Word abonnee

Schaatsen

Schaatsen

Herinneringen aan Lara en haar eigen veerkracht: een gesprek met Jorien ter Mors

Driemaal olympisch goud, meerdere wereldtitels; Jorien ter [...]
Driemaal olympisch goud, meerdere wereldtitels; Jorien ter Mors is een zeldzaam multitalent. Maar de voormalig schaatsster van Team IKO is ook een vechtjas die al verschillende tegenslagen heeft moeten overwinnen, zowel sportief als privé. We spreken haar over haar knie, bikkelharde kritiek en de dood van oud-ploeggenote Lara van Ruijven De knie “Ik zit beter in m’n vel en kan weer veel meer genieten. Ook van de persoon die ik ben. Dat was voorheen allemaal veel minder het geval. Telkens moest ik me door de pijn in m’n knie heen vechten, dat kostte zoveel energie. Ik had niet eens meer door hoeveel invloed m’n knie op m’n hele doen en laten had,” zegt Jorien ter Mors. Dat gevoel van heerlijk vrijuit schaatsen voelt ze weer geregeld. Het is het gevoel waar ze lang naar terugverlangde en waarover ze steeds vaker twijfelde of ze het ooit nog zou kunnen ervaren. De rechterknie beheerste lang het leven van Jorien. Het plezier in het schaatsen raakte ze kwijt, depressieve gevoelens kregen de overhand. Haar sport was veranderd in een fysieke en mentale struggle. Desondanks greep ze in 2018 olympisch goud op de 1000 meter, olympisch brons met de relayploeg in haar laatste race als shorttrackster en de wereldtitel sprint op de langebaan. Aanvankelijk werd maar niet duidelijk wat het probleem was. Botvorming in de knie bleek ervoor te zorgen dat haar kniepees voortdurend ontstoken was. Eind 2018 werd ze geopereerd. Jorien miste een heel seizoen, maar ook na de ingreep bleef ze aanvankelijk last houden van de knie. Talloze keren overwoog ze sinds haar operatie te stoppen. “Ik heb zo vaak tegen mezelf gezegd: waar doe ik dit nog voor?” Haar coaches Martin en Erwin ten Hove van Team IKO spraken vaak op haar in om niet op te geven. “Telkens als ik weer riep dat ik ermee wilde kappen, zeiden ze: ‘Je bent een traject ingegaan, van halverwege stoppen zal je later veel spijt krijgen.’ Hadden ze gelijk in. Ik ben ook niet iemand die opgeeft, blijf altijd vechten. Maar het was zo zwaar... Ik wil het kunstje nog een keer flikken op de Spelen, die gedachte heeft mij op de been gehouden. En mocht dat niet lukken, dan kan ik tenminste altijd tegen mezelf zeggen dat ik er in elk geval alles aan heb gedaan.” De laatste keer dat ze zich écht fit voelde, was op de Spelen van 2014. Ze was destijds nog shorttrackster, maakte tussendoor een uitstapje naar de langebaan. Met groot vertoon van macht won ze in Sochi olympisch goud op de 1500 meter en was het ook raak op de ploegenachtervolging. “Maar ook toen had ik een lastig sportjaar omdat mijn vader overleed. Zelfs naar de ijsbaan gaan was op dat moment niet leuk. Daarna raakte ik overtraind en toen ik daar eindelijk van was hersteld, kwamen de blessures. M’n rug, m’n knie...” Jeroen Otter, de bondscoach van de shorttrackers, sprak al eerder zijn vrees uit dat Jorien te veel van haar lichaam heeft gevraagd. Altijd ging ze door de pijngrens heen. Op de trainingen wilde ze niet onderdoen voor de mannen. Otter vreesde dat ze roofbouw op haar lichaam had gepleegd. Jorien knikt. “Die wil om het maximale van mezelf te eisen is ener­zijds een sterke karaktereigenschap, maar tegelijker­tijd zorgt het er ook voor dat ik mezelf af en toe uitschakel. Ik wilde niet altijd accepteren dat pijn erbij hoorde. Ik bleef daar volle bak doorheen gaan. Maar ja, uiteindelijk betaalde ik daar de prijs voor.” Is het moeilijk om te accepteren dat je met een minder lichaam genoegen moet nemen? “Dat is het moeilijkst. Ik ben er heel slecht in om dat als gegeven te moeten accepteren.” 'Soms voel ik me weleens ondergewaardeerd en stel mezelf de vraag waar dat aan ligt. Het lijkt wel of het veel mensen is ontglipt wat ik heb gepresteerd' Kritiek “Ik merkte al snel dat ik social media beter even kon mijden,” stelt Jorien als het NK allround ter sprake komt. Eind november 2020 besloot sprintster Jorien een uitstapje te maken naar het allrounden. Omdat ze nog wel wat wedstrijdritme kon gebruiken in aan­ loop naar het NK sprint, die een week later op het programma stond. Maar na drie afstanden stond de sprintster eerste in het algemeen klassement. Het verschil met Antoinette de Jong voor de afsluitende 5000 meter was niet voldoende voor de eindzege, wist Jorien. Bovendien kon ze beter haar krachten sparen voor een week later. Dat ze afzegde terwijl ze eerste stond, zorgde voor een storm aan kritiek. “Mensen die de achtergrond niet kenden, velden keiharde oordelen over me. Degenen die mijn besluit begrepen, hoorde je bijna niet op social media. Van die mensen heb ik appjes gekregen om me een hart onder de riem te steken. Heel fijn.” Had je slapeloze nachten van de nare berichten? “Ik heb er een zware maandag van gehad. Ik krijg weleens vaker berichten op social media die niet heel positief zijn, maar dit was zó erg. Er deden berichten de ronde over me die ik niet eens wil herhalen, die ik niemand zou willen toewensen. Dan kun je nog zo hard redeneren dat het komt van iemand die me niet kent, maar het doet toch wat met je. Het lukt bijna niet om je daarvoor af te sluiten.” Lara “Lara genoot van elk moment. Ook als het niet goed ging, was ze nog blij. Ik kroop dan juist in mijn schulp en had het idee dat de wereld verging als ik een slechte race had gereden. Maar Lara? Altijd die lach, en die was niet gemaakt. Vond ik zo knap. En als iemand ergens mee zat, dan wist zij diegene altijd op te beuren. Ze stond echt voor iedereen klaar in het team. Ze was zo bijzonder,” zegt Jorien over haar oud­ploeggenote Lara van Ruijven. De shorttrackster over­leed op 10 juli 2020 in een Frans ziekenhuis aan een auto­immuunziekte. Ze werd slechts 27 jaar. Jorien won samen met Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Lara olympisch brons op de relay in 2018. “Lara was zo belangrijk voor de team­ spirit, hield de ploeg bij elkaar. Ik combineerde shorttracken met langebaan­ schaatsen, het was weleens frustrerend voor de anderen als ik er ineens weer bij was. Lara wist voor een relay toch weer alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.” Na de Spelen legde Jorien zich volledig toe op het langebaan­ schaatsen. Het contact met de shorttracksters verwaterde sinds­dien. “We hadden nog wel app­contact, na wedstrijden liet ik altijd wat van me horen. Ik ben een andere weg ingeslagen, maar koester alle herinneringen.” Jorien vertelt over een foto in de gang van haar huis die is gemaakt op een van de trainingskampen en waarop ze staat met de meiden van de relayploeg. “Ik krijg altijd een lach op m’n gezicht als ik langs die foto loop, kan me meteen de sfeer in de ploeg weer voor de geest halen. Ik mis het team. Hoe we ­ sporters en staf ­ met elkaar omgingen was zo mooi. De groep was zo hecht, iedereen had alles voor elkaar over. Dat gevoel van teamspirit zal ik nooit meer ervaren. Hoe langer ik weg ben bij de shorttrackploeg, des te groter wordt het besef hoe bijzonder dat team was. In de langebaanploeg is de spirit gewoon heel anders.” Jorien vertelt dat ze nog vaak stilstaat bij de dood van Lara. “Ze komt nog in vlagen voorbij in mijn hoofd, zoals ik dat ook bij mijn vader heb. Lara zal absoluut niet vergeten worden.” Jorien begint over de NK afstanden, waar ze eind oktober de 1500 meter won. Het was de eerste overwinning sinds het over­ lijden van haar oud­ploeggenote. “Als ik op het podium sta, draag ik mijn overwinningen meestal op aan mijn vader. Maar tijdens de huldiging van die 1500 meter dacht ik: deze is voor Lara. Ik heb een traantje gelaten op het podium.” Jorien vertelt dat ze zich maar moeilijk raad wist met haar verdriet in de periode na het overlijden van Lara. “Het was best ingewikkeld. Ik leefde een beetje tussen twee werelden in, in een soort niemandsland. Door veel langebaanschaatsers werd ik gezien als shorttrackster en voor de shorttrackers was ik iemand die was overgestapt naar de langebaan. Neemt niet weg dat ik een hele geschiedenis in de shorttrackwereld heb. Ook met Lara. Ik wist wel een beetje wat er gaande was in Font Romeu, waar Lara ziek werd tijdens het trainingskamp. Mensen gingen ook aan mij vragen of ik wist wat er aan de hand was. Maar ik kreeg natuurlijk niet alles mee. Ik vond het ook een beetje ongepast om de hele tijd te vragen hoe het ging. Het was zo dubbel. Aan de ene kant voelde ik me nog heel erg betrokken bij de shorttrackploeg, terwijl ik er al twee jaar geen deel meer van uitmaakte. Het voelt toch als een soort familie met wie ik heel veel heb gedeeld.” Na het overlijden van Lara had Jorien nog wel con­ tact met haar oud­-coach Jeroen Otter, maar bleek het lastig om haar verdriet verder met anderen te delen. “In het langebaanschaatsen was iedereen ontdaan, maar voor mij kwam het overlijden van Lara nog veel dichterbij. Ik had zoveel met haar meegemaakt, kende haar zo goed. Maar voor de shorttrackers was het nog heftiger, omdat zij tot het laatste moment dagelijks met Lara optrokken. Bij wie kon ik me aansluiten? Met wie kon ik contact opnemen? Na het overlijden van mijn vader vond ik het niet prettig dat mensen er telkens over begonnen. Ik wilde niet dat ik anderen tot last zou zijn. Dus probeerde ik het op mijn eigen manier een plekje te geven. Het klinkt heel hard, maar de ervaring van het overlijden van mijn vader heb ik wel kunnen gebruiken. Daarmee bedoel ik dat ik al een beetje heb ervaren hoe ik het verlies van een dierbare toch een plekje kan geven.” Medaille-alarm Tijdens de Winterspelen gaan we los met onze grootste kortingsactie ooit. Bij elke medaille van een Nederlandse atleet hoort een beloning voor jou. Doe mee en profiteer direct. Zo werkt het: 🥇 Goud 50% korting op een jaarabonnement Vijf nummers voor slechts €22,50 🥈 Zilver Vraag een gratis editie aan van HELDEN, Formule 1 Magazine, Fiets of Procycling 🥉 Brons 20% korting + gratis verzending op een nummer naar keuze ⏰ Let op: elke actie is slechts 24 uur geldig. 👉 Houd onze Instagram Stories in de gaten en mis geen medailledeal.

