Word abonnee

Wielrennen

Niki Terpstra, anders dan de rest

Marcel Krijger

Wielrennen

Niki Terpstra, anders dan de rest

door: Victoria Koblenko
20 juni 2017
10 tot 15 minuten lezen

Niki Terpstra is geen doorsnee wielrenner. De renner van Quick-Step Floors vaart op zijn eigen kompas. Hij is uitgesproken en grappig, maar kan bovenal heel hard fietsen. Victoria Koblenko zocht hem op voor een gesprek over snelle auto’s en verlovingsringen.

Niki Terpstra wil nog weleens een songtekst in zijn antwoorden verstoppen. Als je wint heb je vrienden van Henny Vrienten en Herman Brood liet hij al eens passeren. Zelfs een hit van 2 Unlimited gebruikte hij.
Niki is dan ook een tikkeltje anders dan veel van zijn collega’s. Uitgesproken, een tikje brutaal of streetwise en grappig. Maar hij is bovenal ook een geweldige wielrenner. In 2014 won hij Parijs- Roubaix, dit jaar werd hij derde in de Ronde van Vlaanderen. Nieuw succes in de Hel van het Noorden werd hem niet gegund. Na een harde val moest hij afstappen. En het interview verzetten, dat oorspronkelijk een dag na Parijs-Roubaix ingepland stond.
Twee weken later, als hij verlost is van de mitella, meldt Niki zich.

Tekst gaat verder onder de foto

Viespeuken
Heb je de biografie van Thomas Dekker gelezen?
“Tja…”
Wat dacht jij na het lezen ervan?
“Het eerste wat ik dacht, was: zullen mensen na het lezen van dit boek denken dat dit ook mijn wereld is? Want dat is niet zo. Toen ik het gelezen had, wist ik: ik ben in de juiste tijd prof geworden. Het gaat nu hartstikke goed met het wielrennen. Wat ik presteer, doe ik schoon. Er zullen altijd viespeuken tussen zitten, maar er wordt door alle instanties hard aan gewerkt om de rotte appels eruit te halen.”
Heb je veel vrienden in het peloton?
“Nee, juist weinig. De meeste wielrenners zijn gewoon mijn concur- renten. Mijn ploeggenoten beschouw ik als tijdelijke vrienden. Neem een trainingskamp. Met elkaar werken we dan keihard, dat voelt voor mij als een uitje met de jongens, is gezellig. Ja, wanneer mag je iemand een vriend noemen? Als je wint heb je vrienden, hè… Als de prestaties tegenvallen of als ik gestopt ben met wielrennen moet blijken hoe echt die vriendschappen zijn. Mijn echte vrienden ken ik al heel lang. Voor mijn gevoel zijn er al heel lang geen ‘verse’ vrienden bijgekomen.”
Het is dus belangrijk dat ze je hebben gekend voordat je prof werd?
“Mijn oude vrienden zijn niet geïnteresseerd in de faam, maar in wie ik ben. Als ik echt iemand nodig heb, dan moet ik terugpakken naar de oude garde. Na mijn val in Parijs-Roubaix zat ik behoorlijk in de put. Ik moest wel met een aantal mensen praten om die val te kunnen relativeren, dan moeten ze mij voorhouden dat het alleen maar een sportieve tegenslag is.”
Je bent niet op je mondje gevallen, doet dingen op jouw manier, geeft grappige interviews waarin soms songteksten verpakt zitten. Hoe kijken andere renners naar je?
“Ik ben geen allemansvriend. Ik zie veel jongens met elkaar kletsen, maar als ik dat doe voor en tijdens een wedstrijd dan kan ik me niet concentreren. Ik ben er niet voor de gezelligheid, ben met de koers bezig.”
Je zou natuurlijk zo’n praatje ook kunnen insteken als een strategie om je tegenstander beter te leren kennen en zwakke plekken bij de concurrentie te ontdekken. Of telt het mentale aspect niet zo in het wielrennen?
“Er zit wel een mental coach bij de ploeg, maar daar ben ik, hoe zeg ik het netjes, geen druk bezoeker van… Sommige renners kunnen zich gerust laten stellen door een sportpsycholoog, voor mij hoeft het niet.”
Wat is het mooiste compliment dat je hebt gekregen van een andere renner?
“Ik neem dat dus niet in me op…”
En van journalisten?
“Toen ik drie jaar terug Parijs-Roubaix won, was het natuurlijk één grote lofzang. Maar dit jaar ben ik onwijs afgekraakt door de Belgische journalisten. Het deed me onwijs goed dat de Nederlandse journalistiek terugsloeg en het voor me opnam.”

Delen: