Word abonnee
Meer

Schaatsen

Marijke Groenewoud: ‘Gas erop!’

Marijke Groenewoud heeft energie voor tien. De bijna 27-jarige schaatsster van Albert Heijn Zaanlander komt in Milaan uit op de 1500 meter, 3000 meter, massastart en ploegenachtervolging. Daarnaast rijdt ze marathons en kan ze ook goed uit de weg op skeelers. We gingen bij de alleskunner langs in aanloop naar de Spelen en de WK allround. Albert Heijn Zaanlander Marijke Groenewoud is sinds Albert Heijn en kaasmerk Zaanlander in 2020 in het schaatsen stapten een van de gezichten van de door coaches Jillert Anema en Arjan Samplonius geleide ploeg. Albert Heijn Zaanlander is succesvol op de marathon en de langebaan. Bij het Olympisch Kwalificatietoernooi wisten Marijke, Merel Conijn, Bente Kerkhoff en Jorrit Bergsma tickets voor Milaan te bemachtigen. Daarnaast maakt ook de Amerikaanse wonderboy Jordan Stolz deel uit van de ploeg. “Het geheim van het succes van onze ploeg heeft in de eerste plaats te maken met het trainingsprogramma dat Jillert en Arjan in elkaar hebben gezet. Wij pakken het anders aan dan veel andere ploegen, omdat we de langebaan combineren met het marathonschaatsen. We trainen echt superhard, je moet echt kunnen bikkelen bij ons in de ploeg. In de zomer staan er ook gewoon skeelertrainingen van dik twee uur op het programma, met het oog op het uithoudingsvermogen dat nodig is voor de marathons. Gas erop! Daar krijg je niet alleen een groot uithoudingsvermogen van, je wordt er ook hard van.”| Marijke werkt al sinds haar achttiende samen met Anema, de vaak spraakmakende schaatscoach die afgelopen zomer zijn zeventigste verjaardag vierde. Marijke lachend: “Jillert is een geweldige vent. Ik wilde als jonkie heel graag bij hem in de ploeg, zijn marathonschaatsers waren altijd zo goed. Ik zag natuurlijk ook dat hij voor de camera af en toe pittige uitspraken deed. Mensen om mij heen zeiden destijds: ‘Zou je dat wel doen, bij die man in de ploeg?’ Tijdens het eerste gesprek klikte het meteen, ik vond hem juist heel relaxt. Jillert heeft een beetje wat Louis van Gaal ook heeft. Mensen hebben een bepaald beeld van hem, maar in het echt is hij heel anders. Hij neemt soms ook bewust alle aandacht op zich, dat is zijn manier om druk en aandacht bij ons weg te halen. Ik vind het bijzonder dat hij dat doet voor ons. Jillert zegt dan: ‘Mensen hebben toch al een bepaald beeld van mij.’” Haar doorbraak Marijke won in 2021 haar eerste grote titel, ze veroverde de wereldtitel op de massastart. “Die titel kwam toch een beetje uit de lucht vallen. Ik reed de massastart samen met Irene Schouten. Ik zou de sprint aantrekken voor Irene, maar door een kleine miscommunicatie liep het anders. Irene kwam in het gedrang terecht en ik won de eindsprint. Eigenlijk werd ik per ongeluk wereldkampioen. Daarom zie ik mijn kwalificatie voor de Spelen van Beijing in 2022 als mijn echte doorbraak.” Dat ze vier jaar geleden naar de Spelen mocht was voor Marijke de bekroning van de lange weg die ze heeft afgelegd op de langebaan. “Toen ik bij de ploeg kwam, pasten de marathon en skeeleren veel beter bij mij. Bij de NK skeeleren in 2017 had ik vooraf geroepen dat ik voor de winst ging. Ik moest er na de eerste ronde al vanaf en haalde de finish niet, omdat later bleek dat ik de ziekte van Pfeiffer had. Maar Jillert dacht toen: daar zit een goeie kop op. Hij dacht dat ik de mentaliteit had om het ook op de langebaan te kunnen redden. Met behulp van Jillert en Arjan ben ik geleidelijk beter geworden. In het begin was de wereldtop op de langebaan heel ver weg, maar elk jaar kwam die wat dichterbij. Toen ik me kwalificeerde voor Beijing was dat voor mij het bewijs dat ik echt uit de voeten kon op de langebaan. Tot die tijd was ik daar niet zo zeker van.” Haar zelfvertrouwen kreeg een enorme boost. “Beijing was de ommekeer. Ik dacht: als je je kwalificeert voor de Spelen, dan kun je wel wat. Tot dat moment stond de marathon op de eerste plaats bij mij, daarna werd de langebaan prioriteit.” Ze heeft inmiddels drie wereldtitels op de massastart en twee op de ploegenachtervolging gewonnen. “Jillert zegt altijd dat zijn schaatsers elk jaar minimaal één persoonlijk record schaatsen. Bij mij klopt die bewering. Sterker, dit jaar heb ik op de 1500, 3000 en 5000 meter mijn pr verbeterd.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Marijke Groenewoud komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Joy Beune: ‘Ik denk nog steeds: het is een grap’

