Word abonnee

Voetbal

Voetbal

John Bosman: ‘Het kwam wel aan: ineens ernaast staan’

Hij begon als basisspeler aan het gewonnen EK van 1988. Maar het [...]
Hij begon als basisspeler aan het gewonnen EK van 1988. Maar het lot, Rinus Michels en vooral Marco van Basten beslisten dat dit na de van de USSR verloren openingswedstrijd veranderde. Spits John Bosman werd de dupe van de heldenrol die zijn concurrent opeiste en zat de rest van het toernooi balend in de dug-out. “Richting het EK stond mijn positie niet ter discussie. Marco was in zijn eerste AC Milan-jaar bijna het hele seizoen geblesseerd geweest en pas net weer fit. Ik had dat seizoen de EK-kwalificatiewedstrijden, de laatste oefeninterlands gespeeld en bij Ajax had ik er 25 ingelegd. In de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Cyprus, de beruchte bomwedstrijd in De Kuip die we met 8-0 wonnen, had ik vijf keer gescoord. Vanwege dat bomincident moesten we die wedstrijd zonder publiek overspelen in De Meer en die wonnen we met 4-0, met drie goals van mij. Daarmee hadden we ons gekwalificeerd en ben ik ervan uitgegaan dat ik tijdens het EK eerste spits zou zijn. Dat ik het shirt met nummer 9 kreeg, zag ik als een bevestiging. Ik denk ook niet dat Marco zich toen eerste spits gevoeld zal hebben. Hij trainde hard om sterker te worden en zal ongetwijfeld gedacht hebben: als mijn kans komt, sta ik er. Voor het eerst in acht jaar was Nederland weer aanwezig op een groot toernooi. PSV had net de Europa Cup I gewonnen en met Ajax hadden we de Europa Cup II-finale verloren, die we een jaar eerder nog gewonnen hadden. Dus deze groep had kwaliteit en ging met verwachtingen naar het EK, met Rinus Michels als coach. We kenden zijn bijnamen: de Sfinx, de Generaal en bij Ajax hadden we van Johan Cruijff al gehoord dat hij in de jaren 70 als speler onder Michels soms vier keer per dag had moeten trainen. Maar Michels bleek een stuk menselijker en relaxter geworden. En hij had humor. 'Ik zag bij de spitspositie geen 'JB' staan, maar 'MvB'. Van Basten zou dus spelen in mijn plaats. Alsof 't mijn schuld was dat we van Rusland verloren hadden' Na een training met glijpartijen vanwege een glad veld kwam hij naast John van ’t Schip en mij staan en zei: ‘Van ’t Schip, speelde jij vandaag soms op Friese doorlopers? En jij Bosman, zat de schoenendoos nog om je kicksen?’ Daar konden we wel om lachen. ‘Volgens mij hebben we niet zo goed getraind,’ zei ik tegen John. Voor de openingswedstrijd tegen Rusland stonden mijn initialen op de flip-over: 'JB'. We speelden niet slecht en hadden een overwicht, maar hebben weinig kansen gecreëerd. Ik kreeg vooral hoge ballen van achteruit en daar kon ik niet veel mee. Nadat zij in de tweede helft vanuit het niets via een afstandsschot van Rats op 1-0 waren gekomen, is Marco warm gaan lopen. Dat ik gewisseld zou kunnen worden, is nooit bij me opgekomen. Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal van John Bosman komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners én een interview met Memphis Depay. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Ruud van Nistelrooij: ‘Ik kon het slechter treffen’

Ruud van Nistelrooij is sinds afgelopen zomer [...]
Ruud van Nistelrooij is sinds afgelopen zomer weer actief in de Premier League. Aanvankelijk begon hij als assistent-trainer van Erik Ten Hag bij Manchester United, maar in die rol kwam de afgelopen tijd een plotse verandering. Erik Ten Hag werd op straat gezet en Ruud werd naar voren geschoven om zijn taken tijdelijk over te nemen. Na vier wedstrijden werd Ruben Amorim aangesteld als trainer van United en mocht Ruud weer vertrekken.
Leicester City stond snel op de stoep en inmiddels zijn de eerste wedstrijden als hoofdtrainer in De Premier League achter de rug. Een tijd geleden namen we een elftal met hem door. Een gesprek over eten met Tom Cruise, kletsen met Clarence Seedorf en Edgar Davids en de new wave-generatie bij het Nederlands elftal. 10 juli 2004 [caption id="attachment_18430" align="alignnone" width="2540"] De huwelijkskus tussen Ruud en Leontien van Nistelrooij.[/caption] ''Dat we gingen trouwen was wel een dingetje in Heesch. We trouwden kort na het EK in Portugal en daar stonden wij, de 28-jarige prins en zijn prinses. Ik speelde al bij Manchester United, de pers was ingelicht, niet door ons overigens. Het plein stond helemaal vol, er stonden zelfs dranghekken. Laten we elkaar dan maar een kus geven, dachten we.'' ''We leerden elkaar kennen in ons laatste jaar van de mbo, toen we negentien waren, en zijn inmiddels 26 jaar samen. Wij zaten de laatste twee jaar van de opleiding bij elkaar in de klas, gingen vriendschappelijk met elkaar om, hielpen elkaar met toetsen. Pas na het eindexamen voelde ik ineens dat ik haar miste. We hebben een keer afgesproken en, om het zo maar uit te drukken, toen kwam het er wel van. Leontien heeft de studie marketingmanagement & -communicatie nog afgemaakt, maar toen we in 2001 naar Engeland vertrokken, heeft ze alles laten vallen. Mijn moeder had al een keer tegen Leontien gezegd dat ze, als ik naar het buitenland zou gaan, haar werk niet kon voortzetten. Je zag Leontien destijds denken: het buitenland? Daarmee had ze aanvankelijk nooit rekening gehouden. Ze had echt het idee, en terecht, dat ze iets zou gaan doen met haar studie. Dat ze geen rekening had gehouden met verhuizen naar het buitenland, kwam ook door haar opvoeding. Dan zat ik op zondagavond bij haar thuis om kwart voor zeven te wachten op Studio Sport, maar bleef de tv gewoon op Van Kooten & De Bie staan. Was ik helemaal van slag. Zij waren de eerste mensen die ik ontmoette die op zondagavond geen Studio Sport keken. Ik vond dat toen heel apart. Leontien had daardoor ook niet het beeld van een leven met een voetballer dat in het buitenland kon eindigen. Terugkijkend besef ik dat al die transfers, van PSV naar Manchester, van Manchester naar Madrid, van Madrid naar Hamburg en ten slotte nog naar Malaga veel meer aanpassing van m’n directe omgeving eisten dan van mij als voetballer. Uiteindelijk moest Leontien haar carrière abrupt beëindigen en tegelijk heeft ze me altijd voor de volle honderd procent gesteund.” 3 juni 2016 [caption id="attachment_18431" align="alignnone" width="2560"] Marco van Basten en Ruud van Nistelrooij: allebei (oud)-topspitsen, allebei assistenten van bondscoach Danny Blind.[/caption] “Ik sprak Marco laatst, we hebben nog heel goed contact. Het is wel een mooi verhaal wat wij samen hebben meegemaakt: van onze verstandhouding als trainer-speler, via collega-assistent trainers bij het Nederlands elftal, tot goede vrienden. Onze relatie begon bij het WK van 2006 in Duitsland, waar het tussen Marco als bondscoach en mij als speler misging toen hij in die achtste finale tegen Portugal voor Dirk Kuijt in de spits koos en mij op de bank zette. Ik was voor dat toernooi zijn eerste spits en ik beschouwde zijn keus mij op de bank te zetten als een vertrouwensbreuk. Die beslissing kwam hard aan, en toen werden we in die wedstrijd ook nog uitgeschakeld. Daardoor en daarna is er een breuk ontstaan. Richting het EK van 2008 ging hij zonder mij verder bij Oranje. In de tussentijd ging ik van Manchester naar Madrid, werd in 2007 kampioen met Real en topscorer van Spanje. Dat ontging Marco natuurlijk ook niet. Het mooie vind ik dat de winnaar in Marco kwam bovendrijven en dat hij voor het EK toch de in zijn ogen beste spelers nodig had. Hij belde me op een dag en zei iets van: ‘Ik zie dat je weer lekker bezig bent.’ Toen hij vertelde dat hij me weer wilde selecteren, antwoordde ik dat we volgens mij wel iets hadden uit te spreken. Dat begreep hij. Marco vroeg: ‘Maar ben jij dan iemand die daarna toch weer door kan gaan, of ben je iemand die altijd boos blijft?’ Ik antwoordde dat ik niet iemand was die altijd boos bleef. Hij zei dat hij ook niet zo’n type was. Dat was het gesprek. Ik zou dus voor de volgende interland weer geselecteerd worden. Ik zei hem in dat telefoontje: als je me selecteert, weet je waarom je me selecteert. Hij begreep goed dat ik niet een speler was die hij erbij moest halen om erbij te hebben, antwoordde Marco. Dat EK in 2008 was een geweldig toernooi met die ongelooflijke poulewedstrijden tegen Frankrijk en Italië, de WK-finalisten van 2006. En die kwartfinale tegen Rusland, die we verloren, is misschien wel de meest bizarre wedstrijd uit mijn loopbaan. In 2015 werden Marco en ik allebei dus assistent, waardoor we elkaar weer anders leerden kennen en er een echte vriendschap ontstond. Marco is authentiek, zegt wat hij vindt, vindt het ook prima als je het niet met hem eens bent. Hij heeft een interessante kijk op voetbal en zaken buiten het voetbal. Hij zet mij ook vaak tot denken aan. Ik heb ook met hem gesproken over zijn stoppen als coach. Hij vond dat het hem te veel werd, waardoor hij het niet meer leuk vond en liever iets anders ging doen. Heel pragmatisch. Ik herken dat wel, hij toont daarin zijn onafhankelijke denken. Ik wist niet dat hij onder die spanning leed als coach, herken wel de spanning die hij voelde als speler. Dat had ik ook, dat ik niet kon genieten voor een wedstrijd en soms bijna hoopte dat de wedstrijd al voorbij was. Je moet ook wel spanning voelen, je kunt geen wedstrijd vrijblijvend spelen, dan gaat het sowieso niet goed. Maar ik zou ook tegen spelers willen zeggen dat ze moeten durven te genieten. Gelukkig heb ik tijdens wedstrijden ook vaak genoten, vooral als een wedstrijd de goede kant opging omdat ik scoorde en de toeschouwers dansten en zongen. Achteraf had ik meer willen genieten, maar het is gelopen zoals het is gelopen. Mijn humeur werd zeker in de beginjaren sterk beïnvloed door de gespeelde wedstrijd. Na een voor mij slechte wedstrijd was ik twee dagen niet te genieten. Leontien vond het prima, liet zich nauwelijks beïnvloeden en deed gewoon haar ding.” 6 augustus 2003 [caption id="attachment_18432" align="alignnone" width="2048"] Ruud als speler van Manchester United samen met manager Sir Alex Ferguson en de Gouden Schoen, nadat hij is gekozen als beste speler van de Premier League in het seizoen 2002/2003.[/caption] “Deze foto symboliseert het hoogste niveau dat ik heb aangetikt in mijn loopbaan. Ik zie hier aan mijn hoofd en mijn lichaam hoe fit en sterk ik was. Ik was 27 en in de kracht van m’n leven. Voor de buitenwacht waren het vooral de doelpunten die ik week in, week uit scoorde, maar ik vond dat ik ook echt goed speelde. Het leek alsof in sommige wedstrijden alles lukte en dat gaf zo’n lekker gevoel. Ik was in 2002 door mijn collega’s al gekozen tot Speler van het Jaar en in 2003 kwamen daar de Gouden Schoen en de landstitel met United nog bij. Ook Alex Ferguson was hier op de toppen van zijn kunnen. Ik speelde bij United in een topteam met mannen als David Beckham, Ryan Giggs, Roy Keane, Paul Scholes en ook nog even met Jaap Stam. Ferguson was niet alleen als manager een eersteklas motivator en stimulator, hij stelde als technisch-directeur en trainer ook het juiste team samen. Hij was een meester in het op het juiste moment spelers kopen en verkopen, dat heb ik zelf aan den lijve ondervonden toen hij mij kwijt wilde in 2006. Dat vond ik natuurlijk niet leuk. Ik voelde dat ze anders naar me gingen kijken, dat het vertrouwen afnam. Maar ik speelde het spel op een gegeven moment ook wel mee, was niet gek. Ik had het voordeel dat de clubleiding rekening moest houden met een achterban die mij op handen droeg. Ik voelde dat er iets zou worden geforceerd, waardoor ik uiteindelijk zelf ook weg wilde. Toen het spel eenmaal op de wagen was, merkte ik ineens dat ik helemaal kapot was na 219 wedstrijden in vijf jaar Premier League. Ik had nooit vrij met kerst en oud en nieuw, speelde zestig tot zeventig wedstrijden per jaar met de club en daarnaast ook nog de interlands. Die wedstrijden hadden mentaal en fysiek zoveel van me geëist. Ik was kapot, ik kon niet meer. De intrinsieke motivatie was misschien één procent minder. Dus achteraf was ik zelf ook toe aan iets nieuws. Ik zeg dus nu: dat heeft Ferguson goed aangevoeld. Uiteindelijk kon ik kiezen tussen Real Madrid en Bayern München. Het was het ideale moment om nog een keer een grote stap te maken en ik kon het slechter treffen. Leontien is in al die hectiek altijd zichzelf gebleven, zij wilde nooit prominent op de voorgrond treden. Toen we verhuisden van Manchester naar Madrid, was Leontien acht maanden zwanger van onze eerste. Bij Real Madrid heb ik ook weer met Beckham gespeeld. Hij deed waar hij zin in had, bouwde aan zijn merk en, niet onbelangrijk, we hadden in het veld een enorme klik. Hij kon de ballen precies neerleggen waar ik ze wilde hebben. Ik weet nog dat ik voor de kampioenswedstrijd met Real Madrid in mijn eerste seizoen zei dat een paar vrienden zouden overkomen en dat Beckham zei dat zijn ‘mates’ ook kwamen. ‘Tom komt uit LA,’ zei hij. Dus ik vroeg: welke Tom? ‘O, Tom Cruise,’ zei hij. Na de wedstrijd gingen we eten en zat ik ineens aan tafel met Tom Cruise. Voor Beckham was dat heel normaal. Clarence Seedorf is ook zo’n mooi figuur, was altijd druk met allerlei zaken buiten het voetbal, met bedrijven en met zijn laptop voor zich op zijn bureau in allerlei talen aan het bellen. Als ik niet kon slapen bij het Nederlands elftal, ging ik naar zijn kamer en lekker bij Clarence zitten, want hij kon ook nooit goed slapen. Ik vond het altijd leuk jongens te leren kennen die anders zijn dan ik. Ik moest er niet aan denken dat ik allerlei dingen aan mijn hoofd had, maar Clarence hield in de kamer in Noordwijk gewoon kantoor. Is toch geweldig dat je dat kunt? Ik kon daar ontzettend van genieten mede omdat ik zelf veel te eenzijdig was gericht op maar één ding.” 4 mei 1998 [caption id="attachment_18433" align="alignnone" width="2048"] SC Heerenveen heeft Europees voetbal gehaald.[/caption] “Voordat Heerenveen me in 1997 kocht, was er lichte twijfel. Voorzitter Riemer van der Velde kwam zelf nog een keer kijken toen ik met FC Den Bosch de laatste wedstrijd van het seizoen speelde tegen Emmen. Ging nergens meer over, maar Riemer had gezien dat ik in de 88ste minuut een sprint trok om een kansloos ogende bal nog te bemachtigen en vervolgens over de keeper te tikken. Die actie overtuigde hem om me te contracteren. Ik droomde altijd dat ik een bekende voetballer zou worden. Daarom besloot ik als klein kind al van Nooit Gedacht uit Geffen naar Margriet in Oss te gaan, want die club had een betere jeugdafdeling. Die overgang heb ik zelf geregeld. Ik vond mezelf goed genoeg, maar ik werd niet gescout. Ik snapte er niets van. Er konden twee oorzaken zijn: ik was niet goed genoeg of ze wisten Geffen niet te vinden. Dus besloot ik maar naar Oss te gaan. ‘Oké,’ zei mijn moeder, ‘maar dan moet je wel drie keer per week met de fiets een half uur heen en weer rijden, want we kunnen je niet brengen.’ Bij Margriet werd ik wél gescout, door Walter van de Kerkhove namens FC Den Bosch. Hij was de enige die het toen in mij zag zitten. Ik heb ook nooit in vertegenwoordigende jeugdelftallen gespeeld. Trainer Foppe de Haan liet in ons eerste gesprek doorschemeren dat Riemer een grote rol had gespeeld in mijn transfer, waarmee hij me het gevoel gaf dat ik hem nog moest overtuigen. Dat deed hij heel slim, want daardoor voelde ik een extra drang om me te bewijzen. Voor de eerste competitiewedstrijd had hij tien namen opgeschreven, maar niet de spits. Hij twijfelde nog tussen Van Nistelrooij en de Roemeen Gusatu, vertelde hij. Ik was helemaal over de zeik. Dus toen hij me uiteindelijk toch aanwees als zijn spits, dacht ik meteen: ik zal jou even iets laten zien, zodat je nooit meer twijfelt. 'Foppe de Haan heeft de basis gelegd en misschien wel de belangrijkste rol gespeeld in mijn ontwikkeling van een leuke spits tot een echte prof' We speelden tegen NAC, ik scoorde meteen en kort daarna zei Foppe dat ze een groot talent hadden binnengehaald. Foppe heeft me in dat ene jaar geleerd wat er nodig is om te slagen als betaald voetballer. Hij heeft de basis gelegd en misschien wel de belangrijkste rol gespeeld in mijn ontwikkeling van een leuke spits tot een echte prof. Foppe heeft geleerd hoe je keuzes maakt in en buiten het veld, hoe belangrijk voeding en rust zijn voor je lichaam, hoe je jezelf moet verzorgen als prof, dat je jezelf moet analyseren en evalueren en hoe je jezelf moet beoordelen om beter te worden. Op een heel natuurlijke manier benaderde hij iedere speler op zijn eigen wijze. Ik probeer dat nu ook in mijn trainingen bij PSV onder 18, me in te leven in de spelers en ze van daaruit te benaderen. Zo hebben we een groep Spaanstalige spelers die ik niet in de Hollandse mal probeer te duwen. Ik leg ze uit hoe direct wij kunnen reageren, dat we nogal hard kunnen zijn in onze eerste reactie.” 