Wat een einde van de Tour de France! Mathieu van der Poel heeft op geweldige wijze de slotetappe in de Ronde van Frankrijk gewonnen. Met een ultieme poging om het peloton voor te blijven schudde hij Tadej Pogacar van zich af en bleef de sprinters voor.
De ingekorte etappe kende een bijzonder begin. De renners werden per bus van de oorspronkelijke startplek naar de Champs-Élysées vervoerd. Dáár begon de etappe echt, al werden de eerste rondjes – zonder de belimming van Montmartre – nog rustig verreden. Daarna was het koers.
Met minder dan 50 kilometer te gaan werden alle tijden geklokt, waardoor zeker was dat Pogacar zich voor de vijfde keer eindwinnaar mocht noemen. Daarmee was de etappe ook echt begonnen, want nu volgden drie passages van de Montmartre. Al op de eerste beklimming was het bal. Mads Pedersen ging aan, maar werd teruggepakt door onder anderen Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar.
De volgende passage was door Pogacar aangestipt als het moment om het te proberen. Hij zette Tim Wellens op kop en ging verschroeiend hard aan. Alleen Van der Poel kon volgen. In de afdaling maakten Remco Evenepoel en Mads Pedersen de aansluiting. Samen draaiden ze meteen goed rond, maar Olav Kooij kon rekenen op een ijzersterke ploeg die de vier wereldtoppers weer terugpakte.
Pogacar en Van der Poel
Op de laatste passage was het weer raak. Pogacar en Van der Poel reden weer samen weg en leken het te gaan halen. Hun voorsprong van twintig seconden werd door toedoen van opnieuw Decathlon teruggebracht tot vijf seconden bij het ingaan van de slotkilometer. Pogacar had niks meer in de tank, maar Van der Poel probeerde toch nog uit de greep te blijven.

Met een ultieme inspanning wist hij de sprinters net voor te blijven. Philipsen sprintte naar de tweede plek op minder dan een fietslengte, al wilde hij Van der Poel niet inhalen. Mads Pedersen werd derde.
“Vorig jaar moest ik ziek vanaf de bank toekijken, ik was erop gebrand om hier te winnen”, zei een emotionele Van der Poel na afloop. ,,Opeens zag ik een Pirelli-band naast me, die was van Jasper. Ik ben enorm blij. Er zijn een paar wedstrijden die ik nog graag wil winnen in mijn carrière. Dit was daar een van. In Nederland zeggen we dat het soms uit je tenen moet komen. Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar wel ergens anders.”