Pijnlijk. Andrés Iniesta met de wereldbeker in zijn handen in 2010. Het had weinig gescheeld of niet de speler van Barcelona, maar Arjen Robben had er zo bij gezeten. Maar ja, die teen van keeper Iker Casillas in de WK-finale tussen Spanje en Nederland…
Iniesta was in 2010 het gezicht van het Spaanse tiki-taka-voet- bal: eindeloze combinaties, balbezit en technische perfectie. Een speelstijl die zijn oorsprong vond bij Johan Cruijff, die het gedachtegoed in de jaren tachtig naar Barcelona bracht. Ook in Iniesta’s eigen carrière liep die Oranje-lijn opvallend door.
Hij debuteerde in 2003 onder Louis van Gaal en brak definitief door onder Frank Rijkaard. In de jaren daarna groeide El Blanquito uit tot een van de beste middenvelders van zijn generatie. Met landgenoot Xavi en Lionel Messi vormde hij een geweldig trio. Iniesta won vier Champions League-titels met Barcelona, twee Europese titels met Spanje en als hoogtepunt maakte hij de winnende treffer in de WK-finale van 2010. Misschien is dat nog wel de pijnlijkste conclusie: de Hollandse school heeft meegeholpen aan de Spaanse wereldtitel.