Kjeld Nuis viert op 10 november zijn 37ste verjaardag. Hij won drie olympische titels, vier keer WK-goud en reed wereldrecords op de 1000 en 1500 meter. In Milaan pakte hij ‘gewoon’ weer een olympische medaille; brons op de 1500 meter. Bij de aftrap van weer een nieuw seizoen, met het World Cup Kwalificatietoernooi in Thialf, schuiven we aan bij de oude strijder die de jonge honden van zich af probeert te slaan.
“Ik loop al een tijdje te kloten met mijn gezondheid,” zegt Kjeld Nuis voor de aftrap van weer een nieuw schaatsseizoen. In 2007 was hij er al bij. ‘Jij bent zo’ van Jeroen van der Boom was toen de hit van het jaar, Pirates of the Caribbean draaide in de bioscoop en Jan Peter Balkenende was minister-president.
“Tot half september ging alles beter dan ooit. Ik had er zin in. Daarna werd mijn zoontje Jax heel ziek, hij had een of ander virus opgelopen. Toen hij na twee weken eindelijk weer naar school ging, was ik aan de beurt. Ik kreeg griep en daar kwam een keelontsteking bij. Ik kreeg antibiotica en daardoor heb ik een tijd lang gekwakkeld. Ik heb ook het laatste trainingskamp, naar Calpe, gemist daardoor. Iedereen was maximaal kracht aan het doen en trainingsritten aan het rijden, terwijl ik thuis met koorts op de bank lag.
Toen kwamen die gasten terug uit Calpe, dacht ik dat ik weer aan kon sluiten. Maar drie dagen later zei mijn lijf: je bent nog niet beter. Ik ben veel te snel weer gaan trainen, daardoor kreeg ik er ook nog een bijholteontsteking bij. Toen was ik fucked, moest ik een paar weken aan de antibiotica. Toen ik weer mocht trainen, merkte ik dat ik slecht sliep, niet herstelde tussen trainen door zoals het zou moeten en telkens heel erg moe was. En nu hoop ik dat ik goed genoeg ben bij het WCKT. Ik ga daar gewoon staan en het komt wel goed, maar fijn is zo’n aanloop naar het seizoen niet.”
Zenuwachtig
Kjeld won in 2018 olympisch goud op de 1000 en 1500 meter, vier jaar later won hij op zijn 36ste opnieuw olympisch goud op de 1500 meter en afgelopen februari veroverde hij in Milaan brons op de schaatsmijl.
“Natuurlijk kwam ik met een goed gevoel terug uit Milaan”
Lachend: “Toen ik terugkwam van de Spelen, dacht ik: vanaf nu ga ik me helemaal nergens meer druk om maken. Nou, door die griep heb ik me drukker gemaakt dan wanneer volgende maand de Spelen zouden zijn. Ik maak me nog steeds druk om van alles en nog wat. Dat neurotische zit er bij mijn nog steeds in. Als ik dat kwijtraak, is het misschien beter om te stoppen.”
Het maakt jou niet rustiger dat je voor de derde Spelen op rij een medaille hebt gewonnen?
“Nee, een bepaalde rust heb ik nog steeds niet. Een paar jonge jongens hadden een paar weken terug hun eerste trainingswedstrijd voor het nieuwe seizoen. Ze vertelden dat ze best wel zenuwachtig waren. Toen zei ik: nou jongens, ik kan jullie melden: de komende twintig jaar blijft dat zo. Ik ben nog steeds zenuwachtig als ik er weer moet staan. Dat gevoel gaat maar niet weg. En het moment dat ik dat niet meer voel, is het mooi geweest.”
Vind jij het mooi dat er een bepaalde duurzaamheid in jouw loopbaan zit? Maakt dat jou extra trots?
“Dat is mooi, maar dat was niet een doel op zich.”
Wat zijn de ambities voor dit jaar?
“Die zijn niet anders dan vorig jaar. Ik ben het seizoen geëindigd met misschien wel mijn beste 1500 meter ooit. Ik had op een laaglandbaan nog nooit onder de 1 minuut 43 gereden op de 1500 meter en dat is me in Milaan gelukt. Mijn doel is om dat in Thialf ook te doen. Ik denk ook dat ik dat kan. En verder: ik wil van elke podiumplek genieten.
Ik heb een periode gehad dat als ik zilver won, ik alles bij elkaar schold. Ik wil altijd winnen, maar dat is tegenwoordig veel minder vanzelfsprekend dan een paar jaar geleden. Ik moet nu al blij zijn als ik het podium haal. Kijk, als je realistische doelen stelt, dan blijft het ook leuk. Het klinkt als een dooddoener, maar als ik het beste uit mezelf weet te halen, kan ik nog altijd super ver komen. Als ik dan een medaille win, ben ik mega blij. En wat voor kleur die medaille dan heeft, maakt voor mij echt niet meer uit.
Ik zat laatste met Jenning op de fiets en hij zei: ‘Jij hebt alles gewonnen wat er te winnen valt, dat wil ik ook nog.’ Maar soms mis ik wel de gretigheid aan de lijn die ik vroeger wel had. Zo van: ik moet en ik zal. Ik had in 2018 en 2022 niet kunnen genieten van brons, zoals ik dat nu wel kan. Ik mis wel de tijd dat ik aan de lijn ging staan en vooraf al dacht: het komt wel goed. Er was een tijd dat ik won met een seconde voor de rest. Dat was fucking geniaal. Dat is helaas niet meer zo en dat gaat ook nooit meer het geval zijn. Dat neem ik ook voor lief.”
Is het niet net zo mooi dat je nu keihard moet knokken om die jonge gasten toch voor te blijven?
“O, jawel! Maar het verschil is: als het nu even niet helemaal lekker gaat, word ik meteen tiende. Destijds stond ik sowieso nog op het podium als het niet goed ging.”
Kun je daar ook van genieten, omdat je weet wat het is om met een seconde voorsprong te winnen?
“Ook dat. Het ene was mooi en zoals het nu is, is het ook mooi. Ik denk weleens als ik Jenning aan de gang zie: shit, ik had dit destijds anders moeten doen en dat anders moeten doen. Maar als je naar mijn prijzenkast kijkt, heb ik niet veel laten liggen. Ik had achteraf alleen allemaal al wat eerder mijn kant op kunnen vallen.”
Jij doelt erop dat het niet lukte om je te kwalificeren voor de Spelen van 2010 en 2014. Wat is dat in jou dat je nu nog steeds op kan brengen?
“Ik heb gewoon liefde voor schaatsen. Ik vind het nog elke dag mooi om Thialf binnen te lopen. Ik geniet nog van elke training, ook al is het soms zwaar. Toen ik ziek werd in de aanloop van het seizoen baalde ik als een stekker. Vreselijk om mezelf naar de ijsbaan te moeten slepen. Maar dan ben ik eenmaal bezig en dan voelt het toch weer lekker. Zelfs als het slecht gaat, kan ik genieten van het schaatsen.”
Zwaar kansloos
Kjeld geniet er ook van om de gedrevenheid bij andere schaatsers te zien. “Ik las dat Joep Wennemars lange tijd last heeft gehad van zijn lies. Als ik hem dan bezig zie… Hij rijdt zo goed. Daar heb ik bewondering voor. Hein Otterspeer heeft met een spierscheuring zijn beste wedstrijd gereden. Ik vind het zo mooi om te zien dat er jongens zijn die het zo graag willen. Dat siert hen echt.
Ik heb ook met dat bijltje gehakt. Ik ben een keer zo diepgegaan. Ik reed 1.06 op de 1000 meter in Salt Lake City begin 2024. Toen ik over de streep kwam, ging gewoon het licht uit. Ik ben toen op een blokje gaan staan, ging onderuit en kon meteen door naar het ziekenhuis. Eigenlijk kon ik helemaal niet rijden, ik had vier dagen ziek op bed gelegen. Ik ben toch gaan staan en reed die bizar snelle tijd. Daar heeft mij trainer het nog steeds over. Hij zegt dan: ‘Jij bent zo’n mafkees.’”
Hij reed in 2019 in Salt Lake City zowel een wereldrecord op de 1000 als 1500 meter, een jaar nadat hij op beide afstanden olympisch kampioen werd. Hij werd ook op beide afstanden in 2017 (hij werd dat op de 1500 meter nogmaals in 2020). Kjeld geniet van de wedstrijden op de snelste ijsbanen.