17 oktober 1999 [caption id="attachment_18434" align="alignnone" width="2048"] Het koningskoppel van PSV: Ruud van Nistelrooij en Luc Nilis.[/caption] “Ach ja, Luc. We hebben samen een prachtige tijd gehad, hij als nummer tien en ik als nummer negen. We hadden een geweldige voetbalklik, hij was ook zo goed. Ik denk dat hij het voorbeeld is van een professionele sporter die ons toont hoe moeilijk het is om na je carrière zonder het spelletje verder te moeten leven. Voetballen was alles voor hem. Luc heeft het zo zwaar gehad nadat hij was gestopt en heeft het nog niet makkelijk. Hij ging vanuit Eindhoven als trainer naar VVV, waar hij korte tijd onder Maurice Steijn heeft gewerkt. Ik heb nog wel contact met hem. Na één jaar Heerenveen was ik klaar voor een topclub. Het werd dus PSV. Frank Arnesen was technisch directeur, maar ik weet bijna zeker dat destijds geen transfer werd gedaan zonder instemming van voorzitter Harry van Raaij. Een geweldige man. Van Raaij had een heel lieve kant, maar kon als hij het belang van zijn club moest behartigen, keihard zijn. Hij leek wel op Riemer.” 6 mei 2007 [caption id="attachment_18435" align="alignnone" width="2560"] Van Nistelrooij  in zijn eerste seizoen bij Real Madrid.[/caption] “Toen ik kwam, had Real al heel lang niets meer gewonnen. Mijn eerste seizoen werd La temporada de la remontada, het seizoen van de comeback, genoemd. We stonden aanvankelijk een kilometer achter op Barcelona, maar werden toch nog kampioen. We eindigden in punten gelijk, maar hadden thuis gewonnen en uit 3-3 gespeeld en werden daardoor kampioen. Ik maakte tegen Barcelona thuis de tweede en scoorde uit in Camp Nou twee doelpunten, Lionel Messi maakte ze toen alle drie voor Barcelona. Ik heb in mijn eerste seizoen wel iets neergezet in Madrid: topscorer en kampioen. Madrid was in alle opzichten een aangename verandering. De cultuur, het leven, het voetbal, het aangename weer en de geboorte van onze beide kinderen zorgden ervoor dat we ook daar een geweldige tijd hebben gehad. Ik was in Madrid niet vaak thuis, veel in trainingskamp. Maar als ik thuis was, was ik ook thuis. Dan zei Leontien bij wijze van spreken: ‘Alsjeblieft, hier zijn je kinderen.’ Daar liep ik ook niet voor weg. We hadden geen au pair, vonden iemand in huis een te grote inbreuk op ons privéleven. Qua privacy was het in Madrid wel minder dan Manchester, je kon niet zomaar de stad in. Als je ging eten in de stad, kon het alleen als het was georganiseerd. Ik had bij Real Madrid een goede klik met Raúl, ik als nummer negen en hij als tien. Zo’n klik had ik bij PSV met Luc en bij United met Paul Scholes. Het klikte ook zo goed met Raúl doordat we vergelijkbaar in het leven stonden en staan.” 1 augustus 2014 [caption id="attachment_18436" align="alignnone" width="2560"] Bondscoach Guus Hiddink en zijn assistenten Danny Blind en Ruud van Nistelrooij worden gepresenteerd in Zeist.[/caption] ‘Ha, het kleine bankje. Door Guus ben ik de cursus Coach Betaald Voetbal gaan doen. Ik had het eerste voetbaldiploma gehaald en had even geen zin om weer een cursus te volgen. Hiddink wilde mij in 2014 per se als assistent-bondscoach. Op die manier heeft hij altijd geprobeerd oud-internationals voor het voetbal te behouden, door ze voor het trainersvak te interesseren. Tegen mij zei Guus dat hij me niet als assistent bij het Nederlands elftal zou halen als ik de vervolgcursus niet zou doen. Ik ben zo dankbaar dat Guus me heeft overtuigd. Dankzij hem heb ik nu het hoogste diploma. Onder Hiddink heb ik de transitie van speler naar trainer kunnen maken en gezien hoe ontzettend veel er komt kijken bij het trainersvak. Als speler had ik daar geen weet van, was ik alleen geïnteresseerd in het tonen van m’n kwaliteiten en vond ik alles wat voor me werd geregeld heel normaal. Ik was in shock toen Guus in de zomer van 2015 werd ontslagen. Ik vond het heftig en niet nodig. Bij Guus kwam het heel hard aan. Ik weet dat het ontslag ook heeft gezorgd voor de ruzie tussen elftalbegeleider Hans Jorritsma en Guus. Zo zonde, ze waren beiden toppers in hun vak. Ik stuur Jorritsma nog vaak een appje voor een interland. Misschien moet ik een keer mediaten, met de situatie van Marco van Basten en mij als voorbeeld. Toen Guus wegging, werden Marco en ik assistent van Danny Blind. Dick Advocaat is ook nog even bondscoach geweest. Met zowel Guus als Danny heb ik nog geregeld contact, zoals ik met heel veel mensen met wie ik heb gewerkt nog contact heb.” 6 november 1998 [caption id="attachment_18437" align="alignnone" width="2048"] Na het afzeggen van Edgar Davids, Dennis Bergkamp en Aron Winter heeft bondscoach Frank Rijkaard voor de vriendschappelijke interland tegen Duitsland de debutanten Dries Boussatta en Ruud van Nistelrooij opgeroepen.[/caption] “Dit specifieke moment kan ik me niet meer herinneren, maar ik weet wel dat Frank me eind 1998 liet debuteren. Ik kwam als broekie bij de lichting die de halve finale van het WK in 1998 had gehaald. Natuurlijk was ik zenuwachtig toen ik de eerste keer bij het Nederlands elftal binnenkwam. Ik kende bijna niemand. Maar ik had wel branie en ging meteen aan een tafel zitten waar plaats was. De trainingen waren van gigantisch hoog niveau, maar ik merkte al snel dat ik kon aanhaken. Ik had ook geen twijfel over mezelf en dat voelden m’n medespelers ook. 'Met Edgar Davids kon ik heel goed praten. Vaak zochten we elkaar na het eten even op. Hij weet en leest veel en het interesseert hem niets hoe mensen over hem denken' Rijkaard zei niet veel, maar je had altijd een warm gevoel bij hem. Hij was geen prater, maar als hij wat zei, voelde het goed. Hij was heel chill, straalde vertrouwen uit naar mij en hij was echt iets met mij van plan voor het EK 2000, als jonge jongen naast Dennis Bergkamp en Patrick Kluivert. Maar helaas raakte ik geblesseerd aan m’n knie, scheurde m’n kruisband. Geen EK en de transfer naar Manchester United moest nog een jaartje wachten.” 14 november 2012 [caption id="attachment_18438" align="alignnone" width="2560"] Patrick Kluivert, Michael Reiziger, Edgar Davids en Ruud van Nistelrooij nemen afscheid van Oranje voorafgaand aan de oefeninterland tegen Duitsland.[/caption] “Vier totaal verschillende karakters, maar er was iets dat ons bond: drijfveer, liefde voor het spel en groot onderling respect. Ik kan met weemoed kijken naar deze foto, krijg er echt een warm gevoel bij. Patrick Kluivert en ik zijn precies even oud, beiden van 1 juli 1976, maar zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Michael Reiziger is geweldig bezig als trainer, werd kampioen met Ajax 2 in de eerste divisie en is nu met Winston Bogarde aan het werk bij het eerste. Met Edgar had ik ook altijd een klik, ik kon heel goed met hem praten. Vaak zochten we elkaar na het eten even op. Hij weet en leest veel en het interesseert hem niets hoe mensen over hem denken. Sterker, ik denk dat hij dat zogenaamd slechte imago van hem cultiveert. De tegenstellingen tussen Ajax, Feyenoord en PSV speelden nooit bij het Nederlands elftal. Racisme was ook nooit een item bij ons. Voor mijn gevoel bestonden racisme en discriminatie ook niet in de spelersgroepen waarin ik speelde. Misschien komt het door mijn opvoeding dat ik mensen nooit heb beoordeeld op hun afkomst. Voor mij, mijn omgeving en mijn kinderen is het zo vanzelfsprekend de ander als gelijke te behandelen dat het me toch altijd weer verbaast dat velen in de maatschappij niet zover zijn. De against racism-campagne is voor mij dan ook iets heel normaals. Ik besef tegelijkertijd dat ik makkelijk praten heb. Ik vrees dat Edgar, Patrick en Michael in hun jeugd toch met discriminatie of racisme te maken hebben gehad. We spraken er nooit over bij de club en het Nederlands elftal, althans tegen mij hebben ze nooit iets gezegd. Ik heb die jongens ook nooit als anders gezien. Ik vind het ook geweldig hoe Georginio Wijnaldum en Frenkie de Jong zich hebben uitgesproken, die post van hen heb ik ook geretweet. Vind het mooi dat de huidige generatie topvoetballers zich maatschappelijk uitspreekt, ze worden de new wave genoemd. Die spelersactie om een aantal dagen te stoppen met social media vind ik ook prima. Ik vind dat de KNVB en de clubs zich maximaal moeten inzetten om nu af te rekenen met elke vorm van uitsluiting. Op mijn social mediakanalen heb ik geschreven dat ik voor ‘equality’ ben. Ik ben voor gelijkheid in alle opzichten: mannen en vrouwen, kleuren, geaardheid, geloof. Ik vind: de pijn van een ander is ook mijn pijn. Als ik in teams die ik begeleid ook maar iets zou merken van ongelijke behandeling, zou ik daar keihard op reageren. In mijn teams, en dat weten mijn spelers, is geen plek voor welke vorm van uitsluiting dan ook. Ik geef spelers altijd aan dat ze alles met mij in vertrouwen mogen bespreken en dat doen ze ook.” 22 mei 2004 [caption id="attachment_18439" align="alignnone" width="1599"] Ruud van Nistelrooij en Cristiano Ronaldo hebben de FA Cup gewonnen door in de finale Millwall met 3-0 te verslaan.[/caption] “Cristiano is de enige speler die vandaag ter sprake is gekomen die ik niet meer spreek. Zijn drive, zijn focus en zijn geloof in eigen kunnen heb ik bij niet één andere speler meegemaakt. Ik hou ook niet van de vergelijking tussen Cristiano en Lionel Messi. Ze zijn allebei geweldige spelers en beiden heb ik meegemaakt, de een als medespeler, de ander als tegenstander. Fantastisch.” 22 maart 2021 [caption id="attachment_18440" align="alignnone" width="2560"] Assistent Ruud van Nistelrooij, Memphis Depay, Georginio Wijnaldum en bondscoach Frank de Boer tijdens de training in aanloop naar de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Turkije.[/caption] “Mijn rol is assistent van Frank de Boer in de breedste zin van het woord: van het selectiebeleid, de voorbereiding van de training, de tactiek, tot de opstelling. Frank bespreekt alles met ons en neemt dan uiteindelijk de beslissing. We hebben bij Oranje een prachtige groep: een mooie lichting met echte persoonlijkheden die zich ook uitspreken. Iedereen is zichzelf. Het leeft ook binnen deze groep dat het alweer zeven jaar geleden is dat we aan een eindtoernooi deelnamen. Ik merk dat iedereen zo’n zin heeft in het EK. 'We hebben bij Oranje een prachtige groep: een mooie lichting met echte persoonlijkheden die zich ook uitspreken' We hebben als doel gesteld dat we ver moeten komen in het toernooi en dat we hopelijk kunnen stunten. Ik ben echt heel trots dat dit Nederlands elftal meer is dan een voetbalteam en dat ik daar onderdeel van ben. Ik heb mede daardoor zoveel zin in het EK. Het is echt een drive van dit team om Nederland trots te kunnen maken.” Helden Magazine 57 Het verhaal van Ruud van Nistelrooij komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Denzel Dumfries: ‘Ik ben nooit lang boos’

Denzel Dumfries (25) heeft stapje voor stapje [...]
Denzel Dumfries (25) heeft stapje voor stapje de top bereikt. De aanvoerder van PSV heeft goede papieren voor een basisplaats als rechtsback van Oranje op het EK. Tijd voor een goed gesprek over racisme, Suriname, Mohamed Ihattaren, Dusan Tadic en zijn toekomst. Hij kreeg toen hij net twintig jaar geworden was de Gouden Stier, de prijs voor het grootste talent van de eerste divisie. Dat was in 2016, toen Denzel Dumfries ook nog eens kampioen werd met Sparta. Hij verliet zijn geboortestad Rotterdam een jaar later en trok naar Heerenveen. Weer een jaar later telde PSV 5,5 miljoen euro voor hem neer. Denzel volgde dus, zeg maar, de Ruud van Nistelrooij-route naar de top: van de eerste divisie naar Heerenveen en na een jaartje door naar PSV. Hij is sinds 2018 de vaste rechtsback in Eindhoven, is aanvoerder en international en zou op het EK zomaar de eerste keuze kunnen zijn van bondscoach Frank de Boer. De carrière van Denzel zit in de lift, steeds stapt hij weer een etage hoger uit. Toch duurde het even voordat hij werd ontdekt. “Tegen mijn oma zei ik altijd dat ik dominee wilde worden, omdat ik haar daarmee blij maakte, maar eigenlijk had ik maar een droom: voetballer worden. Ik had ook geen plan B, maar ja, ik werd nooit gescout. Ik kreeg altijd dezelfde antwoorden. ‘We zitten vol.’ Of, zoals bij FC Dordrecht: ‘We stoppen met de busjes die talenten ophalen, dus we nemen je niet aan.’ Uiteindelijk wilde Excelsior me een contract geven. Ik was zeventien, speelde in de A1 van Barendrecht, stond al op de teamfoto, maar had nog geen overschrijving aangevraagd. Ik trainde in die tijd met Tony Pengel en looptrainer Errol Esajas en vertelde vol trots dat ik naar Excelsior ging. Tony vroeg me alleen hoeveel jongens bij Excelsior waren doorgebroken. Hij zette me aan het denken en ik vertelde uiteindelijk tegen Excelsior dat ik vanwege school toch niet kon komen. Een jaar later kreeg ik een brief waarin ik werd uitgenodigd voor een stage bij Sparta. Na twee maanden mocht ik al meetrainen met het eerste en ik kreeg mijn eerste contract. Ik kwam vanuit de amateurs en wist niks van zone verdedigen, doordekken en inspelen. Ik deed maar wat, gaf alleen maar lange ballen. Onder trainer Alex Pastoor debuteerde ik. Ik liep weg met hem, hij heeft me zo geholpen en ik heb nog altijd contact met hem.” Uit wat voor gezin kom je? “We vormden een gezin van zes. Ik heb een oudere zus, een jonger zusje en een broertje. Met elkaar praten vormde de basis in ons gezin. Hoe moeilijk het soms ook was, we moesten altijd het gesprek aangaan. Mijn moeder hield ook veel één-op-één gesprekken met ons. Ze is in alles een lerares. Ze komt uit Paramaribo en is op haar derde naar Nederland gekomen. Na 25 jaar voor de klas werd ze manager van een MBO in Rotterdam die niet bepaald een goede naam had. Uiteindelijk hebben ze er met alle leerkrachten een heel mooie school van weten te maken, waar iedereen nu graag naartoe wil. Mijn vader is Arubaans, kwam op zijn achttiende naar Nederland. Hij had altijd de wens om terug te keren en die kans deed zich voor toen hij een baan kreeg aangeboden op Aruba. Ik vond het vreselijk om te vertrekken uit Nederland, had de droom om profvoetballer te worden en op Aruba werden mijn kansen daarop niet groter. Uiteindelijk zijn we daar maar negen maanden gebleven, omdat ons huis in Nederland niet verkocht werd. Ik heb trouwens nog twee oefeninterlands gespeeld met Aruba onder 21. Ik was blij dat we teruggingen vanwege mijn voetbaldroom, maar ga nog altijd naar Aruba op vakantie. En ook Suriname trekt bij mij altijd, ik voel me ook Surinamer.” Je komt niet echt uit een sportfamilie toch? Lachend: “Mijn moeder heeft vroeger nog gevoetbald, maar mijn vader heeft niets met sport. Ik ben wat dat betreft een vreemde eend in de Dumfries-bijt. Mijn vader en moeder begrijpen allebei weinig van voetbal. Ze komen zo vaak mogelijk kijken en zijn hartstikke trots, maar het is beter dat ze niets over voetbal tegen me zeggen. Nu mijn vader wat meer wedstrijden heeft gezien, denkt hij dat hij soms ook wat mag zeggen. Ik antwoord dan meteen met: pap, ik geloof het wel.” 'Tijdens de ramadan heb ik uit solidariteit met Ihattaren besloten een dag te vasten en 's avonds nodigde Mo me uit om na zonsondergang de iftarmaaltijd te nuttigen' Jouw moeder was dus lerares. Kon jij goed leren? “Ik kon wel goed leren, vond filosofie een mooi vak. Ik vind het nog steeds leuk om me te verplaatsen in de denkwijze van sommige filosofen. Mijn probleem op school was dat ik veel te druk was. Ik heb op vijf verschillende middelbare scholen gezeten, zat op de havo, maar heb die niet afgemaakt. In mijn eindexamenjaar liep ik stage bij Sparta en kon dat niet combineren met school. Mijn moeder vindt het nog steeds jammer dat ik mijn school niet heb afgemaakt. Maar ze heeft er meer vrede mee nu ze heeft gezien hoe ik me heb ontwikkeld. Ik ben aanvoerder van PSV en speel voor het Nederlands elftal. Ze weet dat ik mijn weg weet te vinden en ook een gesprek kan voeren.” Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal van Denzel Dumfries komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Memphis Depay: Memphis is Memphis

Memphis Depay (27) is misschien wel de [...]
