Jean Robic: ’s werelds eerste wereldkampioen veldrijden

Championnats du monde de cyclo-cross
Getty Images

Er was nog geen lange geschiedenis van wereldkampioenen, geen lijst met namen waarin later Mathieu van der Poel, Wout van Aert, Sven Nys en Eric de Vlaeminck zouden verschijnen. Er was alleen een veld, ergens op het Plateau de Gravelle bij Parijs, een fiets en een een kleine, eigenzinnige Breton die aan de vooravond van zijn dertigste verjaardag al de Tour de France had gewonnen en wist wat het betekende om grote koersen naar zijn hand te zetten.

Het veldritseizoen is weer begonnen! Elke week portretteren we een wereldkampioen, met deze week: Jean Robic, ’s werelds eerste wereldkampioen veldrijden.

Op 4 maart 1950 wordt Jean Robic de eerste officiële wereldkampioen veldrijden. Hij wint niet alleen een wedstrijd. Hij schrijft het eerste hoofdstuk van een geschiedenis die inmiddels meer dan zeventig jaar oud is. En eigenlijk past niemand beter bij zo’n begin dan Robic.

Een man van 1,57 meter

Jean Robic is klein. Heel klein zelfs. Afhankelijk van de bron wordt hij beschreven als ongeveer 1,57 tot 1,61 meter en weegt hij rond de zestig kilo. Zijn postuur levert hem de bijnaam Biquet op, terwijl hij door zijn onverzettelijkheid ook Trompe-la-mort wordt genoemd: iemand die de dood voor de gek houdt. Na een zware val in Parijs-Roubaix in 1944, waarbij hij een schedelbreuk oploopt, begint hij bovendien een leren ‘worstenhelmpje’ te dragen. Daar komt een andere bijnaam vandaan: Tête de cuir, leren hoofd.

Het zijn bijnamen die iets over Robic vertellen zonder hem volledig te beschrijven. Hij is klein, maar rijdt alsof hij groter is dan de koers. Hij is geen elegante verschijning en heeft evenmin het imago van een beheerste kampioen. Robic kan lastig, eigenzinnig en temperamentvol zijn. Maar juist in het veld komt dat karakter goed van pas.

Cyclocross is in die jaren nog een andere sport dan de discipline die we tegenwoordig kennen. De renners rijden door modder, over onverharde stroken en langs obstakels die nauwelijks te vergelijken zijn met de zorgvuldig aangelegde omlopen van nu. De fiets moet regelmatig op de schouder. Het lichaam krijgt weinig rust. Robic kent het werk.

Hij heeft al in 1945 het Franse kampioenschap veldrijden gewonnen en verzamelt in de jaren daarna verschillende overwinningen in Franse crossen. In 1949 wordt hij tweede in het internationale criterium, de belangrijke voorloper van het officiële wereldkampioenschap. Wanneer in 1950 voor het eerst een officieel wereldkampioenschap wordt georganiseerd, is Robic dus geen toevallige deelnemer. Hij is een van de mannen die weten hoe je door de modder moet komen.

Het eerste WK

Het Plateau de Gravelle ligt in het oosten van Parijs, in het Bois de Vincennes. Daar komen op 4 maart 1950 renners uit zes verschillende landen bijeen. De Fransen hebben vier renners aan de start en gelden als de mannen om te verslaan.

Robic voelt zich die dag niet optimaal. Met een verkoudheid heeft de Breton zich aan het begin van de wedstrijd naar eigen zeggen ‘een beetje zacht’ gepresenteerd. Om zichzelf een boost te geven, drinkt hij een glas port.

In het begin van de wedstrijd is Pierre Jodet de opvallendste Fransman. Hij neemt de leiding en lijkt lange tijd de belangrijkste kandidaat voor de eerste wereldtitel. Maar Robic en Roger Rondeaux komen terug. Vanaf dat moment ontstaat een Frans onderonsje. Robic en Rondeaux rijden samen weg. Achter hen verliest Jodet terrein. De twee vooraan blijven dicht bij elkaar tot de slotfase. Dan komt het aan op de sprint. Robic is de snelste.

