Tes Schouten is terug. Deze week maakt ze haar rentree op een internationaal kampioenschap tijdens de EK langebaan in Parijs. Terug op het startblok, terug tussen de beste zwemsters van Europa en vooral: terug in een sport waarvan ze lange tijd niet wist of ze die nog op haar oude niveau zou kunnen beoefenen.
Bijna twee jaar geleden beleefde Schouten in hetzelfde Parijs een van de mooiste momenten uit haar carrière. Op de Olympische Spelen veroverde ze brons op de 200 meter schoolslag, de afstand waarop ze in 2024 ook wereldkampioen was geworden. Daarna volgde echter een periode die niemand had zien aankomen.
Een maand na de Spelen kreeg Schouten last van pijn, tintelingen en zwellingen aan de linkerkant van haar gezicht. Later kwamen daar uitvalsverschijnselen aan de linkerkant van haar lichaam bij. Onderzoeken volgden elkaar op en uiteindelijk lag de zwemster zelfs elf dagen in het ziekenhuis. Een duidelijke oorzaak werd niet gevonden. Haar lichaam bleek volgens de artsen in principe gezond, maar de klachten en vooral de extreme vermoeidheid maakten topsport onmogelijk.
Schouten besloot in april 2025 dat ze dat jaar niet meer in actie zou komen. Een moeilijke beslissing voor een zwemster die een jaar eerder nog olympisch brons had gewonnen, maar tegelijkertijd de enige manier om haar lichaam de tijd te geven die het nodig had.
Geen garanties
In de zomer van 2025 kreeg Schouten groen licht van haar artsen om de training weer op te bouwen. Ze keerde terug naar het zwembad en hervond langzaam haar fitheid. Ook de krachttraining werd weer onderdeel van haar dagelijks leven.
De weg terug was nadrukkelijk geen rechte lijn. Schouten wist zelf niet of ze ooit weer zou kunnen zwemmen op het niveau waarop ze voor haar gezondheidsproblemen zat. “Natuurlijk heb je nooit garanties”, zei ze destijds. “Het moet blijken of ik terugkom op mijn oude niveau en of ik de top weer echt ga halen.”
Toch was één ding duidelijk: de motivatie was er nog altijd. Het gevoel dat haar verhaal nog niet klaar was, bleek sterker dan de twijfel.
Dat betekende uiteindelijk ook een nieuwe start. Schouten koos ervoor om in Antwerpen te gaan trainen onder haar voormalige coach Mark Faber, die daar inmiddels werkzaam was voor de Vlaamse Zwemfederatie.
Tranen in Eindhoven
De eerste echte test kwam begin juli. Tijdens de Open Nederlandse Kampioenschappen en European Swimming Trials in Eindhoven stond Schouten voor het eerst sinds de Olympische Spelen weer op een Nederlands startblok. Op de 100 meter schoolslag zwom ze 1.06,37 en daarmee verdiende ze een ticket voor het EK in Parijs.
Na haar race kwamen de emoties los. Schouten barstte in tranen uit. Na alles wat eraan vooraf was gegaan, stond ze er weer. Op de 200 meter schoolslag, haar favoriete afstand, liet ze vervolgens zien dat de weg terug serieus is ingezet. Tijdens de NK-finale klokte ze 2.21,71, goed voor de overwinning.
Terug in Parijs
En dus is Schouten deze week terug in de stad waar haar carrière in 2024 een enorme vlucht nam én waar daarna de onzekerheid begon. Morgen staat haar belangrijkste afstand op het programma: de 200 meter schoolslag. Vanavond staat eerst de 100 meter schoolslag finale op de planning.
Wat daar precies uitkomt, is eigenlijk minder belangrijk dan het feit dat ze er staat. Schouten heeft al eerder laten zien dat ze op een groot podium kan presteren. Ze werd Europees kampioen, wereldkampioen en olympisch medaillewinnaar. Maar deze rentree vraagt om een ander soort prestatie.
Parijs was in 2024 het decor van haar olympische droom. Twee jaar later is dezelfde stad het decor van haar comeback. Wat Schouten daar kan laten zien, weet niemand. Maar één ding staat vast: ze is weer terug waar ze hoort.