Afrikaanse landen speelden op WK’s lange tijd een bijrol. Dat veranderde in 1990 dankzij Roger Milla, spits van Kameroen. Hij debuteerde al in 1973 voor De Ontembare Leeuwen, werd in 1976 gekroond tot Afrikaans voetballer van het Jaar en vertrok een jaar later naar Frankrijk. Daar versleet hij tal van clubs en scoorde veel. Hij won twee keer de Franse baker. De successen met Kameroen beperkten zich lange tijd tot het eigen continent, twee keer won de ploeg de Afrika Cup.
Eind jaren tachtig bedankte Milla voor het nationaal team. Het was in 1990 de president van Kameroen die hem vroeg toch mee te gaan naar het WK in Italië. Op zijn 38ste maakte hij zijn comeback.
Kameroen stuntte in de openings- wedstrijd door wereldkampioen Argentinië te verslaan. Daarna was het Milla Time. Hij scoorde twee keer tegen Colombia en twee keer tegen
Roemenië. De wijze waarop hij zijn doel- punten vierde – hij danste de lambada met de cornervlag – ging de wereld over. Milla werd de ster van het WK en mede
dankzij hem bereikten De Ontembare Leeuwen de kwartfifinale: het beste re- sultaat voor een Afrikaans land op een WK. Wie dacht dat het daarna mooi was geweest, had het mis.
Vier jaar later, bij het WK in Amerika, was Milla weer van de partij, 42 jaar inmiddels. Kameroen wist niet te stunten, maar Milla scoorde tegen Rusland en verbeterde daarmee zijn eigen record als oudste doelpunten- maker op een WK.