Gert-Jan Theunisse won op Alpe d’Huez na ruzie met zijn ploeg: ‘Jullie kunnen doodvallen’

Gert-Jan Theunisse
ANP

Vrijdag keert de Tour de France terug op de flanken van Alpe d’Huez. De mythische klim roept bij Nederlandse wielerliefhebbers automatisch herinneringen op aan de gouden jaren, toen de ‘Nederlandse berg’ bijna jaarlijks door een landgenoot werd bedwongen. Een van de meest heroïsche overwinningen kwam in 1989 op naam van Gert-Jan Theunisse, na een solo van 130 kilometer én een flinke ruzie met zijn ploegleiding.

Dat Theunisse ooit op Alpe d’Huez zou winnen, stond voor hem als kind al vast. Althans, dat was de droom. “Er waren twee doelen die ik als kind had: winnen op Alpe d’Huez en de bolletjestrui veroveren. Ik dacht nooit aan de eindzege in de Tour. Vlakke sprintetappes deden me niets, ik keek alleen maar naar bergritten op tv. Dan zat ik met open mond naar Jopie Zoetemelk te kijken.”

Opvallend genoeg zag Theunisse zichzelf aanvankelijk helemaal niet als kopman. “Eigenlijk was ik een geboren knecht. In mijn eerste profseizoen bij Panasonic-Raleigh, in 1984, ging het zo goed dat zowel de klassiekermannen als de klassementsrenners me overal mee naartoe wilden hebben. Ik kon mezelf doodrijden voor een ander en had niet de stress van het moeten afmaken van een koers. Het was mijn ideale baan.”

Pas bij PDM veranderde zijn rol. Samen met zijn vriend Steven Rooks kreeg hij de kans om voor eigen succes te rijden, mede doordat Greg LeMond geblesseerd was. In 1988 leek zijn droom al uit te komen op Alpe d’Huez, maar toen gooide de ploegentactiek roet in het eten. Rooks demarreerde als eerste, de concurrentie reageerde niet en Theunisse zat vast achter zijn ploeggenoot. Zijn topvorm bleef onbenut.

Een jaar later diende zich een nieuwe kans aan. PDM stond er ijzersterk voor, met Steven Rooks, Sean Kelly, Raúl Alcalá en Theunisse allemaal bij de beste twaalf van het klassement. Er was een duidelijk plan: de laagst geklasseerde zou als eerste aanvallen. Als die werd teruggepakt, was de volgende aan de beurt. Theunisse zou als laatste gaan.

Maar al op de eerste klim liep alles anders. “Geen van mijn ploeggenoten sprong mee toen er werd aangevallen. Ik ging langs die mannen, want dit was de afspraak niet. ‘We kunnen niet, we zitten kapot’, zeiden ze. Dat hoorde ik al dagenlang en elke etappe eindigden ze alsnog bij de eerste tien. Ik was zó kwaad, dacht: stik er maar in, dan ga ik zelf wel.”

Gert-Jan Theunisse in actie in de Tour etappe die hij later zou winnen in 1989

Theunisse besloot het heft in eigen handen te nemen. Hij reed naar de kopgroep, liet iedereen achter zich en begon aan een ogenschijnlijk onmogelijke onderneming: een solo van liefst 130 kilometer.

Zelfs vanuit de ploegleiderswagen probeerde PDM hem nog tot de orde te roepen. “Er werd geroepen dat ik moest stoppen. Het was zelfmoord, het zou me mijn klassement kosten. ‘Weet je wat jullie kunnen? Jullie kunnen doodvallen’, riep ik. Ik pakte een bidon en smeet ‘m zo tegen de voorruit. Ik zei: ik wil jullie de hele dag niet meer zien.”

Wat volgde werd een van de meest memorabele Nederlandse Tourzeges ooit. In de bolletjestrui bereikte Theunisse als eerste de top van Alpe d’Huez.

“Die hele solo reed ik in trance. Van die laatste kilometers weet ik niets meer. Alleen dat ik helemaal kapot was en dat ik tussen het publiek door moest rijden omdat er nog geen dranghekken stonden. Ik kreeg water over me heen, klappen, er werd geschreeuwd… Het was de dag van mijn leven. Precies zoals ik ‘m had uitgestippeld en erover had gedroomd.”

Meer lezen?

Rinus Michels en Dick Advocaat
25 juli 2026

Alle bondscoaches van Oranje in de afgelopen 50 jaar: van Rinus Michels tot Ronald Koeman

Etappe 20
25 juli 2026

Voorbeschouwing 20ste etappe Tour de France, megalomane bergrit met nieuwe apotheose op Alpenreus

Peter Winnen
25 juli 2026

Tourheld van de dag: Peter Winnen, de filosoof van het wielerpeloton

Thymen Arensman na zijn overwinning op La Plagne.
24 juli 2026

Van toeschouwer op Alpe d’Huez naar Nederlandse Tourheld: hoe Thymen Arensman zijn droom