Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Peter Bosz: Baas Bosz

Peter Bosz stond aan het roer van onder meer [...]
Peter Bosz stond aan het roer van onder meer Vitesse, Ajax, Maccabi Tel Aviv, Borussia Dortmund en Bayer Leverkusen. Sinds afgelopen zomer leidt hij Olympique Lyon. We reisden af voor een gesprek met de eerste Nederlandse trainer in Frankrijk ooit over het trainersvak, zijn carrière en een toekomstig bondscoachschap. Nog maar twee Nederlandse trainers leiden een aansprekende club in Europa: Peter Bosz en Giovanni van Bronckhorst. Juist die twee troffen elkaar in december in de laatste poulewedstrijd van de Europa League tussen hun clubs Olympique Lyon en Glasgow Rangers. Ze waren al geplaatst, speelden 1-1 en dronken na afloop bij Bosz op kantoor een mooi glas wijn. Peter Bosz: “Dat heb ik van Ronald Koeman geleerd uit zijn tijd bij Southampton. Na de wedstrijd nodigde hij de trainer van de tegenstander uit om onder het genot van een glas wijn even een kwartiertje bij te praten. We zijn dan wel tegenstanders en doen soms verhit tegen elkaar, maar uiteindelijk zijn we ook collega’s. Zo’n ontmoeting kan heel verhelderend werken. Het is toch bijzonder dat Gio en ik allebei Nederlander zijn, elkaar kennen en dat we beiden ook nog wat Nederlanders in de staf hebben.” Heb je een verklaring waarom nog maar twee Nederlanders een grote Europese club trainen? “Ik denk dat het een afspiegeling is van wat het nationale elftal presteert. Spanje en Duitsland doen het goed, en dat zie je terug in het aantal trainers in grote competities.” Hoezeer is het trainersvak veranderd sinds jouw eerste klus bij AGOVV in 2000? “Vooral door social media is het vak veranderd. De omgangsnormen verruwen. Vroeger moest je wachten op de krant en één keer in de week kwam Voetbal International uit, nu komt alles meteen naar buiten. De wereld is sneller, maar vooral ook harder geworden en dat maakt het werk zwaarder. Volgens mij worden trainers ook sneller ontslagen. Bij echte topclubs zie je nog wel een zekere continuïteit, maar vlak onder de top worden trainers heel snel ingewisseld en is het een uitzondering als een trainer het anderhalf jaar volhoudt. Bovendien is de aanwas enorm groot. Trainers als Phillip Cocu en Frank de Boer zitten nu zonder club. Ik kan niet oordelen over hun werkwijze, maar zij hebben het bij PSV en Ajax goed gedaan. Toch waren ze daarna snel weg bij hun volgende clubs. Zonder een waarde-oordeel te geven, wordt het vinden van een nieuwe club dan ook steeds moeilijker.” Wesley Sneijder is gestopt met de trainerscursus, ruw samengevat omdat hij er niet veel wijzer van werd. “Hoezo weet hij al na een paar maanden dat de cursus niet bij hem past? Er zijn wel meer oud-voetballers geweest die eigenlijk vinden dat ze het diploma moeten krijgen. Daar ben ik het helemaal niet mee eens. Het trainersvak is heel anders dan je als voetballer denkt. Het is een voordeel als je op hoog niveau hebt gevoetbald, maar geen garantie dat je dan ook een goede trainer bent. Daarom is er de cursus.” Offers Je bent pas de eerste Nederlandse trainer in Frankrijk. Hoe werd je benaderd? “We waren met de hele staf met wie ik tot maart vorig jaar bij Bayer Leverkusen had gewerkt – Hendrie Krüzen, Rob Maas en fysiek trainer Terry Peters – op vakantie op Curaçao toen ik op een woensdag in juni een appje kreeg van de algemeen directeur van Lyon met het verzoek of we konden bellen. Natuurlijk, zei ik. De volgende dag regelden ze een videocall tussen de voorzitter, de technisch directeur, de algemeen directeur en mij. Aan het einde van een gesprek van ruim anderhalf uur zei de voorzitter: ‘Als het aan mij ligt, word je onze trainer, want ik vond het een heel goed gesprek. En weet je wie dat beslist? Ik.’ 'Voordat we de bus instapten, heb ik Nouri bij me geroepen. Hij zei: 'Nee hè, trainer?' Ik zei: Ja. Hij begon als een kleine jongen te huilen. Dat zijn zulke moeilijke beslissingen' Een dag later wachtte in Lyon technisch directeur Juninho met zijn dochter me op en zijn we naar de club gereden waar ik kennismaakte met de algemeen directeur en de voorzitter. We waren er snel uit. Op zaterdag werd ik officieel gepresenteerd. Zondag ben ik via Amsterdam teruggevlogen naar Curaçao en heb nog tien dagen vakantie gevierd. Op Curaçao zijn we meteen al wedstrijden gaan bekijken en spelers gaan analyseren. Wij doen alsof dat heel normaal is, maar voor je partner is het eigenlijk heel zwaar dat je ook op je vakantie weer bezig bent met je werk. In vijf jaar tijd zijn mijn vriendin Jolyn en ik van Almelo, naar Tel Aviv, Vinkeveen, Dortmund, Apeldoorn, Düsseldorf en nu naar Lyon verhuisd. Trainers zijn hele dagen aan het werk, maar je partner moet elke keer een nieuw leven opbouwen en proberen nieuwe vrienden te vinden. Dan heeft ze vrienden gemaakt en verhuizen we weer. Het zijn heel zware offers. Ik ben nu 58 en denk daarom niet dat ik tot mijn zeventigste trainer wil blijven.” Steeds meer mensen in de topsport erkennen dat ze moeite hebben met stress. Hoe is dat voor trainers? “Iedere trainer heeft stress. Ik heb voor mezelf geleerd daarmee om te gaan, maar voor je directe omgeving is het veel zwaarder. Mijn vader, die vorig jaar is overleden, keek niet naar mijn wedstrijden omdat hij de spanning niet aankon, dan ging hij een blokje om. Mijn moeder ziet alles, maar heeft het elke wedstrijd heel zwaar, net als mijn vriendin. Ze zat op de tribune tijdens de wedstrijd tegen Olympique Marseille die al na drie minuten werd gestaakt nadat er bij het nemen van een corner een flesje werd gegooid dat Dimitri Payet van Marseille vol raakte. Ze heeft wel humor, want toen ze me na de wedstrijd zag, bood ze excuus aan voor het gooien van een flesje. ‘Sorry Peter,’ zei ze, ‘had ik niet moeten doen.’ Als trainer heb je dingen in de hand, maar voor je naasten thuis is het vaak ondraaglijk.” Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal van Peter Bosz komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen. Waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Marten de Roon: ‘Ik voel me geen vreemde eend’

Marten de Roon (30) staat niet alleen bekend als [...]
Marten de Roon (30) staat niet alleen bekend als middenvelder van Atalanta Bergamo en het Nederlands elftal, maar er schuilt ook een influencer in hem. Op social media drijft hij graag de spot met zichzelf. Wij bespraken zijn leven aan de hand van tien van zijn posts: “Van Gaal snapte dat ik me echt een buitenbeentje voelde.” 12 december 2021 “Op het moment dat Max Verstappen wereldkampioen werd, wilde iedereen op social media laten zien dat hij of zij er ook bij was. Veel mensen plaatsten foto’s met Max. Ik zette deze foto online om daar een beetje de draak mee te steken. Ik vind het leuk om een beetje te prikkelen. Een paar jaar geleden sprak ik Joost Hofman, een vriend die in de socialmediawereld werkzaam is. We kwamen tot de con­clusie dat iedereen op Twitter en Instagram hetzelfde doet, dat vond ik maar saai. Ik wilde het graag over een andere boeg gooien, maar wel dicht bij mezelf blijven. Ik ben iemand met zelfspot, vind dat de leukste humor die er is. Daarom drijf ik in veel posts de spot met mezelf. Meestal sta je als voetballer lelijk op foto’s, ik wil die eerlijkheid en oprechtheid laten zien in plaats van altijd maar die perfecte foto’s die voorbijkomen. Op de foto zie je me juichen na een goal van mijn ploeggenoot Teun Koopmeiners. Dat ik daar niet bepaald mooi op sta, vind ik juist oprechtheid uitstralen. Je ziet dat ik blij ben. Lachend: “Maar misschien ben ik ook gewoon minder knap en foto­geniek dan de rest. Mijn vrouw zegt altijd: ‘Je moet iets vaker je haar doen, hoor.’ Dan zeg ik: we zijn getrouwd en hebben drie kinderen, voor wie doe ik het nog? De jongens in mijn team zeggen altijd: ‘Eén keer in de vijf weken zit je haar goed: nadat je bij de kapper bent geweest.’ 'Mijn vrouw zegt altijd: 'Je moet vaker je haar doen, hoor.' Dan zeg ik: We zijn getrouwd en hebben drie kinderen, voor wie doe ik het nog?' De voetbalwereld wordt vaak als een perfecte wereld gezien. We hebben zogenaamd een perfect leventje, gaan een beetje trainen, hebben mooie auto’s, mooie kleding, veel te besteden. Maar wij zijn ook normale mensen, we kunnen misschien iets beter voetballen dan een gemiddeld persoon, maar na een trai­ning ga ik ook gewoon naar huis en snuit de neuzen van m’n dochters. Ik wil laten zien: wij voetballers zijn net als de rest, we kunnen alleen één ding iets beter dan anderen. Ik spot in mijn posts ook graag een beetje met het voetbal­ wereldje, juist omdat dat iets teweegbrengt. Er wordt al snel gesproken over het verliezen van respect als je een geintje uit­ haalt, maar ik vind dat het moet kunnen, tot op een bepaalde hoogte. Drie jaar geleden had ik een meme geplaatst van een speler met ‘his weekend’, en daaronder ‘his monday’. Terwijl wij juichten, stond die tegenstander er precies voor met een gezicht als een oorwurm. Ik had het berichtje geplaatst, en twee dagen later kreeg ik een appje van onze aanvoerder. Hij had weer een berichtje gekregen van de aanvoerder van onze tegen­stander met de vraag of ik die post wilde verwijderen. Hij vond het ontzettend respectloos. In het American football doen ze alleen maar aan leuke plagerijtjes, in het veld en daarbuiten, ook online. Maar in de voetbalwereld verlies je daar blijkbaar respect mee. Laat ik het zo zeggen: de voetbalwereld loopt qua ironie, spot en zelfspot achter. In Italië loopt op dat vlak de voetbalwereld vijftien jaar achter.” 