Schaatsen

Kai Verbij, Thomas Krol en Dai Dai N’tab: De 3 musketiers

Met Graaf d’Artagnan vertolkt door hun coach Jac Orie en [...]
Met Graaf d’Artagnan vertolkt door hun coach Jac Orie en Dai Dai N’tab, Thomas Krol en Kai Verbij in de rol van Aramis, Athos en Porthos verschijnt in februari 2022 een nieuwe uitgave van De Drie Musketiers. Het wordt het verhaal van drie schaatsers die naar Beijing afreizen om het gedroomde goud op te halen. In Helden alvast een voorpublicatie van het jongensboek, verbonden aan dat ene motto: één voor allen, allen voor één. De drie musketiers sluiten vriendschap Kai Verbij (26) leert Thomas Krol (28) op zijn veertiende kennen, als gewestelijk talent. Met Dai Dai N’tab (26) maakt hij kennis in Jong Oranje. De loopbaan van de drie schaatsers loopt sindsdien parallel. Ze maken elkaar in de trainingen niet alleen zo goed dat er wereldtitels worden behaald, ook naast het ijs blijken ze het goed met elkaar te kunnen vinden. Een innige vriendschap ontstaat. Thomas: “Het is moeilijk onze relatie te benoemen. Eigenlijk zijn wij heel veel van elkaar. En alles loopt naadloos in elkaar over.” Dai Dai: “Onze verhouding tot elkaar valt eigenlijk niet te benoemen.” Kai: “Of onze vriendschap het moeilijk maakt elkaar te killen in een race? Nee, eh, ja, pfff... Het is heel lastig om te winnen van deze jongens. Maar dat is vooral omdat ze zo goed zijn.” Dai Dai: “Ik zie het zo: als ik tóch van iemand moet verliezen, laat het dan maar een van jullie tweeën zijn. In de eerste plaats gaat het natuurlijk om mezelf, heel simpel. Ingewikkelder moet je het in de topsport niet maken.” Thomas: “Als ik verlies, dan gun ik het een van jullie. Bij andere tegenstanders geldt het tegenovergestelde. Wij doen ook niet aan psychologische oorlogsvoering voor een wedstrijd. We respecteren elkaar volledig. In het verleden heb ik met andere jongens meegemaakt dat dat niet zo was. Ik noem geen namen, heb geen zin in ruzie achteraf. Ik verlaag me in ieder geval niet tot dergelijke praktijken. Wij doen gelukkig niet mee aan zulke spelletjes. Jaloezie, haat of nijd kennen we niet.” Kai: “Wij drieën zijn écht vrienden. We vertellen elkaar heel veel. Sportief gezien hebben we geen geheimen voor elkaar, in ieder geval.” Thomas: “Vorig jaar was dat wel anders, omdat jullie toen bij Team Reggeborgh zaten en ik bij Jumbo-Visma. Toen liet ik natuurlijk niet het achterste van m’n tong zien. Ik probeer altijd zo eerlijk mogelijk te zijn, maar sommige dingen houd je nu eenmaal voor jezelf. Nu we alle drie bij Jumbo-Visma rijden, is het weer als vroeger. Als ik een slechte dag heb in de training, heb ik er geen enkele moeite mee dat te delen. Omdat ik weet dat jullie daar geen misbruik van maken.” Dai Dai: “We lachen er hooguit om. Iedereen kent weleens een minder moment. Dan is het fijn om dat te kunnen delen.” Kai: “Weleens? Ik ging de hele afgelopen zomer niet lekker. Ik had wel iedere dag mijn beklag bij jullie kunnen doen.” Thomas: “Op privégebied weten we heel veel van elkaar. Ik denk dat jullie een behoorlijk boekje over mij open zouden kunnen doen.” Dai Dai: “Ik ben selectiever waar het gaat om mezelf blootgeven. Ik denk dat Kai iets meer van mij weet dan Thomas. Ik houd niets achter. Wanneer iemand mij iets vraagt, geef ik altijd eerlijk antwoord. Als een van ons drieën het uitmaakt met zijn vriendin, weten wij dat voordat er officieel een punt achter de relatie is gezet.” Thomas: “Zo’n vriendschap maakt het leven van topsporter een stuk aangenamer. Een eerste vereiste om te presteren is dat je lekker in je vel zit. Ons leven bestaat uit meer dan rondjes schaatsen of een paar uur op de fiets zitten. Als je veel lol hebt met elkaar, heeft dat een positief effect op het resultaat.” Dai Dai: “Het voordeel is dat we ook kwetsbaar kunnen en durven zijn. Persoonlijk voel ik me daar heel lekker bij, ik ben nu eenmaal iemand die alles op gevoel doet. Je moet alleen wel de juiste balans in de gaten houden. Er was ooit een vrouwenploeg, daar hadden die meiden het alleen maar leuk met elkaar. Ze vergaten dat er ook moest worden gepresteerd. In zo’n situatie wil je echt niet terechtkomen. Er moet altijd sprake zijn van gezonde concurrentie.” De drie musketiers zijn anders dan anderen Kai, Thomas en Dai Dai hebben veel gemeen. Ook hun afkomst. Ze zijn alledrie half Nederlands en deels opgegroeid volgens de waarden en normen van een andere cultuur. Dat vertaalt zich niet alleen naar het dagelijks leven. Kai: “Ik kan me ten overstaan van vreemden niet zo goed blootgeven als Dai Dai en Thomas. Die kunnen gewoon meteen zichzelf zijn. De eerste indruk die de meeste mensen van mij krijgen, is niet heel positief, maar ook niet per se negatief. Het is een beetje vaag, zeg maar. Dat is nu eenmaal de Japanner in mij, denk ik.” Dai Dai: “Dat Japan zit écht in hem.” Kai: “Ik ben opgegroeid met de waarden en normen die in Japan gelden. Onbeleefd zijn tegenover mijn Japanse moeder, dat kan bijvoorbeeld écht niet. En toch, als je mij met echte Japanners vergelijkt, ben ik een echte Nederlander, hoor.” Thomas: “Wat betreft je emoties ben je wel heel introvert. Als je goed gereden hebt, houd je het na een race keurig beschaafd. Dan denk ik: o ja, ik heb op het ijs nog nooit ook maar één Japanner zien schreeuwen.” Dai Dai: 'Als een van ons drieën het uitmaakt met zijn vriendin, weten wij dat voordat er officieel een punt achter de relatie is gezet' Kai: “Veel hangt er ook van af hoe ik me op dat moment voel. Ik kan heel uitbundig zijn of heel stil. Er zit eigenlijk niets tussenin. Ik word pas extravert als ik omgeven word door mensen bij wie ik me op mijn gemak voel. Dai Dai en Thomas kennen de echte Kai. Die is heel anders dan de Kai die mensen weleens op televisie zien.” Dai Dai: ‘’Ik ben veel minder Senegalees dan Kai Japans is. Wat we gemeen hebben, is dat we er niet Nederlands uitzien. Voor het overige voel ik me een Nederlander. Nou ja, ik luister niet naar muziek van Queen, en zo. Geef mij maar muziek met Afrikaanse vibes. Dat heb ik van mijn vader. O ja: als ik een afspraak maak, ben ik niet altijd op tijd.” Thomas: “Dat méén je niet!” Dai Dai: “Ik geef het toe, ik kom weleens te laat. Ik heb mezelf als topsporter echt structuur moeten aanleren. Ik weet niet of dat in mijn bloed zit, of dat het nu eenmaal een aanname is dat Afrikanen niet leven volgens de klok. Eigenlijk heb ik geen idee hoe het er wat dat betreft in Senegal aan toegaat. De laatste keer dat ik daar ben geweest, is veertien jaar geleden.” Thomas: “Ik geloof niet in van die dooddoeners, zoals dat Zwitsers saai en altijd op tijd zijn. Dat ik een Zwitserse moeder heb, wil niet zeggen dat ik heel erg punctueel ben.” Dai Dai: “Je was vandaag anders wel keurig op tijd.” Thomas: “Wat het schaatsen betreft, heb ik heel lang het imago gehad te lief en te aardig te zijn. Respect tonen, rustig blijven; ik denk dat ik dat van mijn Zwitserse moeder heb meegekregen. Ik zal bijvoorbeeld nooit roepen dat ik de beste ben zonder dat ik eerst iets gepresteerd heb. Onze trainer Jac Orie heeft erop gehamerd dat ik dat moet loslaten.” Helden Magazine 55 Het eerste gedeelte van het verhaal over de drie musketiers komt voort uit Helden Magazine nummer 55. De 55ste editie staat in het teken van Gouden duo’s. Kjeld Nuis en Joy Beune zijn naast collega’s ook geliefden. Over hun relatie was veel te doen. Voor het eerst doen ze samen hun verhaal. Naast het verhaal van Kjeld Nuis en Joy Beune lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo hebben Rafael van der Vaart en Theo Janssen veel gemeen. Ze zijn generatie genoten, linkspoten en levensgenieters. Daarnaast beleefde Femke Bol haar internationale doorbraak, doet Dylan Groenewegen voor het eerst uitgebreid zijn verhaal over De Val, waarbij collega Fabio Jakobsen zwaargewond raakte en blikt Wilco Kelderman terug op de bloedstollende ontknoping van zijn derde plek in de Giro. Ook in de 55ste editie van Helden gingen we langs bij drievoudig olympisch kampioene, Jorien ter Mors over onder meer KiKa, Lara van Ruijven en de liefde. Is Tonny Vilhena gelukkig in Rusland bij FC Krasnodar en won Richard Krajicek 25 jaar geleden Wimbledon. Vandaag de dag heeft hij een andere uitdaging: toernooidirecteur van het ABN AMRO WTT zijn in coronatijd. Verder maakte speler van Atalanta Bergamo en Oranje, Hans Hateboer de verschrikkingen van corona in het zwaargetroffen Bergamo van dichtbij mee. Wil Carsten Nienhuis naar de Olympische Spelen als alpineskiër en ziet paralympisch wielrenner Tristan Bangma bijna niets, maar door de nieuwste 5G-technologie kan hij ‘zien’ met zijn oren. In ‘de dag dat alles misging’ blikt Adelinde Cornelissen terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Aniek Nouwen in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Sven Kramer: ‘Ik wil er een mooie last dance van maken’