De planning is dit seizoen zo dat de World Cup in Salt Lake City van 29 tot en met 31 januari zijn en dat is maar een paar dagen na het NK afstanden is in Heerenveen, waar tickets voor de WK afstanden te verdienen zijn.
“Ik snap ook dat het heel moeilijk is om een goede planning te maken. Maar dit was de meest kansloze oplossing. De schaatsers uit andere landen lachen zich helemaal rot. Zij gaan voor wereldrecords en wij moeten blij zijn als we de tijden rijden die we in Thialf schaatsen. Zo gaat het zijn. Echt zwaar kansloos. Je wil als schaatser op die baan vlammen.
Het is die ene kans in soms wel twee jaar tijd om tijden te rijden waarvan je droomt. Om dat bord te zien en dat vuurwerk omdat je een wereldrecord hebt gereden. We hebben een aantal jongens en meiden in het team die dat kunnen. Femke Kok heeft het vorig jaar gedaan in Salt Lake City. Fenomenaal. Zo vaak krijg je in je carrière die kans niet. Nu had het gekund, maar wordt ons de kans door de neus geboord om er een NK afstanden voor is gepland.”
Grensverleggers
Je loopt al twintig jaar mee en behoort op bijna 37-jarige leeftijd nog altijd tot de wereldtop. In 2030 zijn de Spelen in Thialf…
Lachend: “Toen dat duidelijk werd, riep iedereen tegen mij: ‘Toch nog maar een paar jaar doorgaan, want de Spelen zijn toch in de buurt.’ Ja, lekker… Joh, als ik alleen al heb gezien hoe Jenning de Boo zich de afgelopen maanden weer heeft verbeterd; dat is gewoon eng. Niet normaal. We gaan van hem tijden zien waar je mond van openvalt.
Ik zie in Jenning ook weer zo’n grensverlegger, zoals Pavel Koelizjnikov, Jordan Stolz en Sven Kramer dat ook zijn of waren. Wat Jenning straks gaat rijden op de 1000 meter, kan ik niet. Dat geeft ook niet. Ik heb het te stellen met de gasten van de 1500 meter. Ik moet me meten met Jordan Stolz, Joep Wennemars, Tim Prins en olympisch kampioen Zhangyan Ning. Tegenover hen schat ik mijn kansen nog steeds goed in. Maar er zijn jongens die een bepaalde basis aan het leggen die helemaal nergens over gaat. Dus ga ik nu geen uitspraken doen over 2030.”
Maar verwacht van Kjeld geen lang van tevoren aangekondigd afscheid als hij het gevoel heeft dat het mooi is geweest. “Ik denk dat ik heel rigoureus ga stoppen, zie voor me dat er een keer een wedstijd komt, waarna ik à la Bart Veldkamp het ijs afloop en mijn schaats zo weg zal smijten. Dat is het moment dat het helemaal klaar is. Wat er dan moet gebeuren?” Lachend: “Misschien nog een keer zo’n rit rijden zoals ik vorig jaar deed op het Olympisch Kwalificatietoernooi van vorig jaar december op de 1500 meter. Of dat ik van iemand ga verliezen waarvan ik denk: fuck you, dit ga ik echt niet meer doen. Zo zit ik in elkaar.”
Jij had het net over Stolz, Koelizjnikov en Kramer als grensverleggers. Hoor jij ook in dat rijtje thuis?
“Nou, ik heb die jongens allemaal verslagen. Ik heb tegen verschillende generaties gevochten en gewonnen. Ik had Stolz in Milaan bijna te pakken op de 1500 meter. Het was heel mooi geweest als dat was gelukt. Ik heb die 1500 meter van Milaan duizend keer teruggekeken. Ik lag voor in mijn race tegen Ning, kwam bij hem onderdoor. De volgende bocht waaide ik wat te ver uit en daar verloor ik snelheid. Daar liep Ning met mij mee en maakte hij het verschil. Dat had ik beter kunnen doen, maar dan nog had hij gewonnen. Ning was die dag echt de sterkste. Maar die zeshonderdste achter Stolz, die had ik voor mijn gevoel wel kunnen voorkomen. Maar ach, dan nog: boeien!”
Kjeld is nog altijd uitgesproken, dat is niet veranderd. Wordt het niet tijd voor een biografie? “Nee joh, ik lul al zoveel over mezelf. Ik weet niet wat ik straks ga doen, maar ga eerst nog even lekker schaatsen.”