Nederland en Marokko staan vanavond tegenover elkaar in de knock-outfase van het WK 2026. Het is niet de eerste keer dat beide landen elkaar treffen op een wereldkampioenschap. Ook tijdens het WK van 1994 in de Verenigde Staten kruisten Oranje en de Atlasleeuwen de degens. Voor de ploeg van bondscoach Dick Advocaat was die wedstrijd cruciaal: na een moeizame start moest er gewonnen worden om de groepsfase te overleven.
In Helden 82 blikken we met Bryan Roy uitgebreid terug op dat WK van 1994, een toernooi waarin Oranje zonder de geblesseerde Marco van Basten op zoek ging naar een nieuwe identiteit. Het onderstaande fragment neemt je mee terug naar die Amerikaanse voetbalzomer.
Een WK vol twijfels en kansen
Het WK duurde een maand, van 17 juni tot en met 17 juli. We waren in een land van travellercheques, van O.J. Simpson in een witte auto op de vlucht na een dubbele moord, van Houston Rockets versus New York Knicks, een diepe angst voor aanslagen, geen enkel gevoel bij voetbal, slechts Alexi Lalas als local hero…
En nee, we dachten dit keer niet dat Nederland wereldkampioen kon worden. Oranje had geen Cruijff, geen Gullit, geen Van Basten en een Rijkaard die als diepe wens had centraal achterin te spelen, omdat hij voelde dat hij niet meer die extreem dynamische middenvelder kon zijn, zeker niet in de hitte. Waar Louis van Gaal zijn wens vanaf 1994/1995 succesvol honoreerde, negeerde Dick Advocaat die. De Hagenees hield vast aan zijn 3-4-3. Daar had hij ergens ook wel een reden voor. Als het om puur voetbal en creativiteit ging, was het tandem Wim Jonk-Dennis Bergkamp zijn ultieme houvast.
De oude kern van de EK ’88-generatie wankelde. Koeman, Wouters en Rijkaard waren ervaren, maar werden ook kwetsbaarder. In de selectie zaten veel goede spelers, maar op Bergkamp na geen echte wereldtoppers.
Advocaat rekende op de midden-twintigers en wist dat hij in een interbellum zat. De gouden generatie doofde langzaam uit, de jonge talenten die Ajax in 1995 de Champions League zouden bezorgen, durfde hij nog net niet het podium te bieden.
Aan de ene kant zou het halen van de laatste acht al best een knappe prestatie zijn, aan de andere kant was dit WK misschien wel de ultieme kans, omdat er buiten Brazilië bar weinig echte favorieten waren. Wel veel outsiders, zoals Bulgarije, Nigeria, Roemenië, Zweden en Spanje. En waar bleven de sterren van Italië? Dat land werd bijna uitgeschakeld in de poulefase. Alle vier de landen (Mexico, Ierland, Italië en Noorwegen) eindigden op vier punten en een gelijk doelsaldo, maar alleen Noorwegen vloog eruit, omdat dat land slechts één keer scoorde.
Maar ook Oranje wankelde. Advocaat opende met Ed de Goey als keeper, Ulrich van Gobbel, Koeman en Frank de Boer achterin, op het middenveld Rijkaard, Jonk, Bergkamp en Wouters en voorin Marc Overmars, Ronald de Boer en Bryan Roy. Tegen Saoedi-Arabië gebeurde meteen waar Gullit voor had gewaarschuwd. De onbevangen Arabieren liepen hard en hadden veel minder last van de hitte, kwamen op 0-1 en de sensatie hing al in de lucht. Jonk maakte in de vijftigste minuut pas gelijk en vlak voor tijd plofte een bal op het hoofd van invaller Gaston Taument: 2-1.
Vijf dagen later speelde Oranje een stuk beter, maar verloor het van België door een doelpunt van Philippe Albert. Tegen Marokko moest minimaal een punt worden gehaald. Dankzij Dennis Bergkamp en Bryan Roy werden het er drie: 2-1.
Advocaat had ondertussen al van alles aangepast. Zelfs Rijkaard was zijn plek niet meer zeker en op de rechtsbackpositie stonden steeds andere namen: dan weer Stan Valckx, dan weer Aron Winter. Bergkamp was inmiddels opgeschoven naar de spitspositie, Rob Witschge kwam erbij op het middenveld.
Bryan Roy herinnert zich: “We speelden alleen de eerste wedstrijd niet goed. Daarna werd er gewoon goed gevoetbald. De velden waren perfect voor ons: kort gras, vrij snel. We hebben daar ons eigen spel op kunnen spelen. Wat ik overweldigend vond, was die oranje massa die er elke wedstrijd zat. Ongelooflijk wat een steun we kregen. Maar in tegenstelling tot wat we lieten zien in 1990 hebben we ons prima gepresenteerd. We hadden alleen een missing link. We misten Marco. Zo zonde. Als hij nog fit was geweest, had ik het moeten zien. Hij was pas 29 toen, hè. We moesten toch steeds iets verzinnen voor die spitspositie. Ronald en Dennis speelden goed, maar ik denk dat ze op een andere positie nog beter waren.”
Toch was het weer Bergkamp die in de achtste finales tegen Ierland zijn stempel drukte. Hij maakte de 1-0, zijn maatje Wim Jonk al snel de 2-0 dankzij een blunder van keeper Pat Bonner. Nederland speelde in die fase uitstekend en dat deed de sfeer rondom Oranje goed. Zou het dan toch mogelijk zijn?