Op 61-jarige leeftijd is Cees Geel plotseling overleden. Geel was naast prijswinnend acteur ook een groot PSV-supporter. Voor een interview in Helden deelden Geel en collega Frank Lammers hun verhaal over hoe het is om een geval apart te zijn in Amsterdam. Lees hier het hele interview uit Helden 37 (2017) – gemaakt door Rob Willemse – terug.
“Meneer Martens, onze buurman en de vader van een vriendje, had drie PSV-seizoenkaarten en ik mocht weleens mee. Als je uit een dorp komt, is dat een enorme belevenis: naar de grote stad en naar het stadion waar die grote namen speelden,” zegt de in Mierlo, onder de rook van Eindhoven, geboren Frank Lammers. Zijn eerste PSV-herinnering die boven komt, is het wonderschone doelpunt van Ruud Gullit tegen Haarlem. “Lob over keeper Edward Metgod die applaudisseert voor die actie en Gullit die daarna met gespreide armen een lichte buiging maakt.”
Frank doet spontaan de buiging na. “Een andere herinnering is dat ik voor een wedstrijd tegen De Graafschap zei dat Erik Viscaal niet kon voetballen en dat ‘ie vervolgens vier keer scoorde… Mijn eerste grote PSV-held was Gerrie Deijkers, omdat hij ook uit Mierlo kwam en ik zijn naam mooi vond. Zelf voetbalde ik bij Mifano: Mierlo Faal Nooit. Ik was een stofzuiger en in de rust altijd degene die met zijn schoenen begon te smijten als het niet lekker liep. Eenmaal heb ik een doorgebroken linksbuiten getorpedeerd en compleet afgezaagd. Gelukkig liep het goed af, maar het was afschuwelijk en laf. Later werd ik spits. Bij een wedstrijd die we met 10-0 wonnen, waren scouts van Helmond Sport aanwezig. Helaas was ik al 21. Dus kwamen ze te laat. Maar ik legde ze er wel vrij makkelijk in. Behalve die ene keer dan dat ik – en ook nog met heel veel publiek erbij – alleen op de keeper af ging, een fancy beweging wilde maken en over de bal struikelde. Sindsdien was ik ‘Lepra Lammers’. Verschrikkelijk; uit schaamte ben ik daarna zo lang mogelijk met mijn gezicht in het gras blijven liggen. Dat was een beetje een Cees Geel-actie.”
‘In de Arena heb je tijdens een wedstrijd het gevoel dat je in de landbouw-RAI beland bent. Dus waarom zou je iemand uit Schagen dan wél vragen waarom die PSV-fan is?’
Cees Geel lacht hard: “Nou, bij de opnamen van ‘De Zwarte Meteoor’ moest ik een bal met rechts in het doel volleyen. Maar de voorzet kwam te ver en daarom nam ik hem spontaan met links: strak in de kruising!”
Frank: “Een verzonnen verhaal. Jij bent geen grootse voetballer, maar kan wel heel goed basketballen. Vreemd genoeg hadden ze voor die film mensen als voetballers gecast die niet konden voetballen. Terwijl ik op de tribune zat!”
Cees: “Ik snap dat je het verdrongen hebt, Frank. Maar de actie zit toch écht in de film. Dat ik beter kan basketballen dan voetballen klopt wel. Ik was vooral fan van Nashua Den Bosch en van Kees Akerboom, totdat ik bij Den Helder ging spelen. Nou ligt Den Bosch vrij ver van Schagen, net als Eindhoven. En als je uit Schagen komt, moet je kennelijk gaan uitleggen waarom je PSV-fan bent. Feyenoord en Ajax hebben fans door het hele land en laten zich daar ook op voorstaan. Is er ooit aan een Limburger of Groninger gevraagd waarom hij Feyenoord-fan is? En Ajax-fans komen zeker niet allemaal uit Amsterdam. In de Arena heb je tijdens een wedstrijd het gevoel dat je in de landbouw-RAI beland bent. Dus waarom zou je iemand uit Schagen dan wél vragen waarom die PSV-fan is?”
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Frank, droogjes: “Zeg Cees, waarom ben jij eigenlijk PSV-fan als je uit Schagen komt?”
Cees: “Dat zal ik je vertellen, vriend. In de jaren ’80 was PSV een spectaculaire ploeg met mooie voetballers. Waar Ajax en Feyenoord lagen te navelstaren en excuses voor eigen falen buiten zichzelf zochten, inventariseerde PSV wat het in huis had en wat niet en ging vervolgens de spelers halen die het nodig had; onder wie Flemming Povlsen en Romário. PSV keek sowieso verder dan de neus lang was en werd de eerste Nederlandse club met skyboxen, omdat het open stond voor vernieuwingen.”
Frank: “Hoorde ik jou nou net Flemming Povlsen en Romário in één adem noemen?”
Cees: “Ja. Want toen Romário zijn kuitblessure opliep, huurde PSV Povlsen van 1. FC Köln als vervanger en dat was een heel goeie zet.”
Groot kunstenaar
Frank: “In ’88 hadden ze al zo’n goed elftal. Maar met de komst van Romário dat jaar was mijn liefde voor PSV voorgoed bezegeld. Ook dat rebelse van hem vond ik leuk en grappig. Want wat ook over hem gezegd wordt: hij heeft ons zelden of nooit in de steek gelaten. Uiteindelijk ging dat balletje er – ook als hij weer eens volstrekt afwezig leek – altijd wel in. Als er iets is dat we afgelopen seizoen gemist hebben, is het dát wel. God, wat zijn er een kansen om zeep geholpen. Romário was ook een groot kunstenaar, die als voetballer in een andere tijdzone leek te leven. Want aan de bal had hij altijd tijd over. Nooit heb ik zoiets bij een andere speler gezien. Daarom scoorde hij vaker dan wie ook via balletjes die tergend langzaam het doel inrolden.”
Cees: “Die 5-1 tegen Steaua Boekarest. Vijf Roemenen liet hij alle kanten opvliegen en struikelen, alleen door een paar simpele heupbewegingen.”
Frank: “Berry van Aerle heeft me ooit beelden van dat moment laten zien en zei: ‘Zie je die nummer 7 van PSV die helemaal vrij staat voor het Steaua-doel? Dat ben ik. Romário had ’m dus ook aan mij kunnen geven, maar hij heeft me nooit gezien. Of wíllen zien.’ Ik zei: Maar Berry, hij had hem verdomme aan jou móeten geven. Berry: ‘Dat had hij zeker!’ Ik: Heb je dat ooit tegen hem gezegd? Berry: ‘Jazeker.’ Ik weer: En, wat zei hij? Berry: ‘Dat ik de bal dan had overgeschoten. En dat had ook zo maar gekund.’ Fantastisch verhaal, hè? Natuurlijk hebben we Ronaldo ook nog gehad. Maar van Romário heb ik het meest genoten: league of his own. Bijzonderder dan dat mannetje krijg je ze niet.”

Cees: “Luc Nilis! Met rechts of links, dat maakte hem niet uit. Hij kon loeihard, heel subtiel of met effect schieten. Mijn held. Frank, toen wij samen een seizoenkaart kochten, hadden we Nilis en Ronaldo in de spits en wisten we dat er binnen twintig minuten gescoord ging worden. Dat was gewoon een gegeven. Op de toneelschool van Amsterdam kwamen we achter die gezamenlijke liefde. Was wel leuk voor jou, was je niet meer zo alleen. Omdat onze agenda’s nogal zijn gaan verschillen, lukt het tegenwoordig nog maar zelden om samen te gaan. En soms treffen we elkaar in het stadion. Maar we hebben dus wel samen onze eerste seizoenkaart gekocht: vak F, op de achterlijn.”
Frank: “Daar zit ik nog steeds, Cees.”
Cees: “Ik zit nu in S, op de middenlijn waar je meer overzicht hebt.”
Frank: “Jij gaat vreemd!”
Cees: “Inmiddels al een jaar of achttien, dus dat kun je inmiddels wel een relatie noemen.”
Name dropping
Frank: “Jij hebt altijd wel heel veel info, weet eigenlijk alles.”
Cees: “Ja, ik ken bijna iedereen die bij PSV werkt of gewerkt heeft. Spelers, trainers, materiaalmensen. Met die mensen app ik weleens en door vragen te stellen, leer je op een andere manier naar voetbal te kijken. Ik vraag wat ik niet begrijp: waarom gebeurde dat niet en dit wel? Waarom is iemand wel of niet gewisseld? Dat vraag ik bijvoorbeeld aan Guus Hiddink. Als ik met de info van die mensen een wedstrijd opnieuw bekijk, snap ik het allemaal beter en blijken details inderdaad heel bepalend te zijn. Nuttige en ook leuke contacten, want die PSV-mensen en ik zien elkaar ook op elkaars verjaardagen, of bij bruiloften.”
Frank: “Oké: namen, telefoon- en rugnummers!”
Cees: “Nee, ik heb geen zin in name dropping. Op Aruba is het ontstaan, waar ooit voetvolleytoernooien voor profs werden georganiseerd. Raoul Heertje en ik gaven commentaar gaven en maakten filmpjes. Zo heb ik Arjen Robben leren kennen.”
Frank: “Nou ga je toch namen droppen.”
Cees: “Nee, ik leg uit hoe het is ontstaan. Ik nodig ze ook uit voor mijn voorstellingen of zij bellen mij als ze in Amsterdam zijn, dan gaan we koffiedrinken of iets eten. Dat contact is dus wederzijds, wat extra leuk is omdat ik er dan niet zo als een fan achteraanloop. En zij vinden het ook leuk. Vrijkaarten voor mijn voorstellingen geef ik ’t liefst aan mensen die niet gewend zijn naar het theater te gaan. Dus nodig ik ook PSV-mensen uit in mijn wereld, die ook apart is. Vaak komen ze nog even backstage. Vinden ze echt interessant.”
Frank: ”Naar mij komen ze nooit kijken. Maar gelukkig is ‘ons Berry’ er nog. Met hem heb ik het ook gehad over die heel lullige 1-1 van Edward Linskens in de halve finale Europa Cup I van 1988 bij het Real Madrid van Leo Beenhakker. Volgens Berry en de andere PSV’ers had die keeper gezopen. Want hoe kun je anders verklaren dat die Buyo, nadat Linskens de bal minimaal en ook nog eens verkeerd geraakt had, gewoon zijn been optilde waardoor die bal vrolijk het doel in kon hobbelen? De thuiswedstrijd die volgde, moet de meest legendarische 0-0 zijn die ik ooit in dat stadion heb meegemaakt. Ik was zestien en zag een weergaloze Hans van Breukelen die onder andere een omhaal van Hugo Sánchez op een of andere onmogelijke manier pakte. Met hangen en wurgen bleef het 0-0 waardoor wij naar de finale gingen. En wij maar zingen: ‘Leo neem je rotzooi mee.’ Die finale daarna tegen Benfica was een slechte wedstrijd. Maar wij wonnen, dus who cares?”
Amsterdamse vrienden
Cees: “Met PSV ben ik door heel Europa en met het Nederlands elftal de hele wereld over geweest. Hartstikke leuk. Ik baal nog steeds dat ik niet mee kon naar de uitwedstrijd van PSV in Siberië: Novosibirsk, negen uur in een vliegtuig. Helaas moest ik die dag spelen. Hel van een reis, maar mooi om zoiets mee te maken, want je komt in een heel andere, onbekende wereld. Thuis heb je daarna wel een verhaal te vertellen. Kiev was ook een avontuur. Weet je dat ik vreemd genoeg nog nooit in Parijs ben geweest? Dus als PSV volgend jaar weer gewóón kampioen wordt, moeten ze PSG maar loten. Klinkt ook goed: PSV-PSG.”
Frank: “Gewoon kampioen worden? Dan mogen de ballen er volgend jaar wel wat makkelijker in gaan, want anders gaan we weer een zwaar jaar tegemoet. Voorlopig ben ik blij dat Feyenoord dit jaar kampioen is geworden. Anders had ik ’t er weer een jaar ingewreven gekregen van m’n Amsterdamse vrienden. Bovendien gaat sport over verhalen en deze titel van Feyenoord – de manier waarop en de situatie rond Dirk Kuijt, die alle drie de doelpunten scoorde in de kampioenswedstrijd – is natuurlijk wel een verhaal. Maar terug naar ons aller PSV: ik vond het wel mooi wat het publiek riep tijdens de laatste PSV-Ajax die we met 1-0 wonnen. ‘Helemaal niks in Amsterdam.’ Dat is humor. Je tegenstanders een beetje prikkelen mag wel. Anders is er geen zak aan.”
