Word abonnee

Schaatsen

Afgeschreven, teruggekeerd en onverslaanbaar: Gerard van Velde in Salt Lake City

Ferdy Damman

Schaatsen

Afgeschreven, teruggekeerd en onverslaanbaar: Gerard van Velde in Salt Lake City

door: Jaap Stalenburg
3 februari 2026
19 tot 24 minuten lezen

De beelden van Gerard van Velde die in ontbloot bovenlijf de olympische titel op de 1000 meter vierde, staan in het geheugen gegrift. Op 16 februari is het meer dan twintig jaar geleden dat Tarzan goud won en een van de opmerkelijkste comebacks in de Nederlandse sport bekroonde. Tijd voor een reconstructie.

Ieder jaar is 16 februari voor Gerard van Velde een dag dat hij bij zijn gezin wil zijn. Samen genieten van het mooiste moment in zijn leven: de olympische 1000 meter in Salt Lake City, die hij in een wereldrecord van 1.07,18 won. Met twinkelende ogen zegt hij: “Na mijn familie is sport het belangrijkste in mijn leven. Op 16 februari 2001 ging mijn ultieme droom in vervulling. Daar wil ik ieder jaar bij stilstaan. We gaan die dag uit eten of ik koop wat voor mijn twee zoons. Door de volle schaatskalender kan ik niet altijd thuis zijn, maar ik wil wel altijd met hen stil staan bij het feit dat papa zoveel jaar geleden olympisch kampioen werd. Olympisch goud is niet zomaar een prijs. Zeker niet met mijn voorgeschiedenis, want zonder Rintje Ritsma was ik hoogstwaarschijnlijk niet meer gaan trainen in 1999.”

De aanloop naar zijn legendarische 1000 meter was op zijn minst opmerkelijk. Dankzij uitgerekend zíjn lobby werd de Amerikaanse succescoach Peter Mueller nationaal sprintcoach en dat leidde tot succes van zijn concurrenten Jan Bos en Erben Wennemars.

In 1998 werd Gerard door Mueller zonder uitleg op een zijspoor gezet omdat hij de net geïntroduceerde klapschaats toch nooit onder controle zou krijgen. Het leek een roemloos einde voor Gerard, die nog even mocht aansluiten bij de marathonploeg Netwerk VSP waar Henk Angenent en Peter Baars de grote mannen waren. Gerard reed onopvallend mee in het marathonpeloton.

Porsche

Zijn comeback begon op het moment dat Gerard met Ritsma en een goede vriend aan het sleutelen waren aan een oude auto. Ritsma vroeg waarom Gerard eigenlijk gestopt was en waarom hij het niet opnieuw ging proberen.

“Ik was voor Rintje samen met die vriend een mooie Porsche aan het klaarmaken, die hij nog steeds heeft. Hij heeft mij teruggevraagd in de sport. De eerste keer dat hij me vroeg, zei ik: nee, dat doe ik niet, ik denk niet dat ik het nog kan. Maar elke keer als hij weer langskwam in Heerde voor zijn Porsche, gingen we meteen even hardlopen. Rintje zag in mij een sparringpartner. Hij kon me gebruiken, wist dat ik fysiek altijd wel in orde was. Ik kon goed fietsen, sprinten en hardlopen. We konden goed met elkaar opschieten en ik was voor Rintje ook geen echte concurrent. Hij had destijds een relatief kleine groep bij Sanex. In augustus 1999 belde coach Geert Kuiper, zei: ‘Gerard hoe sta je ervoor? In Inzell, tijdens het trainingskamp, willen we jou erbij hebben en je kunt nu ook aansluiten.’

Toen Geert belde, zat de ploeg in Sankt Moritz. Ik heb tegen hem gezegd: ik kom jullie kant wel op, dan kun je zien hoe ik ervoor sta en kijken we wel verder. Ik ben die kant op gegaan met een fiets met het verkeerde verzet erop. Dat viel toen nog wel even tegen; de Bernina-pas op met Frouke Oonk. Een pittige klim, waar Lance Armstrong zich jarenlang voorbereidde op de Tour de France. Daar is het weer een beetje begonnen.”

Het was wel weer gaaf met de ploeg, ze maakten me weer enthousiast. Bij terugkeer uit Zwitserland heb ik afgesproken met Geert en met teammanager Patrick Wouters. Zij zeiden: ‘Ga gewoon vrijblijvend door, dan hoef je nog geen beslissing te nemen. Ga dagelijks één of twee keer trainen, zodat je lijf er weer aan went.’ Dat heb ik gedaan.”

Tekst gaat verder onder de foto

Gerard van Velde

In september 1999, op de ijsbaan in Dronten, was de aftrap van het seizoen. “Dat was zo’n spannend moment. Ik was supernerveus. Ik had eerder afscheid genomen, wist dat ik niet zo goed overweg kon met die klapschaatsen en toch ging ik weer beginnen. Dat gaf stress. Alle Nederlandse toppers waren er die dag. Ik voelde me enorm bekeken. Maar eigenlijk reed ik meteen goede temporondes. Dat kwam omdat Martin Hersman en Rintje Ritsma mijn schaatsen goed hadden afgesteld. De klapschaatsen waren ook doorontwikkeld. Ik merkte meteen een groot verschil met de klap- schaatsen waarmee ik zo had getobd in 1998 en waardoor ik stopte. Vanaf de eerste training reed ik meteen al beter dan toen. Die dag in Dronten was het echte begin van mijn terugkeer.”

Van zero naar hero

TVM nam in 2000 de schaatsploeg van Sanex over. De directie was niet meteen bereid om ook Gerard over te nemen. “TVM kwam uit het wielrennen en het management wilde alleen maar kampioenen in de ploeg. Ze wilden alles winnen. Ik was geen ‘kampioen’, kwam van onderaf en de manier waarop ik afscheid genomen had in 1998 was in ieder geval niet als ‘kampioen’. Ik kan me goed voorstellen dat ze dachten: wat moeten we met die Van Velde?

‘TVM wilde alleen maar kampioenen in de ploeg. Bij de perspresentatie in het voorjaar van 2000 zat de hele ploeg op het podium, maar ik niet’

Bij de perspresentatie in het voorjaar van 2000 mocht ik niet eens de bühne op om gepresenteerd te worden. De hele ploeg zat op het podium, maar ik niet. Ik zat naast bondscoach Ab Krook in de zaal die verbaasd vroeg of ik daar niet hoorde te zitten. Jillert Anema, Geert Kuiper, Martin Hersman en Rintje Ritsma hebben toen de TVM-directie ervan weten te overtuigen dat ze me er wel bij moesten houden.”

Toen de TVM-ploeg ruim anderhalf jaar voor de start van de Winterspelen in Salt Lake City echt begon te draaien, bleek Gerard vriend en vijand te verrassen. De klapschaats had hij onder controle en met behulp van zijn vrienden Ritsma en Hersman werd ook de techniek aangescherpt. De coaches Geert Kuiper en Jac Orie zorgden ervoor dat Nederland steeds meer de ‘oude’ Gerard van Velde te zien kreeg. “Het was een hartstikke goed team met een heel goede sfeer. Mensen wilden elkaar helpen, dat was het fundament onder het succes.

Martin stond altijd voor anderen klaar, hij heeft mij steeds proberen te overtuigen door te gaan. Martin en de anderen hebben er echt alles aan gedaan om mij weer op niveau te brengen. Ze spiegelden me op een bepaald moment aan Jan Bos, op dat moment de beste sprinter van Nederland en een van de besten van de wereld. ‘Je kunt misschien nog niet de tijden rijden die Jan Bos rijdt, maar je moet er wel in de buurt kunnen komen.’”

