Van judo naar roeien: hoe Karolien en Finn Florijn de sport van hun ouders ontdekten

Karolien Florijn en Finn Florijn
Iris Planting

Je zou denken dat Karolien en Finn het roeien met de paplepel kregen ingegoten. Hun ouders Ronald en Antje waren immers allebei actief op het hoogste niveau en verzamelden olympische en wereldtitels. Toch was daar thuis nauwelijks iets van te merken. Karolien, Finn en hun jongste broer Beer wisten vroeger maar weinig van de roeicarrières van hun ouders.

Karolien: “Onze ouders hebben nooit iets van hun carrière laten zien of er iets over verteld.”

Finn: “We hoorden weleens wat verhalen van vrienden van hen die bij ons over de vloer kwamen. En als we ernaar vroegen, dan vertelde onze vader ook wel wat.”

Karolien: “Onze moeder praatte er sowieso niet over.”

De olympische medailles van hun vader lagen ergens opgeborgen, zonder dat ze daar veel aandacht aan besteedden. Finn: “Mijn vader heeft zijn olympische medailles ergens in een kast liggen, geloof ik. Van mijn moeder weet ik niet eens of ze haar gouden WK-medaille nog heeft.”

Roeien stond dan ook bepaald niet op de planning toen Karolien en Finn jong waren. Hun ouders stimuleerden hen wel om te bewegen en veel buiten te zijn, maar dat had weinig met hun eigen sportverleden te maken.

Karolien: “Onze ouders hebben ons wel altijd gestimuleerd om te bewegen. Om gezond te eten, te sporten, je leven op orde te houden. Ze stuurden ons naar buiten met een skateboard. Anders zouden we de hele dag op bed liggen en Sponge Bob hebben gekeken.”

Het werkte. De kinderen waren veel buiten en deden verschillende sporten. Finn: “We waren heel goed in gym omdat we zoveel buiten speelden en sportten.”

Karolien en Finn zaten allebei meer dan tien jaar op judo. Finn deed daarnaast MMA en jiujitsu.
Karolien: “We waren redelijk goed, hebben ook wedstrijden gejudood. Op een gegeven moment moesten we de stap zetten om naar een andere stad te gaan, naar Den Haag, om vaker te kunnen trainen. Dat was logistiek onhandig.”

Van de judomat naar de roeiboot

Uiteindelijk bleek niet de sport van hun ouders, maar het toeval de weg naar het roeien te openen. Karolien was veertien toen ze voor het eerst in een roeiboot stapte. Hun ouders waren lid van roeivereniging Die Leythe in Leiden en namen hun kinderen geregeld mee.

Finn: “Onze ouders dronken er koffie en aten appeltaart. Als wij meegingen, werd er altijd aan ons gevraagd: ‘Wanneer gaan jullie roeien?’”

Bij Karolien duurde het niet lang voordat het vrijblijvende bezoek veranderde in serieus trainen.

Karolien: “Ik rolde er langzaam in. Een coach vroeg mij een keer of ik kon invallen. Voor ik het wist, zat ik vast bij de trainingsgroep. Roeien is een laagdrempelige sport. De vereniging was vlak bij ons huis en ik kon zoveel trainen als ik wilde. We hadden een leuke groep, stimuleerden elkaar en we hadden een enthousiaste coach. De vereniging werd mijn tweede thuis. We konden er krachttraining doen en op de ergometer trainen. Ik deed er ook mijn huiswerk.”

Een jaar later volgde Finn. Finn: “Ik was pas vijftien toen ik voor het eerst ging roeien in een wedstrijdboot. Ik kwam bij Karolien in de trainingsgroep terecht, het ging er heel fanatiek aan toe. Dan ga je vanzelf meedoen.”

Zo werd de roeivereniging langzaam een belangrijk onderdeel van hun leven. Niet omdat hun ouders hen richting het roeien hadden geduwd, maar omdat Karolien en Finn zelf ontdekten hoeveel plezier en uitdaging ze in de sport vonden.

Gemaakt voor het roeien?

Volgens Karolien is roeien bovendien een sport waarin je ook op relatief late leeftijd kunt instromen. Wie de juiste fysieke eigenschappen combineert met een groot uithoudingsvermogen, kan snel worden opgemerkt.

Karolien: “Roeien is een sport waarmee je op vrij late leeftijd kunt beginnen. Het gaat om de hoeveelheid zuurstof, je VO2max, die je kunt opnemen als je je inspant. Als je bepaalde fysieke kenmerken hebt en fit bent, kun je eruit worden gepikt.”

Ook hun lichaamsbouw speelt een rol. Finn beschikt naar eigen zeggen over een gunstige verhouding tussen zijn arm- en beenlengte, vroeger ook wel de ‘aap-factor’ genoemd.

Finn: “Vroeger ging het om de aap-factor van je lichaam: hoe lang je armen zijn ten opzichte van je benen. Tegenwoordig maakt dat wat minder uit, je kunt de boot nu op je eigen lichaam afstellen. Volgens mij heb jij niet eens een positieve aap-factor, toch? Ik heb die wel.”

Karolien: “Nee. Mijn spanwijdte is even lang als mijn lijf. Het is makkelijk als je lange benen en armen hebt als roeier. Aan de andere kant: wij hebben ook meer massa om mee te nemen.”

Finn: “Je kunt ook klein zijn, maar moet dat dan compenseren met kracht.”

Bij Karolien ligt een andere fysieke eigenschap aan de basis van haar kwaliteiten als roeister. Karolien: “Ik heb van alle roeiers de hoogste VO2max. Deels is dat genetisch bepaald. Wij hebben een goed pakketje genen.”

Finn: “Maar uiteindelijk is het ook gewoon hard trainen, hoor.”

Meer lezen?

Lees meer over:
WK roeien
7 december 2025

Dé sportmomenten van 2025: Roeien doe je zo

Finn Florijn, Lennart van Lierop, Koen Metsemakers en Tone Wieten.
12 november 2024

De Kannibalen van de Dubbelvier

Ilse en Bente Paulis
16 juni 2024

Bente en Ilse Paulis – Roeizussen

Karolien Florijn en Finn Florijn
14 november 2023

Karolien en Finn Florijn: ‘Wij hebben een goed pakketje genen’