De vergelijking met Diego Maradona hing jarenlang als een schaduw boven de carrière van Lionel Messi. Maradona had Argentinië in 1986 vrijwel ‘eigenhandig’ de wereldtitel bezorgd en groeide daarmee uit tot voetbalgod. Na de verloren WK- finale van 2014 tegen Duitsland en de verloren Copa América-finales van 2015 en 2016 werd de kritiek op Messi steeds heviger. Leuk al die prijzen met Barcelona en zelfs acht Ballon d’Ors, maar Maradona won een WK en Messi niet.
In 2021 leek de stemming langzaam om te slaan. In de finale van de Copa América versloeg Argentinië aartsrivaal Brazilië, goed voor Messi’s eerste grote prijs met de nationale ploeg. Het bleek een voorbode voor wat een jaar later in
Qatar zou volgen. Tijdens misschien wel de beste WK-finale ooit (3-3 na verlenging) scoorde Messi twee keer tegen Frankrijk en bleef ijzig koel in de strafschoppenserie. Argentinië kroonde zich voor het eerst sinds 1986 weer tot wereldkampioen. La Pulga trad op zijn 35ste eindelijk uit de schaduw van Pluisje.
De discussie over wie van de twee de grootste is, leeft in Argentinië nog altijd voort. Of Messi moet met Argentinië deze zomer de wereldtitel prolongeren…