16 september 2019 “Al drie jaar op rij spelen we met Atalanta Bergamo in de Champions League. Een groot deel van ons succes is te danken aan onze coach Gian Piero Gasperini. Na drie jaar Heerenveen kwam ik in 2015 bij Atalanta terecht. Ik had in Italië een goed eerste jaar, maar we speelden met de mentaliteit: als we de uitwedstrijden verliezen is het niet zo erg, als we thuis maar punten kunnen pakken. We waren een club uit het rechterrijtje en speelden om niet te degraderen. Ik wilde iets anders proberen en werd verkocht aan Middles­brough in Engeland. Daar ging het wat minder dan ik had gehoopt. In 2017 keerde ik terug bij Atalanta, onze coach Gasperini was een jaar eerder gekomen. Sinds zijn komst spelen we om te winnen, ook als we uit spelen tegen Juventus of Internazionale. We gaan ernaartoe met een plan, en weten: als we dit doen, dan winnen we. Natuurlijk heeft Gasperini zijn tactische en technische trainingen waarmee hij spelers beter maakt, maar de mentaliteitsverandering is het belangrijkst geweest. Gasperini is iemand die veel praat, we hebben soms sessies die eindeloos duren. Hij hamert op ieder detail, ziet alles, is overal mee bezig. Maar de grootste veranderingen voerde hij door in de trainingen. Die zijn zo zwaar dat je soms denkt: is dit wel gezond? De eerste paar maanden na mijn terugkeer bij Atalanta heb ik heel veel moeite gehad om aan te haken. Ik stond met spierpijn op het veld. Het is hem gelukt die mentaliteit erin te pompen, Gasperini kreeg de club achter zich en wist ook de juiste spelers bij elkaar te verzamelen. Onze ploeg is al een paar jaar nagenoeg het­ zelfde, ieder seizoen worden er maar één of twee spelers voor maximale bedragen verkocht, dat is het. De kern is al zo’n vier jaar bij elkaar. Dat maakt het ook vertrouwd. Sinds 2019 zijn wij een beetje een verrassingsploeg. In 2020 stonden we op het randje van de halve finale van de Champi­ons League, we verloren in de laatste minuut van Paris Saint­ Germain. Wij zijn harde werkers, maar spelen ook heel aanval­lend en met lef. Soms pakt dat offensieve verkeerd uit, zeker tegen Europese topploegen. Dit seizoen lukte het ons net niet te overwinteren in de Champions League. We voelen het respect in Europa en Italië. Een paar jaar geleden dachten ploegen uit de onderste regionen nog: tegen Juventus hangen we lekker met onze kont in het eigen zestienmeter­ gebied en we hopen dat hij een keer aan de andere kant valt. Nu zie je meer coaches denken: Atalanta is een voorbeeld, wij kunnen dat met onze ploeg ook. Maar omdat we al drie jaar in de top drie eindigen en de Champions League­plek wegkapen van andere grote ploegen, zien ze ons in Italië ook wel als een blok aan het been. Ze heb­ben respect voor ons, maar zien ons stiekem ook gewoon weer graag in het rechterrijtje terug.” Gasperini noemde jou de ideale klusjesman van zijn team... Lachend: “Dat bedoelde hij positief, dat ik op meerdere plek­ ken uit de voeten kan. Ik heb bij hem ook in de verdediging gespeeld. Hij zei: ‘In geval van nood kan ik Marten nog als keeper gebruiken.’ Hij heeft veel vertrouwen in mij en waar­deert me, dat laat hij ook blijken. Dat is fijn. Maar niemand is heilig bij Gasperini. Je kunt de allerbeste zijn, maar als jij niet doet wat hij vraagt of je toont geen maximale inzet, dan kun je gaan. Er is geen ruimte voor ego’s en vedettes. Dat is de kracht van ons team.” 10 juni 2021 “In aanloop naar het EK was er veel kritiek op mij. Ik was niet goed genoeg. Deze post was een kleine sneer: ik sta hier wel mooi, daar ben ik heel trots op, ik ben ook gewoon een goede voetballer. Ik wilde laten zien: er schuilt meer achter deze jon­ gen met zelfspot op Instagram, ik ben ook een speler van het Nederlands elftal die het goed doet. Meestal doet kritiek niet veel met me, ik vind het vaak verve­ lender voor mijn familie en gezin. Mijn ouders, twee zussen en mijn vrouw krijgen soms wat meer mee. Ik zeg altijd tegen ze: het is niet erg, iedereen heeft een mening. Maar zij zien wat ik ervoor doe en laat. Zij zien het op dat moment als een persoonlijk aanval en niet als kritiek op Marten de voetballer. Zij denken: waarom zitten ze mijn zoon, broer of echtgenoot uit te kafferen, zo is hij helemaal niet, gister zat hij nog paardje te spelen met zijn kinderen. Dat is wat zij moeilijk vinden. Een mening is soms ook scoren over iemands rug. Dat noem ik ook geen journalistiek, dat is vermaak, entertainment. En dat gaat soms te ver. Dat gevoel had ik soms in die fase bij het Neder­ lands elftal.” Hadden je ouders liever gewild dat jij je studie bedrijfs­ kunde had afgemaakt? “Nee hoor, dat niet. Het grootste minpunt voor mijn ouders is dat wij in Italië wonen en ons niet zo vaak kunnen zien als ze zouden willen. Maar ze hebben er wel heel erg op gehamerd dat ik mijn vwo af zou maken. Dan had ik iets achter de hand. Toen dat was gelukt, zat ik nog steeds in de A1 van Sparta en ben ik begonnen met de studie bedrijfskunde. Ik wist op dat moment ook niet of ik zou slagen als voetballer. Maar een half jaar later werd ik bij het eerste gehaald, toen heb ik mijn studie in overleg met mijn ouders stopgezet. Mijn vader zei: ‘Het is iets unieks wat je kan proberen, iets dat niet voor iedereen is weggelegd.’ Gelukkig pakte dat goed uit.” Je bent ‘more than just a face and a nice character’. Mis jij soms ook een intellectuele uitdaging? “Absoluut. Ik heb veel vrienden die hebben gestudeerd. Zeker in de periode dat zij in de studiebanken op de universiteit zaten, voerden zij discussies die mij soms boven de pet gin­ gen. Ik had weinig in te brengen, de intellectuele input die ik dagelijks kreeg, was vrij beperkt. Op andere gebieden vind ik juist dat je als voetballer enorm kunt groeien: op het gebied van cultuur, in volwassen worden, noem maar op. Maar als voet­ baller heb je het wel vaak over dezelfde dingen. Nu probeer ik diepgang in andere dingen te zoeken. Zo ben ik vijf maan­ den geleden begonnen met schaken, ik lees veel schaakboeken, daarbij gebruik je je hersenen wel. Ik voel me ook geen vreemde eend in de bijt in de voetbal­ wereld, er zijn veel meer spelers die afleiding op ander gebied zoeken. Ik schaak online veel met Daley Blind, Davy Klaassen en Nathan Aké.” Lachend: “Maar ik ben vooralsnog de beste van ons vier, hoor. De meeste spelers doen er iets naast. Davy vertelde dat hij David Neres in de kleedkamer van Ajax ook zag schaken. Van hem had hij het niet verwacht. Cody Gakpo schaakt ook, en zo zijn er vast veel meer. De een schaakt, de ander speelt piano en weer een ander volgt een talencursus. Iedereen is wel bezig met iets naast het voetbal. Maar dat verbloemt de voetbalwereld soms. De mens erachter zie je niet zo vaak.” 11 november 2020 Lachend: “Ik heb bij Sparta een heel fijne coach gehad, hoor, die zette me niet vaak op de bank. Tot mijn veertiende zat ik in de jeugdopleiding bij Feyenoord, ik was een vrij groot talent, tot ik met blessures te maken kreeg. In een jaar tijd was ik veertien centimeter gegroeid en ik kreeg last van mijn knieën. Ik zat in de knoop met mijn lichaam, daarom ben ik bij Feyenoord weggestuurd, niet omdat ik niet goed genoeg was. Ik heb er in die tijd ook over nagedacht om naar een ama­ teurclub te gaan. Daar speelden mijn vrienden, zij hadden een ander leven, dat zag ik ook wel zitten. Ik zat op een LOOT­ school voor topsporters en was alleen maar met voetbal bezig, ik vond het beperkt. Mijn geluk is geweest dat ik na Feyenoord naar Sparta kon en naar de plaatselijke middelbare school in Zwijndrecht. Ik kwam weer bij vrienden in de klas, die combi­ natie van voetbal en een normaler schoolleven deed me goed. Daardoor kreeg ik het plezier ook weer terug in het voetbal en verdiende ik een transfer naar Heerenveen. In Heerenveen ging het redelijk, maar niet zo goed dat ik de stap heb kunnen maken naar een van de topclubs in Neder­ land. Ik was daar ook niet klaar voor. Ik kon me altijd wel mak­ kelijk aanpassen, dus ik geloof wel dat ik het er had gered, maar ik had me niet dusdanig in de picture gespeeld dat ik het ook verdiende. Mijn grootste ontwikkeling heb ik doorgemaakt bij Atalanta.” Hoe komt een jongen van Heerenveen bij Atalanta Bergamo terecht? Lachend: “Dat was ook mijn eerste vraag. Ik moest googe­ len naar de club. Tussen 2006 en 2015 waren ze twee of drie keer gedegradeerd. Ik kende Atalanta niet, had geen idee waar Bergamo lag. Mijn zaakwaarnemer Kees Ploegsma belde me en vroeg: ‘Lust je pasta?’ De technisch directeur en scout waren blijkbaar veel in Nederland geweest. Dat zijn ze overigens nu ook wekelijks, ze zoeken altijd naar Nederlandse spelers. Het bleek dat ze mij een seizoen lang gevolgd hadden en graag wil­ den hebben. Ik zat drie jaar bij Heerenveen, al aanvoerder, en alles ging een beetje vanzelf. Werd niet echt meer geprikkeld en dacht: het is misschien best leuk om het avontuur aan te gaan. Ik tekende mijn contract zonder dat ik überhaupt een keer in Bergamo was geweest. Inmiddels wonen we er al, met een onderbreking van een jaar in Engeland, zes jaar.” Twee van jullie drie kinderen zijn in Bergamo geboren. Wat voor vader ben jij? “De speel­ en knuffelvader, maar ook de strenge vader. De jongste is bijna drie, de middelste is zes en de oudste is negen. Van de oudste ben ik niet de biologische vader, zij kwam in mijn leven toen ze elf maanden oud was. Maar ik praat altijd over mijn drie dochters. Ze woont bij ons en ziet mij ook als haar vader, ik hou van alle drie evenveel. Ik ben best veel weg, in Italië slaap je een dag voor een wedstrijd al op de club, maar als ik er ben, speel ik met ze: paardjerijden, het spelletje UNO, ik lees boekjes met ze. En als de kinderen aangepakt moeten worden, ze echt moeten luis­ teren, dan word ik ingezet als strenge vader. De oudste zit op judo, de middelste danst. En ze gaan nu skiën. Maar balgevoel heb ik nog niet echt kunnen ontdekken bij hen. Als vader ben ik tevreden als ik er alles aan heb gedaan om ze gelukkig te maken. Maar ik vind het ook een uitdaging om mijn kinderen te leren hoe het echte leven is. Veel mensen om ons heen zijn ook voetballer en hebben ook veel te besteden. Eerst zaten de kinderen op een internationale school, tussen allemaal kinderen met ouders die ook meer te besteden heb­ ben. Sinds twee jaar zitten ze op een Italiaanse school, om de taal en cultuur te leren, maar ook omdat ze dan met kinderen in aanraking komen met normaal werkende ouders. We willen dat ze van hun iets luxere leventje genieten, ze mogen ervan profiteren, maar we willen ze wel meegeven dat het niet van­ zelfsprekend is hoe wij kunnen leven.” 16 maart 2020 “Het straatbeeld in Bergamo was bijna twee jaar geleden zoals die bekende foto waarop al die legerwagens stonden met lijkkisten erin. Wij waren een van de eerste hard getroffen gebieden in coronatijd. De stad was verlaten. Het enige dat we hoorden, waren gillende sirenes en de kerklokken die luidden als er iemand was overleden. Het luiden van de kerklokken deden ze op een gegeven moment alleen nog maar op vaste tijden, omdat er te veel mensen overleden. Maar het was soms ook moeilijk te beseffen wat er aan de hand was. De angst was heel groot. Ik had er zelf iets minder last van, mijn vrouw meer. Om ons heen hoorden we wel heel heftige verhalen. We wil­ den graag helpen, maar ik voelde me ook machteloos, kon niet zoveel doen. Soms wil ik meer doen dan alleen een donatie, ook de handen uit de mouwen steken. Dan kom je er wel achter dat mensen in de zorg er pas echt toe doen en wij als voetballers niet zo belangrijk zijn. 