Het Nederlandse turnen zit in de lift. Toptalenten Amine Abaidi (21) en Elijah Faverus (20) hielpen de Nederlandse mannenploeg op de WK in Rotterdam aan een historische zevende plaats in de teamfinale. Een dubbelinterview met de twee welbespraakte, beleefde en bescheiden vrienden, over de magie van een WK in eigen land, een jarenlange vriendschap, de kracht van een multicultureel team, bloedfanatieke FIFA-potjes en de wens een nieuwe generatie turners te inspireren.
Als Amine Abaidi vlak voor het interview een appje stuurt dat de training iets is uitgelopen, verontschuldigt hij zich direct. Even later is hij samen met Elijah Faverus terug in het hotel en laat hij weten dat ze alsnog stipt op tijd klaarzitten: “U kunt nu gewoon bellen.”
Excuses zijn uiteraard niet nodig. Faverus kwam de avond ervoor nog in actie in de meerkampfinale, waarin hij 76,264 punten bij elkaar turnde en als twintigste eindigde. Dinsdag hadden Abaidi en Faverus samen met Casimir Schmidt, Loran de Munck en Jermain Grünberg al geschiedenis geschreven. Met 241,294 punten eindigde de Nederlandse mannenploeg als zevende in de teamfinale: de beste WK-notering ooit. Alleen in 2018, in Doha, bereikte Oranje eerder de laatste acht. Toen werd het team laatste.
“Bizar”, reageerde captain Schmidt na afloop. “Ik heb er geen woorden voor. We wilden het zo goed mogelijk doen, maar vooral plezier hebben. Dan gebeurt dit: de beste notering ooit én we hebben plezier gehad. Een win-winsituatie. Vanaf moment één waren we locked-in. We zaten er heel lekker in.”
(Tekst loopt door onder foto’s)


Vertegenwoordigers jonge generatie
Rotterdam Ahoy was afgelopen week het decor van de WK turnen, die op zondag 25 oktober worden afgesloten. Nederland organiseerde het toernooi voor het eerst in 1987 en was in 2010 voor het laatst gastheer. Faverus was destijds vier, Abaidi vijf jaar oud. Het kan niet anders dan dat ergens rond die periode hun verwondering en fascinatie zijn ontstaan voor kerels met hun gebeeldhouwde lichamen die de meest onmogelijke kunsten uithalen aan zes verschillende toestellen. Dit is topsport van de bovenste plank, maar dan weggestopt en stilgezwegen.
Zestien jaar later staan ze zelf op het hoogste internationale podium in eigen land. De twee vertegenwoordigen de jonge generatie turners die het Nederlandse mannenteam ook de komende jaren verder moet brengen. Voormalig topturner Bart Deurloo, die tijdens de WK zijn stem schor schreeuwde om de Nederlandse ploeg aan te moedigen, was onder de indruk van beide talenten. “Ze zijn echt heel sterk, explosief en gedreven. Elijah is natuurlijk een nieuweling, maar als je naar de punten kijkt, is hij al de koploper van het team. Hij is een slimme jongen en dat zie je ook in zijn oefeningen.” Abaidi maakte tijdens de kwalificaties de meeste indruk op Deurloo. “Voor mij was Amine echt de man van de wedstrijd. En dat op zijn eerste WK.”
Wat Abaidi’s prestatie extra bijzonder maakt, is dat hij maandenlang heeft moeten knokken om terug te komen van een kruisbandblessure. Na de teamfinale, met een groot deel van zijn familie op de tribune, kwamen de emoties los.
Amine: “Mijn ouders reizen vaak met me mee naar wedstrijden. Dat kost tijd, energie en geld. Daarom was het bijzonder dat ze er nu waren, samen met mijn tante, neefjes en nichtjes. Volgens mij was dit de eerste keer dat zo’n groot deel van mijn familie me internationaal zag turnen. Dat we ook nog geschiedenis schreven door de teamfinale te halen, maakte het extra bijzonder. Het was prachtig om mijn familie op de tribune te zien juichen en huilen. Dat moment zal ik niet snel vergeten. Ik zat tijdens mijn revalidatie soms in een diep dal. Door alles wat er in je hoofd omgaat, dringt het niet altijd tot je door dat mensen je steunen. Je denkt vooral aan het feit dat je niets kunt doen en dat je carrière stilstaat. Alles is onzeker. Wanneer je weer vooruitgang boekt, voel je die steun steeds sterker. Ik heb bovendien heel goede vrienden binnen en buiten de turnhal bij wie ik alles kwijt kan. Dat is ontzettend fijn.”