Het project ‘van zero naar hero’ rond Gerard van Velde werd iets meer dan een jaar voor de Winterspelen steeds meer een succes. De concurrentie keek met een mix van bewondering en ook wel angst naar de comeback van de krachtige sprinter. “Het voelde echt als een compleet nieuwe start. Ik was fysiek heel erg goed, was sterk en had een prima sprintvermogen. Het was alleen even zoeken hoe ik dat gevoel kon omzetten naar de klapschaatsen. Daar hebben de coaches destijds allerlei programma’s voor gemaakt. Meteen het eerste seizoen liep de 500 meter al behoorlijk goed, maar de 1000 meter bleef heel erg achter. Het heeft dik een jaar geduurd voordat ik die ook weer echt goed reed. Ik kreeg vooral een gigantisch goed gevoel doordat de klapschaatsen eindelijk goed waren afgesteld, kon tenminste weer een bocht doorkomen.”

De finetuning van Gerard in aanloop naar de Spelen vond voor een groot deel plaats in Calgary. Bij TVM stonden ook de Canadese sprintkanonnen Jeremy Wotherspoon en Mike Ireland onder contract, net als de snelle Amerikaan Casey FitzRandolph. Ideale trainingspartners voor Gerard die geregeld naar Canada mocht afreizen. Trainen met die toppers bracht hem in de goede flow. De Canadese sprintcoach Sean Ireland nam Gerard als hij in Calgary was op in zijn ploeg. “Ik heb van die mannen veel geleerd, weet nog dat ik in het eerste seizoen in de eerste bocht door Jeremy Wotherspoon al anderhalve meter werd gelost. Het rechte stuk ging prima, maar de bochten waren het probleem. Zij hebben mij ook een andere afstellling van de schaatsen geadviseerd en daarna plaatste ik me meteen voor het WK sprint in Inzell in 2001.”

In Inzell was Gerard weer terug aan het sprintfront. Kort achter Jan Bos en Erben Wennemars, die vierde en vijfde werden, eindigde Gerard als zevende

op de besneeuwde buitenbaan. In het hotel waar de TVM-ploeg zat, was die avond een bescheiden borrel omdat naast de opmerkelijke comeback van Gerard de Canadees Mike Ireland de eerste wereldtitel pakte voor de nieuwe sponsor in het schaatsen. “Dat WK was mijn eerste succes na mijn comeback. Ik had een jaar voor de Spelen weer het gevoel dat ik bij de wereldtop hoorde. Ik gunde Mike zijn wereldtitel ook echt, hij had samen met Jeremy veel gedaan om mij weer op de rails te krijgen. Wotherspoon heeft in die tijd al gezegd tegen Ireland: ‘Als Gerard nog eens een keer bochten leert rijden, dan gaan we het zwaar krijgen.’”

Troopers met mitrailleurs

De wereld stond op zijn kop na de aanslag op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. President George Bush maakte meteen duidelijk dat Amerika niet zou zwichten voor terreur, er was dus ook geen denken aan dat de Olympische Spelen in Salt Lake City niet door zouden gaan. Maar de angst voor terreurdaden zorgde ervoor dat Salt Lake City een zwaar belegerde stad was. Apache-helikopters hingen dag en nacht boven de stad. De Nederlandse shorttracker Cees Juffermans werd een paar minuten wereldberoemd toen hij bij de openingsceremonie onverwacht op president Bush afstapte en via hem het Amerikaanse volk sterkte wenste in barre tijden. Bush reageerde met een glimlach en een stevige handdruk.

Het olympisch dorp werd ook zwaarbeveiligd, voor de toegangspoort waren troopers met mitrailleurs in de aanslag massaal aanwezig. Het maakte grote indruk op Gerard van Velde. “Alles moest je laten zien. Je had allemaal van die ‘sniffers’, honden die onder de auto’s speurden naar explosieven. Er was toen ook gecontroleerde navigatie, de chauffeurs moesten op een bepaalde route blijven. Daar werd streng op gecontroleerd, de veiligheidsdiensten zagen alle auto’s rijden. Toen was dat best wel hightech. De hele auto ging onder een vergrootglas. Maar in de hal merkte je niks meer van al die security en ook niet in het olympisch dorp.”

Gerard probeerde daar het goede gevoel vast te houden waarmee hij naar Amerika vertrokken was. Even daarvoor was hij bij het WK sprint in Hamar voor het eerst in jaren weer eens op het podium beland: hij werd derde op de 1000 meter. “In 1994 was ik voor het laatst op de Spelen geweest. Dat was dodelijk saai. We sliepen in Hamar in barakken, in kamertjes van 2,5 bij 4 meter. Vreselijk. Niks te beleven. Salt Lake City was andere koek. Ik kwam daar ook meteen in de mood. Wat ik ook leuk vond: er waren overal programma’s en er traden artiesten op in het olympisch dorp. Ik herinner me nog als de dag van gisteren een optreden van de beroemde rapper Coolio in het tuinpaviljoen.”

En naast het olympisch dorp was er in een suburb van Salt Lake City het befaamde TVM-huis. Daar sliepen gasten en familieleden van de TVM-schaatsers. De familie van Gerard creëerde er een huiselijke sfeer, met pannenkoeken en verse maaltijden. De stress van de ijsbaan was er ver weg. Een baken van rust in een hectische wereld. “Altijd als ik in Salt Lake City ben en ik heb de tijd, dan pak ik de auto en rij ik daar nog even heen. En dan kijk ik ook nog even bij het olympisch dorp. Meestal kom ik er ook nog wel even binnen. De kamers waar wij destijds in zaten, zijn nu allemaal studentenhuizen.”

Weer vierde

De Spelen begonnen slecht voor Gerard. Op de 500 meter hoopte Gerard af te rekenen met zijn internationale bijnaam Gerald the Fourth. Een vierde plek was zo ongeveer het laatste wat hij wilde, daar had hij er al genoeg van. Het noodlot sloeg opnieuw toe. Weer vierde.

“Ik had vooraf het gevoel dat als ik iets wilde, het op de 500 meter moest gebeuren. Dat was in 2001 echt mijn afstand. Ingewikkeld was dat ik Martin Hersman of Mark Velzeboer niet bij me had in Salt Lake City, zij deden mijn materiaal, zorgden voor de perfecte afstelling. Toen ben ik er zelf maar mee bezig gegaan. Het is nu ondenkbaar dat je op de Spelen niemand bij je hebt die je schaatsen kan doen of die er verstand van heeft Kip Carpenter was een- of tweehonderdste sneller over de twee 500 meters. Ik weet nog dat coach Geert Kuiper dacht dat ik derde was. Ik zei: nee Geert, kijk dan. Ik was er kapot van. Ik was ook boos op mezelf, had gewoon alle foutjes weer gemaakt.”

Gedesillusioneerd vertrok hij naar het TVM-huis, waar een aantal aanwezigen al een weddenschap afsloten op een podiumplek voor Gerard op de 1000 meter. Samen met zijn familie verwerkte hij de dreun van weer een vierde plaats. “Ik heb nog wel twee dagen slecht geslapen van die 500 meter. Maar daar werd op die avond van de 500 meter wel de basis voor de 1000 meter gelegd.”

En toen werd het 16 februari 2002, de dag van de 1000 meter. “Ik was totaal niet gestrest. We hadden ’s ochtends veel lol met het bobsleeteam van Arend Glas en Timothy Beck bij het ontbijt. Ik kon de spanning buiten de deur houden. Dat deed ik op mijn eigen manier. Door met mensen te praten, zodat ik niet te veel afdwaalde in m’n gedachten. Mentaal stond ik er goed op.”

De busreis van het olympisch dorp naar de Olympic Oval een uur verderop aan de rand van de stad verliep relaxed. Motorfanaat, of beter gezegd Ducati-fan Gerard van Velde werd vanuit Nederland nog gebeld over een motor die hij vanuit het trainingskamp in Calgary online had gekocht. “Ik had daar niks meer van gehoord. Ik had de man van wie ik de Ducati had gekocht een paar dagen daarvoor een berichtje gestuurd of de koop nog doorging. Hij belde mij precies in het busje naar de ijsbaan en hij vertelde dat hij op wintersport was geweest. ‘Sorry dat ik niks meer van me heb laten horen.’

Ik vertelde dat ik in Amerika zat. Toen vroeg hij: ‘Wat doe je in Amerika?’ Ik vertelde dat ik schaatser was en dat ik daar was voor de Olympische Spelen. Ik zei: over een paar uurtjes kun je me op de televisie zien. Hij zei: ‘Oké, we gaan kijken, heel veel succes straks.’”