‘Die 10-0 tegen Feyenoord in 2010… eigenlijk was dat gênant. Met 10-0 winnen, dat wil je niet. Erecode: dat is te veel, dat is niet leuk. Dus die tiende wilden ze niet maken’
Cees: “Ik heb geen hekel aan Ajax of Feyenoord, maar PSV is sympathieker, dynamischer. En ja, als PSV’er word ik in Amsterdam weleens in een hoekje gedrukt en dan moet ik me wel laten horen. Meestal beginnen Amsterdammers tegen mij, zeker in de jaren dat ze onder Frank de Boer een paar keer kampioen werden. Nou, dan moet ik wel een paar grappen terugsturen en dat gaat makkelijker als ik wat argumenten in handen heb. En wat Ajax-supporters zingen richting Feyenoord… ‘Als het lente wordt, sturen wij bommen naar Rotterdam.’ Dat is nou ook niet zo’n leuke tekst.”
Frank: “Dat is zeker geen leuke tekst. ‘Helemaal niks in Amsterdam’ is grappig. Halverwege de jaren ‘80 ben ik PSV-supporter geworden, toen onze statistieken veruit de beste van heel Nederland waren. We hebben heel mooie Ajax-PSV’s meegemaakt, wonnen geregeld in Amsterdam. En dat was ook de tijd dat ik er studeerde. Café De Pels, 0-3 bij rust waarna de tent leegstroomde, de barman een bier voor me neerzette en zei: ‘Dit is je laatste en je komt hier nooit meer voetbal kijken!’ Toen die derde er inging, had ik nog ‘rondje voor de hele zaak’ geroepen. Maar niemand wilde wat van me drinken. Gelukkig maar. Want ik had geen geld, dus ze hadden me bankroet kunnen zuipen.”
Smartengeld
Cees: “Met hoeveel PSV wint, maakt me niet zo veel uit. Die 10-0 tegen Feyenoord in 2010… eigenlijk was dat gênant. Twintig minuten voor tijd stond er al 9-0 op het scorebord. Ik weet dat PSV’ers daarna bewust kansen hebben gemist. Met 10-0 winnen, dat wil je niet. Erecode: dat is te veel, dat is niet leuk. Dus die tiende wilden ze niet maken. Maar dat moest ook weer niet te veel gaan opvallen en dat was al lastig genoeg. Is ook niet gelukt. Tegenwoordig wed ik bij belangrijke wedstrijden trouwens op ‘het andere team’: een tientje. Beetje een win-winsituatie creëren: als we dan toch verliezen, heb ik tenminste nog dat tientje; al is dat niet meer dan smartengeld. En dat tientje is erg weinig als het Ajax is dat aan het langste eind trekt. Dat zijn altijd wel momentjes om je te wapenen, want dan krijg je weer van die opmerkingen. Ik zeg zo vaak: ik heb geen hekel aan Ajax, maar wel aan Ajax-supporters. Meerdere keren per jaar kom ik bij Ajax en ik word daar altijd vriendelijk ontvangen. Maar in m’n stamkroeg moet ik telkens weer wat gaan verzinnen. Toen ik uit Schagen naar Amsterdam kwam, keken we met Ajax-, Feyenoord- en PSV-fans naar alle Europese wedstrijden. Maakte niet uit wie er speelde. En zonder animositeit. Zoals het hoort. En zoals het ook hoort, vind ik het vervelend als mijn club verliest. Maar dan verlies ík niet. Er zijn genoeg supporters die denken dat als hun club verliest, zíj verliezen. Wat ik vooral bedoel te zeggen: elkaar fokken mag, maar dan wel met humor.”
Frank: “Mensen doen vaak moeilijk over een beetje onschuldig pesten. Voetbal bestaat bij de gratie van rivaliteit en emotie. Toen PSV vorig jaar in de laatste wedstrijd van het seizoen kampioen werd, ben ik bij mijn club in de Watergraafsmeer gaan tennissen. Ik ging ervan uit dat Ajax simpel bij De Graafschap ging winnen en kampioen zou worden. Maar we weten hoe dat is afgelopen. Eerst ben ik even in de kantine gaan stangen en daarna ben ik naar de overkant gelopen waar Peter Heerschop woont, heb aangebeld en ben het er even in gaan wrijven. En voor de laatste wedstrijd van dit seizoen, Feyenoord-Heracles en Willem II-Ajax, ben ik – met goeie argumenten – weer even gaan uitleggen hoe lastig zo’n slotwedstrijd kan zijn. En natuurlijk zijn er dingen die te ver kunnen gaan. Maar zo lang prikkelen met humor gebeurt, is er niks mis mee en mag het zelfs een heel klein beetje pijn doen. ”
Verversen
Cees: “Wij hebben zelf natuurlijk ook een minder fijn jaar achter de rug.”
Frank: “Tien gelijke spelen! Een record! Twintig verliespunten en eigenlijk allemaal tegen mindere ploegen. Toch heb ik tot het eind van het seizoen het gevoel gehad dat we volkomen onverdiend, maar breed lachend weer op de valreep met de titel aan de haal zouden gaan. Maar uit bij Twente en ADO gaven we in de laatste minuut de overwinning en vier punten weg. Terwijl ik net zo’n scenario in m’n hoofd had als vorig jaar, zodat ik vlak voor de laatste speeldag tegenover Ajacieden met een grote mond alleen maar heel vrolijk had hoeven zeggen: ja, De Graafschap uit, altijd lastig.”
Cees: “Een aantal jongens voetbalt al te lang bij PSV en dan kunnen spelers gemakzuchtig worden. Tijd om de ploeg verversen. Wie weg mogen en door wie ze vervangen moeten worden, laat ik graag aan technisch directeur Marcel Brands over.”
Frank: “Als je een topclub wilt zijn, moet je handelen. En niet te laat, want dan draai je vast. Zoals PSV dit jaar. En al die jonge vaders… Acht PSV’ers hebben vorig jaar een kind gekregen en de trainer ook. Pröpper, Guardado, Willems, Moreno; in het spelershome staat een ballenbak en ook een commode om luiers te verschonen. Kijk, twee of drie jonge vaders; dat kan. Maar acht is te veel. Als je kinderen krijgt, ga je meer relativeren. En relativeren hoort niet in de sport, kan niet. Ik durf als amateurpsycholoog te beweren dat dit het afgelopen seizoen een van de problemen was. Dat daardoor een paar procent scherpte ontbrak en daarom die ballen er niet in wilden. Tegen Atlético Madrid werd een goal van Luuk de Jong ten onrechte afgekeurd, anders hadden we daar misschien een resultaat behaald waardoor we met een ander, veel beter gevoel verder hadden gekund. Je hebt dus ook weleens een beetje mazzel nodig. Tja, en als De Jong niet scoort, moet je een keer wat anders doen en hem vervangen. Er is echt veel talent, dus laat de jonge Sam Lammers – what’s in a name – spelen, en Lundqvist, Gudmundsson en Dante Rigo; allemaal jonge en goeie spelers. Had gedaan wat Peter Bosz met die jonge gasten bij Ajax doet.”

Cees: “Ik denk dat ze in de winterstop wel geprobeerd hebben iemand te halen, maar dat er geen goeie opties waren. De crux was het missen van opgelegde kansen. Met vijf goals extra op cruciale momenten had PSV lachend bovenaan kunnen staan. Van Atlético hadden we kunnen winnen als… Maar met ‘als’ verander je niks. God, wat was ik ziek na die wedstrijd. En als je dan ook Bayern nog in de poule hebt …”
Frank: “Ja, maar van Bayern kun je verliezen, daar valt mee te leven. Maar van een domme, onnodige nederlaag kan ik nog steeds zuur zijn en dat kan wel even duren. Of zo’n kutwedstrijd tegen Groningen: een penalty en nog 35 grote kansen missen en daardoor gelijk spelen. Tegen tien man!”
Cees: “Ze hebben niet veel goals tegen gekregen. Luuk heeft er vorig seizoen 26 ingelegd en is nu op acht blijven steken: probleem verklaard. Ook de trainer kun je dat niet verwijten. Phillip Cocu heeft niet gefaald. Hij hoeft ze er vanaf de bank niet in te schieten. Toch hoor ik van die drogredenen: de trainer moet de spelers scherp houden. Daar moet je in de NBA mee komen. Word je uitgelachen. Spelers behoren dat zelf te doen: intrinsieke motivatie. Met de selectie was niks mis. Wel jammer dat Jetro Willems en Jürgen Locadia langdurig geblesseerd waren waardoor de hele linkerkant wegviel. Maar goed: als een andere ploeg de ballen er wel in schiet, dan heeft die na 34 wedstrijden meer punten en is het de terechte kampioen. Voor komend seizoen gaat Marcel Brands het oplossen. Ik heb een grenzeloos vertrouwen in hem. En anders hebben we Lammers nog en stellen ze die maar op.”
Frank: “Dát lijkt me sowieso en altijd een prima plan.”