Memphis Depay (27) is misschien wel de meest besproken speler van Oranje. De spits blonk de afgelopen jaren niet alleen uit op het veld bij Olympique Lyon en het Nederlands elftal, maar groeide ook uit tot een inspiratiebron. Hij werd een voorbeeldprof en deed dat à la Memphis. “Ineens viel het kwartje.” ‘Blind and Deaf To The World BADTTW, All Glory To God.’ De ruim tien miljoen Instagram-volgers van Memphis Depay reageerden massaal op zijn lijfspreuk. Zijn manier van juichen, waarin Memphis zijn vingers in de oren stopt, is inmiddels wereldberoemd. Er verschenen berichten op zijn account van fans die het gebaar op hun lichaam hebben laten tatoeëren. Wie Memphis volgt, ziet allang niet meer alleen de spits die een voetbalfoto van zichzelf deelt na een overwinning. Memphis is ook rapper, kledingontwerper, oprichter van de Memphis Foundation en een believer. Hij deelt inspirerende quotes met zijn volgers, maar poseert ook gerust met een glas whisky op een superjacht of al knuffelend met een lijger. Eerder in Helden zei hij: “Ik weet dat ik voor de buitenwereld soms apart kan zijn en dat mensen me daarom niet begrijpen. Ik ben ook wel een apart figuur. Dat is niet bewust, ik ben mezelf.” Inmiddels begrijpen meer mensen hem. En weten niet alleen zijn volgers, maar ook andere voetballiefhebbers die misschien voornamelijk genieten van zijn skills op het voetbalveld: Memphis is Memphis. Onbevangen Phillip Cocu had al vroeg door wat Memphis nodig had. Zijn vrijheid. Onder de toenmalige trainer groeide hij in 2014 uit tot een van de beste spelers van PSV, de club waar hij ook het grootste deel van zijn jeugdopleiding had doorgebracht. Zelf zei Memphis er twee jaar geleden in Helden over: “Phillip Cocu heeft veel voor me betekend. Hij liet me vrij. In het veld, maar ook daarbuiten. Als ik vrijheid en verantwoordelijkheden krijg van een trainer, wil ik voor hem strijden. Ik voelde bij Phillip dat het vanuit zijn hart kwam. Hij kon me raken, ik voelde me gewaardeerd.” Dankzij zijn goede spel bij PSV debuteerde hij al op zijn twintigste op een eindtoernooi met het Nederlands elftal. Onder bondscoach Louis van Gaal maakte hij naam op het WK in Brazilië in 2014. Memphis speelde vrij en onbevangen. “Ik denk dat Van Gaal wel een zwak voor me had in die periode rond het WK.” Louis van Gaal sprak over Memphis, in Helden april 2020. “Ik vond hem als mens altijd al een positief ingestelde jongen. Ik hebveelmethemgesprokenomerachter te komen wat hij nou wilde. Nou, hij wist heel goed wat hij wilde. Ik zag in dat hij als speler vrijheid nodig had.” Memphis: ''Hé zwarte', of  'aap' werd er geroepen. Ik vond het triest, maar dealde ermee. Door van me af te bijten en ja, door soms ook te vechten' Maar de onbevangenheid was voorbij toen Memphis een jaar later de overstap maakte naar Manchester United, waar Van Gaal op dat moment manager was. Als linkerspits kreeg hij een kans, maar de toen 22-jarige Memphis liet te weinig zien waartoe hij in staat was en belandde op de bank. “Bij Manchester United wilde ik ook eigen keuzes maken in plaats van altijd te moeten luisteren en met opdrachten te moeten spelen. Natuurlijk wilde ik onbevangen spelen, maar dat lukte niet. Ik wilde me te graag bewijzen, laten zien hoe goed ik was.” Ook de klik tussen Memphis en Van Gaal verdween langzaam. De twee botsten geregeld. “En als het botst met Van Gaal zitten er niet twee kanten aan een verhaal. Er is alleen zijn kant. Ik heb goede en minder goede herinneringen aan hem,” aldus Memphis in Helden. Een jaar later kwam Memphis in de plannen van manager José Mourinho, opvolger van Van Gaal, zelfs helemaal niet voor. In Manchester had Memphis een klap te verduren gekregen, maar leerde hij zichzelf ook kennen, mede dankzij vriend en spiritueel coach Thomas Kemp. Memphis pakte het geloof weer op, waar hij vroeger mee was opgegroeid. Hij leerde, naar eigen zeggen, God kennen, en daarmee zichzelf. Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal van Memphis Depay komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners én met John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Wout Weghorst: ‘Als je niet doorsnee bent, val je op’

Wout Weghorst (28) werd lang gepasseerd [...]
Wout Weghorst (28) werd lang gepasseerd voor Oranje, maar bleef ondertussen wel scoren voor VfL Wolfsburg. Net zo vaak totdat bondscoach Frank de Boer niet meer om hem heen kon. In aanloop naar het EK blikt hij terug op een sportieve achtbaan en spreekt hij over zijn leven buiten de kleedkamer, zijn mental coach en zijn band met God. De vraag kwam aan het einde van het gesprekje voor de tv-camera na de wedstrijd tegen RB Leipzig. Wat Wout Weghorst vond van zijn uitverkiezing voor de voorlopige EK-selectie van Oranje. Ineens kon de spits van VfL Wolfsburg, dit seizoen goed voor twintig competitiegoals in de Bundesliga en niet snel van z’n stuk te krijgen, even niets meer zeggen. In plaats daarvan welden er tranen op. “Die vraag overviel me eigenlijk. Door de 2-2 tegen Leipzig plaatsten we ons voor de Champions League en dat was een fantastische prestatie van de club. De vraag over Oranje zag ik niet aankomen. Zo van: heb jij er na alles wat er gebeurd is nog wel zin in? Toen brak ik een klein beetje. Het is natuurlijk wel iets geweest...” Sinds hij in de zomer van 2018 voor elf miljoen euro van AZ naar Wolfsburg verkaste, scoorde hij aan de lopende band tegen niet de minste clubs. Telkens voelde het als een soort afwijzing als Oranje bij elkaar kwam en hij er niet bij zat. Steeds meer mensen begonnen over hem, iedereen had een mening over Wout Weghorst. En de groep die vond dat hij mee moest naar het EK werd de laatste tijd steeds groter. “Ik werd onderwerp van een nationale discussie. Zonder dat mensen me kenden, werd er een mening over me geventileerd. Niet alleen over de voetballer Wout Weghorst, maar ook over hoe ik als mens zou functioneren.” Heb je je weleens afgevraagd hoe het kwam dat je er niet bij zat? “De reden daarvan vraag ik me ook wel af. Natuurlijk hoorde ik ook die geluiden over m’n persoonlijkheid. Tja... Ik kon niet anders dan proberen zo goed mogelijk te presteren zodat de bondscoach op een gegeven moment niet meer om mij heen kan.” Aan talkshowtafels werd gesteld dat je lastig in een groep zou functioneren en een probleem zou zijn in de kleedkamer door je extreme gedrevenheid. En dat je te houterig zou zijn om een goeie meevoetballende spits te zijn. “Ik heb die verhalen op de Nederlandse tv natuurlijk allemaal meegekregen. Ik dacht vaak: ik ben alweer drie jaar weg uit de Nederlandse competitie, niemand kan dan ook beoordelen hoe ik hier ben in een groep. Dat vind ik makkelijk praten over mijn persoonlijkheid. Ja, ik wil altijd spelen. En ja, ik ben een winnaar. In mijn beleving zijn dat geen slechte eigenschappen. Als je niet doorsnee bent, val je op: in positieve en negatieve zin. Soms vind ik Nederland een vreemd land. Altijd zeuren over de passie en beleving van voetballers, maar als je dat fanatisme wel hebt, ben je weer arrogant of irritant. Daarom boeit het mij niet zo erg wat andere mensen vinden. Ik trek mijn eigen plan, werk aan mijn eigen doelen, dromen en ambities. Ik weet dat ik voor mijn omgeving niet altijd de gemakkelijkste ben. Dat accepteer ik.” Heb je lang getwijfeld of Frank de Boer vertrou­wen in je had? “Dat eigenlijk niet, ik wist niet hoe de bondscoach over me dacht en of hij me vertrouwde. Dat zijn dingen waar ik geen invloed op had. Ik heb het vooral bij mezelf gezocht, hield vertrouwen in mijn prestaties en in mezelf. Vertrouwen hebben in mezelf is altijd mijn houvast geweest. Maar goed, het was ook weleens frustrerend en teleurstellend dat de bondscoach me niet nodig had. En gelukkig kwam het moment dat ik hem toch voldoende heb weten te overtuigen.” 'Toen we in Nederland woonden, ging ik graag naar de kerk met mijn vriendin. We bidden regelmatig samen. Ik bid sowieso elke ochtend en avond' Wim Kieft noemde je in zijn column in De Telegraaf ineens een vaste waarde voor Oranje en beter dan Luuk de Jong. “De laatste weken wordt er heel positief over me gesproken, de tendens is behoorlijk gewijzigd, terwijl de laatste twee jaar de prestaties in Duitsland al constant en goed waren. Ik ben niet heel erg veranderd. Ach, het is ook een beetje hoe zulke dingen gaan in de media.” Jij bent ongekend fanatiek, accepteer je een rol als pinch­ hitter bij Oranje? “Zoals ik net zei: ik wil altijd spelen. Ik heb er altijd alles aan gedaan om in de basis te staan bij de clubs waar ik heb gespeeld, ben niet iemand die makkelijk op de bank gaat zitten. Dat geef ik meteen toe. Maar het gaat nu om het Nederlands elftal en het gaat om duidelijkheid. Ik moet m’n rol en m’n plaats kennen. Ik moet weten wat de bondscoach van me verwacht, wat mijn rol gaat zijn binnen het team. Uiteindelijk gaat het om het beste Nederlands elftal en de grootste kans om een resultaat te boeken op een eindtoernooi. Dan moeten de besten spelen. Ook als dat gepaard gaat met een plek op de bank voor mij. Het gaat niet om mij, maar om Oranje.” Hoe belangrijk is het EK voor jou als etalage? Vo­rig jaar ben je al in gesprek geweest met clubs als Arsenal en Tottenham Hotspur. Die 35 miljoen euro die Wolfsburg voor je vraagt, betaalt Chelsea wel als ze je echt willen hebben. “Ik heb altijd gezegd dat ik naast de Bundesliga de Premier League interessant vind. Of ik in Engeland pas als voetballer en mens, weet ik nog niet. Bij Wolfsburg is alles goed en fijn. Ik kan hier doen en laten wat ik wil. Maar als ik als voetballer het maximale wil bereiken, moet ik misschien wel een keer voor de moeilijkste weg kiezen. Uit de comfortzone stappen. Kansen om hogerop te gaan, heb ik altijd met beide handen aangegrepen. Van Emmen via Heracles en AZ naar Wolfsburg. En ondertussen heb ik steeds de buitenwereld verbaasd. Straks misschien weer een stapje hoger... En ja, het EK kan een prachtig podium zijn om clubs te overtuigen. Ik ben ambitieus. Aan het einde van m’n carrière wil ik kunnen zeggen dat ik mijn plafond heb gehaald, dat ik er echt het maximale uit heb gehaald. Ik kan ook zeggen: ik blijf lekker bij Wolfsburg waar ik vaste spits ben. Maar ik ben iemand die z’n grenzen probeert te verleggen.” Maar met Wolfsburg speel je volgend seizoen Champions League. Ook dat is een mooi podium om je te laten gelden. “Klopt, de club wil me ook heel graag houden en daar alles aan doen. Wolfsburg ziet me als een belangrijke speler voor de komende jaren. Toen ik hier drie jaar geleden binnenkwam, vocht de club tegen degradatie en nu zitten we in de Champions League. Als we die niet hadden gehaald, had ik wel bij mezelf gedacht: ik wil nu echt weg. Als ik blijf dan is de Champions League zeker ook een nieuwe, mooie uitdaging voor me. De club weet ook van mijn wens om het hogerop te proberen, dat heb ik ook heel open gecommuniceerd. De clubleiding heeft te kennen gegeven dat als ik me echt sportief kan verbeteren, ze me niet zullen tegenwerken.” Mental coach Je bent als voetballer een buitenbeentje, hebt sportmanagement en journalistiek gestudeerd en bent iemand met een duidelijke mening. Je doel lijkt niet alleen jezelf als voetballer te ontwikke­len, maar ook als mens. “Jazeker, ik vind dat je altijd moet proberen om je zo goed mogelijk te ontwikkelen als sporter en als mens. De opleidingen heb ik gevolgd om mijn wereldje wat breder te maken dan alleen de voetbalwereld. Die opleiding volgde ik trouwens ook in een tijd dat ik op een niveau speelde waar ik niet van mijn sport zou kunnen leven.” Je hebt een mental coach. Waarom vond je dat je die nodig had? “Ik vind dat je jezelf op elk gebied moet ontwikkelen. Ik geloof dat de mentale mindset voor een voetballer essentieel is. Jezelf ontwikkelen op mentaal vlak is net zo belangrijk als op technisch gebied. Ik heb verschillende mental coaches gehad. In mijn carrière is dat altijd op het bewuste niveau geweest. Je hebt het bewustzijn en het onderbewustzijn. Het bewuste gaat over de dagelijkse dingen die me helpen beter te presteren als voetballer. Met verschillende coaches heb ik aan dat aspect gewerkt. Bij mij pakte dat goed uit. Ik ben wat zelfbewuster geworden en kreeg meer vertrouwen. Toch blijven er altijd belemmeringen. Met de coach met wie ik nu werk, concentreren we ons meer op mijn onderbewustzijn. Uiteindelijk met als doel om meer zelfvertrouwen te krijgen en mijn geldingsdrang verder te laten ontplooien. Over mij werd heel vaak gezegd: ‘Hij kan het niet.’ Dat is iets wat altijd een beetje aan me heeft gekleefd en dat doet het nog steeds. Dan hoor ik weer dat ik een atypische speler ben. Of: ‘Hij is geen sierlijke speler, het ziet er allemaal niet uit’. Ik heb altijd tegen vooroordelen moeten vechten. Ik heb daarentegen mede daardoor die bewijsdrang en mindset gecreëerd. Sinds we met mijn onderbewustzijn aan de slag zijn gegaan, is het wat meer ‘willen’ dan ‘moeten’ geworden. Ik kan dingen wat makkelijker accepteren en daardoor heb ik weer meer rust gekregen. Ik merk nu dat ik een extra stap heb gezet, dat ik echt te allen tijde in mezelf geloof. Mijn mantra is altijd geweest: als je echt iets wil, kun je het ook bereiken. En ja, dan kan een speler die ooit reserve was bij Emmen de top van de Bundesliga halen.” 'Ik dacht: Ik ga eenzame ouderen bezoeken. Ik ben naar een verzorgingshuis gegaan en vroeg: is er iemand die nauwelijks bezoek krijgt?' Is het ook weleens vermoeiend om ook op mentaal vlak zo bevlogen met je vak bezig te zijn? “Tegen mijn vriendin zeg ik weleens: hoelang ga ik dit nog volhouden? Ik heb het mooiste beroep van de wereld, maar het is mentaal ook heel zwaar. Zeker zoals ik erin sta. Ik verwacht elke dag het maximale. De gewone trainingen op de club, krachttraining, mentale coaching. Ik vind ook dat ik altijd meer moet doen dan een ander, want ik denk dat dat uiteindelijk wordt terugbetaald. Het harde werken wordt altijd beloond. En ja, ik heb ook weleens een punt bereikt dat ik dacht: wil ik niet te veel? Ik ben twee jaar geleden vader geworden van twee dochters. Dat heeft geholpen dat ik nu wat beter kan relativeren, dat ik iets ontspannener leef, iets relaxter ben.” Ben je een aardigere jongen in de kleedkamer geworden? “Dat denk ik wel. In Wolfsburg ben ik heel goed met de jongens. De aard van het beestje is ook dat ik gewoon een winnaar ben. Ik doe er altijd alles aan. Als iets me niet aanstaat, dan kan het knallen op de training. Vroeger zocht ik dingen vaak buiten mezelf, dacht: ik doe er alles aan en een ander doet dat niet. Nu kijk ik altijd in de eerste plaats naar mezelf. De enige die dingen kan veranderen en kan bepalen hoe ik me voel, ben ik zelf. Doordat ik zo kan denken, heb ik veel meer rust.” Je hebt ook gesprekken gevoerd met andere top­ sporters, onder wie Sven Kramer. Wat heb je daarvan opgestoken? “Ik heb altijd geprobeerd me te verdiepen in andere sporten. Ik kijk naar de manier waarop zij trainen en vind het interessant hoe anderen hun sport beleven. Sven Kramer wilde ik gewoon een keer spreken en leren kennen. Dat was heel interessant en ik heb uit de manier hoe Sven zijn sport benadert weer dingen opgepikt. Ik doe dat ook door documentaires te bekijken van heel grote sporters als Novak Djokovic of Michael Jordan. Ik vind: je moet je eigen weg bewandelen, maar je moet je ogen en oren openhouden en proberen overal kennis op te doen die helpen nog meer uit jezelf te halen.” Met wie zou je nog weleens willen spreken? “Cristiano Ronaldo. Geweldige man. Fantastische speler. En een mens met een bijzonder verhaal.” De Bijbel Je bent gelukkig met je vrouw Nikki, hebt twee dochters. Zelf ben je een kind van gescheiden ouders. Wat voor invloed heeft dat op jou gehad? “In de tijd dat mijn ouders uit elkaar gingen, hadden mijn broers en ik elkaar altijd. Van de scheiding heb ik ook dingen geleerd, hoe pijnlijk die tijd ook was. Ik ben me ervan bewust dat ik als ouder en echtgenoot dingen soms anders moet doen. En ik voel misschien door wat ik mee heb gemaakt een enorme verbondenheid met mijn kinderen. Ik ben een heel gevoelig iemand, wil door mijn ervaringen uit het verleden het allerbeste voor mijn kinderen. Ik wil ervoor zorgen dat ze een goede en fijne jeugd hebben in een warm nest.” Het geloof speelt ook een belangrijke rol voor je. “Zeker. Het geloof is rond mijn zeventiende een belangrijke rol in m’n leven gaan spelen. Er is een bepaalde gebeurtenis geweest, waardoor ik meer in contact ben gekomen met God. Maar ik wil daar nu niet te veel over vertellen. Het is dus niet uit het niets gekomen, ik had die houvast op dat moment echt nodig. We zijn thuis nooit echt heel erg gelovig opgevoed. Het was meer standaard, met kerst naar de kerk. Uit mezelf heb ik het geloof omarmd. Ik vind het fijn en het geeft me houvast en ik haal er steun uit en het geeft me een bepaalde kracht. Ik geloof dat de Lieve Heer het beste met iedereen voor heeft en dat alles gebeurt met een reden.” Hoe belijd jij het geloof? “Toen we in Nederland woonden, ging ik graag naar de kerk met mijn vriendin. We bidden regelmatig samen. Ik bid ook vaak alleen, sowieso elke ochtend en avond. Ik bid in bed of kniel even naast mijn bed. Een momentje voor mezelf, ik voel me dan heel vrij. Ik lees ook af en toe stukken in de Bijbel. In mijn telefoon zit een app waarmee ik Bijbelcitaten kan opzoeken.” Jouw tatoeages hebben ook allemaal een betekenis, toch? “Klopt. Ik heb een Engelse tekst op mijn bovenarm. Die heb ik zelf gemaakt, het is een beetje mijn levensverhaal. Er staan mooie gebeurtenissen in en ook bijzondere dingen vanuit mijn geloof. De hoogtepunten van mijn voetbalcarrière staan op mijn lichaam. En op mijn onderarm heb ik een afbeelding van Jezus laten zetten, omdat hij voor mij een belangrijke rol speelt. En ik heb een grote engel aan de zijkant, die verwijst naar mijn vriendin. We zijn al tien jaar samen, Nikki is zo belangrijk voor me. En als de mogelijkheid daar is, dan komen er nog twee kleine engeltjes bij. Die verwijzen uiteraard naar mijn dochters.” In feite staat je hele biografie op je lijf. “Ja, ook die tatoeages zijn voor mij een houvast. Daarnaast vind ik het iets dat bij me hoort, ik voel me er fijn bij.” Je hebt je ook nog beziggehouden met vrijwilligerswerk. “In mijn tijd bij AZ heb ik met eenzame ouderen activiteiten gedaan. Ik had er een paar keer iets over gezien op tv en keek mijn vriendin dan altijd aan en zei: dat zou ik ook graag willen doen. Zelf was ik toch geen zes dagen per week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op de club en dacht op een gegeven moment: ik ga eenzame ouderen bezoeken. Ik ben naar een verzorgingshuis gegaan en vroeg: is er iemand die geen of nauwelijks bezoek krijgt en die daar wel behoefte aan heeft? Het voelde heel goed dat ik op die manier mensen een lach op hun gezicht kon bezorgen. De laatste tijd ben ik verbonden aan Join for Joy. Dat is een organisatie die in Afrikaanse landen actief is met sport en spel om voor kinderen het leven wat plezieriger te maken. Daarnaast probeert de organisatie kinderen te stimuleren naar school te gaan, zodat ze zich kunnen ontwikkelen. Ik ben met mijn vader en broers op vakantie geweest naar Tanzania. Ik zag hoe mensen daar gelukkig waren met het weinige wat ze hadden. Daar kunnen wij in Nederland wel een voorbeeld aan nemen. Na die reis kreeg ik het gevoel dat ik wat voor ontwikkelingslanden wilde doen.Twee jaar terug ben ik met Join for Joy in aanraking gekomen en ik dacht: dit past goed bij mij. Ik wil, omdat ik in de gelukkige omstandigheid verkeer, heel graag financieel bijdragen aan een beter bestaan voor de mensen daar.” Helden Magazine 57 Het verhaal van Wout Weghorst komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij en Denzelf Dumfries blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Vivianne Miedema: ‘Ooit zal ik voor Feyenoord spelen’

Ze is een van de beste spitsen ter wereld in het vrouwenvoetbal en [...]
Ze is een van de beste spitsen ter wereld in het vrouwenvoetbal en heeft de status van een wereldster. Vivianne Miedema is niet alleen topscorer aller tijden van het Nederlands elftal en de Engelse league, maar ook een spreekbuis, actrice, wereldverbeteraar en Feyenoorder in hart en nieren. Vivianne de actrice Je schitterde onlangs met Lieke Martens in een pindakaas­ reclame. Lonkt er een nieuwe carrière? Lachend: “Mijn acteerwerk was niet heel sterk. Het lag ver buiten mijn comfortzone. Ach, die dingen horen erbij. Het is leuk dat jongetjes en meisjes die fan van ons zijn dit op tv voorbij zien komen.” Als jij in Londen over straat loopt, word je dan herkend? “Dat begint nu te komen en dat komt vooral omdat ik een beetje het gezicht ben geworden van de Engelse competitie. Met een paar meiden van het team gaan we geregeld Londen in. Als groepje vallen we sowieso wat meer op, we zien er natuurlijk ook sportief uit. Dan kunnen mensen wel een gezicht bij de naam plaatsen. Maar het is in Engeland nog niet zo gek als dat het in Nederland is.” Vind je dat je bekendheid je beperkt in je vrijheid? “Wij waren de eersten die riepen: ‘We willen het vrouwenvoetbal groot maken en bekend worden.’ It comes with a price. Ik hou niet enorm van die aandacht, het is na al die jaren nog steeds wennen. Vorig jaar was ik na de lockdown even terug in Hoogeveen. Ik was al heel lang niet bij mijn ouders thuis geweest. Met mijn broertje Lars ging ik een avondje uit en ik dronk een biertje. Twee minuten later stond dat op internet. Ik had vakantie en een half jaar geen wedstrijden kunnen spelen vanwege corona, mag het ook een keer... Maar ja, dat hoort er nou eenmaal bij. Gelukkig valt het in de sport nog mee, artiesten worden meer in de gaten gehouden. Zo’n interessant leven heb ik niet.” Vivianne de topscorer Je speelt nu vier jaar bij Arsenal, bent pas 24 en nu al top­scorer aller tijden in Engeland en van Oranje. Lachend: “Ze zeggen dat je moet stoppen op je hoogtepunt, toch?” Je gaat nu toch niet je afscheid bekend maken? Lachend: “Nee, hoor.” Ben jij iemand die iedere goal onthoudt? “Door de adrenaline vergeet ik weleens wat. Het lijstje met goals wordt ook steeds langer, geluk­kig. Toen we vorig jaar in lockdown zaten vanwege corona en niet konden voetballen, heb ik wel wat bijzondere wedstrijden teruggekeken, zoals die van het gewonnen EK in 2017 en het WK in 2019 toen we de finale haalden. Best leuk om je eigen goals dan weer eens terug te zien.” Hecht jij veel waarde aan die lijstjes? “Het is niet dat ik er enorm mee bezig ben, maar ik vind het leuk dat ik bovenaan een paar lijstjes sta.” Je bent ook gekozen als speelster van het jaar 2019 en beste speelster van het decennium in Engeland en opgenomen in FIFA’s wereldelftal van het jaar 2019. “Ik heb een aantal van die bekers thuis staan en op de club staan er een paar. Het is absoluut een eer om uitgeroepen te worden, begrijp me niet verkeerd, maar ik voetbal omdat ik met het team prijzen wil winnen. Ik vind het belangrijker dat ik me de afgelopen jaren heb ontwikkeld en niet alleen een scorende spits ben geweest, maar mezelf ook heb laten zien als nummer 10.” Vivianne de spreekbuis “Ik heb een voorbeeldfunctie als het over bepaalde onderwerpen gaat en ben niet de beroerdste om mijn mening te geven om het vrouwenvoetbal vooruit te helpen. Ik heb het platform daarvoor gecreëerd en denk dat ik ook het respect heb verdiend om mijn mening te mogen geven.” Is dat ook een soort missie van je geworden? “Ik ben inmiddels een van de bekendste spitsen ter wereld in het vrouwenvoetbal, dan vind ik ook dat ik moet opstaan voor wat er in het vrouwenvoetbal gebeurt. Wij lopen nog zo achter op het mannen­ voetbal. Wij moeten voor gelijkheid vechten. Dat gaat niet alleen om geld, maar ook om mogelijk­ heden.” 'Wij lopen nog zo achter op het mannenvoetbal. Wij moeten voor gelijkheid vechten' Onlangs werd bekendgemaakt dat de opzet van de Champions League verandert. Er komt een groepsfase en het prijzengeld is verhoogd naar 24 miljoen. Een stap in de goede richting? “Absoluut. De Champions League in het vrouwenvoetbal is groot, maar het was niet wat het zou moeten zijn. De club die op dit moment de Champions League wint, verliest zelfs geld. Hopelijk houden clubs er nu ook wat aan over.” Voor het WK in Canada in 2015 zei je in een interview in Helden: ‘Hopelijk zullen ouders op een dag zeggen: ‘Mijn dochter voetbalt als Vivianne, dat lijkt me toch heel bijzon­ der, als dat ooit wordt gezegd.’ Dat is pas zes jaar geleden. “En dat blijft bizar. Op dat WK was ik pas achttien. Twee jaar later werden we Europees kampioen. In mijn tijd was er geen boegbeeld in het vrouwenvoetbal. Ik keek naar Arjen Robben, Wesley Sneijder en Robin van Persie, droomde dat ik tussen hen in het veld zou staan. Nu maken we mee dat meiden zeggen: ‘Ik wil als Miedema voetballen of als Shanice van de Sanden zijn.’ Dat is een superstap. Daar hebben we allemaal aan bijgedragen.” Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal van Vivianne Miedema komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Georginio Wijnaldum: ‘Ik wil de beste vader zijn voor mijn kinderen’

Georginio Wijnaldum is aanvoerder van [...]
