Rolstoeltennisser Niels Vink (23) won ze allemaal in 2026: de Australian Open, Roland Garros, Wimbledon en deze maand ook de US Open. Een zogenaamde calendar slam. Naast zijn successen op de baan, is Vink sinds een jaar ook ambassadeur van de Cruijff Foundation. Deze week organiseerde de stichting een sportdag voor kwetsbare kinderen in het Olympisch Stadion met meerdere sporten, zodat de kinderen kunnen kiezen wat ze leuk vinden. Helden sprak Vink hier over zijn jeugd en wat zo’n project bijzonder maakt.
Vink werd vlak na zijn eerste verjaardag getroffen aangevallen door een meningokokkenbacterie, waardoor zijn benen geamputeerd moesten worden. Toch liet Vink dat niet zijn leven beïnvloeden en ging hij als kind verder met het leven zoals iedereen dat deed. In 2012 ging hij kijken bij de Paralympische Spelen in Londen en daar ontstond de passie voor sporten. “Toen ik daar rondreed en in het zwemstadion een Nederlander op het podium zag staan, zei ik: ‘hier wil ik ook ooit aan meedoen’.
Na het zien van de sporten op de Spelen, bezocht hij een sportdag van de Cruijff Foundation. Het samen sporten met kinderen die ook leven met een beperking, gaf de tennisser een enorme boost. “Toen ik hier zelf was als sporter in 2012, vond ik het fantastisch om allemaal sporten te proberen met anderen.”
“Ik wist eerst niet eens dat dit bestond”, verteld hij over de sportdagen van de Cruijff Foundation. “Na de paralympics ben ik me pas gaan verdiepen en kwamen we erachter dat deze dag bestond. Ik dacht toen echt: ‘Wow, dit is wel heel vet!’. Ik ben daar nog op de foto gegaan met Johan Cruijff. Dat was ook de eerste keer dat ik heel veel kinderen bij elkaar zag met een beperking. Toen merkte ik al meteen dat dit niet zomaar een schoolsportdag is.”
Veertien jaar later is Niels Vink aanwezig als ambassadeur en sport hij mee met de kinderen. “Ik vind het fantastisch om er in de rol als ambassadeur te zijn. Ik vond als kind de sporten dus al leuk, maar om mijn eigen aandeel hierin te hebben is nog mooier. Als je alleen al hier rondkijkt en al die blije gezichten ziet, dan is dat fantastisch.”
Voor hij zijn talent ontdekte, waarmee hij inmiddels 11 majors heeft gewonnen, heeft hij ook andere sporten geprobeerd. “Ik heb rolstoelbasketbal en zitvolleybal gespeeld op die open dag en daar kreeg ik van beide bonden een uitnodiging voor om definitief te komen spelen. Ik weet alleen niet of ik in vergelijking met tennis er ook zo goed in zou zijn. Laten we maar blij zijn dat ik goed kan tennissen.”