Lorena Wiebes begint zaterdag als een van de absolute blikvangers aan de Tour de France Femmes. De Nederlandse sprintster van SD Worx-Protime geldt als dé topfavoriet voor de groene trui, de prijs voor de beste sprinter van de ronde. Dat is geen toeval. Al jaren is Wiebes de snelste vrouw van het peloton en haar dominantie in massasprints lijkt voorlopig nog niet voorbij.
Zelf kijkt de 27-jarige Wiebes soms ook met verbazing naar haar overmacht. “Ik sta ook weleens versteld van mezelf dat ik geregeld met zo’n grote voorsprong weet te winnen”, vertelde ze eerder in Helden 81. “In het begin had je ook nog Kirsten Wild die heel rap was, maar het afgelopen anderhalf jaar heb ik steeds meer het gevoel dat ik het sprinten op de weg naar een nieuw level heb getild.”
Explosiviteit dankzij acrobatiek en kickboksen
Waar dat enorme snelheidsverschil vandaan komt, vindt Wiebes lastig te verklaren. Volgens haar speelt aanleg een belangrijke rol, maar ook haar sportieve jeugd heeft daaraan bijgedragen.
“Het zal wel genetisch bepaald zijn. Wat denk ik heel belangrijk is geweest, is dat ik in mijn jeugd acrobatische gym heb gedaan. Daardoor heb ik van jongs af aan bepaalde spieren opgebouwd en dat is weer goed geweest voor mijn explosiviteit. Ik heb vroeger ook veel andere sporten gedaan, zoals kickboksen.”
Die explosiviteit maakt Wiebes al jaren vrijwel onklopbaar zodra een etappe uitdraait op een massasprint. Met meerdere ritzeges in de Tour de France Femmes op haar naam weet ze bovendien precies wat er nodig is om punten te verzamelen voor het groen.
Favoriet zijn brengt ook druk met zich mee
Dat Wiebes als de snelste sprintster van het vrouwenpeloton wordt gezien, levert niet alleen vertrouwen op. De verwachtingen zijn hoog en iedere sprint begint voor veel volgers met dezelfde vraag: kan iemand haar überhaupt verslaan?
“Natuurlijk is het lekker dat ik weet dat ik de snelste ben, tegelijkertijd zorgt het voor veel druk. Iedereen verwacht dat ik wel even win als het op een sprint uitdraait. Het is zaak om mijn voorsprong vast te houden. Ik ben dit jaar met een specifieke krachttrainer begonnen, dat helpt ook weer.”
Niveau in het vrouwenwielrennen blijft stijgen
Ondanks haar dominante positie ziet Wiebes het vrouwenpeloton steeds sterker worden. Jonge rensters trainen volgens haar veel intensiever dan een aantal jaren geleden en dat maakt de concurrentie alleen maar groter.
“Als er jonge meiden bij de ploeg komen, merk ik dat ze tegen me opkijken. Ik probeer ze juist heel erg te helpen, hoop dat er Nederlandse rensters bijkomen die het me moeilijk gaan maken.”
Volgens Wiebes is de ontwikkeling van het vrouwenwielrennen duidelijk zichtbaar. “Het is steeds lastiger om op jonge leeftijd mee te kunnen doen in de sprints. Dat komt doordat het niveau steeds verder stijgt bij de vrouwen. Ik zat als junior hooguit acht uur per week op de fiets om te trainen, nu hoor ik dat talenten al twintig uur in de week op de fiets zitten. Dat moet ook, maar tegelijkertijd hoop ik dat het niet ten koste gaat van het plezier.”
Met haar snelheid, ervaring en ijzersterke sprinttrein begint Wiebes ook deze Tour de France Femmes als de vrouw die de concurrentie moet zien te kloppen. Lukt dat opnieuw, dan ligt de groene trui nadrukkelijk binnen handbereik.