Hij stond in twee WK-finales. John Rep, bijnaam Goudhaantje, is met zeven doelpunten nog altijd WK-topscorer aller tijden van Nederland.
Hij slaagde erin om in het Gouden Ajax de plek van Mister Ajax Sjaak Swart over te nemen. Johnny Rep maakte in de met 3-0 gewonnen return in de finale om de wereldbeker twee goals tegen Indepediente. Een jaar later scoorde hij het enige doelpunt in de Europa Cup 1-finale tegen Juventus. Op dat moment had hij ook zijn debuut gemaakt voor Oranje. En hij maakte ook deel uit van de WK-selectie in 1974, was basisspeler. Hij maakte vier doelpunten tijdens dat WK. Vier jaar later was hij er ook bij in Argentinië en op dat WK maakte hij er drie. Beide WK-finales gingen verloren, maar Rep is nog altijd WK-topscorer aller tijden wat Nederland betreft.
Rep klikte in het veld goed met Johan Cruijff. In Helden vertelde hij: “Ik maakte in 1971 op m’n negentiende de overstap vanuit het tweede naar de A-selectie. In die tijd kregen nieuwelingen een ervaren speler als mentor. Johan werd die van mij en was niet makkelijk voor me. Hij zat me constant achter de kloten, die handjes bleven maar wapperen als hij tegen me sprak. Als Johan een bal verkeerd gaf, kreeg ik de schuld, want dan had ik niet goed gelopen volgens hem. Johan wist het altijd beter. Ik heb Johan zelf nooit om raad gevraagd, die kreeg ik al genoeg als ik er niet om vroeg. Ik heb eens met hem op een kamer gezeten, bij een interland in en tegen Engeland. Had-ie bij wijze van spreken commentaar op de manier waarop ik m’n tanden poetste.
Later begreep ik dat Johan zo fel op me was, omdat hij het juist in me zag zitten. Cruijff werd niet voor niets de meester genoemd en ik z’n beste leerling. De klik in het veld was er vanaf het eerste moment dat we samenspeelden. We voelden elkaar blindelings aan. Ik was een geweldige voetballer voor zijn kwaliteiten, was snel, behendig en scoorde makkelijk. Hij liep altijd te zoeken naar diepgaande spelers, zodat hij die bal met het buitenkantje van z’n rechtervoet kon geven. Ik ben als rechtsbuiten wat keren alleen voor de keeper gezet.
Ik werd gezien als zijn beste leerling, maar complimenteus was Johan nooit. Wat dat betreft kon je beter Piet Keizer hebben, die zei tijdens het WK van 1974 na de wedstrijd tegen Bulgarije uit het niets: ‘John, ik wist niet dat jij zo goed kon voetballen.’”
Bij het WK in West-Duitsland was het weer hetzelfde als bij Ajax: Cruijff zocht Rep voortdurend. Hij week telkens uit naar links, zodat hij met buitenkantje voet de pass op de lopende mensen kon versturen, dat waren meestal Johan Neeskens en Rep. “Ik scoorde twee keer in de eerste wedstrijd tegen Uruguay en heb tot de finale geen slechte wedstrijd gespeeld. In de finale heb ik twee kansen gehad om te scoren. Johan zette me nog vrij voor de keeper. Het was geen makkelijke hoek en ik schoot tegen de handen van Sepp Maier aan. In de kleedkamer was het na die finale zo triest en stil.
Die ellende heb ik vier jaar later nog een keer meegemaakt. Ook in de WK-finale tegen Argentinië kreeg ik een grote kans om te scoren. Een kopbal van mij ging een paar centimeter naast de paal. Ik lig er niet wakker van, maar ik denk weleens: het had niet veel gescheeld of ik was één of zelfs twee keer wereldkampioen geweest. Ik heb zeven goals gescoord op twee WK’s en dat zijn er nog weinig.”