Faverus liet zien alles in zich te hebben om dé blikvanger te worden van het Nederlandse mannenturnen. Hij werd achttiende in de kwalificatie voor de individuele meerkampfinale en plaatste zich als enige Nederlander via de beste 24. Toch was hij niet helemaal tevreden.
Elijah: “Ik wist dat ik beter kon presteren, maar ik mag ook tevreden zijn over wat ik deze week heb laten zien. Dat ik nog een keer in de hal mocht turnen en van het publiek kon genieten, was mooi meegenomen. Ik schrijf mijn doelen altijd op papier en kijk daar regelmatig naar. Dat ik tijdens dit WK zoveel doelen heb kunnen afvinken, is geweldig.”
Amine: “Ik ben misschien iets minder streng voor mezelf. Elijah wilde zo hoog mogelijk scoren en had bijvoorbeeld 81 punten voor ogen. Mijn jaar verliep heel anders, met veel onzekerheid. Mijn belangrijkste doel was om terug te komen en weer fit te worden. Het EK stond aanvankelijk niet op mijn planning, het WK was mijn hoofddoel. Dat ik aan beide toernooien kon deelnemen én met het team de finale haalde, is fantastisch. Je droomt van zo’n finale, maar weet nooit zeker of het lukt. Het belangrijkste is dat ik terug ben.”
Onafscheidelijk
Faverus en Abaidi ontmoetten elkaar toen ze acht en negen jaar oud waren bij een turnwedstrijd. Ze kwamen uit voor verschillende clubs en zagen elkaar daardoor niet altijd even vaak. Maar talent herkent talent, vroeg of laat.
Amine: “Onze vriendschap groeide vooral toen we samen in Hoofddorp gingen trainen. Je brengt zoveel uren met elkaar door dat je vanzelf naar elkaar toegroeit. Later ga je ook buiten de training dingen samen doen. Dat heeft onze band nog sterker gemaakt.”
Elijah: “We brengen buiten de training veel tijd met elkaar door en zijn een paar jaar geleden samen op vakantie geweest. Onze vriendschap gaat dus veel verder dan turnen.”
Ze steunen elkaar door dik en dun en schakelen tijdens het interview moeiteloos van een beladen onderwerp naar een dolletje. Het zijn open jongens, die elkaar hebben om te sparren. In een sport waarin perfectie centraal staat, is het de kunst om de druk die je jezelf oplegt in balans te houden.
Amine: “Al heb je als turner een zekere mate van perfectionisme nodig hebt. Het hoort bij de sport. Zonder die instelling wordt het moeilijk om ver te komen.”
Elijah: “Perfectionisme kan goed zijn, zolang je niet te kritisch wordt op jezelf. Als sporter kijk je al snel vooral naar wat fout gaat. Ik probeer daarom ook stil te staan bij wat wél goed ging.”
Amine: “Als je tijdens een training alleen tevreden bent wanneer iets perfect lukt, maak je het jezelf moeilijk. Een nieuw element leren kan duizenden pogingen kosten. Wanneer iets eindelijk lukt, moet je daar blij mee kunnen zijn, ook als het nog niet perfect is. Daarna kun je het verbeteren. Je moet jezelf de tijd geven om iets onder de knie te krijgen. Anders houd je je eigen ontwikkeling tegen.”
Op iedere vraag heeft het duo wel een doordacht antwoordt klaar liggen. Ze weten glashelder wat ze willen en durven groot te dromen. Toen een kapotte veer het vloerturnen tijdens de teamfinale stillegde, zei Abaidi dat hij het juist prettig vond dat alle ogen op hem gericht waren. Faverus herkent die bravoure.
Elijah: “Amine is een geweldige turner en heeft iets van een showman. Dat maakt hem geschikt voor het internationale turnen. Tegelijkertijd is hij heel gedisciplineerd. Anders was hij niet teruggekomen van zo’n zware blessure. Hij is ambitieus en wil nog veel meer bereiken.”
Amine: “Elijah is gefocust, doelgericht, ontzettend gemotiveerd, gedisciplineerd en geen opgever. Ik neem het soms wat minder nauw met de regels, terwijl hij juist heel strikt is. Dat is een van zijn sterke punten. Hij weet wanneer hij serieus moet zijn en wanneer er ruimte is voor een grap. Hij heeft nog veel potentieel. Ik hoop dat hij medailles kan winnen en met het team meer finales haalt. Hij heeft een sterk karakter en kan de ploeg op sleeptouw nemen.”
Hecht en multicultureel team
Met hun 20 en 21 jaar zijn Faverus en Abaidi de jonkies van de ploeg, bestaande uit Schmidt (30), De Munck (27) en Grünberg (26). Wat leren zij van de ervaren jongens, en wat kunnen zij op hun beurt van hun leren?
Elijah: “Zij weten precies hoe een grote wedstrijd werkt en nemen ons daarin mee. Casimir heeft al veel WK-finales geturnd, terwijl dit voor mij de eerste was. Hij hielp me rustig te blijven en legde uit wat ik kon verwachten. Ook Loran en Jermain delen hun ervaring en helpen ons bij de voorbereiding.”
Amine: “We kunnen ontzettend veel van hen leren: van hun ervaring en de manier waarop ze met wedstrijden omgaan. Maar op een gegeven moment moet je het zelf doen. Je wordt in het diepe gegooid en moet leren op eigen benen te staan. Ik hoop dat Elijah en ik later jongere turners kunnen begeleiden en hun vertrouwen geven.”
Elijah: “Casimir en Loran zien hoeveel ik train en hoe hard ik werk. Ik hoop dat mijn inzet hen ook motiveert. Misschien kan ik ze daarin een beetje meenemen, al leer ik op dit moment waarschijnlijk meer van hen dan zij van mij.”
Amine: “Ik denk dat ze ook iets van mij kunnen leren. Ik lach veel en kan vlak voor mijn beurt nog ontspannen zijn, om vervolgens meteen aan mijn oefening te beginnen. Je hoeft niet voortdurend volledig gefocust te zijn. Soms haalt ontspanning juist de druk weg. Als je alleen maar denkt dat je iets móét halen, kan dat tegen je werken.”
De ploeg weerspiegelt ook de diversiteit van de Nederlandse samenleving. De moeder van De Munck heeft Chinese roots en groeide op met de Indonesische cultuur, terwijl Grünbergs vader uit Indonesië komt. Ook Faverus en Abaidi brengen met hun Afrikaanse en Marokkaanse achtergronden ieder hun eigen culturele sauce mee. Wie bij turnen vooral denkt aan Epke Zonderland en Yuri van Gelder, moet bij het zien van deze ploeg misschien even twee keer kijken. Dat is ergens logisch: in landen als Japan, China en Rusland heeft de turnsport een sterke traditie, in schril contrast met landen in Afrika en Zuid-Amerika, waar de sport veel minder leeft.”
Amine: “Voor ons is dat eigenlijk heel vanzelfsprekend. We groeien naar elkaar toe doordat we dingen van elkaars cultuur leren. Ik doe bijvoorbeeld mee aan de ramadan en soms sluiten de jongens daarbij aan. Het is mooi om elkaars gewoonten te leren kennen en respect te krijgen voor elkaars leven buiten het turnen.”
Elijah: “We hebben verschillende achtergronden, maar delen onze liefde voor dezelfde sport. Iedereen brengt iets eigens mee. Juist die verschillen dragen bij aan ons hechte team.”
Amine: “Zo zijn Casi en zijn vriendin uit Zuid-Afrika een keer bij mij thuis komen eten. Dat was ontzettend leuk: er kwamen verschillende culturen samen en ze genoten van de Arabische gerechten. Dat soort momenten brengt je dichter bij elkaar. Je leert elkaar beter begrijpen en bent daardoor misschien ook eerder bereid om voor elkaar door het vuur te gaan.”
In Ahoy vlogen de superlatieven voor elkaar om de oren. Ook zonder al die lovende woorden was duidelijk hoe sterk de teamgeest is. De turners voelen elkaar feilloos aan en gaan met elkaar om alsof ze al een leven lang samen optrekken.
Hoe hecht de ploeg is, bleek ook toen Schmidt eerder die week twijfelde of hij in Rotterdam wel in actie kon komen. Na een voorspoedige voorbereiding op de WK landde hij woensdag tijdens de podiumtraining bij een sprong op zijn linkerschouder. De blessure wakkerde de twijfel aan en zelfs terugtrekken spookte door zijn hoofd, tenzij zijn teamgenoten vertrouwen in hem hadden. “Ja”, klonk het unaniem. Schmidt kwam in actie en zag zijn ploeg naar de historische zevende plaats gaan. Na afloop liet hij er geen twijfel over bestaan: “Deze groep is hechter dan in 2018.”
Amine: “De kracht van ons team zit vooral in de onderlinge band. We kunnen goed met elkaar overweg en stralen daardoor echt teamgevoel uit. Zelf probeer ik iedereen bij de groep te betrekken. Als we vrije tijd hebben, stel ik bijvoorbeeld voor om te gamen of te kaarten. Dat versterkt de band.”
Elijah: “Daar sluit ik me bij aan. We trainen elke dag samen en kennen elkaar daardoor heel goed. We zijn niet alleen teamgenoten, maar ook goede vrienden. Ik kan een grapje maken en ontspannen zijn, maar ook serieus wanneer dat nodig is. We gunnen elkaar alles. Dat is een van de grootste krachten van ons team. We zijn allemaal voetbalfans en spelen het merendeel van de tijd FIFA. Dat is altijd lachen. Ik verlies vaak, want ik ben niet zo goed. Amine brengt de meeste uren door op de PlayStation. Die is het beste.”
Amine, lachend: “Je wilt altijd gul blijven, maar op dit gebied weet ik zeker dat ik de beste ben. Casi kan trouwens ook wel een aardig potje FIFA.”
Elijah, knipogend: “Loran kunnen we beter niet achter de PlayStation zetten.”
Olympische Spelen
De zevende plaats in Rotterdam geeft de Nederlandse ploeg vertrouwen, maar garandeert geen deelname aan de Olympische Spelen van 2028. Eerst moet Oranje zich kwalificeren. Schmidt weet hoe lastig dat traject kan zijn: in 2018 bereikte Nederland eveneens de WK-teamfinale, maar een jaar later bleef kwalificatie voor de Spelen uit. “Dit is een mooie opsteker voor volgend jaar, al moeten we niet in dezelfde situatie terechtkomen als in 2018”, waarschuwde Schmidt. “Toen stonden we ook in de WK-teamfinale, maar een jaar later plaatsten we ons niet voor de Spelen.”
Amine: “Natuurlijk droom je ervan om op de Spelen de teamfinale te halen. Als dat lukt, zou dat geweldig zijn, voor onszelf, voor het Nederlandse turnen en voor de jonge jongens die naar ons opkijken. We zouden dan ook kunnen ervaren hoe het is om op zo’n groot podium in een ander land te turnen.”
Elijah: “We moeten ons volgend jaar eerst plaatsen. Dat is ons eerste doel. We moeten als team bij de beste twaalf eindigen. Daarna kunnen we verder kijken en onze doelen bepalen. Voor nu is het vooral belangrijk dat we hard blijven werken.”
