Als er één renner de belichaming is van karakter, opoffering en wilskracht, is het Hennie Kuiper wel. Als boerenzoon leert hij al jong dat niets in het leven vanzelf komt. Die mentaliteit neemt hij mee naar de koers. De Twent is geen stylist, maar een krachtpatser die kan lijden als geen ander.
In 1972 vestigt Hennie Kuiper voorgoed zijn naam bij de wielerfans. Hij beleeft bij de wegwedstrijd van de Olympische Spelen in München zijn grote doorbraak. Als 23-jarige amateur flikt hij het onmogelijke door na een solo het goud op te halen. Drie jaar later, in 1975, bewijst hij zijn klasse ook bij de professionals. In het Belgische Yvoir wordt Kuiper, na een loodzware koers over heuvelachtige wegen, gekroond tot wereldkampioen.
Hij finisht en juicht met slechts één arm in de lucht als hij de streep passeert. Bewust. “Dat komt door die mentaliteit van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Terwijl ik toch echt geweldig blij was”, bekent de Twent later. Het tekent zijn karakter.
Open zenuw
Kuiper groeit uit tot een rasechte ronderenner. In de Tour de France van 1977 en 1980 eindigt hij als tweede in het eindklassement. Vooral de Tour van ’77 blijft een open zenuw. In de Raleigh-ploeg van de dictatoriale ploegleider Peter Post moet Kuiper opboksen tegen interne politiek en ploeggenoten die voor eigen succes gaan. Hij verliest de Tour op slechts 48 seconden van Bernard Thévenet.
Terugkijkend op die verloren droom toont hij zich echter realistisch en zachtmoedig. “Als je zo dicht bij de gele trui bent, is het toch wel zonde om te verliezen… Maar sport is beleving. Je kunt ook niet altijd winnen.” Wel schrijft hij geschiedenis op de flanken van de Franse bergen: hij wint tot tweemaal toe (in 1977 en 1978) de heroïsche touretappe naar de mythische Alpe d’Huez.
Naarmate zijn loopbaan vordert en de grote rondes fysiek te zwaar worden om een rol als klassementsrenner te spelen, transformeert Kuiper tot een van de beste eendaagse coureurs die de wereld heeft gekend. Hij bezit een uniek record, is de enige Nederlander die vier van de vijf topklassiekers, de Monumenten, op zijn palmares heeft staan: de Ronde van Vlaanderen (1981), Parijs-Roubaix (1983), Ronde van Lombardije (1981) en Milaan-San Remo (1985).
Vooral zijn zege in Parijs-Roubaix staat in het collectieve geheugen gegrift. Na een legendarische solo van vijftien kilometer over de kasseien rijdt hij in de slotfase lek. De paniek slaat toe bij de ploegleiders, maar Kuiper blijft kalm, wisselt van fiets en koerst krachtig en onbewogen door naar de winst op de beroemde Vélodrome in Roubaix.
Boerenzoon
De Twentse boerenzoon neemt in 1988 afscheid van het proffietsen. Hij heeft de Tour weliswaar niet gewonnen, maar wel de harten van het publiek. Zijn geheim? Hij is altijd de hardwerkende, nuchtere boerenzoon gebleven die de concurrentie recht in de ogen keek. “Ik had respect voor iedereen, maar ging niks en niemand uit de weg”, aldus Kuiper. “Wielrennen is eerst het bord van je tegenstander leeg eten en dan pas beginnen aan je eigen.” Met die filosofie ontwikkelt Kuiper zich in twee decennia tot een sieraad voor het vaderlandse cyclisme met een goudomrande erelijst.

Lees ook:
- Miguel Indurain, een ‘koninklijk’, fysiologisch wonder
- Lucho Herrera, kleine tuinman met grote motor
- Jan Janssen, een veelzijdige wereldtopper
- Alberto Contador, geboren met onverzadigbare aanvalslust
- Michael Boogerd, de hoop van de natie in donkere tijden
- Chris Froome, van knecht naar onbetwiste kopman
- Joop Zoetemelk, de Tour win je in bed
- Mark Cavendish, met vallen en opstaan naar nieuw record
- Marcel Kittel, familie en rust boven alles