Word abonnee

Wielrennen

‘Ik ben eindelijk mens’

Dirk-Jan van Dijk

Wielrennen

‘Ik ben eindelijk mens’

door: Marijn de Vries
6 juni 2018
19 tot 24 minuten lezen

Wielrenster Natalie van Gogh werd geboren als man en is nu een vrouw. Voor het eerst mag oud-collega Marijn de Vries haar meeslepende verhaal opschrijven. “Als ik met mijn verhaal ook maar één transgender een beetje help, dan is het al genoeg.”

Tekst gaat verder onder de foto

De eerste keer dat ik haar zag, kan ik me nog goed herinneren. Een grauwe februaridag in 2009 was het. Ik fietste nog maar net en stond aan de start van mijn eerste trainingsklassieker. Voor het eerst fietste ik tegen een groep vrouwen waarmee ik dat seizoen in het peloton zou rijden. In die koers reed alles door elkaar: mannen, vrouwen, jeugd, senioren. Een wervelwind van gekleurde pakjes. De vrouwen van de SwaboLadies staken er bovenuit, in het wit en babyroze. Op hen moest ik letten, had ik al begrepen, wilde ik bij de eerste vrouwen finishen. Na het startschot ging het peloton er vandoor als een kudde veulens die na de winter weer naar buiten mag. Ik volgde zo goed als ik kon de wit-met-roze billen. Toen na een paar kilometer het snot voor mijn ogen een beetje oploste, viel het me op dat een van die bilpartijen wel heel vierkant was. De bijbehorende bovenbenen leken uit beton gegoten. En de kuiten waren driehoekig van de spieren.

De rest van de koers werd ik heen en weer geslingerd tussen focus op de wedstrijd, en fascinatie voor dat hoekige lijf. Stiekem keek ik naar de strakke kaaklijn. De brede schouders. En het krullende paardenstaartje, dat overduidelijk wél vrouwelijk was. Na de wedstrijd was ik er met een beetje googelen snel achter: dit was Natalie van Gogh. Oftewel Kees. Race-Kees, zo werd ze in het peloton genoemd. Een wielrenster die ooit man was en nu vrouw. Ze deed al een tijdje mee op het hoogste niveau en dat had tot aardig wat controverse geleid. Vanaf het moment dat ik haar zag, dacht ik: wat doet zij hier? Niet omdat ze er wat mij betreft niet mocht zijn. Daar zijn regels voor, dus ze had het volste recht. De vraag die me bezighield was: wat haalt ze zich op de hals? Ze had al zoveel achter de rug: zo’n transformatieproces is bepaald niet makkelijk, zoveel wist ik er wel van. Ik snapte goed dat Natalie wielrennen leuk vond. Maar waarom wilde ze per se koersen op het hoogste niveau, waarmee ze willens en wetens bakken stront over zichzelf heen trok? Toen ik haar in de jaren daarna steeds beter leerde kennen, heb ik herhaaldelijk gevraagd of ze er niet eens over vertellen wilde. Dat wilde ze niet. Het was haar zaak en wat anderen ervan vonden kon haar geen fluit schelen.
In 2014 werden we ploeggenoten, bij het UCI-team Parkhotel Valkenburg. We sliepen vaak op dezelfde hotelkamer. Lachten om de broekies van de ploeg die altijd het hoogste woord hadden. Sleurden samen op kop van het peloton. We ouwehoerden, maakten grappen. Praatten over het leven. Natalie vertelde over zichzelf. Ik zag hoe vreemden op haar reageerden. En Natalie deed voor het eerst voor de hele groep haar levensgeschiedenis uit de doeken, tijdens een trainingsweekend. Ik heb de jonge meiden nog nooit zo stil gezien. En nu vertelt Natalie haar verhaal aan mij. Hier, op deze pagina’s. Omdat er een paar dingen veranderd zijn. Natalie is veranderd. Als mens. Ze is gegroeid, zelfbewuster geworden. En de wereld is veranderd. Er is meer ruimte voor verhalen van transgenders. Natalie is zich er als geen ander van bewust dat zij een van de weinige transgender mensen is die sport bedrijft op het hoogste niveau. Wat zij doet is baanbrekend. Dan kun je voor altijd je mond houden. “Maar als ik met mijn verhaal ook maar één transgender een beetje help, dan is het al genoeg.”

Transformatie
“De licentie waarmee ik wedstrijden mocht rijden, was een cadeautje aan mezelf. Tijdens mijn transformatie was ik gaan fietsen. Door de hormoonpillen die ik kreeg, werd ik dik. Dat wilde ik niet. Ik ben eerst gaan hardlopen, maar vond dat niet leuk. Toen heb ik een oude mountainbike gepakt die nog in de schuur stond. In no time was ik verslaafd. Het buiten zijn, de snelheid. Je kwam ergens, je zag dingen. Na een tijdje heb ik een racefiets gekocht. Al snel ben ik op trainingsschema’s gaan fietsen, die ik zelf maakte uit een boekje. Fantastisch vond ik het. Als alles voorbij is, dacht ik, als de transitie achter de rug is, wil ik de wedstrijdsport in, terwijl ik echt wel wist dat dat op weerstand zou stuiten. Mijn houvast was de documentaire 100% woman, over de Canadese Michelle Dumaresq, die begin jaren 2000 als mountainbikester de weg heeft gebaand voor transgender vrouwen in de wedstrijdsport. Door deze documentaire wist ik dat het kon, dat ik het recht had. In de documentaire wordt pijnlijk uit de doeken gedaan hoeveel narigheid zij over zich heen heeft gekregen. Maar daar heb ik me niet door laten weerhouden. Toch heb ik het fietsen met andere mensen zo lang mogelijk uitgesteld. Bewust. Want natuurlijk vond ik dat eng.”

‘Ik was zwaar depressief, dacht continu na over een goede manier om er een eind aan te maken’

Officieel vrouw
“Sinds 28 september 2006 ben ik officieel vrouw, toen is mijn geboorteakte gewijzigd. Toen heb ik ook meteen een licentie aangevraagd. Bij de KNWU wisten ze kennelijk hoe de regels in elkaar zaten, want ik kreeg direct bericht dat het oké was. Toen de competitie begon, in het voorjaar op het clubparcours van Sloten, ben ik daar bloednerveus naartoe gegaan. Hoe die eerste wedstrijd ging, weet ik niet meer. Volgens mij was ik gewoon pelotonvulling. Wat ik nog wel goed weet is dat er tot mijn stomme verbazing niet op mij als persoon gereageerd werd. Terwijl ze het echt wel door hadden, hoor. We koersten met een groep van zo’n dertig vrouwen. De wedstrijdjes waren echt voor de fun, misschien kon het ze daarom niet schelen. Door die koersjes op Sloten raakte ik bevriend met meiden die ook veel fietsten en lid waren van de vereniging hier in de buurt. Op een gegeven moment vroegen zij: ‘Naat, kun je geen hogere licentie aanvragen?’ Ze wilden meedoen met de Parel van de Veluwe, een nationale klassieker. Daar moest je als ploegje van minimaal drie rensters aan de start staan, en ze waren met z’n tweeën. De nieuwe licentie kwam net voor het districtskampioenschap binnen. Ik ging met mijn ploegje mee. Voor het eerst koerste ik tegen elitevrouwen, het hoogste niveau in Nederland. Ik kon goed meekomen. Op een bepaald moment werd er gedemarreerd en ik dacht: mee! We reden met een kopgroep weg. Ik werd vijfde of zesde. En toen barstte de bom. Ik stond ineens in alle kranten. Zo’n online forum over vrouwenwielrennen ontplofte helemaal. ‘Die kerel,’ werd er geschreven. En erger, veel erger. Ik las altijd alles op dat forum, maar vanaf die dag niet meer. Ik wilde het niet weten, heb me ervoor afgesloten en ben gewoon naar de Parel van de Veluwe gegaan.”

Onbereikbaar
“In de laatste jaren voor mijn transitie woonde ik alleen, in een appartementje. Ik werkte overdag, ging weer naar huis, at iedere week hetzelfde en ondernam niks. He-le-maal niks. Ik was zwaar depressief, dacht continu na over een goede manier om er een eind aan te maken. Mijn hele leven was verkeerd. Alles. Dat gevoel werd steeds groter en op een bepaald moment was het allesconsumerend. Het verlamde me totaal.
Wat er niet klopte, wist ik al heel lang. Op de basisschool wordt een kind zich bewust van de scheiding tussen jongens en meisjes. Toen dat bij mij gebeurde, bleek ik aan de verkeerde kant van de klas te staan. Kinderen pikken zulke gevoelens feilloos op, en dan ben je het pispaaltje. Ik werd altijd gepest. In de puberteit ga je als mens een persoonlijkheid opbouwen. Dat doe je in grote mate op basis van je genderbeleving. Maar bij mij stond alles scheef. Ik kon dus nooit een evenwichtig persoon worden.
Zo rond mijn zestiende zat ik op een middag televisie te kijken, naar een programma van Veronica. Daar zat een jonge transgender vrouw. Ik dacht: wow. Dat is het. Dát is het. Mijn moeder stond in de keuken. Ik heb erover gedacht haar te roepen, te zeggen: kijk ma, zo voel ik me ook. Ik durfde niet. Het programma was een enorme eyeopener, maar voelde tegelijk zo onbereikbaar. Wat ik daar zag, dat kon voor mij niet. Dat wist ik zeker. Ik was alleen maar verschrikkelijk jaloers.”

Tekst gaat verder onder de foto

Psycholoog
“Natuurlijk hadden mijn ouders wel door dat er wat met me was. Ze zeiden vaak: ‘Vertel maar gewoon dat je op jongens valt, dat vinden we niet erg.’ Maar ik zei nooit wat, dacht dat ze het niet aankonden. Ik kon het zelf niet eens aan. Daar heb ik ruim tien jaar in vastgezeten. Ik ben wel op zoek geweest, heb bij transgender steungroepen aangeklopt, met mensen gepraat. Steeds hoorde ik: ‘Wees niet bang, ga naar het ziekenhuis.’ Maar ik was zo onzeker, waarschijnlijk door al die jaren dat ik me niet uiten kon. Ik draaide er steeds verder in vast. Mijn laatste vriend had afscheid genomen toen ik hem vertelde wat er met me was, dus ik had geen vrienden meer. Ik had geen contact met mijn familie. Zat maar in mijn appartement, eenzaam, stikkend in het gevoel dat niets klopte. Ik wist zeker dat mijn leven een hel zou worden als ik voor een transitie zou kiezen. Maar zo was mijn leven ook een hel. Uiteindelijk koos ik voor de naar mijn idee minieme kans op verbetering, met in het achterhoofd dat ik er alsnog uit kon stappen. De eerste stap was de kluwen in mijn hoofd ontwarren. Een jaar lang heb ik bij een geweldige psycholoog op de bank gezeten. Zij heeft me zoveel over mezelf geleerd, bij haar ben ik volwassen geworden. Op een bepaald moment zei ze: ‘Nu ik alles van je weet, vind ik het verbazingwekkend dat je levend tegenover me zit.’ Dat was voor mij de ommekeer. Oké, dacht ik, ik ben kennelijk een stuk sterker dan ik dacht. Dan kan ik de stap naar het ziekenhuis ook maken.”

Testosteronvrij
“Het is een feit dat ik op dit moment nog steeds een van de weinige transgenders ben die op hoog niveau sport. Het is ook een feit dat er veel onwetendheid over heerst. Alle mensen hebben testosteron in hun lichaam. Mannen meer dan vrouwen, maar ook bij mannen en vrouwen onderling varieert het erg. Testosteron is wat je sterk maakt. Ik heb zo goed als geen testosteron in mijn lijf. Bij mannen wordt testosteron in de teelballen geproduceerd. Bij vrouwen in de eierstokken. Die heb ik niet, en mijn teelballen zijn weggehaald. Inmiddels ben ik al jaren testosteronvrij en nog wordt gezegd dat het oneerlijk is dat ik meedoe. Maar hoe dan? Alle vrouwen in het peloton hebben meer testosteron in hun lijf dan ik. Natuurlijk, mijn spieropbouw is die van een man. Door de jaren heen, door het slikken van vrouwelijke hormonen, ben ik zachter geworden. Ronder. Desondanks ben ik nog steeds vrij hoekig, dat weet ik heus wel. Maar ook dat is niet zwart-wit. Sommige vrouwen zijn heel gespierd, anderen zijn rond. Er zit zoveel variatie in dat je daar ook van kunt zeggen dat het oneerlijk is. Daarbij zijn er niet voor niets regels opgesteld door het IOC; artsen hebben goed onderzocht of het eerlijk is om transgender vrouwen mee te laten doen in vrouwencompetities. Het antwoord is ja. Scherp gesteld ben ik zelfs in het nadeel. Testosteron maakt je niet alleen sterk, het helpt ook bij herstel na een inspanning. Ik heb geen testosteron, dus ik herstel minder snel.”

