Olympisch kampioen Ymkje Clevering (31) won samen met Veronique Meester in de twee zonder goud op de Spelen in Parijs, drie jaar eerder had ze op de Spelen in Tokio ook al zilver gewonnen in de vier zonder. Ze combineert haar zware trainingsweken met een baan als consultant en droomt stiekem nog van een avontuur in het wielrennen.
Zo ziet mijn ochtendroutine eruit…
“Niet snoozen, maar gelijk mijn bed uit. Snel een ontbijtje erin en een grote kop thee. Ik zou wel willen dat ik iemand zou zijn die daarna alles gestructureerd heeft en op pad gaat, maar ik moet helaas in de ochtend nog alle spullen bij elkaar zoeken die ik gedurende dag nodig heb.”
Zonder dit voedingsproduct kan ik niet…
Lachend: “Roosvicee. Dat drink ik al zo’n acht jaar elke dag, is mijn sportdrank. Bij het team hebben we drankjes van Maurten, die drink ik ook veel om kool- hydraten aan te vullen. Maar om te hydra- teren en toch nog wat suikers binnen te krijgen, kies ik vaak voor roosvicee.”
Dit zou ik tegen de tienjarige Ymkje willen zeggen…
“Dat fanatisme ook een eigenschap is die je mag koesteren. Als klein meisje vond ik het soms verwarrend of lastig dat ik die eigen- schap niet altijd zag bij meisjes en had ik het idee dat fantasime niet bij een meisje ‘hoorde’. Terugkijkend vind ik het jammer dat ik daar over twijfelde en had ik graag tegen mezelf gezegd dat het me ver zou gaan brengen.”
Dit vindt mijn vriend mijn leukste eigenschap…
“Ik denk het avontuurlijke dat ik heb. Ik ga een uitdaging niet uit de weg, wil graag dingen ondernemen en ben niet bang om een risico te nemen. Daardoor komen er leuke dingen op m’n pad.”
Zo ziet mijn trainingsweek eruit…
“Ik train zes dagen per week. Van maan- dag tot en met zaterdag en op zondag zijn we vrij. Woensdag en zaterdag zijn lange dagen, waarbij we drie keer op een dag trainen. Die zijn verdeeld over trainingen in de boot, op de fiets en in het kracht- honk. Gemiddeld train ik achttien tot twintig uur per week. Ik werk daar nog bij. Ik ben consultant bij een adviesbureau op het gebied van duurzame energie.”
Dit doe ik het liefst als ik niet aan het sporten ben…
“Werken. Heel veel vrije tijd heb ik op het moment niet. Ik heb ook veel hobby’s, hou van creatief handwerken. Of als ik een stoel op straat vindt waar ik wat in zie, dan neem ik die mee en ga ik die proberen op te knappen.”
Dit is mijn favoriete sport na roeien…
“Fietsen. Ik heb vorig jaar ook meegedaan aan de NK tijdrijden en heb daar de wed- strijd voor elite zonder contract gewon- nen. In het veld met profrensters werd ik zesde. Het is een leuke ontdekking dat ik daar goed in ben. Maar het maakt het ook lastig, want in mijn hoofd blijft toch de vraag hangen of ik er niet wat meer mee moet gaan doen… Ik wist altijd al dat ik hard kon fietsen, maar dat ik me kon me- ten met de besten van Nederland had ik niet verwacht. Ergens lijkt het me nog heel vet om te kijken wat voor een avonturen in het wielrennen allemaal te beleven zijn.”
Dit is een reis die ik ooit nog wil maken…
“Ik zou graag voor een langere tijd met de camper door Scandinavië willen rei- zen. Mijn vriend en ik hebben druk geklust aan onze camper, maar tegen de tijd dat we echt zo’n trip gaan maken, zal het 2028 of 2029 zijn. Het voornemen was om het na de afgelopen Spelen te doen, maar toen ben ik toch meteen weer aan een volgend sportseizoen begonnen. Dan maar na de volgende Spelen.”
Hier ben ik het meest trots op…
“De weg die Veronique Meester en ik hebben afgelegd richting het goud op de Spelen in Parijs. Dat is met ups en downs gegaan. We zijn heel gestaag beter ge- worden. We bekeken steeds waar er nog marge zat om te verbeteren. We waren al goede vriendinnen en toch hebben we ook een sportpsycholoog erbij gehaald om te kijken hoe we de samenwerking nog beter konden maken. We zijn constant kritisch gebleven. Dat was soms best las- tig, maar daardoor heeft onze vriendschap nog een diepere laag gekregen en zijn we zo goed geworden.”
Iets dat ik absoluut zou meenemen naar een onbewoond eiland is…
“Een breiwerk. Of ben ik dan een beetje een omaatje?”
Dit is mijn favoriete jeugdherinnering…
“Ik ben opgegroeid op een boerderij. Mijn ouders waren geen boeren, maar we had- den wel wat schapen en koeien. Mijn lie- velingsdagen waren de dagen dat we de hooibalen op de kar moesten krijgen. Met de hele familie bij elkaar en iedereen had zo zijn taak,”
Dit is iets wat mensen nog niet over mij weten…
Lachend: “Ik was vroeger de buikschuif- kampioen van Haulerwijk. De plaatselijke snackbar organiseerde tijdens het dorps- feest een buikschuifwedstrijd.”
Dit zijn mijn dromen…
“Ik wil graag naar de Spelen in LA. Heel veel verder wil ik ook niet kijken. Alles wat ik met roeien nog bereik, voelt na het goud in Parijs ook wel een beetje als een bonus. De grootste druk is ervan af. Als ik het roeien niet meer leuk zou vinden en fietsen leuker kan ik ook met vrede de overstap maken. Al is dat op dit moment zeker nog niet het geval.”