Georginio Wijnaldum is aanvoerder van het Nederlands elftal. De middenvelder van Liverpool is uitgegroeid tot een speler van internationale allure en een onmisbare schakel van Oranje. Hij was nog maar zestien toen hij debuteerde bij Feyenoord, daarna zagen we hem de afgelopen veertien jaar volwassen worden als voetballer en mens. Een piepjong ventje met dreadlocks maakte in april 2007 zijn debuut in het eerste van Feyenoord. Met zijn zestien jaar en 148 dagen was hij de jongste debutant ooit van de Rotterdamse club. Zijn naam: Georginio Wijnaldum. Het kroonjuweel van de club had steevast een glimlach van oor tot oor. Hij werd meteen gebombardeerd tot de man die eerst Feyenoord en later het Nederlands elftal bij de hand zou nemen. De Europese topclubs hadden hem vanaf zijn debuut op de radar. Gini maakte in 2011 de overstap naar PSV. Het was een keuze tussen het hoofd en het hart. In Eindhoven kon hij de volgende stap maken. Daar groeide hij uit tot international en werd aanvoerder van PSV. Na vier jaar waagde hij de stap naar het buitenland, naar Newcastle United. Georginio maakte in dat ene seizoen zoveel indruk dat topclub Liverpool hem voor 30 miljoen euro haalde. In de stad van The Beatles zette hij de laatste stap naar de absolute top. Hij werd een onmisbare schakel in het elftal van Jürgen Klopp, won de Champions League in 2019 en vorig jaar de eerste landstitel met The Reds in dertig jaar. En ook in Oranje vond hij zijn draai, waar de kritiek aanvankelijk was dat hij het goede spel van Liverpool niet wist mee te nemen naar het nationaal elftal. Alle schroom heeft hij van zich af gespeeld. Op zijn dertigste is hij aanvoerder van Oranje en de aanvoerdersband droeg hij ook bij Liverpool. De jongen die debuteerde met dreadlocks is nu een volwassen kerel en vader met kort haar en een stoppelbaardje. Maar de lach op zijn gezicht is gebleven. “Ik denk dat anderen blijer zijn met het aanvoerderschap dan ik,” zegt Georginio. “Natuurlijk, het is een geweldige eer, maar ik heb er wel een dubbel gevoel bij. Bij Liverpool ben ik vierde aanvoerder, krijg de band als de andere drie geblesseerd zijn. Dan heb ik de band liever niet, dat betekent dat we een sterker team hebben. Bij het Nederlands elftal zie ik Virgil van Dijk als de echte leider, maar hij is helaas geblesseerd. En weet je? Ik vind Kevin Strootman ook een veel betere aanvoerder dan ik. Kevin was met iedereen bezig, pakte iedereen aan. In de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Duitsland in 2019 werden we in de eerste helft overlopen en kwamen we met 1-0 achter. Kevin kwam in de rust naar me toen en zei: ‘Gini, ik wil meer zien van je, je moet gedurfder spelen. Je loopt maar mee.’ Hij pakte iedereen aan en had gelijk, terwijl hij zelf niet speelde. Kevin is een geboren leider. Ik had die opmerking van hem op dat moment nodig. En Virgil is net zo.” Wat voor aanvoerder ben jij? “Ik ben ook wel bezig met de jonge jongens en denk ook dat de anderen mijn mening accepteren, maar Kevin en Virgil brengen wat meer. Daarom is het ook zo jammer dat Kevin niet is geselecteerd voor het EK. En niet alleen om zijn leidinggevende capaciteiten, hoor, ik vind dat hij ook voetballend nog wat kan toevoegen. Ook Ryan Babel had ik er graag bij gehad. Sommige jongens zijn zo belangrijk in en voor het team. Maar het staat de trainers vrij om andere keuzes te maken. Ik heb mijn mening gegeven. Dat kan ook bij Frank de Boer, hij staat heel erg open voor meningen van anderen. Hij bespreekt dingen met ons en vaak doet hij ook wat met onze input. Hij moet de keuzes maken, want als iemand erop wordt afgerekend, is het de trainer.” Speelt Memphis Depay een rol in dat proces? “Zeker. In de media wordt hij soms nog gezien als iemand die alleen aan zichzelf denkt, maar Memphis is echt bezig met het team. Hij is nu de tweede aanvoerder, maar hij kan evengoed de band dragen. Ik denk dat veel mensen verbaasd zullen staan als ze weten hoe Memphis het team op sleeptouw neemt. Dan krijgt iedereen meteen een heel ander beeld van hem als mens.” In korte tijd is Oranje een heel hecht team geworden in en buiten het veld. Jullie spreken je uit, zijn niet op je mondje gevallen, leven jullie eigen levens. Hoe sterk is die band? “Heel sterk. We waren altijd trots om voor Oranje uit te komen, maar iedereen kijkt er ook echt naar uit om weer samen te komen. In de periode dat het niet zo goed ging, was het niet zo leuk. Een tijdlang had ik het echt moeilijk bij het Nederlands elftal. Ook omdat ik de kans niet kreeg om op mijn eigen positie te spelen en me niet gewaardeerd voelde. Dat gevoel is helemaal verdwenen. De ploeg is hecht, iedereen helpt elkaar. Het is belangrijk om dat gevoel goed te bewaken. Als er iemand binnenkomt die er heel anders in staat dan wij, zal hij het moeilijk krijgen. Dan past hij niet in de groep. We zijn ook heel eerlijk naar elkaar toe, iedereen durft zijn mening te geven en mag dat ook doen. We zijn er heel erg mee bezig dat iedereen moet durven zeggen wat hij denkt. Vragen ook aan elkaar wat beter kan, daar sparren we dan over. We zijn heel begaan met elkaar, spelen spelletjes, voeren gesprekken. En als er uit die gesprekken weer dingen komen die goed kunnen zijn voor het team, dan geven we dat meteen door aan de trainer. Op dat vlak heb je aan Frank een goeie, hij staat ook echt open voor onze ideeën. [caption id="attachment_18444" align="alignnone" width="2560"] In de Premier League maken spelers voor elke wedstrijd een kniebuiging waarmee ze hun steun betuigen aan de Black lives matter-beweging[/caption] Voorheen, toen we in Noordwijk bijeenkwamen, gebeurde het vaak dat iedereen in z’n eentje naar z’n kamer ging. Sinds we in Zeist zitten, doet bijna niemand dat meer. Ronald Koeman heeft dat proces in gang gezet en eigenlijk is er niet veel veran­ derd sinds zijn vertrek. Ook met de staf en met de directie van de KNVB is de klik er. Zoiets heb ik niet eerder meegemaakt bij het Nederlands elftal.” Flinke klus Als gevolg van het coronavirus zijn er in korte tijd heel veel wedstrijden gespeeld. In aanloop naar het EK speelde Georginio bijna alle wedstrijden bij zijn club, waar tal van spelers te maken kregen met blessures. “Poeh, ik ben wel moe, hoor. Het was een van de zwaarste seizoen uit m’n carrière. En dan is het soms na tegenslagen in het voetbal moeilijk om een goede vader te zijn. Dan ben ik echt blij dat mijn vriendin soms zegt: ‘Rust maar even uit, ik ben wel even papa en mama tegelijk.’ Dat is soms wel moeilijk voor je kinderen,” verzucht hij. Georginio is vader van vier kinderen: twee meisjes van tien en zes en twee jongens van drie en één. “Maar corona heeft, en begrijp me niet verkeerd, me ook mooie dingen gebracht. Ik heb echt meer vader voor mijn kinderen kunnen zijn, was veel meer thuis dan anders. Voor corona ging ik van trainingskamp naar trainingskamp en van hotel naar hotel. Ineens kon ik hele dagen met hen doorbrengen. Ik stond samen met de kinderen op, dat was echt genieten. Daarna een paar uurtjes naar de club om te trainen en vervolgens at ik gewoon weer thuis bij m’n gezin. Heerlijk. Vanmorgen heb ik de jongste naar de crèche gebracht. En als ik straks heb getraind, ben ik op tijd thuis om ze nog te zien voordat ze naar bed moeten. Als ik zie hoeveel sterker de band met mijn oudste zoon is geworden... Voor corona was ik in zijn ogen de strenge vader, wilde hij alleen maar bij mama zijn. Doordat ik veel meer thuis was, kon ik lekker met hem voetballen in de tuin of spelletjes met hem spelen. Hij trekt nu helemaal naar me toe. Het is al zo erg dat hij zegt graag met papa te willen chillen. Dat doet me echt goed.” Heb je aan thuisonderwijs gedaan met de kinderen? “Ja, en ik zat soms zelf ook met vragen. Ik heb tegen de lerares­ sen van mijn dochters gezegd dat ik zoveel respect voor hen heb. Ik ben altijd goed geweest in rekenen. Dan legde ik het zo uit aan mijn oudste dochter dat ze het begreep. Kwam ik drie minuten later terug en zei ze: ‘Ik snap het niet.’ Ik vond het lastig om op die momenten m’n geduld te bewaren, dacht: ik heb het je net verteld. Dan legde ik het nog een keer uit en ondertussen stond de jongste ook alweer te wachten omdat ik met haar aan het knutselen was. Leraressen hebben achttien kinderen in de klas, hoe doen die dat? Ik had al moeite met het gelijktijdig helpen van twee kinderen! Ik heb het daar ook met teamgenoten over gehad en zij hadden precies dezelfde er­varingen met hun kinderen. Mijn vriendin was ook nog een keer met onze twee zoontjes in Nederland, was ik twee dagen alleen met m’n dochters. Dat was ook goed, heb ik veel van geleerd. Ik heb gemerkt wat ervoor nodig is om in je eentje kinderen op te moeten voeden. Dat is een flinke klus. Vader van vier kinderen zijn is niet altijd makkelijk. Ik probeer echt een goede vader te zijn, maar soms heb ik gewoon te weinig tijd. Ik heb me voorgenomen elke dag een betere vader te worden.” Je twee dochters wonen met hun moeder in Nederland en konden net als jij door corona niet zomaar heen en weer reizen. Hoe moeilijk was dat voor je? “Het was lastig toen er geen vluchten naar Engeland mogelijk waren. Gelukkig zijn ze alweer een paar keer langs geweest nu het weer makkelijker is om te reizen.” Je hebt een groot deel van je leven bij je oma gewoond en zij was altijd je grootste fan. Was je bezorgd om haar? “Tuurlijk. Ik heb haar de laatste tijd ook niet veel kunnen zien, mis haar heel erg. Ik ben ook nauwelijks in Nederland geweest de laatste tijd. En als ik er was, dan was het voor het Nederlands elftal, moest ik op Schiphol meteen de bus in naar de bubbel. Ik spreek haar niet elke dag omdat ze niet zo handig is met telefoons, maar we hebben nog wel vaak contact. Ze komt helaas ook niet meer heel vaak kijken als ik moet voetbal­len. Maar gelukkig was ze er wel bij in Madrid toen we de Champions League wonnen. Maar goed, laten we niet doen alsof ik het heel zwaar heb. Ik heb veel geluk gehad. Andere mensen hebben het veel zwaarder.” Sportpsycholoog Na het kampioenschap van vorig jaar beleefde Liverpool een tegenvallend seizoen. “Het werd door blessures en coronageval­len steeds moeilijker om te pieken op de momenten dat het moest. Manchester City werd kampioen, had een fittere selec­tie dan wij afgelopen seizoen. Gaandeweg het seizoen ging het frisse er bij ons wel vanaf.” Hoe ging jij om met de tegenvallende resultaten? “Ik nam het zoals het was. We hebben afgelopen jaren veel succes gehad. Het zat altijd mee en afgelopen jaar zat het vaak tegen. En dan voel je de druk toenemen. Mensen riepen over mij bijvoorbeeld ineens: ‘Hij doet zijn best niet, want hij gaat weg, hij is met zijn hoofd al bij ander clubs. De fans worden beïnvloed door de verhalen in de media en als ik dan een mindere wedstrijd speel, beginnen ze over de verhalen die ze hebben gehoord of gelezen. De ene wedstrijd speelde ik beter dan de andere, maar ik heb keer op keer alles gegeven. Mijn vingers hebben afgelopen jaar wel een paar keer gejeukt, ik wilde graag reageren op de onzinverhalen.” [caption id="attachment_18445" align="alignnone" width="1707"] Liverpool-trainer Jürgen Klopp en Georginio Wijnaldum[/caption] Je had het over social media. Steeds meer topsporters bekennen dat de druk zo ontzettend hoog is in deze tijd. Mede doordat iedereen meteen een mening over hen heeft en die post. Herken je dat? “Ja, de druk is soms zo hoog, dat het invloed heeft op m’n privé­ leven. Dat is niet nieuw. Mijn laatste seizoen bij Feyenoord was ook heel zwaar. We hadden een heel jonge ploeg, verloren veel wedstrijden, Feyenoord onwaardig. In de media werd constant belicht dat we het zo slecht deden. Dat zorgde voor heel veel druk. Moeilijk om mee om te gaan, omdat ik in de jeugd van Feyenoord gewend was altijd te winnen. Ik heb bij Feyenoord ook hulp gehad van een sportpsycholoog die me leerde om met bepaalde technieken om te gaan met de druk van buitenaf. 'Omdat wij stelling hebben genomen tegen racisme moeten we dan ook iets zeggen over de situatie in Israël?' Ik had er vooral veel moeite mee hoe mensen over me dachten. Als er iets over mij werd gezegd, dan zat ik daar echt mee, dacht ik: waarom zegt iemand dat? Als ik een goede wedstrijd had gespeeld zonder te scoren, dan waren er altijd mensen die riepen dat ik niet goed had gefunctioneerd. Dat trok ik me dan meteen heel erg aan. Ik heb echt moeten leren om te accepteren dat ik geen invloed heb op al die meningen. Die worden toch wel gegeven. De sessies met de sportpsycholoog hebben me echt geholpen om te leren begrijpen dat mensen nu eenmaal een oordeel over je hebben. Ik kan het nu veel beter van me af laten glijden. Maar soms is het nog weleens lastig.” Je vertelde net dat je het vervelend vond dat je steeds in verband werd gebracht met andere clubs als het minder ging. Wat maakt het nog meer lastig als het even tegenzit? “Wat mij nog steeds raakt, is dat alles wordt gelinkt aan onze prestaties. Ik heb het idee dat als we niet presteren, het niet wordt geaccepteerd dat we ook andere dingen doen dan voet­ballen. Ik heb het gevoel dat mensen dan vinden dat je niet je mening mag geven en niet even mag genieten. Wij zijn ook normale mensen, hoor. Als het bij jullie even niet zo loopt op het werk, gaan mensen toch ook niet roepen dat het belachelijk is dat je even lekker op vakantie gaat? Ik heb er moeite mee dat alles wat we doen meteen gelinkt wordt aan onze prestaties op het veld. Wat dat betreft gaat Memphis daar veel beter mee om dan ik. Hij leeft gewoon zijn leven. Trekt zich er niet veel van aan wat anderen daarvan vinden.” Dialoog Hoe ga jij om met social media? “Ik vind het soms lastig, omdat ik het gevoel heb dat ik niet altijd mezelf kan zijn. Je moet kijken wanneer je iets post en wat je post. Je kunt bijvoorbeeld niet te laat in de avond iets posten, want dan denken mensen dat je te laat naar bed gaat en niet goed genoeg voor je sport leeft. Veel sporters spelen op safe, snap ik. Je hebt er die gewoon nog hun mening geven, vind ik mooi. Ik post wat voor mij goed voelt.” Word je vaak racistisch bejegend op social media? “Vaak genoeg. Ik denk dat het niet alleen bruine of zwarte spelers overkomt, maar dat ook blanke spelers er last van heb­ben. Het is blijkbaar normaal op social media. Het is ook zo makkelijk om een een fake account aan te maken en de vreselijkste dingen te roepen. Ik zou nu een account kunnen maken, naar de site van Virgil kunnen gaan en er racistische dingen op kunnen zetten. Dat is toch bizar en belachelijk? Instagram, Facebook en Twitter moeten ervoor zorgen dat dit soort uitlatingen geweerd worden van social media. Er moet echt tegen opgetreden worden. Ik weet niet wat social media hieraan doen om het te voorkomen.” Jij was het dus eens met die actie van spelers in de Premier League om drie dagen de socials te boycotten? “Ik was het zeker eens met die actie.” Er was kritiek op de KNVB en veel clubs in Nederland omdat zij zich niet aansloten bij die actie. Wat vond jij daarvan? “Ik heb me daar niet zo mee beziggehouden. Misschien waren ze niet voldoende op de hoogte. In dat geval kan ik be­grijpen dat ze niet mee hebben gedaan. Kijk, ik moet me ook niet uitlaten over de problemen in Israël en de Gazastrook. Ik weet niet precies wat er gaande is, dus post ik er niets over. Van sporters wordt daarentegen wel verwacht dat we vaak ergens onze mening over geven.” 'Ik had er vooral veel moeite mee hoe mensen over mij dachten. Als er iets over mij werd gezegd, dan zat ik daar echt mee, dacht ik: waarom zegt iemand dat?' Zorgt het voor extra druk dat van sporters wordt verwacht dat ze zich uiten over maatschappelijke issues? “Veel mensen vinden dat wij gezien onze status kunnen bijdragen aan noodzakelijke veranderingen. Er wordt verwacht dat we van ons laten horen. Dat is deels oneerlijk, omdat het je bij wijze van spreken niet wordt gegund als je een keer geen mening hebt. Omdat wij stelling hebben genomen tegen racis­me moeten we dan ook iets zeggen over de situatie in Israël? En als je je ergens niet mee bemoeit, mag je meteen nergens meer iets van vinden. Dat is de wereld waar we nu in leven. Moeilijk. Iedereen moet toch zijn mening kunnen geven als hij of zij dat wil? Dat is een vrije keuze, het moet niet zo zijn dat een ander bepaalt wanneer je iets wel of niet mag vinden.” Met het Nederlands elftal hebben jullie stelling genomen tegen racisme. Die actie ging de wereld over. “Je kunt niet ontkennen dat er mede door voetballers iets in gang is gezet. Ik ben trots op spelers die hun nek uitsteken. Ook omdat ik weet dat ze daar niet altijd leuke reacties op krijgen. Er zijn veel mensen die wellicht naar me luisteren omdat ik een voetballer ben. Dat is eigenlijk vreemd, maar hoort bij de tijd waarin we leven. Als sporter moet je je realiseren dat je het ook doet voor de mensen die geen stem hebben. Ik ben ook iemand van de dialoog, alleen is dat niet altijd mogelijk.” [caption id="attachment_18446" align="alignnone" width="2560"] Liverpool-ploeggenoten Virgil van Dijk en Georginio met een replica vande wereldbeker voor clubs in 2019[/caption] Jürgen Klopp Je bent pas dertig en hebt al een hele carrière achter de rug. “Ja, ik sta er af en toe weleens bij stil. Ik ben trots en blij hoe het is gegaan. Zeker als je kijkt naar de stappen die ik heb gemaakt om de top te bereiken. Ik heb ook wel tegenslagen gekend, zoals de slepende rugblessure in het seizoen 2013­/2014 waar­ door ik er een half jaar uit was en wat minder plezier had in het voetbal. Ik herstelde gelukkig op tijd en werd ook nog gese­lecteerd voor het WK in 2014. Daarna werd ik nog kampioen met PSV en toen nam ik een stap die niet iedereen verwachtte.” Je doelt op de overgang naar Newcastle United? “Ja. Ik wilde per se naar de Premier League. Newcastle was niet het beste team, maar die stap is heel belangrijk geweest voor m’n ontwikkeling. Ik koos bewust voor een club onder de top, omdat ik de zekerheid wilde dat ik elke wedstrijd zou spelen. Tijdens mijn vakantie sprak ik manager Steve McClaren en hij overtuigde me voor Newcastle te kiezen. Tijdens de onderhan­delingen meldde Everton zich ook en deed me zowel financieel als voetbaltechnisch zo’n mooi aanbod dat ik op een gegeven moment dacht: ik ga naar Everton. Mijn manager Humphry Nijman vond dat ik dat niet kon maken. ‘Als je eenmaal je jawoord hebt gegeven, dan moet je daarbij blijven.’ Had hij gelijk in. Ik kwam in een hecht team. Wat fijn was: Vurnon Anita, Siem de Jong, Tim Krul en Daryl Janmaat speelden er ook. Ik had daar zoveel plezier. Ik werd meteen opgenomen in het team, mijn medespelers hielpen me om goed te presteren. We degra­deerden, maar ik hou nog steeds van de club en de stad. Na de training was ik altijd op straat te vinden. Ik was alleen thuis als ik moest rusten. Ik leerde ook lokale mensen kennen met wie ik dagelijks omging. Jeremain Lens woonde in dezelfde straat, ik zag hem elke dag, hoewel hij bij de grote rivaal Sunderland speelde. We hadden samen bij PSV gespeeld, die klik was er vanaf het eerste moment met hem. In Newcastle zou je bijna denken dat we bij elkaar woonden, zo vaak kwamen we bij elkaar over de vloer. Na de training gingen we een koffietje drinken en wat lunchen. Ik dronk overigens meestal warme chocomel. Jeremain is nu een van mijn beste vrienden, hij zat ook op de tribune toen we de Champions League­finale en de Super Cup speelden met Liverpool.” Stond je er zelf ook van te kijken dat Liverpool bij je aanklopte terwijl je pas een seizoen in de Premier League had gespeeld en ook nog was gedegradeerd met Newcastle? “Nou... Toen ik eenmaal gewend was aan de Premier League stond ik wel vrij snel open voor een volgende stap. Liverpool en Tottenham Hotspur werden allebei concreet, maar Spurs kwam er niet uit met Newcastle. Vervolgens heb ik zo’n goed gesprek gehad met manager Jürgen Klopp.” Hoe verliep dat gesprek dan? “Hij nodigde Humphry en mij uit in zijn huis. Alleen had hij een heel grote hond, en ik ben bang voor honden. Hij zei nog: ‘Hij doet niks.’ Maar ik was zo bang, dat Jürgen de hond uiteindelijk in een andere kamer heeft gezet. Zijn assistent Pepijn Lijnders was ook aanwezig. We hebben eerst gesproken over hoe we in het leven staan. Ik vertelde dat ik net terug was van vakantie, dat ik met mijn vriendin op pad was geweest en ook nog met mijn oma een eiland had bezocht. Hij wilde weten wat mijn oma voor mij betekende, hoe belangrijk familie voor me is. Mijn hechte band met mijn familie beviel hem wel, Jürgen is ook een familieman. Hij wilde ook weten hoe ik ben opgegroeid en vertelde ook wat over zichzelf. Pas daarna ging het over voetbal.” Wat spreekt je aan in Klopp? “Hij is zo begaan met zijn spelers. Net als heel veel mensen dacht ook ik altijd dat zijn optredens op het veld een act waren, maar hij is gewoon echt zo. Hij gedraagt zich op de training niet anders. Als je op de training iets heel goed hebt gedaan, dan rent hij op je af om je te omhelzen. Maar hij kan ook heel boos worden als het niet loopt. Hij is gewoon een heel emotio­nele man. In het begin vond ik het weleens lastig hoe dominant hij kon zijn, hij kon zo schreeuwen. Ik zei weleens wat terug, ook omdat ik niet begreep wat hij bedoelde. Hij vertelde ook weleens dat hij Nederlanders maar bemoei­ zieke personen vindt die altijd een weerwoord hebben en denken dat ze het beter weten. In het begin realiseerde ik me dat niet zo, maar ik denk eigenlijk wel dat hij gelijk heeft. Nederlanders denken dat ze alles beter weten, komen ook heel arrogant over wanneer ze over voetbal praten. Voor ons is dat normaal gedrag, zeker als je alleen maar met Nederlanders omgaat. Ik begreep op een gegeven moment precies wat Klopp bedoel­de. Hij ging echt met me aan de slag, triggerde me enorm. Ik ben helemaal aan hem gewend, heb er geen moeite meer mee als hij tegen me schreeuwt. Dan denk ik juist: hij bedoelt het goed en weet het beter.” Wat zag hij voor jou als de ideale positie? “Toen ik hem de eerste keer sprak, zei ik: ik ben een nummer 10. Dat heb ik altijd gezegd en vind ik nog steeds. Maar Klopp zei: ‘Nee, ik wil met twee nummers 8 spelen en jij bent een van die twee. Jij kunt heel goed de balans bewaken, dus ik laat je misschien ook wel als nummer 6 spelen.’ Dat is niet mijn positie, vond ik, maar hij legde het zo uit dat ik me er wel in kon vinden. Het heeft me wel even tijd gekost om echt te wennen aan het systeem dat hij speelde.” Nummer 10 Ronald Koeman zag in 2018 in jou wel een echte nummer tien. Hij zette je op die positie in het Nederlands elftal en heeft al meerdere keren te kennen gegeven zeer gecharmeerd van je te zijn. “Onder Koeman werd ik eindelijk weer de nummer 10 die ik ooit was. Uit tegen Frankrijk was mijn eerste wedstrijd op 10 onder Koeman. Ik scoorde niet, maar vond dat het best aardig was gegaan. Iedereen was lovend, maar Koeman liet mij zien dat ik helemaal niet zo goed had gespeeld, dat ik het team benadeelde omdat ik eigenlijk ook als links­ en rechtshalf had gespeeld, waardoor Frankrijk in de eerste helft dominant kon zijn. Niemand had echt druk gezet op hun verdedigende middenvelder, vertelde hij, dat was mijn taak. Koeman is echt met me bezig geweest, heeft met beelden laten zien hoe ik moest spelen. Ik mocht niet te veel terugzakken om de andere middenvelders te helpen, omdat ik daarmee de tegenstander een vrije man op het middenveld gaf. Toen ik dat inzag, hield ik veel meer energie over om aan te vallen, om te scoren. Koeman is de eerste bondscoach die me echt als nummer 10 zag. Hij had ook een heel goed plan van aanpak. Want ik moet eerlijk zeggen dat de spelers om me heen er ook voor zorgden dat ik op 10 kon excelleren.” 'Iedereen was lovend, maar Koeman liet mij zien dat ik helemaal niet zo goed had gespeeld. Hij is echt met me bezig geweest, heeft met beelden laten zien hoe ik moest spelen' Als je terugkwam bij Liverpool, en je had op 10 gespeeld, wat zei Klopp dan? “‘Wij spelen anders,’ zei hij dan. En dat is ook zo. Ja, en dan krijg je supporters van Liverpool die zeggen dat ik in Oranje wel veel scoor, maar niet in het rood van Liverpool. Daar heb ik me dan maar bij neer te leggen.” Bondscoach Frank de Boer stelde jouw positie op 10 weer ter discussie... “Hij is wat gaan schuiven, ja. Ik heb aangegeven waar ik denk dat ik het beste tot mijn recht kom en dan moet hij de keuze maken. Ik weet niet of ik op 10, op rechts of links ga spelen. Frenkie wil heel graag betrokken worden bij de opbouw en wil ook nog goals maken. Hij wil het eigenlijk allebei. Ik ben liever betrokken bij de tweede fase, die na de opbouw.” [caption id="attachment_18447" align="alignnone" width="1930"] Georginio en bondscoach Frank de Boer[/caption] Wat verwacht jij van het EK? “Ik keek er vorig seizoen al naar uit, als team waren we ook echt teleurgesteld dat het niet doorging. Het wordt ons eerste toernooi in zeven jaar. We hebben een aantal toernooien gemist waardoor heel veel jongens niet weten hoe het is om een groot toernooi mee te maken. Ik ben een van de weinigen die het wel weet, omdat ik het WK in 2014 heb meegemaakt. Een eind­ toernooi is de kers op de taart. Het is toch prachtig als je aan het einde van het seizoen nog een mooi toernooi mag spelen tegen de beste teams van Europa? Daar is deze nieuwe generatie bij het Nederlands elftal echt aan toe. Ik denk dat we hoge ogen kunnen gooien.” Waar droom jij nog van als voetballer? “Dat ik zo lang mogelijk kan blijven voetballen. Als ik kijk naar Zlatan Ibrahimovic of Cristiano Ronaldo, ben ik echt jaloers. Hoe mooi is het om op die leeftijd nog zo fit te zijn. Mijn ultieme droom is zo lang mogelijk op zo’n niveau mee te gaan. En wat ik nog heel graag zou willen meemaken, is het WK van 2026 in Amerika.” Wie is jouw grote held? “Denzel Washington, die man vind ik helemaal geweldig. Dat komt ook vanwege de eerste film die ik van hem heb gezien, John Q. Hij was in die film de vader van een sportende zoon die ineens last kreeg van zijn hart en een transplantatie moest ondergaan. Het gezin had daar het geld niet voor. Wat hij als vader deed om zijn zoon te redden, ontroerde mij. Ook omdat ik altijd bij mijn oma was en de relatie met mijn vader juist niet optimaal was. Ineens zag ik een vader die zoveel deed voor zijn zoon... Vanaf de dag dat ik John Q zag, ben ik helemaal weg van Denzel. Ik wil hem heel graag ontmoeten en heb het via Liverpool ook geprobeerd. Ik heb contact gezocht, een mail opgesteld waarom ik hem wil ontmoeten. Hij is een wereld­ ster, de hele wereld wil iets van hem, dus ze wilden precies weten waarom ik hem zou willen zien. De club heeft die mail gestuurd, maar toen kwam corona... Ik ga het zeker nog een keer proberen. Als vader denk ik vaak aan die film. Ik probeer de beste vader te zijn voor mijn vier kinderen. Het is niet altijd even makkelijk en ik maak genoeg fouten. Soms ben ik niet zo’n goede vader, maar ik leer elke dag.” Helden Magazine 57 Het verhaal van Georginio Wijnaldum komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Ronald Koeman: ‘Frenkie moet geiler worden om te scoren’

Frenkie de Jong (24) is een van de steunpilaren [...]
Frenkie de Jong (24) is een van de steunpilaren van Oranje en Barcelona. We vroegen Wim Jonk, Ruud Gullit, Peter Bosz, Erik ten Hag, Davy Klaassen, Ronald Koeman en Stefan de Vrij naar hun mening over de middenvelder in aanloop naar het EK. “Frenkie is in potentie een geweldige voetballer, maar ik zie het nog te weinig.” ‘Frenkie lijkt meer op Frank Rijkaard dan op mij’ Ronald Koeman, liet als bondscoach Frenkie de Jong debuteren voor Oranje op 6 oktober 2018 tegen Peru en is nu zijn coach bij Barcelona “Ik wilde Frenkie in maart 2018 al bij het Nederlands elftal halen, maar toen raakte hij geblesseerd aan zijn enkel. Toen al zag ik een grote toekomst voor hem bij het Nederlands elftal. Natuurlijk was hij jonger dan Memphis Depay en Virgil van Dijk en had hij veel minder ervaring toen hij de eerste keer aansloot, maar voor mij was al snel duidelijk dat Matthijs de Ligt en hij met Virgil en Memphis het hart van het Nederlands elftal zouden gaan vormen. Door zijn manier van spelen was Frenkie meteen al een heel belangrijke schakel. Daarnaast zijn Matthijs en hij uit het goede hout gesneden en mede daardoor een voorbeeld voor medespelers. Voor mij was Frenkie de lead in het spel dat wij wilden spelen met Oranje. Hij speelt tegenstanders uit, heeft een dribbel en het is mijn taak om hem optimaal tot zijn recht te laten komen. Ik moest op zoek naar een speler die naast hem en in dienst van het elftal kon spelen, om Frenkie maximaal tot zijn recht te laten komen. Een speler die ziet wanneer hij op avontuur is en op dat moment de organisatie in de gaten houdt zodat we niet door een counter konden worden verrast. Een tactisch sterke middenvelder dus die Frenkie de gelegenheid gaf om aanvallend van belang te zijn. Dat luistert heel nauw en vraagt om spelers met veel discipline. Zo’n speler is Marten de Roon. En ook Davy Klaassen kan zich ondergeschikt maken.” Wat onderscheidt Frenkie van andere internationals? “Frenkie heeft een geweldige balbehandeling, heeft snelheid aan de bal, heeft snelheid zonder bal en ziet heel goed het moment van druk zetten op de tegenstander. Al die facetten maken hem tot een heel complete speler. Aanvankelijk was Frenkie bij Barcelona te veel bezig met alleen de opbouw, waardoor hij te weinig voor het doel van de tegenstander kwam. In dat opzicht heeft hij afgelopen seizoen stappen gezet, maar hij moet nog meer stappen maken.” Hem wordt verweten dat hij te weinig scoort. “Dat is ook zo. Er zijn afgelopen seizoen bij Barcelona diverse momenten geweest dat hij voor de goal verscheen en toch niet scoorde. Hij heeft al de stap gemaakt dat hij er staat, maar nu moet hij die kansen ook benutten. Het lijkt wel of hij voor de goal iets te vaak de mooie oplossing zoekt. Daardoor is hij nog te weinig de koele kikker die alleen maar wil scoren.” Lionel Messi schijnt graag samen te spelen met Frenkie. “Messi heeft heel veel verstand van voetbal en ziet na één training wie goed is en wie niet. Het is logisch dat zo’n absolute topspeler een klik heeft met goede spelers en die had hij ook meteen met Frenkie. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat Frenkie ervoor zorgt dat Messi kan uitblinken. En ik zie het als mijn taak dat Frenkie aanvallend nog veel belangrijker wordt. Toen ik nog bondscoach was, heb ik veel wedstrijden van Barcelona gezien. Ik vond toen al dat zijn kwaliteiten niet optimaal werden benut. Toen ik coach werd van Barcelona, heb ik hem gezegd dat hij letterlijk een stap voorwaarts moest maken. Dat hij niet alleen moest meespelen, maar ook belangrijk moest zijn. Hij speelde afgelopen seizoen aanvallender, met Sergio Busquets in zijn rug. Frenkie speelt verder van de eigen goal dan hij ooit heeft gedaan. Maar goed, in het teambelang heb ik hem afgelopen seizoen ook geregeld achterin laten spelen, want hij kan ook nog eens geweldig verdedigen. Zijn voorkeur gaat uit naar spelen op het middenveld en daar zie ik hem ook het liefst. Wat is er leuker dan aanvallend te mogen spelen in een team dat graag aan de bal is? Ik merkte dat hij de positie waar hij speelde aanvankelijk minder belangrijk vond. Hij koos in mijn ogen vaker voor de assist dan voor zelf scoren. Hij ziet nu pas in hoeveel meerwaarde hij voor het team heeft in die meer aanvallende rol. En hij haalt daar ook nog meer spelplezier uit.” Is dat een verschil met jou? Jij was bij Oranje en Barcelona de speler die van achteruit wel veel scoorde. “Dat is ook een verschil in karakter. Ik was een type dat eager was om te scoren. Frenkie heeft dat minder. Je moet geil zijn om te willen scoren, dus Frenkie moet geiler worden. Ik had een beter schot, maar daaraan werken we heel hard met Frenkie. Hij blijft na bijna elke training nog wat langer op het veld om af te werken op het doel. Hij heeft zowel rechts als links een goed schot. Frenkie moet gaan voelen hoe leuk scoren is. Want wat is het leukste van voetballen? Doelpunten maken, toch? Maar als speler lijkt Frenkie meer op Frank Rijkaard dan op mij. Ze spelen ook vaker op dezelfde positie. Frank had ook een dribbel. Die had ik niet, ik moest het meer van de passing hebben en was een inschuivende verdediger. Frenkie kan makkelijker dan ik een man uitspelen en daardoor een man- meer-situatie creëren, wat dat betreft lijken Frank en Frenkie veel meer op elkaar.” Koeman: 'Ik vind dat hij al bij de top 5 zit van beste middenvelders van Europa, al zou ik niet zo gauw een speler weten die echt met Frenkie te vergelijken is' Behoort Frenkie tot de tien beste middenvelders van Europa? “Absoluut. Ik vind dat hij al bij de top 5 zit van beste middenvelders van Europa, al zou ik niet zo gauw een speler weten die echt met Frenkie te vergelijken is. Kevin De Bruyne is ook een middenvelder met een grote drang naar voren, maar hij speelt nog aanvallender dan Frenkie. Bij Manchester City draait alles om De Bruyne en bij ons komt Messi op de eerste plaats. Frenkie moet beseffen dat hij naast Messi een van de bepalende spelers is van Barcelona. Ik verwacht van hem dan ook een goed EK en een heel mooi nieuw seizoen met Barcelona. Hij is er klaar voor.” ‘Ik wilde Frenkie naar Vitesse halen’ Peter Bosz, liet Frenkie in het seizoen 2016- 2017 debuteren in het eerste van Ajax “Toen ik in 2015 trainer was van Vitesse, zei onze scout Janus van Gelder al dat er een speler bij Willem II speelde die zo goed was, dat hij binnen een jaar in het eerste zou kunnen staan. Wij hebben geprobeerd hem naar Arnhem te halen, maar toen bleek dat Ajax ook al interesse had. Toen ik in de zomer van 2016 coach werd van Ajax, nam ik met technisch directeur Marc Overmars de selectie door en kende dus de naam Frenkie de Jong al. Vanaf het begin van dat seizoen trainde hij mee met het eerste en wat ik zag was een zeer getalenteerde speler, die nog wel heel veel moest leren. Ik vond dat hij te veel balcontacten nodig had, waarbij ik moet opmerken dat hij de bal nooit verloor, dat was wel weer opmerkelijk. Maar doordat hij de bal te veel raakte, hield hij in mijn ogen het spel op. Een ander punt was dat ik vond dat hij bij balverlies sneller moest omschakelen. Hetzelfde vond ik van Daley Sinkgraven. Ik vond Daley en Frenkie hetzelfde type spelers. Ze zijn beiden technisch vaardig en hebben in balbezit een meerwaarde, maar moesten meer doen als we de bal niet hadden. Na een vriendschappelijke wedstrijd tegen Olympique Marseille riep ik ze allebei bij me en heb dat met ze besproken. Probleem voor hen was ook dat we toen op het middenveld geweldige spelers hadden. Hakim Ziyech ging daar spelen, we hadden Lasse Schöne op zes, Nemanja Gudelj, natuurlijk Davy Klaassen en ook nog Riechedly Bazoer. Op datzelfde moment dienden zich op het middenveld niet alleen Frenkie, maar ook Donny van de Beek en Abdelhak Nouri aan. Ik had al meteen besloten dat ik samen met assistent-trainer Hendrie Krüzen alle uit- en thuiswedstrijden van Jong Ajax met Donny, Appie en Frenkie zou gaan bezoeken. We reisden naar Sittard of Maastricht en zagen met eigen ogen dat alle drie die jongens toen eigenlijk al te goed waren voor het niveau van de eerste divisie. Omdat ze technisch zo overheersten, hielden ze ook het spel op, omdat ze iets te veel tiki-taka speelden. Tegelijk zagen we de absolute klasse. Op de laatste trainingen voor een wedstrijd poogden we altijd het spel van de tegenstander na te bootsen, dan zette ik hen neer bij de zogenaamde tegenstander en liet ik Frenkie als centrale verdediger spelen. Maar Frenkie deed niet wat de tegenstander in onze ogen zou doen, nee, hij pakte de bal, ging lopen, passeerde zo drie of vier man. Daarom heb ik hem in die Europa League-finale tegen Manchester United in 2017 nog laten invallen op die positie in de hoop dat hij met zijn dribbels van achteruit nog een opening kon vinden. Een jaar later heb ik hem bij Erik ten Hag ook wel als centrale verdediger zien spelen bij Ajax. Op die positie is hij ook heel goed.” Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal over Frenkie de Jong komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK.  Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Sarina Wiegman: De laatste serenade van Sarina Wiegman

Sarina Wiegman is al jaren de succescoach van de [...]
Sarina Wiegman is al jaren de succescoach van de Oranjevrouwen en een van de grote voorvechters van het vrouwenvoetbal. Na de Spelen in Tokio zwaait ze af en gaat ze aan de slag als bondscoach van Engeland. We nodigden haar voor vertrek uit in Het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij De serenade van Judith Leyster. Tussen grote meesters als Rembrandt, Frans Hals en Johannes Vermeer in de Eregalerij van het Rijksmuseum zijn sinds dit voorjaar voor het eerst schilderijen van drie vrouwelijke kunstenaars te bewonderen. Met Sarina Wiegman, bondscoach van de OranjeLeeuwinnen lopen we naar ‘De serenade’ van Judith Leyster. Zij was de enige vrouwelijke meesterschilder van de zeventiende eeuw en kreeg deze titel in 1633 nadat zij werd toegelaten tot het Haarlemse Sint-Lucasgilde. Leyster verdiende haar geld met het schilderen van stillevens, portretten en genrestukken. “Haar talent komt bij deze fluitspeler, die werd betaald om muziek te maken op feesten en partijen, tot uiting in de licht-donkereffecten en het kleurgebruik. Het heldere rood van de broek contrasteert mooi met de groenige achtergrond,” vertelt rondleider Robert Uterwijk. “In de tijd dat van vrouwen werd verwacht dat zij voor de kinderen en het huishouden zorgden, kreeg Leyster een kans in de mannenwereld. Dat was uitzonderlijk. Meestal werden dochters door hun vader thuisgehouden. Leyster trouwde later met Jan Miense Molenaer, ook een schilder, en ze kregen samen vijf kinderen. Toen was haar carrière eigenlijk voorbij. Er gaan ook verhalen dat zij nog schilderde en haar man het werk signeerde.” “Wat erg, strijken met andermans eer,” zegt Sarina. Ze grapt: “Ach, dat gebeurt in het voetbal ook.” Doorbraak Je snapt vast waarom we een schilderij van de eerste vrouwelijke meester hebben uitgekozen voor jou... “Ja, dat snap ik wel. Het is een doorbraak. Net zoals wij die hebben gehad in het vrouwenvoetbal.” Jij was een van de eerste meisjes die ging voetballen. “Ik was een sportief kind en wilde voetballen. Maar vroeger was er geen regelgeving, meisjes konden niet voetballen. Dat hebben we dus eigenlijk illegaal gedaan. Als voetbalster kreeg je meteen een stempel. Je was een manwijf. Als puber vond ik dat best lastig, toen dacht ik al: het maakt toch niet uit of je nou man of vrouw bent? Als je iets leuk vindt, moet je het gewoon kunnen doen. Ik had ook vriendinnen die niet mochten voetballen van hun ouders, zij moesten een andere sport kiezen. Bij ons was het thuis geen issue, het mocht gewoon. Toen ik volwassen was heb ik weleens aan mijn ouders gevraagd of ze vroeger nooit dat dilemma hebben gehad. ‘Natuurlijk wel,’ zeiden ze, ‘maar jij vond voetbal het leukste dat er was, dus wie waren wij om dat tegen te houden?’” Uiteindelijk speelde je 104 interlands in het Nederlands vrouwenelftal. “In mijn tijd als speelster was de tijd nog niet rijp voor ingrijpende veranderingen in het vrouwenvoetbal. Vera Pauw, die later de bondscoach werd, heeft er vaart achter gezet. Zij was een van de eersten die zichtbaar de strijd is aangegaan. We liepen steeds de eindtoernooien mis. Wat ontbrak was een competitie waarbij betaald voetbalorganisaties een vrouwenteam hadden. Die competitie kwam er in 2007. Vanaf dat moment kwamen vrouwen in een topsportomgeving terecht met goede faciliteiten. En kon er bij de ploegen een staf worden neergezet met een hoofdcoach, een assistent, een fysieke trainer, video-analyse, noem maar op. Vlak daarna haalde Oranje voor het eerst het EK. In de tien jaar die volgden waren er nog best wel wat worstelingen, maar er zijn ook veel goede dingen gebeurd. Wat wel een beetje is achtergebleven, is de ontwikkeling van vrouwelijke coaches.” Wist jij meteen dat je na je eigen voetbalcarrière coach wilde worden? “Op de basisschool wist ik al dat ik de Academie voor Lichamelijke Opvoeding wilde gaan doen. Als ze aan me vroegen wat ik wilde worden, zei ik al: gymjuf. In die tijd kon je nog niet dromen van een carrière als coach, dat bestond niet. Dat kwam dus ook niet in me op. Coachen deed je erbij. De eerste stap die ik maakte naar een club was VV Ter Leede, dat was toen het hoogste niveau, met een paar avonden per week training geven en op zaterdag een wedstrijd. Daarna werd ik coach van ADO Den Haag in de eredivisie en zegde ik mijn baan als gymdocent op. Best spannend, want ik moest flink salaris inleveren en de plek van het vrouwenvoetbal binnen de organisatie was fragiel.” 'Vrouwen hebben van nature snel de neiging om een stap terug te doen. Dat is gewoon zonde. Daarom zijn er denk ik ook weinig vrouwelijke coaches' Wat zijn jouw persoonlijke worstelingen geweest? Heb jij als vrouw in de voetbalwereld bijvoorbeeld het gevoel gehad dat je je extra moest bewijzen? “Bij ADO was er een fase dat mensen dachten: wat is dat vrouwenvoetbal nou eigenlijk? Er waren weinig mogelijkheden, er werd niet naar ons geluisterd en we werden niet op waarde geschat. Maar konden we hen dat kwalijk nemen? Ik had wel gehoopt dat ze vanuit de organisatie iets meer betrokken zouden zijn, maar dat had ook tijd nodig. Pas op het moment dat we met de Leeuwinnen Europees kampioen werden in 2017 gingen er echt deuren open. Ineens wilde iedereen ons verhaal wél horen. De voormalige bondscoach Roger Reijners zei altijd: ‘We moeten gewoon presteren, dan worden we gezien.’ Dat heb ik altijd in gedachte gehouden.” In 2014 werd je zijn assistent. Is Roger Reijners belangrijk geweest in jouw carrière als coach? “Ja, maar dat zijn er meer, hoor. Van Roger kreeg ik de tijd om rustig alles te observeren. Ik was geen hoofdcoach, kreeg de tijd om het vak beter te leren. Roger was tactisch heel sterk, van hem heb ik veel opgestoken. Die fase als zijn assistent is voor mij heel goed geweest. Ik viel trouwens meteen met mijn neus in de boter. Toen ik begon, speelden we vlak daarna de play-offs voor plaatsing voor het WK in 2015 en die wonnen we. Dat was fantastisch. We stonden voor het eerst op een WK. Toen kregen we al meer middelen en kon de staf worden uitgebreid.” later als bondscoach Europees kampioen zou worden, had je die mensen dan voor gek verklaard? “Voor gek niet, ik zou het wel wat overdreven hebben gevonden. Toen ik in januari 2017 werd gevraagd om Arjan van der Laan op te volgen, vond ik ook dat ik de juiste persoon voor die positie was. Ik was er klaar voor. Ik had wel dat gevoel dat we iets moois konden gaan neerzetten. Maar meteen Europees kampioen worden, daar kon ik alleen maar van dromen.” Was het niet Vera Pauw die eens zei: ‘Ik heb de stenen gelegd en Sarina heeft het dak op het huis gebouwd’? “Dat zie ik ook zo. Iedere generatie is schatplichtig aan de volgende generatie. Waar wij nu staan, daar hebben veel mensen jarenlang keihard voor gewerkt. We zitten nu in een fase dat we in toernooien bij de topfavorieten horen en de verwachtingen hoog zijn. Dat willen we gaan continueren en dus willen we door ontwikkelen. Ik denk dat er in de jeugdopleiding nog grote stappen gemaakt kunnen worden.” Onder jouw leiding is Oranje Europees kampioen gewor-den, hebben jullie een WK-finale gehaald en staan jullie deze zomer voor het eerst op de Olympische Spelen. Vind jij het vervelend dat het vaak over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal gaat en niet altijd over jouw goede prestaties? “Nee. Het is ontzettend snel gegaan. In mijn eentje ben ik helemaal nergens. Ik mag leidinggeven als bondscoach en heb dingen heus wel goed gedaan, maar de mensen om mij heen en binnen de KNVB ook. We zijn als team gewoon heel goed.” Danny Blind Naast bondscoach ben je moeder van twee dochters. Wat geef je ze mee in het leven? “Dat ze moeten doen wat ze leuk vinden. Natuurlijk wil ik graag dat ze hun best doen, maar ik hoop daarnaast dat ze keuzes maken waar ze gelukkig van worden.” Vragen ze jou veel om advies? “Aan mij en mijn man allebei. We hebben leuke gesprekken met ze, zeker nu ze wat ouder worden. Onze oudste studeert nu Econometrie in Rotterdam. We zijn samen naar veel open dagen geweest. Ik dacht op die dagen vaak: leuk, dat had ik ook willen doen. Ik neig meer naar studies rondom het onderwijs, maar uiteindelijk koos ze voor Econometrie.” Jouw man is trainer van de meisjes onder 17 bij ADO. Het kon bijna niet anders dan dat jullie dochters ook gingen voetballen. De jongste speelt bij ADO in de jeugd, maar heeft haar kruisband gescheurd. De oudste speelt bij een plaatselijke club in Monster. We hebben altijd gezegd dat ze moeten doen wat ze leuk vinden en als ze niet op voetbal wilden, dat ook zeker niet hoeft. Dat zou ik het ergste vinden, dat ze op voetbal zouden gaan omdat papa en mama het zo graag wilden.” Wat vind je ervan dat de vraag ‘hoe combineer je de opvoeding van je kinderen met je werk’ vaak aan vrouwen wordt gesteld en nooit aan mannen? Lachend: “Ja, die vraag heb ik vaak gekregen. Zeker toen de kinderen nog op de basisschool zaten. Ik heb een keer geantwoord: ‘Stel je die vraag ook aan Danny Blind?’ Hij was toen bondscoach. Dat was met een knipoog, maar je zag die journalisten daarna wel nadenken. Ik zeg altijd: hoe combineren wij dat als gezin. Gelukkig staat mijn man er ook zo in. Bij ons is het gelijkwaardig. Maar in Nederland zijn we nog best traditioneel. Vrouwen hebben van nature snel de neiging om een stap terug te doen. Dat is gewoon zonde. Ook daarom zijn er denk ik nog te weinig vrouwelijke coaches.” Jij strijdt voor het vrouwenvoetbal in Nederland, maar ook voor vrouwen en gelijke kansen. Voel je ook een verplichting die voorvechtersrol te pakken? “Ik ben er niet bewust naar op zoek, maar het komt erbij door de functie en zichtbaarheid die ik heb. Zo geef ik soms een webinar voor vrouwelijke coaches, dat vind ik heel leuk. Ze hoeven niet allemaal de nieuwe Sarina Wiegman, Vera Pauw of Daphne Koster te worden. Wees vooral jezelf, maar haal er wel alles uit, wil ik vrouwen meegeven. Ik denk dat veel vrouwen op hun veertigste denken: had ik dat op m’n dertigste maar gedaan. Zonde.” Verbinder Hoe zou jij jezelf typeren als bondscoach? “Mijn functie is erg veranderd sinds het gewonnen EK. Eerst was ik vooral voetbalcoach en veldtrainer, nu ben ik een soort manager geworden, want de staf is veel groter. Ik ben de verbinder. Ik denk dat ik ook een mensenmens ben, probeer iedereen in zijn of haar kracht te zetten. Dan functioneren mensen het best. Ik leg de lat hoog, heb een duidelijke visie en een helder plan. Ik ben de eindverantwoordelijke, maar wil wel weten wat de speelsters en stafleden ervan vinden. Ik vind het belangrijk om te weten hoe iemand figuurlijk in de wedstrijd zit.” Wat is het grootste compliment dat een speelster jou kan geven of heeft gegeven? “Dat ze als mens gegroeid zijn. Dat het soms harde keuzes zijn die ik maak, maar dat ik wel altijd eerlijk, duidelijk en open ben.” Voel je jezelf soms een moeder van de groep? “Dat gevoel had ik als coach bij ADO heel erg. Ik had verwacht dat het bij het Nederlands elftal minder zou zijn, maar dat gevoel groeit alleen maar. Ik blijf de bondscoach, soms moet ik afstand houden. Maar ik wil wel goed contact hebben. Daardoor verbind je mensen en kun je meer bereiken. Dat is mijn filosofie. Het liefst doe ik dat face to face, maar dat kan niet altijd. Soms stuur ik een appje. Als ze bijvoorbeeld een Champions League-wedstrijd hebben met de club of als er iets speelt in de privésfeer, vraag ik daarnaar. Sommigen speelsters bellen me weleens als ze willen sparren, anderen hebben daar iemand anders voor. Als ze maar om hulp vragen als dat nodig is, dat is het belangrijkst.” Je hebt van veel topspeelsters de ontwikkeling van nabij meegemaakt, bijvoorbeeld van Vivianne Miedema. “Ik kwam laatst een foto van haar tegen toen ze een jaar of zestien was. Die stuurde ik haar door. Kijk nou Viv, zei ik... Ik vind het prachtig om te zien hoe zij als mens is gegroeid.” Je hoort de laatste tijd veel verhalen over mentale problemen bij topsporters, vanwege de druk. Hoe kijk jij daarnaar? “Speelsters moeten continu doorvoetballen. Als het meezit, spelen ze de komende vijf jaar eindtoernooien. Daar maak ik me wel zorgen over. In augustus is er alweer Champions League-voetbal, dan zijn we net terug van de Olympische Spelen in Tokio. Die fysieke druk brengt ook mentale druk met zich mee; het gevoel dat ze continu moeten presteren.” Is dat een thema bij jullie in de ploeg? “Waar wij kunnen, helpen we. Het is de balans zoeken tussen wat een speelster aankan en rustmomenten inbouwen zodat zij lichamelijk en mentaal even kan afschalen. Ik vind dat de FIFA, UEFA en alle bonden en clubs, het liefst gezamenlijk, hun verantwoordelijkheid moeten nemen, er moeten echt rustmomenten worden ingebouwd in die overvolle speelschema’s.” Engeland De Olympische Spelen worden jouw laatste toernooi als bondscoach van Nederland. Jouw kers op de taart? “Het is voor mij en de hele groep en staf een grote droom die uitkomt. Ik schat in dat het toernooi in een aantal opzichten kleiner wordt dan een EK en WK. Minder deelnemende ploegen, minder pers, niet of nauwelijks publiek vanwege corona... Er liggen zeker kansen voor ons. Binnen het hele team en de staf heerst het gevoel dat we wat moois kunnen neerzetten. We gaan voor een olympische medaille. We weten dat het een sterk bezet toernooi is, dat was tijdens het EK en WK ook het geval. Hopelijk loopt de voorbereiding zoals we plannen, zijn alle speelsters fit en kunnen we nog een keer vlammen, en zo een heel mooie periode afsluiten.” Heb je tips voor je opvolger? “Daar waag ik me niet aan. Ik hoop vooral dat voortgezet wordt waar we mee bezig zijn.” Er werd lang gepraat over de ‘Sarina plus’. “Mijn man zegt steeds: ‘Die bestaat niet.’ Het is goed bedoeld, hoor, maar ik hoop vooral dat de nieuwe coach het heel goed gaat doen.” Na de Spelen word je bondscoach van de Engelse vrouwen. Je hebt al zoveel gewonnen, wat wil je nog bereiken? “Vroeger zei ik: ooit wil ik bondscoach worden en grote eindtoernooien spelen. Toen ik dat had bereikt, dacht ik wel: what’s next? En straks komt Engeland op mijn pad. De uitdaging voor mij is om ook daar de verbinder te worden. Ik hoop dat ik in Engeland net zo goed kan samenwerken met de staf en speelsters als in Nederland. Dat we een doel hebben waar ik richting aan geef en dat ik de mensen meekrijg. Dat is m’n eerste uitdaging.” Heb je nog een land of club waar je graag trainer wil worden? “Ik ga eerst naar Engeland en daarna zie ik wel weer wat er op m’n pad komt. Ik ben geen planner, maar weet wel wat ik wel en niet wil. Als je mij drie jaar geleden had gezegd dat ik bondscoach van Engeland zou worden, had ik je ook niet geloofd. Maar ik wil wel in het vrouwenvoetbal actief blijven. Daar ligt mijn hart.” Heb je weleens een momentje van bezinning, als je bijvoorbeeld samen met je man thuis aan een wijntje zit? “Aan het begin van corona heb ik dat gehad. Ik kijk niet zoveel terug, maar soms zijn er ineens dingen die me raken. Laatst hadden ze tijdens een webinar een introductiefilmpje van me gemaakt met alle mooie momenten. Dan denk ik wel: jeetje, wat gaaf. En dan moet ik mezelf even in m’n arm knijpen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Frank de Boer: ‘Ik heb leren knuffelen’

Frank de Boer werd in september vorig jaar bondscoach van het [...]