‘Het waren niet de operaties die het pijnlijkst waren. Dat was het weg laten laseren van mijn gezichtshaar’

Eindelijk mens
“Er zijn nog veel momenten geweest waarbij het zweet me op de rug heeft gestaan, maar vanaf het moment dat ik voor het eerst in het ziekenhuis was geweest, viel een juk af. Ineens waren ze weg, al die stemmetjes die zeiden dat er niets klopte. Wat een rúst gaf dat. Ineens had ik ruimte in mijn hoofd. Eindelijk kon ik over dingen nadenken. Dus ik verzon een plan voor de vervolgstappen. Ik moest me als vrouw aan de wereld gaan presenteren. Maar ik had geen vrienden, geen sociaal netwerk, niks. Dus toen ben ik vrijwilligerswerk gaan doen.
Ik ben maatje geworden van een gehandicapte jonge vrouw hier in een tehuis in de buurt. Met haar ging ik naar de bioscoop, het theater, koffie drinken. Op een gegeven moment heb ik de stoute schoenen aangetrokken en verteld dat ik de volgende keer als vrouw zou komen.
Iedereen reageerde verrast, maar ze vonden het geen probleem. De gehandicapte vrouw boeide het niet. Die wilde gewoon een maatje. Dat ik verantwoordelijk voor haar was, bleek een perfecte afleiding: ik had nauwelijks tijd om op mezelf en reacties van anderen te letten. Dat heeft erg geholpen.
Ik heb nooit één moment getwijfeld of de beslissing wel of niet goed was. Ik kreeg eindelijk contact. Een van mijn buren sprak me een paar maanden daarna aan. Ze zei: ‘Je woont hier al jaren en tot voor kort was jij die schim die ’s morgens en ’s middags langs kwam. Je keek niet op. Je keek niet om. Je keek alleen naar de grond, en weg was je weer. En nu kijk je me in de ogen. Ik zie je staan, je bént er.’ Dat zal ik nooit vergeten, het is het mooiste compliment dat iemand me ooit heeft gegeven. Ik was eindelijk mens.”

Icepacks
“Omdat er na het districtskampioenschap zoveel ellende over me heen kwam, verwachtte ik dat ook bij de Parel van de Veluwe. Maar gek genoeg gebeurde daar niks. Ik voelde wel dat mensen dachten: o, daar heb je díe. Maar dat had ik tijdens mijn transitie ook, ik had geleerd me daarvoor af te sluiten. Wat ik me vooral van die wedstrijd herinner, is dat ik jankend in het laatste wiel heb gezeten: help, wat gaan jullie hard! Maar ik dacht ook: wat is dit gaaf, ik wil dit weer. Vanaf toen ben ik meer wedstrijden op het hoogste niveau gaan rijden.
Op een zeker moment vroeg een van de grootste namen in het peloton zich in een interview hardop af wat ik tussen mijn benen had. Tot dan had ik nooit mee gedoucht na de koers. Dat was wel het ultieme, douchen in het hol van de leeuw. Maar die opmerking triggerde me zo dat ik het daarna wel gedaan heb. Dan laat ik het toch zien joh, dacht ik. Loer maar lekker. En toen was het oké. Of althans: er werd niet meer over gesproken. Als je kijkt naar mijn waardes tijdens inspanningstesten, ben ik eerder minder sterk dan sterker vergeleken met de andere vrouwen in het peloton. Maar ik kan ontzettend goed afzien, ik stop niet als ik pijn heb. En ik kan je vertellen: ik weet wat pijn is. Je zou het misschien niet verwachten, maar het waren niet de operaties die het pijnlijkst waren. Dat was het weg laten laseren van mijn gezichtshaar. Ik plande dat altijd op vrijdag. Het was een sessie van een uur. Ik kreeg verdovende zalf op mijn gezicht. Maar tijdens de behandeling zat ik al te janken van de pijn. De meiden die de behandeling uitvoerden vroegen vaak: ‘Weet je zeker dat je door wilt?’ ‘Doorgaan,’ zei ik dan. Gewoon doen. Armen, benen, borstkas, baardgroei: alles. Mijn armen waren in drie keer klaar. Mijn gezicht moest acht of negen keer. Daarna zat ik het hele weekend met icepacks op mijn hoofd. Als ik geluk had, kon ik op maandag weer naar het werk. Als de gezwollen vochtellende langer aanhield moest ik me ziek melden. Mijn idee van pijn is daar definitief veranderd.”