Na 51 minuten en 44 seconden heeft hij geschiedenis geschreven. Rondeaux wordt tweede, Jodet derde en Georges Meunier vierde. De eerste vier plaatsen zijn voor Frankrijk. De eerste wereldkampioen veldrijden heet Jean Robic.

Bruidsschat

Zeven jaar eerder ontmoet Robic bij café Rendez-vous des Bretonnes, een bekend ‘Grand Bouillon’ en trefpunt voor Bretons in Parijs, de dochter van de kroegbaas: Raymonde Cornic. Verkering. Vrijen. Trouwen. Vier dagen voor de eerste naoorlogse Tour de France in 1947 zeggen ze elkaar het ja-woord. Robic doet ook een opvallende belofte: als bruidsschat zal hij de gele trui meebrengen.

Wanneer hij zijn entree maakt in het profpeloton, wordt er gelachen. Robic lijkt in niets op de zwijgzame, loepzuivere, gevleugelde klimmer René Vietto, die sinds hij als twintigjarige knul zijn eigen kansen op Tourwinst opofferde een ongekende populariteit geniet en op dat moment de grote ster van het Franse wielrennen is. Robic ziet eruit als een hobgoblin, een kleine, harige, ondeugende kabouter. Zijn karikaturale gelaat lijkt op momenten van grote inspanning wel op een wringende spons. De beledigingen aan het adres van collega’s en coaches vloeien als hete pek uit zijn mond, zinnen zijn besprenkeld met het zuur van het dialect uit Bretagne. Zijn gezicht is niet rond of ovaal, maar eerder de vorm van een gelijkbenig trapezium, een bovennatuurlijk waterhoofd, met aan weerszijden flaporen die in verhouding minstens zo groot zijn als de zwarte baan op zijn tricot. Jean Robic is kortom een man van het volk.

Zijn prestaties blijven niet achter bij zijn status. In zijn eerste Tour wint Robic meteen drie etappes en gooit hij een gewoonte overboord. Trots rijdt hij in de kleuren van de westerse ploeg, wanneer hij er in de laatste etappe vandoor gaat. De voor het Franse nationale team rijdende Edouard Fachleitner haakt aan in zijn wiel. Wanneer geletruidrager Pierre Brambilla probeert aan te sluiten, rijdt nota bene een Italiaan het gat op zijn landgenoot dicht. Al vanaf honderd kilometer voor de meet wacht Robic een spervuur van aanvallen. Hij weert ze een voor een af, maar Parijs is nog ver. Robic is het spuugzat.
“Je wint de Tour niet, want ik laat je niet gaan.”
Hij doet een voorstel. “Als je meerijdt, geef ik je 50 duizend frank.”
Fachleitner schudt zijn hoofd. “Ik wil 100 duizend.”
“Alles wat je wilt, maar rijd verdomme!”

Ze rijden door en rollen samen Parijs binnen. Robic wint de Tour zonder ooit de gele trui te hebben gedragen. Zijn overwinning komt tot stand dankzij bonificatieseconden. Omsingeld door een zwerm journalisten vertelt Robic dat hij getergd raakte toen hij in de Alpen constant ‘Hup Vietto!’ hoorde. In de stad van de liefde krijgt hij een staande ovatie en overhandigt hij Raymonde de beloofde bruidsschat. Wanneer madame, met haar warme, zachte, kinderlijke gezicht en volle bos bruine krullen, wordt gevraagd waarom ze in hemelsnaam met hem is getrouwd, draait madame er niet omheen: “Ik vind hem zo ontzettend lelijk, zo aangrijpend lelijk, dat ik hem mooi vind.”

‘Coppi? Ik heb er eentje in elk been’

In die Tour toont Robic direct zijn explosieve karakter: wanneer zijn ploegleider hem na de tijdrit, twee dagen voor de finish, zegt dat hij tevreden mag zijn met zijn derde plaats, wil Robic niets weten van een schouderklopje, maar gooit bij zijn collega schoenen in het gezicht. Robic is met iedereen in oorlog. “Coppi? Ik heb er eentje in elk been”, zegt hij als de Italiaanse kampioen twee jaar later aan de macht komt. Toch zou Fausto Coppi hem in die Tour flink wat problemen bezorgen. Net als Louison Bobet, zijn grote Bretonse rivaal uit Saint-Méen-le-Grand. Een nep-Breton die alleen kan zeuren, vindt Robic, die hem spottend ‘Louisette Bonbon’ noemt.

Onmenselijke hoeveelheden pech

Ondanks deze onhebbelijkheden is hij zijn tijd in veel opzichten vooruit. Op de toppen van cols neemt de dwergklimmer bidons aan die voor driekwart gevuld zijn met lood. In de afdaling werkt dat als ballast: hij daalt sneller en stabieler. In de Tour van 1953 wordt hij als kersvers etappewinnaar en geletruidrager in de twaalfde etappe fel aangevallen door het jaloerse, minachtende Franse team om de dag erna op treurige wijze de strijd te moeten staken nadat hij in de afdaling van de Col du Fauredon een hersenschudding heeft opgelopen. In de Tour van 1959 eindigt Robic in de etappe naar Chalon-sur-Saône buiten de tijdslimiet. Normaal zouden de juryleden een uitzondering maken voor een voormalig winnaar, maar Robic’s persoonlijkheid speelt hem parten en hij wordt uit de race gezet. Hij zou nooit voor het Franse team rijden.

Je zou hem lomp kunnen noemen, respectloos of aanstellerig, maar Jean Robic noemt zichzelf liever eerlijk. Gedurende zijn hele wielerloopbaan heeft hij te kampen met onmenselijke hoeveelheden pech. Polsen, schouderbladen, sleutelbenen, handen, dijbenen en schedel zou hij een of meerdere keren breken. Vijfmaal wordt hij getorpedeerd door een hond die in zijn voorwiel rent. Als een fotograaf de hevig bloedende Robic vastlegt op de gevoelige plaat, met de toevoeging dat Robic eruitziet ‘als een geslachte kip’, heeft Robic zijn antwoord klaar: “Welnee, ik zie eruit als een Breton.”

Na zijn wereldtitel blijft Robic actief in het veldrijden. Hij wint kort na het WK ook de revanchewedstrijd van het wereldkampioenschap en blijft in de jaren daarna tijdens de wintermaanden op de crossfiets stappen. Zijn carrière op de weg gaat ondertussen door. Hij rijdt tien keer de Tour de France en wint in totaal zes etappes. Maar Robic wordt nooit de man die jarenlang de cross domineert.

Wat heet, hij zuipt

Jean en Raymonde gaan in Rouen wonen, alwaar hij zich zal gaan bezighouden met het café. Het wordt een grandioze mislukking. De zaak gaat al snel failliet en het huwelijk tussen Jean en Raymonde loopt op de klippen. Ergens in die periode moet de oud-wielrenner met de korte benen zijn begonnen met drinken. Robic drinkt. Wat heet, hij zuipt.

Op 6 oktober 1980 krijgt de tragikomedie die het leven van Jean Robic is een dramatisch slot. Na een feestavond met oud-renners ter gelegenheid van Joop Zoetemelks Tourzege, waar de ene na de andere alcoholische versnapering een weg in zijn lichaam heeft gevonden, rijdt Robic op de terugweg tegen een vrachtwagen zichzelf de vernieling in. Bij zijn begrafenis in Wissous zijn ze allemaal aanwezig, de wielerhelden van weleer.

Meer lezen?

Lees meer over:
Mathieu van der Poel
24 maart 2026

Van veldrijden naar klassiekers: de succesformule van Mathieu van der Poel

HR_FemvEmpel_StudioPaulRaats_5053
22 december 2025

Dé sportmomenten van 2025: de mentale strijd van Fem van Empel

19 december 2025

Dé sportmomenten van 2025: het superjaar van Mathieu van der Poel

Mathieu van der Poel
7 juli 2025

Mathieu van der Poel: “Ik voel me toch ook oud worden”