Leo Beenhakker geëerd: ‘Landstitel met Feyenoord was hem het dierbaarst’

ANP-106932458
ANP

Kleurrijk, meestercynicus, peoplemanager: ‘Don’ Leo Beenhakker was het allemaal. Drie keer werd hij landskampioen met Real Madrid, twee keer mocht hij het Leidseplein op met Ajax, maar de mooiste prijs die hij pakte? Dat was de landstitel met Feyenoord in 1999. Nu is de vorig jaar op 10 april op 82-jarige leeftijd overleden trainer geëerd met een eigen Cruyff Court in zijn geboortewijk Charlois. Zoon Erwin Beenhakker en Mario Been, voor wie Leo een ‘vaderfiguur’ was, blikken terug.

“Kun je kort vertellen wie hij was?” vraagt een medewerker van de Johan Cruyff Foundation op de felgele middenstip aan de zoon van Leo Beenhakker. “Kort?” vraagt Erwin, waarna er gelach losbarst. Tja, een man die zelf woorden en uitdrukkingen als ‘Patatgeneratie’, ‘De Beker met de Grote Oren’ en ‘je kunt best een hele goede melkboer zijn zonder daarvoor een koe te zijn geweest’ aan het voetbalvocabulaire toevoegde, laat zich moeilijk in één zin vangen. Met een sigaar in de mond, z’n jas half over de schouders en die typische Rotterdamse branie had hij de regie altijd stevig in handen.

(ANP)


MARIO BEEN

Mario Been was zes jaar oud toen hij in de jeugdopleiding van Feyenoord terechtkwam en Leo Beenhakker zijn jeugdtrainer werd. Jaren later liet ‘De Trainer’ hem terugkeren bij de club als assistent, nam hij Been mee als zijn rechterhand naar het WK met Trinidad en Tobago en stelde hij hem uiteindelijk als technisch directeur aan als hoofdtrainer van Feyenoord.

“Leo was natuurlijk een rode draad in mijn carrière. Maar bovenal was hij een ontzettend goede vriend. We hadden een heel bijzondere band en een goede verstandhouding. Hij zei altijd dat hij me graag om zich heen had. Vertrouwen speelde daarin een belangrijke rol. Als je samenwerkt, zeker wanneer de één hoofdtrainer is en de ander assistent, moet je op elkaar kunnen bouwen. Dat vertrouwen was er tussen ons volledig. Ik had een speciale band met Leo en ik denk dat dat voor hem ook een belangrijke reden was om mij steeds bij zich te willen hebben.”

Jij werkte bij Excelsior toen Beenhakker jou liet weten dat hij ‘iets moois’ voor je had.
“Wij kwamen elkaar tegen op een feestje toen Leo dat zei. Daar gingen vervolgens een paar weken overheen. Toen ik hem weer tegenkwam, zei ik: je had toch nog iets moois voor mij? Hij zei: ‘Oké, kom dan even. Je mag het alleen tegen niemand zeggen. Zou je assistent van Feyenoord willen worden?’ Hij moest het op dat moment nog vertellen aan de mensen van wie ik de plek zou overnemen. Voor mij was het natuurlijk een droom die uitkwam om terug te keren bij Feyenoord. Ik werkte toen bij Excelsior als assistent-trainer in de jeugd; dat was mijn eerste stap richting het betaalde voetbal. Leo’s periode bij Feyenoord duurde uiteindelijk maar een jaar, omdat hij werd ontslagen. Daarna kwam Bert van Marwijk en ben ik nog vier jaar zijn assistent geweest. Met als absoluut hoogtepunt het winnen van de UEFA Cup in 2002. Betere leermeesters had ik in die fase van mijn carrière niet kunnen hebben. Dat zegt ook veel over de kleurrijke en markante persoonlijkheid die Leo was. Hij was een echt mensenmens. Hij hield van mensen en sprak vaak zijn vertrouwen uit in degenen om wie hij gaf. Dat vertrouwen moest je vervolgens niet beschamen. Ik heb dat, geloof ik, nooit gedaan.”

Bracht Leo jou naast de voetballende lessen ook nog een levensles bij?
“Ja: genieten. Genieten van alles wat je doet. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het is eigenlijk een belangrijke levensles. Het kan zomaar afgelopen zijn en als je een kans krijgt, moet je daar volop van genieten. Dat heb ik ook met volle teugen gedaan. Tegelijkertijd wilde ik uiteindelijk zelf hoofdtrainer worden. Je haalt je rijbewijs niet om altijd naast iemand te blijven zitten; je wilt op een gegeven moment zelf rijden. Zo voelde dat voor mij ook. Ik wilde zelf aan het roer staan. Uiteindelijk heb ik mijn vleugels uitgeslagen en ben ik als hoofdcoach aan de slag gegaan, met alle lessen die ik van Leo had meegekregen.”

Toen in januari 2011 bekend werd dat Beenhakker bij Feyenoord moest vertrekken, overwoog jij uit solidariteit ook op te stappen als trainer. Beenhakker adviseerde jou juist om aan te blijven. Een half jaar later noemde hij jouw vertrek bij Feyenoord ‘vele malen erger dan een mes in de rug’ en sprak hij van een in scène gezet complot. Welke sporen heeft die periode bij Beenhakker nagelaten?
“Als iemand die zo verbonden is met een club op een vervelende manier moet vertrekken, doet dat enorm veel pijn. Dat heb ik zelf ook meegemaakt. Wanneer je wordt afgewezen door de club waar je zo veel liefde voor voelt, is dat heel pijnlijk. Leo was bovendien op en top Feyenoorder. Als je dan moet vertrekken, kan ik heel goed begrijpen dat dat veel met je doet. Hij heeft daar ook veel last van gehad. Toch hebben we daarna altijd contact gehouden. Ik ging verder als hoofdtrainer en Leo bleef een soort mentor voor me. Als er iets speelde, belden we elkaar of gingen we samen eten. Hij zei dan ook: ‘Dit hoort nou eenmaal bij het vak. Er zijn mooie momenten en er zijn minder mooie momenten.’ Dat was eigenlijk opnieuw die levensles: geniet van het moment zolang je de kans hebt.”

Jij spreekt nog altijd met veel warmte over ‘De Trainer’. Welke anekdote over Leo tovert nog steeds een glimlach op jouw gezicht?
“Leo had een huis in Spanje en ik ook. Op een gegeven moment had ik bij hem gegeten en zei: de volgende keer komt u bij mij. Ik had alles tot in de puntjes geregeld. Ik had een mooi restaurant uitgezocht, aan het water. Maar toen ik daar aankwam, stond op vrijwel iedere tafel een bordje met ‘reserverado’. Ik kwam met de staart tussen mijn benen terug bij Leo, zei: trainer, sorry, ik had een mooi restaurant uitgezocht, maar alles is gereserveerd. ‘Joggie, laat mij maar even,’ zei hij. Leo Beenhakker, die drie keer kampioen was geworden met Real Madrid, liep vervolgens dat restaurant binnen. Iedereen daar bleek voor Real Madrid te zijn. De koks kwamen uit de keuken, de eigenaar ging hem bijna op zijn knieën tegemoet. En binnen de kortste keren verdween het bordje ‘reservado’ van de mooiste tafel en zaten we aan het water. Hij keek me aan en zei: ‘Zo is het goed, joggie.’ Dat was Leo. Je moet niet onderschatten hoe groot hij was. Drie keer kampioen worden met Real Madrid, en dan ook nog drie keer achter elkaar; dat was bijzonder. Als Nederlander moeten we ons realiseren hoe groot die prestatie eigenlijk was.”

Denkt u dat die drie landstitels met Real Madrid voor hem zijn grootste prijzen waren, of was de landstitel met Feyenoord hem dierbaarder?
“Ik denk toch de landstitel met Feyenoord. Dat klinkt misschien gek, maar Leo kennende kan ik me dat heel goed voorstellen. Hij was op en top Feyenoorder. Als je dan met jouw club zo’n grote prijs kunt winnen, geeft dat volgens mij een gevoel dat niets anders kan evenaren. Ik denk dat het voor hem het ultieme gevoel van ‘geslaagd zijn’ was.”

Leo Beenhaker samen met zoon Erwin (rechts) en dochter Mariska (links) bij de boeklancering van zijn biografie ‘Don Leo – het werd stil aan de overkant’ over het voetballeven van Beenhakkerin 2015. (ANP)


ERWIN BEENHAKKER

Leo Beenhaker had twee kinderen uit zijn eerste huwelijk. Eén dochter, Mariska, en één zoon, Erwin. Hij was een familieman en genoot van de spaarzame momenten samen.

De buitenwereld kende jouw vader vooral als ‘Don Leo’. Wie was hij als hij thuiskwam en de deur van de voetbalwereld achter zich dichtviel?
“Dat is een ingewikkelde vraag. Mijn vader was, met name in onze jeugdjaren, jeugdtrainer bij Feyenoord. Dat betekende dat hij op woensdagmiddag, wanneer de kinderen vrij waren van school en wij dus ook, aan het werk was. Hetzelfde gold voor de weekenden. Hij had dus niet een baan zoals andere vaders dat hadden. In dat opzicht was onze situatie wel anders dan die van de gemiddelde vader en zoon. Maar als hij thuis was, was hij gewoon mijn vader. Niets bijzonders, niet anders dan andere vaders. Als hij thuis was, ging het niet over voetbal. Dan ging het vaak over school. Dus in dat opzicht was het bij ons thuis volgens mij niet anders dan bij andere gezinnen.”

Jouw vader heeft ooit gezegd dat hij besefte dat jij en jouw zus door zijn werk veel van hem hadden gemist. Tegelijkertijd maakte hij altijd tijd voor zijn familie, of het nu om een diploma-uitreiking of een feest ging.
Lachend: “Diploma-uitreikingen zijn niet zozeer op mij van toepassing. Maar ik heb mijn vader niet gemist. Tegelijkertijd ervoeren wij dingen die andere kinderen niet meemaakten. Ik was veertien toen we naar Spanje verhuisden, daar hebben we ruim twee jaar gewoond. Dat neem je mee in je opvoeding. Er waren in de jaren tachtig weinig kinderen die konden zeggen dat ze zoiets hadden meegemaakt. Die bagage heb ik later in mijn leven kunnen gebruiken. Onze opvoeding was in dat opzicht anders, maar ik kan niet zeggen dat ik dat als een nadeel heb ervaren.”

Jij koos zelf voor een loopbaan als regisseur. Heeft jouw vader je daarin altijd de vrijheid gegeven om je eigen weg te volgen?
“Sterker nog, dat heeft hij altijd heel erg aangemoedigd. Mijn vader vond het belangrijk dat ik iets zou gaan doen waar mijn hart lag. Dat heeft hij zelf ook gedaan. Hij was vijftien, zestien jaar toen voor hem al duidelijk werd dat hij voetbaltrainer wilde worden. Dat was zijn stip aan de horizon. Daar is hij buitengewoon goed in geslaagd. Ik heb de ruimte gekregen en hij heeft me gestimuleerd om mijn eigen weg te volgen en mijn eigen stip op de horizon na te jagen. Ik kan dan ook zeggen dat ik doe wat ik leuk vind. Dat is een zegen.”

Had je vader dan misschien liever helemaal niet dat je een carrièrepad in de voetbalwereld zou bewandelen?
“Daar is nooit over gesproken. Er is nooit enige vorm van sturing geweest. Ik had op een redelijk jonge leeftijd al duidelijk voor ogen dat ik niet in de voetbalwereld terecht wilde komen. Het was gewoon niet mijn wereld. Uiteindelijk ben ik in de televisiewereld terechtgekomen en heeft voetbal eigenlijk altijd als een rode draad door mijn werk gelopen. Ik heb voetbal uiteindelijk vanaf de andere kant van de televisiecamera bekeken.Het is een centraal domein in mijn leven geweest, maar mijn vader heeft mij nooit een bepaalde richting op willen sturen.”

Sinds deze week heeft Leo zijn eigen Cruyff Court, vorig jaar werd er al een grote muurschildering in zijn geboortewijk onthult. Hoe denkt je dat jouw vader, als jongen uit Rotterdam-Zuid, dat zou hebben gevonden?
“Mijn vader was niet zo van dit soort aandacht, zeg ik heel eerlijk. Tegelijkertijd denk ik dat hij het stiekem toch wel heel mooi had gevonden dat zijn naam op deze manier blijft voortleven in de wijk waar hij is opgegroeid.”

Meer lezen?

Feyenoord v Manchester United FC – UEFA Europa League
15 september 2026

Terug in de tijd: Vilhena laat De Kuip ontploffen tegen Manchester United

Robin van Persie ontslagen
7 juni 2026

Na anderhalf seizoen valt het doek voor Robin van Persie

VOETBAL-UEFA CUP-NEC vs UDINESE
17 september 2026

Sprookjescampagne: NEC en de Europese avond waarop alles samenkwam

NEC
17 september 2026

NEC leeft tussen hoop en vrees naar duel met Juventus toe