Joy Beune (26) maakt zich op voor haar debuut op de Spelen. De meervoudige wereldkampioene komt in Milaan uit op de 3000 meter en ploegenachtervolging en geldt op beide afstanden als kanshebber op goud. Toch kreeg ze in aanloop naar de Spelen ook een harde klap te verwerken, ze wist zich niet te kwalificeren voor de olympische 1500 en 5000 meter. We legden haar elf uitspraken voor. “Zo zitten de regels in elkaar, maar het is onzin. Joy gaat niet, terwijl ze alle wereldbekers wint. Het is fucking oneerlijk. Maar we willen het allemaal blijkbaar zo. Negen van de tien keer komt het goed uit, maar nu mis je wel een kampioen. En dat ben jij, meissie.” Kjeld Nuis op 29 december 2025 voor de camera van de NOS nadat zijn vriendin Joy Beune bij het Olympisch Kwalificatietoernooi in Thialf zich als wereldkampioene 1500 meter net niet heeft weten te plaatsen voor de Spelen op ‘haar’ afstand. “Het is superlief dat Kjeld me zo steunt, maar ik kan op dit moment niet zoveel met een discussie over de regels. Achteraf is het makkelijk om te zeggen: had ik maar een aanwijsplek gekregen, was ik maar beschermd. Maar dat is niet het geval, dus dan voelt het een beetje stom om daarover na te denken. Het verandert niks. Weet je wat het is? Ergens denk ik nog steeds dat het een grap is. Omdat ik al een tijdje heers op de 1500 meter. Ik hoor ook van schaatsers in het buitenland dat ze niet goed snappen dat ik er straks in Milaan niet bij ben op de 1500 meter. Brittany Bowe stuurde een berichtje en schreef: ‘Jij hoort op de Spelen de 1500 meter te rijden.’ Ik vind het heel mooi dat zelfs tegenstanders zeggen dat dit nergens op slaat, maar het zijn nou eenmaal de regels in Nederland. Dat moet ik een plekje geven.” Tot overmaat van ramp slaagde je er een dag later ook niet in om je te kwalificeren voor de 5000 meter in Milaan...>“Ik heb na de 1500 meter veel gehuild en troost gezocht bij mensen bij wie ik graag ben. Ik ben met de coaches gaan zitten en zei ik dat ik toch de vijf kilometer wilde schaatsen. Ik wilde me niet laten kennen. ‘Dat is een goede keuze,’ zeiden mijn coaches. Ik ben trots dat ik de handdoek niet heb gegooid, maar eigenlijk wilde ik niet rondrijden zoals ik dat deed. Helemaal leeg was ik, op. Ik was blij dat het erop zat, ben denk ik nog nooit zo kapot geweest.” We zouden het haast vergeten, maar je gaat wel je debuut maken op de Spelen. Met de 3000 meter en de ploegenachtervolging heb je twee goede kansen op tenminste een medaille, wellicht goud. “Klopt, maar dit is niet hoe ik de Spelen voor me had gezien. Ik wilde de 1500 meter rijden. Ik had een andere olympische droom. Maar goed, Kjeld plaatste zich vier jaar geleden niet voor de 1000 meter, maar won wel olympisch goud op de 1500 meter. Ik ga er nu alles aan doen om die drie kilometer te winnen en ik heb gelukkig nog de ploegenachtervolging. Ik ga er alles uithalen in Milaan. En ik ga daar goud winnen.” En na de Spelen staat ook nog het WK allround in Heerenveen op het programma van 5 tot en met 8 maart waar je jouw wereldtitel kan prolongeren. Kansen genoeg om er toch nog een mooi jaar van te maken. “Klopt... Mijn hart is gebroken en het zal nog wel even tijd nodig hebben voordat het geheeld is. Misschien gebeurt dat pas als de 1500 meter in Milaan is geweest.” “Toen ik zo oud was als Joy was ik zelfs bang om het erover te hebben. Als ik mijn ouders hoorde praten dat ze al tickets of een hotel hadden geboekt, voelde ik de spanning al omhoogkomen. Het beklemde me zelfs een beetje. Alsof het moést gebeuren.” Kjeld Nuis in De Telegraaf op 6 september 2025. “Natuurlijk hebben we het thuis over de Spelen, tegelijkertijd probeer ik het niet te groot te maken in mijn hoofd.” Kjeld wist zich in 2010 en 2014 niet te plaatsen voor de Spelen, jou overkwam hetzelfde vier jaar geleden. “Kjeld was in 2014 Nederlands kampioen op de 1000 meter geworden en tweede op de 1500 meter. Hij was een van de favorieten voor een olympisch ticket, maar kwalificeerde zich niet en was daar goed ziek van. In die positie zat ik vier jaar geleden niet. Ik deed mee aan het Olympisch Kwalificatietoernooi, maar was niet een van de favorieten. Natuurlijk was het een teleurstelling dat ik niet naar de Spelen mocht, maar ik had er ook geen rekening mee gehouden. Het was meer een leuke bijkomstigheid geweest als het wel was gelukt.” 'Ik gunde het Kjeld vier jaar geleden heel erg dat hij wel naar de Spelen ging. Ik heb hem naar Schiphol gebracht, hem uitgezwaaid. Ik zag iedereen vertrekken, dat was best confronterend.' Kjeld werd voor de derde keer olympisch kampioen en voor de tweede keer op de 1500 meter. Hoe maakte jij de Spelen in Beijing mee?“Ik gunde het Kjeld heel erg dat hij wel ging en het was fantastisch dat hij won. Ik heb hem naar Schiphol gebracht, hem uitgezwaaid. Iedereen zag ik vertrekken, dat was best confronterend. Daarna ben ik met mijn ouders naar Gran Canaria gegaan, heb daar veel gefietst met mijn vader en mijn moeder zorgde voor het eten. Naar de wedstrijden heb ik op tv gekeken, maar vond het heel fijn dat ik die week met mijn ouders was en zij er voor mij waren.” Is het fijn om met iemand samen te leven die weet welke druk er bij de Spelen komt kijken? “Kjeld heeft heel veel verstand van schaatsen, ziet het meteen als ik iets kan verbeteren. Voor wat betreft het omgaan met druk: ik heb het idee dat ik daar mentaal iets sterker in ben dan hij. Kjeld is heel uitbundig, schiet sneller in de stress. Ik blijf juist vaker rustig, ben wat vlakker in mijn emoties. Daarin vullen wij elkaar goed aan en dat maakt ons ook zo’n goed stel. Ik heb voor het mentale stuk ook mensen in de ploeg waar ik mee kan praten.” Je hebt de voorgaande twee seizoen liefst zes wereldtitels bij de WK afstanden gewonnen en werd wereldkampioen allround. “Het is hard gegaan, ja. Daar ben ik trots op. Toen ik in 2022 bij Team IKO-X2O tekende, hebben we een route naar de Spelen uitgestippeld. Maar dat ik zo snel begon met winnen, stond niet op het lijstje.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het verhaal over Joy Beune komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Femke Kok: ‘Mensen denken: ze doet het wel even’

Femke Kok is topfavoriet voor olympisch goud op [...]
Femke Kok is topfavoriet voor olympisch goud op de 500 meter. Ze werd drie keer op rij wereldkampioen en verbeterde dit jaar het wereldrecord op de kortste afstand. Ook op de 1000 en 1500 meter heeft ze haar zinnen gezet in Milaan. In Helden Magazine nummer 80 neemt de sprintster van Reggeborgh ons in aanloop naar de Spelen en de WK sprint (5-8 maart in Heerenveen) mee in haar slipstream. Femke Kok [caption id="attachment_22047" align="aligncenter" width="683"] Femke Kok[/caption] “Het is amper te bevatten dat ik al drie jaar op rij de wereldtitel op de 500 meter heb gewonnen, dat ik de laatste tijd elke wedstrijd win waarin ik van start ga. En dan is er ook nog het wereldrecord van 36,09 dat ik in november reed in Salt Lake City. Jarenlang heb ik de wereldrecordrace van Sang-hwa Lee uit 2013 bestudeerd, ik heb hem op mijn telefoon staan en er zo vaak naar gekeken. Telkens dacht ik: hoe dan? Die race was voor mij lesmateriaal. Die tijd van 36,36 seconden leek een ongrijpbaar record. En nu ben ik de snelste schaatsster ter wereld. Bizar. Bij de junioren ging het al heel goed. Ik won tal van wereldtitels; niet alleen op de 500 en 1000 meter, ik werd ook twee keer wereldkampioen allround, in 2019 en 2020. In datzelfde jaar maakte ik de overstap naar Team Reggeborgh en ging ik me echt toeleggen op het sprinten. In 2021, tijdens mijn eerste seizoen bij de senioren, won ik de eerste vier wereldbekerwedstrijden op de 500 meter waaraan ik meedeed en later ook het wereldbekerklassement op die afstand. En ik veroverde zilver op de 500 meter bij de WK afstanden. Ik had echt een vliegende start. Toen ik bij Reggeborgh kwam, was de 500 meter nog het jachtterrein van vooral de Aziatische schaatssters. ‘Wij Nederlanders hebben niet de ideale bouw voor het sprinten, die kleine, explosieve Aziatische schaatssters zijn daar veel beter in,’ was toen de heersende gedachte. Ik heb vanaf het eerste moment als een mooie uitdaging gezien om daar verandering in te brengen. Maar de kunst van het sprinten kon ik niet echt van iemand afkijken in Nederland. De Japanners en Koreanen hadden elkaar, konden zich aan elkaar optrekken en van elkaar leren. Ik moest samen met mijn coaches op veel vlakken zelf het wiel uitvinden. De ene keer kwam mijn trainer Gerard van Velde met iets, de andere keer mijn andere trainer Dennis van der Gun. Gerard is natuurlijk zelf een geweldige sprinter geweest en Dennis heeft jarenlang met de Japanse sprinters gewerkt; allebei hebben ze er heel veel verstand van. Die ontdekkingsreis was zo mooi. Ik was in 2023 de eerste Nederlandse vrouw met een wereldtitel op de 500 meter. Zo cool. Na die titel zadelde ik mezelf eigenlijk alleen maar met meer druk op. Ik wilde koste wat het kost de beste blijven. Met Gerard en Dennis ben ik daarna keihard aan de slag gegaan om mijn basisniveau omhoog te krijgen. Het doel was dat ik zoveel snelheid zou ontwikkelen dat ik zelfs in een mindere race nog op het podium zou eindigen. [caption id="attachment_22048" align="aligncenter" width="1024"] Femke Kok[/caption] Vorig jaar won ik alle 500 meters die ik reed. Zelfs die bij de WK in Hamar, terwijl ik tijdens de training, twee dagen eerder, heel hard ten val kwam. Mijn hele lichaam was beurs, ik kon bij de start amper naar voren kijken omdat m’n nek en schouders zo’n klap te verduren hadden gehad. Tijdens de race schoot bij elke slag door m’n hoofd: dit is niet hoe het hoort. Wat ik deed, was niet glijden, maar werken. Toen ik desondanks de wereldtitel wist te heroveren, gaf dat heel veel vertrouwen.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Femke Kok komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Dé sportmomenten van 2025: geen maat op Femke Kok

Op de 500 meter staat er al [...]
Op de 500 meter staat er al een paar jaar geen maat meer op Femke Kok. Dit jaar pakte ze in Hamar voor de derde keer op rij de wereldtitel. En in Salt Lake City verbeterde ze het wereldrecord op ‘haar’ afstand. En dan te bedenken dat bij haar in aanloop naar vorig seizoen het cmv-virus werd geconstateerd. Door het virus, dat Pfeifferachtige klachten veroorzaakt, mocht ze een tijdje niet schaatsen. Ze schoot in de stress, vreesde dat wellicht het hele pre-olympische seizoen in het water zou vallen. En wat zou de impact zijn op de Spelen in Milaan als ze niet snel terug kon keren op het ijs? In januari keerde ze terug op het ijs. En daarna deed ze wat ze al tijden doet op de 500 meter: winnen. Sterker, ze won alle 500 meter die ze reed afgelopen seizoen. Vlak voor het begin van de WK afstanden in Hamar, kwam ze hard ten val tijdens de training. Zo hard dat ze amper haar hoofd omhoog kon doen bij de start. Alles deed haar zeer. Maar toch won ze ook in Noorwegen weer ‘gewoon’. Een hattrick aan wereldtitels heeft ze nu in bezit. En ook het wereldrecord nam ze over van haar grote voorbeeld Sang-hwa Lee. Femke terugkijkend: “Het is amper te bevatten dat ik al drie jaar op rij de wereldtitel op de 500 meter heb gewonnen, dat ik de laatste tijd elke wedstrijd win waar ik van start ga. En dan is er ook nog het wereldrecord van 36,09 dat ik in november reed in Salt Lake City. Jarenlang heb ik de wereldrecordrace van Sang-hwa Lee uit 2013 bestudeerd, ik heb hem op mijn telefoon staan en er zo vaak naar gekeken. Telkens dacht ik: hoe dan? Die race was voor mij lesmateriaal. Die tijd van 36,36 seconden leek een ongrijpbaar record. En nu ben ik de snelste schaatsster ter wereld. Bizar.” Ze zal in Milaan als topfavoriet van start gaan op de 500 meter. En ook op de 1000 meter is ze medaillekandidaat.

Schaatsen

Dé sportmomenten van 2025: de wereldtitel van Jenning de Boo

Een valse start. Het hart van [...]
Een valse start. Het hart van Jenning de Boo klopte in zijn keel op 14 maart dit jaar bij de WK afstanden in Hamar. Hij wist: als ik Jordan Stolz wil kloppen, moet alles perfect gaan. Een valse start kon hij niet gebruiken. Hij had Stolz al te pakken gehad, maar wilde dat natuurlijk nog een keer doen bij de belangrijkste wedstrijd van het seizoen. Hij deed hij. Hij reed ondanks dat hij toch niet helemaal vrijuit kon starten naar een tijd van 34,24 en dat was sneller dan de 34,38 van Stolz. Goud. Na Jan Smeekens in 2017 was Jenning de Boo, die pas in 2023 het shorttracken verruilde voor het langebaanschaatsen, de tweede Nederlands wereldkampioen op de kortste afstand. De 21-jarige sprinter van Team Reggeborgh terugkijkend: “Iedereen kijkt natuurlijk vooral naar de 500 meter in Hamar, maar de wedstrijd waar ik afgelopen seizoen het meest trots op was, was de 500 meter bij de wereldbekerwedstrijd in Calgary. Iedereen had het al een tijdje over het moment waarop ik de magische grens van de 34 seconden zou doorbreken. Ik reed daar 33,87. Ik voelde best veel druk dat iedereen verwachtte dat ik een 33’er zou rijden. Zo van: Jenning de Boo gaat het wel even doen. Dat ik het deed op het moment dat het kon en moest, dat maakte me heel trots. Jordan Stolz was nog tweehonderdste sneller, ik won dus niet eens, maar wat geluksgevoel betreft, was ik net zo blij met die 33’er als met de wereldtitel.” En dan terugdenkend aan de WK afstanden in Hamar: “Ik had hem daarvoor ook al verslagen bij de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen, maar toen was hij ziek. Het was mijn eerste wereldbekerzege, ik was blij, maar ook een beetje gereserveerd. Het voelde toch een beetje als een halve overwinning. Dat het in Hamar ook lukte, heeft me heel veel vertrouwen gegeven.” Bij de WK afstanden pakte Jenning ook nog zilver op de 1000 meter, opnieuw voor Stolz, maar achter Joep Wennemars. En begin dit seizoen deed hij opnieuw van zich spreken. Eerst dook hij als eerste schaatser ooit onder de 34 seconden in Thialf (33,98). Daarna verbrak hij in Salt Lake City bijna het wereldrecord op de 500 meter. Hij reed 33,63 en was slechts tweehonderdste langzamer dan Pavel Koelizjnikov in 2019. Zijn volgende doel? De olympische titel in Milaan.

