Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Davy Klaassen: ‘Wie niet sterk is moet slim zijn, toch?’

Davy Klaassen (29) maakte uitstapjes naar Everton [...]
Davy Klaassen (29) maakte uitstapjes naar Everton en Werder Bremen, keerde terug bij Ajax om vervolgens aan de slag te gaan bij Inter in Milaan. De Ajacied maakte recent bekend terug te keren bij de club waar voor hem alles begon. Twee jaar geleden spraken we met Davy over toekomstige haarimplantaten, Louis van Gaal en zijn vriendschap met Daley Blind. Mijn vriendin Laura kan niet wachten om haarimplantaten bij mij te zetten Lachend: “Mijn vriendin staat er wel achter, maar ze gaat ze niet zelf zetten, hoor. Laura volgde een universitaire studie Criminologie en is inderdaad ook haarstylist, maar niet gespecialiseerd in het zetten van implantaten. Ze is beter met vrouwenkapsels. Laura vindt dat ik het moet doen als ik het graag wil. Ik denk ook dat het gaat gebeuren. Het is niet zo dat ik onzeker ben over mijn kale kop of er last van heb, ik lig er eigen­ lijk totaal niet wakker van, maar als ik het kan laten doen en het wordt mooi, waarom niet?” Je wordt begin volgend jaar dertig. Hoe vind jij het om ouder te worden? “Niet zo erg. Ik voel me ook niet oud. Ik sta iedere dag op het veld tussen jongere jongens. Dat houdt mij ook jong.” Je bent misschien niet gezegend met een volle haardos, maar wel met een gezond stel hersenen. Je staat bekend om je slimme spel. “Tot de vijfde klas deed ik vwo, maar dat jaar haalde ik niet en heb ik de keuze gemaakt om de havo af te ronden. Eigen­ lijk had ik er iets tussenin moeten doen. Wiskunde was mijn beste vak, mijn ruimtelijk inzicht is goed. Voetbal moet je ook met je hersenen spelen, dat is een belangrijk onderdeel van het spel. Zeker als je niet uitzonderlijk snel of sterk ben, zoals ik, moet je wel slim zijn om te over­ leven. Ik heb het mijn hele leven al meer van mijn slimheid en inzicht in het spel moeten hebben. Wie niet sterk is moet slim zijn, toch?” 'Daley Blind en ik hebben het weleens over de kritiek die we krijgen, maar we weten ook dat we er toch niks aan kunnen veranderen' Je speelt ook piano. “Een ploeggenoot bij Werder Bremen speelde piano. We waren een keer met elkaar uit eten, er stond in het restaurant een piano, en hij ging er ineens op spelen. Ik vond dat zo vet. Wilde het al langer, vond de piano altijd al wat hebben. Ik nam les bij dezelfde leraar, nu zo’n ander­ half jaar geleden. Na mijn terugkeer in Nederland heb ik een leraar gevonden van wie ik iedere week les krijg.” Van Nathan Aké en Stefan de Vrij zien we geregeld filmpjes voorbijkomen op sociale media waarin ze nummers van onder anderen Ludovico Einaudi spelen. Je snapt dat we benieuwd zijn naar jouw pianospel... Lachend: “Ik kan inmiddels ook twee nummers van Einaudi spelen, maar ik speel alle soorten muziek, ook pop­ muziek. Mijn doel is om alles te kunnen spelen. Maar dat duurt nog wel even, hoor. Ik hou het graag nog even binnens­ huis.” Oost of west, thuis is toch het allerbest “Ik ben graag thuis. Heb het fijn met mijn vriendin, mijn hond, mijn familie... Ik ben altijd blij om thuis te zijn.” Je vertrok in 2017 van Ajax naar Everton. Na een seizoen in Engeland ging je naar Werder Bremen om na twee seizoenen weer terug te keren bij Ajax. Heeft de voetbalwereld jou teleurgesteld? “Nee. Ik weet van jongs af aan hoe het eraan toegaat en dat het niet altijd goed kan gaan. Zo stond ik er ook in toen ik naar Everton vertrok. Met die instelling wordt het ook makkelijker om te verwer­ ken wat er allemaal is gebeurd.” Je raakte er vrij snel je basisplek kwijt. Hoe kijk je terug op dat jaar bij Everton? “Als leerzaam. Qua voetbal paste de club niet bij me. Bij Ajax was ik een bepaalde mentaliteit gewend en boven­ dien gewend om voor de prijzen te spelen, ik vond het moeilijk om die mindset te moeten veranderen. Bij Everton en ook bij Werder Bremen heerste een andere mentaliteit, bij Ajax moet je elke wedstrijd winnen en kampi­ oen worden. Die positie hebben Everton en Werder niet. Daarom denk ik ook dat Ajax zo goed bij me past.” Ronald Koeman haalde je naar Everton, maar werd na een paar maanden al ontslagen. Daarna werd hij bondscoach, maar werd je niet opgeroepen. Heb je hem nog vaak gesproken? “Toen Ronald Koeman bondscoach was, heb ik hem nog een keer gesproken, hij zei dat hij me in de gaten hield. Daarna heb ik nooit meer contact gehad met hem. Ik kon het prima met hem vinden, hoor, maar voor ons allebei heeft Ever­ ton niet uitgepakt zoals we gehoopt en bedacht hadden. Uiteindelijk heb ik een mooie tijd gehad in Engeland. Laura en ik gingen voor het eerst met zijn tweeën in het buitenland wonen, dat was een grote stap voor ons. We hebben er veel van geleerd.” Jij was het perfecte voorbeeld voor jonge spelers: je ging niet voor het grote geld, speelde zes seizoenen bij Ajax, en maakte toen pas een transfer. “Eigenlijk klopte alles. Ik was 24 en had mezelf goed ontwikkeld bij Ajax. Ik was er op dat moment ook aan toe.” Ruud Gullit was kritisch op Ajax en zei in de vorige Helden: ‘Ajax doet het goed als club, maar als de spelers uitwaaien, krijgen ze het lastig. Ik weet niet wat dat is, weet alleen dat ze bij Ajax moeten oppassen dat hun talenten niet constant gaan mislukken’. Hoe denk jij daarover? “Bij Ajax hebben we een speelstijl die best specifiek is. Je ziet veel jongens die, als ze vertrekken bij Ajax, naar een club gaan met een andere speelstijl. Clubs die minder vanuit de opbouw willen spelen, maar waarbij het meer om ren­nen en beuken gaat. Van mijn tijd bij Everton heb ik geleerd dat je je daar over­ heen moet zetten. Ik dacht bij Everton: we kunnen toch gewoon de bal over de grond naar elkaar toe spelen en voor combinatiespel gaan? Maar daar dach­ten ze heel anders. Daar kun je je dan heel erg aan gaan irriteren, maar dat gaat alleen maar ten koste van je eigen spel. Ik denk dat het een beetje overdreven gesteld is van Gullit dat Ajax moet oppassen. Er zijn genoeg ex-­Ajaxieden die wekelijks spelen bij hun club. En Matthijs de Ligt is net weer voor 80 mil­joen naar Bayern München vertrokken, dus het geldt niet voor iedereen. Andersom zie je het ook: jongens die uit het buitenland naar Ajax komen, moeten zich enorm aanpassen omdat we een ander idee van spelen hebben dan de meeste clubs.” Bedoel je ook dat er in het buitenland meer geleund wordt op een aantal sterspelers en dat je je als speler bij een club als Ajax meer wegcijfert voor elkaar? “Je hoeft je hier niet zozeer weg te cijfe­ren, maar bij Ajax is het tactisch wel veel beter op elkaar afgestemd dan bij an­dere ploegen. Clubs in Engeland kopen spelers voor zestig miljoen alsof het niks is en als het niet werkt, dan komt er een half jaar later weer een nieuwe trai­ner met een heel nieuw idee. Die koopt vervolgens weer een paar nieuwe, dure spelers. Dat is een heel andere visie dan Ajax heeft. Hoe Ajax het doet, zo hoort het in mijn optiek. Opleiden, bouwen, dezelfde visie blijven hanteren en die overbrengen op nieuwe spelers. Daarom heeft Ajax ook een van de beste jeugd­ opleidingen ter wereld.” Bij Werder Bremen bloeide je weer op. Je speelde en was belangrijk voor de ploeg. Hoe kijk je terug op die twee jaar in Duitsland? “Ik heb er echt een leuke tijd gehad, bij Werder vond ik mijn plezier weer terug. Ik wist dat het voetbal er niet hetzelfde was als bij Ajax, maar de ploeg had in ieder geval wel de intentie om te voet­ballen. Ik had een paar wedstrijden van Werder bekeken en zag duidelijk: ze willen die ballen ook tussen de linies spelen. Werder Bremen paste veel beter bij me dan Everton en ik hield ook van de Duitse mentaliteit. Het was een grote club, maar het voelde klein en familiair. We deden veel samen. In Engeland vond ik het veel individualistischer. Het eerste jaar bij Werder eindigden we als acht­ste. Dat was echt goed. Het tweede jaar was lastig. We kregen te maken met veel blessures, kwamen in de degradatiestrijd terecht, waar we op het nippertje uitkwamen. In de play­offs stelden we onze plek in de Bundesliga veilig.” ‘Daley Blind en ik hebben het weleens over de kritiek die we krijgen, maar we weten ook dat weer toch niks aan kunnen veranderen' Na dat seizoen, in 2020, keerde je terug bij Ajax. “Ik was heel blij met mijn terugkeer, het voelde alsof ik niet was weggeweest. In mijn eerste gesprek met Erik ten Hag voelde ik veel vertrouwen. Ik wist dat er nog meer van me werd gevraagd dan voorheen, dat zag ik ook als uitdaging.” Daley Blind en ik hadden wel broers kunnen zijn “Broers is een beetje overdreven, maar onze band komt wel in de buurt.” Daley speelde bij Manchester United toen jij bij Everton zat, jullie liepen elkaars deur bijna letterlijk plat, toch? “Bij Ajax speelden we al samen, maar in Manchester woonden we op vijf minuten lopen van elkaar. Het laatste half jaar zaten we allebei in hetzelfde schuitje, Daley speelde niet bij Manchester United, ik niet bij Everton. We zagen elkaar bijna iedere dag. Als onze vrouwen in Nederland waren, gingen Daley en ik met zijn tweeën iets doen, en als ze er wel waren, dan spraken we met zijn vieren af. We hebben er samen het beste van gemaakt. We hebben een heel goede band opgebouwd in die tijd. Het cirkeltje is rond, want nu spelen we weer met zijn tweeën bij Ajax. We zien elkaar heel vaak. Onze vrouwen gaan ook heel goed met elkaar om.” Lijken jullie ook een beetje op elkaar? “In sommige opzichten zeker. We ken­nen elkaar door en door, weten wat we wanneer van elkaar nodig hebben. We zijn allebei in ieder geval vrij nuchter.” En op het oog ook een beetje hetzelfde type: de ideale schoonzoon? Lachend: “Ik denk dat veel mensen dat inderdaad zo zien.” Er wordt lovend over jullie gesproken, maar is er ook altijd kritiek. Als jij een mooie pass hebt gegeven of scoort, word je met Steven Berghuis vergeleken. Van Daley wordt gezegd dat hij te langzaam is. “Als we ons daar druk om moeten maken... We hebben het weleens over de kritiek die we krijgen, hoor, maar we weten ook dat we er toch niks aan kunnen veranderen. We krijgen de steun van ons team, de trainers, andere mensen binnen de club en ik denk ook van de meeste fans. Maar er zijn altijd mensen die het niet aanstaat.” Heb jij het gevoel dat je je dubbel moet bewijzen? “Niet echt. Het boeit me echt wel wat de fans van me vinden, hoor, iedereen wil graag geliefd zijn. Maar dat gaat gewoon niet. Het belangrijkste is dat de mensen om me heen blij met me zijn.” Je hebt als bijnaam Mister 1-0, omdat je vaak de openingsgoal maakt, dat zegt ook wel wat, toch? Lachend: “Ach, het is in ieder geval een positieve bijnaam.” Erik ten Hag is de beste trainer die ik ooit heb gehad “Ik vind het lastig om trainers met elkaar te vergelijken, heb er meerderen gehad die belangrijk zijn geweest in mijn car­rière. Ik vind Erik een toptrainer, heb fijn met hem samengewerkt.” Hij zette je vorig seizoen ook geregeld op de bank. In september vorig jaar was je drie weken geblesseerd, daarna raakte je je plek kwijt aan Steven Berghuis. Hebben jullie daar veel discussies over gevoerd? “Het seizoen ervoor speelde ik veel. Nadat ik er drie weken uit had gelegen, was ineens mijn plek vergeven. Maar in die paar weken dat ik geblesseerd was, speelde de ploeg wel goed, dus dat was weer zijn tegenargument. Zeg het maar, wat moet je dan? Erik en ik hebben er zeker over gesproken, maar je kan praten wat je wil, de trainer bepaalt het toch. Hij had er zijn redenen voor. En het is niet zo dat ik hem dan ineens geen goede trainer of een aardige vent meer vind. Dat kan ik heel goed scheiden. Natuurlijk was ik het niet altijd met Erik eens, maar uit­ eindelijk heb ik afgelopen seizoen toch veel gespeeld en was ik belangrijk voor de ploeg.” Ben jij die grillen van de voetbalwereld weleens spuugzat? “Natuurlijk zitten er weleens dagen tussen dat ik denk: nu heb ik er even geen zin in. Maar als ik op het veld sta, dan ga ik toch weer gas geven. Als de trainer een beroep op me doet, wil ik niet achteraf kunnen zeggen: ik was er niet klaar voor.” Bij het Nederlands elftal speelde je wel, daar kreeg jij juist de voorkeur boven Steven Berghuis. Was dat misschien een eyeopener voor Erik ten Hag? “Het was een rare situatie. Ik speelde niet bij Ajax, maar wel bij het Nederlands elftal. Normaal gesproken is het eerder andersom. Erik ten Hag wist donders­ goed wat ik kan, een trainer gaat het spel niet ineens anders zien na een wedstrijd bij het Nederlands elftal.” Erik ten Hag is vertrokken naar Manchester United. Verwacht je dat hij het er goed gaat doen? “Ja. Erik heeft bewezen dat hij dat kan. Hij is duidelijk in wat hij wil. En of het dan goed of slecht gaat: Erik blijft bij zijn ideeën. Erik is standvastig, daarom denk ik dat het wel goed gaat komen. Ik hoor nu al dat jongens bij Manchester United zeggen dat ze dat de laatste jaren niet meer gewend waren en zich er goed bij voelen.” Heb je weleens contact met Donny van de Beek, die onder contract staat bij Manchester United, maar de afgelopen twee seizoenen vooral genoegen moest nemen met een plaats op de bank? “Zo af en toe bellen of appen we. Het is een lastige situatie voor Donny. Nu Erik ten Hag trainer is, hoop je dat hij misschien meer kans krijgt. Maar die garanties krijg je nooit. Achteraf weet je pas wat de goede keuze is. Blijven en het nog een kans geven, of vertrekken.” Louis van Gaal had wat mij betreft veel eerder bondscoach mogen worden “Ik ben heel blij met hem als bondscoach. Tot nu speel ik bijna alles onder Van Gaal en vind het ook fijn om onder hem te spelen.” Was jij de grootste winnaar van de trainerswissel na het EK vorig jaar, toen Van Gaal, Frank de Boer opvolgde? “Zeker, voor mij heeft zijn komst goed uitgepakt. Toen Van Gaal was aange­steld, had hij al met een paar jongens via Facetime gesproken, ook met mij. Hij liet toen al doorschemeren dat hij mij wilde laten spelen. Afhankelijk van het systeem. Hij zei: ‘Als we 4­3­3 spelen, dan is er plek voor jou.’ De eerste wedstrijd tegen Noorwegen mocht ik spelen, ik scoorde meteen. Sindsdien speel ik bijna alles, hartstikke fijn.” Waarom vind jij Louis van Gaal zo’n prettige trainer? “Hij is heel duidelijk en open, daar hou ik van. Je weet precies waar je aan toe bent, er zal nooit twijfel zijn hoe hij over je denkt. Dat laat hij wel merken, of het nou goed of slecht is. Een trainer als Van Gaal past goed bij mij. En hij heeft me in 2014 laten debuteren, dat is sowieso speciaal natuurlijk.” Heb jij met Van Gaal in het najaar gesproken over je situatie bij Ajax? “Van Gaal zei toen: ‘Je speelt minder, maar ben je wel fit? Dan stel ik je deze wedstrijden op.’ Ik was niet echt ver­ baasd, ik wist wel dat hij zo dacht. Het is heel lekker dat als het bij de club minder lekker loopt en je op maandagochtend binnenkomt bij het Nederlands elftal, je meteen hoort dat je speelt. Dat geeft veel vertrouwen.” Snap jij altijd zijn keuzes? “Uiteindelijk wel, want hij legt die altijd uit aan al zijn spelers. Dat brengt voor iedereen duidelijkheid, dat is straks bij het WK ook belangrijk. Er zullen jongens teleurgesteld worden, maar als je meteen vanaf het begin eerlijk bent, dan kun je een reserverol makkelijker accepteren. Toen we in maart van systeem gingen wisselen en meer in een 3­5­2 of zoals Van Gaal zegt een 1­3­4­1­2 ­opstelling gingen spelen, zei hij tegen mij: ‘Ik geef op dit moment de voorkeur aan andere jongens en dat vind ik moeilijk om te zeggen, want je hebt het goed gedaan, maar in dit systeem is dat in mijn optiek beter.’ Hij was meteen duidelijk. In dat andere systeem heb ik uiteindelijk ook gespeeld, dus een situatie kan altijd weer wijzigen.” In juni passeerde hij Georginio Wijnaldum voor de eerste vier duels in de Nations League. Snapte je die keuze ook? “Dat heeft hij uitgelegd, daarom kwamen er ook geen scheve gezichten. Als speler kun je het er niet mee eens zijn, maar hij zal zijn keuzes wel altijd uitleggen. Ik vind: Gini is tweede aanvoerder, het liefst wil je hem er gewoon bij hebben.” Dit jaar worden wij glansrijk kampioen “Dat is wel de bedoeling. Ik verwacht veel van dit seizoen en van mezelf, maar dat moet ook als je bij Ajax speelt. Dan ga je af en toe misschien onderuit, dat is dan maar zo. Daar kom je het verst mee.” Er zijn belangrijke spelers vertrokken zoals Ryan Gravenberch, Noussair Mazraoui, Lisandro Martínez, Sébastien Haller en Nicolás Tagliafico. Hoe kijk je naar die transfers? “Fantastisch dat die jongens zulke mooie stappen hebben gemaakt, dat gun ik ze van harte. Ryan en Noussair komen uit onze jeugd en hebben dus lang bij Ajax gespeeld. Ze zijn jong, maar het is niet dat ze na één seizoen al weg zijn gegaan. Ze hebben veel zelfvertrouwen. Natuur­lijk is het spannend als je naar een andere club gaat, maar ze zijn sterk genoeg om zich te handhaven. En bij ons zijn er weer wat goede spelers bijgekomen.” Dé transfer was die van Steven Bergwijn. Heb jij nog een rol gespeeld in zijn overgang van Tottenham Hotspur naar Ajax? “Als we bij het Nederlands elftal waren, dan zeiden Steven Berghuis, Jurriën Timber, Daley en ik wel altijd: kom nou maar gewoon naar ons. We wil­ den hem er graag bij hebben. Op vakantie kwamen Daley en ik zijn zwager tegen, die sprak Steven toevallig net op Face­ time, dus toen hebben we het hem ook nog even gezegd.” Hoe zie je jouw rol als er nieuwe spelers binnenkomen bij Ajax? “Het is niet dat als er nieuwe spelers binnenkomen dat de oudere jongens even gaan uitleggen hoe het allemaal werkt. Je bent bezig als team, een nieuw­komer kijkt om zich heen en neemt in zich op wat er gebeurt. Dat gaat op een natuurlijke manier. Uiteraard is het zo dat de jongens die er al wat langer spelen iets meer dingen bepalen of betrokken zijn binnen de club. Het team is best veranderd. Vorig jaar hadden we redelijk dezelfde groep gehouden, nu zijn er voor het eerst weer wat spelers weg en nieuwe bijgekomen. Er moet weer een team van worden gemaakt, maar ieder jaar valt dat wel weer in elkaar. Ik hoop dat ik een grote rol kan spelen, maar dat is altijd afwach­ten, dat hangt ook af van hoe het team zich ontwikkelt. Dat is moeilijk te voor­ spellen.” Wat is jouw eerste indruk van jullie nieuwe trainer Alfred Schreuder, die in 2018 al assistent bij Ajax was onder Erik ten Hag? “Ik werk nu voor het eerst met hem samen. De trainer is duidelijk, hij kent de club, dat scheelt een hoop.” Ik kan niet wachten tot ik voetbaltrainer ben van mijn eigen kinderen “Ik weet niet of ik trainer wil worden, maar als ik ooit kinderen krijg, dan sta ik later zeker langs de lijn bij hen te kijken. Dat hebben mijn ouders vroeger ook altijd gedaan bij mij.” Denk jij al na over een leven na het voetbal? “Ik denk erover na, maar ik heb nog geen concrete plannen. Als het goed is, heb ik nog een paar voetbaljaren te gaan.” Sta jij zelf nog open voor een transfer naar het buitenland? “Daar denk ik nu niet aan. Maar als er één ding is dat ik heb geleerd in de voetbalwereld, is dat je dat soort dingen niet kunt plannen. Wie weet wat er nog gebeurt...” Helden Magazine 63 Het verhaal van Davy Klaassen komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker, Koen Bouwman won twee etappes en het bergklassement in de Giro én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jordan Teze: ‘Ik was best een vervelende jongen’

Jordan Teze (22) speelde zich vorig jaar [...]
Jordan Teze (22) speelde zich vorig jaar definitief in de kijker. De verdediger maakte zijn eerste goal voor PSV, won de beker en maakte zijn debuut in het Nederlands elftal. We legden hem tien namen voor. Van LeBron James tot Louis van Gaal. En van moeder Blandine tot Ruud van Nistelrooij. LeBron James “Ik ben een groot fan van basketballer LeBron James, volg hem al jaren. Hij heeft een moeilijke jeugd gehad: hij groeide op in een achterstandswijk in de stad Akron, Ohio, zijn vader speelde geen rol in zijn leven, zijn moeder was vijftien toen ze LeBron kreeg en had het financieel moeilijk. LeBron had vroeger niks en is toch een heel grote ster geworden. Hij is zelfs de eerste nog actieve NBA-speler die meer dan een miljard dollar heeft verdiend. Ik kijk altijd naar de wekelijkse highlights van de LA Lakers en natuurlijk naar de NBA Finals. Ik let ook op wat hij doet in de gym en kijk naar filmpjes van hem op YouTube. Maar ik zie ook wat hij buiten het veld doet voor anderen. Zo zet hij zich met zijn stichting in voor kinderen die opgroeien in moeilijke omstandigheden. Ik wil LeBron heel graag een keer live zien spelen en ontmoeten. Ik denk dat ik dan wel een traantje moet laten. Sommige mensen raken je gewoon op een intense manier. Wat hij ook zal doen in de toekomst, ik blijf voor eeuwig zijn fan.” Moeder Blandine “Mijn moeder betekent enorm veel voor mij, door haar ben ik zo ver gekomen. Zij heeft alles voor mij opgegeven en gaf me het vertrouwen dat ik een goede voetballer kon worden.” Je hebt Congolese ouders, bent geboren in Groningen en opgegroeid in Roosendaal. “Mijn ouders besloten om weg te gaan uit Congo voor een beter toekomstperspectief en kwamen terecht in het asielzoekerscentrum in Emmen. Ze hebben elkaar in Nederland leren kennen. Mijn vader werd na een tijdje weer teruggestuurd. Waarom weet ik eigenlijk niet. Mijn moeder, vier jaar oudere broer Jordi en ik hebben vanaf dat moment lange tijd geen contact meer met hem gehad. Hij woont nu nog in Congo. Ik ben een keer bij hem geweest, maar toen was ik pas een jaar oud. Twee jaar geleden is het contact gelukkig hersteld en ik ben van plan om volgend jaar bij hem langs te gaan. Hoewel ik er nooit heb gewoond en er pas één keer ben geweest, voel ik me verbonden met het land. Ik spreek de taal vloeiend. Thuis spreken we geen Nederlands, maar Lingala. In de buurt wonen ook veel Congolese vrienden waarmee ik Lingala spreek. Net als met mijn tante, de zus van mijn moeder, die in Zwijndrecht woont en m’n andere oom die in die tijd in Roosendaal woonde. Mijn moeder stond er alleen voor, ze heeft ons in haar eentje opgevoed. In Groningen kreeg ze uiteindelijk een huis, daar ben ik in het ziekenhuis geboren. Mijn moeder heeft het best moeilijk gehad, ze had vooral veel problemen met de taal. Ze sprak geen Nederlands en geen Engels. Als er brieven van de belasting binnenkwamen, had zij geen idee wat erin stond. Mijn broer moest die brieven voorlezen op zevenjarige leeftijd. Na een jaar zijn we naar Roosendaal verhuisd. Daar ben ik uiteindelijk opgegroeid.” Hoe zag jouw jeugd eruit? “Mijn broer en ik waren altijd buiten aan het klooien met vrienden. We voetbalden veel op straat, maar ik hield net als iedere jongen ook gewoon van belletje lellen. Ik was snel en altijd als een van de eersten weg als er problemen waren. Eigenlijk was ik best een vervelende jongen, ik was vooral heel aanwezig.” 'In het begin waren Gakpo, Obispo en ik altijd een beetje aan het treiteren, we vochten en trapten elkaar op de trainingen. We haatten elkaar meer dan dat we vrienden waren' Op je vijfde begon jij met voetballen bij RSC Alliance in Roosendaal. “Mijn moeder bracht me altijd op de fiets naar de club, ik zat bij haar achterop. Door de regen of keiharde wind tegen; het maakte haar niet uit. Twintig minuten heen, twintig minuten terug. Mijn moeder werd geregeld aangesproken door anderen die haar voor gek verklaarden dat ze dat allemaal deed. Maar ze zei simpelweg: ‘Ik breng mijn zoontje naar het voetbalveld, want ik weet zeker dat hij de beste gaat worden.’ Ik had het geluk dat ik op mijn zevende al werd gescout. Dat was ook meteen een bevestiging voor mijn moeder dat ze de juiste keuze had gemaakt, want in die tijd twijfelde ze nog om met ons naar Frankrijk te verhuizen. Uiteindelijk koos ze voor mijn carrière in Nederland.” [caption id="attachment_18765" align="alignnone" width="2560"] Jordan Teze en Cody Gakpo[/caption] Voelde je daardoor niet ook een enorme druk op je schouders? “De druk om te presteren voelde ik niet echt, omdat ik nog heel jong was. Die druk kwam pas later. Ik was ook heel weinig thuis in die tijd. Ik zat op school van half negen tot half vier en ging daarna meteen door naar de training. Om negen uur ’s avonds was ik weer thuis, en dat gebeurde vier of vijf keer per week. Mijn oom hielp me ook in die tijd. Hij is een vaderfiguur voor mij geweest. Hij filmde me vroeger geregeld, dan analyseerden we de beelden daarna, liet hij zien wat er goed en minder goed ging. Nu woont hij met zijn familie in Luxemburg, maar ik heb nog steeds veel contact met hem.” Speelt je moeder een grote rol in jouw carrière? “Mijn moeder komt niet graag naar het stadion, dat vindt ze te spannend. Ze is bang dat ik fouten maak. Ook als m’n moeder via de tv een wedstrijd kijkt met mijn broer, kan ze niet stilzitten.” Ben jij iemand die dagelijks tegen zijn moeder zegt dat hij van haar houdt? “Nee, maar ze weet wel dat ik ontzettend waardeer wat ze voor me heeft gedaan. Dat merkt ze ook aan de dingen die ik voor haar doe of aan haar geef. Toen ik nog thuis woonde, hielp ik mee in het huishouden en deed ik boodschappen. Nu doe ik dingen op afstand voor haar. Zo’n tien jaar geleden zijn we verhuisd naar België, net over de grens onder Tilburg. Daar woont en werkt zij nog steeds. Ik woon in Eindhoven met mijn vriendin.” Gerrit Adam “Zonder hem had ik het niet gered. Gerrit scoutte mij op m’n zevende en haalde me naar PSV, hij heeft altijd voor ons klaargestaan. Mijn moeder had jarenlang geen Nederlands rijbewijs. Ze struikelde iedere keer over het theorie-examen omdat ze de taal niet sprak. En als ze toch een keer moest rijden, was het stressen omdat we geen politie mochten tegenkomen. Gerrit haalde me iedere dag op van school, bracht me naar de training bij PSV en vervolgens bracht hij me weer thuis. Hij ging geregeld mee naar de wedstrijden, als mijn moeder er niet kon komen of moest werken.” Wat zag Gerrit in jou? “Hij zei dat ik veel talent had en verzekerde me ervan dat ik het ver zou schoppen. In de auto voerden we altijd lange gesprekken. Dan hadden we het over wat er voor nodig was om profvoetballer te worden. En over hoe ik als mens kon groeien, wat ook een goede invloed zou hebben op mijn voetbalcarrière. Tot op de dag van vandaag praat ik geregeld met Gerrit, ik heb zo om de tien dagen contact met hem. Sinds kort appen we, hiervoor stuurden we elkaar e-mails. Ieder jaar lunchten we ook samen bij Ikea. Zweedse gehaktballetjes met friet en jam. Dat ging er lekker in, hoor. Door de coronapandemie is dat er de afgelopen twee jaar niet meer van gekomen, maar dat moeten we snel weer eens doen samen.” Wat is de belangrijkste les die je van hem hebt geleerd? “Dat ik geduldig moet zijn. Hij zegt altijd: ‘Alles komt op zijn tijd. Als je er klaar voor bent, dan merk je het wel, dan komt het vanzelf.’ Ik moet niks overhaasten. Als ik hard genoeg blijf werken en rustig blijf in het koppie, dan komt het goed.” Cody Gakpo “Wat wij hebben, wil ik niet eens meer vriendschap noemen, het is meer broederschap. We gaan heel veel met elkaar om. In trainingen staan wij als verdediger en aanvaller altijd tegenover elkaar. Dat is best vervelend. We weten precies van elkaar wat we van plan zijn. Dat maakt het extra moeilijk voor mij om hem te verdedigen en voor hem om aan te vallen. Tegenstanders of andere jongens kunnen mijn acties vaak niet voorspellen, Cody weet het wel. Buiten het veld zien Cody en ik elkaar ook veel. We komen geregeld bij elkaar over de vloer. Ik ken zijn familie heel goed en hij de mijne. Onze vriendinnen kunnen het ook goed met elkaar vinden.” Armando Obispo hoort ook bij jullie lichting. “Hij is ook een heel goede vriend van ons. Armando zat al een jaar eerder bij de jeugdopleiding, Cody en ik kwamen er in 2007 bij. In het begin waren we elkaar altijd een beetje aan het treiteren, we vochten en trapten elkaar op de trainingen. We haatten elkaar meer dan dat we vrienden waren. Cody was altijd al van een snelle dribbel. Als ik te laat was met verdedigen, ging ik gewoon op zijn enkel staan. En dan kreeg ik weer een trap terug. Toen we met zijn allen bij elkaar in het team kwamen, was de irritatie ook meteen weg.” Lijken jullie ook een beetje op elkaar? “We hebben dezelfde humor, maar ik ben denk ik de grootste sfeermaker van de drie. Ik ben aan de drukke kant, hoor, en vaak degene die grapjes maakt of mensen een beetje plaagt. Onze masseur had zijn haar laten groeien. Ik ben dan de eerste die er een opmerking over maakt, dat ie beter snel naar de kapper kan gaan.” Terwijl Gakpo vorig jaar een van de sterren van jullie ploeg was en jij jezelf ook in de schijnwerpers speelde, was Obispo lange tijd geblesseerd. Is het soms lastig dat de een als een speer gaat terwijl je beste vriend het moeilijk heeft? “We zijn altijd blij voor een ander, maar willen er alle drie zelf ook staan. Het liefst willen we met zijn drieën op het veld staan, met elkaar van een mooie wedstrijd genieten is het mooist. Als Cody en Armando spelen en ik op de bank zit, kan ik niet net zo hard meegenieten van een overwinning. Dat is toch een ander gevoel. Maar over het algemeen zijn we gewoon blij voor elkaar. Armando is weer fit en ik hoop dat hij dit jaar ook veel gaat spelen.” Cody’s naam werd deze zomer veelvuldig in verband gebracht met een transfer. Spreken jullie met elkaar over een eventueel vertrek naar het buitenland? “Soms, maar niet te veel. Ik ben sowieso blij voor Cody, met welke keuzes hij ook gaat maken in zijn leven.” Broederliefde “Bedoel je die rapgroep? Ik luister weleens naar hun muziek, maar op dit moment luister ik vooral naar wat rustigere Afro-muziek, met een mooie beat.” Beschrijf de band eens die jij hebt met je broer Jordi. “Naast mijn broer is hij mijn beste vriend. Vroeger hadden we geregeld ruzie, maar ik denk dat dat onze band alleen maar sterker heeft gemaakt. Hij probeert me met alles te helpen waarvan hij denkt dat het nodig is. Ook in het voetbal. Soms heeft hij gelijk, vaak ook niet, en dat zeg ik dan. Maar wat hij ook zegt, of het nou klopt of niet, het zet me wel aan het denken.” Lijken jullie op elkaar? “Jordi was altijd wat rustiger en slimmer dan ik, heeft ook de havo afgerond. Hij is meer een jongen die eerst denkt en dan doet. Ik deed alles gewoon zonder na te denken en dan zag ik daarna wel waar het schip strandde.” Jordi kon ook wel een potje voetballen, toch? “Gerrit heeft ook weleens bij een wedstrijd van hem gekeken. Hij heeft ooit tegen Jordi gezegd: ‘Zaterdag mag je meedoen met een proeftraining bij PSV.’ Jordi antwoordde dat hij die dag al moest trainen bij Alliance.” Lachend: “En tot op de dag van vandaag heeft hij daar spijt van. Ik weet niet of Jordi het zo ver had geschopt als ik, maar hij had zeker het betaald voetbal kunnen halen.” Jordi heeft nog een ander talent, is heel muzikaal en bekend als rapper Jozo. “Jordi kan uit het niets freestylen. Dan geef je hem een woord en vervolgens komt er een heel liedje uit. Heel knap.” In 2017 brak hij door met artiesten Bizzey en Kraantje Pappie met het nummer Traag. Hij werd ineens bekend bij het grote publiek. “Tegen mijn moeder zeiden ze altijd: ‘Jongens willen twee dingen worden: muzikant of voetballer. Jij hebt ze allebei.’ Dat beseft mijn moeder ook heel goed. Die periode van zijn doorbraak was mooi, maar ook wel apart. Ineens kreeg hij heel veel aandacht. Als we op de kermis liepen, kon hij geen stap zetten zonder dat iemand een foto van hem wilde maken. Hij werd steeds aangesproken. Dat vond ik mooi om te zien, hij kreeg de waardering die hij verdiende.” En nu sta jij op de kermis handtekeningen uit te delen... Lachend: “Klopt. In de coronaperiode had Jordi het als artiest wat moeilijker, qua werk maar ook persoonlijk, maar hij probeert zijn rapcarrière nu weer op te pakken.” Hebben jullie de ambitie om samen ooit een nummer te maken? “Misschien een keer voor de lol, maar van mij hoeft dat niet per se, hoor.” Lachend: “Ik kan het beter bij voetballen houden.” Giannis Antetokounmpo “Onlangs heb ik de film Rise over het leven van Giannis Antetokounmpo gezien. Hij heeft een bijzonder levensverhaal. Schokkend, maar ook inspirerend. Zijn ouders zijn gevlucht uit Nigeria en in Griekenland terechtgekomen. Daar waren ze illegaal, ze zijn er zo ongeveer weggepest. Als kind verkocht hij zonnebrillen op straat, tot hij op een basketbalveldje bij Athene werd ontdekt en zo de NBA is ingerold.” Giannis speelt bij Milwaukee Bucks, werd in 2021 NBA-kampioen en verkozen tot meest waardevolle speler, maar ze hebben nog drie succesvolle basketballende zoons waarvan er twee ook in de NBA uitkomen. “Met alle risico’s van dien zijn ze, puur uit liefde voor de sport, gaan basketballen. Er hoeft maar één familielid voldoende vertrouwen te geven aan een kind, dan zie je wat dat kan opleveren. Dat is bij mij uiteindelijk ook gebeurd.” Het was voor de familie van Giannis moeilijk om als illegalen in Griekenland de eindjes aan elkaar te knopen. Ze hielden zich vooral gedeisd omdat ze bang waren dat de buren de politie op hen af zouden sturen als ze te veel lawaai zouden maken. “Gelukkig hadden wij geen last van mensen die ons probeerden weg te pesten. We woonden in een buurt waar mensen van uiteenlopende culturen woonden: Marokkanen, Afrikanen, Turken. Maar ik heb wel te maken gehad met racisme, hoor. Dat zat hem in kleine dingetjes. Als we aan het voetballen waren, dan werd er ook weleens geroepen dat ik vanwege mijn huidskleur niet werd gekozen of mocht meedoen.” Giannis wilde tot zijn dertiende liever profvoetballer worden. Ronaldo en Messi waren zijn grote voorbeelden. Had jij geen omgekeerde ambities, wilde jij niet liever basketballen? “Nee, ik heb nooit gebasketbald, wilde altijd al voetballen. Ik werd ook vroeg gescout, dan is het ook makkelijker om daar vol voor te gaan.” Roger Schmidt “Roger Schmidt is degene die mij echt de kans heeft gegeven, onder hem kwam ik in de basis te staan. Ik heb veel van hem geleerd afgelopen seizoen. Hij leerde me om meer lak te hebben aan dingen, om met ‘schijt’ te spelen. Om verdedigend meer door te dekken en mijn eigen duels te winnen. En om naar voren te kijken. ‘Met alleen de bal breed spelen, kom je niet bij het Nederlands elftal terecht,’ zei de trainer altijd, ‘speel met lef en durf risico te nemen, wees niet bang om fouten te maken.’” Al op je achttiende maakte je je debuut in de eredivisie onder coach Mark van Bommel. Na je debuut heb je nog anderhalf jaar gependeld tussen het eerste elftal en Jong PSV. “Op een dag dat we twee trainingen hadden, en met de eerste training om half één klaar waren, moest ik rennen naar de andere kant van het trainingscomplex om te douchen in de kleedkamer van Jong PSV en om me om één uur weer te melden voor de lunch. Dat is hier altijd de regel geweest: als je van Jong PSV komt en je zit nog niet vast in het eerste elftal, dan moet je op het jeugdcomplex douchen. In het begin was ik daar helemaal oké mee. Maar hoe langer het duurde, des te vervelender het werd. Andere jongens mochten wel in de kleedkamer bij het eerste blijven, ik niet. Dat ging in mijn hoofd rondspoken. Waarom ik niet, vroeg ik me af. Mentaal was het een lastige periode. Gerrit, mijn moeder en mijn oom hielpen me in die tijd. Toen Mark van Bommel werd ontslagen en Ernest Faber hem opvolgde als interim-trainer, veranderde de situatie gelukkig en zat ik vast bij het eerste elftal.” Rechtsback was altijd jouw favoriete positie, maar onder Schmidt kwam je centraal achterin te staan en speelde je jezelf nog meer in de kijker. “Ik heb ook aanvallende kwaliteiten en hou ervan om mee naar voren te gaan en voorzetten te geven. Dat kan ik vooral als rechtsachter laten zien, en als centrale verdediger wat minder. Maar uiteindelijk kies ik wel voor centraal achterin, hoor, dan kan ik een nog belangrijkere rol spelen.” Je maakte dit jaar ook je eerste goal voor PSV in de wedstrijd tegen RKC, won de beker en de Johan Cruijff Schaal en debuteerde in het Nederlands elftal. “Het is een gek jaar geweest. Het eerste half jaar zat ik op de bank. Na de winterstop is het heel hard gegaan. Vooral bij het Nederlands elftal had ik wel even een ‘wow-momentje’. Ik vind het moeilijk om stil te staan bij dat soort momenten, omdat ik iedere keer opnieuw moet presteren.” Louis van Gaal In maart werd je voor het eerst opgeroepen voor het Nederlands elftal. “Ik vond het spannend. Ik kwam voor het eerst bij de grote jongens terecht. Toen ik binnenkwam, was Virgil van Dijk de eerste die ik zag. Naast hem zat de bondscoach, dat was toch wel even schrikken.” Jij dacht: ik keer nu om? Lachend: “Zij zagen mij al, dus ik kon niet meer vluchten. Ik liep op Virgil af en gaf hem een hand, daarna de trainer. De trainer hield mijn hand best lang vast en bleef me aankijken, ik werd een beetje ongemakkelijk. Hij zei dat hij blij was met mijn komst, en dat hij zin had in de interlandperiode. Ik zei dat ik er ook zin in had. Hij zei dat hij me had geselecteerd om mijn opbouwende kwaliteiten.” 'Van Gaal hield mijn hand best lang vast en bleef me aankijken. Ik werd een beetje ongemakkelijk. Hij zei dat hij blij was met mijn komst' Op 8 juni maakte je je debuut tegen Wales. Je kreeg flinke kritiek van Louis van Gaal, hij zei: ‘Deze jongen kan veel beter, maar er zit stress op.’ “Op tv kunnen zulke uitspraken misschien heel hard overkomen, maar hij zei hetzelfde ook tegen mij. Hij vertelt eerlijk wat hem niet bevalt, maar hij roept nog harder wat hij wel goed vindt. Als ik in een training een goede bal geef, roept hij meteen met heel veel beleving dat het heel goed is. Dat kan ik ontzettend waarderen. Bij Louis van Gaal is het heel duidelijk wat hij van je verwacht. Als je daar niet aan voldoet, dan hoor je het, maar als je het wel goed doet, dan hoor je dat nog vaker.” Hoe kijk je zelf terug op je debuut? “Ik was trots dat ik mijn debuut mocht maken, maar natuurlijk was ik ook teleurgesteld in mijn spel. Ik voelde me rustig voor de wedstrijd, maar misschien was er toch een beetje stress ingeslopen. In het veld merkte ik ook wel dat ik niet echt mezelf was. Als ik er in september weer bij zit, wil ik me van mijn beste kant laten zien en bewijzen dat mijn mindere spel eenmalig was.  Ik heb ervan geleerd, ben er sterker uit gekomen en weer beter geworden. Ik ben er niet bang voor dat zoiets weer zal gebeuren.” [caption id="attachment_19125" align="alignnone" width="2560"] Jordan en Louis van Gaal[/caption] Memphis “Als kleine jongen keek ik tegen Memphis op. Hij heeft een mooie carrière bij PSV gehad, en nu speelt hij bij Barcelona. Mooi om te zien hoe hij gegroeid is, hij heeft het goed gedaan.” Hoe helpt Memphis de jonge jongens bij het Nederlands elftal? “Na mijn debuut was hij een van de eersten die me op mijn schouder tikte en zei: ‘Het is niet erg, het komt goed, blijf strijden.’ Die steun helpt. Dan merk ik dat zij ook gewoon mensen zijn die ooit hetzelfde hebben meegemaakt.” Hoe is jullie band? “Bij het Nederlands elftal praten we ook over veel andere dingen dan over voetbal, vooral over het geloof. Voor een wedstrijd bidden we samen met wat andere jongens, onder wie ook Cody, in het hotel. We geloven erin dat het ons versterkt, als mens en als voetballer, en dat het bij ons het beste naar boven haalt. Memphis neemt dan het woord en spreekt voor ons allemaal.” Welke inspiratie haal jij zelf uit de Bijbel? “Dat iedereen een eigen pad bewandelt. Soms zie je mensen links of rechts van je sneller gaan dan jij. Dan kun je al gauw denken: waarom zij wel, en ik niet. Maar iedereen heeft zijn eigen pad en zijn eigen hordes, het is het beste om je op jezelf te focussen, je hebt toch geen invloed op wat links of rechts van je gebeurt.” Wat vind je van Memphis als speler? “Hij is natuurlijk een geweldige speler, maar ik vind hem vooral een mooi persoon omdat hij zich durft uit te spreken. Soms kan dat dan misschien shocking zijn of niet politiek correct, maar ik vind het mooi dat hij zich toch uitspreekt en dichtbij zichzelf blijft. Ik wil ook zoals Memphis zijn: dichtbij mezelf blijven en niet altijd politiek correcte antwoorden geven.” Ruud van Nistelrooij “Ik heb de trainer niet meer zien spelen, was net te jong toen hij een ster was. In die tijd hadden wij thuis ook geen commerciële televisie en buitenlandse kanalen, alleen de publieke zenders.” Wat is je eerste indruk van hem als trainer van PSV? “In de zomer is hij vooral bezig geweest om zijn manier van spelen bij ons te implementeren en tot nu toe bevalt mij dat wel. We werken aan een 4-3-3-systeem met de punt naar achteren, we oefenen tijdens trainingen veel op looplijnen. Als verdediger verandert er voor mij niet heel veel. De trainer is heel duidelijk naar de spelersgroep, zegt wat hij van ons verwacht in het veld, maar ook erbuiten. Vorig jaar was het allemaal wat vrijer, deze trainer wil het wat gedisciplineerder hebben. Dat zijn dingen als wat vaker met elkaar eten, ook samen ontbijten.” Hebben jullie al naar elkaar uitgesproken dat dit echt het seizoen moet zijn waarin de landstitel gepakt gaat worden? “We beseffen dat we met deze spelersgroep kampioen moeten worden.” Wat zijn je persoonlijke doelen? “Natuurlijk wil ik kampioen worden. Ik wil minder tegengoals dan vorig jaar krijgen, en ik wil naar het WK. Het WK zal een heel belangrijke stap in mijn carrière worden.” Denk jij ook al aan een transfer naar het buitenland? “Daar ben ik nog niet mee bezig, maar als ik ieder jaar laat zien wat ik in me heb en hard blijf werken, dan komt het buitenland vanzelf. Ik kan niet ontkennen dat ik Barcelona altijd al een heel mooie club heb gevonden.” Helden Magazine 63 Het verhaal van Jordan Teze komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop en maakt Davy Klaassen zich op voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Joey Veerman en Henk Veerman

Opvallende verschijningen. Volendammers en tot begin dit jaar [...]
Opvallende verschijningen. Volendammers en tot begin dit jaar ploeggenoten bij Heerenveen. Nu gaan ze elk hun eigen weg. Henk Veerman (31) vertrok naar FC Utrecht, Joey Veerman (23) maakte de overstap naar PSV. Maar uit het oog is zeker niet uit het hart. Een gesprek met Veerman & Veerman over vriendschap en met vallen en opstaan de top bereiken. De vroege voorjaarszon verlicht de haven: Volendam op z’n mooist. Henk Veerman en Joey Veerman poseren in alle rust op de visserskotter VD64 en onder de gesloten visafslag, een Volendams monument. Waar de veilingmeester zwijgt, zitten Henk en Joey nooit om een praatje verlegen. Ze zijn spraak­ makend, mét en zonder bal. Als tandem zorgden ze voor vermaak in Heerenveen, maar begin dit jaar scheidden hun we­ gen. FC Utrecht en PSV beleefden meteen plezier aan de spits en de middenvelder, hoewel Henk geblesseerd raakte en diens hoop is gevestigd op ‘knallen in de play­offs’. Joey: 'We heten allebei Veerman, komen uit hetzelfde dorp, maar zijn geen familie van elkaar. Daar snappen ze nu bij PSV ook niks van' De fotograaf spot immense klompen. Ze herinneren aan his­torische tijden, dat de vissersvloot 258 botters telde en je in de haven over de schepen kon lopen. Uiteraard heeft de pandemie de bedrijvigheid in de Volendamse haven geen goed gedaan. Toch komen mensen graag (terug) naar dat speciale stukje Nederland, dat nog iets van authenticiteit uitstraalt. Kleder­ dracht en paling zijn schaars, maar een wandeling over de dijk geeft je nog het gevoel dat je even ‘in vroeger’ loopt. Het uitzicht is magistraal. Volendam. Was en is muziek, met The Cats, BZN, Jan Smit, Nick & Simon, de 3JS, zangeres Mell. De handballers meervoudig landskampioen, zwem­ mer Luc Kroon, kogelstootster Jessica Schilder en turnster Sanna Veerman bestormen de wereldtop. En de voetbalclub is roemrucht, alsmede haar exponenten, Gerrie & Arnold Mühren, Wim Jonk. Maar het mediageniek zijn heeft ook een andere kant. Volendam haalt snel de headlines – waarbij een beetje framing de mensen niet vreemd is – en het dorp gaat bijvoorbeeld al een tijdje gebukt onder de problematiek rond drugs­ en gokverslaving (op voetbalwedstrijden). Cultheld Henk Slechts een paar honderd meter achter de dijk proberen hoofdtrainer Wim Jonk en de plaatselijke FC na dertien jaar terug te keren naar de eredivisie. Terwijl Jonk en zijn staf nieuwe voetbalgeneraties Schilder, Tuyp, Zwarthoed, Tol, Molenaar, Plat en Mühren aan het opleiden zijn, doen de huidige rolmodellen Joey en Henk Veerman zich te goed aan een visje. Waar Joey op zijn vierde al brabbelde over profvoetballer worden in het eerste van Volendam, daar legde Henk een omweg af, vol hobbels, twijfels, verdriet en veerkracht, richting het betaalde voetbal. De puber Henk sloeg een lichting over in de oplei­ding van FC Volendam, maar groeipijnen brachten hem terug in de eigen leeftijdscategorie. “Een talent met een grote mond, zo werd ik gezien. Omdat niet werd nagekomen wat werd beloofd en ik zei er bovendien iets van dat de trainer te streng was.” Net als zijn ploeggenoot Jan Schilder. Gezamenlijk keerden ze terug naar het naastgelegen RKAV, de plaatselijke amateurtak. “Mijn droom ging destijds kapot.” Henk werd schilder in het dagelijks leven, trad naderhand vervroegd toe tot de zondagselectie, dat vierde klasse speelde. Als centrale verdediger. “Ik werd daar aanvankelijk ook als lastige jongen beschouwd. Dan ga je twijfelen: denk ik nou zoveel van mezelf? Nee. Ik wilde gewoon ontzettend graag en was toen al geen speler die alleen ‘ja’ en ‘amen’ zei. Na enkele gesprekken werd ik geaccepteerd en gewaardeerd.” Uit nood werd hij een keer in de spits gezet en... Henk scoorde aan de lopende band. Op 2 november 2009 vierde hij met de zondag­1 een periodefeestje. Zijn kameraad en werkmaatje Jan Schilder, speler bij de A1, zat ook in de kan­tine en verdween ineens. ‘Dag goede vriend,’ las Henk even later op zijn telefoon. “Hij zag geen oplossing meer,” blikt Henk terug. De destijds al heersende problematiek leidde bij Jan tot het besluit zijn leven te beëindigen. Henk had hem nog geprobeerd ervan te weerhouden. Maar hij werd ‘weggedrukt’. “Ik moest niet meer bellen, dan zou hij weer vertrouwen in het leven krijgen, berichtte hij... Mijn wereld stortte in, ook die van zijn familie en vrienden. Ik sloot mezelf aanvankelijk op in mijn kamer.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Joey en Henk Veerman komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jill Roord: Leeuwin uit een voetbalgezin

FC Twente, Bayern München, Arsenal en VfL Wolfsburg. Jill [...]