Amine: “Je weet het nooit helemaal zeker. De ene keer turn je een perfecte wedstrijd, de andere keer gaat alles fout. Maar natuurlijk gaan we ervoor. Nu moeten we even uitrusten, de knop omzetten en daarna hard verder werken. Of we in 2028 als team op ons sterkst zijn, hangt ook af van de stappen die de jonge jongens blijven zetten en van wat Casi gaat doen. Houdt zijn lichaam het vol en heeft hij het gevoel dat hij nog iets kan bijdragen? Hoe dan ook ben ik ervan overtuigd dat we opnieuw met een sterk team op de vloer staan. We hebben laten zien dat we goed kunnen presteren. Nu moeten we die lijn doortrekken.”
Inspiratiebron
De twee hopen dat hun prestaties ook de volgende generatie turners inspireren. Zelf hadden ze als jonge sporters immers ook voorbeelden naar wie ze opkeken.
Amine: “Kohei Uchimura was voor mij een van de beste turners ter wereld. Ook keek ik op naar Casimir Schmidt, omdat we al sinds mijn vierde in dezelfde turnhal trainen. Toen ik bij de senioren kwam, was het bijzonder om ineens met iemand te trainen naar wie ik vroeger opkeek. Inmiddels spelen we samen FIFA en doen we leuke dingen buiten de turnhal. Dat is een mooie ontwikkeling.”
Elijah: “Kohei Uchimura is een naam die je nooit mag vergeten. Hij is misschien wel een van de beste turners ooit. Tegenwoordig kijk ik ook erg op naar Daiki Hashimoto. Gisteren mocht ik zelfs tegen hem turnen, wat bijzonder was. Hij spreekt niet zo goed Engels, dus een uitgebreid gesprek zat er niet echt in. We hebben elkaar wel begroet en gefeliciteerd. Dat was leuk. In Nederland zijn Epke Zonderland en Casimir Schmidt grote voorbeelden voor me. Dat zijn de vier namen die ik meteen noem als het over mijn turnidolen gaat.”
Na een intensieve WK-week kunnen Abaidi en Faverus gas terugnemen. Hoewel de reislustische Abaidi aanvankelijk nog licht teleurgesteld was dat het toernooi in eigen land zou plaatsvinden, was die gedachte na afloop verdwenen.
Amine: “Ze hebben van de hal echt iets prachtigs gemaakt. Je voelt meteen de energie van het publiek. Iedereen staat achter je en blijft je aanmoedigen, wat er ook gebeurt. Dat geeft enorm veel steun.”
Elijah: “Zodra je aan de wedstrijd begint, merk je het publiek meteen. De mensen zijn geweldig en nemen je echt mee. Ik viel tijdens de meerkampfinale, maar zelfs toen hoorde ik het publiek me aanmoedigen. Dat hielp me om door te gaan met mijn oefening. Het was een uitzonderlijke ervaring. Het is geweldig dat we dit WK in eigen land mochten meemaken, want zoiets gebeurt niet vaak.”
Amine: “Een WK maak je als turner niet vaak mee. Misschien is dit voor ons wel de enige keer. Daarom is het extra mooi dat we de teamfinale hebben gehaald. Ik hoop dat onze prestaties jonge turners inspireren en laten zien dat Nederland internationaal kan meedoen.”
Elijah: “Ik hoop dat we jonge turners inspireren om ook te gaan turnen. Dat is misschien wel het mooiste aan zo’n toernooi in eigen land. Het is geweldig als kinderen die net zijn begonnen ons hier zien turnen en denken: dat wil ik later ook, op dat podium staan.”
Na afloop van de teamfinale vierden de turners hun resultaat met een ingestudeerde celebration. Daarmee sloegen Abaidi en Faverus een brug tussen hun eigen generatie en die van hun ervaren teamgenoten, terwijl de jongste turners zich daardoor kunnen identificeren met hun turnhelden. Voor wie het gebaar niets zegt, vertelt de initiatiefnemer zelf graag hoe het idee ontstond.
Elijah, lachend: “Het is een celebration van een Amerikaanse influencer die we viral zagen gaan. Onder anderen een voetballer van Leeds United vierde er ook een doelpunt mee. Toen dachten wij: laten we dat ook eens in de groep opgooien. Onze versie is ook viral gegaan, mede doordat de influencer er zelf een post aan wijdde.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."