Bij het WK van 2010 gaan de gedachten vaak direct naar de vuvuzela’s. Naar de kopbal van de volgens commentator Jack van Gelder “22 centimeter grote” Wesley Sneijder tegen Brazilië. Naar de finale tussen Nederland en Spanje. En naar de Jabulani. De bal waar in de weken naar het toernooi veel over gesproken werd. De bal die op het lijf geschreven leek van Diego Forlán.
Toen Diego Forlán in 2002 voor bijna zeven miljoen pond naar Manchester United vertrok, leek dat het begin van een Europese topcarrière. Sir Alex Ferguson haalde hem naar Old Trafford als een van de grootste talenten uit Zuid-Amerika. De werkelijkheid bleek weerbarstiger.
Forlán had maanden nodig voor zijn eerste doelpunt en kwam terecht in een selectie waarin spelers als Ruud van Nistelrooij, Ole Gunnar Solskjaer, Dwight Yorke en later Louis Saha om speeltijd streden. In drie seizoenen kwam hij tot 17 doelpunten in 98 wedstrijden. Geen mislukking, maar ook niet wat Manchester United voor ogen had toen het hem uit Argentinië haalde.
Manchester United
Toen Diego Forlán in 2004 Manchester verruilde voor Villarreal voelde dat destijds eerder als een stap terug dan als een opstap naar iets groters. In Engeland had hij drie seizoenen achter de rug waarin hij vooral bekendstond als een hardwerkende spits die nooit helemaal aan de verwachtingen voldeed. In Spanje veranderde dat beeld snel.
Bij Villarreal werd Forlán de speler die Manchester United dacht te hebben gekocht. In zijn eerste seizoen scoorde hij 25 competitiedoelpunten en won hij de Europese Gouden Schoen, een prijs voor de topscorer van Europa. Na Villarreal volgde Atlético Madrid. In 2009 won hij opnieuw de Europese Gouden Schoen met 32 competitiedoelpunten. Een jaar later hielp hij Atlético aan de Europa League door in de finale tegen Fulham beide Spaanse doelpunten voor zijn rekening te nemen.
De scorito-poule
Toen het WK van 2010 begon, was Forlán tweevoudig winnaar van de Gouden Schoen, winnaar van de Europa League en een van de meest complete aanvallers van Europa. Toch zal hij niet de eerste geweest zijn die mensen in hun Scorito-poule invulde. De aandacht ging uit naar Messi, Rooney en Cristiano Ronaldo.
In de selectie liepen twee jonge aanvallers rond die later wereldberoemd zouden worden: Luis Suárez en Edinson Cavani. Forlán was met zijn dertig jaar de oudere van het trio. Achteraf wordt vaak over dat aanvalstrio gesproken, maar tijdens het WK was Forlán degene die het gezicht van Uruguay werd. Hij maakte vijf doelpunten en werd gedeeld topscorer van het toernooi.
Wat opvalt als je zijn WK terugkijkt, is dat hij nauwelijks ‘spitsengoals’ maakte. Tegen Zuid-Afrika scoorde hij van afstand. Tegen Ghana uit een vrije trap. In de halve finale tegen Nederland opnieuw van afstand. Tegen Duitsland maakte hij een volley die later werd uitgeroepen tot Goal of the Tournament. Forlán werd bovendien de eerste speler sinds Lothar Matthäus in 1990 die drie keer van buiten het strafschopgebied scoorde op één WK.

Hij won de Gouden Bal zonder de finale te spelen
Forlan won de gouden bal zonder de finale te spelen. Een unicum. De prijs voor beste speler van het WK gaat meestal naar een wereldkampioen of finalist. Forlán eindigde met Uruguay als vierde, maar werd toch verkozen boven spelers als Wesley Sneijder, David Villa en andere sterren van dat toernooi. Hij was pas de tweede speler ooit die de prijs won zonder in de finale te staan. Conclusie: hij had de Jabulani, de ultieme zwabberbal, toch vrij aardig onder de knie.