FC Twente, Bayern München, Arsenal en VfL Wolfsburg. Jill Roord (24) heeft al heel wat topclubs achter haar naam staan. Sinds haar zeventiende maakt de middenvelder deel uit van de Oranjevrouwen, toch heeft ze lang op een basisplek moeten wachten. We nodigden Jill uit in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij David Leeuw met zijn gezin door Abraham van den Tempel. “Ik vind dit een van de mooiste familieportretten in het Rijksmuseum,” zegt rondleider Robert Uterwijk over David Leeuw met zijn gezin, geschilderd door Abraham van den Tempel. “Ze zijn zo mooi geportretteerd, dat je bijna een spel kunt spelen: wie lijkt het meest op vader en wie op moeder? Oranjeleeuwin Jill Roord kijkt aandachtig en knikt bevestigend. Robert vervolgt: “Op het schilderij zien we links David Leeuw, hij is de vader van het gezin. Hij is getrouwd met Cornelia Hooft en ze hebben samen vijf kinderen: Maria, Pieter, Cornelia, Weyntje en Suzanna. Op het schilderij zie je een aantal voorwerpen terugkomen die te maken hebben met muziek, onder meer een liedboek, een viola da gamba en een klavecimbel. Muziek is een symbool van harmonie, met het portret wil David laten zien: mijn gezin is een en al harmonie en daarom kunnen we samen muziek maken. De groeiende rozentak in het midden van het schilderij laat zien dat er volop liefde aanwezig is. Een liefdevol en harmonieus gezin dus.” Tattoo Jij komt ook uit een liefdevol en harmonieus gezin en hebt twee broers. Kun je de band omschrijven die jullie hebben met elkaar? “We zijn heel hecht met z’n vijven. Samen met m’n oudere en jongere broer heb ik ook een tattoo, met de tekst ‘DaJiBo’. Dat zijn de eerste twee letters van onze voornamen, mijn broer heet Davy en broertje Boyd. Wij hebben ook zeker weleens ruzie, het kan knallen bij ons thuis. Onze karakters komen overeen, we zijn alle drie erg dominant. Gelukkig is het vijf minuten later ook vaak weer goed.” 'Mijn vader leeft erg mee. Soms is dat ook lastig. Toen ik jonger was, zei hij het ook gewoon als ik slecht had gespeeld. De tranen rolden soms over m'n wangen' Je komt uit een echte voetbalfamilie. Je vader René is profvoetballer geweest bij FC Twente. Hoe is dat voor jou? “De band met mijn vader is heel speciaal. Hij leeft heel erg mee. Soms is dat ook lastig. We hebben na iedere wedstrijd contact hoe het is gegaan. Meestal delen we dezelfde mening over mijn spel. En als ik een keer een mindere wedstrijd heb gespeeld, weet ik dat zelf ook wel. Mijn vader benoemt dat dan nog een keer en kan er de dag erna weer over beginnen. Daar kan ik dan wel chagrijnig van worden. Nu kan ik er beter mee omgaan dan vroeger. Toen ik een jaar of acht was, zei hij het ook gewoon als ik slecht had gespeeld. De tranen rolden soms over m’n wangen. Hij spaarde me niet. Maar ik weet zeker dat het me heeft geholpen, het heeft me hard gemaakt.” Was het al vroeg duidelijk dat jij het meeste talent had van de drie? “Volgens mijn ouders wel. En los daarvan: ik wilde het ook heel graag. Als kind leefde ik al voor het voetbal, ik was er een beetje door geobsedeerd. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik: jeetje, je was een kind, rustig aan. Davy en Boyd hadden die mentaliteit niet.” Wordt er thuis ook weleens níét over voetbal gepraat? Lachend: “Meestal gaat het over voetbal. Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ik het ook fijn vind om het er juist even niet over te hebben als ik bij m’n ouders ben. Dat moet ik dan wel expliciet aangeven, vooral m’n vader begint er al snel over. Ik woon en speel in Wolfsburg, alles draait daar al om voetbal. Het is fijn als thuis ook echt even thuis is, zonder dat het altijd over dat spelletje gaat.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jill Roord komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt als laatste een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Kiki Bertens en Marit Bouwmeester: Mama’s in spé

Kiki Bertens (30) en Marit [...]
Kiki Bertens (30) en Marit Bouwmeester (33) behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad. Tennisster Kiki stond in 2019 vierde op de wereldranglijst en was daarmee de hoogst genoteerde Nederlandse speelster ooit. Zeilster Marit won olympisch goud, zilver en brons en werd al vier keer wereldkampioen. Nu staan ze voor een nieuwe uitdaging: ze worden allebei moeder in april. “Weten jullie al wat het wordt, Kiki?” vraagt Marit Bouwmeester. “Voordat ik zwanger was dachten we altijd dat een meisje heel leuk zou zijn. Maar eenmaal zwanger hadden we meteen het gevoel: dit is een jongen. En dat klopte,” antwoordt Kiki Bertens. Marit: “Wij hadden ons ingesteld op een jongetje. Ik zag mezelf ook altijd al als jongensmoeder. Maar het wordt een meisje.” In Hotel Des Indes in Den Haag ontmoeten Kiki en Marit elkaar. Kiki is op dat moment ruim 33 weken zwanger, Marit dertig weken. “Ik dacht dat ik snel zwanger was, meteen na de Spelen in Tokio,” zegt Marit, “maar volgens mij was jij er nóg sneller bij.” Kiki, lachend: “Ik ben inderdaad tijdens de Spelen al zwanger geraakt, in Tokio speelde ik mijn laatste toernooi. Ik had het idee om na mijn tenniscarrière nog even te doen wat ik wil, en lekker van een wijntje te kunnen genieten. Dat liep even anders.” Marit: “Ik ben meteen na de Spelen in Tokio zwanger geraakt. Van vriendinnen hoorde ik dat ik mijn menstruatiecyclus moest gaan bijhouden in van die zwangerschapsapps. Ik vond dat een beetje geforceerd, dus ik dacht: het komt zoals het komt. Mijn vriend Diederick zei na een paar weken: ‘Ik heb het idee dat je al zwanger bent, want je kunt geen beslissing meer maken. Doe maar een test.’ Die was positief. De verloskundige vroeg later wanneer ik voor het laatst ongesteld was geweest, maar dat was een jaar geleden. Ik had een laag vetpercentage, trainde veel, mijn menstruatie bleef vaak uit, dus ik had wel twijfels. Kon ik überhaupt wel kinderen krijgen? Toen ging de verloskundige kijken hoe ver ik was. Ze rekenen altijd twee weken extra, die krijg je er dus gratis bij, waardoor de eerste dag van mijn zwangerschap midden in het olympisch toernooi viel.” Lachend: “Mijn vriend wist dat niet en zei: ‘Marit, moet je mij iets vertellen?’” Kindercrèche Kiki: “De wens om zwanger te worden had ik al tijdens mijn carrière. Ik was tante, mijn oudste zus heeft een zoontje en dochtertje, mijn jongste zus een dochtertje. Ik vond al die kinderen om me heen zo leuk. Mijn man Remko en ik hadden het er al langer over dat we ook graag ouders wilden worden.” Marit: “Mijn zus heeft een zoontje van twee. Zo’n kleintje in de familie brengt zoveel liefde. Ik heb ook altijd moeder willen worden, dat gevoel ontstond niet pas toen mijn zus moeder werd, hoor. Ik vond mijn leeftijd wel een dingetje. Na Tokio wilde ik sowieso nog door tot de Spelen van Parijs, maar ik wilde ook voor mijn 36ste proberen zwanger te worden. Ik dacht altijd dat ik moest kiezen tussen mijn sport of kinderen. Tot ik dacht: als ik snel zwanger raak, kan ik het misschien proberen te combineren... Ik was ook bezig met de vraag wat ik zou doen als ik dit jaar niet zwanger zou worden. Zou ik dan voor mijn sport kiezen of toch voor kinderen? Of zou ik mijn eitjes laten invriezen? Gelukkig hoefde ik die keuze niet te maken. Ik ga het zeilen met het moederschap proberen te combineren. Als dat daadwerkelijk lukt, is het een droomscenario. Ik ben zelf altijd in sportkantines opgegroeid. Dat is mijn referentiekader. Die kleine moet gewoon lekker mee de wereld over. Tijdens de volgende Spelen zal ze pas twee jaar zijn, nog superklein.” Kiki: “Bij mij speelde leeftijd geen rol. Ik koos bewust eerst voor mijn sport, maar ik zag mezelf niet tot mijn 35ste doorgaan. Ik zag veel collega-tennissters om mij heen moeder worden. Op een gegeven moment was het in de players lounge een soort kindercrèche. Tennis is een groot onderdeel van mijn leven geweest, maar er is zoveel meer. Ik zag mezelf thuis met mijn gezin, en wilde die kleine niet overal mee naartoe slepen. En wat jij zegt, gold natuurlijk ook voor mij: ik wist niet wat al die jaren topsport met mijn lichaam hadden gedaan. Ik hoorde geregeld verhalen van vrouwen bij wie het heel lang duurde voor ze zwanger raakten. Dat het zo snel zou gaan, hadden we nooit verwacht." Oogkleppen Kiki kende gloriejaren als tennisster. Ze bereikte in 2016 de halve finale van Roland Garros, haar beste resultaat op een Grand Slam-toernooi. Ze won tien WTA-titels, waaronder die van Cincinnati en Madrid en bereikte de halve finale van de WTA Finals in 2018. In mei 2019 klom ze naar de vierde plaats op de wereldranglijst, daarmee werd ze de hoogst genoteerde Nederlandse tennisster ooit. Marit: “Toen ik hoorde dat jij zou stoppen, dacht ik: nee, wat zonde, jij bent echt Hollands trots. Het is zo knap was je allemaal hebt bereikt.” Kiki: “Ik ben nu pas trots op wat ik heb bereikt. Tijdens mijn carrière dacht ik nooit na over mijn prestaties. Nu denk ik: hoe heb ik dit al die jaren volgehouden? Mijn prestaties doen me nu veel meer dan toen ik nog tenniste. Toen ik er midden in zat, dacht ik altijd aan het volgende toernooi en dat het nog beter moest. Nu weet ik pas: ik heb er alles uitgehaald.” Sinds die halve finale op Roland Garros veranderde er veel. Kiki stond ineens in de schijnwerpers. “Ik weet dat media-aandacht erbij hoort, maar van mij hoefde dat allemaal niet echt. Natuurlijk was het leuk dat er mensen op de tribune zaten en van een mooie wedstrijd konden genieten, maar ik was er ook altijd mee bezig wat ze dan van me vonden. Ik heb altijd gedacht: laat me lekker mijn ding doen, laat me met rust. Maar zo werkt het helaas niet. Het altijd maar moeten presteren heb ik heel pittig gevonden.” De mentale druk werd Kiki geregeld te veel. “Tennis is een zware sport, je verliest iedere week. In mijn beste jaar heb ik vier toernooien gewonnen, maar de overige dertig weken verloor ik. Iedere week heb je te maken met teleurstellingen.” Remko de Rijke, niet alleen de echtgenoot van Kiki, maar ook haar voormalige fysieke trainer, luistert van een afstandje mee en beaamt: “Voor Kiki was die druk een lijdensweg.” Kiki knikt: “Het was stressvol. Ik heb met grote oogkleppen op geleefd, had niet helemaal door wat er om mij heen gebeurde. Ik deed iets waar ik honderd procent voor ging, zocht altijd verbeterpunten en leefde op de automatische piloot. Dat veranderde door de coronapandemie, toen ik ineens vier maanden thuis kwam te zitten. Toen dacht ik pas: er is meer in het leven, ik hoef niet elke dag te trainen. De laatste twee jaar heb ik een stuk meer genoten dan de jaren ervoor. Ik heb echt mijn weg moeten vinden in het tennis en pas de laatste twee jaar geleerd dat het heel hard werken was, maar dat het ook leuk kon zijn en ik ook ontspanning kon vinden op de tour. Maar die stress bleef, hoor. Dat die mentale druk nu is weggevallen, vind ik zo fijn.” In het laatste jaar van Kiki’s carrière stribbelde ook haar lichaam tegen. Een slepende achillespeesblessure eiste haar tol. “Ik koos voor een operatie, wilde proberen terug te komen zonder pijn. Ik ben blij dat ik dat nog heb gedaan. De eerste periode ging het ook een stuk beter. Tot die pijn weer begon te sluimeren. Ik wilde niet ten koste van alles doorgaan, maar alleen als ik het idee had dat ik meer kon bereiken dan ik had gedaan. Maar ik wist dat ik minimaal een jaar nodig had om fysiek weer helemaal de oude worden, dat zag ik niet meer zitten.” Na Roland Garros in 2021 besloot ze te stoppen, de Spelen in Tokio zou haar laatste toernooi zijn als proftennisser. “Vijf minuten na mijn verlies op Roland Garros zei ik: ik kap ermee. Natuurlijk had ik dat weleens eerder geroepen na een verliespartij, maar de volgende dag dacht ik er dan anders over. Toen bleef dat gevoel hangen. Remko en ik zijn er een paar dagen tussenuit gegaan. Ik heb een lijstje gemaakt met alle voors en tegens. Op het lijstje met argumenten om door te gaan, stonden maar twee dingen. Ik had toch ergens nog de hoop dat ik nog beter zou kunnen, dat ik een Grand Slam-titel zou kunnen winnen. Maar als ik reëel ging kijken, wist ik: het is mooi geweest. Toen ik eenmaal had besloten te stoppen, was Remko nog blijer dan ik. Hij wilde absoluut niet dat ik zou stoppen voor hem, maar het was ook voor hem een opluchting. Hij reisde de laatste jaren altijd met me mee naar toernooien. Is inmiddels 