Frank de Boer werd in september vorig jaar bondscoach van het Nederlands elftal. In aanloop naar het EK leggen we hem tien foto’s voor. Een gesprek over slapen met broer Ronald in een stapelbed, het opvoeden van drie dochters, de lessen van Louis van Gaal en Guus Hiddink, voetballen in Qatar en natuurlijk ‘zijn’ Oranje. 14 november 1987 Ajax 2 heeft gestunt in het bekertoernooi door eredivisionist FC Groningen met 3-1 te verslaan in stadion de Meer. Van links naar rechts ‘broekies’ Ronald de Boer, keeper Lloyd Doesburg, Frank Verlaat en Frank de Boer. “Ronald en ik waren zeventien, nog A-junior en speelden in het tweede elftal dat zich had geplaatst voor het bekertoernooi. Het was onze eerste wedstrijd tegen een subtopper uit de eredivisie, we speelden ze helemaal zoek. Deze wedstrijd vormde voor ons de bevestiging dat we het hoogste niveau aankonden. We hadden wel een elftal hoor, met Richard Witschge, Frank Verlaat en Marciano Vink aangevuld met oudere spelers die niet in het eerste speelden, zoals Arnold Scholten en Peter Boeve. Mijn broer scoorde tweemaal, één keer uit een voorzet van mij. Na de wedstrijd moesten we naar Studio Sport, als de tweeling die ineens doorbrak. We waren voor de wedstrijd samen met onze ouders mee naar het stadion gereden. Ze brachten ons vaak naar de training, meestal deed mijn vader het. De avond voor die wedstrijd hebben we gewoon thuis in ons stapelbed in Grootebroek geslapen, Ronald boven en ik beneden. We hebben tot ons twintigste thuis gewoond, volgens mij totdat Ronald zijn eerste vrouw Sharon leerde kennen. Ronald was er op dat gebied iets eerder bij dan ik. Het is extra mooi en bijzonder dat ik alle hoogtepunten in m’n voetbalcarrière met m’n broer heb beleefd. Toen Ronald eerder dan ik zijn debuut maakte in het eerste was ik supertrots, toen ik eerder dan hij in het Nederlands elftal stond, was hij dat. We voelden nooit, maar dan ook nooit enige vorm van jaloezie. 'We sliepen gewoon thuis in ons stapelbed in Grootebroek, Ronald boven en ik beneden. We hebben tot ons twintigste thuis gewoon' Wat me raakt aan deze foto is Lloyd Doesburg. Nog geen twee jaar later is hij omgekomen bij de SLM-ramp in Suriname met het Kleurrijk elftal. Vreselijk, het was een geweldige keeper en een geweldige gozer.” 13 mei 1992 Ajax heeft de UEFA Cup gewonnen door in de finale Torino te verslaan. Trainer Louis van Gaal en zijn eerste vrouw Fernanda, die twee jaar later aan kanker overleed, omarmen de beker. Frank en zijn latere vrouw Helen kijken toe. “Toen Louis van Gaal het in september 1991 van Leo Beenhakker overnam, werd ik meteen de vaste linksback. Ik heb geen wedstrijd in de UEFA Cup gemist dat seizoen. Na de geweldige uitwedstrijd in Turijn, die in 2-2 eindigde, waren we thuis in het Olympisch Stadion blij dat we het op 0-0 hielden. Na het feestgedruis gingen we nog thuis bij de zieke Dennis Bergkamp langs om hem de beker te laten zien. Ik heb Fernanda heel intens meegemaakt toen Louis nog assistent-trainer was. Als mijn ouders het druk hadden, zetten ze ons af in Avenhorn, waar Fernanda en Louis woonden. Dan reden we vervolgens met Louis mee naar Ajax. Als we onder Van Gaal de jaarlijkse spelletjesavond hadden, regelde Fernanda dat er leuke prijzen waren. Haar overlijden was natuurlijk het ergste voor Louis en hun kinderen, maar heeft ook Ronald, mij en onze ouders heel erg geraakt. Sommigen konden en kunnen Louis niet uitstaan, maar ik kon altijd goed met hem opschieten. Zijn werkwijze sprak mij aan; de manier van trainen en altijd honderd procent geconcentreerd zijn. Tactisch was hij heel sterk, in de rust kon hij je net die aanwijzing geven waardoor het na rust beter liep. Dat tactisch inzicht heb ik ook wel, geloof ik. Zijn imago is heel erg bepaald door zijn verhouding met de pers. Ik heb geregeld tegen hem gezegd dat hij zich niet zo druk moest maken tegen en over journalisten, dat ik het verspilde energie vond. Maar hij was overtuigd dat hij het wel moest doen, dat hij zijn filosofie moest verdedigen. En soms vond hij ook dat hij ons, zijn spelers, moest verdedigen. Hij had het dan over eerlijkheid. Ik vind dat je eerlijk moet zijn tegenover je spelers in de kleedkamer en de pers houd je gewoon te vriend. Als ik weer eens terugzag of hoorde hoe hij had uitgehaald, dacht ik alleen maar: Louis, waarom doe je dat?” 24 mei 1995 Frank met de beker na de 1-0 overwinning op AC Milan in de finale van de Champions League in Wenen. “Het winnen van de Champions League was het hoogtepunt van mijn carrière. Door de sfeer in Wenen vind ik deze beker mooier dan het winnen van de Wereldbeker, een paar maanden later in Tokio, omdat daar nauwelijks supporters van ons bij waren. Het Ajax van 1995 is het beste elftal waarin ik heb gespeeld, het bewijs van de stelling ‘spelers winnen wedstrijden, maar teams winnen prijzen’. De beker is ook een prijs van Louis en zijn staf, ze hebben van ons een soort machine gemaakt die onklopbaar was. We hadden het gevoel dat we iedereen aankonden. Toen ik de beker in mijn handen had, dacht ik eerst aan mijn ouders. Ik was zo blij dat zij het in het stadion mochten meemaken. Zij hebben zo’n groot aandeel gehad in de carrière van Ronald en mij. Nadat we de Wereldbeker hadden gewonnen en ik had gedoucht, kon ik vanuit Tokio even met mijn ouders bellen. Toen ik hen aan de telefoon had, kreeg ik een brok in mijn keel, ik kon geen woord uitbrengen. Ik dacht: wat overkomt me? Ik wilde mijn dankbaarheid tonen voor alles wat ze voor ons hadden gedaan, maar moest spontaan huilen. Mijn ouders heb ik nooit rechtstreeks gezegd hoe dankbaar ik hen ben. Wij zijn West-Friezen, zijn geen types die thuis veel bespreken, zijn meer van het doen. Wij werden thuis niet geknuffeld, ben je gek, dat gebeurde niet in West-Friese families. Ik heb het ook niet gemist, de liefde was toch wel onvoorwaardelijk. Ik ben ook geen type dat een bosje bloemen meeneemt, denk ook dat m’n ouders raar zouden opkijken als ik ineens een boeketje langsbreng. Dat soort dingen heeft nooit in mij gezeten. Veel spelers zag je op de tribune ook altijd kijken waar hun vrouw zat. Mijn vrouw heeft me weleens verweten dat ik nooit keek waar zij zat. Ik heb in de loop der jaren wel geleerd mijn emoties meer te uiten. Met dank aan een van mijn beste vrienden, Armando Borsato, de broer van Marco. Italianen zijn veel fysieker, knuffelen je bij elke ontmoeting. Armando heeft me geleerd dat ik tegen mijn vrouw en kinderen af en toe moet zeggen dat ik echt van ze hou. Ik heb leren knuffelen. Daarvoor ben ik hem heel dankbaar. Het verrijkt ons familieleven. Maar terug naar mijn ouders: mijn broer en ik zijn heel blij dat we af en toe iets terug kunnen doen. Een van de eerste dingen die we hen gaven toen we nog thuis woonden in de Melkstraat, was zo’n grote B&O-televisie. Mijn ouders hadden geen keuze, mochten geen ‘nee’ zeggen. We hebben jaren geleden in Grootebroek een mooi, nieuw huis voor hen laten bouwen op de plek waar wij vroeger gymnastiekles hadden. En we hebben voor onze ouders een nieuwe stacaravan gekocht voor op de camping in Garderen waar ze sinds 1974 al staan en waarvoor ik het stageld betaal. Door corona verlangden de kinderen terug naar de tijd dat wij met het gezin op de camping zaten. Mijn schoonmoeder is helaas overleden. Ik heb de caravan waar mijn schoonvader altijd met haar verbleef laten opknappen. En de caravan van ons staat er nu naast, zodat we weer kunnen genieten zoals vroeger. We hebben van de zomer twee weken vakantie gevierd in de caravan, de kinderen vonden het fantastisch. Ik heb nog een hek in elkaar gezet, een pad gemaakt. Kan ik echt genieten. Helen en ik huurden afgelopen jaren tijdens de zomervakantie altijd een huis, bijvoorbeeld op Ibiza, en dan nodigen we mijn ouders en schoonouders minimaal een week uit om langs te komen. De kinderen vonden het enig om met oma en opa spelletjes te doen. Toen ik even geen werk had, besloot ik elke dinsdagmiddag bij m’n ouders langs te gaan en realiseerde me meteen hoe leuk en goed het is om nog zo fijn met je ouders om te gaan. En dat hou ik erin. Op dinsdagmiddagen neem ik een flesje wijn en wat hapjes mee en dan gaan we klaverjassen en ‘kraken’. Eerst twee potjes waarin ik samenspeel met mijn moeder, dan twee met mijn vader en vervolgens nog twee met een vriend die ook altijd komt.” Schaterend van de lach: “We houden de score precies bij en ik sta aan het eind van de middag meestal dik bovenaan.” 18 januari 1999 Frank en Ronald de Boer worden gepresenteerd als nieuwe aanwinsten van FC Barcelona door voorzitter Josep Lluis Nunez. De broers hadden een arbitragezaak aangespannen tegen Ajax waardoor de transfer een feit werd. “We hadden dat geschil met Ajax waarop ik zeker niet met trots terugkijk, maar Ronald en ik beseften ook dat het moment daar was om te vertrekken. Er kwam nadat ik een paar maanden in Barcelona speelde een schaakbord uit met afbeeldingen van alle belangrijke spelers uit de geschiedenis van Barcelona. Met spelers als Stoitsjkov, Koeman en Cruijff. Ik speelde het eerste halve jaar zo goed dat ik ook meteen op dat bord stond. De jaren daarna liep het minder. We hebben er een geweldige tijd gehad, alleen sportief had het beter gekund. Dan kom je ook weer terug bij de stelling ‘spelers winnen wedstrijden, maar teams winnen prijzen’. De club had met Figo, Rivaldo, Kluivert, Cocu, Guardiola, Luis Enrique, Ronald en ik toppers onder contract, maar het was geen goed team. Louis van Gaal was trainer en hij heeft later gezegd dat zijn grootste fout was om naar Rivaldo te luisteren en hem op ‘10’ te zetten. Rivaldo was de beste speler ter wereld en werd enorm gepusht. Als linksbuiten, als ‘11’, had hij 23 goals gemaakt en 23 assists gegeven. Toen hij op ‘10’ ging spelen, kwamen de verhoudingen in het veld scheef te liggen. Helden Magazine 56 Het eerste gedeelte van het verhaal van Frank de Boer komt voort uit Helden Magazine 56. In deze editie is er wederom aandacht voor turnterreur. Renske Endel, Suzanne Harmes, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes, de turnsters van de Sportploeg van het Jaar in 2001 en 2002, deden tien jaar geleden voor het eerst een boekje open over het gedrag van hun trainers Gerrit Beltman en Frank Louter. Na de bekentenis van geestelijke en lichamelijke mishandeling door Beltman afgelopen zomer is de bom gebarsten én delen de oud-turnsters nogmaals hun schokkende verhalen. Ook in Helden Magazine 56 een uitgebreid interview met oud-voetbalster Anouk Hoogendijk over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal en een loodzware bevalling. Noa Lang maakte afgelopen zomer de overstap van Ajax naar Club Brugge. En met succes. We legden hem stellingen voor. Nadine Visser werd opnieuw Europees kampioen indoor op de 60 meter horden, wat maakt haar zo goed? Daarnaast was Tom Boonen jarenlang de koning van het voorjaar. We spraken hem over Tom Dumoulin, cocaïne, immense druk en de kick van autoracen. Verder blikt Stanley Menzo terug op een roerig leven. Is Chantal van den Broek-Blaak in grote vorm, maar heeft ze besloten volgend jaar te stoppen als wielrenster. Doet bokser Peter Müllenberg zijn verhaal en hoopt marathonloper Björn Koreman zicht te kwalificeren voor de Spelen. Judoka Roy Meyer deelt zijn levenslessen met Victoria Koblenko én Erben Wennemars is parkdirecteur tijdens De Droomzomer.  In ‘de dag dat alles misging’ blikt Rianne Schorel daarnaast terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Kika van Es in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.