een woensdag, precies vijf weken na het overlijden van Yvonne.
Mijn man en ik hebben het nog over het ongeluk van Yvonne gehad, over een jonge vrouw die overleed en hoe afschuwelijk het was dat haar man alleen achterbleef met drie dochters. En vijf weken later bleef ik zelf achter met twee zoons van tien… Ik was gelukkig geen ‘bekende’ weduwe, hoewel in mijn omgeving iedereen het ook wel wist. Ik zag mensen geregeld twijfelen of ze me wel of niet moesten aanspreken. En achteraf realiseer ik me dat wij – weduwen en weduwnaars – ook een lastig volkje zijn om mee om te gaan. De ene dag haal je wel troost uit die schouderklop en de volgende dag sta je er echt niet op te wachten. De lat ligt steeds anders en het is voor onze omgeving haast niet te doen om dat aan te voelen.
Door de kinderen kwamen er thuis al snel weer vriendjes over de vloer en er werd weer afgesproken, gespeeld, gevoetbald en gelachen. Dat heeft mij er in die tijd ook wel doorheen gesleept. Ondanks mijn verdriet had ik al snel een rotsvaste overtuiging dat ik het zou gaan redden. Ik wilde niet dat m’n kinderen later zouden terugkijken en denken: nadat papa was overleden, was mama altijd verdrietig.”
Patrick: “Al heel snel kwam ik erachter dat ik een gedeelte van m’n rouwproces kon delen met iemand die hetzelfde had meegemaakt.  We kenden elkaar niet en toch werden we snel heel privé. We deelden ervaringen die we bij niemand kwijt konden.”
Estelle: “Zo werd ik ook voor de keus gesteld of ik m’n man nog wilde zien. Hij arriveerde pas de dag voor de uitvaart in Nederland,  tien dagen na zijn overlijden. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om hem nog te zien. Alleen. Ik vond het onverantwoord om de kinderen mee naar binnen te nemen. Mijn ene zoon wilde sowieso niet meer kijken, maar zijn broertje was juist heel boos dat ik hem de kans ontnam om papa nog één keer te zien. Dat vond ik toen heel moeilijk, die beslissing. Daarover heb ik nog met een kinderpsychologe gesproken, of ik dat verstandig had gedaan. Over dat soort beslissingen hebben Patrick en ik het ook gehad. Hij herkende dat. Dat hielp, daar haalde ik veel steun uit.”
Patrick: “We spraken af om een keer een kopje koffie te drinken en een hapje te eten. Ik heb het meteen mijn meiden verteld, heb ze uitgelegd hoe de situatie van Estelle was. Het werd wat moeilijker voor de meiden toen na verloop van tijd bleek dat er wel iets meer was dan alleen gezamenlijk verlies. Ik had best veel met Estelle gesproken en ineens was er dat moment waarop ik haar aankeek en dacht: wat ik nu voel, daar had ik even niet op gerekend.”
Estelle: “We kregen daar ook weer heel veel energie van en dat was in het verdriet natuurlijk ook heel fijn, maar tegelijkertijd vonden we allebei dat het eigenlijk niet mocht. Dan dacht ik: ik zit hier ineens met een andere man in de auto. Op weg naar een etentje. Ik had 25 jaar altijd alleen met mijn eigen man zoiets gedaan. En voor Patrick gold hetzelfde.”
Patrick: “Het voelde als vreemdgaan. Daar hadden we allebei last van. Voor mijn meiden voelde het als een soort van verraad naar hun moeder als ze het oké zouden vinden. De loyaliteit naar hun moeder toe, zoals de jongens van Estelle naar hun vader hadden.
We zijn met elkaar blijven praten. Het was lastig, we probeerden het zo goed mogelijk voor de kinderen te doen. Ik probeerde het zo te doen dat ik ze geen pijn deed, maar ergens kon het niet anders. Natuurlijk deed het de meiden pijn. Het was heel dubbel voor hen, want ze wilden zeker niet de papa terug van de eerste maanden na het overlijden van Yvonne.”
Estelle: “Toen Patrick vorig jaar het aanbod van Ronald Koeman kreeg om keeperstrainer van Everton te worden, heb ik meteen gezegd: dat moet je doen. Zijn meiden hebben ook meteen gezegd: ‘Pap, dat moet je doen.’ We wisten toen natuurlijk nog niet zo goed hoe het met ons verder zou gaan, maar ondanks dat had ik er
wel vertrouwen in dat het goed zou komen.”
Patrick: “Feyenoord is heel goed voor me geweest. Toch leek het me goed om Nederland te verlaten. Overal waar ik met Feyenoord kwam, werd ik er, goed bedoeld
overigens, mee geconfronteerd. In Engeland was ik anoniem. Het enige dat ik heel vervelend vond, was dat ik geen afscheid kon nemen van de supporters die ons zo gesteund hadden. We waren vrij met Everton toen vorig seizoen Feyenoord – PSV werd gespeeld. Ik  dacht: mooier kan niet, dan kan ik zowel de supporters van Feyenoord als die van PSV bedanken. De supporters van PSV hadden op 30 augustus 2015, tijdens de eerste PSV-Feyenoord na het overlijden van Yvonne, een groot spandoek in de 68e minuut ontrold met de tekst: ‘Patje, samen staan we sterk.’ Op het spandoek stond een hart met daarin de naam Yvonne. Yvonne is geboren in 1968. Ik was zo geraakt.
Ik kreeg te horen dat ik wel welkom was om naar de wedstrijd te komen, maar dat er geen afscheid van mij werd genomen op het veld, omdat dat het te veel impact zou hebben op de spelers en het publiek en de sfeer in het stadion. Feyenoord kon voor het eerst in lange tijd  kampioen worden en niets mocht dat grote doel in de weg staan. Dat was een besluit, zoals technisch directeur Martin van Geel tegen mij zei, van de directie en technische staf. Ik vind het heel erg dat Feyenoord er geen enkel moment stil bij heeft gestaan wat het voor  mij betekende de supporters te kunnen bedanken na alles wat ze voor ons hadden gedaan. Ze hebben het niet meegemaakt, denk ik dan altijd maar, dus ze weten niet hoe het voelt.
Ik heb een mail gestuurd met op het einde: ‘Voel niet de verplichting om hierop te reageren.’ Ik heb ook nooit antwoord gekregen. Waarom ik dit per se wil zeggen is omdat ik van meerdere kanten signalen krijg dat mensen het gevoel hebben dat ik bij Feyenoord met de noorderzon ben vertrokken, dat ik alles wat ze voor me hebben gedaan maar voor lief heb genomen. Ik merk dat ik er nog steeds last van heb dat ik geen afscheid heb kunnen nemen.”

Patrick: “Toen ik met Estelle omging, hadden sommige mensen volgens mij het idee: nu gaat het wel goed met hem, dus hij is Yvonne vergeten. Dat slaat helemaal nergens op. Het een sluit het ander niet uit, het is gebleken dat twee sporen naast elkaar kunnen lopen, een spoor van verdriet en een spoor van hoop.
Ik ben zo enorm trots op onze meiden. Hoe zij zich door de afgelopen tweeënhalf jaar heen hebben geslagen. Naomi heeft haar HBO-studie afgerond en is nu store manager bij Douglas, Róbin is weer naar school gegaan en volgt nu een HBO-opleiding Sociale studies. En Yentl studeert geneeskunde en heeft in juni haar bachelor gehaald.
Die meiden hebben enorme bergen moeten beklimmen. Er is in hele korte tijd veel veranderd. Ik vertrok naar Engeland waardoor de meiden in feite in anderhalf jaar tijd hun papa en mama verloren, mama leeft niet meer en papa woont in Engeland. Dat was voor iedereen een situatie die we van tevoren niet konden overzien. Dit was voor iedereen een moeilijke periode, maar ook daar hebben we ons doorheen geslagen. Ik ben daar Ronald Koeman ook dankbaar voor. Hij vroeg vaak hoe het met ons was en gaf mij geregeld een extra dag vrij om even naar huis te gaan om de meiden even in de ogen te kijken. Facetime is fijn maar echt bij elkaar zijn… daar kan niks tegenop. Na het ontslag bij Everton leefden al onze kinderen echt met ons mee, ze vonden het oprecht heel naar voor ons. Maar we merkten beiden dat ze het ook wel fijn vonden dat we weer zo snel mogelijk naar Nederland zouden terugkomen.
Ik ben helaas niet uniek in wat mij is overkomen. Elk jaar verliezen achttienduizend mannen hun vrouw. Wat ik die mannen mee wil geven is wat Tim Overdiek destijds aan mij schreef: ‘Het wordt echt beter. Nooit meer hetzelfde, voor altijd anders… De herinneringen die nu nog pijn doen, worden mooie herinneringen die je de rest van je leven meeneemt.’”

Delen: