Jeroen Delmée is eind mei nog ‘goed beschikbaar’, zoals hij het zelf noemt, hoewel het wereldkampioenschap hockey voor mannen en vrouwen – deze zomer in België en Nederland – al zijn schaduw vooruitwerpt. De bondscoach zit na het zilver van het EK van vorig jaar en de goudgerande Zomerspelen van 2024 midden in de voorbereiding op de volgende mondiale krachtproef. Hij serveert thuis thee met melk, een koekje en gaat geen enkel gespreksthema uit de weg.
Hoe beïnvloedt jouw gezin je werk als bondscoach?
“Dit werk doet natuurlijk wat met je. Bijvoorbeeld op momenten dat je iets met het gezin wil doen en dat niet lukt omdat sportprogramma’s in de weg zitten. Het makkelijkste voorbeeld is altijd de grote vakantie. Wanneer gaan we überhaupt met het gezin op vakantie? Nu gaan we een week weg voordat het zomervakantie is en de kinderen vrij zijn van school. Anders is het niet te doen, want in heel juli en augustus ben ik onder de pannen.
En op het moment dat ik klaar ben, is school alweer begonnen. Dus in zoverre beïnvloedt het me en heb ik een ‘negatieve rol’ in de normale gang van zaken binnen het gezin. Maar ik krijg thuis veel ondersteuning.
Mijn vrouw weet niet beter dan dat ik druk ben met hockey, veel van huis ben. Wat dat betreft mag ik in mijn handjes knijpen, want ik heb nooit gezeur van: ga je nu alweer weg? De kinderen hockeyen ook allemaal, die vinden het alleen maar leuk. En wat ik zelf leuk vind is dat ze zo enthousiast zijn, dat wanneer ik op zondag ga scouten, ze meegaan. Dat je dus niet in je eentje in de auto zit om een wedstrijd te scouten, maar dat je gewoon gezellig samen met je kinderen kijkt. Dat geeft energie.”
Kun je dit werk doen als jouw drie dochters en vrouw het niet leuk zouden vinden?
“Jawel, alleen is het dan natuurlijk anders. Mijn vrouw en kinderen zijn zeer geïnteresseerd.”
Lachend: “Daardoor moet ik af en toe ook opletten wat ik thuis aan de telefoon vertel als ik met iemand in gesprek ben. Want ze horen natuurlijk alles. Als ik wat de steun van mijn gezin betreft even terugkijk naar de Olympische Spelen in Parijs: ons hele gezinn – en ook dat van mijn broer – was erbij en dat maakte het nog specialer dat we daar goud wonnen. Mijn kinderen en vrouw zijn zo onderdeel van het succes. Ze leven mee, snappen heel goed waar ik het voor doe, wat het me kost.”
Dus Parijs was tegelijkertijd een onvergetelijk familiemoment.
“Ja, met name dat. Heel bijzonder om het samen zo te vieren. Ik vond het ook mooi dat de kinderen de pure sport meemaakten. Dus niet alleen het hockey, maar de Olympische Spelen in zijn geheel en de grootsheid ervan. Want wat is dat nou, de Spelen? En waarom zijn we met z’n allen zo gek om in een cyclus van vier jaar te gaan zitten en alles opzij te zetten voor één toernooi? Als je de functie van bondscoach op een goede manier wil invullen, moet je dat, denk ik, doen zoals ik nu doe. Comes with the job…”
Hockey als levenselixer.
“Als ik heel eerlijk ben, maakt dat het soms ook wel een beetje saai.” Lacht: “Ik kan ook niks anders, zeg ik wel eens. Mijn leven is heel beperkt. Want ik heb vaak over niks anders te vertellen dan hockey, omdat de sport mijn leven dusdanig beheerst, terwijl andere mensen met van alles en nog wat bezig zijn. En wat betreft vrienden: op de momenten dat ik vrij ben, is meestal iedereen aan het werken. En als de anderen vrij zijn, ben ik aan het werken. Soms leef je gewoon een beetje langs elkaar heen.”
Het volledige verhaal met Jeroen Delmée lees je in Helden 83.