Hockey

Dé sportmomenten van 2025: Yibbi en de Europese titel

Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen [...]
Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen in Parijs vorig jaar. Met haar genadeloze strafcorner leidde ze de Nederlandse hockeysters naar olympisch goud. Ze werd uitgeroepen tot wereldspeelster van 2024 én FHM-sportvrouw van het jaar. In de Hockey India League was ze vorige winter de bestbetaalde buitenlander: in een paar weken tijd verdiende ze 32.000 euro. Kinderen staan in de rij voor haar handtekening, op Instagram heeft ze al meer dan 100.000 volgers en ook bedrijven gaan samenwerkingen met haar aan. Yibbi is allang niet meer alleen een hockeyster. Ze is een merk. De dochter van Ronald Jansen, voormalig keeper van het Nederlands hockeyelftal, besloot zelfs dat haar achternaam op het shirt plaats moest maken voor ‘YIBBI’. Op het EK van afgelopen zomer bewees Yibbi nogmaals dat zij het ‘nieuwe’ boegbeeld is van de Nederlandse hockeydames. Ze werd topscorer van het toernooi en verkozen tot beste speelster van het EK. Je zou het bijna vergeten: Oranje werd ook ‘gewoon’ voor de vijfde opeenvolgende keer Europees kampioen. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards. Toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune. Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Schaatsen

Dé sportmomenten van 2025: Joep Wennemars pakt wereldtitel

Joep Wennemars pakte in maart 2025 de wereldtitel op de [...]
Joep Wennemars pakte in maart 2025 de wereldtitel op de 1000 meter en trad definitief uit de schaduw van zijn vader. “De mooiste dag uit mijn schaatscarrière,” zei Joep in Helden. “Tot nu toen dan, hè.” Joep kwam van ver. In september 2024 werd hij nog geopereerd aan een scheur in zijn meniscus. “Ik had het hele seizoen te veel problemen gehad om zelfs maar bezig te zijn met het winnen van de wereldtitel op de 1000 meter. Ik was al blij dat ik bij de NK voor het eerst dat seizoen een goede race had gereden, waardoor ik überhaupt naar Hamar mocht. Ik was eigenlijk al bezig met doelen die voorbij dat WK lagen. Het ging het hele seizoen niet als ik had gehoopt, maar ik wist dat als ik mijn niveau kon laten zien, ze toch rekening met me moesten houden. In Hamar voelde ik: shit hé, ik voel voor het eerst in maanden dat ik echt klaar om een goede wedstrijd te rijden. Ik vertelde niemand wat ik voelde, hield dat echt voor mezelf.” Joep slaagde erin om op het moment suprême een uitstekende rit te schaatsen. Zijn vriendin Suzanne Schulting - drievoudig olympisch kampioen shorttrack, tegenwoordig uitkomend op de langebaan - keek zenuwachtig toe vanaf de tribune. “Ik ben in tijden niet zo blij en emotioneel geweest door een overwinning,” zei ze in Helden. Joep en Suzanne schitteren op de cover van het eindejaarsnummer in Helden, waarin ze terugblikken op een bewogen periode en voor het eerst vertellen over hun overgeslagen vonk. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Schaatsen

Patrick Roest – Op zoek naar antwoorden

Patrick Roest (29) was jarenlang de Nederlandse [...]
Patrick Roest (29) was jarenlang de Nederlandse troef op de lange afstanden. Vorig jaar ging het mis. Ineens kwam de schaatser van Team Reggeborgh niet meer vooruit. In aanloop naar de Winterspelen in Milaan zoekt hij naar zijn ‘oude vorm’. Olympisch goud, de enige prijs die hij nog niet won, zit nog niet in zijn hoofd. Eerst wil hij dat oude gevoel en niveau terugvinden, verteld Roest in Helden Magazine nummer 79. Patrick Roest Vraag hem wat hij voelt als hij lekker zijn rondjes kan schaatsen en met een glinstering in zijn ogen antwoordt hij: “Vrijheid. Als het lekker gaat, dan hoef ik niet na te denken. Dan gaat schaatsen bijna als vanzelf. Dat geeft zo’n kick.” Patrick Roest is even stil, de glimlach verdwijnt en een diepe zucht volgt. “Maar als je dat gevoel ineens kwijt bent, zoals me vorig seizoen gebeurde, dan ga je juist heel erg nadenken. Ik miste dat oude gevoel vreselijk, was ernaar op zoek en kon het maar niet vinden. Wat ik ook deed.” Patrick heeft een stoppelbaard van een paar dagen, draagt zijn witte lange kousen over zijn Team Reggeborgh-trainingsbroek. Jarenlang was hij Nederlands troef op de middellange en lange afstand én de motor van het Nederlandse team op de ploegenachtervolging. Hij veroverde onder andere drie wereldtitels allround, vier keer goud bij de WK afstanden en zeven Europese titels, waarvan twee allround. Bij de Spelen van 2018 won hij zilver op de 1500 meter en brons op de ploegenachtervolging, bij de Spelen van 2022 was het zilver op de 5000 en 10.000 meter. [caption id="attachment_21802" align="aligncenter" width="1333"] Patrick Roest[/caption] Van het ene op het andere moment veranderde Patrick een jaar geleden in een vermoeide en gekooide tijger. In zijn ‘tweede huis’ Thialf gaat hij terug in de tijd. Patrick had keihard getraind in de zomer van 2024, hoopte weer een beetje beter te zijn geworden. Zo was het altijd gegaan. Maar tijdens testen en trainingswedstrijdjes bleek hij juist minder goed dan in de aanloop naar andere seizoenen. “Ik was steeds moe en lusteloos, moest mezelf ’s ochtends echt uit bed slepen en mezelf echt aanmoedigen om op de fiets te stappen voor de fietstraining. Ik dacht toen nog: mijn vorm komt vast wel als de wedstrijden beginnen.” De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen was de drie kilometer bij de NK Clubs namens STV Lekstreek. Drie jaar op rij was hij de beste geweest, maar in oktober 2024 was Marcel Bosker sneller. “Ik kreeg de bevestiging waar ik al voor vreesde: het zat niet goed. Een rondje schaatsen leek veel meer energie te kosten dan normaal.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het interview met Patrick Roest komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Suzanne Schulting en Joep Wennemars: ‘Wij zitten op dezelfde golflengte’

Joep Wennemars (23) pakte in maart 2025 de wereldtitel op de 1000 meter en trad definitief uit de schaduw van zijn vader. Drievoudig olympisch kampioene Suzanne Schulting (28) begon aan een nieuw hoofdstuk, maakte de switch van shorttrack naar langebaanschaatsen én werd meteen wereldkampioen op de teamsprint. Bovendien sloeg de vonk over tussen de ploeggenoten bij Team Essent. Ze kijken voor het eerst samen terug op een bewogen periode. “De mooiste dag uit mijn schaatscarrière,” zegt Joep Wennemars als hij terugdenkt aan 15 maart 2025, de dag waarop hij in Hamar goud won op de 1000 meter bij de WK afstanden. “Tot nu toe dan, hè,” haast hij erbij te zeggen. Hij reed een baanrecord in Noorwegen, moest daarna nog lang wachten, maar zag dat zijn concurrenten zich een voor een stukbeten op zijn tijd van 1.08,05. Toen de laatste rit was geweest stond zijn naam nog steeds bovenaan, gevolgd door die van Jenning de Boo en Jordan Stolz. Een explosie van geluk volgde, het ongeloof was van zijn gezicht te scheppen. “Ik had het hele seizoen te veel problemen gehad om zelfs maar bezig te zijn met het winnen van de wereldtitel op de 1000 meter. Ik was al blij dat ik bij de NK voor het eerst dat seizoen een goede race had gereden, waardoor ik überhaupt naar Hamar mocht. Eigenlijk was ik al bezig met doelen die voorbij dat WK lagen. Het ging het hele seizoen niet als ik had gehoopt, maar ik wist dat als ik mijn niveau kon laten zien, ze toch rekening met me moesten houden. In Hamar voelde ik: shit hé, ik voel voor het eerst in maanden dat ik echt klaar om een goede wedstrijd te rijden. Ik vertelde niemand wat ik voelde, hield dat echt voor mezelf.” Joep slaagde erin om op het moment suprême een uitstekende rit te schaatsen. “Meteen na afloop zei ik tegen mezelf: op deze race valt weinig aan te merken. Maar wat mijn tijd - weliswaar een baanrecord - waard was, wist ik niet. Aan de wereldtitel dacht ik geen moment. Ik was blij en opgelucht dat ik had laten zien: hé, ik ben er nog! Ik kon sowieso met opgeheven hoofd naar huis.” Suzanne Schulting zag de race van haar vriend vanaf de tribune, zat naast vader Erben en moeder Renate Wennemars en vrienden van Joep. Als er iemand weet wat winnen is, dan is het Suzanne, maar ze wist niet waar ze het zoeken moest. “Ik was megazenuwachtig. Vreselijk. Het was veel erger dan wanneer ik zelf voor een belangrijke race op het ijs stond. Dan heb je het zelf onder controle en nu moest ik toekijken en maar hopen dat het goed zou gaan. Dat ik zo zenuwachtig was, kwam ook doordat ik wist dat Joep in goeden doen was. Ik had heel sterk het gevoel van: het zou vandaag zomaar allemaal op z’n plek kunnen vallen.” Ze kijkt naar Joep en zegt: “Ik heb niet tegen jou gezegd dat dat door m’n hoofd spookte, maar voelde echt aan alles: er kan iets bijzonders gebeuren.” Joep: “Vanaf het middenterrein zag ik jongens die normaal gesproken altijd bij mij in de buurt zitten ineens een seconde of meer langzamer rijden dan ik. Toen realiseerde ik me: ik heb echt een heel goede tijd neergezet.” Suzanne: “We zagen dat jij vanaf het middenterrein de tribunes af aan het speuren was, maar je kon ons niet vinden. Ondertussen werden wij steeds enthousiaster toen de een na de ander niet aan jouw tijd kwam.” Joep: “Toen ze ook in de laatste rit niet aan mijn tijd kwamen, was mijn eerste gedachte: holy fuck! Het kwam doordat ik het hele seizoen zo had geworsteld zo onverwachts. Echt onwerkelijk.” Suzanne: “Ik had nooit verwacht dat ik voor iemand anders zo zenuwachtig, blij en emotioneel kon zijn. Jouw moeder zei tegen me na de laatste rit: ‘Ga gewoon naar hem toe!’ Ik heb een lange sprint van de tribune naar het middenterrein getrokken.” Suzanne sprong Joep om zijn nek. Joep: “Zoveel dingen kwamen ineens bij elkaar. Toen ik jou zag, dacht ik: fuck it, nu mag even alles.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Suzanne Schulting en Joep Wennemars komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Hockey

Thierry Brinkman – Leven na het goud

Thierry Brinkman (30), aanvoerder van het Nederlands hockeyteam, [...]
Thierry Brinkman (30), aanvoerder van het Nederlands hockeyteam, bereikte vorige zomer zijn ultieme doel: hij won olympisch goud in Parijs. Na een week feestvreugde volgde er een nieuwe club, een huwelijksaanzoek, een verbouwing, de welbekende postolympische dip en een mentale zoektocht. Voor Helden Magazine nummer 77 spraken we Thierry en zijn verloofde Elke Boers in aanloop naar het EK hockey (8-17 augustus) in Duitsland. Thierry Brinkman Ga eens terug naar 8 augustus 2024, de dag van de olympische finale tegen Duitsland die jullie na 1-1 met shoot-outs wonnen. Thierry: “Als team hadden we al zoveel doorstaan sinds de Spelen van Tokio in 2021. De finaledag beleefden we op dezelfde manier als de andere dagen. We hadden hetzelfde dagprogramma, zaten in een toernooibubbel. Pas later beseften we de grootsheid van die wedstrijd. Gelukkig maar, anders waren we alleen maar nerveus geworden. De finale ging een beetje als in een roes voorbij. Ik probeerde die dag te observeren en voelen of iedereen er goed in zat en erop te letten dat niet iemand ineens andere dingen ging doen. Het hele toernooi hielden we ons vast aan bepaalde routines, dat moest op die finaledag niet anders zijn. En we probeerden een beetje ontspanning te vinden. Ik kan me nog herinneren dat ik vlak voor de wedstrijd Steijn van Heijningen, hij verving Tjep Hoedemakers die geblesseerd was uitgevallen, wat meer aandacht gaf voor de wedstrijd. Zijn eerste wedstrijd was meteen de olympische finale. En voor de shoot-outs probeerde ik keeper Pirmin Blaak op zijn gemak te stellen en vertrouwen te geven.” Voelde jij als aanvoerder extra spanning en verantwoordelijk? “Druk en verantwoordelijkheid voelde ik zeker. Het is de bedoeling dat de aanvoerder in een finale zijn niveau haalt en het team op sleeptouw neemt. Ik kende van iedere teamgenoot het persoonlijke verhaal en de weg die hij heeft moeten afleggen om het hoogst haalbare te bereiken. Vanaf de Spelen in Tokio in 2021 ben ik heel intensief met iedereen bezig geweest.” Wat kwam er op je af na het olympisch goud? “Toen kregen we de grootsheid van de Spelen pas mee, kwam binnen dat vier miljoen mensen de finale hadden gezien, en werden we gevraagd voor tv-programma’s. In het TeamNL-huis hebben wij de finale van de Nederlandse hockeyvrouwen gekeken, die een dag later was. We liepen daar rond als helden, dat gaf een extra dimensie aan het toernooi. Terug in Nederland was iedereen vrolijk, we genoten van de huldiging bij de koning en koningin en andere feesten. Maar na een week was het ook wel weer klaar. Het was lekker om tot rust te komen en op vakantie te gaan. Vrij snel daarna begon het seizoen weer en ging ik bij mijn nieuwe club Den Bosch aan de slag.” De Nederlandse hockeymannen hebben jarenlang in de schaduw gestaan van de vrouwen. Merk je dat dat sinds de Spelen anders is? “Ik denk dat elke hockeyliefhebber op dit moment geniet van het Nederlands mannenteam, van wat wij uitstralen. Dat is al een tijd zo bij de vrouwen, zij hebben denk ik nog wel meer fans.” Bij de vrouwen had je in het verleden boegbeelden als Fatima Moreira de Melo, Naomi van As en Ellen Hoog. Waarom heeft Thierry Brinkman nog niet de status zo’n hockey-overstijgend boegbeeld te zijn? “Tja, goeie vraag. Ik denk dat het puur met uitstraling te maken heeft. Bij Yibbi Jansen zie je nu gebeuren dat zij veel aandacht krijgt, zij is een boegbeeld aan het worden. Dat komt natuurlijk omdat ze heel goed kan hockeyen, maar ook voor een groot deel door haar uitstraling. Bij de mannen heeft Terrance Pieters ook wel die hockey-overstijgende uitstraling, hoewel hij de Spelen in Parijs miste.” Is jouw leven veranderd door die gouden medaille? “Als ik op een zaterdagmiddag door de stad loop, merk ik alleen dat ik vaker herkend word dan vroeger. En met carnaval werd ik veel aangesproken. Maar het komt niet in de buurt bij de bekendheid van voetballers, hoor.” Ben jij zelf veranderd? “Nee.” Elke Boers, zijn verloofde: “Van tevoren dacht je: als ik olympisch kampioen ben, dan heb ik alles wat ik hebben wil en krijg ik meer rust. Maar na drie maanden was alles weer zoals het ervoor was.” Thierry: “Ik heb twintig jaar lang gehockeyd met de hoop om op een dag die ultieme titel te winnen. Maar toen dat was gelukt, dacht ik: wat nu?” Lionel Messi Jij komt uit een sportief gezin. Jouw vader, oud-hockeyer Jacques Brinkman, won onder meer olympisch goud in 1996 en 2000, jongere broer Tim voetbalde op hoog niveau en ook zusje Julie was een hockeytalent. “We woonden in Bilthoven dicht bij school en de hockey- en voetbalclub. Als we middagpauze hadden, dan renden we naar het voetbal- of hockeyveld en na een uur renden we weer terug om nog twee uur op school te zitten. Als de school uit was, gingen we weer terug. Vaak met zijn drieën, maar vooral met mijn broertje. We sportten toen nog zonder enige verwachting.” Je kon er niet omheen dat je met jouw vader een voorbeeld had. “Ik heb daar nooit zo bij stil gestaan. In de jeugd hockeyde ik voor de lol, kwam bij de districtsteams en in de Nederlandse jeugdelftallen. Ik was wel goed, hoor, maar andere jongens waren beter. Ik kon destijds ook vrij goed voetballen, maar was heel klein en fysiek niet zo sterk. Toen ik tien was, werd ik desondanks aangenomen door de jeugdopleiding van FC Utrecht. Ik zei op jonge leeftijd al tegen mijn ouders dat ik het hoogst haalbare in een sport wilde bereiken. Met mijn ouders overlegde ik welke sport en welke wereld het best bij mij paste. Voetbal is een harde wereld, ik dacht dat hockey beter bij mij zou passen. En mijn ouders konden natuurlijk ook wel inschatten dat de kans om de top te halen in het hockey een stuk groter was dan met voetbal.” Jouw broertje Tim koos voor voetbal. Hij speelde jarenlang bij Ajax in de jeugd en daarna bij FC Utrecht. “Ik maakte het van dichtbij mee en denk dat ik meer moeite zou hebben gehad met de cultuur die bij voetbal hoort. Ik denk wel dat ik goed met het mentale gedeelte van het voetbal om had kunnen gaan. Bot gezegd kan ik ook schijt hebben aan alles. Maar het halen van de top in van het voetbal is extreem moeilijk, er zijn zoveel goede voetballers die het niet halen. Maar er zijn ook heel veel middelmatige voetballers die het mentaal zo goed op orde hebben, slim zijn, en ondanks dat ze kwalitatief vrij beperkt zijn toch tien jaar lang in de top meevoetballen. Het mentale deel had ik denk ik goed onder de knie gehad als voetballer, maar voor het fysieke gedeelte kwam ik tekort. Er werd vaak gezegd dat ik het van ons drieën minder van mijn talent moest hebben, maar meer van mijn karakter. Tim speelt nu bij de Ajax amateurs. Hij heeft één wedstrijd in het eerste gespeeld bij Utrecht. Het is logisch dat als je het net niet haalt, je voor een ander pad kiest en gaat werken.” Jij hebt altijd voor het hockey geleefd en drinkt ook geen alcohol, lazen we. “Dat vind ik altijd zo gevaarlijk om te zeggen. Ik drink echt weleens wat, hoor. Maar ik sta bij mijn teamgenoten bekend dat ik eerder niet mee uitga, dan wel. Ik kies mijn momenten. Ik kan zo drie, vier, vijf maanden niks drinken. En als ik dan een toernooi heb gehad, ga ik wel eens los. Zoals na Parijs. En dan vind ik het na een paar avonden ook wel weer mooi geweest.” Van wie heb jij dat karakter: jouw vader of moeder? “Van allebei. Mijn vader was een trainingsbeest, gaf nooit op. Als hij moe was, ging hij net nog even door. Dat heb ik van hem. Maar dat vastbijten in iets, daar herken ik ook mijn moeder in.” Jij was lang klein en hebt mannelijke geslachtshormonen toegediend gekregen, vertelde je eerder in Helden. “Toen ik veertien was, heb ik twee keer een periode van zes weken mannelijke geslachtshormonen ingespoten gekregen om vervroegd in de pubertijd te komen. Mijn botleeftijd liep tweeënhalf jaar achter bij mijn normale leeftijd en er was voorspeld dat ik tussen 1 meter 69 en 1 meter 72 zou worden. Door dat traject zou ik wat langer worden en iets sterker. Uiteindelijk ben ik 1 meter 75 geworden. Ik kreeg trouwens niet hetzelfde als Lionel Messi in zijn jeugd, hij kreeg groeihormonen toegediend.” Wat merkte jij vroeger van jouw bekende hockeyachternaam? “Toen ik jong was en bij SCHC speelde, werd er vaak gezegd: ‘Hé, dat is dat jochie, die ‘zoon van’.’ Toen had ik dat niet zo door. Pas later kreeg ik het meer in de gaten. Mijn vader was in die tijd ook coach bij heren 1. Maar ik heb er nooit echt last van gehad, hoor.” Komt dat ook omdat jij geen twijfelgeval was? “Vroeger had ik juist moeite om fysiek mee te komen bij het Nederlands team onder 16, maar toen was ik ook jonger dan de rest. Daarna was ik inderdaad geen twijfelgeval en dus was die achternaam geen groot ding. Je komt niet in het eerste van een hoofdklasseteam of een Nederlands jeugdelftal als je er niks van kan.” In 2015 maakte jij je debuut bij het Nederlands elftal. Jouw vader deed in die tijd spelersbeoordelingen en schreef columns voor de Telegraaf. Hoe vond jij dat? “Na het WK van 2014 in Den Haag kwam ik bij Oranje. Toen stopte mijn vader met beoordelingen geven. Dat hadden we ook besproken. Mijn vader was daarin heel duidelijk, hij wilde niet zijn eigen zoon gaan beoordelen in de media, dat zou ook niet goed zijn voor zijn geloofwaardigheid.” In zijn columns nam hij geen blad voor de mond. Zo stelde hij in 2017 dat de prestaties van Dafne Schippers ‘voer waren voor twijfels’ en viel iedereen over hem heen. En hij las in tv-programma De Oranjezomer persoonlijke appjes van jou voor tijdens de Spelen in Tokio. “Dat zijn misschien een paar dingen die eruit springen, maar die doen niet af aan de positieve kant van het hebben van een oud-tophockeyer als vader. Door mijn vader kreeg ik als jongetje veel dingen al vanzelf aangeleerd. Hoe houd ik mijn stick vast? Hoe sla ik?” Elke vult aan: “Als Jacques iets roept in de media, denkt niemand in de hockeywereld: Thierry vindt dat ook. Mensen die jou niet kennen hebben dat vooroordeel, maar jullie zijn zo anders, hebben een heel ander karakter. Als Jacques iets roept, komt het er soms botter uit dan hoe hij het daadwerkelijk bedoelt. Ik zie Jacques als een heel betrokken vader en een hele leuke schoonvader.” Coderen Jouw eerste Spelen waren die van Tokio, in 2021. Max Caldas was bondscoach en jullie verloren in de kwartfinale van Australië na shoot-outs. Jullie kregen veel kritiek; jullie vormden geen eenheid en er zou een bepaalde mentaliteit ontbreken. Na Tokio werd Jeroen Delmee bondscoach. “Het is zelden voorgekomen dat er na een toernooi zoveel veranderingen waren, er zoveel jongens gestopt zijn. Er kwam een heel nieuw team, een nieuwe staf, we begonnen weer op nul. Ik zag jongens bij het Nederlands team die ik tegen was gekomen in de hoofdklasse, maar die internationaal nog geen ervaring hadden. Met de jongens die wél in Tokio waren geweest, voerde Jeroen veel gesprekken over wat er mis was gegaan in Tokio, wat de status was van het Nederlands hockey en waar we heen wilden. Maar het grootste verschil was dus al aan de voorkant gemaakt. Met andere mensen en andere karakters gingen we het nieuwe traject in.” Er vond een cultuurverandering plaats. Wat was er anders dan voorheen? “Ik pas er altijd een beetje mee op om daar wat over te zeggen, want het gaat dan over jongens met wie ik lang heb gespeeld. Als er slecht gepresteerd is, dan mag dat worden benoemd. Maar er zijn ook fases geweest dat we een heel hoog niveau hebben gehaald met dat oude team. Daarin hebben ook echt heel goede hockeyers gespeeld. Alleen omdat er met dat team geen WK of Olympische Spelen gewonnen is, blijft bij veel mensen dat negatieve gevoel hangen. En ja, er waren ook zeker aspecten waarvan ik dacht: dit is niet oké. Dat zit hem vooral in het mentale aspect, de nieuwe jongens die er na Tokio bij kwamen, hadden een heel andere mentaliteit.” Delmee wees jou aan als aanvoerder. Hoe groot was jouw rol in die cultuurverandering? “Ik had voor die tijd dingen meegemaakt waarvan ik dacht: hier ben ik het niet mee eens, dat moet met het nieuwe team anders. Ik wist dat ik samen met een aantal jongens de kar moest gaan trekken, heb geprobeerd er veel impact op te hebben.” Onder Delmee wonnen de Nederlandse mannen voor het eerst in 24 jaar weer olympisch goud. Wat maakt hem zo’n goede coach? “Jeroen heeft een heel duidelijke tactische structuur neergezet. Samen met assistent Eric Verboom heeft hij spelers echt beter heeft gemaakt. Het is ook niet voor niets dat hij zelf als speler tot zijn 38ste is doorgegaan. Jeroen en Erik beleven hockey op iedere seconde van de dag. Toen wij in 2023 derde waren geworden op ons eerste WK met het nieuwe team onder Jeroen en Erik, was iedereen blij. We hadden feestgevierd, zaten moe op het vliegveld om naar huis te gaan. Jeroen en Erik zaten met zijn tweeën bij de gate op de laptop de wedstrijden al te analyseren, te coderen en een database op te stellen. Om vijf uur ‘s nachts...” Jeroen Delmee zei in een interview in De Telegraaf dat de jongens stil zijn als jij praat. Ben jij een natuurlijke leider? Thierry wordt emotioneel: “Het is een eervolle rol. Ik had in mijn hoofd een soort ideaalbeeld gecreëerd van een aanvoerder. Ik dacht: laat ik op het veld maar het goede voorbeeld geven door goed te spelen. Ik vond altijd dat de aanvoerder de beste speler moest zijn. En als hij dat niet was, hij vooral geen aanvoerder moest zijn. Gaandeweg leerde ik dat het ook heel belangrijk is om voor het team een inspiratie te zijn door het goede voorbeeld te geven, door dag in dag uit het perfecte gedrag te vertonen en dat te stimuleren bij anderen. De ploeg van Parijs kende ik door en door. Sommigen waren voor mij vooral teamgenoten, anderen ook vrienden. Ik merkte dat als je een hechtere band krijgt met jongens die ik voorheen meer als collega’s zag, ik dat ook in positieve zin voelde op het veld. Ik ben niet iemand die zichzelf complimenten geeft, maar ben wel trots op mezelf. Het meest trots ben ik op het veranderen van de teamdynamiek en -cultuur. Ik heb gemerkt wat dat met de prestaties kan doen. En dat heb ik zeker niet alleen gedaan. Dat hebben we met de staf en een grote groep jongens – onder wie Thijs van Dam, Jorrit Croon, Lars Balk, Jip Janssen, Joep de Mol, Jonas de Geus en Floris Wortelboer - gedaan.” Vuurtje Was en is er binnen het Nederlands team ook genoeg ruimte voor het mentale aspect? Thierry is even stil en zegt: “Te weinig. Er is in ons team zeker aandacht voor, maar het kan en moet misschien nog meer. We moeten niet onderschatten wat het behalen van een groot succes op mentaal vlak met een sporter kan doen. Voor 95 procent is het fantastisch. Maar er zit ook echt een andere kant aan die onderbelicht is in de topsport.” Keeper Pirmin Blaak vertelde eind 2024 over zijn mentale struggles in Helden en hoe moeilijk het olympische traject voor hem is geweest. Herken jij je dat? “Voor Pirmin was het lastig vanwege zijn positie, er kan maar één keeper opgesteld worden. Hij had moeite met die concurrentiestrijd. Bij veldspelers kun je natuurlijk nog een beetje schuiven en door wisselen. Topsport is keihard is. Dat heb ik van huis uit meegekregen. En je hoeft het natuurlijk niet te doen, hè. Als je er klaar mee bent, dan is dat jouw goed recht. Je moet bikkelhard zijn. Het kost tijd voordat je je dat echt realiseert.” Je zei net dat je na het winnen van de olympische titel de gedachte kreeg: wat nu? Knikt: “Daar heb ik het met een paar jongens al een beetje over gehad. Voor de jonge jongens in Oranje is het anders, zij hebben bij wijze van spreken nog tien jaar te gaan. Ik niet. Het is een nieuw mentaal spel wat er op me af komt. Je weet van tevoren niet wat zo’n olympische titel met je doet.” En wat deed het met je? Thierry is even stil en slikt wat tranen weg: “Als je heel resultaatgericht bent, kun je denken: ik ga nu volle bak voor de wereldtitel, want die ontbreekt nog. Maar eigenlijk heb ik het ultieme al bereikt. Ik heb zo hard toegewerkt en -geleefd naar dat ultieme doel. Nu train ik nog steeds iedere dag, maar waar doe ik dat nog voor? Om dat nog een keer mee te mogen maken?” Elke: “Je wint iets waar je twintig jaar lang voor hebt gewerkt. Vervolgens vier je dat een week. Daarna heb je die medaille en gaat alles weer door alsof er niks is gebeurd.” Thierry: “Het helpt ook niet om te denken: het is wel goed zo, 95 procent geven is ook genoeg. Je moet er mentaal net zo in zitten als voor die gouden medaille, maar dat vraagt veel. Er zit bij mij nog veel emotionele lading op, omdat ik nog zoekende ben. Ik wil wel graag nog door tot en met de Spelen van LA in 2028 en weet: dan moet ik niet miepen, ik weet wat ervoor nodig is om de beste te worden. Maar er zit iets in mij waardoor het stroever gaat om mij weer helemaal over te geven aan het hockey. Ik spreek er over met Elke en ook met een mental coach. We moeten het er ook over hebben met het team. Ik denk dat je niet klakkeloos kunt beginnen aan een nieuwe cyclus. Dit gevoel wordt onderschat.” Elke: “Jij dacht: waarom voel ik me zo, ik ben olympisch kampioen, zit bij een nieuwe club, het gaat allemaal supergoed. Waarom kan ik niet naar het hockeyveld gaan met het gevoel: ik ga gewoon lekker trainen?” Thierry: “Het is een mentale zoektocht. Ik denk niet dat het erg is om dat uit te spreken. Nu is het zaak dat juist met mijn teamgenoten en coaches te gaan bespreken. We zien elkaar weer bij Oranje, maar dan zijn er ook veel nieuwe jongens bij. De jongens die wel in Parijs waren, hebben nog geen moment – een lunch, barbecue of wat dan ook – gehad waarop we konden terugblikken. Ik heb soms het idee dat daar een beetje een taboe op rust. Dat je als topsporter er meteen een streep onder moet zetten en denken aan je volgende doel. Ik voel me bijna schuldig om terug te blikken. Dat is misschien ook waar mijn emotie vandaan komt. Toch denk ik dat er meer jongens zijn uit de groep van Parijs die de behoefte voelen om terug te kijken, erover te praten. In mijn optiek is dat heel belangrijk als we over drie jaar nog een keer goud willen winnen. Als iedereen Parijs een plek kan geven en weer een manier vindt om dat vuurtje te laten branden, dan kan dat lukken. Ik denk dat veel teams dit onderwerp vermijden, omdat het emoties oproept.” Heb je jouw gevoel al met de bondscoach gedeeld? “Nog niet echt. Het was een onrustige fase, er zijn jongens – sommige tijdelijk - gestopt en sommigen – ik ook - speelden in de winter in India. Er is dus ook nog geen geschikt moment voor geweest. Dat komt hopelijk in aanloop naar het EK. Daar gaat wat mij betreft wel wat tijd in zitten en ik wil dat ook zorgvuldig aanpakken, want ik vind het niet alleen een interessant, maar ook heel belangrijk onderwerp. Ik wil met deze generatie nog meer successen behalen en daarvoor moet in mijn beleving dit heel goed besproken worden.” Herkent jouw vader jouw gevoel? Hij zat in een soortgelijke situatie na het goud op de Spelen van 1996 in Atlanta. “Weet ik niet, ik heb het er nog niet echt met hem over gehad. Het is ook al zo lang geleden voor hem. Hij zegt geregeld dat hun programma minder intensief was.” Elke, Jij hockeyt zelf ook in de hoofdklasse. Topsport en mentale struggles kunnen je als stel ook uit elkaar drijven... Elke: “Klopt, dat zou kunnen. Bij ons is dat gelukkig niet het geval. Ik ben juist heel benieuwd hoe het zal zijn als we straks niet meer hockeyen. Daarnaast helpt het denk ik ook dat Thierry en ik elkaar goed aanvullen. Thierry is super gestructureerd, ik kan me juist weer wat flexibeler opstellen en zorgen voor wat afleiding.” Praten jullie thuis veel over hockey? Thierry lachend: “Op dit moment gaat het vooral over de verbouwing van ons nieuwe huis. En natuurlijk gaat het ook over hockey, maar Elke begrijpt het ook goed als ik het er even niet over wil hebben.” Elke: “Simpel gezegd: wij vinden hockey gewoon heel leuk. Onze families zitten er diep in en we lopen allebei van jongs af aan rond op de club.” Ibiza Na negen jaar Bloemendaal koos je ruim voor de Spelen voor een nieuwe club: Den Bosch. “Ik heb proberen te voorspellen wat de Spelen met me zouden doen, welke uitkomst die ook had, en wat ik daarna nog zou willen. Na negen jaar Bloemendaal en de tweede olympische cyclus vond ik het ook tijd aan de toekomst buiten het hockey. Elke en ik wilden ons settelen. We woonden al een tijd in Amsterdam, maar weten allemaal hoe moeilijk het is om daar iets te kopen, iets op te bouwen. Ik hoef niet in een kasteel te wonen, maar iets met een schappelijke tuin zat er in Amsterdam niet in. Ik wilde blijven hockeyen, ook bij Oranje. Den Bosch is een goede stap geweest.” Meteen na de Spelen ging je voor Elke op je knieën. Had jij die ring al gekocht voor Parijs? Lachend: “Ja, ik had die ring al voor de Spelen gekocht. Ik ben heel goed bevriend met Jorrit Croon, lig altijd met hem op de kamer bij het Nederlands Elftal en lag ook met hem op de kamer in Parijs. Daar hebben we het al over het aanzoek gehad. Hij is een van mijn beste maten en heeft mij heel goed geholpen om alles voor te bereiden. Zijn vriendin Daantje is een goede vriendin van Elke. Na de Spelen gingen wij met zijn vieren naar Ibiza. Daantje, Jorrit en ik hadden met z’n drieën een plan bedacht. Ik ben hen heel dankbaar dat ze mij daarmee geholpen hebben en we dat ook samen hebben kunnen beleven.” Elke lachend: “En ik had niks in de gaten.” Waarom is Elke de vrouw van jouw dromen? Thierry kijkt Elke aan. “Ze houdt me met beide benen op de grond. Elke steunt me in alles en moet ook veel laten voor mij.