Na een seizoen vol pech is Sven Kramer (34) klaar [...]
Na een seizoen vol pech is Sven Kramer (34) klaar voor de laatste etappe van een unieke carrière. Hij kijkt ook al verder. Zo ging onlangs de Sven Kramer Academy van start. Maar voorlopig draait alles om de Olympische Spelen in 2022. In Beijing wil hij de deur met een klap achter zich dichttrekken. Voor Sven Kramer start het schaatsseizoen tussen kinderen in Thialf. Aan de rand van de ijsbaan helpt hij de bleue kids met het onderbinden van de schaatsen en is hij even niet het afstandelijke sportidool. “Neem jij je konijnenknuffel mee het ijs op?” vraagt hij aan een verlegen meisje van een jaar of zes. De big smile is niet van zijn gezicht te krijgen. Even later maakt ook zijn tweejarige dochter Kae aan de hand van papa haar debuut op het ijs in Heerenveen. Sven kijkt enthousiast toe als ze begint aan haar eerste schaatsles. Kae heeft al snel een krabbelende peuterslag te pakken. “Het is de eerste keer dat ze op het ijs staat,” zegt haar trotse vader. “Als we een academie beginnen, dan wil ik ook gewoon als eerste met Kae schaatsen. Ze kon het eigenlijk meteen heel goed.” Moeder en oud-hockeyster Naomi van As ziet langs de baan dat het goed is. Een strijd tussen de hockeystick en de schaatsen lonkt in huize Kramer-Van As. “Ze kan ook hockeyen én schaatsen, hè,” lacht Sven. “Het belangrijkste is dat Kae meekrijgt hoe leuk schaatsen is. Zoals ik dat toen ik klein was, ook heb meegekregen. Vandaag de dag is het alleen niet meer vanzelfsprekend dat kinderen met schaatsen in aanraking komen. Vroeger kon iedereen schaatsen. Dat is niet meer. Doodzonde. Komt natuurlijk ook doordat er steeds minder vaak natuurijs is in de winter.” Het klimaat kan hij niet veranderen, maar Sven heeft de afgelopen jaren wel met goede vriend en ploeggenoot Douwe de Vries bedacht hoe hij kinderen met schaatsen in aanraking kan brengen. En als hij iets in zijn hoofd heeft, dan moet dat zo snel mogelijk en dus is er nu een Sven Kramer Academy. “Schaatsen moet fun zijn. Ik wil niet dat kinderen de helft van de tijd in een rijtje staan om naar de leraar te kijken die alles aan het voordoen is. Zonde van de tijd. Kinderen moet je lekker hun gang laten gaan, zonder schools gedoe. Maar je moet ze natuurlijk wel aanwijzingen geven en helpen. Douwe en ik bespraken hoe je in onze beleving kinderen in aanraking kon laten komen met de schaatssport. We konden geen andere mensen vinden die het plan ten uitvoer konden brengen. We hebben afgesproken dat we er weer naar zouden kijken als we gestopt waren met schaatsen.” In maart beëindigde Douwe zijn schaatscarrière. “Tijdens de hittegolf in juli zaten mijn manager Patrick Wouters, Douwe en ik in een restaurant in Joure. Hij zei tegen mij: ‘Als we het nu niet doen, dan gaat het ’m nooit meer worden.’ Voor zulke woorden ben ik redelijk gevoelig, dus riep ik: oké, fuck it, we gaan het doen!” Glimlachend: “Sindsdien heeft Douwe niet heel veel geslapen, geloof ik.” Ben je de Sven Kramer Academy begonnen omdat je je zorgen maakt over de toekomst van jouw sport? “Ik vind dat ik de cultuur moet bewaken. Een kind in Nederland moet gewoon leren zwemmen en schaatsen, punt uit. En dat zijn zaken die door verschillende omstandigheden verwateren. Alles is tegenwoordig duur, ouderbijdrages op scholen gaan steeds verder omhoog, net als de contributies van sportclubs. De drempels voor kinderen worden te hoog om te kunnen sporten. Vind ik jammer en zorgelijk.” Sven krijgt nog wel wat deuren geopend, contacten heeft hij meer dan genoeg. “Met behulp van sponsors willen we met de academy ervoor zorgen dat kinderen bijna voor niks kunnen sporten. We overleggen ook om op termijn het schoolschaatsen op te pakken. Zover zijn we nu nog niet. Wij vinden dat elk kind mee moet kunnen doen. Maar we willen er ook zijn voor volwassenen die het ijs op willen. Bedrijfsschaatsen bijvoorbeeld.” Negen olympische medailles waarvan vier gouden, negen wereldtitels allround, tien Europese allroundtitels en 21 maal goud bij de WK afstanden won hij al de afgelopen vijftien jaar. “Ik vind het tijd om na alle successen nu ook iets tastbaars achter te laten. Dat doe ik voor mijn gevoel met de academy. Als ik daar nu nog twee jaar mee had gewacht, was het misschien te laat. Want dan ben ik gestopt met schaatsen en heeft het toch minder power dan dat het nu heeft.” Mythe Sven die een foto op Instagram plaatst waarop hij met een bakfiets met voorin dochter Kae door het Vondelpark fietst. Of een post vanaf het strand van Ameland tijdens de gezinsvakantie in coronatijd. En nu dus de Sven Kramer Academy die hij is gestart. Op zijn 34ste heeft hij het stempel van afstandelijke sportman weggepoetst. “Het was vooral uit zelfbescherming dat ik altijd afstand creëerde met de buitenwacht. Er zaten jaren tussen dat het echt niet meer normaal was wat mensen van me wilden. Ik moest mezelf wel afsluiten. Dat was niet persoonlijk, echt puur om mezelf te beschermen. Ik kon het natuurlijk heel goed verklaren waarom ik dat deed, dacht: jongens, dit is mijn job, ik word betaald om heel hard te schaatsen en al het andere is allemaal heel leuk, maar hard schaatsen heeft even de prioriteit. Ja, een gevolg daarvan was dat ik niet iedereen te vriend kon houden. Niet omdat ik iemand een klootzak vond, maar simpelweg doordat andere dingen belangrijker waren.” Hij noemt Patrick Wouters van den Oudenweijer, zijn manager. “Ik ben opgegroeid met afstand houden, als topsporter moest je een soort ghost zijn. Er moest een mythe om een sporter heen hangen, zo was destijds het idee. Alle mensen moesten maar gissen wat wij deden. De inzichten zijn totaal veranderd. Ook die van Patrick, net zoals de rol van de manager is veranderd met de jaren. In 2020 is het zo dat je als topsporter alles 24/7 moet delen, anders doe je niet meer mee. En dan ben ik al ouderwets, hè. Ik ben nog van de Twittergeneratie, met m’n 400.000 volgers. Nu draait alles om Instagram, maar die slag heb ik even gemist. Het had even niet m’n prioriteit toen dat heel populair werd. Ik gebruik Instagram nu wel om video’s op te posten, waarin ik een inkijkje geef in wat ik doe voor en achter de schermen.” Maar ook wat betreft het bedienen van zijn fans via social media komt de perfectionist in hem naar boven. Sven werkt sinds een jaar nauw samen met videoproductiebedrijf TEN Agency. De video’s verschijnen met het SK-logo op Instagram. Van half werk is hij nooit geweest. Wat hij doet, moet goed. “Het beste filmpje dat we hebben gemaakt, was in het ziekenhuis in Ede. Ik was daar voor een onderzoek van mijn knie. De cameracrew heb ik de hele dag mee laten lopen, ze zijn overal bij geweest. De video is waanzinnig goed bekeken, honderdduizenden keren. Ik weet niet of het ooit ook tot een serieuze documentaire gaat leiden. Misschien volgt er nog wel een mooie tv-documentaire, maar dan moet ik me er wel volledig mee kunnen bemoeien, van de interviews tot de eindredactie en de regie. Daar ben ik licht neurotisch in. We zien wel. Ik weet ook nog niet of ik een biografie wil schrijven. Zoals ik er nu in sta, kies ik toch eerder voor mijn privacy. Ik vind dat als ik een boek ga maken, ik ook alles moet opschrijven.” Lachend: “En daar ga ik geen vrienden mee maken!” Dan weer serieus: “Nee, ik heb die behoefte niet zo. Ik heb zelf heel veel lol en ook wel wat verdriet van het schaatsen gehad, had het voor geen goud willen missen. En nu wil ik er nog een heel mooie last dance van maken.” Ongeluk In zijn leven draait tot en met februari 2022 nog altijd alles om schaatsen. De Olympische Spelen in Beijing moeten niet alleen het afscheid van Sven worden, maar ook een nieuw sportief hoogtepunt gaan vormen. Jac Orie, zijn coach bij Jumbo-Visma, stelt: “Sven mag je nooit afschrijven. Zelfs nu hij een dertiger is, verbeteren zijn fysieke testen nog elk jaar. Alleen daarom al kan ik stellen dat Sven nog in elke wedstrijd waaraan hij aan de start staat, meedoet om de hoofdprijs.” Door corona is het natuurlijk onzeker hoe alles gaat verlopen de komende tijd. Het komende schaatsseizoen zal op z’n vroegst de eerste weken van 2021 beginnen. De maat­regelen van het kabinet en de voorzichtigheid bij de Internationale Schaats Unie ISU staan een snellere start in de weg. Een plan om in december in Thialf World Cups te gaan rijden in een ‘bubbel’ werd door de ISU geblokkeerd. Sven is teleur­gesteld over de onzekerheid die nu is ontstaan. “Vooropgesteld: ik heb begrip voor de coronamaatregelen, maar of dit het beste is voor het schaatsen weet ik niet. Daarom zou onderzocht moeten worden of er NK’s naar voren geschoven kunnen worden. Dat is goed voor de zichtbaarheid van de sponsors en voor onze aanloop richting EK’s en WK’s. We zitten in een pre-olympisch seizoen en dan kun je niet te veel onzekerheden en problemen hebben. Continuïteit is belangrijk, we moeten wel kunnen blijven schaatsen. Ik hoop dat we de WK afstanden in Beijing kunnen rijden. Alles draait om messcherp te zijn als de Spelen beginnen.” De gouden medaille op de 5000 meter staat bovenaan het lijstje, de afstand waarop hij al driemaal op rij olympisch kampioen werd. Maar ook met de ploegenachtervolging is er een goede kans op goud. “De tien kilometer hou ik nog even open,” zegt hij. Maar als hij zich goed voelt, waarom zou hij dan niet een gooi doen naar de titel op de 10.000 meter? Het is immers de afstand waarop de olympische titel nog ontbreekt. Het is het enige smetje op een indrukwekkende loopbaan. Vijftien jaar lang heerst Koning Kramer al, maar hij is nog altijd net zo fanatiek en gefocust als tijdens zijn eerste schaatslessen op de natuurijsbaan in het Friese Oudeschoot. Wel realiseert hij zich tegenwoordig steeds meer hoe dun de draad tussen winnen en verliezen is. Het lichaam heeft met de jaren de nodige butsen opgelopen. Vooral de onderrug beperkt hem geregeld. ‘Een kind in Nederland moet gewoon leren zwemmen en schaatsen, punt uit. Ik vind dat ik de cultuur moet bewaken’ Vorig jaar was er een om snel te vergeten. Op 12 oktober werd Sven tijdens een trainingskamp in Inzell op de fiets geschept door een auto die hem geen voorrang verleende. Het gevolg: een knieblessure. Weg voorbereiding op het nieuwe seizoen. De aanrijding kwam drie dagen na het nieuws dat vader Yep in het Friese Tijnje gewond was geraakt nadat hij met zijn racefiets op een stadsbus was geknald. Hij werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. “Vanaf het eerste moment zat alles tegen vorig jaar,” zegt Sven, “eerst kreeg ik het bericht dat mijn vader met nekbreuken naar het ziekenhuis in Groningen was over­gebracht en een paar dagen later werd ik geschept door een auto en was m’n knie kapot. Gewoon een ongeluk. Een dame die zonder uit te kijken de weg opreed. Dat betekende dat ik midden in de seizoensvoorbereiding met serieuze knieproblemen te maken kreeg. Ik stond toen ik het ongeluk kreeg al op het punt om naar huis te gaan. In eerste instantie waren de berichten over het ongeluk van m’n vader best ernstig. Hij was met spoed afgevoerd naar het ziekenhuis. Toen ik dat hoorde, wilde ik natuurlijk meteen terug naar Nederland. Gelukkig kwamen daarna snel de berichten dat het beter ging en dat de situatie stabiel was. Maar een nekfractuur is natuurlijk niet zomaar iets. Het hield me wel bezig. Ik had besloten na het iets gunstigere nieuws nog even te blijven, zodat ik nog de 3000 meter kon schaatsen die op het programma stond. Daarna zou ik meteen terugvliegen naar Nederland. Zover kwam het niet. Na die domme aanrijding ben ik meteen huiswaarts gegaan. Dat voelde eigenlijk ook beter. Ik was me rot geschrokken van het telefoontje van de politie, vreesde in het begin voor het ergste en wilde eigenlijk bij m’n vader zijn.” Vader Yep mocht al snel met een nekbrace het ziekenhuis verlaten en Sven kon met vertraging toch nog aan het schaatsseizoen beginnen. “Ik wist in december de draad weer op te pakken, reed een goed NK en de EK afstanden. Ik voelde me het tweede deel van het seizoen steeds beter worden.” Bij de WK afstanden in Salt Lake City stond hij er weer. Op de 5000 meter kwam hij weer in de buurt van zijn snelste tijd ooit op ‘zijn’ afstand en miste hij de wereldtitel op een halve seconde. Goed voor zilver achter Nedercanadees Ted-Jan Bloemen. Op de ploegenachtervolging was hij als altijd de motor van de ploeg die goud won en het wereldrecord aanscherpte. Daarna maakte hij zich op voor het WK allround in Hamar, eind februari. Na één dag liet hij het toernooi voor wat het was om terug te keren naar Nederland. Door privé-sores stond zijn hoofd logischerwijs niet naar schaatsen. Het betekende het einde van zijn seizoen. “Het is heel heftig als er in de familie een ernstige ziekte toeslaat. Ik heb toen, en doe het nu weer, gezegd dat ik niet openlijk wil vertellen wat er speelde. Mijn familie heeft er niet voor gekozen om een bekende schaatser als familielid te hebben. Ik denk dat iedereen recht heeft op zijn of haar privacy. Ik ben er ook erg dankbaar voor dat iedereen daar heel correct in is geweest. Dat is misschien wel mijn eigen verdienste, maar ook zeker van de mensen in de media.” Het was de periode waarin het coronavirus ook Nederland in zijn greep kreeg. “We hebben in vergelijking met veel andere sporten nog het geluk gehad dat we het seizoen af konden maken. Vlak voordat Nederland in lockdown ging, hadden we nog de World Cup-finale in Heerenveen. Daarna brak onze vakantieperiode aan. Naomi, Kae en ik zouden naar het buitenland gaan, maar door het coronavirus werd het Ameland. We hebben het daar ook fantastisch gehad.” Lullig Niet alleen Sven zal over ruim een jaar afscheid nemen, ook voor Ireen Wüst geldt dat. De sporters die vijftien jaar lang het mondiale schaatsen dicteerden en kleur gaven, stoppen tegelijkertijd. Niet alleen sportief, maar ook commercieel waren zij bepalend. Het gat dat ze achterlaten, zal groot zijn. “Ik maak me ook zeker zorgen over hoe het verdergaat als Ireen en ik zijn gestopt. Iedereen roept altijd dat iedereen vervangbaar is. Nou, dat hoop ik dan maar. Het hangt ervan af hoe andere schaatsers het oppakken als wij gestopt zijn. Jutta Leerdam gaat zeker een gezicht van het schaatsen worden. Als ze tenminste blijft presteren. Je kunt nog zo populair zijn, maar als je niet blijft winnen, is het snel gedaan. Bij de mannen maak ik me zorgen over de doorstroming op de langere afstanden. Je hebt Patrick Roest en daarachter zit niet veel meer. Het is een grote fout geweest van de KNSB om Jong Oranje eruit te gooien en de talenten te verspreiden over regionale trainingscentra. Toppers horen met toppers te trainen en elkaar beter te maken.” Sven ziet het als zijn taak om de talentvolle schaatsers in zijn ploeg Jumbo-Visma ‘op te voeden’. Soms gaat dat op onorthodoxe wijze: recht voor z’n raap. “Ik weet best dat het niet makkelijk is om met Sven Kramer in een ploeg te zitten. Ik heb door m’n leeftijd minder raakvlakken met die jonge gasten, maar probeer ze wel scherp te houden. Ook vind ik het wel mooi om mee te maken, om ze te sturen en ze op hun kloten te geven. Kijk, ik voel me gewoon verantwoordelijk voor de ploeg. Ik wil dat iedereen hier de straatstenen eruit rijdt. Uiteindelijk is dat niet mijn job natuurlijk, maar zo voelt het wel. We hebben een fantastische begeleidingsstaf en Jac Orie zit er bovenop, maar ik zit ook tijdens de trainingen heel dichtbij hen. Er ontgaat me weinig. En als mij dingen opvallen die niet goed gaan, dan zeg ik dat. Dat kan soms lullig overkomen, maar ik vind dat ik dat moet doen. En ja, ik kan me voorstellen dat nieuwelingen soms denken: shit, ik zit met Kramer in een ploeg. Het is niet kwaad bedoeld. Ik doe het voor hun eigen bestwil, maar ook voor de ploeg en uiteindelijk voor het hele schaatsen. Ik ben nog erg dedicated.” Het is geen geheim dat Sven na zijn carrière toetreedt tot het management van Team Oranje, de holding van de schaatsen wielerploeg van Jumbo-Visma. Een functie is nog niet ingevuld. “Het gaat heel erg goed met Jumbo-Visma. Neem de wielrenners. De ploeg heeft veel gewonnen, reed een heel goede Tour de France wat helaas niet resulteerde in een eindzege voor Primoz Roglic. Wout van Aert pakte daarna nog twee keer zilver op het WK. Mooie resultaten, maar je moet wel de ambitie blijven houden om steeds beter te worden, zowel sportief als zakelijk. Ik denk dat deze organisatie nog naar een veel groter en breder podium kan. Er is in het verleden weleens uitgesproken dat er nog meer sporten bij moeten komen. Ik vind het goed dat er nu ook een vrouwenwielerploeg en een marathonschaatsteam aan de organisatie zijn toegevoegd.” Jij hebt aan Naomi kunnen zien wat er gebeurt na een sportcarrière. “Naomi is het perfecte voorbeeld van iemand die een goede transitie heeft gemaakt van een loopbaan als topsporter naar een maatschappelijke carrière. Ik heb haar geen dag in een zwart gat zien zitten. Sterker, nog geen uur. In de eerste plaats doordat ze heel positief is ingesteld, maar ook omdat zij wel heel smooth in haar nieuwe leven gerold is. Daar is ze ook heel goed bij geholpen. Ik zal als het schaatsen gedaan is ook meteen actief blijven, dat weet ik nu al. Een 9-tot-5-baantje gaat het voor mij niet worden, niks voor mij. Het zou zomaar kunnen dat ik een dag na mijn afscheidsrace op de Olympische Spelen alweer met die gasten op het ijs sta. Drie, vier keer per week meetrainen moet kunnen.” Wordt er achter de schermen al gewerkt aan een groots afscheid? Voorzichtig formulerend: “Het zou zomaar in het Olympisch Stadion kunnen zijn. Officieel is er nog niets bekend, maar er zit wel wat in de pijplijn. Maar goed, ik ben nu nog gewoon schaatser, hè. Alles draait om de Spelen. Ik kan daar nog steeds twee keer goud winnen. Als dat lukt, ga ik met gierende banden naar huis.” Helden Magazine 54 Het verhaal van Sven Kramer komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Henk Gemser: ‘Je moet gewoon mazzel hebben’

Henk Gemser (80) was een van de gezichten van het [...]
Henk Gemser (80) was een van de gezichten van het schaatsen. Jan Ykema, Hein Vergeer, Leo Visser, Gianni Romme, Ids Postma en vele anderen behaalden successen onder de schaatscoach. Vorig jaar werd bij hem kanker geconstateerd. Inmiddels is hij schoon verklaard. Helden ging bij hem langs in Oudehaske. Als een ervaren gids loodst hij deze ochtend zijn bezoek door zijn museum aan huis in het Friese Oudehaske, locatie van de permanente expositie Leven Is Topsport. De wanden van de ruimte, die tevens dienstdoet als kantoor, gaan bijkans verscholen achter talrijke foto’s, krantenknipsels en souvenirs. “Kijk hier,” zegt Henk Gemser, en hij wijst met gepaste trots naar afbeeldingen van Hein Vergeer en Leo Visser. En zie eens daar: Gianni Romme, Ids Postma. Iedere naam staat garant voor een bijpassende anekdote. Stuk voor stuk schuchtere jongens uit de provincie die aan zijn hand uitgroeiden tot iconen van het internationale schaatsen. Maar misschien wel meer nog dan aan die imposante eregalerij der kampioenen hecht Henk waarde aan een onooglijke, met viltstift beschreven strook bordkarton die ergens scheef boven een bureau hangt. Hij noemt het kleinood het wellicht mooiste souvenir dat hij overhield aan de Winterspelen van 1988 in Calgary. Zijn toenmalige pupil Leo Visser trof het zo te zien in der haast gemaakte knutselwerk aan in een kleedruimte van de Olympic Oval. Hij besloot het in zijn tas te stoppen, om het na het doven van het olympisch vuur aan zijn trainer cadeau te doen. Hoe vaak kijkt hij er niet naar? En toch, alsof hij het voor de eerste maal ziet, spreekt hij op z’n Gemsers ten overstaan van zijn bezoek de woorden die er met dikke letters op zijn gekalkt zwaar articulerend uit. “BIG TEAM little me.” Kleine stilte. Dan, bijna op fluistertoon: “Zo is het.” Welke betekenis heeft die kreet voor je? “Sinds ik dit bord heb mogen ontvangen, is het mijn adagium. Dáár gaat het om als coach. Je moet je te allen tijde wegcijferen voor de sportman op weg naar die ultieme prestatie. Het mag als trainer nooit je streven zijn om voortdurend op de bühne te staan.” Mis je de sport? “Op de stoel waar je nu zit, nam laatst JoopAlberdaplaats.Onzegezamenlijke geschiedenis gaat ver terug. ‘Henk,’ zei hij, ‘je mist die wereld van de topsport niet. Je mist je vak, de mensen.’ En daar had hij zó gelijk in.” Lymfeklierkanker Hendrik Minne Gemser (Berlikum, 6 april 1940) heeft zich erbij neergelegd. Hij is in een fase van zijn leven beland dat hij de dagen moet nemen zoals ze zijn. De schijnwerpers van de topsport zijn voorgoed gedoofd. Desondanks telt hij, meer dan ooit tevoren, zijn zegeningen. In de zomer van 2019 kreeg hij ineens last van een niet te duiden pijn ergens onder in zijn buik. Een onbestemd gevoel, zoals hij het zelf noemt. Verdorie, was zijn reactie na een dag of vier. Hoe is het mogelijk dat zijn lijf deze kwaal niet zelf onder controle krijgt? Henk ging, eigenzinnig als hij is, met tegenzin naar de huisarts, een man die tot zijn 65e een grote onbekende voor hem was. “Mijn lichaam loste de problemen altijd zelf op. Nu duurde het in mijn beleving allemaal wel heel erg lang.” 'Als je tachtig bent, is het niet onlogisch dat je ernstig ziek kunt worden. Dat weet ik wel uit de overlijdensadvertenties die ik soms in de krant lees' Henk belandde in de medische molen. De schrik sloeg hem om het hart. Hetmoetdeprostaatkankerzijndiena jaren weer terug is, luidde de eerste aanname van de artsen nadat hij een eerste reeks testen had ondergaan. Vlak voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen, toen Henk in dienst was van het handboogverbond, werd hij al eens gediagnosticeerd met die ziekte. De medici bleken er met hun veronderstelling evenwel naast te zitten. Na verder onderzoek werd eind december de oorzaak van de buikpijn achterhaald. Het bleek een agressieve vorm van lymfeklierkanker te zijn. “Ik kan niet eens meer zeggen wat het met me deed toen ik dat nieuws te horen kreeg. Het overkwam me. Ik ben natuurlijk ook niet gek. Als je tachtig bent, is het niet onlogisch dat je ernstig ziek kunt worden. Dat weet ik wel uit de overlijdensadvertenties die ik soms in de krant lees.” Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van het verhaal van Henk Gemser komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald enBartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Cowboy in Canada

Dertig jaar na zijn tweede Elfstedentochtvictorie op rij is Evert [...]
Dertig jaar na zijn tweede Elfstedentochtvictorie op rij is Evert van Benthem (57) gelukkig in Canada. Definitief teruggaan naar Nederland is uitgesloten. Maar als de Tocht der Tochten doorgaat, pakt hij meteen het vliegtuig. “De Elfstedenkoorts is ongeneeslijk.” Boven de stallen van de meest succesvolle koeien van Elfstedentocht-icoon Evert van Benthem hangen oorkondes met de namen daarop van schaatslegendes. Martina, vernoemd naar Martina Sablikova, maar ook Annamarie (Thomas), Gretha (Smit) en Marianne (Timmer). Het zijn de echte topsporters onder de raskoeien die dagelijks hun dure plicht doen. Minimaal 15000 liter melk per dag, de echte kampioenen. Marianne, Martina, Gretha of Annamarie ben je niet zomaar, die status moet je verdienen. Evert mag dan in 2000 heel bewust Nederland verlaten hebben, hij weet nog exact wat er op en rond het ijs gebeurt. “De wereld is dankzij internet heerlijk klein en ik volg het allemaal. Die koeien noem ik ook uit respect naar succesvolle schaatsers.” Beerenburg Wie Evert wil treffen, moet naar Spruce View, een plaats die gebouwd is rond een ouderwetse cowboysaloon en een kerk. Bij de imposante Van Benthem Dairy Farm langs de Highway 54 is Nederland nooit ver weg. In de koelkast staat Beerenburg, kaasblokjes erbij en Evert volgt via de digitale snelweg al het Nederlandse schaatsnieuws.Via Skype praat hij af en toe bij met zijn voormalige schaatsmaat Yep Kramer. Erben Wennemars en Mark Tuitert zijn vrienden die als ze 150 kilometer verder in Calgary zijn, altijd even aanwippen. Dat doet ook Sven Kramer. Die hoorde van zijn vader Yep de verhalen over de heldendaden van Evert, die in 1985 in Nederland een idool werd door vanuit het niets de Tocht der Tochten te winnen. Een jaar later flikte hij het weer. “Ik vind het knap hoe Sven omgaat met alle druk van publiek en media,” zegt Evert. “Ze komen hier graag. Erben is boerenzoon en Mark komt ook van het Overijsselse platteland. We praten over het boerenleven en schaatsen. Dat zijn mooie middagen en avonden, Beerenburg of Jägermeister erbij.” Privacy Als Evert spreekt, zwijgen de toppers van vandaag. Toen hij in 1985 en 1986 de Elfstedentocht op zijn naam schreef, werd hij een held die het allemaal zelf maar moest uitzoeken. Hij wordt in Canada nog weleens badend in het zweet wakker als al die bussen vol fans in zijn slaap voorbijkomen. Ze kwamen langs zijn kaasboerderij in het Overiselse Sint Jansklooster om hem alleen maar even aan te kunnen raken of in de ogen te kijken. “Ik heb mij in 1985 en 1986 nooit gerealiseerd wat er allemaal op me afkwam. In die tijd waren er nog nauwelijks sportmarketeers of managers die je afschermden en goed adviseerden. Dat is iets van deze tijd. Jannette en ik hebben het allemaal zelf moeten uitzoeken en dat was best pittig. Zeker in 1985. Ik startte als grote onbekende en vervolgens schaatste ik op de Bonkevaart recht in de armen van Koningin Beatrix. Ik werd publiek bezit. Iedereen wilde wat van me. Ik was er na een tijdje echt klaar mee. Jannette en ik wilden rust. Privacy. Niet omdat we ons te groot voelden, maar we waren het niet gewend. De beslissing om naar Canada te emigreren is goed geweest. We hebben hier onze rust gevonden en ook voor de kinderen een fantastische toekomst opgebouwd. Die nemen straks de koeien en de boerderij over. Een andere reden om uit Nederland weg te gaan, was dat we gek werden van al die regeltjes die het voor boeren steeds moeilijker maakten om hun bedrijf te runnen. Daar hebben we hier veel minder last van.” Het mag dan in the middle of nowhere zijn, Evert krijg je niet meer weg uit Spruce View. Het leven buiten de spotlights heeft zo zijn bekoringen. Hij verhaalt hoe er nog geregeld Nederlanders die op trektocht zijn met hun campers, bij hem opduiken. “Ik zit er niet op te wachten. Als ze aanbellen, zegt Jannette meestal dat ik net lig te slapen of er niet ben. Gaan ze kamperen voor de deur. Dat is dan blijkbaar de magie van de Elfstedentocht winnen. Dat begrijp je toch niet?” Volksheld Op 26 februari is het alweer dertig jaar geleden dat Evert voor de tweede keer won. In Spruce View wordt er veel teruggekeken naar de strenge winters van 1985 en 1986, toen Nederland volledig in de ban was van de Elfstedentocht. “Ik woonde in de buurt van de plassen bij Giethoorn en als het maar één of twee nachten gevroren had, waren wij al op het ijs. Touwen om ons middel, voor het geval we door het ijs zouden zakken. Konden we elkaar eruit helpen. Ik reed marathons en trok veel op met Yep en Harm van der Pal. In 1983 was ik pas overgegaan naar de A-rijders en niemand dacht aan mij tijdens de eerste Elfstedentocht. In die tijd draaide het om mannen als Jos Niesten, Dries van Wijhe, Jan Roelof Kruithof en de gebroeders Ruitenberg. Mijn langste wedstrijd was veertig kilometer geweest. Ik voelde bij die eerste Elfstedentocht dan ook geen enkele druk. Meedoen voorin was al leuk.” Toch was er iemand die de naam Evert van Benthem hoog op zijn lijstje van favorieten had gezet: de Friese Elfstedenlegende Jeen van den Berg, winnaar in 1954. “Ik moest daar toen erg om lachen. Ik trainde destijds veel met Jeen die mijn naam noemde tegen AD-journalist Dick van Gangelen. Hij zette dat toen in de krant.” Een jaar later lag het anders, toen werd er door iedereen op Evert gelet. “Ik was op die 26ste februari sterk en barstte van het zelfvertrouwen. Samen met Rein Jonker ging ik er bij Oudkerk vandoor. Het was man tegen man, tijdens de Elfstedentocht werkt ploegenspel niet. Toen kwam het moment dat ik voor de tweede keer in de armen van de koningin reed, die weer in Friesland was omdat kroonprins Willem-Alexander meedeed bij de toerrijders. En dan ben je ineens een volksheld en denkt iedereen dat je wel even miljonair wordt met die overwinning op zak. Dat werkte echt anders. De beste contracten die voor mij afgesloten werden gingen om 20.000 euro. Tien jaar later was Rintje Ritsma de eerste schaatser die echt goed ging verdienen.” Koek en zopie De Elfstedentocht heeft een magie die veel verder gaat dan Nederland. Ook ver weg in Canada merkt Evert dat twee keer als eerste de Bonkevaart passeren de wereldpers haalt. Lachend: “Dat zijn dingen waar je nauwelijks bij stil staat. De Canadese televisie laat nog weleens beelden zien. Of op National Geographic. De Elfstedentocht lijken ze over de hele wereld te kennen. Daarom hadden we ook graag een natuurijswedstrijd hier in Canada opgezet, maar daar zijn we door de KNSB ontzettend in tegengewerkt.” Het is een zwarte bladzijde voor Evert. Keihard werkte hij met Jannette en tientallen vrijwilligers in 2004 aan de organisatie van een wedstrijd op het Sylvan Lake, niet ver van Spruce View. Die wedstrijd zou onderdeel moeten zijn van een wereldbekercircuit. In Canada werd zelfs het bruggetje van Bartlehiem nagebouwd. “Het was een prachtige Alternatieve Elfstedentocht met veel media, tot de Canadese zender CBC aan toe. Er kwamen Nederlandse emigranten op af die in de weer gingen met erwtensoep, en koek en zopie. Pure Holland-promotie. We hadden het hier prachtig voor elkaar en we dachten aan het begin te staan van een mooie traditie. Maar het daaropvolgende jaar stonden we niet meer op de kalender. Moesten ze zo nodig naar Tsjechië, waar door gebrek aan vorst niet eens werd gereden.” Skype Op de Van Benthem Dairy Farm vinden ze weliswaar hun geluk, maar na twintig jaar Canada wil Evert eindelijk weer wat betekenen voor het Nederlandse schaatsen. Op de veranda schuift ook Jos Pronk aan. Aan het klussen bij zijn oude schaatsmaat. Stallen schilderen. Ook zo’n icoon uit de vorige eeuw toen de helden van het natuurijs na twee Elfstedentochten in één klap Bekende Nederlanders waren. Als schaatsers als Evert van Benthem, Dries van Wijhe, Henri Ruitenberg en Jos Pronk door het land trokken om te skeeleren, dan was het heel normaal dat daar dertigduizend toeschouwers op afkwamen.“Het niveau zal nu absoluut hoger zijn dan in de tijd dat wij schaatsten. Dat weet ik zeker. Maar als ik kijk naar de belangstelling van media en publiek, dan is de sport op sterven na dood. Ik vind dat jammer. In onze tijd werd er zelfs serieus gesproken over de mogelijkheid om van marathonschaatsen een olympische sport te maken. Er waren wedstrijden in het buitenland. Veel publiek verder bij de marathons in Nederland en er waren in onze tijd natuurlijk ook strenge winters met natuurijswedstrijden die uitgebreid op televisie kwamen. Nu verdienen de sporters niets meer en is het marathonschaatsen alleen nog interessant omdat iedereen toch altijd weer hoopt op een Elfstedentocht.” Evert heeft zo zijn ideeën hoe het marathonschaatsen te ‘redden’. “Om te beginnen moeten de ploegen kleiner. De wedstrijden worden kapotgemaakt door veel te veel controle. De schaatsers van nu moeten begrijpen dat het niet alleen om winnen of verliezen gaat, maar dat je ook rekening moet houden met het publiek. Als je met kleinere ploegen gaat rijden, is het volgens mij ook gemakkelijker om aan sponsors te komen. Dan zijn automatisch de budgetten kleiner. Bij ons waren de wedstrijden een stuk interessanter, omdat je nauwelijks ploegenspel had.” Ze mogen altijd bij Evert aankloppen voor raad. “Advies geven gaat tegenwoordig ook gemakkelijk via Skype. Ik ga dan zeker adviseren om de ploegen kleiner te maken. Laat ze me maar bellen.” Niet pessimistisch Ver van de hectiek van Nederland heeft Evert van Benthem met zijn drie zonen en twee kleinzonen rust en geluk gevonden. Onrustig wordt het alleen op de Van Benthem Dairy Farm als in Friesland de rayonhoofden bij elkaar dreigen te komen en het ineens zo hard vriest dat in Nederland de schaatsgekte toeslaat. In Spruce View klinkt het resoluut: “Dan zijn we weg, kopen we tickets en gaan met het hele gezin meedoen. Die zestiende Elfstedentocht komt er zeker, daar ben ik niet zo pessimistisch over. Op de tocht van 1985 hebben we ook 22 jaar moeten wachten. Bij de eerste berichten dat de Elfstedentocht doorgaat, worden hier de koffers ingepakt. De Elfstedenkoorts is ongeneeslijk.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Esmee Visser: ‘We hebben een klik op intellectueel gebied’

Esmee Visser (23) is olympisch schaatskampioen en is eigenlijk nog [...]
Esmee Visser (23) is olympisch schaatskampioen en is eigenlijk nog aan het ontdekken hoe goed ze is. Daan Olivier zag een veelbelovende wielercarrière in de knop geknakt. Afgelopen mei stopte hij op zijn 26ste. In aanloop naar de WK afstanden, van 13 tot 16 februari in Salt Lake City, gingen we langs bij het liefdeskoppel. “Ik vond Esmee een beetje arrogant overkomen. Ze zat alleen maar achter haar laptop. Schaatsers ken ik juist als sociale mensen, je kunt met iedereen een gesprekje aanknopen. Nou, met Esmee was dat anders, die zat in een hoekje,” zegt Daan Olivier over de eerste ontmoeting met Esmee Visser, iets meer dan een jaar geleden in het Italiaanse schaatsoord Collalbo. Esmee kijkt in hotel Tjaarda in Oranjewoud lachend opzij naar Daan. “Ik vind het gewoon niet zo makkelijk om mensen aan te spreken. Toen ik voor het eerst bij een commerciële ploeg zat, alles was nieuw voor me. Ik liep gewoon een beetje achteraan, heb mezelf niet echt hoog zitten en ben niet iemand die snel op de voorgrond treedt, misschien vind ik dat nog wel moeilijker sinds ik olympisch kampioene ben. Ik pakte meteen goud op de 5000 meter, had maar een maand toegeleefd naar de Spelen in Pyeongchang. Aan de ene kant fantastisch dat ik meteen won, maar ik worstelde daarna wel met mijn nieuwe status. Ik had het idee dat ik me nog echt moest gaan bewijzen aan de rest van de wereld, laten zien dat het niet iets eenmaligs is.” Daan neemt een slok van zijn cappuccino. “Ik heb de Spelen helemaal gevolgd, lag met een gebroken knie op de bank. Zomaar uit het niets olympisch kampioen, heel bijzonder.” Esmee: 'Ik heb mezelf niet echt hoog zitten. Ik ben niet iemand die op de voorgrond treedt, misschien vind ik dat nog wel moeilijker sinds ik olympisch kampioene ben.' Esmee knikt. Bij het olympisch kwalificatietoernooi vlak voor de Spelen wist ze verrassend een startbewijs te bemachtigen voor de 5000 meter. Ze reed in de vierde rit een tijd waar ook Martina Sablikova, jarenlang oppermachtig op de langste afstand, niet aan kwam. “Ik werd in het diepe gegooid, er kwam zoveel op me af na die gouden medaille. Neem alleen al het feit dat ik voor elke wedstrijd word aangekondigd als olympisch kampioen. Door die medaille raakte ik ook een deel van mijn onbevangenheid kwijt. Er wordt op me gelet. Ik leg mezelf al zoveel druk op, daar kwamen ineens ook nog eens de verwachtingen van de buitenwereld bij. Daar worstelde ik mee. Ik vind het nog steeds bijzonder dat kinderen met me op de foto willen. Voor mijn gevoel ben ik zelf nog steeds een kind. Ik zit bij Ireen Wüst in de ploeg bij TalentNed, zij werd ook al op jonge leeftijd olympisch kampioen. Ireen geeft me adviezen, hoe ik met media-aandacht en de fans om kan gaan.” Daan kende Esmee al van voor de Spelen. “We komen bij elkaar uit de buurt, ik zag haar weleens skeeleren. Nadat ze zich kwalificeerde voor de Spelen, ging ik haar nog intensiever volgen. Ik vond haar heel spontaan, maar contact hadden we nog nooit gehad. Tot Collalbo.” Esmee lacht en slaat haar hand voor de mond. “Nou ja, contact... Ik was ’s nachts met ploeggenoot Lotte van Beek aangekomen in Italië. Lotte en Daan kenden elkaar van hun gezamenlijke tijd bij Jumbo-Visma. Ik heb volgens mij alleen ‘hoi’ tegen je gezegd bij het ontbijt.” Daan was in 2016 al een keer mee geweest op trainingskamp met de schaatsploeg. Eind 2018 kreeg hij opnieuw een uitnodiging. “Ik ben ook een beetje verlegen. In Collalbo kwam het in het begin niet echt tot gesprekken. Daarna vroeg je wat dingen over fietsen als ik terugkwam van een trainingsrit. Toen ik terug was in Nederland en Esmee nog in Collalbo was, begon ze fotootjes te sturen. Rond het NK allround begonnen we elkaar berichtjes te sturen op Instagram. En aan het einde van het schaatsseizoen spraken we af een keer samen te gaan fietsen. Dat was nog geen echte date. Die volgde eind april, toen ik terugkwam van hoogtestage. Zijn we wat gaan eten en drinken bij het strand. Ik had behoorlijk last van mijn knie op dat moment, daar hebben we samen lang over gesproken.” Esmee: “Ik merkte aan je dat je daar heel erg mee zat.” Daan: “Ik worstelde al bijna een jaar.” Masker af Daan gold van jongs aan als een groot talent. Hij maakte deel uit van de opleidingsploeg van Rabobank, tekende op zijn 21ste een contract bij Giant-Shimano. In de Vuelta van 2017 maakte hij naam door namens LottoNL-Jumbo in zijn eerste grote ronde veelvuldig in beeld te rijden. Toen ging het mis. Tijdens de Towards Zero Race Melbourne, op 25 januari 2018, klapte Daan op het Formule 1-circuit van de Australische stad al na twee kilometer op een paaltje. Hij liep daarbij een breukje in zijn rechterknie op. Net hersteld, volgde op 7 mei dat jaar meer ellende. Tijdens een trainingsrit met ploeggenoot Sepp Kuss in aanloop naar de Ronde van California kwam Daan ten val in de Rocky Mountains. “Toen ik daar lag wist ik meteen dat het mis was. Ik heb nog een paar kilometer doorgefietst, maar uiteindelijk was de pijn te erg. Ik bleek mijn scheenbeen gebroken te hebben, maar de linkerknie was ook compleet in puin, omdat m’n voet in het pedaal was blijven zitten.” Beetje bij beetje namen de twijfels de overhand. Zou hij nog op zijn oude niveau terug kunnen keren? Juist in die periode leerde hij Esmee kennen. “Ik vond het heel moeilijk om mijn zorgen met Esmee te delen. Het besef dat het wielrennen gewoon niet meer ging, werd steeds sterker. Maar Esmee was nog heel hoopvol, zei: ‘Misschien moet je toch nog even doorzetten.’” Helden Magazine 50 Het eerste gedeelte van het verhaal van Esmee Visser en Daan Olivier komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie is er uitgebreid aandacht voor Generatie Z. Er zijn al tal van voetballers die na de eeuwwisseling zijn geboren, zijn doorgebroken of op het punt staan dat te doen. Onder meer Orkun Kökcü, Mohamed Ihattaren en Myran Boadu komen aan het woord. Daarnaast blikten wij aan de hand van afbeeldingen terug met de assistent-trainer van Feyenoord, John de Wolf. Heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden én lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Sven Kramer als mentor

Patrick Roest prolongeerde begin maart de [...]
Patrick Roest prolongeerde begin maart de wereldtitel allround. Daarnaast pakte de schaatser van Team Jumbo-Visma zilver op de 5 en 10 kilometer bij de WK afstanden. In aanloop naar het nieuwe schaatsseizoen leggen we de boerenzoon acht namen voor. Michael Jackson “Ik draag altijd zilveren handschoentjes tijdens wedstrijden, vandaar dat er geregeld gekscherend de vergelijking met Michael Jackson wordt gemaakt. Ik heb die handschoentjes op m’n dertiende toevallig een keer aangedaan omdat ik ze wel mooi vond en dat beviel. En zo is het een soort bijgeloof geworden dat ik ze moet dragen. Ik zou het zonde vinden als ik ze kwijtraak, ben er zuinig op. Dat ik die zilveren handschoenen draag, heeft verder niets met Michael Jackson te maken, want ik heb niet zo heel veel met zijn muziek. Die hand- schoentjes draag ik ook absoluut niet om op te willen vallen. Ik ben helemaal niet van de blingbling.” Jac Orie “Hem een vaderfiguur noemen, vind ik wat overdreven, maar Jac is voor mij heel belangrijk. Sinds ik bijna vijf jaar geleden bij Jumbo-Visma kwam, heb ik grote stappen gemaakt en dat is voor een groot deel aan Jac te danken. Destijds was ik best een beetje bang voor de overstap. Ik kwam in de ploeg bij Sven Kramer, Wouter olde Heuvel, Kjeld Nuis en Douwe de Vries, mannen tegen wie ik opkeek. Het zijn wel allemaal ‘mannetjes’, maar als nieuweling werd ik meteen goed in de ploeg opgenomen. Ik heb in die periode fijne gesprekken met Jac gevoerd. Hij vertelde over zijn werkwijze, dat hij zijn sporters vaak test en dat de uitslagen van die testen bepalend zijn voor het trainingsprogramma dat iemand krijgt. Daardoor was het vrijwel uitgesloten dat ik me als jonge schaatser over de kop zou trainen. Jac heeft mij er vooral op gewezen dat ik op bepaalde momenten mijn eigen koers moet varen. Als de grote mannen drie uur gaan fietsen, hoef ik er misschien maar twee te doen. Soms is dat natuurlijk vervelend, want dan denk ik: ik had liever even meegegaan. Maar deze aanpak heeft me wel gebracht waar ik nu ben. De kracht van Jac is ook zijn observatievermogen. Hij houdt iedereen goed in de gaten. Hij weet wanneer iemand iets te veel heeft gedaan of wanneer iemand er de kantjes vanaf loopt. Hij zal misschien niet zo snel vragen hoe je je voelt, maar als je moe bent, dan ziet hij het meteen. Jac onderscheidt zich vooral van andere coaches door zijn wetenschappelijke aanpak. Dat steeds weer meten van alles wat je kunt meten is voor mij belangrijk, omdat ik zelf nogal de neiging heb iets te veel te doen. Dan raak je overtraind en bij deze ploeg weet je dat dat niet snel gaat gebeuren, want daar zit Jac bovenop. Bij onze ploeg is meten echt weten. Dat is vooral in de zomer belangrijk, want dan vinden de zware trainingen plaats. Je leert ook goed je rust te pakken, daardoor ben ik buiten de trainingen om soms gewoon lui. Uitrusten van de trainingen, beetje gamen, even kijken op YouTube. Wat mensen weleens vergeten is dat rust net zo belangrijk is als trainen. Een ideaal trainingskamp is voor mij: een goed trainingsschema, een goed bed en een perfecte wifi-verbinding. Ik slaap namelijk niet heel veel ’s middags en in je bed naar het plafond gaan liggen staren is een beetje saai. Dan ga ik liever online.” Sven Kramer “Ik zie Sven echt als mijn mentor, voel me zijn leerling. Hij heeft zich vanaf het eerste moment over mij ontfermd, komt altijd met zinnige adviezen. Hij is op en naast het ijs de belangrijkste steun binnen de ploeg. Sven vertelde me bijvoorbeeld dat het beter is om niet meteen na een race interviews te geven, maar dat pas te doen nadat m’n werk erop zit. Met dat soort dingen kan Sven heel streng zijn. Dan laat hij zien hoe professioneel en ervaren hij is. Ik ga bijna nooit tegen hem in, want achteraf blijkt altijd dat Sven gelijk heeft. Maar het meest steek ik van Sven op door gewoon met hem te schaatsen, te trainen en te kijken wat hij doet in de zomer. Zonder Sven had ik niet bereikt wat ik nu heb bereikt, had ik niet de tijden gereden die ik heb gereden. Ik weet dat Sven vorig jaar na de kwalificaties voor de World Cup met een knipoog riep: ‘Ik heb hem iets te veel geleerd.’ Vond ik een mooi compliment. Wat ik ook mooi vond, was de tien kilometer op het WK allround in Calgary dit jaar. Ik stond eerste en Sven derde toen we het in de slotrit tegen elkaar op moesten nemen. Tussen ons in stond Sverre Lunde Pedersen. Ik voelde spanning voor die 10.000 meter en Sven wierp zich op als mijn gangmaker, bleef heel lang met me mee rijden. Voor mij ideaal. Zo mooi dat iemand met zijn status me wilde helpen. Hij gunde me die wereldtitel echt. Ik won in Calgary mijn tweede wereldtitel allround. Vaak word ik gezien als de opvolger van Sven, maar de ballast van die erfenis voel ik niet. Wat heeft Sven allemaal wel niet gewonnen? Niet normaal meer. Alleen al tien Europese en negen wereldtitels allround. Alleen daarom al heeft vergelijken geen zin. Ik voel ook de druk niet dat ik Sven moet opvolgen als schaatspersonality. Voor mij is het nu nog best relaxed, ik kan nog redelijk vanuit de schaduw opereren. In de loop der jaren zal dat wel veranderen, maar daar zie ik niet tegenop. Ik blijf gewoon mezelf, laat me niet gek maken. Als mens ben ik totaal anders dan Sven. Ik vind het mooi om te zien hoe Sven altijd met veel flair en bravoure zijn mening verkondigt, dat past ook echt bij hem. Ik ben juist vrij rustig, vind ook dat bescheidenheid me past. Ik heb al wel wat prijzen gewonnen, maar sta nog maar aan het begin van mijn carrière.” Ids Postma “Ik weet dat Ids na zijn schaatscarrière de boerderij van zijn ouders heeft overgenomen. Hoe meer ik erover nadenk, des te mooier het me lijkt om dat ook te doen. Voor mijn vader en moeder vind ik het weleens vervelend als er weer eens kritiek op de boeren is. Dan gaat het weer over hoe boeren met dieren omgaan, een andere keer gaat het over de stikstof. Het boerenleven heeft me van jongs af aan getrokken. Het is hard werken, maar je bent veel buiten, lekker met je handen bezig en je bent eigen baas. Ik vind het nu al pure ontspanning als ik met een tractor over het land ga en me boer voel. Ik heb geen opleiding gehad voor boer, probeer het zoveel mogelijk te leren door goed naar mijn vader te kijken en te luisteren. Een betere leermeester dan mijn vader is er niet, hij doet dit werk al vele jaren. Maar goed, voorlopig moet hij nog een tijdje in het bedrijf blijven zitten, want ik ben nog niet klaar met schaatsen. Hoewel het op de boerderij altijd hard werken is, stonden mijn vader Wim en moeder Bep altijd voor me klaar. Het was drie kwartier rijden naar de ijsbaan in Den Haag voor de trainingen met gewest Zuid-Holland, maar ze vonden het nooit een probleem om mijn zus en mij erheen te brengen. Dan moesten op de boerderij vrienden en buren invallen.” ‘Hoe meer ik erover nadenk, des te mooier het me lijkt om de boerderij van mijn ouders over te nemen’ Gunda Niemann “Gunda is de moeder van mijn vriendin Victoria. Ik heb haar nooit in het echt zien schaatsen, maar weet natuurlijk wel dat ze heel goed was. Ze was de vrouwelijke Sven Kramer, ook zo’n pure winnaar, een killer. Aan tafel vertelt Gunda weleens over haar carrière, over hoe het in haar tijd ging en wat voor tijden ze destijds reed. Mijn ploeggenoot Douwe de Vries heeft me op YouTube beelden van Gunda laten zien. Hij vond dat ik dat moest zien. Gunda reed puur op kracht. Het zag er misschien iets minder mooi uit, maar het ging wel hard. Ik heb Victoria ontmoet in Inzell, toen we daar waren op trainingskamp. Door de sport is het lastig om elkaar vaak te zien. Ik wil haar natuurlijk zo vaak mogelijk zien, maar we moeten het echt plannen, zeker in de winter. Tijdens het seizoen zal het contact dus veelal bestaan uit appen en bellen. Wie weet komt ze op een dag bij mij op de boerderij in Lekkerkerk wonen. Zoals Anni Friesinger, jarenlang de concurrent van haar moeder, bij Ids Postma is gaan wonen. Victoria zegt dat ze het leuk vindt, maar heeft natuurlijk minder met het boerenleven dan ik. Zij is er niet mee opgegroeid. Misschien moet ik eens tegen haar zeggen dat ze contact op moet nemen met Anni Friesinger.” Snollebollekes “Mijn vrienden en ik zijn van de après-skimuziek. Bij ieder feest in de Lekstreek komen de Snollebollekes voorbij en dan gaat iedereen uit z’n dak. Ik ook. Ze zijn echt hot en trendy bij ons in de buurt. En trouwens ook in de sport, want ik hoorde ze ook voorbijkomen in de bus bij de wielrenners van Ineos en bij de OranjeLeeuwinnen. Ik vind het belangrijk om gezellige dingen te doen naast het schaatsen, buiten het seizoen is daar ruimte voor. Dan ga ik met vrienden op stap of naar een schuurfeest. Onze vriendengroep in Lekkerkerk is heel hecht. Ze zien me niet als Patrick Roest de wereldkampioen. Gelukkig niet. En ze noemen me ‘schuimpje’, dat is de bijnaam die ik bij mijn schaatsvereniging De Lekstreek ooit kreeg van mijn coach, omdat ik de jongste, kleinste en dunste van de groep was. In Lekkerkerk noemt iedereen me nog steeds zo.” Chris Huizinga “Chris en ik zijn onafscheidelijk, binnen de ploeg zien ze ons bijna als een Siamese tweeling. Het is fijn om een goede vriend te hebben binnen de ploeg, omdat we zo vaak met elkaar weg zijn. Met Chris praat ik over alle dingen die mannen bezighouden. Buiten het seizoen trekken we ook veel met elkaar op. Het komt voor dat Chris de hele avond uit z’n dak aan het gaan is op de Snollebollekes tijdens een feest in de Lekstreek, waar hij met mij naartoe is gegaan.” Koning Willem-Alexander “Ik heb de koning al verschillende keren ontmoet. Heel bijzonder is dat ik al twee keer samen met andere ‘bijzondere’ Nederlanders ben uitgenodigd voor een speciale lunch met de koning. Een geweldige eer. Ik kende de andere mensen trouwens niet, het waren allemaal professoren of mensen die vrijwilligerswerk hadden gedaan. De koning is een echte sportfan, hij kent alle feiten. Hij wist alles van het seizoen. Het is toch wel heel bijzonder dat hij naar schaatsen zit te kijken op tv en alles van m’n wedstrijden weet. Dat is heel goed voor de sport. En wat mij vooraf raakte, was dat mijn 86-jarige oma zo onder de indruk was van het bezoek van haar kleinzoon aan de koning. Soms knijp ik mezelf weleens in de arm. Het gaat allemaal zo snel met me. Ik ben al twee keer wereldkampioen allround en heb op de Spelen een zilveren medaille op de 1500 meter en een bronzen plak op de achtervolging gewonnen. En ik ben dus al een paar keer in de gelegenheid geweest om de koning te ontmoeten. Allemaal dingen waarvan ik als kleine jongen droomde, zijn uitgekomen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Formule 1

‘Wij doen alle drie een trucje’

Sven Kramer, Steven Kruijswijk. En Max Verstappen zijn boegbeelden [...]
Sven Kramer, Steven Kruijswijk. En Max Verstappen zijn boegbeelden van de Nederlandse sport én Jumbo. Voor deze speciale Helden brachten we Max, Steven en Sven samen voor een goed gesprek. Sven: “Vergeleken bij Max zijn Steven en ik natuurlijk schildpadden.” Mijn dochter heeft gelukkig tot half negen doorgeslapen,” zegt Sven Kramer opgewekt als hij zijn gezicht laat zien op Schiphol voor een vlucht naar Monaco. Dochter Kae van één en vriendin Naomi van As moeten het weer een dag zonder hem doen. De voorbereiding op het nieuwe schaatsseizoen is in volle gang, maar er is nog ruimte voor een speciale ontmoeting met Steven Kruijswijk en Max Verstappen. Steven woont voor het wielrennen met zijn vrouw Sophie, zoontje Perre en dochter Feline aan de Côte d’Azur, waar het weer altijd goed is en hij goed kan trainen in de bergachtige omgeving. Max is een paar jaar geleden net als veel van zijn collega’s in de Formule 1 in het vorstendom aan de Middellandse Zee gaan wonen. Eens per jaar scheurt hij beroepshalve door de straten van zijn woonplaats. Het volledige verhaal lezen? Deze speciale editie van Helden is alleen te verkrijgen bij Jumbo. Bij aankoop van actieproducten krijg je het magazine gratis. Op = op! www.jumbo.com/helden  

Schaatsen

Kai Verbij: ‘Het lijkt net of mijn leven een groot interview is’