Toegesnauwd
“In 2009 werd ik Nederlands kampioen baanwielrennen, op het onderdeel scratch. Stonden de kranten er weer vol van. Tot Paul de Leeuw aan toe wilden ze met me praten. Ik vond niet dat ik me moest verantwoorden, dus dat heb ik niet gedaan. Twee jaar geleden won ik de Trofee Maarten Wynants in België. De ophef was toen gelukkig van korte duur. Ook vanuit het peloton werd er steeds meer gereageerd van: gaan we weer, hou er nu eens over op. In het begin dacht iedereen dat er niks aan te doen was dat ik mee deed en legden ze zich er maar bij neer. Inmiddels merk ik dat ik erbij ben gaan horen. Dat is erg fijn. Natuurlijk word ik nog weleens toegesnauwd, vooral door buitenlandse rensters, maar daar reageer ik niet op.”

Tekst gaat verder onder de foto

Klinkklare onzin
“Het zoeken van een ploeg is een ander verhaal. Ik zit nu vijf jaar bij Parkhotel Valkenburg, maar om daar terecht te komen, was niet makkelijk. Alle deuren gingen dicht. ‘We zitten vol,’ kreeg ik te horen. Overal. Terwijl andere meiden wel een plek vonden. Het was vernederend, gezien worden als ‘dat ding’ dat niemand in zijn ploeg wilde. Uiteindelijk heb ik al mijn vriendinnen ingezet om de ploegleiders van Parkhotel te bestoken en gelukkig hebben ze toen ja gezegd. Mocht ik ooit op zoek moeten naar een nieuwe ploeg dan moet ik eerlijk zijn: ik heb sterk mijn twijfels of dat lukt.
Ik ben 43, ik weet dat ik niet heel lang meer zal koersen. Maar wielrennen is wel ontzettend sterk verbonden met mijn identiteit. Dat iedereen me kent en geaccepteerd heeft, is voor mij niet het belangrijkste. Ik vind de leefstijl mooi, de topsportmentaliteit. Mensen denken weleens dat ik me in wedstrijden heb ingehouden, zodat ik niet won en er geen ophef kwam. Maar dat is klinkklare onzin. Ik wil winnen. En als ik niet win, is het omdat ik niet sterk genoeg ben. Alle shit die ik over me heen heb gehad, lijkt voor de buitenwereld heftig, maar het valt in het niet bij wat ik daarvoor heb meegemaakt.
Het belangrijkste dat het wielrennen me heeft gebracht, is mijn groei als mens. Daar ben ik zo trots op. Vroeger was ik vreselijk jaloers op iedereen die vrienden had. Ik kende dat niet en heb er naar gehunkerd. Het wielrennen heeft me vrienden gebracht. En het gevoel dat ik ‘ik’ ben. Het gaat eigenlijk helemaal niet om vrouw zijn. Het gaat om mezelf zijn. Mijn zelfbeeld is niet hoog. Ik vind het nog steeds moeilijk om foto’s van mezelf te zien. Ik voel me honderd procent vrouw, maar op een foto zie ik alle foutjes. Maar de identiteit die ik heb, klopt. Daar gaat het om, dat is de essentie. Natuurlijk staren mensen naar me. In wedstrijden wordt nog steeds geroepen: ‘Dat is een vent!’ Nee, denk ik dan. Ik ben mens. En toen ik nog man was, was ik dat niet.”

CHANTAL BLAAK
WIELRENSTER BOELS-DOLMANS
“Eerlijk is eerlijk, ik kan niet ontkennen dat ik het wel een beetje vreemd vond toen ik Natalie voor het eerst zag. Gewoon, omdat je het niet gewend bent. Maar dat verdween snel. Toen ik een keer met haar in gesprek raakte, kreeg ik alleen maar meer respect voor haar. Dat is nog steeds zo.
Al die shit die Natalie over zich heen krijgt… Dan moet je heel sterk in je schoenen staan. En waarom ze dat krijgt? Ik snap het niet. Ze is honderd procent zichzelf en doet wat ze leuk vindt, namelijk fietsen.
Volgens mij zit Natalie helemaal op haar plek bij Parkhotel. Ik heb het idee dat ze in het peloton volledig gerespecteerd wordt. Alleen de buitenwereld heeft commentaar. Ik hoop dat ze zich daar niks van aantrekt, want ik ergerde me laatst nog aan het feit dat er werd geroepen: Natalie, een héél bijzondere dame.’”

ELLEN VAN DIJK
WIELRENSTER TEAM SUNWEB
“In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik het raar vond dat we een transgender renster in het peloton kregen. Ik snapte niet helemaal waarom je, wanneer je vrouw wilt zijn, deze wat mannelijke sport uitkiest. Er werd gesproken over Natalies fysieke voordelen en er werd geroddeld over haar naam als man. Wanneer er gezamenlijk gedoucht werd, zag je veel meiden met een schuin oog kijken.
Als renster was Natalie heel netjes, ze kwam sympathiek over. Ze reed hard en fair. Als mens kende ik haar niet, en daarom probeerde ik me wat op de vlakte te houden in de discussie. Nu is dat anders. Ik ken Natalie persoonlijk nog steeds niet heel goed, maar weet nu veel meer achtergrond. Wanneer er over haar wordt gesproken of als er een flauwe opmerking wordt gemaakt, ben ik daar fel op.
Ik heb veel respect voor Natalie. In mijn ogen is ze een heel sterke persoonlijkheid, die weet wat ze wil en enorm volhardend is. Ze heeft zich knap door de enorme hoeveelheid negatieve reacties heen weten te fietsen. Ik vind het knap dat ze met haar verhaal naar buiten wil treden en hoop dat veel mensen een voorbeeld aan haar kunnen nemen.”

ANNEMIEK VAN VLEUTEN
WIELRENSTER MITCHELTON-SCOTT
“In 2007 reed ik mijn eerste wedstrijd met Natalie, de Ronde van Lexmond. Ik was toen net gaan wielrennen. Dat criterium was de eerste koers die ik won. Natalie reed daar ook goed: ik denk dat ze vierde werd of zo. Ik kan me niet herinneren dat me toen iets is opgevallen, voor mij was ze gewoon een van de andere vrouwen. Aanvankelijk deed ook niemand moeilijk over haar aanwezigheid. Pas toen ze ging winnen kwamen er reacties, en die waren vaak erg kort door de bocht. Dat stond me tegen, want we kenden haar verhaal helemaal niet. Transgender zijn is niet iets waar je voor kiest. Dat doe je niet voor de lol. Laat die meid lekker doen wat ze leuk vindt, dacht ik. Dat ze wedstrijden won vond ik alleen maar mooi, maar ik maakte me wel zorgen over het gedoe dat het haar opleverde. Dat vond ik vervelend voor haar. Zoals ik Natalie leerde kennen was ze een aardige en behulpzame renster, en ze is echt van toegevoegde waarde in het peloton. Ze werkt hard voor ploeggenoten en is een goede wegkapitein. Ze hoort er helemaal bij en dat heeft ze volledig aan zichzelf en haar fijne persoonlijkheid te danken. Wat ze allemaal over zich heen heeft gekregen en nog steeds krijgt… Er zijn maar weinig mensen die dan staande blijven.”

Delen: