Toen Dick Advocaat in februari aankondigde dat hij na de kwalificatiecampagne zou stoppen als bondscoach van Curaçao, leek er een einde te komen aan een bijzonder hoofdstuk. Maar enkele maanden later keerde de kleine Generaal, mede op verzoek van de spelersgroep, toch terug. Volgens Leandro en Juninho Bacuna zegt dat alles over de band die in de afgelopen jaren is ontstaan.
“Vlak na de wedstrijd tegen Jamaica hadden we een emotioneel gesprek”, vertelt Leandro. “Daarna zijn we geregeld contact blijven houden. Als ik Dick sprak in de tijd dat hij geen bondscoach was, zei hij steeds dat hij ons bleef aanmoedigen en bellen. We hebben een band voor het leven opgebouwd.”
Ook voor Juninho bleef het contact onverminderd bestaan. Sterker nog: zelfs buiten het voetbal kwamen ze elkaar tegen. “In die periode heb ik samen met Dick bij De Nederlandsche Bank zelfs nog een nationale munt voor The Blue Wave geslagen: de Caribische vijf gulden”, vertelt hij. “Het contact is altijd gebleven. We hebben hem zien veranderen van een strenge trainer in een open en warme man. Misschien heeft Curaçao hem wel een beetje veranderd.”
Leandro kan die conclusie alleen maar onderschrijven. “Dick is echt een supertrainer”, zegt hij met een glimlach. “Ik ben hem ook in de periode dat hij geen bondscoach was, blijven spreken. In het begin moest hij niks hebben van de manier waarop wij op Curaçao voetbal beleven. Hij wilde er echt niets mee te maken hebben. Maar langzaam zag je hem veranderen.”

Van discipline naar familiegevoel
Volgens de captain van Curaçao had Advocaat aanvankelijk moeite met de cultuur rondom het Curaçaose elftal. Waar de oud-bondscoach jarenlang werkte in de strak georganiseerde Europese top, trof hij op Curaçao een compleet andere voetbalbeleving aan.
“Hij voelde steeds beter aan dat we bij Curaçao één familie zijn en dat hij zich misschien iets meer open moest stellen”, vertelt Leandro. “Je zag hem niet alleen veranderen als trainer, maar ook als mens. Drieëntwintig spelers werden drieëntwintig van zijn zonen.”
Dat proces verliep niet zonder aanpassingen van beide kanten. Vooral rondom wedstrijddagen botsten de Europese voetbalcultuur en de Caribische manier van leven regelmatig. “Als je in Europa voetbalt, ga je voor een wedstrijd naar een hotel en eet je in een aparte eetzaal, zodat je geen pottenkijkers hebt”, legt Leandro uit. “Dat wilde hij bij ons ook invoeren, maar wij wilden dat niet. Wij aten liever tussen de mensen, zodat supporters gewoon even een praatje met ons konden maken.”
Zingen, dansen en verbinden
Ook de manier waarop de selectie zich voorbereidde op wedstrijden was voor Advocaat aanvankelijk wennen. “Er wordt bij ons rond een wedstrijd gedanst en gezongen”, zegt Leandro. “Dat snapte de trainer totaal niet. Hij zei stellig: ‘Nee, dat ga ik absoluut niet doen!'”
Toch begon de ervaren oefenmeester na verloop van tijd steeds beter te begrijpen waarom die tradities zo belangrijk zijn voor de spelers. “Toen we uitlegden dat dit bij onze cultuur hoort en de manier waarop wij op Curaçao voetbal beleven, gaf hij uiteindelijk toch toe. Hij voerde kleine aanpassingen door en daardoor werd de band steeds hechter.”
De afstand tussen de trainer en de spelersgroep was in de afgelopen jaren steeds kleiner geworden. Zo klein zelfs, dat afscheid nemen uiteindelijk moeilijker bleek dan gedacht.