Kai Verbij wilde vlammen in Pyeongchang, maar de [...]
Kai Verbij wilde vlammen in Pyeongchang, maar de wereldkampioen sprint van 2017 raakte in aanloop naar de Spelen geblesseerd. Weg medaille. Daarna wist hij het even niet meer. In aanloop naar de WK afstanden (7-10 februari, Inzell) en het WK sprint (23-24 februari, Heerenveen) lucht de Europees kampioen sprint van 2019 van Team Reggeborgh zijn hart. “Ja, Kjeld was heel erg goed op de Spelen,” zegt Kai Verbij als hij de eindejaarseditie van Helden ziet met twee­voudig olympisch kampioen Kjeld Nuis op de cover. “Ik vind het niet moeilijk om hem op de cover te zien. Kjeld heeft heel sterk gereden op het moment dat het echt moest. Terechte winnaar. Wat weleens door m’n hoofd schiet: hoe was het geweest als ik topfit was geweest op de 1000 meter in Pyeongchang? Had ik het Kjeld moeilijk kunnen maken? Ik denk het wel, had zeker een medaille gepakt. Dat was een makkie geweest. Maar ja, dat is ‘wat als’. Ik heb pech gehad. Het heeft geen zin om mezelf verwijten te maken, het was niet mijn schuld.” Kai kijkt naar de beeltenis van de man die een jaar terug de olympische 1000 en 1500 meter won en op slag bestempeld werd als ‘Held Kjeld’. Hij tikt met z’n vingers op tafel. “Die Spelen waren voor mij bijna een obsessie. Alles draaide om goed zijn in Pyeongchang. Dat gevoel is er eigenlijk bij Jong Oranje al ingeslepen. Alle talenten droomden van datzelfde doel: op een dag olympisch kampioen worden. Ik ben erin gaan geloven dat het in schaatsen alleen om die gouden olympische medaille draait. Ik kon me er ook achter verschuilen, altijd zeggen: in 2018 moet ik er echt staan. Dat haalde tegelijkertijd wat druk en stress weg bij de andere wedstrijden.” Het ging snel met Kai, hij werd in 2017 op 22-jarige leeftijd wereldkampioen en Europees kampioen sprint, pakte brons op de 1000 meter bij de WK afstanden. “Dat vond ik allemaal vanzelfsprekend. Na die wereldtitel was ik blij, hoor, maar echt uit mijn dak gaan, nee, dat deed ik niet. Ik dacht toen: het is niet zo raar dat het winnen van die olympische titel ook gaat lukken. Mensen zagen me als favoriet als ik ergens verscheen en dat snapte ik ook wel. Maar ja, ik had toen nog geen echte tegenslag gekend.” ‘Hoe was het geweest als ik topfit was geweest op de 1000 meter in Pyeongchang? Had ik het Kjeld Nuis moeilijk kunnen maken? Ik denk het wel’ Die kreeg hij voor zijn kiezen tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi, eind 2017 in Heerenveen. Bij de start van de 500 meter voelde hij een pijnscheut in z’n rechterlies. “Ik dacht: die pijn trekt wel weg. Maar dat gebeurde niet. Na twintig meter wilde ik eigenlijk stoppen, maar ik bedacht me meteen dat de Spelen er dan helemaal niet meer in zouden zitten. Want ik wist ook wel dat starten op de 1000 meter bij het OKT er niet meer in zou zitten. Ik had heel veel pijn, maar zei steeds tegen mezelf: doorrijden, anders heb je niks. Ik reed de 500 meter vooral op m’n linkerbeen en wist me toch te kwalificeren. Een wonder. Er zit een engeltje op m’n schouder, dacht ik. Dit is een teken, ze willen dat ik naar de Spelen ga, het gaat goed komen met me. Dat veranderde toen ik de artsen sprak en de scan zag. Ik had een flinke scheur in m’n lies. Topfit op de Spelen verschijnen was er niet meer bij.” Kai kwalificeerde zich voor de 500 meter in Zuid-Korea en kreeg een aanwijsplek voor de 1000 meter. Hij zegt geen moment overwogen te hebben om de startbewijzen af te staan. Hij knikt driftig met z’n hoofd, de lange donkere haren wapperen heen en weer voor z’n ogen. Hij veegt ze aan de kant, zegt: “M’n vriendin zegt al een tijd dat ik naar de kapper moet, had ik voor vandaag ook willen doen. Maar ja…” Hij kijkt opzij, naar vriendin Eveline die mee is gekomen en een tafeltje verder in gesprek is. Daarna gaat hij in op de vraag. “Zelfs als ik niet helemaal fit was, vond ik mezelf altijd nog beter dan de jongens die achter mij waren geëindigd op de 500 meter bij het OKT. Ik wilde dolgraag voor het eerst naar de Spelen en ergens van binnen geloofde ik nog in een wonder.” Kai gaat achterover zitten, legt z’n handen op z’n dijbenen. “Het klinkt misschien een beetje idioot, maar weet je dat door die blessure er ook een soort rust over me heen kwam? Ineens was ik helemaal niet met mijn hoofd bij de Spelen, de focus verschoof volledig naar mijn herstel. Dat was lekker. Ik had niet de stress die de andere schaatsers wel hadden. Weg was die druk van het per se moeten presteren. Helden Magazine 45 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kai Verbij komt voort uit Helden Magazine 45 waar Memphis Depay de cover siert. Depay laat zin wie hij echt is. Een verhaal over het geloof, zijn jeugd, familie, imago, Oranje en Louis van Gaal. Verder in de 45ste editie van Helden, Rico Verhoeven en Max Verstappen gingen de verbale strijd met elkaar aan, Jac Orie is een garantie voor succes, schaatsster Antoinette de Jong over haar jeugd waarin ze werd gepest om haar rode haren, de grondlegger van het shorttracksucces Jeroen Otter, baanwielrenster Kirsten Wild, tennisser Alexander Zverev, en wielrenner Lars Boom ging in gesprek met Victoria Koblenko. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Antoinette de Jong: ‘Ik wilde niemand belasten met mijn pijn’

Ze rijdt sinds dit seizoen voor Team Jumbo-Visma, schaatst harder [...]
Ze rijdt sinds dit seizoen voor Team Jumbo-Visma, schaatst harder dan ooit tevoren en straalt weer. Het leven lacht Antoinette de Jong toe. Maar dat is ook weleens anders geweest. We spraken de Europees kampioen allround in aanloop naar de WK afstanden (7-10 februari) en de WK allround (2-3 maart) . “Ik heb een schild om me heen gebouwd.” Uiterlijk “Ik werd vroeger enorm gepest met mijn rode haar. De ellende begon in groep vier van de basisschool, toen we net van Heerenveen naar Rottum waren verhuisd en ik naar een nieuwe school moest. Na schooltijd werd ik opgewacht en uitgescholden of ze rukten me van mijn fiets af. Ik kon op twee manieren naar huis, op goed geluk koos ik een route in de hoop dat ze daar niet stonden. Ik kwam geregeld thuis met blauwe plekken, als ik was geslagen of als ik eerder die dag in de klas tegen een hete kachel was gedrukt. Daar deed ik gauw een shirt overheen, zodat niemand erachter kwam. Mijn ouders wisten van niks. Ik wilde niemand belasten met mijn pijn. Ik heb het mijn moeder pas twee jaar geleden verteld. Ze vond het heel moeilijk om te horen. Toen ik in groep acht zat, ben ik mijn haar gaan verven. Om een keer niet gepest te worden, om niet degene te zijn die anders was. Het werd steeds donkerder, tot het bijna zwart was. Nu denk ik: waarom heb ik dat in hemelsnaam gedaan? Het paste totaal niet bij m’n gezicht. Een paar jaar geleden ben ik ermee gestopt. Het was niet meer te doen, ik zat iedere twee weken bij de kapper. Dat rode haar is zo dominant, het stak er zo weer doorheen. Op de middelbare school kreeg ik langzaamaan meer zelfvertrouwen. Ik ben zoals ik ben, dacht ik steeds vaker, en als mensen dat niet accepteren, kijken ze maar de andere kant op. Ik vond het nog wel lastig om mensen te vertrouwen, had immers nooit vriendinnetjes gehad en was al zo vaak teleurgesteld. Als mensen beginnen over mijn jeugd, vind ik dat nog steeds moeilijk. Psychische hulp heb ik niet nodig gehad, maar ik heb wel een schild om me heen gebouwd. Nu durf ik open over die periode te praten. Naderhand ben ik de pestkoppen nog weleens tegengekomen. Die deden of er niks aan de hand was. Sommigen wilden een keer afspreken. Maar waarom zou ik dat willen? Nu ik een bekende schaatsster ben, ben ik ineens wel interessant? Het doet me veel pijn als ik hoor dat mensen die gepest worden zichzelf vreselijke dingen aandoen of zelfs geen andere uitweg meer zien dan zelfmoord. Ik had geen zwarte gedachten in die tijd, maar ik viel wel huilend in slaap omdat ik me zo alleen voelde. Ik hoop dat ik kinderen die worden gepest kan helpen door mijn verhaal te vertellen. Het helpt om iets te zoeken waar je je ei in kwijt kunt, iets dat houvast geeft. Toen ik jong was, vond ik dat in paardrijden. Ik won veel prijzen, werd altijd eerste of tweede en een keer Fries kampioen. Dat waren mijn geluksmomentjes. Daardoor bouwde ik zelfvertrouwen op, er was iets dat ik goed kon. Later vond ik dat in het schaatsen. Als ik naar mezelf in de spiegel kijk, zie ik een zelfverzekerde vrouw die weet wat ze wil. Nu ben ik blij met mijn rode haar. Vooral omdat het me anders maakt dan anderen.” ‘Ik werd vroeger enorm gepest met mijn rode haar. Na schooltijd werd ik opgewacht. Ik kwam geregeld thuis met blauwe plekken’ Paardenmeisje “Als baby van drie maanden werd ik al op een paard gezet. Onze familie is altijd met paarden bezig geweest, we fokken met Friese dressuurpaarden en mijn moeder heeft op hoog niveau gereden. Op mijn vierde kreeg ik mijn eerste pony. Als ik ergens aan begon, wilde ik het goed doen en er alles uithalen. Paardrijden was mijn leven in die tijd, ik was springruiter. Maar schaatsen vond ik ook leuk. Op de sloot naast ons huis heb ik mijn eerste meters gemaakt. M’n moeder en oma wilden dat ik achter een stoel zou beginnen, maar zagen me zo wegschaatsen. Helden Magazine 45 Het eerste gedeelte van het verhaal van Antionette de Jong komt voort uit Helden Magazine 45 waar Memphis Depay de cover siert. Depay laat zin wie hij echt is. Een verhaal over het geloof, zijn jeugd, familie, imago, Oranje en Louis van Gaal. Verder in de 45ste editie van Helden, Rico Verhoeven en Max Verstappen gingen de verbale strijd met elkaar aan, schaatser Kai Verbij over de Spelen en de Europese titel sprint, Jac Orie is een garantie voor succes, de grondlegger van het shorttracksucces Jeroen Otter, baanwielrenster Kirsten Wild, tennisser Alexander Zverev, en wielrenner Lars Boom ging in gesprek met Victoria Koblenko. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.