Word abonnee

Showcase

‘I did it my way’: het eigenzinnige parcours van Bob de Jong

Maurits Giesen

Showcase

‘I did it my way’: het eigenzinnige parcours van Bob de Jong

door: Jasper BoksMaurits Giesen
11 februari 2026
13 tot 18 minuten lezen

Bob de Jong associeerden we net zo erg met de winter als erwtensoep. Jaar in jaar uit reed hij zijn rondjes. Maar ook aan het Tijdperk Bob kwam een einde. Aan het einde van zijn carrière blikten we terug met  Marathon Man.

Bob de Bouwer

“Bang voor het zwarte gat ben ik nooit geweest hoor, dat is niet de reden dat ik zo lang ben blijven schaatsen,” lacht Bob de Jong als hij de eerste foto voorgeschoteld krijgt. De foto is gemaakt op 12 maart, toen hij tijdens de World Cup-finale in Heerenveen de oeuvreaward kreeg van de KNSB. Bob was jarenlang top. In november 1996 debuteerde hij als net twintigjarige bij de profs, een kleine twintig jaar later zwaaide de Marathon Man van het schaatsen af.

“Een week nadat ik olympisch goud had gewonnen in Turijn riep ik tegen m’n manager dat het klaar was. Dat was dus al in 2006. Vier jaar later kwam ik terug uit Berlijn, waar ik had getraind onder m’n coach Bart Schouten, en dacht ik: ik ga lekker marathons rijden, doe de langebaan er nog bij. Dat jaar reed ik iedereen zoek. Het bleef maar goed gaan, het liep een beetje uit de hand.” Zelfs voor Bob bleef de tijd niet stilstaan, merkte hij het laatste jaar van zijn loopbaan. Hij trainde in Canada en was weer aangesloten bij Schouten. “Het duurde steeds langer voordat ik herstelde van een training. In Calgary reed Ted-Jan Bloemen bovendien élk rondje een seconde harder dan ik! Ik wist toen: mijn tijd is gekomen.”

Het naderende afscheid viel Bob zwaar, vooral toen hij er in december vorig jaar niet in slaagde zich te kwalificeren voor de WK afstanden, waarop hij liefst zeven gouden, acht zilveren en vijf bronzen medailles op de vijf en tien kilometer verzamelde. “Dat ik wat los heb gemaakt, merk ik dagelijks. Als ik op een terrasje zit, komen er wildvreemden op me af die me bedanken voor al die mooie jaren. Het was voor veel mensen zo normaal: het is winter, dus Bob schaatst z’n rondjes.”

Bob de Schaatser met pensioen, het is maar weer eens een bewijs dat uiteindelijk aan alles een einde komt. Bob merkt nu dat het niet eenvoudig is om meteen het ‘normale’ leven op te pakken. “Het is wennen, hoor. Ik ben jarenlang alleen maar met sport bezig geweest. Toen ik m’n A-status kwijt was, moest ik alles zelf maar uitzoeken. Ineens kwamen er dingen op me af waar ik nooit over na had gedacht. Drie maanden nadat ik stopte, belde Zilveren Kruis om te zeggen dat mijn topsportverzekeringspolis, afgesloten via NOC*NSF, moest worden omgezet.

Vroegen ze welk pakket ik wilde… Veel sporters hebben niet eens een huisarts, die hebben altijd aangeklopt bij de sport- of teamarts. Gold voor mij ook. Medische zorg is zo belangrijk als een topsporter net is gestopt. Ik zou het goed vinden als er sowieso een soort helpdesk komt voor gestopte topsporters waar ze terecht kunnen met allerlei medische, financiële en andere vragen.”

Bob haalt judoka Henk Grol aan, die de regering heeft gevraagd topsporters financieel beter te steunen. “Heel veel mensen hebben voor ons gejuicht, na de sportcarrière kunnen we ook wel wat aanmoediging gebruiken. En dan heb ik nog het voordeel dat ik lang in de picture heb gestaan, waardoor mensen accepteren dat ik nog zoekende ben.”

Bob de Schaatser is getransformeerd in Bob de Bouwer. “Ik had het financieel nog wel even uit kunnen zingen, maar merkte dat ik tegen de muren op liep. Bij BAM ben ik de afgelopen jaren aan de slag geweest als ontwikkelaar, was betrokken bij het nieuwe Thialf, dat was m’n hoofdopdracht, maar ook bij de ontwikkeling van andere stadions. Nadat ik was gestopt werd me snel duidelijk dat ik beter op m’n plek ben bij een klein, flexibel bedrijf. Ik heb me aangemeld bij een timmerman die samen met een compagnon klusjes tot complete verbouwingen doet bij mensen thuis. Hartstikke leuk. Het zorgt er ook meteen voor dat ik structuur heb in m’n leven.”

Tekst gaat verder onder de foto

Bob de Jong 1998

Broekie Bob

“De eerste keer dat er een volledig Nederlands podium was op de Spelen,” zegt Bob. De foto is genomen op 17 februari 1998 in Nagano, broekie Bob de Jong won op z’n 21ste zilver op de tien kilometer, achter de ongenaakbare Gianni Romme en voor Rintje Ritsma. “Ik ben tijdens mijn race maar een seconde of vijf in beeld geweest, had de pech dat ik tegen Gianni reed en die was snel uit beeld verdwenen. Veel mensen was ontgaan dat ik een olympische medaille had gewonnen.”

Met Ritsma en Romme heeft hij een prima band. “Met Gianni ben ik vijf jaar opgetrokken, we kwamen gelijktijdig op en hebben nog altijd de grootste lol als we elkaar tegenkomen. Al snel na Nagano werd tegen mij gezegd dat het beter was om weg te gaan bij Spaar Select. Ik volgde het programma dat op het lijf van Gianni was geschreven. Ik versloeg Gianni wel al bij de WK afstanden in 1999 op de tien kilometer.

Een jaar later moesten we het op die afstand opnieuw tegen elkaar opnemen bij het WK. Peter Mueller zei: ‘Na drie kilometer stap ik over de boarding en moeten jullie het uitvechten.’ Onze coach wilde geen partij kiezen. Gianni was op dat moment iets beter, ik had iemand nodig die me motiveerde om hem te verslaan. Ik kon niet blijven. We deden alles samen, het was geweldig, maar Gianni was óók mijn grootste concurrent. Hij wilde me er graag bij houden, had me nodig als motivatie. Feit is dat Gianni minder is gaan rijden toen ik weg was.”

Ritsma en Bob werden in 2000 ploeggenoten bij de net geformeerde TVM-ploeg. “Met Rintje is het ook altijd leuk als we elkaar zien. Maar vrienden? Nee, dat ben ik niet met Rintje en Gianni. Op het hoogste niveau is er geen ruimte voor vriendschappen. Natuurlijk zijn we meer dan goede bekenden, maar we lopen de deur niet plat bij elkaar. Je zit in dezelfde ploeg, dan trek je veel met elkaar op. Maar daarna gaat ieder z’n eigen weg. Als ik bij Gianni, Rintje en ook bij Ids Postma aanbel, dan zwaait de deur voor me open. Weet ik zeker. Ik fiets er ook geregeld langs. Maar het komt er nooit van dat ik even stop.”

Niet voor niets heeft de naam van Bobs biografie de naam Anders. “Ik ben een eenling, altijd geweest. Ik was niet die volgeling, koos altijd mijn eigen route. Ik heb soms beslissingen genomen die mensen niet meteen begrepen. Ik had in 2002 nog langer bij TVM kunnen blijven. Het gerucht dat ik meer wilde verdienen dan de andere schaatsers klopt van geen kant. Ik kreeg een waanzinnig aanbod, maar ik voelde dat ik met de komst van Gerard Kemkers – die zijn schaatsers meenam naar TVM – daar niet langer op m’n plek was.”

Tekst gaat verder onder de foto

Bob de jong

Afgeschreven Bob

“Het is in mijn carrière niet vaak voorgekomen dat ik mijn ouders opzocht, maar nadat ik in 2003 bij de WK afstanden in Berlijn de tien kilometer won, reed ik meteen naar hen toe. Ze waren er voor me toen veel mensen het vertrouwen in mij hadden verloren.” De glinstering in z’n ogen verraadt dat dat moment Bob nog altijd raakt. “Er was zoveel over me gezegd en geschreven na mijn mislukte Spelen in Salt Lake City een jaar eerder. Ik was afgeschreven toen ik in 2002 weer voor het gewest ging schaatsen.”

Hij ging naar Salt Lake City als de te kloppen man op de vijf en tien kilometer. Tijdperk Bob was aangebroken, was de verwachting. Hij werd slechts dertigste op de 5000 en vijftiende op de 10.000 meter. Jochem Uytdehaage won beide afstanden in 2002, was de gevierde man. En Bob? Die zat na afloop huilend op een bankje op het middenterrein.

“Ik was ervan overtuigd dat ik twee gouden plakken op ging halen, wilde op de vijf kilometer een tijd van 6.07 rijden, dat was toen twaalf seconden onder het wereldrecord. Maar de eerste ronde ging niet zo hard als ik in m’n hoofd had, ik ging meteen forceren. Alles ging mis, mentaal brak ik. Na die mislukte vijf kilometer ging ik malen. Het vrat energie, daardoor was ik al uitgeput voor m’n tien kilometer. Er werd geroepen dat ik niet om kon gaan met de favorietenrol en de grootsheid van de Spelen, dat ben ik toen zelf ook gaan geloven. Ik heb het een jaar lang vreselijk moeilijk gehad.”

Er waren meer sporters die in Salt Lake City de hooggespannen verwachtingen niet waar konden maken, daar klampte Bob zich aan vast. In snowboardster Nicolien Sauerbreij trof hij een lotgenoot. Ook zij hoopte voor een medaille te gaan, maar ook voor haar liepen de Spelen uit op een grote deceptie. Haar bord was verkeerd gewaxt wat voor veel hoongelach zorgde. “We zochten steun bij elkaar, de band tussen ons is heel close geworden. Ik heb tegen Nicolien steeds gezegd: als ik de kans krijg, ga ik een keer bij je kijken. Dat heb ik gedaan. Ik was bij haar gouden race in Vancouver. Kippenvel, tranen in m’n ogen.”

Terug naar de foto uit 2003. Bob kijkt er nog eens goed naar. “De stress werd me bijna te veel, ik dacht: ik pak m’n spullen en verdwijn. Ik heb echt op mezelf ingepraat, zei: verdomme, dit is waar je het hele jaar naartoe hebt gewerkt, dit is het moment dat je iedereen kunt laten zien dat dit de afstand is waar je goed in bent, rijden! Nu kan ik zeggen dat Salt Lake City niet alleen het zuurste, maar ook het beste is wat me is overkomen. Na die Spelen ben ik mentaal nooit meer door het ijs gezakt.”

Gouden Bob

“Mijn olympische race in 2006 benaderde de perfectie,” zegt Bob. “Ik sloeg m’n hand voor de mond na de finish, had het gewoon geflikt!”

Tot Turijn verliep het seizoen voor Bob niet als gewenst. Op de vijf kilometer werd hij zesde. Geen medaille, maar Bob voelde dat hij de stijgende lijn te pakken had. “De tien kilometer was pas tien dagen later, ik ben meteen weer teruggegaan naar de trainings- baan in Collalbo. Ik zat bewust niet in het olympisch dorp. Op de baan van Turijn kon ik amper terecht om te trainen. En tijdens de Spelen is er veel afleiding, je neemt een kijkje bij andere sporten. In Collalbo zat ik afgezonderd in een hotelletje met Ralf van der Rijst en Remco Olde Heuvel, die allebei de Spelen net niet hadden gehaald. Ik had rust, kon elke dag trainen.”

Bob reed op 24 februari 2006 een tijd van 13.01,57 en zag daarna dat de ene na de andere schaatser zich stukbeet op z’n tijd. “Toen ik het ijs af ging, kwam ik Johann Olav Koss tegen en hij zei: ‘Hier komt niemand meer onderdoor.’ Dat idee had ik ook, maar toen hij het zei begon ik bijna te hyperventileren.”

“Na m’n tien kilometer heb ik Ingrid en de fysio gevraagd of ze de laatste ritten bij me wilden zijn op het middenterrein. Nou, ze waren nergens te bekennen, liep ik daar in m’n eentje te spoken. Het was zo zenuw- slopend, ik bleef maar kijken of ze kwamen. Toen was natuurlijk al bekend dat ze afscheid van me zouden gaan nemen.”

Ook Chad Hedrick en Carl Verheijen kwamen niet aan zijn tijd. Goud. Begin april 2006 kreeg de kersverse olympisch kampioen te horen dat Team Telfort niet met hem  gewonnen. Het is misschien raar om zo te denken, ik ben immers de enige olympisch kampioen die ze heeft afgeleverd. Ik stond op de piste toen ik werd gebeld, in de media was verschenen dat ik geen nieuw contract kreeg. Voor m’n vakantie had ik juist nog een gesprek gevoerd om te kijken of we met elkaar door konden gaan. Het voelde als een dolksteek in m’n rug. Ik weet tien jaar na dato nog altijd niet de precieze reden van de breuk.”

Bob gist hardop. Wilde Ingrid Paul niet met een kampioen werken? Waren de aanvaringen die ze geregeld hadden de reden? Een goed gesprek om de lucht te klaren, is er nooit van gekomen. “De eerste jaren wilde ik haar absoluut niet spreken. Zo kun je niet met mensen omgaan. Zeg gewoon eerlijk hoe het zit! Later hebben we elkaar nog wel gesproken, maar dat was oppervlakkig. Ach, ik heb daarna ook bewezen dat ik Ingrid niet nodig had om succesvol te zijn.”

Hij had zich zoveel voorgesteld van z’n status als olympisch kampioen, had de wildste verhalen gehoord over wat een gouden medaille kon opleveren. “Na m’n gouden race ben ik Turijn in gegaan, raakte helemaal de weg kwijt. Ik was bijna aan het hallucineren, dacht dat ik God was. Wie deed mij nog wat? Twee maanden later werd ik afgedankt, was ik niemand meer.”

Het werd geen lucratief contract bij een grote schaatsploeg, Bob vertrok naar Duitsland, waar hij zich aansloot bij coach Bart Schouten. Hij zat in z’n eentje in een kamertje in Berlijn, tegen een lage vergoeding. “Er gingen wel wat deuren voor me open door die titel, maar financieel heeft die gouden medaille me die eerste periode niet veel opgeleverd.”

Tekst gaat verder onder de foto

Bob de Jong

Dansman Bob

“Uit deze foto blijkt ook wel dat ik anders ben, toch?” zegt Bob lachend. Hij deed in 2007 aan de zijde van Euvgenia Parakhina mee aan Dancing With The Stars. Een jaar eerder had hij ook al meegedaan aan het tv-programma Peking Express VIP, waarvoor hij door India trok. “Peking Express kostte me een jaar van m’n loopbaan, omdat het werd opgenomen op het moment dat de voorbereiding op het seizoen begon.

Maar ik wilde m’n hart volgen, leuke dingen doen nadat ik goud had gewonnen. Niet veel later kwam Dancing With The Stars. Ik wilde aanvankelijk niet meedoen, maar ze zeiden dat ik m’n moeder er een groot plezier mee zou doen. Ze hadden wel een punt, van huis uit wilden ze dat ik leerde dansen…” ‘Bob is Bob,’ werd er vaak over hem gezegd. Op z’n grafsteen zou de Frank Sinatra-tekst ‘I did it my way’ kunnen komen te staan, bevestigt Bob.

Medaille-alarm

Tijdens de Winterspelen gaan we los met onze grootste kortingsactie ooit. Bij elke medaille van een Nederlandse atleet hoort een beloning voor jou. Doe mee en profiteer direct.

Zo werkt het:

🥇 Goud
50% korting op een jaarabonnement
Vijf nummers voor slechts €22,50

🥈 Zilver
Vraag een gratis editie aan van
HELDEN, Formule 1 Magazine, Fiets of Procycling

🥉 Brons
20% korting + gratis verzending
op een nummer naar keuze

Let op: elke actie is slechts 24 uur geldig.
👉 Houd onze Instagram Stories in de gaten en mis geen medailledeal.

Delen: