Thierry Brinkman over de cultuurverandering bij Oranje: ‘Ik wist dat ik samen met een aantal jongens de kar moest gaan trekken’

Thierry Brinkman
Paul Raats

Als aanvoerder van het Nederlands hockeyelftal draagt Thierry Brinkman tijdens het WK in eigen land een bijzondere verantwoordelijkheid. De 31-jarige aanvaller weet als geen ander hoe diep de teleurstelling kan zijn als Oranje niet aan de verwachtingen voldoet. Na de mislukte Olympische Spelen van Tokio veranderde er veel binnen het Nederlands elftal. Een nieuwe bondscoach, een nieuwe lichting spelers en vooral: een andere cultuur.

Brinkman maakte die verandering van dichtbij mee. Sterker nog, als aanvoerder speelde hij er zelf een belangrijke rol in. Onder Jeroen Delmee groeide Oranje uit tot olympisch kampioen in Parijs. Nu wacht een nieuwe grote uitdaging: voor het eerst in zijn carrière wil Brinkman wereldkampioen worden.

Onderstaande passage komt uit Helden 77.

Jouw eerste Spelen waren die van Tokio, in 2021. Max Caldas was bondscoach en jullie verloren in de kwartfinale van Australië na shoot-outs. Jullie kregen veel kritiek; jullie vormden geen eenheid en er zou een bepaalde mentaliteit ontbreken. Na Tokio werd Jeroen Delmee bondscoach.
“Het is zelden voorgekomen dat er na een toernooi zoveel veranderingen waren, er zoveel jongens gestopt zijn. Er kwam een heel nieuw team, een nieuwe staf, we begonnen weer op nul.

Ik zag jongens bij het Nederlands team die ik tegen was gekomen in de hoofdklasse, maar die internationaal nog geen ervaring hadden. Met de jongens die wél in Tokio waren geweest, voerde Jeroen veel gesprekken over wat er mis was gegaan in Tokio, wat de status was van het Nederlands hockey en waar we heen wilden. Maar het grootste verschil was dus al aan de voorkant gemaakt. Met andere mensen en andere karakters gingen we het nieuwe traject in.”

Er vond een cultuurverandering plaats. Wat was er anders dan voorheen?
“Ik pas er altijd een beetje mee op om daar wat over te zeggen, want het gaat dan over jongens met wie ik lang heb gespeeld. Als er slecht gepresteerd is, dan mag dat worden benoemd. Maar er zijn ook fases geweest dat we een heel hoog niveau hebben gehaald met dat oude team. Daarin hebben ook echt heel goede hockeyers gespeeld.

Alleen omdat er met dat team geen WK of Olympische Spelen gewonnen is, blijft bij veel mensen dat negatieve gevoel hangen. En ja, er waren ook zeker aspecten waarvan ik dacht: dit is niet oké. Dat zit hem vooral in het mentale aspect, de nieuwe jongens die er na Tokio bij kwamen, hadden een heel andere mentaliteit.”

Die nieuwe mentaliteit werd een belangrijk onderdeel van het traject dat Brinkman en zijn ploeggenoten onder Delmee aangingen. De ploeg moest niet alleen beter gaan hockeyen, maar ook een andere manier van samenwerken vinden. Brinkman zag daarin voor zichzelf een duidelijke taak.

Delmee wees jou aan als aanvoerder. Hoe groot was jouw rol in die cultuurverandering?
“Ik had voor die tijd dingen meegemaakt waarvan ik dacht: hier ben ik het niet mee eens, dat moet met het nieuwe team anders. Ik wist dat ik samen met een aantal jongens de kar moest gaan trekken, heb geprobeerd er veel impact op te hebben.”

Het bleek een succesvolle aanpak. Onder Delmee groeide Oranje uit tot een ploeg die in korte tijd weer grote prijzen ging winnen. In 2023 werd Nederland derde op het WK en een jaar later volgde in Parijs het olympisch goud.

Onder Delmee wonnen de Nederlandse mannen voor het eerst in 24 jaar weer olympisch goud. Wat maakt hem zo’n goede coach?
“Jeroen heeft een heel duidelijke tactische structuur neergezet. Samen met assistent Eric Verboom heeft hij spelers echt beter heeft gemaakt. Het is ook niet voor niets dat hij zelf als speler tot zijn 38ste is doorgegaan. Jeroen en Erik beleven hockey op iedere seconde van de dag. Toen wij in 2023 derde waren geworden op ons eerste WK met het nieuwe team onder Jeroen en Erik, was iedereen blij. We hadden feestgevierd, zaten moe op het vliegveld om naar huis te gaan. Jeroen en Erik zaten met zijn tweeën bij de gate op de laptop de wedstrijden al te analyseren, te coderen en een database op te stellen. Om vijf uur ‘s nachts…”

Jeroen Delmee zei in een interview in De Telegraaf dat de jongens stil zijn als jij praat. Ben jij een natuurlijke leider?
Thierry wordt emotioneel: “Het is een eervolle rol. Ik had in mijn hoofd een soort ideaalbeeld gecreëerd van een aanvoerder. Ik dacht: laat ik op het veld maar het goede voorbeeld geven door goed te spelen. Ik vond altijd dat de aanvoerder de beste speler moest zijn. En als hij dat niet was, hij vooral geen aanvoerder moest zijn.

Gaandeweg leerde ik dat het ook heel belangrijk is om voor het team een inspiratie te zijn door het goede voorbeeld te geven, door dag in dag uit het perfecte gedrag te vertonen en dat te stimuleren bij anderen. De ploeg van Parijs kende ik door en door. Sommigen waren voor mij vooral teamgenoten, anderen ook vrienden. Ik merkte dat als je een hechtere band krijgt met jongens die ik voorheen meer als collega’s zag, ik dat ook in positieve zin voelde op het veld.

Ik ben niet iemand die zichzelf complimenten geeft, maar ben wel trots op mezelf. Het meest trots ben ik op het veranderen van de teamdynamiek en -cultuur. Ik heb gemerkt wat dat met de prestaties kan doen. En dat heb ik zeker niet alleen gedaan. Dat hebben we met de staf en een grote groep jongens – onder wie Thijs van Dam, Jorrit Croon, Lars Balk, Jip Janssen, Joep de Mol, Jonas de Geus en Floris Wortelboer – gedaan.”

Brinkman heeft inmiddels olympisch goud achter zijn naam staan, maar één grote prijs ontbreekt nog. Op een WK kwam hij met Oranje al eens dichtbij: in 2018 verloor Nederland de finale van België en in 2023 volgde brons. Een wereldtitel bleef uit.

De cultuur die na Tokio opnieuw werd opgebouwd, moet Oranje tijdens dit WK opnieuw naar het hoogste podium brengen. En Brinkman weet als geen ander hoeveel er in de afgelopen jaren is veranderd.

Van een ploeg die na Tokio opnieuw moest beginnen, naar een olympisch kampioen. Van een speler die dacht dat een aanvoerder vooral de beste hockeyer op het veld moest zijn, naar iemand die trots is op de invloed die hij op de teamdynamiek heeft gehad.

Nu rest nog één doel: wereldkampioen worden.

Meer lezen?

Lees meer over:
Frederique Matla
19 augustus 2026

Uit de oude doos: zo kreeg Frederique Matla de bijnaam ‘Lionel Messi’

Jeff Tesselaar tijdens het EK atletiek in Biirmingham
19 augustus 2026

Jeff Tesselaar: ‘Ik vind de aandacht heel leuk’

Duco Telgenkamp
18 augustus 2026

Duco Telgenkamp: ‘Op jonge leeftijd was ik al streng voor mezelf’

17 augustus 2026

EK atletiek 2026: alle Nederlandse medailles op een rij