Als kind lag Milou van Wijk (21) vaker in een ziekenhuisbed dan haar lief was. Ze werd geboren met een zeldzaam groeisyndroom en kreeg op jonge leeftijd kanker. Inmiddels heeft de zwemster een gouden en bronzen WK-medaille met de estafetteploeg gewonnen en wist ze zich te kwalificeren voor de WK-finale op de 50 en 100 meter vrije slag. Tijd om haar in aanloop naar de EK (10-16 augustus) in Parijs beter te leren kennen. Dit fragment is een deel van het interview uit Helden Magazine 82.
Zo zorg ik ervoor dat ik ondanks mijn medische situatie toch de wereldtop haal…
“Ik heb een pittig medisch verleden. Als kind heb ik kanker gehad en ik heb het Beckwith-Wiedemannsyndroom. Dat is een zeldzaam groeisyndroom waarbij mijn lichaam asymmetrisch groeit. Vanaf mijn geboorte tot mijn elfde moest ik vaak naar het ziekenhuis. De rechterkant van mijn lichaam is groter dan de linkerkant. In het zwemmen is evenwicht belangrijk, maar dat is voor mij lastig omdat mijn zwaartepunt niet in het midden ligt. Normaal trainen zwemmers ook op ‘armen zwemmen’, waarbij je je benen niet gebruikt.
Dat is voor mij geen optie: dan ga ik alle kanten op. Samen met de medische staf in Amsterdam ben ik steeds op zoek naar manieren om mijn lichaam optimaal te laten functioneren. Ik heb een nieuwe techniek ontwikkeld waarbij ik eerst mijn heupen draai en daarna pas mijn bovenlichaam. Dat heb ik pas in februari geleerd en daar maak ik nu grote stappen mee. Toen ik in Amsterdam kwam, zagen ze dat ik sterk was, maar mijn techniek was slecht. Daar werken we nog steeds aan. Ook krachttraining blijft een zoektocht, omdat ik zwakke knieën en een zwakke rug heb. De fysio en mijn trainer zoeken uit welke oefeningen ik wél kan doen zonder mijn lichaam te overbelasten.”
Die instelling komt haar nu goed van pas in de topsport. Op het hoogste niveau kunnen details het verschil maken tussen een finaleplaats en uitschakeling. Voor Van Wijk geldt dat misschien nog wel meer dan voor veel van haar concurrenten. Samen met haar coaches, trainers en medische begeleiding zoekt ze continu naar manieren om haar lichaam optimaal te laten presteren.
Die zoektocht betaalt zich uit. De afgelopen jaren ontwikkelde de sprintspecialiste zich tot een vaste waarde binnen de Nederlandse ploeg. Met WK-medailles op zak en individuele finales op het hoogste niveau heeft ze laten zien dat haar plafond nog lang niet bereikt is.
Dit hebben de tegenslagen uit mijn jeugd mij geleerd…
“Vooral het accepteren dat tegenslagen er nou eenmaal zijn. Ik schrik niet meer zo snel als er in een gym een apparaat mist dat ik nodig heb of als het zwembad anders is dan ik had verwacht. Als je je hele jeugd niet weet wat je kan verwachten, dan pas je jezelf makkelijker aan. Ik accepteer wat ik heb en haal daar het beste voor mezelf uit. Mijn aanpassingsvermogen en doorzettingsvermogen zijn door alles wat ik heb meegemaakt enorm sterk geworden.”