35, en wilde ook graag kinderen.” Remko: “We hebben ver in het rood doorgezet. Het was genoeg. Maar dat antwoord moest van Kiki zelf komen.” Tennisarm Marit: “Ik vind die mentale druk juist mooi. Op grote evenementen als de Spelen krijg ik er zo’n adrenalinekick van. Dat is waar ik het voor doe, ik krijg er het gevoel van dat ik leef. Ik hou van dat gevoel van stress, ben er zelfs een beetje verslaafd aan. Daarom wil ik ook graag door. Ik geniet er ook nog heel erg van.” Marit won haar eerste van de tot nu toe vier wereldtitels in 2011. Een jaar later won ze zilver op de Spelen in Londen. Vier jaar later pakte ze in Rio olympisch goud. In Tokio, afgelopen zomer, voegde ze er olympisch brons aan toe. Kiki: “Ik heb altijd met heel veel bewondering naar jou en je prestaties gekeken. Hoewel ik je niet persoonlijk kende, hield ik je altijd in de gaten. In jouw sport ben je een van de grootste.” Marit: “Voor 2012 had ik een heel extreme Engelse coach. Mark Littlejohn wilde dat ik presteerde zonder slaap, en had allerlei andere extreme trainingsmethoden. Het was te geforceerd. Hij zette me aan de kant omdat ik in 2012 op de Spelen geen goud, maar zilver had gewonnen. Uiteindelijk leerde ik onder een nieuwe coach: als ik happy ben met wat ik doe, dan komt het resultaat vanzelf.” Ook in aanloop naar de Spelen in Tokio domineerde Marit haar klasse, ze werd onder meer wereldkampioen. “Ik was vier jaar lang superdominant. In 2020 was ik echt de allerbeste. Van het laatste coronajaar heb ik veel spijt. We hadden iedere keer te maken met wedstrijden die verschoven werden. Ik ben continu door blijven trainen, heb geen rust genomen en liep toen een armblessure op.” Lachend: “Een tennisarm. En ik tennis niet eens! Ik ben er tweeënhalve maand mee bezig geweest. Op de Spelen had ik een goed niveau, maar ik miste wedstrijdritme.” Hoewel Marit de komende maanden voor heel andere uitdagingen staat, lonken de Spelen van Parijs. “Ik zie het krijgen van een kleine als een nieuwe, geweldige uitdaging voor persoonlijke groei. In 2012 moest ik groeien omdat mijn coach niet met me verder wilde. Ik moest van een afhankelijke atleet veranderen in een onafhankelijke. Straks gaat die kleine mij ongetwijfeld lessen leren, zal ik moeten leren meer te relativeren." "Kiki: ‘Ik hoorde geregeld geroezemoes: ‘Is dat Kiki Bertens? Die is wel flink dikker geworden, je kunt wel zien dat ze gestopt is.’ Ik dacht: ja hallo, ik ben zwanger!" Alter ego Terug naar het moment dat ze ontdekten dat ze in verwachting waren. “Wij zouden een weekendje naar Amsterdam gaan met mijn zusje en haar vriend,” zegt Kiki. “Die ochtend besefte ik ineens dat ik de week daarvoor al ongesteld had moeten worden. Ik vertelde het Remko, kocht een test en ja hoor. Mijn zusje en zwager dachten: we gaan gezellig met elkaar wijntjes drinken en vieren dat Kiki is gestopt met tennis. ’s Middags zei mijn zusje al: ‘Kom, we nemen er eentje.’ Dat ging de hele avond zo door. Remko zei op een gegeven moment: ‘Kappen nou, we zijn bezig met zwanger worden, als we voorbij de tien weken zijn, horen jullie het wel.’ Na de eerste echo bij de verloskundige, toen ik tien weken zwanger was, hebben we het op de verjaardag van mijn zus aan de hele familie verteld. Remko was bang dat het tussendoor fout zou gaan. Ik heb het pas veel later op Instagram gepost. Dat vond ik best een ding. Het was dan niet meer mooi nieuws van ons samen, maar ook van de buitenwereld. Toen we op vakantie waren op Curaçao hoorde ik geregeld achter mij geroezemoes: ‘Is dat Kiki Bertens? Die is wel flink dikker geworden, je kunt wel zien dat ze gestopt is.’ Dat vond ik zo vervelend. Ik dacht: ja hallo, ik ben zwanger! Ik voelde me al ellendig, mijn lichaam was aan het veranderen en ik was zo ontzettend misselijk. Toen dacht ik: nu moet de buitenwereld het weten. De reacties waren heel leuk. Veel tennissters reageerden en feliciteerden me, via Instagram en WhatsApp. De laatste twee jaar hadden we zo’n leuke groep meiden op de Tour. Natuurlijk ging het op de baan hard tegen hard, maar erbuiten was het gezellig en relaxed, met Ashleigh Barty, Julia Görges, de Belgische meiden en natuurlijk ook die uit Nederland. Ook mijn team wist hoe graag wij kinderen wilden. Mijn coach Elise Tamaëla wist al vrij snel dat ik zwanger was, wij zijn nog steeds heel close, maar ook mijn oude coach Raemon Sluiter reageerde heel leuk op het nieuws.” Marit: “Ik heb mijn zus als eerste gebeld. Ik had een zwangerschapstest gedaan en zei tegen haar: volgens mij heb ik twee streepjes, maar de één is heel licht. Ze zei: ‘Nou gefeliciteerd, dan ben je zwanger.’ Daarna heb ik nog zes testen gekocht om te checken of het echt wel klopte.” Kiki, lachend: “Herkenbaar. En iedere dag opnieuw een test doen, om te kijken of het nog steeds zo is.” Marit: “Wij hebben het heel vroeg verteld aan familie en vrienden. Met mijn oma ging het heel slecht, die hebben we het ook meteen verteld. Ze leeft nu nog steeds. Iedere keer als ik haar bezoek, hang ik echofoto’s op in de hoop dat het helpt. Dat ze denkt: die kleine wil ik nog wel zien. Bij mij waren de reacties van buitenaf ook positief, maar ik denk ook dat mensen wel verrast waren. Ik kom harder over dan dat ik ben. Ik heb altijd een beetje een alter ego gecreëerd: Marit de persoon en Marit de atleet. De atleet is koelbloedig en stoïcijns, heeft niet zoveel emoties. Maar voor familie en vrienden ben ik heel zorgzaam, heel anders. Zeker in de sportwereld denk ik dat sommigen wel dachten: hè, wilde Marit kinderen? Voor mijn directe omgeving was het niet zo schokkend.” Vakantiemodus Als topsporters waren ze gewend om afgetraind te zijn en kenden ze ieder spiertje in hun lichaam. Dat lichaam is afgelopen maanden flink veranderd. Kiki: “Remko zegt elke dag: ‘Wees een beetje trots op je lichaam.’ Ik vind dat nog lastig. Als ik nu in de spiegel kijk, denk ik: wat heb ik een plofkop gekregen. Mijn lichaam zou sowieso al veranderen na fulltime tennis, maar het contrast is nu helemaal groot. Ik ging van het ene naar het andere uiterste.” Marit: “Toen ik erachter kwam dat ik zwanger was, voelde ik me in het begin juist heel vrouwelijk. Ik dacht: mijn lichaam doet het nog. Omdat ik daar aanvankelijk dus twijfels over had. Ik was daar heel dankbaar voor. Mijn fysieke trainer en de sportarts doen het heel goed. Zij hebben zich helemaal verdiept in wat ik wel en niet mag doen. Maar ik herken wat jij zegt, moet ook wennen aan mijn lichaam. Mijn voeding is altijd zo afgestemd op mijn training. Nu train ik minder, maar weet ik niet precies wat ik moet eten. Ik moet ook aankomen, maar hoeveel? Het is confronterend om zwaarder te worden en mijn lichaam zo te zien veranderen.” Marit: ‘Ik zei tegen m’n zus: volgens mij heb ik twee streepjes, maar de één is heel licht. Ze zei: ‘Gefeliciteerd, dan ben je zwanger.’ Daarna heb ik nog zes testen gekocht’ Van een druk en actief leven, naar een (tijdelijk) rustig bestaan. Van zowel Marit als Kiki is het leven drastisch veranderd. Marit: “Ik leef nu een saai leven. Ik ben aan het werk, voor Sport NL Groen om de sport duurzamer te maken en voor Allianz, waar ik de lessen van de topsport probeer over te brengen op het bedrijfsleven. Het is leerzaam, maar ik mis mijn sport. Ik besef dat ik als zeilster echt een bevoorrecht leven heb.” Kiki: “Voor mij ziet iedere dag er nu hetzelfde uit. Het voelt alsof ik nog een beetje in een vakantiemodus zit. Ik ben daardoor een stuk relaxter geworden. Naast de tennisbaan was ik sowieso altijd rustiger, omdat ik dan geen last had van stress, vlak voor en tijdens een wedstrijd was ik een totaal ander persoon dan erna. Remko zegt ook dat ik veel relaxter ben geworden, veel opener naar de buitenwereld en ik sta meer ontspannen in het leven. De sport heeft me heel veel opgeleverd en als mens gemaakt tot wie ik ben. Daar ben ik blij mee en trots op. Maar het is ook heel lastig geweest. Eigenlijk heb ik trainingen en wedstrijden nooit als leuk ervaren. Ik kan nu pas zeggen dat ik tennis ook weleens leuk heb gevonden. Maar ik zit nog midden in dat proces.” Lachend: “Die zwangerschapshormonen helpen ook niet mee.” Marit: “Ik vind mezelf ook veranderd sinds ik zwanger ben. Ik wilde altijd heel erg geforceerd winnen. Nu voel ik me relaxter. Mijn carrière is al mooi. Ik doe het nu nog omdat ik het leuk vind, en het nog steeds een keer heel goed wil doen. Ik hoop dat de moeilijke dagen minder zwaar worden als die kleine er is. Dat ik makkelijker kan relativeren als ik haar koppie zie.” Keizersnede Kiki: “Ik vind het knap van jou dat jij straks weer in je boot stapt. Ik heb genoeg voorbeelden gezien van tennissters die moeder werden en weer terugkeerden aan de top. Ik heb daar veel respect voor. Voor mezelf heb ik het alleen niet zo bedacht. Ik heb het geluk dat ik op dit moment even niks moet, ik kan rust nemen. Maar ik wil in de toekomst niet alleen maar thuiszitten. Ik ga rustig nadenken over mijn ambities en hoe ik mijn leven wil invullen als die kleine er is. Hoe ik mezelf als moeder zie? Ik denk dat ik heel erg zorgzaam zal zijn, maar ik wil het denk ik ook heel goed proberen te doen, want ik ben perfectionistisch. Het wordt in ieder geval niet helemaal nieuw: in coronatijd, toen het kinderdagverblijf geregeld dicht was, was ik vaste oppas voor mijn neefje en nichtjes.” Marit: “Ik hoop dat ik die kleine net zo’n leven kan geven als mijn ouders mij hebben gegeven. Wij werden altijd positief gestimuleerd, alles kon, alles mocht. Diederick en ik hebben een gastouder gevonden die ons gaat helpen. Zij is bereid om mee te reizen met mij en de kleine. En mijn ouders zijn met vervroegd pensioen gegaan, dus ik riep al: ik weet wel wat leuks voor jullie de komende twee jaar. Ze willen ons ook helpen. Hopelijk vind ik nog een prive-hoofdsponsor die me financieel wil ondersteunen, anders zal ik een lening af moeten sluiten om het allemaal te bekostigen. Mijn geluk is dat de Spelen in Parijs gehouden worden, het olympisch zeiltoernooi zal in Marseille plaatsvinden. Dat is niet aan de andere kant van de wereld. Bovendien worden de olympische kwalificatie en het WK in Scheveningen gehouden. 'Marit: ‘Mijn ouders zijn met vervroegd pensioen gegaan, dus ik riep al: ik weet wel wat leuks voor jullie de komende twee jaar' Ik zal dus veel op en neer reizen tussen Marseille en Scheveningen. Dat is te overzien. Komende zomer zal ik al naar Marseille gaan. Ik weet niet of ik dan zelf al in mijn boot kan zitten, of in de rubberboot, dat hangt van de bevalling af. Het is belangrijk om alvast de baai te leren kennen. De verloskundige vroeg aan mij: ‘Hoe wil je bevallen?’ Mijn vraag terug was: wat is de beste manier om zo snel mogelijk terug te keren? In het zeilen gebruik ik het meest mijn buikspieren, dus een keizersnede, waarbij je buikspieren helemaal worden doorgesneden, zou funest zijn. Mijn fysieke trainer heeft er al allemaal experts bij gehaald om erachter te komen hoe ik het best kan bevallen.” Lachend: “Het gaat lekker obsessief, wat dat betreft is er nog niet veel veranderd. Het ideale scenario weten we, maar als het anders loopt, dan is het zo. Een bevalling kun je niet plannen. En één ding is zeker: Parijs worden mijn laatste Spelen, daarna wil ik meer in dienst staan van ons gezin.” Kiki: “Ik ben benaderd om in oktober in Luxemburg een invitatietoernooi te spelen en heb al toegezegd, hoewel ik altijd heb geroepen: no way, ik raak nooit meer een tennisracket aan. Ik zie het nu als een doel om weer fit te worden na mijn bevalling. Zo’n toernooi is een goede stok achter de deur. Er doen allemaal leuke speelsters mee: Kim Clijsters, Julia Görges, Ana Ivanovic, veel meiden die gestopt zijn. In oktober ga ik dus weer de tennisbaan op, maar niet voor lang, hoor.” Of Nederland in de toekomst een nieuwe Marit en een mannelijke Kiki kan verwachten? Marit: “Ik hoop niet dat ik zo’n hooliganmoeder word die haar kind te veel pusht. Ze mag doen wat ze wil, als ze ooit maar bewust gaat nadenken over wat ze wil.” Kiki: “Ik gun ons zoontje alles. Als hij wil tennissen, dan mag dat. Maar ik ben de laatste die hem een tennisracket in zijn handen drukt. Helden Magazine 61 Het van Kiki Bertens en Marit Bouwmeester komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Justin Bijlow: ‘Ik wil zo’n lief meisje-meisje’

Justin Bijlow (24) is een kind van Feyenoord. [...]
Justin Bijlow (24) is een kind van Feyenoord. Vanuit de jeugdopleiding stroomde de keeper door naar het eerste elftal. Vorig jaar maakte hij zijn debuut in het Nederlands elftal. Ook privé gaat het hem voor de wind: in juni worden hij en Dayenne Huipen voor het eerst vader en moeder van een dochter. “Wij kennen elkaar nu twee jaar, sinds het begin van de coronapandemie,” zegt Justin, terwijl hij zijn zwangere vriendin aankijkt aan de keukentafel van hun huis in Rotterdam. Dayenne: “We hebben elkaar ontmoet via sociale media, voor ons de ouderwetse manier. Ik kende jou niet, volgde je ook niet op sociale media, maar zag je voorbijkomen. Ik ben geen voetbalkenner, die voetbalfoto’s van jou zeiden mij niks. Maar ik zag jouw leuke lach op die foto’s. Jij wilde afspreken na een tijdje via WhatsApp contact te hebben gehad... Ik wilde het eigenlijk nog even afhouden. Ik had dat weekend ook al plannen, zou naar Wijk aan Zee gaan. Jij was volhardend en zei: ‘Dan kom ik ook.’ Ik dacht: dan ga ik wel even langs voor één drankje, dat kan geen kwaad. Uiteindelijk was het zo gezellig, dat we acht uur lang op het terras hebben gezeten. Het klikte meteen zo goed tussen ons. Ik had toen overigens nog steeds geen idee wie jij was. Je had me van tevoren gewaarschuwd dat je misschien herkend zou worden, maar ik dacht: wie denk jij dat je bent, ik ken jou toch ook niet? Aan het einde van de dag vroeg je: ‘Mag ik je zoenen?’” Justin: “Toch hebben we daarna even geen contact gehad. We wilden het rustig aan doen.” Dayenne: “We zeiden: als het meant to be is, komen we elkaar weer tegen. Dat was zo.” Justin: “Ik vroeg je in november mee naar het kerstdiner van mijn familie. En met oud en nieuw vroeg ik of je mijn vriendin wilde zijn, zodat ik de datum nooit zou vergeten.” 'Justin: 'Ik zat vroeger in vak V, schuin achter de goal, met een mannetje of vijftien. Na het kampioensjaar hebben we allemaal dezelfde tatoeage gezet' Dayenne: “Ik reed na werk elk weekend van Heemskerk naar Rotterdam. In maart vorig jaar gingen we samenwonen, maar ik wilde niet naar Rotterdam verhuizen voordat ik een baan had. Ik heb geleerd: als vrouw moet je voor jezelf kunnen zorgen en niet afhankelijk zijn van iemand anders. Ik werk bij een cosmetische kliniek. Daarnaast doe ik sinds mijn zeventiende modellenwerk.” Hello Baby Justin: “Ik wilde altijd al jong vader worden. Jij hield het nog een beetje af.” Dayenne: “Op de eerste date begon je daar al over. Na een paar maanden werden onze gesprekken over kinderen serieuzer, maar ik wilde nog even wachten. Mijn zwangerschap kwam een beetje onverwacht, was niet helemaal gepland. Het moest zo zijn, denk ik. Bij de eerste positieve zwangerschapstest dacht ik nog even: die is kapot. Ik heb er toen nog vijf gedaan. Daarna belde ik een verloskundige, zij was de eerste die hoorde dat ik zwanger was. Jij was op trainingskamp met het Nederlands elftal. Ik heb het je pas verteld toen je weer thuis was.” Justin: “Ik dacht: wat doet Dayenne raar? Je was chagrijnig via de telefoon. Toen ik thuiskwam, rende je naar de slaapkamer en je deed de deur dicht. Ik moest ook in de slaapkamer zijn, dus ik trok die deur open. Ik zag een ballon hangen met ‘Hello Baby’ erop.” Dayenne: “Ik wilde jouw reactie filmen, maar je stond al naast me. Justin was sprakeloos.” Justin, lachend: “Ik vroeg heel dom: huh, ben je zwanger? En sprong daarna een gat in de lucht, ik was zo blij.” Dayenne: “We kijken er allebei heel erg naar uit. De kinderkamer is inmiddels klaar. Ik wil geen fulltime moeder worden, wil ook gewoon blijven werken. We hebben drie lieve oma’s die willen oppassen.” Maaltijdsalade Dayenne: “Toen ik voor het eerst in De Kuip kwam, hing er in de hal een heel grote foto van Jus. Toen had ik pas door dat je goed was. Ik vond het in het begin best overweldigend. We gaan nog steeds iedere thuiswedstrijd met de hele familie naar De Kuip. Ik zit op de tribune met mijn schoonmoeder, zijn zus en schoonzus. Zijn vader en broer zitten in een ander vak. Na de wedstrijd gaan we met z’n allen naar boven om wat te drinken. Ik zie het meer als gezellig dan als het werk van Justin.” Justin: “Sinds je mijn vriendin bent, let je wel meer op wat je deelt op sociale media.” Dayenne knikt: “Ik ben minder impulsief geworden. De voetbalwereld is serieus, jij hebt een serieuze baan, mensen kijken altijd mee. Dat zit in mijn achterhoofd.” Justin: “Toen ik geblesseerd raakte, reageerden mensen onder jouw foto’s met: ‘Kun je niet beter voor hem zorgen?’” Justin is zo ongeveer geboren en getogen op de Rotterdamse velden. Hij startte op zijn zevende bij de amateurs, al na een halfjaar werd hij opgenomen in de jeugdopleiding. “Er moest een vaste keeper komen bij de F’jes en ik stak mijn hand op. Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat deed. Maar het ging zo goed dat ik al heel snel werd opgepikt. Als klein jongetje had ik nooit één voorbeeld. Ik keek altijd naar de beste keepers van de wereld van dat moment, Iker Casillas, Manuel Neuer, Edwin van der Sar, Marc-André ter Stegen... Naar hoe ze stonden, hoe ze handelden in bepaalde situaties, ik volgde ze in detail op het veld.” Justins talent werd ook buiten Feyenoord opgemerkt. “Bij een jeugdwedstrijd van mijn broer zei een oud-Ajax- trainer tegen hem: ‘Misschien is Justin wel wat voor ons.’ Mijn broer antwoordde: ‘Nou, dat denk ik niet. Hij wil overal spelen, behalve bij jullie.’ Mijn hele familie en vriendengroep is Feyenoord-fan. Ik denk dat ik onterfd word als ik ooit de overstap naar Ajax maak en dan ook heel wat vrienden kwijtraak.” Toch was Justin als jeugdspeler bij Feyenoord niet altijd onomstreden. “Als kind was ik veel te zwaar. Er was altijd een beetje een tweestrijd tussen de trainers. De ene helft zei: ‘Hij is goed, maar als je bij Feyenoord speelt, moet je ook topfit zijn.’ De andere helft zei: ‘Wacht nou maar tot hij gaat groeien, dan komt het wel goed.’ Dat groeien gebeurde op mijn zeventiende, toen ben ik ook op mijn voeding gaan letten. Mijn ouders waren daar niet echt in thuis en ik ook niet. Ik dacht altijd dat pasta en rijst gezond waren, zag sporters dat veel eten. Maar ik at dan meteen twee borden met rijst en dat is veel te veel, zeker als keeper. Toen ik rond mijn zeventiende geblesseerd raakte aan mijn heup moest ik drie weken platliggen. Op dat moment ben ik me enorm gaan inlezen wat voeding betreft. Ik vind koken leuk. Vaak eten we een maaltijdsalade met kip of iets Aziatisch.” Op zijn zeventiende haalde keeperstrainer Patrick Lodewijks hem bij het eerste elftal. Als derde keeper maakte hij ook het kampioenschap mee in 2016. En twee jaar later stond hij voor het eerst onder de lat onder Giovanni van Bronckhorst. “Gio stelde mij op en gaf mij veel vertrouwen. Maar ik heb het meeste te danken aan Khalid Benlahsen, mijn keeperstrainer vanaf de B1. En als ik nog twee personen mag noemen die ik dankbaar ben, dan zijn dat voormalig Feyenoord-keepers Kenneth Vermeer en Bradley Jones. Zij hebben mij enorm geholpen en mij onder hun hoede genomen. Op de eerste training nam Kenneth mij meteen mee. Ik heb met hen allebei nog steeds een heel speciale band en veel contact.” Vechtsporter “Of het een cliché is dat keepers altijd een beetje apart zijn?” herhaalt Dayenne. “Dat valt bij Justin mee, hoor.” Justin: “Ik ben wel heel erg op mezelf, hou ook niet zo van aandacht. Ik riep vroeger altijd: als ik geen voetballer word, dan wil ik een vechstporter worden. Dan ben je ook op jezelf aangewezen.” Als keeper ligt Justin iedere wedstrijd onder een vergrootglas. Dat hoort erbij. Ik vind het juist leuk om op zo’n dun koord te balanceren tussen goed en slecht. Je kunt de held zijn, of de sukkel die geen bal pakt. Dat is het spelletje en het leven van een keeper. Ik hou daarvan.” Dayenne: “Je kan wel flink balen als het beter had gekund of als je fouten hebt gemaakt.” Justin: “Ik ben heel kritisch, zelfs als ik een heel goede wedstrijd heb gespeeld, kan ik balen als ik acties van mezelf terugzie.” Dayenne: “Thuis probeer ik je gewoon Justin te laten zijn en niet Justin de voetballer. Dat vind ik belangrijk. Maar na een wedstrijd praten we wel vaak even na. Ik laat het aan jou over of je behoefte hebt om even uit te razen.” Justin: “Bij Feyenoord hebben we ook een mental coach. Ik praat daar soms mee, maar ik moet juist niet te veel met informatie bezig zijn, dan gaat het in mijn hoofd zitten. Ik moet op gevoel keepen, ben het best als je me met rust laat.” Dayenne: “Jij wil dat degene van wie je houdt blij is. De hele familie baalt als het slecht gaat en juicht als het goed is. Maar omdat ik geen voetbalkenner ben, sta ik er ook nuchterder in. Als het een keer fout gaat, denk ik: het is maar een spelletje. De volgende keer gaat het vast weer beter. Maar ik beleef het wel mee, helemaal in De Kuip.” Denk jij weleens: had Feyenoord maar niet zo’n fanatiek legioen? Justin: “Natuurlijk niet, dat is juist mooi. Ik zat er vroeger zelf ook tussen, in vak V, schuin achter de goal, met een mannetje of vijftien. Na het kampioensjaar hebben we allemaal dezelfde tatoeage gezet. Heel soms zat ik in dat kampioensjaar nog op de tribune, als vierde keeper. Dan zat ik op mijn eigen plek in vak V met mijn pak aan van Oger.” Voetbaldier Aan het begin van dit seizoen nam trainer Arne Slot het stokje over van Dick Advocaat, die op zijn beurt de ontslagen Jaap Stam had opgevolgd in oktober 2019. “Arne Slot is een heel andere trainer dan Dick Advocaat. Maar we moeten niet vergeten dat wij onder Dick van de twaalfde plek naar de derde positie klommen. Toen kwam de coronapandemie en stond de competitie stil. Als we door hadden gespeeld tot het einde, had er wat moois kunnen gebeuren. We stonden zes punten achter en moesten nog tegen Ajax en AZ, de nummers één en twee van dat moment. Wie weet wat er was gebeurd.” Het seizoen daarop ging Feyenoord als derde de winterstop in, daarna raakte de ploeg de weg kwijt. “Waar dat dan aan ligt, is moeilijk te verklaren. We hebben niet goed gespeeld, en er waren ook andere inzichten in speelwijzen. Het was sowieso een lastig seizoen, we speelden ook nog zonder publiek. Ik ben Dick juist heel erg dankbaar, hij gaf mij zoveel vertrouwen. Dick was blij met mij als keeper, dat sprak hij ook uit. Toen ik geblesseerd was aan mijn elleboog en er een stukje botgroei operatief verwijderd moest worden, zei hij tegen mij: ‘Doe wat je moet doen, zorg dat je na de winterstop fit bent.’ Dick heeft me enorm veel vertrouwen gegeven, mede door hem ben ik goed gaan keepen. Hij zei geregeld: ‘Je bent een beer van een gozer, kijk naar jezelf en sta er.’ Door Dick werd ik zelfverzekerd. Hij zat af en toe achter mijn reet aan, dat heeft geholpen. Dick kan een koud persoon zijn op het veld. Maar erbuiten is hij warm en slaat hij een arm om je heen als dat nodig is.” Onder Arne Slot kende Feyenoord dit seizoen een goede start. Er werd en wordt aan een nieuw Feyenoord gebouwd. De kritieken over het spel in de media zijn veelal lovend. Justin: “Arne is een voetbaldier en wil echt op een hoog niveau presteren. Hij is een moderne trainer, wil bijvoorbeeld de backs veel meer in het spel betrekken en let ook op ieder detail. Vanaf het eerste moment zijn we vol aan de bak gegaan in de trainingen. Iedereen was fit, we moesten er ook snel staan want de Conference League begon.” Wereldtop Na het EK van vorig jaar werd Justin voor het eerst bij het Nederlands elftal gehaald door bondscoach Louis van Gaal. Volgens voetbalkenners had hij veel eerder geselecteerd moeten worden. “Ik heb er nooit rekening mee gehouden dat ik geselecteerd zou worden voor het EK. Ik heb wel een paar keer eerder gedacht: nu zal ik toch wel bij de voorselectie zitten? Dat gebeurde niet. En toen ik er een keer bij mocht zijn omdat Jasper Cillessen geblesseerd raakte, raakte ik zelf een dag van tevoren ook geblesseerd. Ik scheurde mijn teen af. Ik wist zelf dus ook wel dat ik niet bij de EK-selectie zou zitten.” Dayenne: “Je kon best snel switchen in je hoofd, zei: ‘Nou, dan ga ik knallen bij Jong Oranje.’ Daarmee speelde je ook een EK.” Justin: “Ik kon het toch niet veranderen. Mijn moment zou nog wel komen.” Dat moment kwam in september. Justin werd opgeroepen voor de WK-kwalificatiewedstrijden tegen Noorwegen, Montenegro en Turkije. “Guus Til, Tyrell Malacia en ik kregen in het vliegtuig na een uitwedstrijd met Feyenoord een e-mail waarin stond dat we bij de selectie zaten. Een bijzonder moment. Een week daarna mochten we ons melden. Louis van Gaal zei tegen mij: ‘Het kan weleens een mooie week worden.’ Twee dagen voor de wedstrijd hoorde ik dat ik ging spelen. Ik mocht het nog tegen niemand zeggen, appte alleen Dayenne. Ik was zo blij.” Tegen Noorwegen maakte Justin op 23-jarige leeftijd zijn debuut in Oranje. De wedstrijd eindigde in 1-1. “Onze keeperstrainer Frans Hoek zei: ‘Vergeet niet te genieten.’ Virgil van Dijk zei: ‘Geen zorgen, wij zijn er ook nog, het komt goed.’ De wereldtop stond voor me, Virgil en Stefan de Vrij, fantastisch om mee te mogen spelen. Het klinkt misschien als een cliché, maar het is ook echt een heel leuke groep, ik ben ook goed opgevangen.” De concurrentie tussen de keepers bij het Nederlands elftal is groot. “Ik ben nooit tevreden. Als ik een jonge keeper bij Feyenoord het heel goed zie doen op de training, dan triggert mij dat meteen en wil ik laten ziet dat ik beter ben. Toen ik aan mijn teen geblesseerd raakte, verving Nick Marsman mij. Hij speelde heel goed. In de documentaire van Feyenoord die te zien was op Disney+ zei ik: ik ben niet boos op Nick, ik gun het hem en ben blij voor hem, maar ik had er moeten staan. Dat geeft goed weer hoe ik over concurrentie denk.” Wat is jouw ervaring met Louis van Gaal? “Van Gaal is zichzelf, zeker in een groep is hij hard en duidelijk. Hij heeft een duidelijk plan. Maar als je een-op-een met hem praat, is het een heel warme man. Van Gaal is een beetje ouderwets, net als Dick. Keihard in de groep, maar in de omgang een heel aardige man." In november en december wordt er een WK gespeeld. Staan die data al rood omcirkeld in je agenda? “Nee, nog niet. Ik wil er heel graag bij zijn, maar dat lukt pas als ik presteer bij mijn club. Dat moet eerst gebeuren, dan komt dat WK vanzelf wel." Dayenne: “Ik ben er meer mee bezig dan jij. Als ik in juni ga bevallen. Dan zit jij waarschijnlijk intern bij het Nederlands elftal. En als Justin in november en december weg is, dan komt het wel op mij aan." Wat gebeurt er als jij een wedstrijd hebt en je krijgt een berichtje dat de weeën zijn begonnen? "Dan ga ik weg. Ik wil bij de geboorte van mijn eerste kind zijn." Dayenne, lachend: “Met de gynaecoloog hebben we afgesproken dat onze dochter lekker in mijn buik blijft zitten totdat jij weer klaar en thuis bent.” Meisje-meisje Word jij de nieuwe Mister Feyenoord? Lachend: “Nee. Sinds ik klein ben, wil ik al het hoogst haalbare halen. Bij welke club dat is, moet blijken. Als ik mag kiezen, dan zou ik het qua leefomgeving heel mooi vinden om naar een Spaanse of Italiaanse club te gaan. Maar als er een mooie Engelse club komt, zeg ik echt geen ‘nee’. Buiten Feyenoord heb ik geen favoriete club. Ik kijk graag naar Barcelona, maar als Real of Atlético Madrid komt, dan is dat ook fantastisch. Kan wel stoer zeggen: ik ga na dit seizoen naar het buitenland, maar als ik daar niet speel dan kan ik ook het WK op mijn buik schrijven. Ik moet verstandig zijn. Het gevoel moet passen." Dayenne: “Ik sta absoluut open voor een avontuur in het buitenland, waar dat dan ook is. Het lijkt me heel gaaf om een paar jaar zoiets samen te mogen meemaken. Een club in Europa lijkt me heel mooi. Maar we denken nog niet te ver vooruit. Voetbal staat op één, maar ik ben blij dat ons kindje in Nederland wordt geboren met onze dierbaren om ons heen. En daarna vinden we onze weg wel.” Wat voor vader word jij? “Mijn dochter moet zelf ervaren hoe de wereld in elkaar steekt, ik wil haar vrijheid geven. Maar natuurlijk geven we haar normen en waarden mee." Dayenne: "Daarin denken we gelukkig hetzelfde." Justin, lachend: “Ze hoeft van mij niet te voetballen. Ik wil gewoon zo’n lief meisje-meisje. Ze mag van mij lekker met mode bezig zijn." Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Justin Bijlow komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Jurriën Timber, hij staat onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jurriën Timber: ‘Ik ben een moederskindje’

Jurriën Timber is pas twintig, maar nu al [...]
Jurriën Timber is pas twintig, maar nu al onomstreden in de verdediging bij Ajax. De centrale verdediger stond vorige zomer al in de basis van het Nederlands elftal op het EK. Een gesprek aan de hand van keuzes over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao, het aanvoerderschap en Louis van Gaal. “De Bijbel is mijn handboek.” Slaapkamer Tweeling zijn: lust of last... “Een lust. Als mijn tweelingbroer Quinten en ik vaak ruzie zouden hebben gehad, dan had ik misschien een ander antwoord gegeven. Maar iedereen weet dat wij een heel goede band hebben. Daarom vind ik het niet erg om onderdeel van een tweeling te zijn.” Curaçao of Nederland... “Ik heb deze vraag een keer eerder gehad bij een spelletje voor het TikTok-kanaal van Ajax. Ik moest in twee doeltjes schieten. Het ene doeltje stond voor Nederland, het andere voor Curaçao. Ik schoot precies in het midden. Ik voel me een jongen van beide werelden.” Waar Jurriën was, was zijn tien minuten oudere tweelingbroer Quinten, en andersom. In hun jeugd werden ze niet los gezien van elkaar. Dat veranderde vorige zomer, toen Quinten van Ajax naar FC Utrecht vertrok. “Wij werden altijd vergeleken in de media: wie is sneller, wie is fitter, wie is beter? Dat was soms ook vervelend. Sinds we bij verschillende clubs spelen, is dat minder geworden. Er is tussen ons ook een nieuwe dynamiek gekomen. Het is voor het eerst dat we iets los van elkaar doen. We zien elkaar minder vaak, maar als we elkaar zien, hebben we ook meer te vertellen.” Al vanaf hun geboorte delen ze een slaapkamer. “We weten niet beter en vinden het leuk om op dezelfde kamer te slapen. We hebben ongeveer dezelfde trainingstijden, maar het komt ook weleens voor dat Quinten nog slaapt en ik al weg moet, of andersom.” Jurriën en Quinten groeiden op in Utrecht, in de Bokkenbuurt, met moeder Marilyn, en oudere broers Christopher (32), tevens zaakwaarnemer van de jongens, Shamier (30) en Dylan (21), die uitkomt voor Jong Utrecht. “Mijn leven bestond uit school en voetballen. Soms sliep ik bij een vriend. En een paar dagen in de week werden we met een busje opgehaald om naar Feyenoord te gaan. Bij sommige jongens is voetbal misschien hun redding geweest, bij ons niet. Quinten en ik voetbalden omdat we het leuk vonden, niet omdat we dachten: hier moeten we later ons geld mee verdienen.” Zes jaar waren de jongens toen ze de Utrechtse club DVSU verruilden voor de jeugdopleiding van Feyenoord. Ook hun broer Dylan maakte de overstap, maar hield het na een paar jaar voor gezien en keerde terug naar Utrecht. Quinten en Jurriën voetbalden bij Feyenoord tot hun twaalfde. “Toen we van onze zaakwaarnemer Christopher Coffie hoorden dat we naar Ajax konden, hadden we in eerste instantie twijfels: we hadden het goed bij Feyenoord. Maar na gesprekken met het thuisfront waren we van mening dat we daar betere voetballers konden worden. We waren nog jong, dus er was een relatief rustige overstap.” Ondanks hun voetbaltalent stond moeder Marilyn erop dat haar jongens een schooldiploma haalden. “Anders mochten we überhaupt niet voetballen. Quinten en ik hebben tegelijkertijd de havo afgerond. Vergeleken met Quinten had ik wat meer moeite om me te concentreren op school. Ik was een rustige jongen, maar kon niet te lang in de klas zitten, dan werd ik gek. Ook bij Ajax vond ik die studiemomenten soms lastig, na een uurtje was ik er altijd wel klaar mee. Maar tijdens een toetsweek was ik gefocust, waardoor ik mijn havo-diploma heb behaald. Hier zijn we beiden erg trots op.” Jurriën is geboren in Nederland, maar zijn roots liggen op Curaçao. “Mijn moeder is er geboren en er woont veel familie: mijn oma, tantes, nichten en neven, met wie we een goede band hebben. Ieder jaar ga ik naar Curaçao op vakantie. Het is absoluut een paradijs, toch ben ik blij dat ik in Nederland ben opgegroeid en hier een toekomst kan opbouwen.” Van wie Jurriën het voetbaltalent heeft, weet hij niet. “Ik denk dat als je het aan mijn moeder vraagt, zij zegt dat we het van haar hebben. De vader van mijn moeder, mijn opa dus, voetbalde ook. Ik heb hem helaas nooit gekend, maar hij schijnt goed te zijn geweest.” Jurriën straalt als hij over zijn moeder praat. “Ik ben echt een moederskindje. Dat komt omdat ik de jongste ben, ik hoor vaker dat de jongste de beste band heeft met zijn moeder.” Lachend: “Of ik word voorgetrokken? Vroeger niet, hoor, maar nu wel. Ik hoef nooit iets te doen thuis. Mijn moeder is heel lief voor ons allemaal, maar ik denk dat ik toch haar oogappel ben. Ik ben ook het liefst voor haar en denk ook dat ik het langst bij haar zal blijven wonen.” Mijn moeder heeft veel alleen moeten doen, maar zonder mijn broers had mijn moeder het ook echt niet gered. Zij hebben haar heel erg bijgestaan, er samen met mijn moeder voor gezorgd dat ik sta waar ik nu sta, en dat wij geen last hebben gehad van de problemen die een alleenstaande moeder kan hebben.” Hoewel Marilyn het niet makkelijk had vroeger als alleenstaande moeder met vijf opgroeiende zonen, miste ze geen minuut van het spel van Jurriën en Quinten. “Zij bracht ons overal naartoe en was er altijd bij, of we nou een toernooi in Duitsland hadden of in België. In coronatijd heeft ze veel wedstrijden moeten missen. In februari, toen er eindelijk weer publiek was toegestaan in de stadions, maar ik niet voor iedereen kaarten had, riep ze: ‘Ik ga sowieso naar het stadion.’ Tegen mijn broers zei ze: ‘Vechten jullie maar uit wie er nog meer mee mag.’ Mijn moeder mist niet graag een wedstrijd. Niet van mij, maar ook niet van Quinten. Als wij tegelijk spelen, dan ligt het aan de wedstrijd voor wie ze kiest. Als Quinten een topper speelt en ik een op papier iets mindere tegenstander tref, gaat ze naar Quinten. Voor Quinten is de eredivisie nog nieuwer dan voor mij. Hij maakte in het najaar pas zijn debuut in de eredivisie voor FC Utrecht. Ze zal nu iets sneller voor hem kiezen, denk ik.” Aanvoerder Matthijs de Ligt of Jurriën Timber... “Matthijs heeft zich al bewezen als aanvoerder, maar ik zou liegen als ik deze rol niet ambieer.” 'Al vanaf mijn jeugd is De Ligt een voorbeeld voor me. Ik heb heel veel naar hem gekeken. En dat doe ik nog steeds. Matthijs heeft me geregeld complimentjes gegeven' Veilig en saai of risico en spannend... “Risico nemen en spannend, anders kun je geen wedstrijden winnen.” De twee jaar oudere Matthijs de Ligt ging Jurriën voor. Beiden waren tieners toen ze debuteerden bij Ajax en hun plek in het veld als rechter centrale verdediger veroverden. “Al vanaf mijn jeugd is Matthijs een voorbeeld voor me. Toen ik in de C’tjes zat, keek ik tegen hem op. Matthijs zat toen in de A1. Ik vond het mooi en bijzonder hoe hij op het oog op zo’n makkelijke manier doorstroomde naar het eerste elftal en al snel een van de beste verdedigers ter wereld werd. Ik heb heel veel naar hem gekeken, hoe hij omgaat met zijn sport. En dat doe ik nog steeds. Matthijs heeft me geregeld complimentjes gegeven over mijn spel en gezegd dat ik goed bezig ben.” Op zijn achttiende maakte Jurriën zijn debuut in het eerste van Ajax. “Ik deed het voor dat moment al goed bij Jong Ajax. Daarna kwam de coronapandemie en stond het voetbal even stil. Vorig seizoen kreeg ik weer een kans, en vanaf dat moment heb ik altijd bij de selectie gezeten en gespeeld. De leerschool bij Jong Ajax is een perfecte opstap naar het eerste. Natuurlijk moest ik even wennen in het begin, maar ik ging vanzelf mee in het goede spel van Ajax.” Jurriën ontpopte zich tot onbetwiste basisspeler. Door het Amerikaanse ESPN werd hij op een lijst gezet met toptalenten die in 2022 hun mondiale doorbraak zullen beleven. Ook werd hij door het Nederlandse ESPN al drie keer verkozen tot Johan Cruijff Talent van de Maand. Hij wordt niet alleen geroemd om zijn verdedigende ingrepen, maar ook om zijn snelheid en wendbaarheid waardoor hij vaak kan inschuiven op het middenveld. “Ik bemoei me graag met het spel, dat eist coach Erik ten Hag ook van me. Inschuiven kan ook risicovol en spannend zijn, maar ik heb liever dat het een keer fout gaat dan dat ik altijd op safe speel. Bij Ajax verwachten ze ook van me dat ik soms risico neem.” Er wordt geregeld geroepen dat jij ook goed op het middenveld uit de voeten zou kunnen. Is dat iets dat jij ambieert? “Ik sta daar zeker voor open. In de toekomst bij Ajax of bij een andere club is dat een optie.” Matthijs de Ligt werd op zijn achttiende al aanvoerder. Schuilt er ook in jou een jonge leider? “Ik denk wel dat ik leidinggevende kwaliteiten heb. Ik probeer me nu ook te ontwikkelen tot een leider van het team, tot aanvoerder. Erik ten Hag verwacht een stuk meer van mij dan een jaar geleden, hij wil dat ik de leiding pak en meedenk.” Waar we jou zien, zien we ook vaak jouw ploeggenoten Ryan Gravenberch en Devyne Rensch. Jullie lijken wel onafscheidelijk. “Binnen ons team kan iedereen het goed met elkaar vinden, maar mijn band met Ryan en Devyne is het best. We worden bij Ajax ook de drie musketiers genoemd. We zijn altijd samen, bij de meetings, bij de fysio, bij het eten... Met Ryan heb ik altijd samengespeeld. Toen ik nog bij Feyenoord zat, speelde ik tegen hem en daarna kwam ik in de jeugd bij Ajax bij hem in het team. Devyne is iets jonger, hem kwam ik iets later tegen. Wij genieten dat we samen mogen spelen.” 'Gravenberch, Rensch en ik worden bij Ajax de drie musketiers genoemd. We zijn altijd samen, bij de meetings, bij de fysio, bij het eten...' Hoe ga jij om met de druk van sociale media? “Ik heb nog niet zo’n last van die druk gehad. Ik hecht geen waarde aan die berichten. De mensen om mij heen vormen mijn basis, met hen kijk ik kritisch naar wat beter kan. Nu het goed gaat, kijk ik bewust niet op sociale media. Als ik me met positieve berichten ga voeden, is de kans ook aanwezig dat ik hetzelfde zal doen met negatieve berichten die verschijnen als ik een wat mindere periode heb. Ook als het goed gaat, hou ik het graag bij mijn basis, bij een kleine groep mensen om me heen. Maar mentale druk hoort erbij en er zal echt wel een moment komen dat ik het lastiger ga krijgen. Dan denk ik dat de oudere jongens in onze ploeg me wel zullen helpen en met me komen praten.” Grootheden 5-3-2 of 4-3-3 bij Oranje... “De concurrentie is zo groot bij Oranje. Met 5-3-2 heb ik wel meer opties om te spelen dan met 4-3-3.” Stalen zenuwen of trillende benen bij het Nederlands elftal... “Er waren wel zenuwen bij mijn debuut in Oranje, hoor.” Vlak voor het EK van vorig jaar maakte Jurriën op zijn negentiende zijn debuut voor het Nederlands elftal in een oefeninterland tegen Schotland. Tien dagen later stond hij aan de aftrap op het EK, in de eerste poulewedstrijd tegen Oekraïne. “Mijn spannendste wedstrijd tot nu toe was mijn debuut voor jong Ajax. Toen ik zeventien was, uit tegen Cambuur. Het stadion zat vol, ik voelde echt spanning. Op het EK was ik ook wel zenuwachtig, maar toen ik eenmaal de bal raakte, viel die spanning helemaal weg. De wedstrijd tegen Oekraïne was in de Arena, bekend terrein voor mij. Ik kende veel jongens om me heen al goed. Het ging vrij soepel.” Waar dacht je aan tijdens het volkslied? “Aan mijn moeder en broers op de tribune. Maar ik besefte op dat moment eigenlijk niet hoe mooi het was dat ik daar stond. Later had ik pas door wat ik aan het doen was, dat ik echt een EK aan het spelen was. Voor mij was het best een goed toernooi. Ik heb veel gespeeld voor een speler die net kwam kijken, dat had ik niet verwacht. Maar we werden op zo’n stomme manier uitgeschakeld in de achtste finale tegen Tsjechië. Daar hield ik wel een bittere nasmaak aan over.” Na het EK werd Louis van Gaal de nieuwe bondscoach. Wat is jouw beeld van hem? “Hij is zo’n grote man, Louis van Gaal heeft overal en met zulke grootheden gewerkt. Ik vind het heel speciaal dat ik ook nog met hem kan werken. Toen Van Gaal met Ajax de Champions League won in 1995, was ik nog niet eens geboren. Dat vind ik heel bijzonder. Ik kan veel van hem leren. Ik heb al een aantal gesprekken met hem gehad, hij vertelt eerlijk wat hij van me vindt en hoe ik heb gespeeld. De bondscoach zei dat hij fan van mijn spel is en houdt van mijn bravoure.” Steunpilaar Psalm 91 of een peptalk van de trainer... “Psalm 91.” De Bijbel lezen of FIFA spelen... “De Bijbel lezen.” Jurriën is christelijk opgevoed. Er werd gebeden voor het eten en zondags ging hij naar de kerk. We zijn opgegroeid met de Best Life Church in Utrecht en de bijbel. Helaas lukt het me bijna niet meer om naar de kerk te gaan, in de vakantie probeer ik dat in te halen. De bijbel zit standaar in mijn tas bij iedere thuis- en uitwedstrijd van het Nederlands elftal. “Mijn moeder kwam eens met psalm 91 aanzetten. Het gaat over Gods bescherming en geeft mij het gevoel dat iemand over mij waakt, iemand achter mij staat. Het is een ritueel geworden, ik vind het fijn om dat stukje te lezen voor de wedstrijd. Voor iedere wedstrijd bid ik standaard voor mijn familie, mijn teamgenoten en mezelf. Ik neem er een moment voor in de kleedkamer en op het veld. Maar het is niet dat als ik het een keer niet lees, ik dan geen bescherming voel. Of als ik niet heb gebeden voor mijn moeder, ik denk dat er iets fout zal gaan. Ik kan me goed motiveren met psalm 91, maar natuurlijk blijft het tactische praatje van de trainer ook hartstikke belangrijk.” Wat brengt het geloof jou? ''Uit het geloof haal ik kracht. Niet alleen in het voetbal, maar in mijn dagelijks leven. Het helpt me bij de keuzes die ik maak. In zowel de goede als de slechte tijden leer ik ervan. De bijbel is mijn handboek. Dat komt ook omdat mijn moeder er zoveel mee bezig is en de mensen in onze kerk veel voor ons bidden. Het voelt alsof we beschermd worden van bovenaf. Mijn moeder stuurt ook vaak dingen door in onze famillie-app die kunnen helpen. Ook in het geloof is mijn moeder de steunpilaar van de familie, ze bidt voor iedereen.” 'We hebben een leuke groep spelers met wie ik het geloof deel. Met Cody Gakpo app ik erover' Ook bij het Nederlands elftal kun Jurriën zijn ei kwijt wat betreft het geloof. ''We hebben een leuke groep spelers met wie ik het geloof deel. Met Cody Gakpo app ik er ook over. Onlangs stuurde Cody me een paar boeken op die hij mooi vindt. Eén gaat over de heilige geest en hoe je moeilijke tijden kunt gebruiken om sterker te worden. De volgende keer dat ik hem zie, zal ik het er ongetwijfeld met hem over hebben.” Droomclub Comfortzone of experimenteren... ''Op dit moment zeg ik: comfortzone. Ik zit lekker in mijn vel, dat hou ik graag zo.” Barcelona of Manchester City... ''Manchester CIty. Ik speel graag om de prijzen, daarom zeg ik nu City. Barcelona heeft op dit moment een minder goede periode.” In 2020 verlengde Jurriën zijn contract bij Ajax tot 2024. “Mijn doel is om zoveel mogelijk prijzen te pakken. Ik wil groeien als speler, mijn tijd bij Ajax goed gebruiken om nog beter te worden. Bij Ajax moet je al blij zijn als je in de basis staat, daarom wil ik ook bewust genieten van deze tijd. Ik speel hier om de prijzen, er is geen mooiere plek om te zijn. Ajax was altijd mijn droomclub, ik sliep ook onder een Ajax dekbed.” Hoe ziet jouw toekomst eruit? “Ik zit goed bij Ajax, ben van plan om hier nog wel even te blijven.” Lachend: “Maar ja, als Manchester City belt, wat moet ik dan?” Helden Magazine 61 Het verhaal van Jurriën Timber komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jordi Cruijff: ‘Mijn vader heeft wél geleefd’

Johan Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. [...]
Johan Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Bij leven was hij al een fenomeen en een legende en sinds zijn overlijden op 24 maart 2016 leeft hij voort in de harten van velen. Barbara en Frits Barend reisden af naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi over zijn vader. Vader “Mijn vader had een geweldig charisma. Als hij er dan ineens niet meer is, ontstaat er een grote leegte. Mijn moeder voelt die leegte het meest. Tegelijk horen we elke dag mooie dingen over hem, dat sterkt ons ook wel weer. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik hem met iedereen moest delen. Hij was er altijd voor mij en mijn zussen, altijd. Mijn moeder had het gevoel dat ze hem moest delen wel. Eerst dacht ik als kind: waarom vraagt iedereen toch een handtekening aan m’n vader? Maar op een gegeven moment begreep ik het wel. Mijn vader was altijd heel toegankelijk, nam voor ieder kind de tijd. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren, nooit het gevoel gehad dat ik hem moest delen of dat we minder aandacht kregen. Voor mijn moeder was het soms wel moeilijk. Soms kwamen ze ergens en werd alleen mijn vader aangesproken terwijl mijn moeder compleet werd genegeerd. Mijn moeder accepteerde dat nog wel, maar mijn vader kon zich ergeren aan dat gedrag. Omdat mijn vader in de voetballerij veel onderweg was, heeft mijn moeder een groot deel van de opvoeding voor haar rekening genomen. Ze vormden een team waarin mijn moeder voor de privébalans zorgde, omdat zij er elke dag was. Ik zou het ook mooi vinden als zij dingen over hen samen en over mijn vader vertelt, dingen waarvan ik vind dat die best openbaar mogen worden. Maar jullie weten het, mama verschijnt nooit in de publiciteit. Wat ik heel knap vond van mijn vader, was dat hij thuis echt onze vader was. Als we de sleutel in de deur hoorden, was hij geen voetballer of trainer meer, maar vader. Hij heeft het voetballen nooit mee naar huis genomen, de stress daarvan hebben we nooit thuis meegemaakt. Dat vind ik echt ongelooflijk. Ik kon dat als speler en zeker als trainer niet, ik denk ook dat bijna niemand dat kan. Zodra hij binnen was, was hij de vader. Zelfs toen hij ziek was, nam hij de zorgen daarover niet mee naar huis. Hij was altijd opgewekt, is altijd positief gebleven. En hij was heel erg van normen en waarden. Ik heb mijn vader alleen maar vrolijk en positief gezien. Hij had een aura om zich heen dat letterlijk licht gaf. Waar hij kwam, scheen het licht. Het is mede daarom ook heel moeilijk voor mijn moeder nu hij er niet meer is. Haar licht is letterlijk gedoofd, zegt ze. Nu moet ze het zelf laten schijnen en dat vindt ze ongelooflijk lastig. Het mooie is dat mama altijd een glimlach op haar gezicht krijgt als ze over papa praat. Ik heb dat ook, denk echt alleen met een glimlach aan hem. Hij was een bijzondere man, was gewoon lief en een goede vader, deed alles met de kinderen, had altijd energie, ging mee naar de dokter, naar sport, echt alles. En als hij thuiskwam na een lange dag en hij zag de kleinkinderen, dan was hij meteen de opa die met ze ging spelen. Hij was met de kleinkinderen nooit moe, had met onze kinderen zoveel energie. Voor hem was familie heel belangrijk, hij vond het heerlijk als hij met alle kinderen en kleinkinderen was. Als ik uit het buitenland even terug was in Barcelona en belde dat ik mee kwam eten, dan zag ik zijn stralende lach al als ik binnenkwam. En aan tafel zaten we elkaar ook alleen maar met die flauwe kleedkamergrappen te dollen. Vond-ie heerlijk. Hij was niet alleen een heel lieve, maar ook een strenge vader. En veeleisend. Buiten ons zakgeld kregen we niets extra’s. Dan vroeg ik een tientje en zei hij: ‘Oké, maar dan ook mijn auto wassen.’ Je kreeg niets, dat zal wel te maken hebben met zijn eigen jeugd. Hij zei dat een goede vader niet een vader is die alles geeft, maar een vader is die zijn kinderen voorbereidt op het echte leven. School was heilig voor hem. Als ik niet goed ging op school, mocht ik niet trainen. Als ik mijn best deed en een onvoldoende scoorde, dan was dat acceptabel. Maar als ik mijn best niet had gedaan, dan liet hij me niet gaan. Als ik zei dat ik me niet lekker voelde en niet naar school kon, dus school-ziek was, zei hij: ‘Oké, maar dan kun je vanmiddag ook niet trainen.’ Ik wist niet hoe snel ik me dan beter voelde. En hij zag ook precies wanneer ik het te makkelijk opnam. Dan zei hij na de warming-up: ‘Ik zie het al, het wordt niks vandaag, ik ga naar huis.’ Nou, dan deed ik de keer daarop echt wel een goede warming-up. Ik heb veel van zijn normen en waarden overgenomen, studie staat bij mij ook hoog in het vaandel. Mijn zoon studeert voor mechanisch engineer in Bristol en mijn dochter gaat nu ook studeren. Zelf ik heb ik ook twee studies gedaan.” Johan Jordi “Op 17 februari 1974 moest Barcelona uit tegen Real Madrid spelen. Barcelona had al tien jaar daar niet meer gewonnen en zegevierde met 5-0. Mijn vader was een van de doelpuntenmakers. Die wedstrijd wordt in Barcelona nog altijd gezien als de symbolische overwinning van de destijds nog onderdrukte Catalanen op de centralistische dictatuur van Franco. Ik zeg weleens als grap: ik ga alsnog een klacht indienen bij Barcelona dat ik speciaal voor die wedstrijd via een keizersnede acht dagen eerder uit de buik van mijn moeder ben gehaald. Het blijft een mooi verhaal, dat ik moest wijken voor een voetbalwedstrijd. 'Buiten ons zakgeld, kregen we niets extra's. Dan vroeg ik een tientje en zei hij: 'Oké, maar dan ook mijn auto wassen'. Dat zal wel te maken hebben met zijn eigen jeugd' Het was natuurlijk ook heel speciaal dat hij mij Johan Jordi noemde. De naam Jordi werd niet geaccepteerd in het Spanje van die tijd, want die naam werd in verband gebracht met de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd. ‘Het spijt me,’ zei mijn vader, ‘maar in zijn paspoort staat Johan Jordi dus je kijkt maar hoe je het oplost, want hij krijgt geen andere naam.’ Ik heet officieel Johan Jordi. Ik was de eerste officiële Jordi in Spanje. Dat v0nd ik mooi, mijn vader kennende heeft hij erover nagedacht, passend bij zijn rebelse karakter. En tegelijk zijn mijn moeder en ik heel blij dat mijn roepnaam niet Johan is.” Zoon van “Van mijn debuut bij Barcelona kan ik me nauwelijks iets herinneren. Mijn vader was van horen, zien en zwijgen. In de kleedkamer was ik niet zijn zoon, daarin was hij heel duidelijk. Ik zat bij gesprekken van spelers die teleurgesteld waren als ze niet speelden of anderszins weleens klaagden over de trainer. Dat hebben we thuis heel goed gescheiden kunnen houden, daarover spraken we niet. Ik weet nog dat ik moest invallen tegen Gijon, die wedstrijd verloren we overigens. De eerstvolgende thuiswedstrijd ging hij van huis en zei niets tegen mijn moeder. Mijn opa was er ook. Ik woonde nog thuis, maar ook tegen mij had hij niets gezegd. Ik zat in de kleedkamer en toen pas hoorde ik dat ik in de basis stond. Tijdens de wedstrijd liet ik me makkelijk vallen waarna we een penalty kregen en scoorde ook, we wonnen met 2-1. Gek dat ik me daar verder niet zo veel meer van herinner. Weet je wat ik me nog wel goed herinner? Er is een moment dat we begin 1988 samen voor het oog van allerlei camera’s wegliepen uit de Meer, nadat mijn vader zich gedwongen had gevoeld ontslag te nemen bij Ajax. Hij zei tegen me dat we moesten lachen. Ik was een jaar of veertien en zei: papa, ik moet huilen, ik vind dit zo erg voor je. ‘Nee,’ zei hij, ‘je moet lachen, we gunnen ze niet dat ze zien dat je bedroefd bent.’ En op die foto zie je ons glimlachen.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jordi Cruijff komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Lionel Messi: Een Rolls-Royce met Frans kenteken

Het was een bewogen jaar voor Lionel Messi. Hij [...]
Het was een bewogen jaar voor Lionel Messi. Hij won op zijn 34ste zijn eerste hoofdprijs met Argentinië. Een maand later vertrok hij in tranen van het in financiële nood verkerende Barcelona naar Paris Saint-Germain. Onlangs kreeg hij voor de zevende keer de Ballon d’Or uitgereikt. We blikken terug met Ronald Koeman, Henk ten Cate, Giovanni van Bronckhorst, Ruud Gullit, Edwin Winkels en Ron Vlaar. De vreugdetranen van een maand eerder, toen hij met Argentinië de Copa América, de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van het EK, had gewonnen en zijn land voor het eerst een hoofdprijs had bezorgd, waren net opgedroogd. De tranen van 8 augustus verraadden groot verdriet. Zelfs voor Lionel Messi, volgens velen de beste voetballer ooit, bleek er geen weg meer terug. Na 778 officiële duels voor Barcelona, waarin hij 672 keer scoorde, tien landstitels en vier Champions League-zeges vierde, moest hij de club verlaten waarvoor hij in februari 2001 op zijn dertiende samen met zijn familie geboorteland Argentinië had verlaten. De financiële problemen van Barça bleken zo groot – alleen al in het seizoen 2020/2021 werd een verlies van een half miljard geleden – dat de club genoodzaakt was hem te laten gaan. Messi vond op zijn 34ste onderdak bij Paris Saint-Germain. Al snel was er kritiek. De Messi die ze de eerste maanden in Parijs voorgeschoteld kregen, leek niet op de Messi die iedereen liet watertanden in Barcelona. Kritiek was er ook toen hij eind november voor de zevende keer de Ballon d’Or overhandigd kreeg. Hij heeft nu twee Gouden Ballen meer dan zijn rivaal Cristiano Ronaldo, maar velen vonden dat Bayern München-spits Robert Lewandowski meer aanspraak maakte op de titel beste voetballer van de wereld. Kortom, het was een bewogen jaar voor Lionel Messi. Klote dag “Messi is met afstand de beste speler met wie ik als trainer te maken heb gehad,” zegt Ronald Koeman, die vorig seizoen met Lionel Messi werkte bij Barcelona. “Alles wat je een jonge voetballer zou willen leren, beheerst hij. Messi heeft een geweldig inzicht, een absolute controle over de bal, een geweldige eerste aanname. Elke bal speelt hij precies met de juiste snelheid en hij heeft voortdurend oog voor de situatie om hem heen. Messi heeft geen trainer nodig. Als coach moet je niet anders doen dan het elftal om hem heen bouwen, zodat hij zijn acties kan maken. Dus moet je spelers om hem heen zetten die lopen en ruimtes maken. En niet te veel spelers die de bal ook graag hebben.” Koeman zag van nabij hoe goed Messi zich dag in dag uit verzorgde. Het is de reden dat hij zo weinig geblesseerd is. “Hij was heel consciëntieus aan het werk in de gym, deed heel nauwgezet oefeningen om fit te blijven. En hij speelde alles, klaagde nooit. Hij is een echte winnaar. Elk spelletje dat we speelden op de training wilde hij winnen. Iedere kans benutte hij. Als het moest, deed hij het met een prachtig lobje, maar het liefst scoorde hij zo zakelijk mogelijk. Als die bal maar zat. En hij is ook een teampeler. Als een medespeler er beter voor stond, speelde hij hem altijd af. Dat is ook een bewijs van bijzondere klasse.” Volgens Koeman is Messi als voetballer te vergelijken met Johan Cruijff, die in de jaren zeventig Ajax, Oranje en Barcelona bij de hand nam. “In het voelen van de ruimtes om hen heen, het wachten wanneer ze de bal moeten spelen en vooral met welke snelheid; daarin leken ze op elkaar. Ze hadden ook allebei de bal heel kort aan de voet. Johan had net als Messi ook ogen in z’n achterhoofd. Doordat ze steeds wisten wat er achter hen gebeurde, konden ze tegelijkertijd andere spelers aansturen. En dan het anticiperen. Messi beslist zo snel als een verdediger een voet ergens tussen zet. Dat had Johan ook.” Net nadat Koeman in de zomer van 2020 werd aangesteld als trainer van Barcelona maakte Messi bekend dat hij wilde vertrekken. “Hij was een beetje klaar met de club, vond dat afspraken niet waren nagekomen en liet duidelijk merken dat hij geen elftal zag waarmee hij prijzen kon winnen. Ik ben bij Messi thuis geweest om te vertellen hoe ik zijn rol zag als hij zou blijven. Wat we daar verder hebben besproken, is iets tussen hem en mij. Ik had een goede band met hem, vond het heel prettig werken met hem. Ik betrok hem ook bij mijn ideeën over het elftal en vroeg hem ook wel hoe en waar hij zelf het liefst speelde. In dat jaar heb ik zowel op de training als op de bank heel vaak van hem genoten.” In de zomer van 2021 vertrok Messi bij Barcelona, gedwongen door de financiële nood bij de club. Het maakte het werk van Koeman – die eind oktober werd ontslagen – als trainer ook meteen een stuk moeilijker. “Messi heeft me niet persoonlijk verteld dat hij wegging. Ik was aanwezig bij die persconferentie waar hij afscheid nam, maar toen was het zo druk dat er geen mogelijkheid was voor een persoonlijk afscheid. Dat is ook geen probleem. Het was voor de club, voor mij, voor iedereen een enorme klap dat hij Barcelona verliet. Dat was een klote dag. Niet alleen de mens Messi nam na zoveel jaren afscheid van Barcelona, je leverde als club ook zo’n veertig doelpunten en ik-weet-niet-hoeveel assists per seizoen in. Als ik terugkijk, denk ik dat we op basis van respect hebben samengewerkt, zowel van hem naar mij als van mij naar hem.” Eigenwijs Henk ten Cate vormde met Frank Rijkaard de technische leiding bij Barcelona toen Messi op 16 november 2003 zijn debuut maakte in het eerste elftal. Hij was toen zestien jaar, vier maanden en 23 dagen oud. “We waren tijdens een interlandweek uitgenodigd voor de opening van het nieuwe stadion van FC Porto, moesten de selectie noodgedwongen aanvullen met jeugdspelers. We hadden gehoord dat er bij het derde team een bijzonder talent speelde. Barça C speelde in dorpen rondom Barcelona tegen ploegen met van die geslepen oud-profs. Bovendien speelden ze destijds nog veel op gravel. Messi kreeg de ene na de andere doodschop, hoorden we. 'Ten Cate: 'Uiteindelijk moesten we noodgedwongen beslissen om Messi buiten de selectie te laten voor de Champions League-finale. O, wat was-ie boos! Oi, oi, oi!' Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal over Lionel Messi komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Samantha van Diemen: Nieuw bloed van Oranje

Samantha van Diemen (19) maakte vorig seizoen de [...]
Samantha van Diemen (19) maakte vorig seizoen de overstap van Ajax naar Feyenoord en werd vervolgens de eerste Feyenoorder ooit bij de Oranjevrouwen. We nodigden het talent uit voor een rondleiding in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij Kasteel Bentheim, van Jacob Isaacksz. van Ruisdael. “Kasteel Bentheim staat er nog steeds, in het Duits-Nederlandse grensgebied,” zegt rondleider Robert Uterwijk over het gelijknamige schilderij van Jacob Isaacksz. van Ruisdael. Oranjeleeuwin Samantha van Diemen luistert aandachtig naar de uitleg. Robert vervolgt: “Maar zulke hoge bergen als Ruisdael hier schildert, zijn daar niet te vinden. En op de voorgrond zie je wild water stromen met een omgevallen boom. Dat is er in werkelijkheid ook niet. Fantasie en werkelijkheid lopen dus door elkaar heen. Hij maakte wel meer dan twintig schilderijen van het kasteel, elk in een ander berglandschap. De omgevallen boom zegt ook veel over Ruisdael. Hij laat in zijn schilderijen altijd iets zien, in dit geval de boom, dat vervallen is. Vaak zie je dan ook iets jong groens terugkomen, dat staat voor de vernieuwing in het leven. Hij keek op een holistische manier naar de natuur, die zich continu vernieuwt. De rivier staat in zijn schilderij voor de stroom van het leven. Het laat zien dat je niet weet waar je precies heen gaat en wat er gaat komen. Ook weet je niet wat er achter de heuvel is. Het heeft een verrassingseffect.” Appje Jij zorgde ook voor een verrassingseffect, door eind november op je negentiende je debuut te maken bij de Oranjevrouwen in een oefen­wedstrijd tegen Japan. “Ik had net de overstap gemaakt van Oranje onder 19 naar Oranje onder 23. Dat was voor mij al een nieuwe uitdaging. Bij Jong Oranje speelde ik alles, dat was al iets wat ik niet had verwacht. Ineens mocht ik doorschuiven naar het grote Oranje. Bondscoach Mark Parsons wilde een aantal ervaren meiden rust geven en nieuwe speelsters een kans geven. Het was zo onverwachts. Normaal word je opgeroepen en dan zit je de eerste wedstrijden op de bank, ik mocht ook direct debuteren in de basis. In plaats van een wedstrijd met Jong Oranje tegen België speelde ik met de Oranjeleeuwinnen tegen Japan. Ik werd meteen in het diepe gegooid.” 'Mijn vader zei: 'Tja, eigenlijk ben jij een ongelukje.' Daar maat ik nu vaak grappen over: ik ben in ieder geval wel een goed ongelukje' Waar dacht je aan toen je daar in de line­up stond en het volkslied hoorde? “Ik ben eigenlijk altijd heel rustig en nuchter, dus ik was niet echt nerveus. Het was natuurlijk wel iets waar ik als jong meisje van droomde en over fantaseerde. Ineens kwam dat uit.” Hoe was het om in een team terecht te komen met sterren als Vivianne Miedema en Lieke Martens? “Natuurlijk is het bijzonder, maar omdat ik zo in het voetbalwereldje zit, ken ik de meeste speelsters al. En ik speelde ook met Sherida Spitse en Stefanie van der Gragt bij Ajax, dus zo nieuw was het uiteindelijk niet.” Heb je al met bondscoach Mark Parsons gesproken? “Ja. Na de wedstrijd stuurde hij me nog een appje: ‘Goed gedaan!’ En ook voor de Klassieker in december appte hij me.” Gaf hij je nog adviezen mee na de wedstrijd? “Dat niet echt. Ik speelde als rechterverdediger, terwijl ik normaal gesproken als centrale verdediger sta opgesteld. De bondscoach zei daarom vooral: ‘Maak je niet te druk, als je hard werkt dan vinden we dat al goed.’ Het was fijn dat er niet meteen veel druk op me werd gelegd.” Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal van Samantha van Diemen komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs, een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Veldeén Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.