'De manier waarop mensen overleden, was zo lelijk en plotseling. Mensen konden geen afscheid nemen van hun geliefden. Dat lelijke deel van die coronaperiode merk je nog wel in Bergamo' Hoewel wij persoonlijk niet zijn getroffen, vond ik het ook voor ons een heftige periode. We hebben vijf weken lang thuis­ gezeten, het was verboden de straat op te gaan. Wij hadden het geluk dat we in ons appartementencomplex een tuin hebben, daar mochten we komen, maar we konden het hek niet uit. Eén persoon mocht met een masker op en handschoenen aan naar de supermarkt, dat was het. Ik kwam mezelf in die periode te­ gen. Iedere dag thuis met het gezin is mooi, maar ook confron­ terend. Ik waardeerde mijn leven erbuiten weer een stuk meer. Inmiddels is de stad opgekrabbeld, de angst is grotendeels verdwenen, maar de nasleep is groot. De manier waarop mensen overleden, was zo lelijk en zo plotseling. Mensen konden geen afscheid nemen van hun geliefden in het zieken­ huis en geen normale begrafenis houden. Dat lelijke deel van die coronaperiode merk je nog wel, de verhalen om ons heen blijven heftig.” 29 maart 2021 “Ik heb veel te danken aan Ronald Koeman. Toen hij in 2018 bondscoach werd, haalde hij mij bij Oranje. Hij gaf mij vanaf het eerste moment een gevoel van waardering. Dat uitte hij niet zozeer in woorden, maar hij liet het zien in daden. We speelden uit tegen Frankrijk in de Nations League. We stonden 1­0 voor, en het was net 1­1 geworden. Koeman draaide zich om en zei: ‘Marten, warmlopen.’ Hij liet zien: in deze situatie ben ik de eerste persoon die hij in wil brengen. De volgende in­terlandperiode kreeg ik de kans tegen Duitsland. Koeman had een bepaalde taak voor me in gedachten op het middenveld, zodat medespelers wat meer konden zwerven. Die visie heeft hij doorgezet. Het mooie aan hem is dat hij heel stoïcijns is. Koeman liet zich niet leiden door de pers of anderen. En hij was altijd eerlijk. Ik kon dat heel erg waarderen. Maar hij kon dat gevoel van waardering ook op de rest van het team over­ brengen, daardoor was iedereen tevreden. Ik had ook een goede band met zijn opvolger Frank de Boer. Hij was duidelijk en sprak veel met alle jongens. Voor hem was het ook moeilijk: De Boer moest de taak van Koeman ‘even’ overnemen. Frank de Boer twijfelde tussen zijn eigen gedach­ ten en visie, en het voortzetten van Koemans visie. Hij heeft het heel voorzichtig moeten aanpakken, dat is moeilijker dan mensen denken. Ik kon het heel erg waarderen dat hij toch ook stoïcijns een lijn heeft ingezet waarvan hij dacht dat dat het beste was. Het halen van het EK was een droom die uitkwam, maar het was ook dubbel. We hadden het gevoel dat we er meer uit hadden kunnen halen, maar ik vond het ook mooi om het mee te hebben gemaakt. Toch bleef het gevoel van mislukking hangen. Ik keek meer in de spiegel dan dat ik de toenmalige bondscoach Frank de Boer de schuld gaf. De deceptie na die achtste finale tegen Tsjechië was groot. Ik vond dat ik redelijk mijn niveau haalde, ik ben niet de eerste die opvalt, maar wel op een bepaalde manier belangrijk voor het team. Uiteindelijk heb ik een EK gespeeld en dat pakt niemand me meer af. Mijn ouders en vrienden zaten op de eerste rij tegen Tsjechië, dat vond ik wel prachtig om te zien. Ik werd er ge­ emotioneerd van. Vroeger stond ik altijd in de huiskamer met mijn hand op m’n borst het volkslied mee te zingen. Ik had die droom om in het Nederlands elftal te spelen, maar ik dacht nooit echt dat het realistisch was. Toen Louis van Gaal na het EK Frank de Boer opvolgde, had ik al het gevoel dat er weleens iets zou kunnen veranderen. Hij speelt vaak aanvallende systemen met meerdere aanvallende middenvelders. Ik wist daarom wel dat het voor mij lastiger zou worden. Hij heeft me gebeld om dat uitgebreid uit te leg­ gen. Dat gesprek verliep prettig en ik had er een prima gevoel aan overgehouden. Ik zei direct dat ik me zou schikken, dat ik graag onderdeel van het Nederlands elftal blijf. Ik vond het heel moeilijk dat ik bij de interlands tegen Gi­braltar en Montenegro op de tribune plaats moest nemen. Die eerste keer, tegen Gibraltar, snapte ik dat nog wel. Maar een maand later tegen Montenegro moest ik wéér op de tribune zitten. Daar heb ik het lastig mee gehad. Ik was teleurgesteld, maar ook boos en gefrustreerd. Ik had zelfs gedachten als: als ik op de tribune zit en niet bij de 23 hoor, moet ik dan wel naar het Nederlands elftal toe? Wil ik er dan wel bij zijn? Welke rol heb ik, wat kan op deze manier toevoegen of van welke waarde kan ik zijn? Ik zat boos en balend op mijn hotelkamer. 'Ik dacht zelfs: Als ik op de tribune zit, moet ik dan wel naar het Nederlands elftal toe? Wil ik er dan wel bij zijn?' Ik ben een van de jongens die veel praat in de kleedkamer, zich uit en iemand een aai over de bol kan geven. Dat is waarde­ vol. Maar je gaat overal aan twijfelen als zoiets je overkomt. Ik dacht: hoe gaan die jongens nu naar mij kijken, word ik nog serieus genomen? Het had op dat moment wel even mijn zelf­ vertrouwen aangetast. Tegen Noorwegen mocht ik als eerste invallen, dat gaf me een boost. En ik weet ook dat er een WK aankomt en wil daar graag bij zijn. Ik geloof nog steeds dat ik een bepaalde eigenschap als voetballer heb die er binnen het Nederlands elftal niet is. Van Gaal is wel heel eerlijk geweest en snapte ook dat ik het moei­ lijk vond, dat ik me op dat moment echt een buitenbeentje voelde.” 2 april 2020 “Ik heb veel leuke reacties op die post gekregen. Nadat ik hem had geplaatst, heb ik contact gezocht met Memphis, want ik refereerde hiermee aan de lijger die hij in een videoclip op zijn schouder had liggen en daarmee aardig wat opschudding ver­ oorzaakte. Ik vond dat die post moest kunnen en ook Mem­ phis vond het geweldig. Ik heb door de jaren heen een leuke band met hem opgebouwd, we hebben veel respect voor elkaar, ik wist dus ook wel dat hij het leuk zou vinden. Een beetje geinen moet kunnen, toch? De jongens van het Nederlands elftal weten dat als er een grap­ je wordt uitgehaald, ik daar vaak bij betrokken ben. Maar als er getraind moet worden, ben ik ook degene die vooroploopt. We hebben echt een mooi tean team en staan er voor elkaar. Zoals ook in de strijd tegen racisme en discriminatie. Ik vind dat heel goed dat we onze stem laten horen. Als een medespe­ ler zou zeggen dat hij zich racistisch bejegend voelt, dan loop ik direct met het team het veld af. Ook met het scheldwoord ‘homo’ moet het in de samenleving en in het voetbal maar eens klaar zijn. Laat iedereen doen wat hij of zij wil. Het is 2022.” 23 september 2021 “Teamgenoten denken weleens: wat heb jij nou weer gedaan? Maar ze kunnen er ook om lachen. We wilden een filmpje maken dat iets teweeg zou brengen. Maar wel op onze manier, met zelfspot. We liepen de fanshop binnen en dachten: dit is leuk om snel te monteren en op social media te zetten. We zijn letterlijk vijf minuten binnen geweest om wat shots te maken. In het filmpje sta ik in de fanshop om shirts weg te geven, maar het blijft leeg. En de paar mensen die komen, weten niet wie ik ben. Het grappige is dat duizenden mensen reageerden met: wat heftig dat niemand je herkent. En: ik zou zo graag willen dat ik er was geweest, ik wil zo graag je shirt. Mensen dachten dat het echt was, dat niemand in Bergamo weet wie ik ben. Natuurlijk weten de mensen in Bergamo dat wel. Italianen wil­len soms op straat met me op de foto, maar spreken liever hun waardering uit, roepen: ‘Bravo Marten, goed gedaan.’ En als ik met mijn gezin ben, laten ze me sowieso met rust. Er is altijd een gradatie van bekendheid. Virgil van Dijk is een stuk bekender dan ik. Ik vind het dan leuk om daarmee te spot­ ten. Inmiddels ben ik in Nederland wel bekend, maar als ik een paar jaar geleden door Rotterdam liep, sprak niemand me aan.” 26 mei 2020 “Ricarda en ik zijn nu negen jaar bij elkaar. Zij geeft mij ontzet­ tend veel rust. Bij haar kom ik thuis. Ricarda is mijn steun en toeverlaat, zij heeft alles in Nederland achtergelaten om ervoor te zorgen dat ik kon slagen als voetballer. Alles wordt aangepast aan mijn leven. Het fijnste vind ik dat ik weet dat zij thuis is met de kinderen. Dan ben ik rustig en kan ik met een goed gevoel weg. In Nederland werkte ze bij een organisatie in Friesland die meisjes helpt die met eergerelateerd geweld te maken heb­ ben. Zij begeleidde die meisjes. Ze heeft in Bergamo nog wat cursussen gevolgd en zich verdiept in gezinstherapieën, maar is nu vooral fulltime moeder, aangezien ik drie of vier dagen in de week weg ben. Het zorgzame in haar is zo fijn. Twee jaar geleden zijn we getrouwd voor de gemeente in Rotterdam, maar het feest in Italië moet nog gebeuren. Dat moest vanwege corona iedere keer worden uitgesteld.” 30 augustus 2021 Lachend: “Ik zei het al: het is waardevol om belangrijk te zijn in de kleedkamer. De Speld dreef hier op een leuke manier de spot met me. Moe van de strijd tegen de vooroordelen ben ik niet, hoor, ik heb me er wel bij neergelegd. Die vooroordelen zijn er ook alleen in Nederland. In Italië wordt er zo anders naar me gekeken. Hier ben ik misschien wel de meest gewaardeerde speler van de ploeg. Mijn rol, een beetje de stofzuiger van de ploeg, is misschien ook ondergewaardeerd. En ik heb ook niet het talent van Fren­ kie de Jong. Dat weet ik zelf ook heel goed. Ik kijk zelf ook liever naar Frenkie dan dat ik mezelf op de beelden terugzie. En ik zie ook liever Memphis iemand passeren dan ik die een bal over de zijlijn schiet omdat het anders fout gaat. Maar ik geloof wel sterk, en de meeste trainers en kenners geloven dat ook, dat je in een team niet zonder de rol kan die ik heb. Het maakt me daarom niet zoveel uit wat anderen vinden. Als de trainer er maar in gelooft. Ik heb het bij Atalanta enorm naar mijn zin. Het zou goed kunnen dat we hier ook na mijn voetbalcarrière blijven wonen. Mijn kinderen hebben hun leven hier. En wij bouwen in Bergamo ook steeds meer ons sociale leven op. Maar natuur­ lijk heeft Nederland een speciaal plekje. Ik zou mijn carrière hier zeker kunnen afsluiten, maar ik ga niet roepen dat ik hier nooit meer weg ga. Wie weet komt er iets fantastisch voorbij waartegen ik geen ‘nee’ kan zeggen. Volgend jaar wil ik naar het WK en ik denk dat ik een heel goede kans maak om erbij te zitten.” Helden Magazine 60 Het verhaal van Marten de Roon komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Wout Holverda en zijn leven met alzheimer

Wout Holverda (58) scoorde vaak, vooral voor Sparta. [...]
Wout Holverda (58) scoorde vaak, vooral voor Sparta. Ondanks zijn geringe lengte was hij vooral met het hoofd niet te kloppen. Onverslaanbaar in de lucht. Pas nu blijkt dat het koppen zijn grootste vijand was. Holverda lijdt aan de ziekte van Alzheimer. “Door al dat koppen zijn mijn hersenen verzakt.” Vaak staat ‘Zeg maar Wout’ Holverda al drie kwartier buiten te wachten. Rustig een sigaretje rokend. En nog een. Totdat zijn zoon Robin hem oppikt. Voor zijn favoriete ritje: naar de duinen in Katwijk. Op zich gaat het goed met hem. Hij mag nog alleen naar buiten en dat privilege geldt lang niet voor iedereen in verzorgingstehuis Haagwijk. Veel van zijn medebewoners van de gesloten afdeling, waarop ook Wout een kamer heeft, zijn niet zelfstandig genoeg meer. Wout wel. Al wordt het alleen naar buiten gaan steeds riskan- ter. In zijn eigen vertrouwde wijk in Leiden- Zuidwest weet hij de weg nog wel. Een bood- schapje doen bij supermarkt Hoogvliet. Elders bestaat de kans dat Wout verdwaalt. Omdat hij de weg terug niet meer weet. Of niet meer weet wat hij kwam doen. “Zo irritant,” zegt hij daar zelf over. Precies op deze manier kwam de ziekte aan het licht. Ruim vier jaar geleden was Wout op bezoek bij zijn broer René aan de Spaanse oostkust. Diens huis bevond zich aan één lange weg. Maar toen Wout een ritje maakte, wist hij de weg terug niet meer. In zijn logeervertrek waren de sham- poo en tandpasta nog niet gebruikt. Ondanks dat Wout al twee weken in Spanje was. Vergeten. Wout Holverda was een typische jarentach- tigspits. Een behendige linkspoot. Snel. Doelgericht. En verrassend sterk in de lucht. Zijn glorietijd beleefde hij bij Sparta waarmee hij fameuze Europa Cup-wedstrijden speelde. Zoals die tegen Coleraine, Carl Zeiss Jena en natuurlijk Spartak Moskou. Dat zijn geheugen hem steeds meer in de steek laat blijkt, als Wout vol blijft houden dat hij tegen Spartak Moskou gescoord heeft. “Als we hem ophalen, dan hangen de oudere supporters aan zijn lippen. Wout was een geweldige voetballer en weet nog best wat van vroeger. De reis naar uitwedstrijden gaat snel met Wout erbij,” zegt Peter van der Zwan, secretaris van de supportersvereniging van Sparta. Het is geweldig hoe de Rotterdamse club met haar oude helden omgaat. Er is een klankbordgroep speciaal belast met de toestand van voormalige coryfeeën. Gaat het niet goed, dan komen de fans in actie. Zoals met Wout. Elke week wordt hij opgepikt door een clubje Sparta- fans. Uit of thuis, Wout gaat mee. De club wilde zelfs woonruimte nabij het stadion regelen zodat hij op Het Kasteel, onder begeleiding, zou kunnen meehelpen. Maar dat was te ver weg van zijn familie in Leiden, de stad waar hij al zijn hele leven woont. In zijn kamer van ongeveer twintig vierkante meter ligt standaard een agenda, pen en notitie- blok. “Ik moet alles opschrijven tegenwoordig, joh,” zegt hij. Met zijn vinger wijst hij naar zondag in de agenda. Sparta-Roda JC. “Dan komen ze me vooraf ophalen. Echt geweldig vind ik dat.” In zijn kamer ligt het kaartje van de wedstrijd tegen Heerenveen. De uitslag staat erop gekrabbeld. Van der Zwan: “We bewonderen Wout enorm. Sparta is heel belangrijk voor hem. Ondanks zijn toestand houdt hij de moed erin. Toen het minder ging en we chagrijnig in de bus zaten na weer een nederlaag, zei hij lachend: ‘Ach, ik ben het gelukkig morgen weer vergeten.’ Die zelfspot. Dat is typisch Wout. Hij heeft de lach aan zijn kont hangen. Voor ons is hij de knuffel- beer van Sparta. Hij knuffelt met iedereen.” Wout zegt dat hij dat vrolijke mede van oud- ploeggenoot en ex-international René van der Gijp heeft. “Die liep alleen maar te klooien, joh. Trapte voortdurend lol en nam niks serieus. Dat vond Barry Hughes, toen trainer van Sparta, zo irritant. Ik lachte me rot om hem. Iedereen. Jammer dat hij te vroeg is gestopt. Er had meer ingezeten, want voetballen kon Gijp wel. Hij had veel meer interlands kunnen spelen.” In de Katwijkse duinen waait het altijd. De drie honden – Spike, Dizzle en Lucky – van Robin Holverda (29) springen in het rond. Wout geniet. De honden zijn gek op hem en de liefde is weder- zijds. “Vroeger, in de winkel van m’n vader, hadden we twee pekinezen. Kon eigenlijk niet, want sommige mensen waren er bang van,” vertelt Wout. Vier jaar geleden verbrak Robin zijn relatie en trok hij tijdelijk bij zijn gescheiden vader in. In een flat op steenworp afstand van Haagwijk. Robin: “Daarvoor woonde er een man bij hem in. Die had in de gaten dat mijn vader niet meer helemaal helder was. In plaats van huur betalen, zei hij: ‘Ik betaal de rekeningen wel.’ Maar dat deed die oplichter natuurlijk niet en mijn pa vergat het. Totdat er een deurwaarder langskwam met een vordering van 13.000 euro. Met hulp van de politie is die persoon eruit gezet en kwam ik erin met de drie honden. Toen was de Alzheimer al begonnen. Maar dat wist ik nog niet. Dus kreeg ik ruzie met hem. Zei ik: ‘Ik ga naar m’n werk pa, ga jij stofzuigen en de was doen?’ Kwam ik thuis, zat-ie nog in z’n badjas. Helemaal niks gedaan. Ik dacht eerst dat hij heel lui was. Nog zoiets: in die flat had ik een tasje opgehangen, op een veilige plek, met werkelijk al mijn belangrijke papieren: diploma’s, jaaropgaves, contracten, noem maar op. Heeft-ie weggegooid toen-ie het vond. Maar ik neem het mijn vader niet kwalijk nu ik weet wat er aan de hand is.” Wout belt zijn zoon elke dag. Een keer of zes. Al vanaf een uur of zeven ’s ochtends, zegt Robin. Vaak om te vragen hoe het gaat. Als zijn werk het toestaat, pikt Robin zijn vader op en rijden ze naar zijn huis in Katwijk. Minstens tweemaal per week. “Hij blijft ook weleens slapen. Loopt-ie middenin de nacht te spoken. Bij ons op de slaapkamer op zoek naar de wc. Ik lig altijd op ‘waak’ als pa er is. Standaard liggen de honden bij hem in bed. Vinden ze heerlijk. Laatst was hij ze midden in de nacht gaan uitlaten. Moest ik hem zoeken. Mijn eigen schuld. Sindsdien draai ik de deur op slot. ‘TOEN HET MINDER GING EN WE CHAGRIJNIG IN DE BUS ZATEN NA WEER EEN NEDERLAAG, ZEI HIJ LACHEND: ‘ACH, IK BEN HET GELUKKIG MORGEN WEER VERGETEN Ik ben ontzettend trots op m’n vader en geniet van alle momenten die ik met hem heb. Wie kan er nou zeggen dat zijn pa profvoetballer is geweest bij prachtige clubs? Je hebt maar één vader, hè? Hij is gek op mij en op m’n hondjes. Lekker lopen in de duinen. Vindt-ie prachtig.” Wout voegt toe dat het in de winter wel een beetje koud kan zijn. Dankzij het Ontmoetingscentrum Dementie (OCD) sport Wout nog geregeld. Het OCD maakt gebruik van de gehandicaptenschool aan de overkant van verzorgingstehuis Haagwijk. Daar sporten ze. Darten. Of tafeltennissen. “En dan is mijn vader een darm, hoor. Gaat hij effect- balletjes geven. Daar snappen die andere patiënten helemaal niets van. Zoef, springt zo dat balletje weg,” zegt Robin. Wout schaterlacht: “Toch die winnaars- mentaliteit, hè.” Robin noemt zijn vader een grapjurk. Want hij maakt dolletjes met iedereen. “Als we op 3 oktober tijdens Leidens Ontzet door de stad lopen, klampen heel veel mensen hem aan. Alsof je met de burgemeester op stap bent. Allemaal joviaal en Wout knuffelt met iedereen. Maar als ze weg zijn, vraagt hij aan mij wie het waren. Dat vind ik ook voor die mensen vervelend.” Wout: “Ja, ik laat het niet merken hoor, maar ik wil toch weten wie het waren. Sparta, Fortuna Sittard en HFC Haarlem waren in de jaren tachtig prominente clubs in de eredivi- sie. Wout speelde er 222 competitiewedstrijden voor, waarin hij 74 keer scoorde. Eenmaal ontving hij een uitnodiging voor het Nederlands elftal, van bondscoach Kees Rijvers. Op 14 maart 1984 speelde Oranje in Amsterdam tegen Denemarken. Het werd 6-0 en vanwege het spitsenoverschot (Wim Kieft, René van der Gijp, Peter Houtman) kwam Wout niet in actie. Maar trots op die ene uitverkiezing is hij zeker weten. Om dat verleden niet te vergeten, hangt zijn kamer vol met prachtige relikwieën. Foto’s, shirts, sjaals; noem maar op. Een shirt van het Nederlands elftal verwijst naar die ene interland, waarvan Wout vertelt dat hij nummer ‘10’ droeg... Zijn kamer in het verzorgingstehuis is warm gestookt en dat Wout graag een sigaretje wegpaft, ontgaat de zintuigen niet. Vier flessen bitter lemon staan er in de koelkast. En nog eens vier in de badkamer. Twee daarvan in het raamkozijn. En twee achter het gordijn, bij de douche. “Ik ben gek op dat spul. Er zit alleen veel suiker in. Kijk maar,” zegt hij terwijl hij naar z’n buik wijst. “Als ik op mijn buik ga liggen, rol ik vanzelf terug naar mijn rug!” Wout lacht. Zoals hij bijna altijd lacht, want hij is een vrolijke man. We bladeren door een van zijn plakboeken. Van voetbal weet de ooit zo ge- vreesde aanvaller nog behoorlijk wat. Hoe verder terug, des te meer hij weet. Hij laat een artikel zien. ‘Koppen is slecht voor het geheugen,’ luidt de kop. “Dat was een benefietwedstrijd voor mij op het veld van Rijnsburgse Boys. Mooi hè.” Sparta Legends en Lucky Ajax speelden tegen elkaar. De opbrengst ging naar Alzheimer Nederland. Wout laat een foto zien van zijn trai- ner Bert Jacobs. “Ik ben met hem naar Fortuna gegaan.” En een elftalfoto van het succesvolle Sparta, waarop Rob Baan, Louis van Gaal, Ronald Lengkeek, Ron van den Berg, Wout, Bas van Noortwijk, Michel Valke en Robert Verbeek staan. “Seizoen ’83-’84, dat was mijn topjaar. Ik maakte meer dan twintig goals en we speelden Europees voetbal. Dankzij het voetbal heb ik driekwart van de wereld gezien. Ik ben in Amerika geweest, in Canada en op Jamaica. En overal in Europa. Hier, moet je deze foto zien.” Denk je veel over jouw ziekte na? “Ik probeer het zoveel mogelijk, hoe zeg ik dat nou, te vermijden. Door al die foto’s en zo. Dat helpt. Ik ben er niet blij mee.” Merk je dat je langzaam achteruitgaat? “Nou, ik vind dat het te snel gaat. Dat vind ik zo irritant. Dat ik dingen vergeet. Het hoort bij mijn ziektebeeld. Er is geen medicijn tegen.” Je hebt het veel over je kinderen Robin en Melissa, over vroeger, over voetbal. Je weet nog veel. “Ja natuurlijk, dat zijn dingen van ‘o ja’. Daarom hangen al die foto’s aan de muur. Kijk maar. ‘Koppen is slecht voor het geheugen.’ Hebben ze een artikel over me geschreven. Het wordt bij mij alleen maar slechter. Dat vind ik niet leuk. Want ik wil nog niet dood. Dat is het einde van dementie. Je wordt helemaal raar. Ik raak weleens de weg kwijt. Ik vergeet dan dingen.” Dus je komt weleens ergens zonder dat je weet waarom? “Ja. Dan sta ik ergens en denk ik: wat kom ik hier in vredesnaam doen? Ga ik maar weer naar huis.” Kijk je vaak voetbal op tv? “Elke dag! Voetbal is goed om naar te kijken. Het is mijn medicijn.” Hoe wil je herinnerd worden? Na een lange stilte. “Als een lieve man. Want ik ben ook lief.” Hij lacht. Weer stilte. “Ja, wat moet ik hierop zeggen? Ik kon goed voetballen. Je ziet wat er aan de muur hangt. Schrijf dat maar op.” Zijn mooiste goal vindt hij de treffer tegen Feyenoord. Want, en Wout zegt het een paar keer: “Sparta is de club van Rotterdam. Tegen Feyenoord zijn ze extra lekker en deze zat er goed in, toch?” Dat is zeker zo. De treffer is op YouTube terug te zien. Wout omschrijft zijn glorietreffer: “Over links erlangs op snelheid en schieten in de korte hoek. Met links. Dat was mijn specialiteit, die korte hoek. De keeper rekende daar niet op. Ik was heel gemeen daarin.” Robin zag zijn vader nooit voetballen. Andersom is dat wel zo. Zijn zoon liep stage bij Sparta, maar de club zag meer in Marvin Emnes, die nu bij Blackburn Rovers speelt. Robin, ook een linksbenige aanvaller, haalde de top van het amateurvoetbal en speelt nu bij VV Leiden in een vriendenteam. Robin: “M’n vader is er altijd vroeg bij op zaterdag. Belt-ie op: ‘Kom je me wel halen?’ Ik haal ’m altijd. Dan neem ik mijn meissie mee. Dat moet wel want als m’n pa op zo’n veld gaat dwalen, dan ben je ’m ineens kwijt. Laatst stond-ie ook weer bij een ander elftal te kijken. Hij zegt elke keer dat ik nog naar Quick Boys kan. Maar ik ben 29, pa. Het is wel mooi zo.” Wout: “Ik ben op m’n 31ste gestopt. Jij lijkt als voetballer totaal niet op me.” Robin: “Ik kan niet tegen onrecht. Dat wordt toch vaak bepaald door een scheidsrechter. Dat heeft me wel wat kaarten gekost in m’n carrière. Jij kreeg nooit een kaart.” Wout: “Nee. Geen gele en geen rode. Helemaal niets. Jij bent eigenwijs. Soms te. Ik was een nette voetballer. Jij hebt een andere stijl. En je bent dertig centimeter langer!” Robin: “Maar ik kan niet zo goed koppen als jij dat kon!” Wout: “Als ik sprong, kwam de onderkant van m’n schoenen op schouderhoogte bij mijn tegenstander. Zo hoog kon ik springen. Dat was mijn specialiteit. Mijn geluk.” Robin: “Ik vind het jammer dat ik m’n vader nooit live heb zien spelen. Daarom wilde ik vroeger jong kinderen. Om ze dat wel te geven. Maar we konden geen kinderen krijgen en ik redde het profvoetbal niet. Dat ze van Sparta hem elke week komen ophalen, daar geniet hij enorm van. Dat heeft hij toch maar mooi overgehouden aan z’n carrière.” Wout: “Soms zijn de uitwedstrijden enorm vermoeiend. Groningen-uit...” Robin: “Maar waarom zeg je dan AZ af en ga je wel mee naar Tilburg?” Wout: “Nou, dat is ook maar een uurtje, hoor. Daar ben je zo.” Robin: “Soms verzin je weleens dingen pa, je krijgt een rijke fantasie. Heb je dat in de gaten? Wout: “Nee.” Vind je het vervelend om dit te horen? “Ik weet het niet. Ik ben het straks toch weer vergeten. Maar ik weet nog wel dat ik wat vergeet en dat is zo vervelend. Dan zit ik alleen in m’n kamer en schreeuw ik: ‘Verdomme, waarom weet ik het niet meer!’ Ik vind het zo waardeloos om alles te vergeten.” Boven op zijn kamer komen de plakboeken weer tevoorschijn. Wout laat een beeld zien uit Sparta-Roda JC. ‘Holverda kopt raak,’ luidt het fotobijschrift. Op de foto is te zien hoe hoog hij springt. “Het gaat ongemerkt dat je alles vergeet. Ik vergeet vooral de dingen van vandaag de dag. Ik kan er niks aan doen. Maar ik schrijf alles op. Anders weet ik het niet meer.” Hij slaat weer een pagina om. “Kijk, de oude Schietribune. Ik heb er veel last van. Het is zo irritant. Ik kan er niet tegen om dingen te vergeten. Vroeger wist ik alles. Dat is nu gewoon weg. Nou ja, gewoon is het niet. Ik vergeet alles door dat vele koppen. Ik ben bij het VU- ziekenhuis geweest in Amsterdam. Daar is een scan gemaakt van mijn hoofd en geconstateerd dat ik Alzheimer heb. Mijn hersens zijn verzakt. Vroeger waren die ballen van leer. Die zogen alleen maar water op en waren loodzwaar. Als je dan je kop er tegenaan zette, gebeurde er iets met je hersenen. Maar ja, ik word opgehaald door Sparta, dat vind ik geweldig. Fortuna is te ver weg, daar kom ik niet meer. Ik moet alles opschrijven anders vergeet ik het. Dat is heel vervelend. Zal ik nog een foto laten zien?” Wat zegt de arts? “Die zegt dat het alleen maar slechter wordt. Nou ja, ik zal wel een keertje doodgaan. Dat gaan we allemaal. Op wat voor manier, dat weet ik niet. Misschien ben ik dan zo aan het dementeren, dat ik het niet eens weet.” Heb je daar een wens voor? “Ik heb het wel opgeschreven, ja, het ligt bij m’n bewindvoerder. Ik heb laten opschrijven dat als ik zo zwaar aan het dementeren ben, dat ze mij dan maar een spuitje moeten geven. Dan kan je niks meer, weet je niks meer en ben je helemaal de weg kwijt. Dat wil ik niet. Hier, 125 jaar Sparta. Mooi boek, hè?”

Voetbal

Caitlin Dijkstra: Alles is liefde

Caitlin Dijkstra (22) speelde drie seizoenen voor [...]
Caitlin Dijkstra (22) speelde drie seizoenen voor Ajax en maakte afgelopen zomer de overstap naar FC Twente. Allemaal voor dat ene doel: een vaste waarde worden bij de Oranjevrouwen. We nodigden het talent uit voor een rondleiding in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij De Liefdesbrief van Johannes Vermeer. “Op het schilderij van Johannes Vermeer zie je dat een rijk geklede vrouw verwachtingsvol een brief aanneemt van een dienstmeisje. Maar als je goed kijkt, zie je dat de brief nog dicht zit. Het zegel zit er nog op,” vertelt rondleidster Mirjam Lobbes als we samen met Caitlin Dijkstra naar het schilderij kijken. “Toch weten we bijna zeker dat het een liefdesbrief is. Dat komt doordat Vermeer in het schilderij een aantal details heeft verwerkt die refereren aan de liefde. Bijvoorbeeld het schilderij met het schip. Een schip betekende in die tijd: misschien ver weg, maar niet uit het hart. Zo maakten ze uit het schilderij op dat de rijk geklede vrouw waarschijnlijk een brief heeft ontvangen van een geliefd persoon die overzee is. Ook de wasmand is een symbool dat verwijst naar liefde. Vroeger stond in gedichtjes dat als je als vrouw te veel aan liefde dacht, je geen tijd meer had om de was te doen.” Caitlin heeft aandachtig geluisterd en reageert: “Met kunst heb ik niet zo veel, maar verwachtingsvol een brief ontvangen, dat herken ik dan weer wel. De momenten waarop ik als meisje met smart zat te wachten op een brief waarin stond dat ik geselecteerd was voor het districtsteam voor meisjes onder twaalf jaar.” Beste vriendinnen Wat inspireert jou? “Voetbal is voor mij kunst. Er zijn weekenden dat ik achter elkaar wedstrijden kijk van alle Europese competities. Ik let sowieso op iedere centrale verdediger, de positie waar ik ook speel, aan zowel de linker- als de rechterkant.” Het schilderij gaat over de liefde. Hoe groot is jouw liefde voor de bal? “Mijn passie voor voetbal is heel groot. Ik was zes toen ik officieel begon met voetballen bij r.k.v.v. JEKA in Breda, maar als ukkie was ik ook altijd al met een bal bezig. Ik leefde op straat, voetbalde met mijn twee oudere broers of met vrienden.” 'Ik heb ook nog een tijdje kungfu gedaan, maar uiteindelijk moest ik kiezen. Ik kon het niet meer combineren met voetbal' Je hebt een vriendin. Is zij je andere grote liefde? “Ik ben nu drieënhalf jaar samen met Vera ten Westeneind, maar we kennen elkaar al veel langer. We speelden samen bij CTO Eindhoven en vormden daar het centrale verdedigingsduo. Vera ging daarna naar PSV, maar moest stoppen door gescheurde kruisbanden aan beide knieën. We waren eerst beste vriendinnen en dat sloeg om in liefde. Na het WK voor meisjes onder de twintig jaar in 2018 hebben we het aan onze families verteld.” Hoe waren de reacties? “Vera’s broertje was de eerste die het wist, had het al snel door. Hij vroeg al aan haar: ‘Is Caitlin echt zomaar een goede vriendin?’ Mijn familie kende Vera natuurlijk ook veel langer, omdat we eerst ‘alleen’ beste vriendinnen waren. Mijn moeder was direct heel blij voor me en zei: ‘Ik dacht het al, jullie waren zoveel samen.’ Een typische reactie van een moeder. M’n vader reageerde ook heel positief. Toen we samen voetbalden, zag hij haar ook een beetje als zijn tweede dochter. Het spannendste vond ik het om aan mijn broers Marvin en Justin te vertellen. Nadat ik het mijn ouders had verteld, wilde ik daar nog een week mee wachten. Maar mijn vader zei: ‘Nee, kom nu naar huis en vertel het ze, dan ben je er maar vanaf.’ Zij reageerden heel lief, ik had me druk gemaakt om niks. In december gaan Vera en ik samenwonen, we hebben een huis gekocht in Huissen.” Helden Magazine 59 Het eerste gedeelte van het verhaal van Caitlin Dijkstra komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we een van de sterkhouders van Ajax, Daley Blind in het bijzijn van zijn vrouw, dochter, moeder en twee zussen. Rolstoeltennisster Diede de Groot won dit jaar de Golden Slam. De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar én Sjinkie Knegt vertelt over het leven na het ongeluk met de houtkachel. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën, beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit en groeide Denzel Dumfries uit tot de Held van Oranje tijdens het EK. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top, won Abdi Nageeye niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Dai Dai N’tab was ooit een feestbeest, nu is hij een van de snelste schaatsers van het land. Sanne van Dijke won olympisch brons, maar verloor in aanloop naar de Spelen haar broer en daarna haar trainingsmaatje. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had én Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Van Denzel naar Dumfries

Denzel Dumfries was als rechtsback van het [...]
Denzel Dumfries was als rechtsback van het Nederlands elftal een van de lichtpunten op het teleurstellend verlopen EK. De aanvoerder van PSV rekende op een snelle transfer naar een buitenlandse club, maar pas zes weken na het EK tekende hij voor Internazionale. Hoe zou je 2021 willen beschrijven? “Als een bijzonder jaar. Allereerst omdat ik mijn eerste eindtoernooi speelde dat uiteindelijk voor mezelf een raar toernooi werd, met heel veel ups en ineens die grote down. En vervolgens na lang wachten die mooie transfer naar Inter Milaan.” Jij was de gevierde man in de openingswedstrijd van het EK tegen Oekraïne. “In de eerste helft gaf Gini Wijnaldum mij de bal mee in de zestien die ik op een verdediger of op de keeper schoot. Vervolgens miste ik een voorzet van Memphis, dus ik dacht dat ik in de rust zou worden gewisseld. Toen kwam assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij naar me toe en zei dat ik de gevaarlijkste speler was en zo door moest gaan. Die opmerking gaf me zo’n goed gevoel dat ik wist dat ik na rust zou gaan scoren, of minimaal beslissend zou zijn. Vlak voor tijd kwam die voorzet van Nathan Aké die ik binnenkopte, mijn eerste doelpunt in Oranje en de beslissende 3-2. Het mooie was dat iedereen die veel betekent in mijn leven – mijn vriendin, mijn hele familie en mijn beste vrienden – op de tribune zat. De Arena ontplofte en mijn telefoon ook.” Je kreeg complimenten voor jouw positieve energie. “Ik doe en deed me niet anders voor dan zoals ik altijd was en ben. Voor het toernooi vroeg Memphis of ik het leuk vond om even op zijn kamer te komen kletsen. Hij zei me dat ik zo belangrijk was voor het team met mijn, zoals hij het noemde, Denzel-zijn. Dat ik zo anders was dan alle andere spelers, door de energie die ik uitstraalde, en dat ik met mijn manier van spelen heel belangrijk was voor het team.” 'Ik speel pas zeven jaar betaald voetbal, ben betrekkelijk laat doorgebroken en zit nu al bij Inter' Wat maakt Memphis Depay zo bijzonder? “Ik denk dat veel mensen zich niet realiseren hoe hij bezig is met de groep, met nieuwe spelers, hoe hij altijd overal positief in staat. Er zijn spelers in de selectie die bidden. Memphis organiseerde dat we op zijn kamer bij elkaar kwamen en met elkaar gingen bidden met nog een paar spelers. Maar hij neemt ook het initiatief om samen spelletjes te spelen. Hij is binnen en buiten het veld een verbinder.” Jullie wonnen op het EK de poule, maar in de achtste finale ging het mis tegen de Tsjechen. Hoe kijk je terug op die wedstrijd? “We hadden ’s middags in Boedapest gespeeld en om één uur ’s nachts stond ik in mijn eigen woonkamer, was het einde toernooi. Dat was zo’n shock. Tijdens die terugvlucht naar Schiphol heeft niemand een woord gezegd. Na terugkeer op Schiphol gingen we meteen met de bus naar Zeist. We hadden allemaal nog onze kamers, mochten ook blijven slapen, maar niemand had daar zin in. Iedereen wilde meteen naar huis. Frank de Boer begreep dat. Hij heeft die avond nog afscheid van ons genomen en wenste ons veel succes bij onze clubs. Ik heb hem niet meer gesproken, maar wel een berichtje gestuurd waarin ik hem heb bedankt en gezegd dat ik het spijtig vond voor hem hoe het is gegaan en hoe de mensen over hem heen vielen. Ik had echt met hem te doen.” Heftige periode Voor het EK werd in sommige media getwijfeld of jij en Marten de Roon wel zouden worden geselecteerd... “Klopt. Ik las dat in het AD stond dat Dumfries nog een vraagteken was. Ik was al een tijd een vast lid van de Oranje-selectie. Dus hoezo zou ik een vraagteken zijn voor het EK? Het krenkte mijn ego. Toen het ineens hosanna was in heel Nederland. Toen iedereen bij Team Dumfries wilde horen, gedroeg ik me niet anders dan daarvoor. Voor mij was het: gewoon mijn taak uitvoeren. Mijn moeder is vrij nuchter, maar vond al die aandacht toch wel heftig. Mensen liepen ineens door de straat op zoek naar ons huis. Journalisten belden haar.” Lachend: “Mijn moeder vond het al heel spannend toen ik bij Sparta speelde. In de loop der jaren hebben we er binnen de familie vaak over gesproken wat er kon ontstaan als ik ineens landelijk bekend zou worden. We zeiden dat we zeker wisten dat we onszelf zouden blijven. Maar toen het deze zomer echt gebeurde, overviel alle aandacht mijn familie toch.” Helden Magazine 59 Het eerste gedeelte van het verhaal van Denzel Dumfries komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we een van de sterkhouders van Ajax, Daley Blind in het bijzijn van zijn vrouw, dochter, moeder en twee zussen. Rolstoeltennisster Diede de Groot won dit jaar de Golden Slam. De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar én Sjinkie Knegt vertelt over het leven na het ongeluk met de houtkachel. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën en beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top. Abdi Nageeye won niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Dai Dai N’tab was ooit een feestbeest, nu is hij een van de snelste schaatsers van het land. Sanne van Dijke won olympisch brons, maar verloor in aanloop naar de Spelen haar broer en daarna haar trainingsmaatje. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had. Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe. Caitlin Dijkstra staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Daley Blind staat iedere keer weer op

Daley Blind (31) werd met Ajax voor de zesde keer [...]
Daley Blind (31) werd met Ajax voor de zesde keer landskampioen en hij won de beker. In februari werd zijn dochter Lemae Lourdes geboren. Maar er waren ook tegenslagen. Een enkelblessure, een voor Daley emotioneel, maar ook mislukt EK. Gelukkig stonden de belangrijkste vrouwen in zijn leven voor hem klaar. Wie de naam Daley Blind hoort, denkt ongetwijfeld ook aan vader Danny, en andersom. Maar zijn grootste fans zijn misschien wel de belangrijkste vrouwen in zijn leven. Moeder Yvon, echtgenote Candy-Rae en negen maanden oude dochtertje Lemae Lourdes, en zijn twee jaar jongere zusje Zola, en vier jaar jongere zusje Frenkie. Aan de keukentafel bespreken we zes thema’s. Ouder worden Je bent 31. We zien je op tv letterlijk ouder worden... Frenkie, lachend: “Ai, Daley, pijnlijk...” Daley: “Laatst zei Candy inderdaad tegen mij dat ik er oud uitzie op tv.” Yvon: “Dat komt ook omdat je zo afgetraind bent. Dat zag ik vroeger ook bij Danny.” Daley: “Ik zei tegen Candy: ik ga nu mijn baard eraf halen. Maar ik speelde daarna zo slecht, dat ik riep: dat doe ik niet meer. Mijn baard is gewoon weer terug. Ik heb er geen moeite mee om ouder te worden, het enige dat ik soms lastig vind, is dat mijn haargroei minder wordt.” Lachend: “Ik mis die lokken wel.” Candy-Rae: “Ik vond hem er ook vermoeid uitzien. Ik zei wel vaker: haal die baard eraf.” Lachend: “Helaas was dat dus eenmalig.” We kennen je als een rustige jongen. Onlangs zagen we je voor het eerst een beetje kribbig uit de hoek komen. Na de nederlaag tegen FC Utrecht sprak je je uit over de media, je zei dat jullie die niet zo serieus nemen. Waar kwam dat vandaan? Daley: “Ik moet me soms inhouden om me niet te uiten. Ik heb zo vaak gedacht: het is nu klaar met die onzin. Die keer zei ik er wat van, en ik vond het eigenlijk wel terecht. Het ene moment kunnen we er niks van, het andere moment staan we al in de Champions League-finale... Wat ik wel grappig vond is dat een aantal media zich toch wel aangevallen voelden, ze schoten in de verdediging.” Waar heb je dan vooral moeite mee? “Ik vind dat er door sommige media heel vrijblijvend dingen worden gezegd zonder nuance. En iedere week kunnen ze weer wat anders roepen. Soms hebben ze niet door wat dat vooral met jongere spelers doet. Inmiddels zal mij het een worst wezen als het over mij gaat, maar ik erger me er wel aan als er bepaalde dingen over mijn teamgenoten of andere voetballers in de competitie worden gezegd. De media hebben niet door dat ze jongens kunnen maken of breken. Ik laat me er niet meer door gek maken, maar toen ik jong was, had ik daar ook last van.” Jij bent ook al honderd keer afgeschreven. Je zou je basisplaats bij Ajax en het Nederlands elftal verliezen... “Ik heb ook al drie keer gelezen dat het klaar met me is, dat ik op mijn retour ben. Het wordt zonder enige nuance geroepen. Maar een week later hoor ik weer wat anders, dan heb ik de vorm weer te pakken. Daarom neem ik veel dingen die gezegd worden niet meteen serieus.” Yvon: “Net als Daley kan ik kritiek op mijn zoon goed naast me neerleggen. Maar ik hoor ook weleens iets op tv, en denk: hoe kun je dat nou zeggen? Je mag best beweren dat iemand slecht heeft gespeeld, maar dat persoonlijke afbranden gaat mij te ver.” Yvon: 'Voor de wedstrijd tegen Oekraïne heb ik Daley gesproken. Ik heb het niet tegen hem gezegd, maar ik dacht wel: als hij het veld niet opkomt, dan komt hij dat nooit meer' Daley: “Als je iemand bekritiseert en je onderbouwt dat goed, dan is dat prima. Daar kan diegene dan nog wat mee. Maar dat gebeurt nauwelijks. De druk in de voetbalwereld is groot. Je ligt iedere wedstrijd weer onder de loep van miljoenen voetbalkijkers en analisten. En die kunnen zich ook nog op sociale media uiten. Dat wij zo onder een vergrootglas liggen, maakt het mentaal zwaar.” Yvon: “Er wordt ook weleens makkelijk gedacht over die jongens. Ze doen er heel veel voor. Ik heb zoveel respect voor Daley en hoe hij met zijn sport omgaat. Daley heeft zoveel wilskracht.” Hoe was Daley als kind? Yvon: “Daley was vrij rustig. Na school ging hij meteen op het pleintje voetballen. En hij zat op jonge leeftijd al in de jeugd-opleiding van Ajax, dus hij was veel op De Toekomst.” Hoe beleef jij als moeder zijn carrière? “Toen Daley net doorbrak in het eerste elftal vond ik het wel spannend. Zou hij het halen? En dan was er nog de tijd dat hij werd uitgefloten door het thuispubliek, ik zag hem soms worstelen met zijn zelfvertrouwen. Dat was best moeilijk om te zien. Als moeder kun je dan alleen hopen dat je kind bij je komt om met je te praten.” Daley: “Als ik met iets zat, ging ik naar mijn moeder toe. Mijn vader is wat directer, zei dan: ‘Leg het gewoon naast je neer.’ Mijn moeder luisterde, bij haar kon ik mijn ei kwijt. We kunnen samen ook lekker zeiken op iemand.” En jullie als zusjes, Zola en Frenkie? Yvon: “Die hebben voetbal soms wel vervloekt vroeger.” Zola knikt: “Alles draaide om het voetbal. Wij gingen mee naar De Toekomst als Daley een wedstrijd had. Aan tafel ging het ook altijd over voetbal. Dan zeiden Frenkie en ik weleens: ‘Kunnen we het niet ergens anders over hebben?’” Frenkie: “Maar dan vroegen ze: ‘Waar willen jullie het dan over hebben?’” Zola, lachend: “En dan dachten we: uuhhh, weet ik niet.” Frenkie: “Maar dat wij de ‘zusjes en dochter van’ zijn, hebben wij nooit als een last ervaren.” Helden Magazine 59 Het eerste gedeelte van het verhaal van Daley Blind komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we rolstoeltennisster Diede de Groot, ze won dit jaar de Golden Slam. De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar én Sjinkie Knegt vertelt over het leven na het ongeluk met de houtkachel. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën, beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit en groeide Denzel Dumfries uit tot de Held van Oranje tijdens het EK. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top, won Abdi Nageeye niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Dai Dai N’tab was ooit een feestbeest, nu is hij een van de snelste schaatsers van het land. Sanne van Dijke won olympisch brons, maar verloor in aanloop naar de Spelen haar broer en daarna haar trainingsmaatje. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had. Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe én Caitlin Dijkstra staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Uit de schaduw

Daphne van Domselaar is de toekomstige sluitpost [...]
Daphne van Domselaar is de toekomstige sluitpost van de Oranje Leeuwinnen en werd vorig seizoen landskampioen met FC Twente. We nodigden het 21-jarige keeperstalent uit voor een rondleiding in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij Portret van een meisje in het blauw van Johannes Cornelisz. Verspronck. “Het feit dat je niet weet wie het is en de manier waarop ze kijkt, roept ontzettend veel vragen op. Het is mooi dat iedereen daar een andere invulling aan kan geven, juist omdat we haar geschiedenis niet kennen. Niemand weet wie ze is, wie haar familie is, hoe ze heet of hoe oud ze is,” vertelt rondleider Toon Berghahn, als we met Daphne van Domselaar in de eregalerij van het Rijksmuseum het schilderij Portret van een meisje in het blauw van Johannes Cornelisz. Verspronck bestuderen. Een onbekend meisje dat uit de schaduw treedt en in de schijnwerpers is gezet door de schilder. De vergelijking met Daphne is snel gemaakt. Inmiddels weten echte voetballiefhebbers wie de keepster van FC Twente is en ze heeft ook al haar debuut in de selectie van de Oranjevrouwen mogen maken. Maar voor het grote publiek is Daphne nog onbekend. Daphne ziet de gelijkenis wel. “Het onbekende meisje, ja, dat ben ik ook. Ik ben dan al wel volwassen, maar nog net zo leergierig en nieuwsgierig als een jong kind. Ik wil ook nog alles ontdekken.” Terwijl Daphne naast het schilderij wordt gefotografeerd, valt ons nog iets op. Daphne, lachend: “Inderdaad, qua uiterlijk lijk ik ook wel een beetje op het meisje.” Barça-voetbal De Haarlemse schilder Johannes Cornelisz. Verspronck werd geïnspireerd door stadgenoot Frans Hals. Het werk van Verspronck lijkt qua stijl sterk op dat van de twintig jaar oudere en nog bekendere Hollandse meester. Welke speler inspireert jou? “Iedere keeper die bij een topclub speelt. Vroeger keek ik heel graag naar de inmiddels gestopte keeper Iker Casillas van Real Madrid. En naar Marc-André ter Stegen, de Duitse keeper van Barcelona. Het Barça-voetbal vind ik geweldig. Het feit dat een keeper ook een assist kan geven... Als ik hem zie spelen, denk ik: wow, dat wil ik ook.” Veel schilders hadden een leermeester. Zijn Oranje-keepsters Sari van Veenendaal en Loes Geurts, die allebei ervaren en boven de dertig zijn, jouw leermeesters? “Ik vind ze heel open, toegankelijk en behulpzaam, we leren van elkaar. Iedereen heeft een andere manier van keepen, ik leer daar heel veel van. Het is helemaal niet hiërarchisch. Het klikt heel goed. We geven elkaar tips en feedback. Zij mij, maar Sari en Loes kunnen ook van mij leren.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Guus Til: ‘Alsof ik de teamclown ben…’

Na veelbelovende jaren bij AZ belandde Guus Til [...]
Na veelbelovende jaren bij AZ belandde Guus Til (23) bij het Russische Spartak Moskou en het Duitse SC Freiburg op een zijspoor. Via Feyenoord vond hij zijn weg terug. Inmiddels is hij bij PSV landkampioen geworden en knokte hij zich terug in Oranje. We blikken terug op het interview met Guus uit 2021. Als we met Guus Til door het Oos­terpark in Amsterdam lopen, de plek van de fotoshoot, komen we langs een openbare tennisbaan. Je zou het niet direct verwachten van een voetballer, maar op deze baan bracht Guus zijn zomer door. “Ik stond er geregeld met allemaal andere gasten. Iedereen kan er terecht, het is wachten op je beurt. Maar als je echt goed bent, geven ze je wel ruimte. Of er meer voetballers goed kunnen tennissen?” Lachend: “Dat weet ik niet, maar ik voel me wel comfortabel op de tennisbaan. In het tennis lagen er voor mij minder kansen dan in het voet­bal. Het is ook een duurdere sport naar­mate je verder komt. Maar ik vind het een fantastisch spel. Ik volg alle internatio­nale toernooien.” Champagne Wat doe jij normaal gesproken in je vakantie? “Chillen in Andalusië bijvoorbeeld. Deze zomer ben ik helemaal niet weggeweest, ik was blij dat ik weer in Nederland was na een jaar in Moskou en Duitsland te hebben gezeten. Ik hou van het Ooster­park, heb er ook lang aan gewoond. Ik kijk ook heel graag naar mensen. Dan loop ik rondjes door het park, zit ik even op een bankje. Er lopen veel verschillen­ de types rond, vind ik mooi om te zien.” Er zijn ook voetballers die naar Saint- Tropez of Dubai gaan en op een mooi jacht met champagne spuiten. “In mijn optiek is wat ik doe veel mak­kelijker en safer. Over mij zullen ze wat dat betreft nooit wat zeggen. Die gas­ten hebben schijt aan wat anderen van ze vinden, dat vind ik mooi. Zij doen wat zij leuk vinden. Ik moedig niet aan dat ze voor de grap met flessen champagne poppen, maar als zij dat leuk vinden, moeten ze dat vooral doen. Ik zou daar meer moeite mee hebben, omdat ik simpelweg niet zo in elkaar zit.” Wat vind jij van de voetbalwereld? “Ik ben heel gepassioneerd op het veld, maar alles wat eromheen gebeurt, kan me gestolen worden. We krijgen veel betaald, maar iedereen kan en mag wat van ons vinden omdat we publieke figu­ren zijn. Als je kijkt naar de transfer van Steven Berghuis van Feyenoord naar Ajax en de reacties die hij daarop krijgt, dat vind ik verschrikkelijk. En dat gaat wat mij betreft ook echt een stap te ver.” Je staat bekend om je spontane inter- views. Een paar jaar geleden zei je in Het Parool: ‘Die wil ik over drie jaar nog steeds geven. Maar ik weet hoe het gaat. Als de belangen groter worden, kunnen voetballers niet alles meer zeggen. Jammer, want zo komen ze dommer over dan ze zijn.’ “Voetballers zeggen wel vaak hetzelfde. Misschien oogt dat wat dom, veel men­sen zullen denken: heeft die speler nou niet wat beters te vertellen? Maar je kunt als voetballer gewoon niet zoveel meer zeggen, omdat alles wordt uitvergroot en omdat het een teamsport is. Individuele sporters kunnen denk ik makkelijker er­gens iets van vinden en dat zeggen.” Ben jij net zo spontaan in je interviews als drie jaar geleden? “Nee, ik ben gereserveerder geworden. Maar misschien is dat ook omdat ik ouder ben geworden. Ik praat makke­lijker over privézaken dan over voetbal­ inhoudelijke dingen. Als ik een inter­view geef aan een voetbalblad, ben ik wel scherp. Ieder antwoord dat ik geef, overweeg ik.” De meeste voetballers praten juist liever over voetbal dan over privé- dingen. “Dat heb ik minder. Ook omdat ik me graag bezig houd en een duidelijke me­ning heb over zaken die zich buiten de voetbalwereld afspelen. En zoals ik eer­der al aangaf, moet je als voetballer te­genwoordig ook veel gereserveerder zijn in interviews als het over voetbal gaat.” Banja Guus Til doorliep zijn jeugdopleiding bij AZ. Door zijn toenmalige coach John van den Brom werd de aanvallende middenvelder in 2018 benoemd tot aanvoerder, het seizoen erop werd hij met twaalf goals de clubtopscorer van AZ. In de zomer van 2019 vertrok Guus voor achttien miljoen euro naar Spartak Moskou, hij tekende een contract voor vier jaar. Waarom koos je voor Spartak Moskou? “Ik zat al tien jaar bij AZ, het was voor mijn gevoel tijd voor een nieuwe stap. Op dat moment had Spartak een goed verhaal. Ze wilden Champions League spelen, ik kon daar op mijn eigen positie spelen, en in financieel opzicht ging ik flink vooruit. Ik ben iemand die avon­tuurlijk is, vind het land intrigerend, ik wilde dat gewoon een keer meemaken. Het was een avontuur. Het verhaal dat ze hadden geschetst, klopte ook. En ik moet zeggen: alles was ook perfect gere­geld.” Wat was je beeld van Moskou? “Als je van het vliegveld naar de stad rijdt, zie je veel grijze en grauwe flats. Maar naarmate je dichter bij het centrum komt, wordt Moskou steeds grootser en overweldigender. In de sub­urbs zie je de armoede, maar hoe dichter je bij het centrum komt, des te groter het verschil wordt.” Dacht je weleens: in wat voor sprookjeswereld ben ik beland? “Moskou klinkt een stuk verder dan Sevilla, toch? Het is bijna even ver vlie­gen, zo’n drieënhalf uur, maar het is zo’n compleet andere wereld. De eerste wedstrijd die we speelden, was uit tegen Achmat Grozny, in Tsjetsjenië. Drie uur vliegen. Ik dacht: ben ik nou weer in een andere wereld beland? In het begin keek ik mijn ogen uit. Ik was nog niet klaar met Moskou of ik kwam weer in een heel andere wereld terecht.” Wat is het mafste dat je in Moskou hebt meegemaakt? “Ik vond die banja, een Russische sauna, wel heel intrigerend. Met het team gingen we er een keer naartoe. We kregen een hoedje op, moesten slippers aan en gingen seafood eten. In het begin dacht ik nog: het is een normale sauna. Totdat ik met een of ander kruidenblad op mijn reet werd geslagen, ik wist niet wat me overkwam.” Russische vrouwen staan erom bekend dat ze graag in contact komen met westerse mannen. Stonden de vrouwen in de rij voor je? “Het is absoluut zo dat veel Russische vrouwen geïnteresseerd zijn in westerse mannen. Ze zien het ook meteen als je uit het Westen komt, want Russen hebben een heel specifiek uiterlijk. Ik ben iemand die heel erg observeert, maar als ik ergens alleen zit te ontbijten, ben ik niet toegankelijk. Ik heb mijn oortjes in en luister naar muziek. Ik kijk om me heen, maar ik heb geen houding van: kom maar lekker bij me zitten.” Eenzaam Onder de Russische trainer Oleg Konon­ov, die Guus naar Spartak Moskou had gehaald, begon hij het seizoen aardig. Hij speelde op zijn vertrouwde positie achter de spits. Maar al snel kwam er een trai­nerswissel. Onder de Italiaan Domenico Tedesco ging de ploeg in een ander sys­teem spelen, Guus belandde op de bank. Een geval van pure pech? “Ik wil het niet alleen daarop schuiven. Als je heel veel kwaliteit hebt, speel je altijd. Lionel Messi zal altijd opgesteld worden. Maar niet iedereen is nou een­ maal zoals Messi. Je kunt dus ook zeg­gen: Guus heeft niet zoveel kwaliteit dat een trainer een systeem om hem heen bouwt. Dat moet je dan maar accepteren. Maar ik heb wel het gevoel dat als we in een systeem hadden gespeeld waarin er een plek voor mij was achter de spits, ik gewoon basisspeler was geweest.” Je was basisspeler en aanvoerder bij AZ en je werd reservespeler bij Spartak Moskou. Heeft je dat mentaal geraakt? “Ja natuurlijk, ik begon aan alles te twij­felen. Het gebeurt niet vaak dat echt niks loopt zoals je wil. Maar dat was wel zo in Moskou. Ik werd er onzeker van. En als mijn voetbalprestaties minder zijn, ben ik ook niet te genieten. Ik probeer het niet mijn leven te laten beïnvloeden, maar dat gebeurde toch.” Dan zit je daar in je eentje in Moskou. “Mijn vriendin was niet meeverhuisd, zij studeerde nog in Nederland. Ik had wel veel contact met mijn ploeg­genoten, maar ik kwam ’s middags toch alleen thuis. Dat vond ik het moeilijkst. Ik heb dat echt onderschat. En toen kwam het coronavirus ook nog om de hoek, waardoor alles op slot ging. Ik heb een tijd gehad dat ik me echt heel eenzaam voelde. Ook omdat ik door corona het land niet uit kon. Dat was een heel beklemmend gevoel, het idee dat ik niet meer weg kon.” Vanwege corona werd er niet gevoetbald. Wat deed je de hele dag? “De andere Europese spelers hadden natuurlijk hetzelfde probleem. Niemand kon het land uit. Daardoor groeiden we heel erg naar elkaar toe, we gingen samen iedere dag wel wat leuks doen. Als ik je nu vraag: voel je een connectie met een Fransman? Dan zeg je misschien: nee. Maar als je in Rusland woont, dan heb je ineens heel veel overeenkomsten met diezelfde Fransman.” Compliment Het seizoen erop vertrok je op huurbasis naar het Duitse SC Freiburg. Wanneer dacht jij: ik moet weg uit Moskou? “Ik zou het seizoen daarop weer niet gaan spelen, want de trainer bleef. Hij vond me volgens mij wel een goede speler, maar ik paste niet in zijn team. En ik wilde spelen.” Bij Freiburg had je vanaf het begin al pech. Je kwam geblesseerd binnen. “De competitie in Rusland was al begon­nen, die begint al eerder dan in de rest van Europa, en in de laatste wedstrijd voor Spartak Moskou ging ik door mijn enkel. Ik lag er vijf weken uit. Freiburg zei: ‘Kom alsnog maar.’ Ik moest dus revalideren, terwijl ook daar de competi­tie was begonnen.” Ook na je revalidatie heb je weinig gespeeld. “Ik wist dat ze een systeem hanteerden waarin ik als aanvallende middenvelder rondom de spits kon spelen. Wat gebeur­de er? De competitie startte, ze verloren een aantal wedstrijden, en het systeem werd omgegooid. Daarna wonnen ze vijf wedstrijden op rij. Toen werd het moei­lijk. Ik heb er uiteindelijk één wedstrijd in de basis gespeeld. Gelukkig was mijn vriendin wel meeverhuisd. Zij had er een heel goede baan als interieurstylist. Op een gegeven moment zaten we er meer voor haar dan voor mij.” We lazen dat de technisch directeur van Freiburg over jou had gezegd: ‘Ik heb zelden een speler gezien die zo weinig speelt, maar wel zo betrokken is bij het team. Het klinkt misschien gek, maar hij helpt het team. Hij doet volop mee tijdens de training en hij gedraagt zich goed, ondanks zijn situatie. Ik hoop dat hij daar een keer voor wordt beloond.’ “Ik zie dat niet als compliment. Ik heb liever dat ze het over mijn spel hebben op het veld. Alsof ik de teamclown ben... Ik zit nou eenmaal niet zo in elkaar dat ik de boel op stelten ga zetten als ik niet speel. Er is meer in het leven dan alleen voetbal.” Er zijn niet veel spelers van jouw leeftijd die dat zeggen. “Dat weet ik, ik heb veel dingen gezien in mijn leven en ik weet dat het leven dat ik leid niet normaal is. Het is een privilege. Ik besef dat. Daarom sta ik ook altijd met een lach op het veld. Soms heb ik het gevoel dat ik wat meer tegengas kan geven. Mensen denken snel: Guus is toch altijd positief, laat die ander dan maar spelen, want die gaat misschien wél klagen. Guus doet dat toch niet. Dat knaagt soms aan me. Ik kan heel slecht tegen onrecht, dan kan ik scherp uit de hoek komen. Maar ik ben niet iemand die de boel op stelten zet als ik niet speel, daar heb ik ook niet zoveel aan. Dat betekent trouwens niet dat ik mijn team­ genoten niet terechtwijs in het belang van het team als er bijvoorbeeld iets niet loopt. Dat is wat anders.” Draagdoek Hij is geboren in Zambia en woonde ook in Mozambique. Zijn vader deed er ont­wikkelingswerk. Op zijn derde verhuis­de de jongste Til met zijn ouders, twee oudere broers en oudere zus terug naar Nederland, naar de Bijlmer. Je broers en zus heten Daan, Kees en Klaartje. Dat moet een mooi tafereel zijn geweest in Afrika. Lachend: “En we waren vroeger ook allemaal superblond. Ik zie bij mijn ouders weleens foto’s dat ik als klein jongetje bij verschillende Afrikaanse vrouwen op de rug in een draagdoek zit. Zo ging dat eraan toe daar.” Waarom verhuisden jullie naar de Bijlmer? “Schiet mij maar lek. Omdat mijn ouders vier kinderen hadden en een relatief groot appartement konden krij­gen voor weinig geld, denk ik. Mijn ouders hadden geen moeite met de slechte reputatie die de Bijlmer had. Zij waren Afrika gewend en voelden zich in de Bijlmer wel thuis.” Wat maakten jullie mee in de Bijlmer? “Ik leefde er tussen alle soorten nationa­liteiten. Het was zo gemixt, dat niemand zich buitengesloten voelde. Er waren mensen uit Nederland, India, Indonesië, Burundi, Pakistan, Ghana, Suriname en uit de Antillen. Alle geloven liepen door elkaar heen. Ik heb er een geweldige tijd gehad. Mijn beste vrienden zijn nog steeds die van vroeger.” Ben je in aanraking gekomen met criminaliteit? “Ik ben er nooit mee in aanraking gekomen, maar ik heb het wel om me heen gezien. In mijn optiek viel het wel mee. Ik was te druk bezig met andere dingen, met voetbal. Ik had het niet zo in de gaten.” Je bent nooit Guus T. geweest? “Nee.” Lachend: “Guus T. uit de Bijlmer, dat had er trouwens ook maar eentje kunnen zijn.” En op de pleintjes heb je het voetbal ontdekt? “Ja. En mijn broer zat al op voetbal, bij SV Diemen. Ik voetbalde altijd met zijn vrienden op een basketbalveldje. Dan hadden we geen keeper nodig, want niemand wilde op het pleintje keeper zijn. Die paal was al moeilijk genoeg om te raken, daarom hadden we geen keeper nodig.” Blonk je meteen uit? “Ik heb altijd balgevoel gehad. Kan goed tennissen, tafeltennissen en bad­mintonnen. Geef mij een balletje en ik raak hem. Ik ben alleen niet zo goed in bowlen. Ik heb het balgevoel van mijn moeder, zij kon goed tennissen.” Je bent bij SV Geinburgia in Driemond begonnen. Daarna vertrok je naar SV Diemen en daar werd je opgepikt door AZ. Als Amsterdamse jongen was het toch logischer geweest als je bij Ajax terecht was gekomen? “Ajax is nooit een optie geweest.” Je was niet het grootste talent, maar hebt het wel ver geschopt. “Als je in de jeugd de beste bent, breek je vaak niet door. Dat heb ik veel om me heen gezien. Bijna alle jongens die om me heen de besten waren, hebben het niet gered. Als je op die leeftijd al heel erg ontwikkeld bent, heb je daar zoveel profijt van. Dan is de balbehande­ling niet eens essentieel om de beste te zijn. Maar ik was liever wel de allerbeste geweest, hoor.” Brachten je ouders je naar AZ? “Tot mijn veertiende werd ik opgehaald door een busje. Daarna ging ik met het openbaar vervoer: de metro, trein en bus. Ik deed er minimaal twee uur over, en dan had ik nog geluk. In de periode van AZ vertrok ik om zes uur ’s ochtends en kwam ik om acht uur ’s avonds thuis. In die tijd ben ik wel heel zelfstandig geworden. In de bus en trein deed ik huiswerk. Het was een pittig schema, maar ik heb wel gewoon in zes jaar mijn vwo afgerond.” Hoe betrokken waren je ouders bij je voetbalcarrière? “Enorm betrokken. Ze waren er bijna altijd, maar bleven na afloop van wed­strijden altijd weg bij het voetbalinhou­delijke. Dat vond ik fijn.” Jij hebt in het verleden weleens gezegd dat je ouders de voetbalwereld vreselijk vinden. “Daar moet ik wel een beetje op terug­ komen. Mijn ouders houden enorm van sport. Naast voetbal stond er ook gere­geld tennis en schaatsen op bij ons thuis.” Wat vinden ze ervan dat je profvoetballer bent? “Dat heb ik eigenlijk nooit aan ze gevraagd, maar ik denk wel dat ze trots op me zijn.” En de rest van de familie? “Mijn ooms en tantes zijn enthousiast. Maar wat ik soms vervelend vind, is dat het al heel veel over mij gaat omdat ik profvoetballer ben. Als ik thuis ben, heb ik liever niet dat het over mij en voetbal gaat.” Hoe ben jij door je ouders opgevoed? “Ze hebben me sturing gegeven. Als kind krijg je vanzelf mee hoe je ouders in het leven staan zonder dat ze dat bewust overbrengen. Ze discussiëren aan tafel, dus je merkt al snel waar ze het wel of niet mee eens zijn. Op die leeftijd ben je het automatisch eens met je ouders. Maar voor de rest hebben mijn ouders me altijd heel vrij opgevoed.” Vonden je ouders school belangrijker dan voetbal? “Ze vonden het belangrijk, maar lieten mij er vrij in omdat ze wisten dat dat het beste werkt voor mij. Ze keken bijvoor­beeld nooit naar mijn cijferlijsten. Als ik een keer een 3 haalde, zeiden ze: ‘Als je je best hebt gedaan, is het goed. Het komt wel goed.’ En zo voelde ik het ook.” Wat zijn je ambities op maatschappelijk vlak? “Ik wil na mijn carrière zeker een studie doen. Ik heb het al geprobeerd te com­bineren met voetbal, heb me een paar jaar geleden ingeschreven voor economie en bedrijfseconomie, maar ik vond het lastig me op twee dingen tegelijk te concentreren. Voor nu heb ik tegen mezelf gezegd: ga voetballen, geef daar alles voor, en dan kijk ik wel waar het schip strandt.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Als ik maar mijn vrijheid heb’

Met zijn club Barcelona won Frenkie de Jong [...]
Met zijn club Barcelona won Frenkie de Jong afgelopen seizoen de beker. Op het EK werd hij met het Nederlands elftal in de achtste finales uitgeschakeld. We volgden Frenkie deze zomer en spraken met hem over Lionel Messi, zijn leven in Barcelona en confronteerden hem met kritieken. ‘Na een mooi begin van het toernooi eindigt het in een grote teleurstelling. Je land vertegenwoordigen op een eindtoernooi is iets waar ik altijd al van droomde. De teleurstelling is enorm en het gaat tijd kosten om dit te kunnen verwerken. Desondanks heb ik enorm genoten van de tijd die we als groep bij elkaar zijn geweest, zowel binnen als buiten het veld. De support die je tijdens het toernooi voelt vanuit het hele land is uniek. We hadden dan ook niks liever gewild dan jullie en onszelf trots te maken,’ luidde de Instagram-post van Frenkie de Jong op dinsdag 29 juni 2021, twee dagen na de uitschakeling van Oranje op het EK tegen Tsjechië in de achtste finale. DROOM Meedoen aan het EK was een jongensdroom die uitkwam. Kleine Frenkie zat vroeger met getekende oranje vlaggetjes op zijn wangen en met oranje verf in zijn haren voor de tv als het Nederlands elftal speelde, vertelde hij in aanloop naar het toernooi op het trainingskamp van Oranje in Portugal. “Het EK van 2004 kan ik me nog vaag herinneren, de eerste eindronde die ik echt beleefde was het WK in 2006. Maar de meeste herinneringen heb ik aan het WK 2010. Ik was dertien en zat met familie te kijken. Ik heb als kind naar een succesvolle generatie spelers kunnen kijken.” Frenkie zag Oranje, met onder andere Wesley Sneijder, Arjen Robben, Robin van Persie en Rafael van der Vaart, de WK-finale halen in Zuid-Afrika. En net als veel jonge jongens dacht ook Frenkie bij ieder eindtoernooi: ik wil dit ook bereiken. “Voor mijn gevoel was dat altijd reëel, ik wist: ik kan daar ook staan.” Na een lang seizoen bij Barcelona, waar hij de meeste speelminuten had gemaakt van alle internationals van het Nederlands elftal, 5446 minuten om precies te zijn, kreeg hij wat langer rust dan zijn Oranje-ploeggenoten. Het werd een weekje Arkel, zijn geboorteplaats, waar hij tijd doorbracht met familie en vrienden. Daar zag hij hoe langzaam de aandacht naar het EK werd getrokken, zoals in reclames op tv. “Als ik er zelf niet in zit, vind ik het leuk,” zei hij erover met zijn kenmerkende gulle lach, die hij zo ongeveer na iedere vraag die hij gesteld krijgt laat zien. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Ik bid iedere dag’

Cody Gakpo (22) is een van de smaakmakers van PSV [...]
Cody Gakpo (22) is een van de smaakmakers van PSV en maakte op het EK zijn debuut voor het Nederlands elftal. We spreken hem over zijn genen, stamcellen en zijn dromen. “Ik wil een van de vaste aanvallers van Oranje worden.” Cody en zijn inspiratiebronnen “Diego Maradona is altijd een idool van me geweest. Op YouTube heb ik elk filmpje van hem ontelbaar vaak gekeken. Ik keek ook graag naar Thierry Henry. Hij stond ook aan de linkerkant en was, net als ik, lang. Meestal zijn buitenspelers klein. Op filmpjes bestudeerde ik zijn bewegingen en hoe hij bepaalde dingen deed, zodat ik daarvan kon leren. Vroeger sliep ik onder een PSV-dekbed en haalde ik uit voetbalmagazines de posters. Ik had PSV-spelers op mijn kamer hangen en teamfoto’s van onder meer Barcelona. Ibrahim Afellay, toen aanvoerder van PSV, hing er ook. Ik heb ook nog even met hem mogen spelen bij PSV, heb nog steeds af en toe contact met hem.” Cody en de goaltjes “Ik ben een aanvaller en hou van scoren. Dat begon al in de E’tjes. We werden kampioen met een paar honderd goals en ik had er meer dan honderd gemaakt. In die tijd wonnen we wedstrijden met 20-0. Als je er dan vijf of tien maakt, loopt het aantal snel op. Toen ik vier was, begon ik met voetbal bij Eindhoven. Op mijn zesde ging ik naar PSV. Als jongetje was ik altijd aan het voetballen. Thuis in Stratum waar ik ben opgegroeid, op straat of op de club. In de jeugd was oud-voetballer Twan Scheepers een tijd mijn trainer. Dat is nu een goede vriend van me. Hij heeft mij enorm geholpen in het voetbal, maar ook op mentaal vlak. Mensen denken misschien dat het vanzelf gaat als je goed kunt voetballen, maar dat is niet zo. Toen ik heel jong was, liep ik nog niet echt tegen problemen aan. Maar toen ik in de puberteit kwam, ging het ook weleens wat minder met voetbal, op school of het contact met een trainer verliep wat moeizamer. Op die leeftijd waren er jongens die er op dat moment meer uitsprongen dan ik en ik had weleens het gevoel dat ik achterliep. Twan heeft me daar goed bij geholpen. Hij zei altijd: ‘Je moet je eigen zelfvertrouwen kweken en geloof blijven houden in je kwaliteiten, wat er ook gebeurt.’ Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.