Tarzan

Ik ging rustig de hal in, dacht niet meer aan de vierde plaats. Ik dacht alleen aan mijn opdracht. Dat was: dezelfde race rijden als op het WK in Hamar tegen Sergej Klevtsjenja. Ik moest op de Spelen opnieuw tegen hem. In Hamar kruiste ik over hem heen, dat had ik weer in mijn hoofd. Ik was heel erg blij met de loting. Op het WK had ik tegen hem mijn beste race van het seizoen gereden. Ik had houvast aan die rit en aan m’n tegenstander. Mijn ploeggenote Renate Groenewold zei nog tegen me: ‘Maar wat nou als Klevtsjenja heel hard opent? Dan kun je er niet overheen kruisen, toch?’ Daar had ik wel over nagedacht in de scenario’s die ik in mijn hoofd liet passeren.”

Op de tribune zat een groot oranjegekleurd schaatslegioen. In de snijdende kou had het uren geduurd om langs de strenge bewaking te komen. Zanger Guus Meeuwis durfde amper te kijken toen Gerard door zijn knieën boog voor de start. “Klevtsjenja ging er echt als een duveltje uit een doosje vandoor. Het was goed dat ik alle mogelijke scenario’s in m’n hoofd had zitten. Ik was goed en bleef rustig, dat was mijn winst.”

De meeste angst had Gerard voor de tweede binnenbocht. “Dat was een lastige bocht en daarna wist ik: dan ben ik vrij om te gaan. Op dat rechte stuk na de tweede binnenbocht trapte ik hem aan. Ik had twee buitenbochten, kon volledig gaan. Elke slag was raak. Ik weet nog dat ik op de kruising langs Geert Kuiper reed op weg naar de 600 meter. Mijn snelheid van het rechte stuk nam ik zo goed mee de buitenbocht in. Klevtsjenja kwam in de bocht nog wel onder me door, maar ik merkte al dat ik harder ging dan hij. Ik bleef jagen, dacht: het kan nog, het kan nog. Toen maakte Klevtsjenja een missertje in de binnenbocht en dat zag ik. Ik zei tegen mezelf: nu er overheen.

Ik deed mijn armen los, want ik wilde hem voorbij voordat ik de laatste binnen- bocht inging. Daarna was het vechten tegen de verzuring. Ik zei voortdurend tegen mezelf: laag blijven zitten, positie houden. Ik wilde nog een handfinish maken. Op de beelden zie je mij een rare beweging maken met m’n hand. Op het laatste moment besloot ik toch niet mijn hand uit te steken, ik wilde geen risico’s nemen. Ik was zo scherp. Alles was erop gericht om nergens een centimeter te laten liggen: details waarover je kunt struikelen waardoor je vierde kunt worden. Dat was me te vaak gebeurd.” De Olympic Oval ontplofte. Op het bord verscheen 1.07,18: hij had een wereldrecord gereden. Gerard was blij, keek verbijsterd naar het scorebord. “Het was bijna als een droom. Wat een onwijze tijd. Ik stond perplex.

Ik dacht nog even: klopt die tijd wel? Maar toen ik Geert Kuiper en Ab Krook zag juichen, wist ik dat het waar was. Met 1.07,18 had ik natuurlijk geen rekening gehouden. Op woensdagochtend, drie dagen eerder, had ik op mijn spiegel geplakt: opening dit, eerste ronde dit, eindtijd dit. Maar volgens dat scenario kwam ik uit op een tijd tussen de 1.07,7 en 1.07,9. Ik had 1,3 seconden van mijn persoonlijk record afgereden. Ik hoopte dat het genoeg was voor een medaille, want al snel dacht ik: als het ijs zo snel is, dan kan iedereen hard rijden.”

De 1000 meter was pas voor een derde afgewerkt, alle toppers moesten nog rijden. Nagelbijtend keek hij toe vanaf het middenterrein. Vooral Jeremy Wotherspoon, die in de laatste rit moest rijden, vreesde hij. “De een na de ander kwam in de verste verte niet in de buurt van mijn tijd. Ik dacht de hele tijd: ik hoop dat het een medaille wordt, dat ik niet weer net vierde of vijfde word.”

Op het middenterrein deed Gerard ondertussen het knellende Nike-schaatspak voor de helft uit. Als Tarzan, met zijn gespierde torso en lange haren, ging hij de hele wereld over. “We hadden het pak voor het eerst aan, het zat zo strak als een motoroverall. Het was nogal warm en de ritten gingen gewoon door. Mijn benen knalden ondertussen bijna uit elkaar van de verzuring, dus ik moest op het middenterrein even gaan lopen. Fysio Dennis Geerlings pakte mij vast en ik zei: ik doe dat pak even uit. Ik dacht: niemand die me ziet. Na de Spelen ben ik vaak gevraagd om met ontbloot bovenlijf voor bladen te poseren. Ik deed dat nooit. In deze tijd is iedereen bezig zichzelf goed neer te zetten op sociale media. Maar het begint met oprechtheid. Bij mij ging het echt per ongeluk.”

Brief van Fortuyn

In de laatste rit kwam ook Wotherspoon niet aan de tijd van Gerard. Gerard the Fourth veranderde in Gouden Gerard. Eerst gestopt met schaatsen, daarna teruggekeerd en tweeënhalf jaar na zijn terugkeer in het bezit van olympisch goud. De Nederlandse fans hielden niet op met feesten en in het mediacentrum luisterden journalisten van over de hele wereld naar het verhaal achter de comeback der comebacks. Zijn levensverhaal verscheen op de voorpagina van de twee machtigste kranten in Amerika: The New York Times en The Washington Post. Dat kwam vooral door de wijze waarop Gerard in prima Engels zijn carrière samenvatte.

Hij vertelde over de worsteling met de klapschaats, het stoppen en weer opnieuw beginnen. Vrienden en familie verzamelden zich na afloop in het TVM-huis. De emoties liepen hoog op. “Na afloop mijn familie zien was natuurlijk een van de hoogtepunten. De blijdschap van iedereen eigenlijk, dat was zo mooi. Toen merkte ik dat veel mensen me ook echt gevolgd hadden en wat met me hadden. Ik had er natuurlijk al zo vaak tegenaan gezeten, ik was niet op de allerleukste manier gestopt in 1998. In Salt Lake City deed ik het een keer wél. Het was zo mooi om het te delen met alle mensen die een aandeel hadden in mijn terugkeer.”

Nederland stond op zijn kop. Duizenden mensen uit heel Nederland kwamen naar zijn woonplaats Heerde voor de huldiging. En er was post van een op dat moment nog zeer populaire politicus. Pim Fortuyn schreef tweeën- halve maand voordat hij werd doodgeschoten een emotionele brief aan Gerard met daarin een persoonlijke boodschap.

“Hij schreef dat hij er op dat moment doorheen zat, maar uit mijn gouden race weer nieuwe energie had geput en nodigde me uit minister van Sport te worden in zijn kabinet… Heel veel mensen schreven me dat ze waren geïnspireerd door de wijze waarop ik in mijn carrière met tegenslag had leren dealen. Zo van: als hij het kan, moeten wij het ook kunnen. Ik vond het ook helemaal niet erg om ineens publiek bezit te worden. Prima.” Later vroeg hij zich nog weleens af hoe het zou zijn gegaan als Rintje Ritsma hem niet met zachte dwang weer op de schaatsen had gezet.

Medaille-alarm

Tijdens de Winterspelen gaan we los met onze grootste kortingsactie ooit. Bij elke medaille van een Nederlandse atleet hoort een beloning voor jou. Doe mee en profiteer direct.Zo werkt het:

🥇 Goud
50% korting op een jaarabonnement
Vijf nummers voor slechts €22,50

🥈 Zilver
Vraag een gratis editie aan van
HELDEN, Formule 1 Magazine, Fiets of Procycling

🥉 Brons
20% korting + gratis verzending
op een nummer naar keuze

Let op: elke actie is slechts 24 uur geldig.
👉 Houd onze Instagram Stories in de gaten en mis geen medailledeal.

Delen: