Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Jackie Groenen: ‘Het melkmeisje van Oranje’

Jackie Groenen is al jaren een van de sterren van [...]
Jackie Groenen is al jaren een van de sterren van de Oranjevrouwen. Ze werd Europees kampioen in 2017 en stond vorig jaar in de WK-finale. We nodigden haar uit in het Rijksmuseum voor de nieuwe serie Leeuwinnen in het Rijks en maakten de vergelijking met het wereldberoemde Melkmeisje van Johannes Vermeer. “Je wordt de scene helemaal ingezogen, maar er gebeurt eigenlijk niks,” vertelt Femke Diercks, onze rondleider in de eregalerij van de Hollandse Meesters, over Het Melkmeisje van Johannes Vermeer, geschilderd rond 1660. “Eigenlijk was ze geen melkmeisje, maar een dienstmeid. Dat zie je aan hoe ze gekleed was, maar ook aan haar bruine armen. Die zijn rood van het doen van de was.” Jackie Groenen en haar moeder Lisette luisteren aandachtig. Het voetbal bij Jackie’s club Manchester United ligt vanwege het coronavirus stil, daardoor hebben ze tijd om naar het Rijksmuseum af te reizen. Extra speciaal in deze tijd, want dankzij KPN, hoofdsponsor van het museum, zijn we de enige aanwezigen in het normaal drukke museum.“Doordat het schilderij zo simpel is, ga je alle details zien,” vervolgt Femke. “De melk die rustig wordt ingeschonken. Het stroompje naar beneden. Vermeer maakte ook heel mooi gebruik van het licht. Juist door dat ene ruitje wordt je aandacht naar het licht getrokken. Daardoor zie je ook dat de muur op de achtergrond niet helemaal wit is. Er is een spijker uitgevallen en je ziet hoe de mand een schaduw geeft. Ook de details van de kan komen mooi uit. Het feit dat je die kunt benoemen, geeft al aan hoe gedetailleerd Vermeer schilderde. Maar vooral haar blik en concentratie - de vrouw kijkt ons niet aan, maar is gericht op haar taak - maken het schilderij onweerstaanbaar. Vermeer was daar ongelooflijk goed in. Hij kon sereniteit creëren waardoor je door drie eeuwen heen kijkt. “Ik word er inderdaad heel rustig van,” zegt Jackie. Samen met Rembrandt van Rijn en Frans Hals vormde Johannes Vermeer ‘De Grote Drie’: de belangrijkste kunstenaars uit de Gouden Eeuw. In tegenstelling tot Rembrandt, die wel driehonderd schilderijen maakte in zijn leven, schilderde Vermeer er ‘slechts’ 35. “Maar,” zegt Femke, “die 35 zijn wel verdomd goed.” Jackie lachend: “Ah, dus hij was van de kwaliteit, niet van de kwantiteit.” Aandachtig kijkt ze weer naar Het Melkmeisje: “Vermeer kon blijkbaar erg genieten van de kleine dingen, het schilderij straalt uit dat hij verliefd was op het leven.” Dienstige speler Zie je gelijkenissen met jezelf en het melkmeisje? “Niet veel, de tijden zijn zo veranderd. Maar het schilderij voelt wel vertrouwd. Ik zou zo op dezelfde manier kunnen staan om een kopje thee voor mijn ouders in te schenken. Net als het melkmeisje ben ik ook erg perfectionistisch. Ik ben me heel bewust van het feit dat ik niet alles perfect doe in het veld. En ik ben erg van de details in het veld. Wat ik mooi vind, is de rust die ze uitstraalt. Ik heb het gevoel dat wij dat minder hebben. De tijd nu draait om: snel, snel, snel.” 'Wat je als vrouw nu allemaal kan bereiken, daar kan geen Gouden Eeuw tegenop. Wat dat betreft leven we nu in een toptijd' Het melkmeisje was een dienstmeid, die waren eigenlijk ondergeschikt. Jullie treden als vrouwenvoetbalsters juist enorm uit de schaduw. “De belangstelling is inderdaad veel groter geworden, ook door ons succes. Maar ik heb nooit de mannenploeg boven ons zien staan en ons eronder. Zo kijk ik daar niet naar. Ik doe waar ik blij van word en dat doen zij ook. We hebben dezelfde passie.” Sta jij als spelbepaler erg in dienst van het team? “Ik ben absoluut een dienende speler. Maar dat zijn we allemaal wel in zekere zin. We hebben allemaal onze eigen kwaliteiten en die komen goed samen. Lieke Martens is de dribbelaar, Sherida Spitse is van de mooie passes, ik ben misschien meer van de steekballen en het bikkelen.” Maar ook van een pegel waarmee je Oranje naar de finale van het WK bracht vorige zomer... Lachend: “Dat lag voor mij ver buiten mijn comfortzone.” Word je weleens gek van de aandacht? “Ik vind eigenlijk altijd alles leuk, ben enthousiast. Het is leuk om nieuwe dingen mee te maken en mensen te ontmoeten. Misschien is het voor mij makkelijk praten, want ik krijg haast alleen maar positieve reacties. Het publiek dat we trekken bestaat voor een groot deel uit kinderen en gezinnen. Wij zijn nog geen Messi of Ronaldo die nauwelijks in de supermarkt kunnen lopen, ik kan nog steeds prima over straat. En als iemand met me op de foto wil, vind ik dat prima.” Zouden jullie wereldwijd ooit bekender dan Het Melkmeisje kunnen worden? Lachend: “Dan moeten we nog wel een paar keer wat winnen, denk ik.” De Gouden Eeuw Had jij graag in de Gouden Eeuw, de tijd van het melkmeisje, geleefd? “Daar heb ik het weleens over met mijn ouders, want ik vind de mode uit die tijd heel interessant. Dat grootse ervan, die opgedofte jurken en dat dat ook allemaal kon toen. Ik kleed me ook graag anders, wat aparter, dus ik vind de stijl uit die tijd mooi om te zien. Ik kijk graag naar die kostuumdrama’s op Netflix, als Downtown Abbey. Die nostalgie vind ik prachtig. Maar wat je als vrouw nu allemaal kan bereiken, daar kan geen Gouden Eeuw tegenop. Wat dat betreft leven we nu in een toptijd. Daar hebben we veel geluk mee.” Je hebt eens gezegd: ‘Eigenlijk ben ik te laat geboren.’ Je leest veel oude boeken, houdt van oude films en muziek. “Klopt. Mijn interesse voor dat nostalgische begon bij muziek. Ik ben er niet echt mee opgegroeid. We hadden wel een platenspeler thuis, draaiden veel oude platen, maar mijn ouders waren er niet overdreven geïnteresseerd in. Dat heb ik veel meer. Ik hou van die artistieke kant met woorden, het spelen ermee. Dat zit heel erg in muziek, maar ook in boeken. Daardoor ben ik boeken gaan lezen uit die tijd. Nu ben ik voor de zesde keer The Great Gatsby aan het lezen. Ik lees ook graag boeken van Charles Dickens. Ik hou van die artistieke kant in kleding en kunst. Daarom vind ik die schilderijen heel indrukwekkend om te zien. Met kunst ben ik niet echt opgegroeid. Wij gingen vroeger als we een stad gingen bezoeken wel naar een museum, maar onze aandacht was meer gericht op gebouwen. Mijn vader is architect, dus was hij meer geïnteresseerd in bijvoorbeeld oude kerken. Kunstkenners zijn we totaal niet.” Hoe is de kunst in Manchester? “Manchester is een beetje een hipster stad, met veel graffiti. Het heeft ook wel een kunstkant, je hebt bijvoorbeeld de John Rylands Library, een bibliotheek gemaakt in een oude kerk, heel mooi. Er zijn zeker plekken in Manchester waar je als kunstliefhebber goed terecht kunt, in bijvoorbeeld de wijk Northern Quarter. Tekeningen op de muren, graffiti; heel gezellig.” Lachend: “Maar je ziet er geen Vermeer aan de muur hangen.” Schuilt er in jou eigenlijk een kunstenares? “Vroeger heb ik veel geschilderd. Ik had een schilderezel en de materialen. Ik heb ook wel wat dingetjes thuis hangen, maar ben totaal niet talentvol. Schilderen en tekenen vond ik wel heel leuk. En ik speel veel gitaar, heb één keer in de week les, nu via Skype. De akkoorden switches gaan steeds soepeler. Soms zing ik erbij, puur als hobby, hoor. Ik kom dan een beetje uit die voetbalbubbel.” 'Dit is een stapje dichterbij Johan Cruijff en dat hij ooit een wedstrijd van mij ziet. Een paar maanden later overleed hij. Hij heeft onze successen niet meegemaakt' Qua voetbal bevinden jullie je wel in een soort Gouden Eeuw. Jullie halen het ene na het andere succes. “Het kan inderdaad niet op de laatste tijd. We hebben er met de Oranjevrouwen heel veel plezier in. Het klikt steeds beter en alles is op dit moment positief. Dat is het beeld dat wordt geschetst ook misschien, maar dat klopt ook echt. We zijn keihard tegen elkaar als het moet, maar helpen elkaar ook. We zijn een soort vriendinnengroep. Al is dat makkelijk om te zeggen als het goed gaat natuurlijk.” Leermeester Had Vermeer jouw leermeester kunnen zijn? “Op een bepaalde manier misschien wel. Hij straalde in zijn schilderijen uit dat hij op een bepaalde manier van het leven hield. Dat herken ik wel in mijn familie. Soms kunnen we buiten zitten met een kop thee en tegen elkaar zeggen: ‘Wat zitten we hier lekker, hè.’ En ik kan ook weleens in mijn eentje op de bank zitten en denken: wat heb ik het eigenlijk goed. Vermeer zag ook iets kleins, dat vond hij mooi, en daar besteedde hij dan veel aandacht aan. Het lijkt alsof hij erg van die kleine, normale dingen in het leven genoot. Maar ik hou ook van dat perfectionisme dat hij heeft, dat heb ik ook in het veld. Zo tel ik mijn fouten, de passes die hadden moeten aankomen. Mijn vader leerde me dat en mijn grootste frustratie is als een simpel twee meter passje misgaat. Mijn ouders komen ieder weekend kijken in Engeland. Maandag tot en met woensdag worden de beelden teruggekeken en bellen we. Ik bespreek de wedstrijden altijd tot in detail met mijn vader. Hij is nog perfectionistischer dan ik. Soms leidt het tot eindeloze discussies en uiteindelijk geven we dan een cijfer voor de wedstrijd. Vroeger vond ik het fijn om te horen wat ik goed had gedaan. Dan zei hij altijd: ‘Wat goed is, weet je zelf wel, dus dat hoef ik niet te herhalen.’ Daardoor ben ik heel zelfkritisch geworden, ik denk dat ik daardoor ook zover ben gekomen. Dus eigenlijk is mijn vader vooral mijn leermeester.” En jouw idool Johan Cruijff dan? “O ja, hij nog meer. Maar dat is meer vanwege zijn spel. En vanuit een soort heldenverering. Dat ik hem nooit ontmoet heb, vind ik nog altijd heel jammer. Dat was altijd mijn doel. Toen ik voor het eerst bij het Nederlands elftal kwam - ik speelde toen in de Bundesliga bij Duisburg - was mijn eerste gedachte: dit is een stapje dichterbij Johan Cruijff en dat hij ooit een wedstrijd van mij ziet. Een paar maanden later overleed hij. Hij heeft onze successen niet meegemaakt.” Kan jij een trainer opnoemen van wie je het meest hebt geleerd? “Van iedere trainer pik ik weer andere dingen op. Zo kan ik bijvoorbeeld nog steeds denken aan tips van een trainer bij onder 14.” Wat vind je goed aan Sarina Wiegman, jullie bondscoach? “Ik hou van haar directheid, duidelijkheid en eerlijkheid. Hoe hard het soms ook is. Ook omdat ik vind dat als zo iemand zegt dat je iets goed hebt gedaan, dat meer waarde heeft.” Wie heeft jou nog meer veel geleerd in het leven, buiten je vader? “Ik ben echt een gezinsmens. Mijn moeder en zusje leren me ook veel. We zijn alle vier verschillend, van iedereen pak ik een eigenschapje mee. Mijn moeder is iets rustiger, dat heb ik van haar. En het fanatieke met school en nu mijn studie Rechten heb ik ook van mijn moeder. Mijn vader was vooral gericht op sport, op voetbal. Hij speelde tot de A1 bij Willem II. Mijn zusje Merel is weer een heel harde werker, heeft bijna nog meer winnaarsmentaliteit dan ik.” Medaillezucht Is voetbal voor jou de mooiste vorm van kunst? “Dat absoluut, daar ligt mijn hart. Laatst heb ik alle wedstrijden van het EK 1988 teruggekeken. En een lange documentaire over de jeugd van Cruijff. Maar ik geniet het meest van de beelden waarin hij gewoon op straat aan het voetballen was. Het plezier, het simpele. Dat is misschien waarom zoveel mensen van Barcelona houden. Die ploeg straalt het plezier uit dat ik als klein meisje ook had.” Soms wordt er in een team gesproken van de sterren en de waterdragers. “Vroeger was dat meer het geval dan nu, denk ik. Toen had je misschien twee of drie echte sterren en de rest cijferde zich helemaal weg voor hen. Op papier heb je in ons team misschien sterren als Lieke en Shanice van de Sanden, maar zo voelt dat voor ons niet. Het zijn iedere keer weer andere speelsters die opstaan. We zijn allemaal harde werkers.” Wat zijn jouw dromen? “Volgend jaar wil ik natuurlijk ver komen op de Olympische Spelen. Maar eigenlijk hoop ik gewoon dat ik het voetbal altijd zo leuk blijf vinden als nu. Sinds we prijzen hebben gewonnen, heb ik wel meer ‘medaillezucht’ gekregen. Ik wil graag een keer de Champions League winnen met Manchester United en kampioen worden. We doen voor het eerste jaar mee en staan vierde in de competitie, we gaan de goede kant op. Dat opbouwproces is heel bijzonder. De club pakt het zo goed op, zo professioneel. En als je dan een mooie prijs wint, schrijf je echt geschiedenis.” En op maatschappelijk gebied? “Ik ben nog bezig met mijn studie Rechten, maar wil geen advocaat worden, dat past niet bij me. Wedstrijden kijken en analyseren vind ik erg leuk, misschien kan ik daar mee aan de slag later. Helden Magazine 52 Het verhaal van Jackie Groenen komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Nederland – Italië: Die behekste wedstrijd

Eindelijk ging het gebeuren. Het Oranje van Frank Rijkaard had een [...]
Eindelijk ging het gebeuren. Het Oranje van Frank Rijkaard had een stip op de horizon gezet en op 2 juli 2000 zou het land ontploffen van voetbalgeluk: Europees kampioen. Het liep anders. Uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer, Patrick Kluivert, Boudewijn Zenden en Paul Bosvelt over de prachtige film met het verkeerde einde. Deel 1: de reconstructie 11 juni 2000 Hij schudt zijn nekspieren los. Patrick Kluivert weet: nu moet het gebeuren. Als halvefinalist op het WK’98 heeft Oranje een status als favoriet verkregen voor het EK in België en Nederland en Kluivert voelt: “Hoe goed we waren, wisten we wel. Nu moesten we een keer een toernooi gaan winnen. Nu lag de druk bij ons. Een EK in eigen land en er was maar één finale denkbaar: Frankrijk-Nederland.” Als Kluivert rondkijkt ziet hij vertrouwde gezichten. Edgar Davids pept de boel op. De bebrilde pitbull is de grote aanjager. Frank de Boer heeft het fanatisme in zijn blik, Dennis Bergkamp brandt van binnen, maar Davids uit het in beestachtige wilskracht.De eerste wedstrijd moet Oranje tegen Tsjechië. Dat heeft nog geen Petr Cech op doel staan, maar jongeren als Pavel Nedved en Tomas Rosicky stormen naar de top. “En ze hadden een spits die drie koppen groter leek dan de rest,” herinnert Frank de Boer zich. Jan Koller. Frank Rijkaard had twee jaar geboetseerd aan zijn ideale elftal, juist nu heeft hij wat problemen. De snelle Marc Overmars is lang geblesseerd geweest, de vaste linksback Winston Bogarde is afgehaakt en voor Clarence Seedorf kan Rijkaard moeilijk de passende positie vinden. Omdat er in vele oefenduels te veel tegengoals zijn geïncasseerd, is Rijkaard met een kerstboom-opstelling gekomen. De linkspoten Davids en Phillip Cocu moeten een bastion vormen voor de defensie, Seedorf dient rechts als vleugel op te duiken, Boudewijn Zenden is de sneltrein op links en Dennis Bergkamp komt op tien. In de spits staat de piek: Kluivert. Het vijfmansmiddenveld lijkt imposant, maar wordt volledig verrast door de Tsjechen. Nedved is niet te houden, Poborsky wandelt voortdurend richting vrijheid en doelman Edwin van der Sar ziet tot zijn afgrijzen hoe de ene na de andere Tsjech vrij voor zijn neus opduikt. Hij redt en hij redt, heeft hulp van de paal en de lat, het is een wonder dat het 0-0 blijft. Oranje doolt over het veld en Jaap Stam valt in de tweede helft ook nog eens uit. Huib Plemper, later omgedoopt tot Dr. Bibber, hecht een wond boven Stams wenkbrauw, maar na minuten gedoe keert de robuuste verdediger niet meer terug. Ook Seedorf moet wijken, hij kan zijn ingewikkelde rol niet invullen, Ronald de Boer vervangt hem. Even later slingert een andere invaller, Marc Overmars, de bal zijn richting op. De Boer voelt hoe Nemec hem min of meer aan het uitkleden is. Een fraaie duik later wijst Pierluigi Collina zowaar naar de stip. Strafschop, 89ste minuut. Frank de Boer heeft er uren op geoefend. Hard, linkerhoek, halfhoog. 1-0. Een gestolen zege, maar de druk is er af. 16 juni 2000 De spanning neemt toe. Spelers morren. Rijkaard is een geweldige coach, maar maakt het soms wel erg ingewikkeld. De jonge trainer gaat terug naar de Hollandse school tegen Denemarken. Gewoon twee snelle buitenspelers, een driemansmiddenveld. Hij heeft nog één probleem. Zowel Zenden als Overmars wil liever linksbuiten spelen en geen rechtsbuiten. In dit nieuwe systeem zoeken Davids en Cocu net zo lang naar hun rol tot Gravesen in alle vrijheid tussen hen doorloopt en de bal op de lat pegelt. Er lukt te weinig bij Oranje, het is een wonder dat met 0-0 de rust wordt gehaald. Grønkjær is een plaag met zijn snelle rushes en de Denen staan simpelweg beter als team. Na de thee staat Dennis Bergkamp op. Een flitsende combinatie met Kluivert, Peter Schmeichel kan nog redden, maar de rebound is voor de spits: 1-0. Ronald de Boer komt er in en weer is hij meteen belangrijk: 2-0. Als toetje is er een waanzinnige rush van Michael Reiziger die zo hard gaat rennen dat zelfs ploeggenoten afhaken, de enige die hem kan bijhouden is Zenden en die tikt de assist van Reiziger knap binnen: 3-0. Van der Sar veroorzaakt nog een penalty, die naast gaat, en moet even later na een uittrap afhaken. Sander Westerveld is zijn vervanger. [caption id="attachment_18147" align="alignnone" width="2410"] V.L.N.R.: Peter van Vossen, Giovanni van Bronckhorst, Marc Overmars en Frank de Boer treuren na de uitschakeling.[/caption] 21 juni 2000 Johan Cruijff geeft koningin Beatrix een hand, ze zit in een groene lentejurk naast kroonprins Willem-Alexander, Cruijff heeft Danny meegenomen. Iedereen straalt. Nederland en Frankrijk moeten betwisten wie als eerste in de poule eindigt en dus in Nederland mag blijven. Het hoge bezoek ziet dat Sander Westerveld nerveus begint en bij een corner mistast. Merci, zegt Dugarry: 0-1. Zenden: “We wilden heel graag in Nederland blijven, de Fransen wilden liever naar België, wat dichter bij hun huis. Maar ze begonnen ijzersterk.” Zo ontrolt zich een vermakelijk duel, waarin Oranje groeit en de druk van zich afspeelt. Bergkamp en Kluivert vinden elkaar meer en meer (1-1) en na een goal van Trezeguet (1-2) jaagt Frank de Boer een vrije trap van grote afstand in het kruis (2-2). Zenden geeft het slotakkoord na een majestueuze pass van Westerveld: 3-2. Al speelt Frankrijk zonder de grote sterren Zidane en Henry, dit smaakt goed, de sfeer slaat om. Ongeslagen naar de kwartfinale. De Boer: 'Als coach die wedstrijd bij de Graafschap en als speler die wedstrijd tegen Italië. Dat zijn de twee grootste teleurstellingen uit mijn carrière' 25 juni 2000 Kluivert: “Zonder de Arena te willen benadelen, maar in De Kuip voelden we iets extra’s.” Deze dag lééft De Kuip, het beweegt, het schudt. Na een wake-upcall van Milosevic, waarbij Van der Sar schitterend redt, swingt Oranje het arme Joegoslavië alle kanten op. Davids en Cocu pakken alle ballen af, de uitblinkers blinken uit, Kluivert scoort drie keer, Bergkamp is weergaloos, Overmars en Zenden snellen op de vleugels en Paul Bosvelt showt een prachtige passeerbeweging die tot de 3-0 leidt. Het feest eindigt in een 6-1-zege, waarbij die ene tegengoal weer valt bij de arme Westerveld die de nog niet geheel fitte Van der Sar in de slotfase aflost. Van der Sar zal het toernooi geen één keer gepasseerd worden. Althans... 29 juni 2000 Daar snelt Bergkamp al langs Iuliano. Ze komen allemaal te laat, Nesta, Toldo, de bal zoeft de hoek in. Paal. Als een tornado raast Oranje over het veld in de halve finale tegen Italië. Daar flitst Overmars weer langs Maldini, daar moet Zambrotta weer aan de noodrem trekken omdat Zenden hem veel te vlug af is. Voordat ie het weet heeft de Duitse arbiter Merk hem al twee keer een gele kaart gegeven en is het elf tegen tien. Als Nesta iets te lang Kluivert vasthoudt, geeft Merk ook nog eens een penalty cadeau. Helden Magazine 52 Het eerste gedeelte over de behekste wedstrijd: Nederland - Italië komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor én bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

John Heitinga: ‘Het wat-als gevoel blijft’

John Heitinga (36) speelde tien jaar geleden in [...]
John Heitinga (36) speelde tien jaar geleden in Zuid-Afrika de derde WK-finale uit de Nederlandse geschiedenis. Maar weer greep Oranje, dit keer tegen Spanje, naast de wereldtitel. Een van de hoofdrolspelers van toen blikt terug op het WK 2010. “Die kans van Arjen Robben... Als je de beelden terugziet, zie je mij al met m’n handen omhoog staan.” Karakters “Op de dag van zijn aanstelling in 2008 sprak bondscoach Bert van Marwijk al van een missie. En in de eerste bespreking in Huis ter Duin in Noordwijk zei hij: ‘Jullie hoeven geen vrienden van elkaar te zijn, zolang je elkaars kwaliteiten maar herkent en erkent en jullie negentig minuten voor elkaar door het vuur gaan.’ Die woorden zijn me altijd bijgebleven. Het was duidelijk wat ieders positie was binnen de ploeg. Je had de ‘Grote Vier’, Robin van Persie, Arjen Robben, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart, hoewel ze zichzelf nooit zo noemden. Dat deed de pers. Jonge jongens sloten makkelijk aan, terwijl we zelf ook pas midden twintig waren. Wie de nummers 1 tot en met 11 waren, was duidelijk. Klaas-Jan Huntelaar speelde niet bij AC Milan en Rafael niet bij Real Madrid. Wesley speelde juist de sterren van de hemel bij Inter Milaan, hij had net de Champions League gewonnen, en Robin was bij Arsenal topscorer van de Premier League geworden. Hoewel we nog jong waren, hadden we ook best wat bagage. Wesley, Rafael, Arjen en ik hadden al drie eindtoernooien gespeeld. We wisten daardoor wel wat ons te wachten stond. In de kwalificatiewedstrijden hadden we al sterk het gevoel: waar we ook tegenaan lopen, we winnen sowieso. Dat gevoel werd versterkt door een paar karakters in het team: Wesley, maar ook Mark van Bommel, Nigel de Jong en Giovanni van Bronckhorst." Sushikar Tijdens de voorbereiding in Seefeld in Oostenrijk, twijfelde ik enorm of ik het WK wel zou halen. Ik had bij Everton drie maanden met injecties in mijn voet gespeeld, daar had ik enorm veel last van. Voor het WK wilde ik het zekere voor het onzekere nemen en ik ging naar specialist Cor van der Hart. Pas toen het toernooi echt begon, was ik van mijn klachten af. Onze uitvalsbasis was Johannesburg. Soms was het overdag twintig graden, maar de volgende dag kon het drie graden vriezen. Alles was perfect geregeld. Hans Jorritsma, onze teammanager, liet niks aan het toeval over. Zo ook met de kamers. Mijn kamer bleek tegen een lift aan te zitten. Ik zei tegen Hans: zo kan ik niet slapen. Waarop hij antwoordde: ‘We wisselen wel van kamer.’ Hartstikke tof van hem. Hij wist ook: die jongens moeten presteren. Onze koks maakten voor ons prima eten klaar in het hotel, maar er was ook een geweldig sushirestaurant. Wes, Raf, Joris en ik waren altijd met elkaar aan het klaverjassen. Voor het eten spraken we met elkaar af dat we maar een klein beetje zouden eten. Dan lieten we tijdens het kaarten op een van onze kamers de sushikar langskomen. Ik denk dat de staf dat ook wel wist. Vuvuzela’s Onze eerste wedstrijd tegen de Denen was een middagwedstrijd en we kwamen te laat bij het stadion. In de bus hadden we niks in de gaten. Die iPodjes waren toen helemaal in, we zaten dus allemaal met onze muziek op. Rafael luisterde altijd naar Empire State of Mind van Alicia Keys, ik luisterde naar van alles. Wesley was trouwens verantwoordelijk voor de playlist in de kleedkamer. Frans Duijts en André Hazes hoorden we vaak. Van 2008 tot 2012 kwamen bijna altijd dezelfde nummers voorbij. Elke speler had zijn eigen voorbereiding. Arjen Robben rende in de kleedkamer altijd heen en weer, ik rekte altijd, deed yoga- en pilatesoefeningen. Anderen luisterden muziek. We hadden er voor de wedstrijd tegen Denemarken in ieder geval minder tijd voor, kwamen een half uur later dan gebruikelijk aan. Aan twee dingen moesten we enorm wennen. In de eerste plaats aan de vuvuzela’s. Wat een herrie gaven die dingen! Je hoorde nauwelijks stadiongeluid, alleen die toeters. Maar nog belangrijker was de bal, die was verschrikkelijk. Als je te hard trapte, kreeg hij zo’n enorme snelheid. Het had ook met de luchtdruk te maken, omdat we op hoogte speelden. We wonnen dikverdiend van de Denen, met 2-0. Alle vastigheden zaten er goed in. Nigel de Jong, Mark van Bommel, Giovanni van Bronckhorst, Gregory van der Wiel, Joris Mathijsen en ik vormden een blok. En de voorste vier waren vrij. [caption id="attachment_18133" align="alignnone" width="1726"] John Heitinga tilt Wesley Sneijder op na de winst op Uruguay.[/caption] Toen hadden we het al over de as bewaken. Nou, die zat bij ons potdicht. Desondanks speelden we niet heel goed.De linksback van Denemarken maakte een eigen goal en Dirk Kuijt scoorde. Dirk was voor ons de Duracell-batterij van het elftal. Niet moe en kapot te krijgen. Dirk was een belangrijke schakel. Hij verrichtte zoveel werk, leverde zo enorm veel strijd. Kritiek Tegen Japan hadden we het lastig. Ze waren supergedisciplineerd en niet moe te krijgen. Keisuke Honda deed mee, een goede speler. Ik weet nog dat ik de langste Japanner moest dekken bij standaardsituaties. We zijn die wedstrijd niet in gevaar gekomen, maar die ene goal van Wesley hadden we wel hard nodig. Daar bleef het bij. Na die wedstrijd waren we ook gekwalificeerd voor de knock-outfase. Dat we saai en lelijk wonnen, was het commentaar na afloop. Ons kon dat niet veel schelen. Ook was er een eindeloze discussie over onze verdediging, die zou zwak zijn. Joris en ik vormden het centrale duo sinds 2008, dus ook tijdens het WK. Natuurlijk bespraken we samen de kritiek van buitenaf en stoorden we ons eraan. Ga er maar eens aan staan als je de generatie van Frank de Boer en Jaap Stam moet opvolgen. We waren geen wereldtop, absoluut niet. hebben allebei prachtige carrières gehad hoor, maar waren vooral heel degelijk. We vulden elkaar goed aan, speelden heel stabiel. Joris en ik hadden gewoon een klik, zonder dat we in het veld veel met elkaar spraken. We konden lezen en schrijven met elkaar. En tegen wie we ook speelden, of het nou Italiaanse of Zweedse spitsen waren, we wonnen vaak. 'Er was discussie over onze verdediging. Ga er maar eens aan staan als je de generatie van De Boer en Stam moet opvolgen. We waren geen wereldtop, absoluut niet' Verschilmaker We speelden de laatste poulewedstrijd in Kaapstad tegen Kameroen. Achteraf had ik graag de finale daar gespeeld omdat we daar minder last hadden van die rare bal. Het was vooral de wedstrijd van Arjen Robben: hij was terug. Die blessure van hem was lang hét onderwerp van gesprek. Een van de laatste ballen die we in de uitzwaaiwedstrijd tegen Hongarije raakten, was een hakballetje van Arjen. We zagen hem meteen naar zijn hamstring grijpen. Shit, dachten we. In Oostenrijk trainde hij apart en werd hij behandeld door Dick van Toorn. Het werd voor hem een race tegen de klok. Arjen was een van de sterren, we hadden hem echt nodig. Hij kon in zijn eentje iets forceren, een mannetje uitspelen en goals maken. Je wist dat hij naar binnen ging, maar toch trapte je erin. Je wist dat hij in de verre hoek ging schieten, maar toch was de keeper kansloos. Arjen was een verschilmaker. Zijn blessure is na het WK nog een heel ding geweest. We speelden met het Nederlands elftal nog een keer uit bij Bayern München. Werd Arjen uitgefloten door zijn eigen publiek. We stelden voor om van het veld te stappen, maar dat wilde hij niet. Dat Arjen fit was – hij speelde tegen Kameroen twintig minuutjes mee – heeft de ploeg een extra boost gegeven. Met Arjen en Robin hadden we voorin twee spelers van de buitencategorie. Hoewel Robin niet een heel goed toernooi speelde, was hij, alleen al door zijn aanwezigheid, ook enorm belangrijk. In de Premier League was hij een grote meneer, verdedigers hielden altijd rekening met hem. We wonnen met 2-1, Van Persie en Huntelaar scoorden. Het gevoel dat we wat moois konden neerzetten, was gegroeid. Dit is het moment, voelden we. Ook omdat het geluk soms best aan onze zijde was. Een eigen goal van Denemarken in de openingswedstrijd, de goal van Wesley tegen Japan kwam tot stand doordat zijn schot van richting werd veranderd... Natuurlijk vierden we het na terugkomst in het hotel. Na sommige wedstrijden mochten de vrouwen langskomen. Mijn vrouw Charlotte-Sophie was er alleen bij de finale, want onze dochter Jezebel was net geboren, die was pas drie maanden oud. Betrouwbare keeper We bleven het naar ons zin hebben in Johannesburg. Af en toe konden we het hotel uit naar de gym een paar honderd meter verderop of naar de shopping mall. We hadden altijd beveiligers bij ons, maar toch was dat onze uitlaatklep. En er kwamen geregeld mensen langs. Zo was Zinedine Zidane een keer in ons hotel. Als we getraind hadden, konden we naar een relaxruimte die voor ons was ingericht, met een grote tv. Ik weet nog dat Zidane daar ineens zat met onze afstandsbediening in zijn hand. Als kleine jongens zijn we er maar bij gaan zitten en fotootjes gaan maken. Voor ons was hij natuurlijk ook een van de beste voetballers aller tijden. Najib Amhali en Ali B zijn ook nog langs geweest. En kapper Hanni Hanna is een keer gekomen. Nu is dat heel normaal, dat je haar netjes en strak zit tijdens een wedstrijd. Toen was dat anders. In de krant werd hij omschreven als ‘de kapper van Oranje’. Via een vriend kwam hij binnen, we wilden gewoon geknipt worden. Ha, Dirk Kuijt had een heel gek kort kapsel tijdens het toernooi, weet ik nog. In de achtste finales speelden we tegen Slowakije, op papier geen grote naam. ‘Tegen deze ploeg gaan we er niet uit,’ zeiden we tegen elkaar. Dat zou een blamage zijn geweest. Het was geen grootse wedstrijd, we trokken hem zakelijk over de streep. We kwamen met 2-0 voor dankzij Robben en Sneijder, de wedstrijd was min of meer gespeeld, tot we in de laatste minuut een penalty tegen kregen: 2-1. Maarten Stekelenburg had een paar belangrijke reddingen. Hij speelde een geweldig WK. Maarten hield van grapjes en gezelligheid. Toen hij in de B’tjes bij Ajax in de jeugdopleiding kwam, had hij pas twee jaar zijn handschoenen aan. Daarvoor voetbalde hij. Maarten kon, en kan nog steeds, heel goed meevoetballen. Daarin maakte hij het verschil. Als verdediger is het lekker om een betrouwbare keeper achter je te hebben. Ik wist dat ik hem onder druk aan kon spelen en dat hij niet in paniek zou raken. Maarten had na Edwin van der Sar dé keeper van Oranje moeten worden en nu recordinternational aller tijden moeten zijn. Hij kwam na Ajax bij AS Roma terecht, en ook nog bij Southampton en Fulham, maar zat veel op de bank. Als keeper moet je wel kunnen spelen. Straatschoffie Ik heb de kwartfinale tegen Brazilië onlangs voor het eerst teruggekeken en voelde trots. De tweede helft was de enige helft van het toernooi waarin we echt goed speelden. Voor de wedstrijd liep Joris een beetje te ijsberen in de kleedkamer. Hij had overduidelijk last van iets, terwijl er de dagen daarvoor niks aan de hand was. Voor de warming-up moest er een beslissing genomen worden. Was hij fit genoeg om te spelen? Van Marwijk hakte de knoop door. Wij vonden er natuurlijk ook wat van, wilden met elf fitte spelers op het veld staan. Zeker tegen een ploeg met Robinho en Kaká, de wereldtop. Bert kwam naar me toe en zei: ‘André komt naast je te spelen.’ Vijf minuten voor de warming-up viel die beslissing. André Ooijer was een ervaren jongen, had het al bewezen tijdens het EK van 2008. Maar het was toch anders, we hadden ons nauwelijks samen voorbereid. In de eerste helft heb ik alle hoeken van het veld gezien, we werden weggespeeld. Wat ook meespeelde, was dat we allemaal waren opgegroeid met de historie van Brazilië. In 1994 en 2002 waren ze wereldkampioen geworden. Allemaal hadden we vroeger Panini-plaatjes gespaard. Eerst wilde je de spelers van het Nederlands elftal hebben, daarna die van Brazilië. We waren meer gespannen dan in andere wedstrijden. En dat zag je overduidelijk terug. Robinho schoot de eerste goal goed binnen. Toen kwam nog die geweldige redding van Stekelenburg op het schot van Kaká. We zaten in de rust aangeslagen in de kleedkamer. Toch stond het ‘pas’ 1-0. Bert hield een speech, maar ook Mark en Wesley namen het woord, zeiden: ‘Wat is nou 45 minuten van je leven, op deze manier zitten we morgen in het vliegtuig terug naar huis.’ Die woorden zijn bij mij altijd blijven hangen. Wesley was een straatschoffie en voor de duvel niet bang. Hij zat sportief, maar ook privé in de bloei van zijn leven. Alles wat hij dat toernooi aanraakte, veranderde in goud. Hij voelde zich de grote man en pakte de leiding in de tweede helft. Dat eerste doelpunt van hem was mooi, we hadden de aansluiting gevonden. En daarna die kopbal, helemaal geweldig. Maar ook puur toeval. Wesley had daar nooit moeten staan. Want Wes nam door zijn tweebenigheid altijd de corner. Toen deed Arjen dat ineens, hij stond al bij de cornervlag. Normaal gesproken gaven wij van achteruit een seintje van: wacht even, we komen eraan. We waren nog onderweg toen Arjen die corner al nam. En we zagen ineens die kleine in het zestienmetergebied staan. Ho, dat staat niet op ons lijstje, dachten we. En waarschijnlijk raakte Brazilië daar ook van in de war. Niemand had verwacht dat Wes daar zou staan. Hij ging er prachtig in. Een ander keerpunt in de wedstrijd was een smerige overtreding van Felipe Melo op Arjen, hij ging vol op zijn been staan. Melo kreeg rood. We waren al sterker, maar vanaf dat moment hadden we het heft in handen. Het bleef 2-1. Wat me altijd bij zal blijven, was het shirtje ruilen na afloop. Dat doen we normaal gesproken altijd binnen de lijnen, maar Brazilië stoof meteen het veld af. Na afloop liep ik met Wesley en wat andere jongens hun kleedkamer in om toch nog wat shirtjes te ruilen. Ik wilde die van Lúcio, mijn directe tegenstander. Op die dag ben ik erachter gekomen wat echte emotie is. Ik heb nog nooit zoveel tranen gezien in een kleedkamer. De uitschakeling van het grote Brazilië deed ze zo’n pijn. Iedereen was gebroken. En wij kwamen daar even een souvenir ophalen. Die overwinning hebben we flink gevierd in het hotel. Ook Bert en de staf deden mee. Met zijn assistenten Frank de Boer en Phillip Cocu hadden we zelf nog gespeeld, daar hadden we een enorme klik mee. Frank liet zich wat meer gelden, Phillip was wat rustiger. Ze speelden een belangrijke rol, hielden ons alert en bij elkaar, ze bekommerden zich ook erg om de wisselspelers, omdat ze wisten dat we alle spelers even hard nodig hadden. Dick Voorn was er ook nog. Hij was ook een belangrijke schakel tussen Bert en ons. Bert was voor mij echt een peoplemanager, het was heel duidelijk wat er van ons verwacht werd. Tegelijkertijd gaf hij ons veel vertrouwen en hij liet ons vaak ons eigen ding doen. Ontspanning was voor hem belangrijk. Zo gingen we een keer met z’n allen naar Robbeneiland, volgens Wesley het ‘Arjen Robbeneiland’. Wes had zich in het hokje bij de kapitein opgesloten. Hij kon heel goed Edwin Evers nadoen, die Frank de Boer imiteerde. In de bus luisterden we altijd naar het bandje van Radio 538. Die hele boottocht deed hij Edwin Evers na. En op het eiland liepen allemaal pinguïns waarover Wes riep dat zelfs die geen bal van Arjen kregen. Arjen was natuurlijk een dribbelaar en zelfs de pinguïns werden daar gek van. Wat hebben we gelachen op die boot. Maar op het moment dat we op het eiland kwamen en het verhaal over Nelson Mandela hoorden die daar opgesloten had gezeten, waren we muisstil. Pegel Toen we Brazilië hadden verslagen, wisten we eigenlijk al dat we in de finale zouden staan. Uruguay was op papier een flinke hobbel, maar Luis Suarez was geschorst vanwege een handsbal in de kwartfinale tegen Ghana. En ik kwam tegen mijn maatje te spelen, Diego Forlán. De trap van Cáseres tegen de tanden van Demy de Zeeuw staat nog op mijn netvlies. Die was heel akelig. Mocht hij eindelijk spelen, werd hij vol op zijn mond geschopt. ’s Avonds bij het eten zag het er niet fijn uit. Hij heeft er heel lang last van gehad. Die 1-0 van Giovanni van Bronckhorst was geweldig. Nu zou ik denken: waarom schiet je van die afstand? Maar die bal vloog toch mooi binnen... Iedereen mocht Gio. Hij was een geweldige aanvoerder. Gio bewaakte de eenheid en bewaarde de rust, was echt de leider van het team. Hij hoefde nooit brandjes te blussen. We gunden hem de goal enorm. Na de gelijkmaker van Forlán scoorden Wesley en Arjen. In de negentigste minuut viel nog een tegengoal, de 3-2, die nooit had mogen vallen. Daar waren we na afloop best kwaad over in de kleedkamer, want er waren afspraken niet nagekomen. Maar we stonden in de finale. Wesley en Rafael gingen naar de studio, Wes zat bij Jack van Gelder op schoot. En in de kleedkamer kwamen kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima op bezoek. De meesten van ons stonden nog onder de douche, we gingen met hen op de foto met nog net een handdoek omgeslagen. Een aantal van ons ging nog terug het veld op om de overwinning te vieren met de fans. We hoorden wel een beetje van de gekte die er in Nederlands heerste, maar er was in die tijd veel minder social media. Dus we maakten het niet echt mee. Dat was ook ons voordeel, denk ik, we konden de focus houden. Daarna kwam gauw het besef dat we de grootste wedstrijd uit ons leven gingen spelen. Maar toen bleek dat de KNVB een grote fout had gemaakt: na de halve finale moesten we ons hotel uit. Niemand had er blijkbaar rekening mee gehouden dat we weleens de finale zouden kunnen halen. We moesten na al die weken ineens onze vaste plek, ons huis van dat moment, verlaten. Het was gereserveerd voor mensen die naar de finale gingen kijken... Dat kan er bij mij nog steeds niet in. Samen met de WK-finales in 1974 en 1978 was dit de belangrijkste wedstrijd in de voetbalgeschiedenis van Nederland. Maar of dat ons nou van ons stuk heeft gebracht, durf ik ook niet met zekerheid te zeggen. Rood De avond voor de finale tegen Spanje sliep ik prima. Ik sprak even met mijn vrouw en ik ging zoals voor iedere wedstrijd in een warm bad zitten om te ontspannen. De ochtend van 11 juli volgden we gewoon hetzelfde ritueel. Ontbijten, wandeling, kaarten, korte bespreking, lunch en slapen. Daarna werd het pas spannend. In de bus werd er nog een filmpje met onze hoogtepunten van het toernooi afgespeeld. Maar Bert hield geen speech à la Al Pacino in de film Any Given Sunday, of zo. Shakira trad op voor de finale, ze trainde ook in de gym waar wij trainden. En Nelson Mandela reed in een karretje het veld op. Sommige jongens gingen naar buiten om te kijken, ik bleef in de kleedkamer. Maar niemand van ons heeft Mandela daar ontmoet, dat vind ik nog steeds jammer. Het mooiste moment was voor mij de warming-up. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan denk. Vanuit de kleedkamer moesten we een trap af om het veld op te komen. Als een stel gladiatoren liepen we dat stadion in. Een orkaan van geluid kwam op ons af, iedereen klapte voor ons. Dat gaf zo’n boost en een ongelooflijk gevoel van trots. Wesley zei voordat we het veld voor het ‘echie’ opliepen: ‘Niet naar die beker kijken, want dat brengt ongeluk.’ Iedereen keek braaf naar links. Die eerste helft waren we onszelf niet. Die overtredingen van Nigel en Mark... We hadden in die fase nooit met zijn elven op dat veld mogen blijven staan. Spanje was ook echt beter. Ze waren in 2008 al Europees kampioen geworden. Wij hadden een gouden lichting, maar die hadden zij ook. We hadden een paar wereldtoppers in ons elftal, maar bij Spanje waren ze dat allemaal. Ik was bijvoorbeeld geen wereldtop. 'Die eerst helft tegen Spanje waren we onszelf niet. Die overtredingen van Nigel en Mark... We hadden in die fase nooit met zijn elven op dat veld mogen blijven staan' En ja, die kans van Arjen in de 62ste minuut... Als je de beelden terugziet, zie je mij al met mijn handen omhoog staan. Voor ons wat het rot, maar voor Arjen helemaal. We wisten allemaal: degene die op dat moment scoorde, zou wereldkampioen worden. Eigenlijk was er daarna nog één cruciaal moment: Arjen liep richting goal en Carles Puyol hing aan zijn shirt. Normaal gesproken was Arjen gaan liggen, dan had Puyol rood gekregen. Maar Arjen liep door. We hebben het hem nog weleens gevraagd. Voor zijn gevoel was dat een moment dat hij had kunnen scoren. Voor de omschakeling waaruit Andrés Iniesta in de verlenging de enige goal scoorde, hadden we een corner moeten krijgen. Dat moment heb ik nooit live gezien, ik zat al in de kleedkamer na mijn tweede gele kaart. Die eerste gele kaart, voor een overtreding op David Villa, snap ik nog steeds niet. Maar het gebeurde voor de bank van Spanje, die Spanjaarden gingen helemaal los. De tweede gele kaart vond ik zwaar bestraft, ik tikte Iniesta aan op zijn schouder, maar oké, dat had gekund. In de slotfase viel niks onze kant op. Dat is ook waar we zo kwaad om waren. Eljero Elia en Edson Braafheid vielen in, Gio viel uit met kramp. Onze hele linkerkant was weggevallen. Wellicht hadden we de bus moeten parkeren, want we hadden wel Stekelenburg die in de bloei van zijn leven was. Maar dat is allemaal achteraf. [caption id="attachment_18134" align="alignnone" width="1417"] Johnny Heitinga gaat na zijn tweede gele kaart met rood van het veld.[/caption] Ik ben nooit agressief, maar na het fluitsignaal ging ik flink tekeer in de kleedkamer. De tafels vlogen de lucht in. En ik was van plan om een persoonlijk woordje te gaan spreken met scheidsrechter Howard Webb, maar onze perschef Kees Jansma hield me tegen. We waren allemaal aan het huilen in de kleedkamer. Die stomme medaille ophalen was een pijnlijk moment. Toch hebben we elkaar nooit wat verweten. Als team hebben we geprobeerd om het beste eruit te halen. Toen we in het Nederlandse luchtruim kwamen, werden we onthaald door straaljagers. In Huis ter Duin was iets georganiseerd voor ons, maar we hadden helemaal geen zin in een feestje. Achteraf was het heel leuk, zagen daar ook al onze dierbaren weer. De volgende dag gingen we met gevechtshelikopters naar koningin Beatrix. Sommige spelers werden nog heel misselijk en moesten overgeven. Ik ging expres voorin zitten. En daarna nog de rondvaart. Toen we in die helikopters over Amsterdam vlogen, was het Museumplein nog helemaal leeg. Maar toen we bij de grachten aan kwamen, niet normaal. We dachten: wat hebben we teweeggebracht? Maar ook: wat was er gebeurd als we wél wereldkampioen waren geworden? We waren enorm trots, maar ik dacht ook: in Spanje vieren ze nu wél de wereldtitel. Het is geen open wond, maar het blijft eeuwig zonde. Dat sterretje dat we graag boven het leeuwtje op het shirt hadden gehad, was wel heel mooi geweest. Nu zijn we net als in ’74 en ’78 een unieke generatie, maar het ‘wat als-gevoel’ blijft. En daar word je om de vier jaar, tijdens ieder WK, weer aan herinnerd. Onze zoon Lennox beseft wel dat papa een WK-finale heeft gespeeld. Laatst haalde ik de medaille uit de kluis en nam hij ’m mee naar school. Daarna zei hij: ‘Maar papa, Iniesta scoorde, en jij ging met rood van het veld af.’ Dat is de keiharde realiteit. Onoverwinnelijkheid Soms denk ik: wat was er gebeurd als ik mijn carrière met een goede knie had gespeeld? Had ik wereldtop kunnen worden en bij Barcelona kunnen spelen? In de jeugdopleiding sloeg ik altijd elftallen over. Twee zware knieblessures hebben me belemmerd. Mijn rechterknie heb ik vanaf mijn achttiende nooit meer helemaal kunnen buigen. Maar voor mezelf heb ik het maximale uit mijn carrière gehaald. Het einde van mijn carrière had er anders uit moeten zien. Ik was van Hertha BSC teruggekomen bij Ajax in 2015, Frank de Boer en Orlando Trustfull wilden me graag hebben. Ik wist dat ik niet meer de John Heitinga was uit 2010, maar wel dat ik van waarde kon zijn. Frank kwam halverwege het seizoen naar me toe en vertelde dat hij geen gebruik meer van me zou maken. Ik vind nog steeds dat ik geen echte kans heb gehad, heb amper speelminuten gekregen. Maar ik kan het nu loslaten, heb een prachtige carrière gehad. Later ben ik bij Jong Ajax assistent van Marcel Keizer geworden. Hij heeft me geraakt, door hem wilde ik trainer worden. Nu train ik al drie jaar onder 19 van Ajax, en ik gebruik geregeld dingen die ik heb geleerd van Van Marwijk. Dat je geen vrienden hoeft te zijn, maar wel elkaars kwaliteiten moet herkennen en erkennen. Inmiddels ben ik bijna klaar met de cursus Coach Betaald Voetbal, ik wil op termijn graag hoofdtrainer worden. Mijn oud-ploeggenoten van Oranje zie ik niet veel meer. Maar als we elkaar zien, bijvoorbeeld tijdens afscheidswedstrijden, dan komt het gevoel van gemis omhoog. De kleedkamerhumor, de dolletjes, de warming-up, samen door de catacomben lopen, het stadion in... Het leven nu geeft meer rust dan dat als voetballer. Maar het voetballen zelf, dat blijft iets onbeschrijfelijks. Dat gevoel van onoverwinnelijkheid dat we toen hadden, heb ik nooit meer gevoeld. Die kick krijg ik nooit meer.” Helden Magazine 52 Het verhaal van John Heitinga komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Donyell Malen: ‘Het is net een jongensboek’

Donyell Malen (20) is dé revelatie van het voetbalseizoen. De spits van PSV scoort erop los en luisterde zijn debuut voor het Nederlands elftal op met een belangrijke goal tegen Duitsland. We schotelden de rijzende ster een aantal namen voor Mark van Bommel “Hij heeft mij bij de selectie gehaald en me een basisplaats gegeven. Het is heel fijn om dagelijks met iemand te werken die bij heel grote clubs heeft gespeeld en belangrijk is geweest voor het Nederlands elftal op WK’s en EK’s. De trainer houdt me scherp. Hij wijst me erop dat ik elke dag m’n ding moet doen, zegt: ‘Of het nou goed gaat of slecht, blijf altijd hetzelfde doen, blijf keihard werken.’ Van zijn professionaliteit steek ik veel op. De trainer heeft als speler altijd alles gedaan om te winnen, hij leefde voor het team en voor de sport. Die houding probeert hij ook op mij over te brengen. Ik vind die bezetenheid van hem mooi. En zijn grote schat aan ervaring gebruikt hij nu om mij te coachen, om mij beter te maken. Hij vertelt me hoe ik beter gebruik kan maken van de ruimtes in het veld, wijst me erop hoe ik nog dreigender kan zijn en waar ik het beste kan lopen. Het is niet zo dat hij zijn joystick pakt en roept: ‘Zo moet je het doen.’ Hij laat me vrij, door veel met me te praten, pik ik dingen op. Mark van Bommel is heel belangrijk voor me.” Oma Marian Zij heeft mij leren voetballen als jochie van een jaar of drie. In de achtertuin van haar huis in Westerland in de kop van Noord-Holland schoot mijn oma de bal naar me en dan moest ik hem stoppen en weer terugschieten. Ik voetbalde volgens haar vaak op houten klompjes. Zelf herinner ik me er niet veel meer van, maar mijn oma praat er nog vaak over, vertelt graag vol trots dat zij aan de basis van m’n voetbalcarrière heeft gestaan. Toen mijn vader en moeder uit elkaar gingen, woonde ik bij mijn moeder in Westerland. Ze werkte als taxichauffeur, draaide ook veel nachtdiensten. Ik kwam daarom vaak bij mijn oma, die op een minuutje lopen van ons huis woonde, sliep er ook geregeld en ze waste ook vaak m’n kleren. Toen ik bij Hollandia in Hoorn ging voetballen, bracht oma me ook geregeld naar de trainingen. Dus het klopt wel dat ze een belangrijke rol heeft gespeeld in m’n carrière.” Ruud van Nistelrooy “Ruud was vorig seizoen spitsentrainer en assistent-trainer en heeft veel tijd in me gestoken. Ik wilde vorig jaar al heel graag laten zien dat ik het niveau aankon. Op de training wilde ik me extra laten gelden. In mijn drang om me te bewijzen, wilde ik natuurlijk heel graag scoren. Dan probeerde ik de bal extreem hard binnen te knallen. Ruud van Nistelrooij zag dat ook, zag dat ik zó gretig was dat ik de bal vaak over of naast schoot. Hij zei dan: ‘Als je in scoringspositie komt, is het beter om wat rustiger te schieten. Je schiet hard genoeg, maar plaats hem wat meer in het hoekje.’ Hij heeft me er constant op gewezen om koel te blijven als ik voor de goal kom, om effectief af te werken. Ik ben me daar bewust van geworden in de trainingen. Door er op te letten in de trainingen, wordt het uiteindelijk ook een automatisme in wedstrijden. En ja, als Ruud van Nistelrooij tegen je zegt hoe je de bal het beste kunt raken, dan krijg je natuurlijk wel tips van de meester wat scoren betreft.” Mariska Manshanden “Duizenden kilometers hebben mijn moeder en ik samen doorgebracht in de auto. Ze bracht me als ze kon naar de training of wedstrijden van Ajax, toen ik daar speelde in de jeugd. Telkens op en neer van Westerland naar Amsterdam. Dat zal ik nooit vergeten. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik heel jong was, maar het was gelukkig geen vechtscheiding. Mijn ouders bleven goed met elkaar omgaan. Ik heb een fijne jeugd gehad, ben niets tekortgekomen. Ontspannen, rustig, veel liefde.” Ronald Koeman “Ik vond het al heel bijzonder dat ik in augustus een mail kreeg dat ik in de voorselectie van het Nederlands elftal zat voor de EK-kwalificatiewedstrijden tegen Duitsland en Estland. Ik zat thuis met mijn vriendin Delisha toen ik te horen kreeg dat ik ook bij de uiteindelijke selectie zat, daarna heb ik meteen mijn oma, moeder en vader gebeld. Bondscoach Ronald Koeman sprak meteen al een paar keer individueel met me toen ik voor het eerst bij het Nederlands elftal kwam. De eerste keer zei hij: ‘Je bent een goede speler, je moet alleen nog wat meer gaan scoren. Maar ik zie dat je er wel komt.’ In Hamburg mocht ik meteen invallen van de bonds- coach. Het werd een droomdebuut toen Georginio Wijnaldum mij de bal gaf, en ik de 3-2 kon maken tegen Duitsland. Ik had tijdens de warming-up al gezien waar mijn vriendin, moeder, vader en stiefmoeder zaten op de tribune. Toen ik scoorde, keek ik naar hen en ik zag ze juichen en op de banken staan. Ze waren bijna nog blijer dan ik. Ik raakte daar een beetje van slag door. Iedereen die ik liefheb zat bij elkaar op de tribune terwijl ik net een goal had gemaakt tijdens mijn debuut in Oranje. Ik sloeg mijn handen voor m’n ogen en voelde de tranen. Die foto is daarna in veel kranten verschenen. Het was zo speciaal, net een jongensboek. Een paar dagen later tegen Estland mocht ik in de basis starten. Na de interlands speelden we met PSV tegen Vitesse en in die wedstrijd scoorde ik vijf keer. Of het door de woorden van de bondscoach kwam die had gezegd dat ik meer moest scoren? Nee, dat nou ook weer niet.” Ronaldinho “Absoluut mijn idool. Elk trucje wat hij deed, wilde ik ook leren. Door hem bleef ik maar met de bal in de weer en keek ik elke wedstrijd van Barcelona. Ik heb hem tegen Almeria ooit in het echt zien spelen in Camp Nou. De muur van mijn slaapkamer hing echt helemaal vol met plaatjes van Ronaldinho, die ik had geplastificeerd. Ik had trouwens nog een groot voorbeeld: de Braziliaanse Ronaldo. Die heeft natuurlijk ook hier bij PSV gespeeld. Hoe hij dribbelde, ongekend. Zo snel met de bal aan zijn voet en dat bewegen. Echt een sambavoetballer. Ik zou willen scoren zoals hij dat deed. Zo jammer dat zijn knie kapot ging, anders had hij de hele wereld nog veel meer versteld doen staan. Ronaldinho en Ronaldo waren echte supersterren. Ik moet nu al wennen aan de aandacht die ik krijg op straat van de fans. Hoe moet het voor hen wel niet zijn geweest? Voor mij is alles natuurlijk nog nieuw, dit is pas mijn eerste seizoen waarin ik zo in de belangstelling sta. Vroeger kon ik gewoon rustig door de stad lopen, dat is nu anders. Het is niet dat ik bedolven word onder de aandacht, maar ik word vaak aangesproken of mensen willen met me op de foto. Ik weiger bijna nooit, ben een ontspannen jongen. Het hoort ook een beetje bij het vak van voetballer. Ik vind in deze tijd dat je op Instagram ook best wat van jezelf mag laten zien. Dat hoort een beetje bij mijn generatie. Bijna elke jongen van mijn leeftijd heeft Insta. Ik deel af en toe wat als ik het leuk vind, moet er wel iets actiever in worden, vind ik zelf. Voor de fans is het leuk om hun helden te kunnen volgen. Ik had het als jochie ook geweldig gevonden als Ronaldinho een keer een inkijkje in zijn huis had gegeven of een nieuw trucje had laten zien dat hij thuis aan het oefenen was.” ‘Iedereen die ik liefheb zat bij elkaar op de tribune terwijl ik net een goal had gemaakt tijdens mijn debuut in Oranje. Ik sloeg mijn handen voor m’n ogen en voelde de tranen’ Robert Malen “De voetbalgenen heb ik van mijn vader, hoewel mijn moeder vroeger ook heeft gevoetbald. Mijn vader voetbalde in Suriname op aardig niveau, heeft nog in het Surinaams jeugdelftal gespeeld. Na de scheiding van mijn ouders ging ik af en toe naar hem in Almere. Hij kwam wel heel vaak bij mijn wedstrijden kijken. Na afloop belde ik hem, dan vroeg ik of hij dit of dat had gezien. Nog steeds spreek ik hem altijd na een wedstrijd. Als het niet bij me thuis of in het stadion is, dan over de telefoon. Voor voetbaladvies bel ik altijd met hem, dan vraag ik hem wat ik moet doen. Door mijn vader heb ik ook een band met Suriname. Mijn oma woont er ook nog. Mijn opa is vorig jaar overleden, dus ze is nu alleen. Ik ben er twee keer geweest: een keer toen ik drie was en op m’n zestiende. Het was mooi om te zien waar mijn roots liggen. Ik heb mijn kleurtje niet voor niets en vind het interessant om over Suriname te lezen. Ik zou in de toekomst ook best wat willen betekenen voor het Surinaamse voetbal. Als ik kan helpen bij de ontwikkeling van het voetbal daar of als ik kan helpen dat voetballertjes daar de kansen krijgen die ze verdienen, dan doe ik dat graag. Ik vind het belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn. Onlangs was ik met de PSV-Foundation mee om een kijkje te nemen bij het amputatievoetbal, dat is ook waar de club zich aan heeft gecommitteerd. Toen ze me vroegen of ik mee wilde, zei ik meteen ja. Ik heb meegedaan met de jongens, heb met krukken gevoetbald. Ik vond het mooi om te zien dat mensen met één been zoveel plezier uit voetbal kunnen halen. En ze zijn ook nog echt goed, hoor. Of ik mijn eigen foundation op wil richten? Daar ben ik met mijn twintig jaar nog te jong voor, vind ik.” Mohamed Ihattaren “Ik kan heel goed opschieten met Mo. Hij is een heel aardige jongen en hoewel hij nog maar zeventien is, is hij een van de betere spelers met wie ik heb gespeeld. Echt een groot talent. Puur intuïtief vinden we elkaar in het veld. Mo is dominant aan de bal, als hij hem goed heeft liggen en ik vertrek, dan  weet ik gewoon dat de kans groot is dat ik de bal precies goed aangespeeld krijg. Het lijkt wel of ik voel wat hij gaat doen en andersom is dat ook zo. Dat is zo fijn voetballen. Mo gaat nu door een heel moeilijke periode door de dood van zijn vader. Ik probeer er voor hem te zijn. Ik zie hem eigenlijk alleen bij de club, maar zeg wel altijd tegen hem dat als hij met me wil praten of als er iets is, hij altijd bij mij terechtkan. Maar ik ben niet de enige die voor hem klaarstaat als hij daar behoefte aan heeft, dat is het geval bij iedereen binnen de club. Het is zo zwaar voor Mo en dat zal het nog heel lang blijven. Natuurlijk hebben Mo en ik het weleens over de vraag of hij voor Nederland of voor Marokko zou moeten kiezen. Hij heeft me een paar keer gevraagd hoe het bij het Nederlands elftal was en dan vertelde ik dat ik het heel leuk vind bij Oranje, dat die boys me heel goed hebben opgevangen en dat het een heel fijn team is. We hebben een jong team met een enorme toekomst, maar ik ga zijn keuze niet proberen te beïnvloeden. Hij zit niet te wachten op een mening van mij, denk ik, hij wil gewoon informatie hebben en die probeer ik hem te geven. Natuurlijk zie ik hem graag voor Oranje spelen, Mo is een goeie voetballer en ik heb een heel goede klik met hem in en buiten het veld, maar ik ga niet over zijn keuze. Als hij voor Marokko kiest, dan is het even goeie vrienden. Het is al moeilijk genoeg om zo’n lastige keuze te moeten maken.” Memphis Depay “Ik had bij Oranje vanaf het eerste moment goed contact met Memphis. Hij is best belangrijk voor me. Hij is een sterspeler, maar heeft altijd tijd voor anderen en wil graag helpen. Ving me goed op, hielp me meteen. In het veld staan we dichtbij elkaar en dan geeft hij aanwijzingen. Buiten het veld is hij heel ontspannen. Hij heeft natuurlijk een interessant traject bewandeld, heeft zich eerst in de kijker gespeeld bij PSV. Stond ook in de spits, scoorde veel. Hij groeide uit tot een leider. Zover ben ik nog lang niet. Ik ben niet echt een prater in het veld. Ik help wel, coach ook wel, maar ben geen schreeuwer. Met die leidersrol ben ik totaal nog niet bezig. Dat komt, denk ik, vanzelf.” Steven Bergwijn “De klik die ik met Mo heb, heb ik ook met Steven. Ik speel nu al iets langer met hem samen dan met Mo. Ik weet wat hij kan, hij weet wat ik kan. Wat ik mooi vind, is zijn energie en spelvreugde. Daar beïnvloedt hij mij ook weer door. Wat we ook gemeenschappelijk hebben, is dat we allebei in de jeugd van Ajax hebben gespeeld. Ik speelde met jongens als Justin Kluivert en Matthijs de Ligt, Steven zat in een net iets oudere lichting, bij jongens als Abdelhak Nouri en Donny van de Beek. Op mijn zestiende ben ik bij Ajax vertrokken. Met Wim Jonk, toen de hoofd jeugdopleiding, heb ik destijds nog gesprekken gevoerd. Hij wilde graag dat ik bleef, zou dat ook aangeven bij de club, maar er gebeurde niet veel. Toen heb ik voor Arsenal gekozen. Het is mooi om te zien dat jongens als Donny, Matthijs en Frenkie de Jong het vorig jaar met Ajax zo goed deden in de Champions League. Schitteren op dat toneel wil ik natuurlijk ook, dat inspireert. Maar bij mij speelt Ajax totaal geen rol meer. Ik heb mijn eigen plan en mijn eigen carrière.” Justin Kluivert “Ik ken Justin al sinds m’n negende. We hebben bij Ajax heel lang samengespeeld, logeerden ook bij elkaar. Totdat ik op m’n zestiende vertrok bij Ajax. We zijn nog altijd heel goede vrienden, hij is als een soort broer voor me. We hebben als kinderen samen zoveel mooie momenten meegemaakt. Daarom vond ik het ook mooi dat hij tijdens mijn Oranje-debuut ook bij het Nederlands elftal zat. Het is best bijzonder dat Justin, Matthijs en ik samen begonnen bij de F’jes van Ajax en dat we nu met z’n drieën bij Oranje zitten. Dat we die droom met z’n drieën hebben waargemaakt, vind ik heel speciaal. Met Justin heb ik nog veel contact, meestal via WhatsApp. Toch vertellen we elkaar ook weer niet alles. Toen ik hem vorig jaar zomer tijdens mijn vakantie vroeg wat hij ging doen, antwoordde hij: ‘Ik ga naar Rome en ik ben morgen weer terug.’ Toen dacht ik: hij gaat gewoon naar AS Roma. Een paar dagen later werd duidelijk dat hij bij die club inderdaad een contract had getekend.” Thierry Henry Hij was bij Arsenal de assistent-trainer bij onder achttien. Het was heel mooi om af en toe met hem het veld te delen of met hem samen te spelen. Een hele aardige man van wie ik veel heb geleerd. Hij gaf me vaak simpele tips, maar waar ik heel veel aan had. Thierry vertelde dat als je met de bal je tegenstander opzoekt, je altijd naar de benen van je tegenstander moet kijken. Staat hij op zijn voorvoeten of op zijn hakken? Als hij op zijn hakken staat, kun je hem veel makkelijker passeren. Dat soort tips sloeg ik op. Hij was echt van de details. Eddy Pepels, de masseur van PSV, heeft nog met hem gewerkt, toen Henry assistent was bij de Belgische nationale ploeg. Hij vroeg aan Eddy hoe het met me ging. De twee jaren bij Arsenal waren leerzaam. Ik heb er veel geleerd, ben in Londen een betere voetballer en sneller volwassen geworden. Ik heb dingen meegemaakt die niet altijd alleen maar leuk waren. Soms speelde ik niet en dan ineens moest ik als 16-jarige weer meedoen met onder 23. Nee, het was zeker niet makkelijk, maar het heeft me gevormd tot de voetballer die ik nu ben. Ik ben daar sterker geworden. De mentaliteit in Engeland is ook anders en die heb ik nu ook een beetje meegenomen naar PSV. En het spel is ook anders, het gaat negentig minuten lang keihard voor- en achteruit. Box to box. Ze zeiden daar: ‘Football is a running game.’ Nou, dat heb ik gemerkt. Het leven in Londen vond ik leuk, hoewel ik door het vele trainen niet vaak in de stad kwam. In eerste instantie zat ik er met mijn moeder. Mijn vader kwam ook af en toe langs. Op mijn zeventiende ben ik daar gaan samenwonen met mijn vriendin. We zijn heel snel zelfstandig geworden. Boodschappen doen, leren koken. Dingen die ik nooit had gedaan omdat ik bij mijn moeder woonde. Ik heb in Engeland ook leren autorijden, heb nog steeds een Engels rijbewijs. Na twee jaar ben ik naar PSV gegaan, ik wilde namelijk meer aan voetballen toekomen. Het is heel mooi om te horen dat de fans van Arsenal nu roepen dat ik terug moet keren. Dat is eervol, maar wat kan ik er mee? Arsenal is nog steeds een heel mooie club, maar ik denk niet na over een terugkeer. Nu het zo goed gaat, word ik wel met meer clubs in verband gebracht. Maar dat gaat allemaal via mijn zaakwaarnemer Mino Raiola. ‘Het is heel mooi om te horen dat de fans van Arsenal nu roepen dat ik terug moet keren. Dat is eervol, maar wat kan ik er mee?’ Drake “Een populaire Canadese rapper waar ik veel naar luister. Ik ben onlangs ook naar een concert van hem geweest, vind het een heel toffe artiest. Toen ik in Londen zat, werd mijn Engels ook beter, dus ging ik Drake ook beter verstaan. Ik begreep steeds beter wat zijn teksten inhielden. Soms zegt hij dingen waarvan ik denk: je hebt gewoon gelijk. Zijn teksten komen wel bij me binnen. Ik kan zelf niet zingen of rappen, ook al zou ik het misschien wel willen. Het is beter dat ik dat niemand aandoe. Mijn muzieksmaak is verder breed. Ook naar Nederlandstalige muziek luister ik. Mijn moeder had in de auto als ze me naar Ajax bracht altijd 100%NL aan staan. Guus Meeuwis, Ruth Jacott, ja, die muziek ken ik ook wel.” Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Helden tegen racisme

Het is op 5 mei precies 75 jaar geleden dat ons land werd bevrijd. [...]
Het is op 5 mei precies 75 jaar geleden dat ons land werd bevrijd. Toch is het vandaag de dag nog altijd niet vanzelfsprekend dat iedereen in ons land volledig wordt geaccepteerd. In het voetbal komen racisme en discriminatie nog geregeld voor. Edgar Davids, Khalid Boulahrouz, Ahmad Mendes Moreira, Daphne Koster en Barbara Barend gingen met elkaar in gesprek. Barbara: “De Tweede Wereldoorlog speelde in mijn leven van jongs af aan een grote rol. Maar wat weten jullie ervan?” Ahmad: “Ik heb het meegekregen op school. Het is toch niet normaal dat je moet vrezen of je je volgende verjaardag nog haalt?” Edgar: “Wij waren op 4 mei altijd twee minuten stil. Maar als jong jongetje realiseer je je niet waarom je twee minuten stil bent, dan maak je er een spelletje van. Die realisatie kwam pas later, op school.” Khalid: “Ik kreeg het ook mee op school en door de jaren heen zag ik op tv de vreselijke beelden van bombardementen, van mensen die de meest verschrikkelijke dingen moesten ondergaan. Maar hoe gruwelijk de oorlog was, kwam pas écht bij me binnen toen we in 2012, in aanloop naar het EK in Polen en Oekraïne, met het Nederlands elftal een bezoek brachten aan Auschwitz. Je zag daar een berg met koffers van mensen die het concentratiekamp waren binnengekomen en die er het leven lieten. En een berg van tandenborstels... Ik voelde de rillingen over m’n rug lopen toen ik daar was. Zo heftig.” Barbara: “Jij belde me toen je in Auschwitz was.” Khalid: “Ik moest aan jou en je familie denken. Zo onmenselijk wat zich daar heeft afgespeeld. Ik dacht toen ik daar liep ook aan m’n kinderen. Stel je toch voor dat je kinderen of je ouders, broers of zussen die verschrikkingen hadden moeten meemaken.” Daphne: “Mijn vader was altijd erg geïnteresseerd in alles wat te maken had met de Tweede Wereldoorlog. Als er iets op tv was wat over de oorlog ging, dan werd daar bij ons thuis naar gekeken. Ik wilde ook graag de verhalen weten, vroeg mijn opa en oma wat zij hadden meegemaakt in die tijd. Ik wilde er een beeld van krijgen. En dat is nog steeds zo. Ik ben naar Westerbork geweest en toen ik in Amerika voetbalde, ben ik naar de militaire begraafplaats in Washington gegaan. Ik wil ook nog een keer naar Auschwitz. Wat jij hebt, Khalid, dat heb ik ook. Ik denk op die momenten ook altijd: het zal je naasten overkomen.” Khalid: “Omdat het je voorstellingsvermogen te boven gaat, probeer je toch enigszins te begrijpen wat die mensen hebben moeten doorstaan. Maar wat jij had, dat het van huis al werd meegegeven, was bij ons thuis niet het geval. De oorlog was bij ons thuis geen thema, het draaide om overleven: hard werken, eten, slapen. Wanneer kwam bij jou het besef wat zich allemaal heeft afgespeeld?” Daphne: “Dat is met de jaren ontstaan. Elk jaar twee minuten stil zijn op 4 mei, documentaires, informatie die ik kreeg op school en van m’n ouders; daar begon het mee. Toen ik ouder werd, ging ik naar de Dam voor de Dodenherdenking.” Barbara: “Geef jij het ook weer door aan jouw twee dochters?” Daphne: “Zeker. Ik zal mijn dochters van nu vijf en twee ook meegeven wat er is gebeurd, zoals mij dat is meegegeven.” Barbara: “Jij bent opgegroeid in Schiedam, Ahmad. Kreeg jij op school veel mee over de bombardementen op Rotterdam?” Ahmad: “Ja. Als ik foto’s zag van de Coolsingel, dan was het bijna niet voor te stellen dat alles daar platgebombardeerd is in mei 1940. Alleen het stadhuis heeft het zo’n beetje weerstaan.” Edgar: “Ik vind dat men ook moet beseffen dat er in de oorlog niet alleen autochtone Nederlanders zijn gestorven, maar bijvoorbeeld ook heel veel Surinamers en Indonesiërs.” Barbara: “En Roma, Sinti en homo’s...” Edgar knikt: “We vergeten soms om ook daar bij stil te staan. Ook veel mensen van andere nationaliteiten hebben gestreden voor onze vrijheid.” Khalid: “Barbara, wat kun jij vertellen over de impact die de oorlog op je leven heeft gehad?” Barbara: “Een groot deel van de familie aan Joodse kant is uitgemoord. En ook van de andere kant kreeg ik de oorlog mee, want veel familieleden van mijn moeder zaten in de jappenkampen. Bij mijn opa en oma thuis ging het nooit ergens anders over dan de oorlog. Het ging altijd over wie er niet meer waren. Elke verjaardag. Dan werd er gesproken over: ‘voor de oorlog, toen die en die er nog waren.’ Ik heb het idee dat ik daardoor bijna te veel over de oorlog heb meegekregen. Ik las op mijn dertiende al het boek Is dit een mens van Primo Levi over hoe het was in Auschwitz. De oorlog was zo’n groot onderdeel van mijn leven. En niet alleen van mij, maar van al mijn vrienden en vriendinnen met een Joodse achtergrond. Wij komen allemaal uit gemankeerde families. Er is geen Joodse familie die onbeschadigd uit de oorlog is gekomen.” Khalid: “Dan vind ik het logisch dat het tijdens verjaardagen gaat over de mensen die er ook hadden moeten zijn. Voor de oudere mensen was het misschien ook een vorm van therapie, ze konden er op die momenten tenminste over praten.” Barbara: “Dat zal zeker zo zijn. Neemt niet weg dat ik wel degelijk door de verschrikkingen in de oorlog ben gevormd. Ik ben me onbewust van jongs af aan gaan beseffen dat ik altijd waakzaam moet zijn, dat ik moet strijden tegen onrecht. Dat ik al vanaf heel jong een antenne heb voor racisme en discriminatie is de positieve kant van het verhaal. Als mensen onheus worden bejegend, dan treed ik op. Maar in mij zit ook dat ik het moeilijk vind om te luisteren naar gezag, ik maak niet overal vrienden.” Khalid: “Ben je nooit bang als je je mond weer eens opentrekt?” Barbara: “Ik durf niet alles meer, stel niet iedere misstand meer aan de kaak. Omdat ik ook denk: ik heb een gezin dat niet de dupe mag worden van wat ik roep. Of ik hou mijn mening voor me uit angst dat ik zelf bedreigd zal worden. Ik ben bang voor de gekken die er rondlopen. En er is helaas ook steeds meer sprake van antisemitisme in Nederland.” Khalid: “Is dat überhaupt ooit weggeweest in Nederland?” Barbara: “Mijn zoon Seb is nu negen en vroeg laatst toen hij het Jeugdjournaal had gezien: ‘Mam, waarom hebben mensen zo’n hekel aan Joden?’ Toen slikte ik wel even. Ga dat maar eens uitleggen aan je kind.” Khalid: “Je kunt je afvragen of kinderen die dingen al moeten meekrijgen in het Jeugdjournaal?” Daphne: “Ik snap wel wat je bedoelt, hoor soms ook dingen waarvan ik denk: ik wil helemaal niet dat mijn kinderen zich nu al bewust worden van dit soort dingen, dat ze nu al angstig worden.” Khalid: “Het zou goed zijn als kinderen niet al op jonge leeftijd het besef krijgen dat er haat bestaat. Hoe mooi zou het zijn dat kinderen alleen maar mee zouden krijgen dat iedereen gelijk is: Joods, moslim, christen, blank, donker, homo of hetero? We worden niet geboren met haat in ons lichaam. Ik denk dan: hoe later we de boodschap over haat meekrijgen, des te beter.” Barbara: “Maar de realiteit is helaas dat kinderen er toch al op jonge leeftijd mee in aanraking komen. Dan vind ik het juist goed dat het Jeugdjournaal inzichtelijk maakt wat er aan de hand is. Wat er met Ahmad is gebeurd, was ook op het Jeugdjournaal.” • Ahmad: “Ik stond linksbuiten in de wedstrijd uit tegen Den Bosch op 17 november vorig jaar. Ik speelde de eerste helft precies voor hun harde kern. Toen ik in de eerste minuut een bal net niet wist binnen te houden, hoorde ik al een paar mensen tegen me schreeuwen.” Khalid: “Wat was het eerste wat je hoorde?” Ahmad: “Dat was ‘kankerneger’. Ik weet nog precies wie het riep en hoe hij eruitzag. Toen ik het hoorde, ben ik teruggelopen en heb ik die man recht in z’n ogen gekeken. Hij keek even weg, schaamde zich misschien. Maar het hield helaas niet op. Bij elk balcontact werd ik uitgefloten. Toen ik een overtreding maakte vlak voor het supportersvak ging het van kwaad tot erger. Een teamgenoot van me liep naar de scheidsrechter om hem erop te attenderen wat er werd geroepen. Hij zei dat hij het niet had gehoord, maar liet meteen omroepen dat als er nog iets geroepen zou worden, de wedstrijd gestaakt zou worden.” Khalid: “Wat riepen ze nog meer?” Ahmad: “Van kankerneger ging het naar ‘kankerzwarte’ en ‘kanker-Zwarte Piet’. Er werd geroepen: ‘Moet je niet terug met de boot naar Spanje?’ Het ging maar door, ook nadat de stadionspeaker het had omgeroepen. Toen twintig of dertig man tegelijkertijd tegen me te keer gingen, dacht ik: fuck it. Ik zei tegen de scheidsrechter: ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga naar binnen, het maakt me niet uit of je de wedstrijd staakt of dat je me rood geeft. Hij zei: ‘Dat is goed, ik begrijp het wel.’ Hij staakte daarop de wedstrijd. Toen zijn we met z’n allen van het veld gestapt en die beelden gingen meteen heel Nederland door.” Daphne: “Dit gaat natuurlijk echt nergens over. Sport kan soms helaas ook het slechtste in een mens naar boven brengen.” Ahmad: “Meestal gebeurt het maar één of twee keer in een wedstrijd en dan denk ik: laat maar gaan.” Barbara: “Sorry? Hoe vaak heb je dit dan meegemaakt?” Ahmad: “Er wordt wel vaker iets geroepen naar me, maar het was nog nooit zo massaal.” Edgar: “Het is iets dat we helaas al veel vaker hebben gezien. En als je het vaak ziet, ga je al gauw denken dat het normaal is. Maar je wenst dit helemaal niemand toe, verschrikkelijk wat jou is overkomen.” Daphne: “Wat gebeurde er met je toen je het veld af liep?” Ahmad: “Ik begon te huilen, kon het gewoon niet bevatten. Ik dacht: hebben ze dit net echt allemaal tegen me geroepen? Mijn ploeggenoten hebben me opgevangen. Luigi Bruins heeft nog geprobeerd me te kalmeren, maar dat lukte hem niet.” Khalid: “Heb je toen de racistische opmerkingen aan de gang waren ook nog contact gezocht met je trainer?” Ahmad: “Nee, maar ik stond ook aan de andere kant van het veld, het verst weg van de dug-out. Ik dacht wel toen ze maar bleven roepen: wissel me maar.” Barbara: “Wat deden de spelers van FC Den Bosch?” Ahmad: “Op het moment dat we het veld af liepen en voor die tijd zeiden ze niets tegen me.” Barbara: “Dat vind ik dus ook heel raar. De wedstrijd is wel weer hervat, je ging het veld weer op...” Ahmad: “Tijdens de afkoelingsperiode van een minuut of tien kwam ik weer bij zinnen. Mijn ploeggenoten vroegen aan me wat ik wilde en ik antwoordde: laten we het maar weer proberen. Mijn ploeggenoten zeiden wel: ‘Als het nog een keer gebeurt, dan gaan we meteen naar binnen.’ Ik vond dat mooi van mijn ploeggenoten, voelde me erg gesteund. Vlak voordat we verder zouden gaan, kwam de aanvoerder van Den Bosch naar me toe. Hij zei: ‘De supporters hebben net een pro-Zwarte Pieten-demonstratie gehad in de stad, ze reageren dat op jou af.’ Ik vroeg: wat heb ik daar dan mee te maken? Ik kreeg als reactie: ‘Ze bedoelen het niet zo.’ Ik vertelde wat er allemaal tegen me was geroepen en vroeg of hij niet goed bij z’n hoofd was door met zo’n reactie te komen.” Barbara: “Wat heeft jou het meest pijn gedaan die dag?” Ahmad: “Het statement van FC Den Bosch na afloop waarin werd gesteld dat er ‘kraaiengeluiden’ waren gemaakt.” Barbara: “Die kraaiengeluiden zouden dateren uit de tijd dat Hans Kraay junior nog voor Den Bosch speelde. Elke buitenspeler van de tegenstander die voor de harde kern speelde, werd geregeld op zo’n ‘kraaienconcert’ getrakteerd, riepen ze. Dikke onzin natuurlijk.” Ahmad: “Ze wilden doen alsof er niks was gebeurd. Toen iedereen over hen heen viel, riepen ze dat er toch racistische opmerkingen waren gemaakt.” Khalid: “Jij gaf ook nog een interview na de wedstrijd. Toen kwam de trainer van Den Bosch voorbij en hij riep toch ook nog wat tegen je?” Ahmad: “Hij had vóór mij een interview gegeven bij FOX. We zeiden niets tegen elkaar toen we elkaar passeerden. Iets verderop hoorde ik hem zeggen: ‘Wat is die Moreira een zielig mannetje, zeg.’ Ik was tot dat moment rustig, maar toen kwam alles weer naar boven. Dat was tien seconden voordat mijn live interview begon. De mensen thuis zagen mijn reactie. Ik vroeg de trainer van Den Bosch of hij niet goed bij zijn hoofd was. Voor mijn doen zei ik het nog netjes.” Daphne: “Ik vond de reactie van die trainer nog het ergst van alles.” Khalid: “Van een trainer verwacht je dat hij zich bewust is van zijn voorbeeldfunctie, bij zo iemand moet ratio altijd de boventoon voeren op zulke momenten. Al helemaal als er tijd is geweest om alles op je in te laten werken. Als je dan alsnog met zo’n reactie komt...” Daphne: “De boel bagatelliseren is al helemaal niet de bedoeling.” Khalid: “Juist dat vind ik zorgwekkend. Je deelt dezelfde liefde voor de bal, bent collega’s. Als een van die collega’s, een van je broeders, wordt aangevallen, dan moet je de handen ineenslaan.” Edgar: “Ik denk dat veel mensen ook niet weten dat racisme een langdurig effect op een persoon kan hebben. Je kan emotionele schade oplopen. Mensen bagatelliseren dat misschien, maar het is wetenschappelijk bewezen.” Ahmad: “Ik ken een paar spelers van Den Bosch goed en van hen heb ik begrepen dat ze de volgende dag de trainer hebben aangesproken op zijn gedrag. ‘We staan sowieso aan jouw kant, wat er ook gebeurd,’ zeiden ze. Dat vond ik mooi. Van de rest van Den Bosch heb ik nadien niets meer gehoord.” • Barbara: “Het Nederlands elftal dat juist in die dagen bijeenkwam, trad wel meteen op. Ronald Koeman en Georginio Wijnaldum veroordeelden het gedrag tijdens de persconferentie. Tijdens de interland tegen Estland werd er een foto gemaakt van alle spelers die arm in arm stonden. En Georginio en Frenkie de Jong hielden na een doelpunt van Gini hun armen naast elkaar voor de camera. Hoe ervoer jij dat allemaal, Ahmad?” Ahmad: “Ik voelde me eindelijk gehoord en gesteund. Ik begreep dat Memphis Depay tijdens de wedstrijd tegen Den Bosch al meteen een tweet stuurde die flink werd opgepakt. Toen ik hoorde dat Wijnaldum het voor me opnam tijdens de persconferentie, deed me dat wel wat. Daarna maakte hij met Frenkie na de 1-0 dat gebaar en dacht ik: nu hebben we echt veel mensen achter ons staan. Het probleem werd erkend.” Khalid: “Prachtig gebaar. Met elkaar een statement maken, zo kun je mensen achter je krijgen. De eerste week had iedereen het erover, maar daarna verstomde de discussie. Hoewel we in mijn ogen wel te maken hebben met een oprukkend probleem. Ook na wat Ahmad is overkomen, zijn er nog voorbeelden geweest van voetballers die racistisch werden bejegend. Neem Mario Balotelli in Italië. Of in februari dit jaar Moussa Marega van FC Porto, die ook nog eens geel kreeg van de scheidsrechter toen hij het veld af liep nadat hij aanhoudend allerlei opmerkingen naar zijn hoofd kreeg zonder dat er tegen werd opgetreden.” Daphne: “Wat ik niet snap is dat ploeggenoten niet veel meer stelling nemen tijdens een wedstrijd waarin zoiets gebeurt. Ik weet dat mijn oud-ploeggenote Dyanne Bito het ook mee heeft gemaakt in Italië, waar dit probleem sowieso heel groot is. Ik kreeg dat pas later mee. Als ik dat tijdens de wedstrijd had meegekregen, weet ik zeker dat ik als aanvoerder had gezegd: we kappen ermee.” Khalid: “Ik snap ook niet waarom ze het veld niet allemaal af stappen. Blijkbaar is de onderlinge solidariteit nog niet zo groot bij veel teams.” Barbara: “Sterker, scheidsrechters treden ook bijna nooit op. Bij wat er gebeurde met Ahmad was er eindelijk een scheidsrechter die ingreep. Het was trouwens niet de eerste keer dat het gebeurde bij Den Bosch, hè. Ik was in 2013 verslaggever van FOX bij Den Bosch-AZ, toen Jozy Altidore en Adam Maher daar zo werden uitgescholden. Ik ben destijds naar de vierde official gelopen. Ik vertelde hem dat ik vond dat ze de wedstrijd moesten staken. Daarna liep ik naar Gertjan Verbeek, toen trainer van AZ, en zei: jij bent verantwoordelijk, je moet het veld af lopen. Andere mensen vonden dat ik me daar niet mee mocht bemoeien. Die wedstrijd werd uiteindelijk gestaakt en ik kreeg er ongelooflijk van langs, werd uitgemaakt voor NSB’er. Er zijn blijkbaar mensen die het minder erg vinden dat spelers racistisch worden bejegend dan dat ik in actie kom. Nou, ik ben er nog steeds trots op dat ik toen heb opgetreden.” Khalid: “Het lijkt of veel mensen hun ogen sluiten voor wat er gaande is, dat ze maar niet inzien dat er echt een probleem is en dat er iets moet gebeuren. We kunnen niet met z’n allen stilletjes blijven toekijken.” Edgar: “Het is ook al te laat als je het hebt over van het veld lopen of de wedstrijd staken. Daarvóór moet al actie worden ondernomen. We moeten fans instrueren en protocollen maken. Misschien moeten de spelers niet van het veld lopen, maar moet het hele vak op de tribune ontruimd worden. De mensen die het verpesten moeten juist het stadion uit. De tijd dat we doorgaan en doen alsof er niks aan de hand is, is voorbij.” Barbara: “Toen ik hoorde wat er met Ahmad was gebeurd, vond ik dat ik actie moest ondernemen. Ik was zo verschrikkelijk kwaad. Mijn zoon vroeg: ‘Mam, waarom ben je zo boos?’ Ik vertelde dat een donkere jongen heel erg uit was gescholden, dat ze hem voor Zwarte Piet hadden uitgemaakt en nog veel erger. Seb vertelde dat hij dat heel gemeen vond en vroeg hoe jij reageerde, Ahmad. Ik vertelde dat je moest huilen en dat begreep m’n zoon wel. Ik heb het aangegrepen om het thuis meteen met mijn zoon en dochter te bespreken. Vinden jullie dat ik doordraafde?” Ahmad: “Zeker niet.” Barbara: “Hoe is het met je moeder, zij was heel verdrietig na die wedstrijd tegen Den Bosch, toch?” Ahmad: “Mijn moeder was heel erg geschrokken en van slag. Ze zag het op tv. Naar het stadion komt ze nooit, dat vindt ze helemaal niks.” Barbara: “Is ze trots op je, ook om wat je gedaan hebt?” Ahmad: “Dat is ze zeker.” Barbara: “Heb je er zelf lang last van gehad?” Ahmad: “Ik werd er wel telkens mee geconfronteerd, continu aangesproken in de supermarkt en door iedereen gebeld. Het was het gesprek van de dag.” Barbara: “En hoe gaat het nu met je?” Ahmad: “Goed hoor, niet anders dan ervoor.” • Barbara: “Nederland staat te boek als tolerant, de multiculturele samenleving wordt wereldwijd geroemd. Toch is er bij ons nog wel een flinke weg te gaan wat betreft verdraagzaamheid. Ben jij vaak gediscrimineerd vanwege je Marokkaanse afkomst, Khalid?” Khalid: “O, zeker. Op straat en op het veld. Ik weet nog dat we verhuisden van Maassluis, waar alle etnische groepen door elkaar heen leefden, naar Vijfhuizen, een dorp van tweeduizend blanke Hollanders. Daar kwamen wij als Marokkaans gezin tussen wonen. Ik zat destijds in groep zeven. Ons werd vanaf dag één duidelijk gemaakt dat wij daar niet gewenst waren. We werden gepest. Of er kwamen mensen aan de deur om m’n vader te vertellen dat hij de auto niet op een bepaalde plek mocht parkeren. Zonder reden. We zaten op school met groep zeven en acht bij elkaar en die twee groepen werden afgeschermd door een plantenbak in het middel van het lokaal. Tijdens handenarbeid pakte een jongen uit groep acht een zwart vel papier. Hij hield het omhoog en riep keihard door de hele klas: ‘Kijk Khalid, dit ben jij.’ Ik werd emotioneel. Maar de discriminerende opmerkingen gaven me ook kracht en ze zorgden ervoor dat de band met de familie nog sterker werd. Op het veld was mijn liefde voor het spelletje te groot om me van de wijs te laten brengen door opmerkingen.” Barbara: “Mohamed Ihattaren vertelde dat hij geregeld wordt aangehouden door de politie, omdat hij als jonge Marokkaan rondrijdt in een mooie auto. Had jij daar ook last van?” Khalid: “Niet om die reden. Ik werd weleens aangehouden door de politie, maar dat kwam vooral omdat ik een snelheidsduivel ben.” Barbara: “En Edgar, ben jij vaak racistisch bejegend?” Edgar: “In Nederland heb ik nooit iets naars meegemaakt. Ja, ik ben vroeger op school weleens Zwarte Piet genoemd. Met diegene heb ik meteen de confrontatie gezocht, daarna gebeurde het nooit meer. Maar ik voelde me wel altijd een gast in Nederland. Ik ben in Suriname geboren en kwam later naar Nederland. Er werd me geleerd om me op een bepaalde manier te gedragen.” Barbara: “Heb jij echt het gevoel dat je je als gast moest gedragen omdat je hier niet geboren bent?” Edgar: “Ja, je komt als gast in iemands huis, dat gevoel hadden we heel sterk en dat was ook normaal toen. Nu klinkt dat misschien een beetje raar.” Barbara: “En heb je in het veld nare dingen meegemaakt?” Edgar: “Ik weet nog dat we met Ajax in Hongarije speelde tegen Ferencváros. Het hele stadion was apengeluiden aan het maken. Onze toenmalige looptrainer Laszlo Jambor was Hongaars. Hij schaamde zich rot, was aangeslagen hoe wij daar behandeld werden. Maar die apengeluiden waren niet op een bepaald persoon gericht.” Barbara: “Ongelooflijk, die apengeluiden zijn vreselijk. Racisme in het vrouwenvoetbal is minder aan de orde, toch, Daphne?” Daphne: “Dat klopt, maar ik maakte me wel altijd heel kwaad als ik de reclames van de FIFA over racisme voorbij zag komen tijdens Champions League-wedstrijden. Er kwamen alleen maar mannen voorbij in die filmpjes. Nu zijn die reclames aangepast.” Barbara: “Wat betreft vrouwen en voetbal is discriminatie wel lang een issue geweest, ja. Wij mochten voetballen van onze ouders, maar ik had vriendinnen die dat niet mochten. Ze zouden er lesbisch van worden. Voetbal was niet voor meisjes, een meisje ging op hockey.” Daphne: “Doordat mensen vanuit een bepaalde cultuur denken, gaan ze discrimineren. Men vond dat voetbal een typische mannensport was. Dat werd ons opgedrongen. In Amerika was dat heel anders.” Barbara: “Ik was woedend dat ik op mijn zesde nog niet mocht voetballen. Hoe kunnen volwassenen nou bepalen dat meisjes niet mogen voetballen, dacht ik.” Daphne: “We kregen van alles naar ons hoofd in die tijd. Manwijf, jongen, noem maar op.” Barbara: “Er werd zo denigrerend over voetbalsters gedaan. Die vrouwen zagen er niet uit, werd massaal geroepen. Dat is nu gelukkig minder.” Khalid: “Voelden jullie je dan net zo gediscrimineerd als iemand die om zijn huidskleur ergens niet bij mag horen?” Daphne: “Nou ja, gediscrimineerd... Ik kwam in opstand.” Khalid: “Jij hebt de weg vrijgemaakt voor veel jonge meisjes.” Barbara: “En je hebt ook nog kinderen gekregen tijdens je carrière. Maar goed, daardoor werd je niet meer geselecteerd voor het Nederlands elftal. Je hebt geen kans gekregen om terug te komen...” Daphne: “Een geval van zwangerschapsdiscriminatie.” Barbara: “Je moest zelfs je contract inleveren omdat je zwanger was.” Khalid: “Jij moest de klappen opvangen voor de volgende generatie.” Daphne: “Je kunt op verschillende manieren reageren. Kwaad worden, terugschoppen of terugschelden. Maar je kunt ook denken: ik gebruik deze situatie om een aantal stappen vooruit te doen. Dat heeft Ahmad gedaan. En dat probeerde ik ook te doen.” Edgar: “En na het succes van de afgelopen jaren zijn er denk ik ook veel vrouwen geïnspireerd geraakt om nog harder hun best te doen. Vroeger wisten vrouwen niet wat ze konden bereiken in het voetbal. De dromen die wij hadden, konden zij niet hebben. Nu kunnen vrouwen ook bij Ajax of Barcelona voetballen. Dat is meer dan terecht.” * Barbara: “Hoe kijken jullie naar het feit dat er in het mannen voetbal nooit iemand openlijk homoseksueel is?” Khalid: “Ik had in Duitsland een teamgenoot die er niet voor uitkwam, maar uit alles bleek dat hij op mannen viel.” Daphne: “Heb je het hem gevraagd?” Khalid: “Nee.” Barbara: “Had je het erg gevonden als hij ervoor was uitgekomen?” Khalid: “Mij maakt het niet uit, zolang hij mij maar met rust laat.” Barbara: “Maar waarom zou hij je niet met rust laten? Ik heb ook nog nooit achter Daphne aangezeten, hoor.” Daphne: “Mannen denken vaak: o jee, hij gaat aan me zitten als we onder de douche staan. Vrouwen denken niet zo. Wij staan onder de douche alles uitvoerig met elkaar te bespreken. Er is geen barrière.” Khalid: “Wacht even: dus vrouwen onder de douche bespreken alles? Ook privédingen?” Daphne: “Natuurlijk!” Khalid: “Maar de realiteit is dus dat in het voetbal het nog niet zo is dat homo’s zich vrij kunnen uiten.” Ahmad: “Ik denk dat er binnen een ploeg heel normaal op zou worden gereageerd. Binnen ons team in ieder geval wel. Maar ik denk dat die spelers bang zijn voor wat er in een stadion kan gebeuren. Dat ze worden uitgescholden vanwege hun geaardheid.” Edgar: “Daarom denk ik dat het nog lang gaat duren voordat er in het voetbal een homo uit de kast komt. De cultuur is er niet naar. De spelers zullen er geen moeite mee hebben, hoewel de stoerste gasten in de kleedkamer heus een vriendschappelijk grapje zullen uithalen. Maar je weet niet wat de tegenstanders doen of hoe het publiek in het stadion reageert.” Barbara: “Zou jij diegene dan openlijk steunen als een stadion zich tegen hem keert?” Edgar: “Ja, natuurlijk.” Ahmad: “Ik ook, want dan gebeurt hetzelfde als wat bij mij is gebeurd. Ik denk dat 99 procent van de mensen er geen problemen mee heeft of iemand op een man of vrouw valt.” Daphne: “Dat denk ik ook. Maar toch is de omgeving nog steeds niet veilig genoeg. Spelers durven er nog niet voor uit te komen als ze homo zijn.” Khalid: “Er is meer angst voor de reacties van de buitenwereld en de media dan voor de reacties van ploeggenoten, denk ik.” Ahmad: “Als je je constant anders moet voordoen dan je bent, is dat vreselijk.” Daphne: “Ik denk dat je als jonge jongen die op mannen valt ook eerder afhaakt in de voetbalwereld en voor een andere sport kiest. Helaas.” * Barbara: “We vieren dit jaar 75 jaar vrijheid. Hoe vinden jullie dat het gaat met de verdraagzaamheid in Nederland?” Khalid: “Er was vroeger meer tolerantie. Ik denk dat dat is veranderd na 11 september 2001. We gaan sindsdien krampachtiger met elkaar om. Misschien merk ik dat ook omdat ik moslim ben. Voor de aanslagen in Amerika kon voor mijn gevoel alles in Nederland.” Edgar: “Ik hou niet van het woord tolerantie. De vraag is: wil je getolereerd of gerespecteerd worden? Ik wil graag dat Nederlanders respect tonen aan iedereen die een bijdrage komt leveren aan de maatschappij.” Barbara: “En vind je dat dit een land is waar mensen gerespecteerd worden?” Edgar: “Niet altijd, nee. Dat zie je alleen al in de Zwarte Pieten-discussie en de groep die pro-Zwarte Piet is. Ik vind dat Nederlanders die er anders uitzien ook gerespecteerd moeten worden. Kinderen vinden het echt niet erg als er een gekleurde Piet rondloopt in plaats van een zwarte. Ze vinden het wel erg als ze geen cadeautjes en pepernoten krijgen.” Barbara: “Er was ook een tijd dat je als Jood met een keppeltje op door Amsterdam kon lopen. Nu niet meer. En het is ook zo dat mannen niet meer hand in hand durven te lopen in het centrum van Amsterdam. Te triest voor woorden.” Edgar: “Dat is verschrikkelijk. Maar als je als Jood niet naar de synagoge gaat en geen keppeltje draagt, zie je niet of diegene Joods is. Het lijkt me makkelijker om daar mee te leven dan als je een andere huidskleur hebt. Desalniettemin is elke vorm van discriminatie onacceptabel, dus ook deze.” Daphne: “Heeft het er ook mee te maken dat we veel harder en directer op elkaar reageren? Als je op straat ergens iets van zegt, moet je oppassen dat je niet meteen een mes tussen je ribben krijgt.” Ahmad: “Ik zie dat er meer verdeeldheid is. En tegenwoordig is het ook zo dat iedereen zijn mening meteen de wereld in kan slingeren via social media.” Barbara: “Maar wij kunnen via social media de samenleving ook positief beïnvloeden. Ali B doet dat bijvoorbeeld. Hij spreekt zich echt uit, heeft een voorbeeldfunctie. Die rol moeten wij ook op ons nemen. We moeten het onrecht blijven aanvechten. Khalid, jij bent een voorbeeld geweest voor Marokkaanse jongeren, Daphne is dat in het vrouwenvoetbal en Ahmad nu als donkere jongen. Soms heb je tegen wil en dank ook die functie. Maar daar moet je wel wat mee doen.” Daphne: “Absoluut.” Barbara: “Is Nederland in jullie ogen nog steeds het land waarin alles kan en mag?” Khalid: “Dat is het zeker, maar wel met meer weerstand.” Daphne: “Alles kan wel, maar niet alles mag. En dat hoeft ook niet.” Edgar: “Ik vind het heel mooi dat we in Nederland nu oplossingen zoeken en dat taboes worden doorbroken. We moeten mensen verbinden en juist de vruchten plukken van onze multiculturele samenleving.” Ahmad: “Over het algemeen moeten we heel blij zijn dat we hier wonen. We kunnen alles doen wat we willen. Alles is hier perfect geregeld. Als je niet werkt, kan je een uitkering aanvragen. Als je ziek bent, wordt er voor je gezorgd. We hebben weinig te klagen hier. Alhoewel we dat wel veel doen. We leven een beetje in een zeikmaatschappij.” Khalid: “Ik ben het eens met Ahmad. De dochter van een Marokkaanse vriend van mij is autistisch. Door hem kreeg ik weer even een realitycheck. Hij zei: ‘Ik ben superdankbaar dat we hier wonen. We worden met alles geholpen, door de dokters, de verzekering, door iedereen.’ Dat was in Marokko wel anders geweest. We mogen wel wat minder klagen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Ik ben niet de enige’

Zijn elftalleider bij Vitesse nam hem zijn jeugdige onschuld én [...]
Zijn elftalleider bij Vitesse nam hem zijn jeugdige onschuld én zijn grote voetbaldroom af. Vier jaar terug verbrak Renald Majoor het stilzwijgen, nadat een groot seksueel misbruikschandaal aan het licht kwam in het Britse voetbal. Met zijn ontboezeming maakte hij de weg vrij voor andere beschadigde sporters om uit de anonimiteit te treden. Begin april wordt een onlineplatform gelanceerd: Sporters Helpen Sporters. “Iedere vrijdagavond poetste ik mijn voetbalschoenen en zette ze netjes neer op een oude krant. Mijn kamer in het jeugddorp was opgeruimd. Rituelen om mijn hoofd zo vrij mogelijk te maken, zodat ik me kon focussen op de voetbalwedstrijd.” Renald Majoor droomde van voetballen in het grote Vitesse. Hij maakte deel uit van de jeugdopleiding. Tal van ploeggenootjes haalden het eerste en zelfs het Nederlands elftal, Renald niet. Niet omdat hij niet goed genoeg was. Integendeel. Maar zijn talent werd in de knop gebroken. “Terwijl voetbal juist mijn redding leek, mijn toekomst.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Ik wil shinen’

Hij verruilde twee jaar geleden op zijn negentiende Ajax voor AS [...]
Hij verruilde twee jaar geleden op zijn negentiende Ajax voor AS Roma. In Italië had Justin Kluivert (20) voor de uitbraak van het coronavirus zijn draai gevonden. Een gesprek met de aanvaller over zijn moeder, zijn vader, zijn vertrek bij Ajax en het EK. We zouden Justin Kluivert spreken in de stad waar hij woont, Rome. Maar nog voordat Noord-Italië in de tweede week van maart officieel werd gesloten, raadde het verantwoordelijke ministerie ons vlak voor vertrek ten zeerste af naar Rome te vliegen. Justin begreep de situatie. Omdat er toen al niet meer werd gevoetbald, zei hij: “Ik kom mijn afspraak met je na, ik vlieg naar Nederland.” Dus spreken we af in Amsterdam. Kookschool Hoe gaat het met je? “Tot de uitbraak van het coronavirus ging het goed, zeker qua voetbal. En voor mij geldt: als het binnen de lijnen goed gaat, dan gaat het buiten het voetbal ook goed. ” Voetbal als graadmeter? “Zo zie ik het. Als je gelukkig bent in je voetbalcarrière, kun je volgens mij niet ongelukkig zijn in het dagelijkse leven. Dus ja: het gaat wel goed. En natuurlijk speelt mee dat ik de laatste tijd veel heb gespeeld en weer aan het scoren ben. Dat is toch het belangrijkste als je in het buitenland speelt. Dat is wat de mensen zien, dan kom je positief in het nieuws. Dus is het alleen maar goed dat ik weer geregeld scoor.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Stille kracht Jens Toornstra

Jens Toornstra is al jaren een van de stille krachten van [...]
Jens Toornstra is al jaren een van de stille krachten van Feyenoord. De middenvelder werd in 2017 landskampioen, won twee keer de beker en strijdt ook dit seizoen vol mee om beide prijzen. We leggen hem een elftal namen voor. Van Dick Advocaat tot Ronald Koeman. Van Steven Berghuis tot dochter Faye. We spraken Jens toen corona nog niet het enige gesprek van de dag was. Dochter Faye “Mijn dochter is het mooiste geschenk dat ik heb gekregen in mijn leven. Ze is inmiddels vierenhalf, gaat naar school en weet precies hoe ze me moet bespelen. Toen we dit jaar tegen Willem II om half drie speelden, is ze voor het eerst dit seizoen mee geweest naar het stadion. Ik scoorde ook nog, maar dat heeft ze volgens mij niet echt gezien. Toen ze mijn naam na die goal hoorde omroepen, drong het wel tot haar door en stond ze echt even te springen. Mijn vriendin zei dat Faye het eigenlijk wel had gezien na tien minuten. In De Kuip is er opvang voor de kinderen tijdens een wedstrijd, dat is goed geregeld. Maar we spelen ook vaak zondag om half vijf of zaterdagavond, dan vind ik het te laat voor haar worden.” Dick Advocaat “Magic Dick. Een bijzondere man met een mooi karakter, hij is direct en heeft veel humor. Hij is heel erg van de afspraken in het veld en dat heeft ons succes gebracht. Dat zie je ook aan ons spel. We spelen niet altijd groots, maar omdat we heel weinig kansen weggeven, hoef je er vaak maar één te maken om te winnen. Dat heeft hij goed voor elkaar. We beginnen vaak compact en proberen weinig weg te geven waardoor de tegenstander niet in de wedstrijd kan komen. Een beetje zoals Atlético Madrid speelt, ja. Maar met onze voorhoede, met Steven Berghuis die in een uitstekende vorm is, creëren we altijd wel een kans en dat maakt het allemaal iets makkelijker. Met mijn huidige positie als meer controlerende middenvelder scoor ik nu minder dan afgelopen seizoenen, dat is jammer. Ik maakte er elk seizoen wel minimaal tien, scoorde ook in uitwedstrijden. Ondanks dat heb ik vaak het gevoel gehad dat ik me moest bewijzen, nog steeds voel ik dat weleens. Ik hoor ook wel vaker dat ik me iets meer moet waarmaken dan anderen. Misschien is dat ook wel goed voor me, houdt het me scherp. Als er een nieuwe middenvelder bij komt, lees je al gauw in de media dat dat ten koste gaat van mij. Maar voorlopig heb ik dit seizoen alles gespeeld, ondanks de aankopen.” Memphis Depay “Ik heb hem in 2017 bij Oranje meegemaakt en hij maakte meteen indruk op me, vooral door zijn fysiek. Ik heb ook tegen hem gespeeld. Memphis is echt een beest, als je ziet hoe hij nu aan zijn herstel werkt, heel knap hoe hij dat doet. Hij had natuurlijk een bepaald imago. Ik heb die documentaire gezien van zijn reis naar Ghana en wat hij daar doet voor gehandicapte kinderen. Ik vind dat heel bijzonder.” Tonny Vilhena “Tonny is een fijne gozer. Ik heb veel met hem gespeeld en hij gaf altijd honderd procent. Ik vind het echt jammer dat hij nu even niet meer bij het Nederlands elftal zit. Of het komt door zijn keus voor Rusland, voor Krasnodar, buiten beeld is geraakt en niet meer geselecteerd wordt? Dat durf ik niet te zeggen. Maar wellicht komt hij er in de toekomst weer bij.” Jaap Stam “Ik was fan van zijn visie. Hij wilde spelen met veel druk vooruit en de tegenstander afjagen, een type spel dat mij ook ligt. Als team hebben wij het door omstandigheden in die fase niet goed in kunnen vullen, waardoor de resultaten uitbleven. Ik vind Jaap Stam een goede trainer, zijn manier van trainen en hoe hij het op de spelersgroep overbracht, spraken me aan. Hij heeft ook de pech gehad dat veel spelers niet fit waren. Ik heb hem nadat hij ontslag had genomen een bericht gestuurd dat ik namens de hele spelersgroep durfde uit te spreken dat hij van ons niet had hoeven opstappen.” Kees Jansma “Kees zou ADO Den Haag hebben getipt om mij over te nemen. Ik speelde in de amateurs bij Alphense Boys, waar Kees financieel adviseur was en vaak kwam kijken. Ik denk zeker dat Kees zijn connecties heeft aangeboord. Maar gek genoeg heb ik het nooit van hem gehoord. Ik heb er ook nooit met hem over gesproken. Dus welke rol hij precies heeft gespeeld bij mijn overgang van Alphense Boys naar ADO, weet ik niet. Maar dat hij zijn aandeel heeft gehad, lijkt me duidelijk. Bij ADO heb ik een geweldige tijd gehad. Ik kwam er op mijn negentiende, heb er een half jaar in het tweede gespeeld en daarna alleen nog maar in het eerste. Een van mijn mooiste seizoenen uit mijn carrière was die bij ADO onder John van den Brom, naast natuurlijk dat kampioensjaar met Feyenoord. Bij Feyenoord voelden we ons in het kampioensjaar onoverwinnelijk, dat gevoel hadden we bij ADO tegen ploegen onder de top-zes ook.” Giovanni van Bronckhorst “De succestrainer van Feyenoord. We hebben vijf prijzen onder hem gewonnen. Bij hem ben ik ook een periode mijn plek kwijtgeraakt. Ik speelde in die fase niet opvallend, dus hij kon me er ook makkelijk uit halen. Van Bronckhorst had dat ook met anderen kunnen doen, maar hij koos voor mij. Noem dat mijn noodlot. Ongeveer twee maanden heb ik in het tweede gespeeld. Stond ik bij min zes graden bij SC Cambuur zonder publiek te spelen, dat was niet altijd makkelijk. Maar toen ik mezelf weer in de basis speelde, ben ik nooit meer op de bank terechtgekomen. Het absolute hoogtepunt was natuurlijk het kampioenschap. Na het kampioensjaar was Lazio Roma geïnteresseerd, maar toen lag ik net in scheiding en vond ik het niet gepast om ook nog eens naar het buitenland te gaan. Ik heb bewust de laatste jaren voor Feyenoord gekozen. Ik wilde in de buurt van mijn dochter blijven en daar sta ik nog steeds achter. Je weet nooit wat de toekomst brengt en of er ineens een een aanbod komt waar zowel de club als ik lastig ‘nee’ tegen kunnen zeggen, maar voorlopig zie ik mezelf bij Feyenoord blijven. En ja, als het zo loopt zou ik mijn loopbaan het liefst willen beëindigen bij Feyenoord of een van mijn vorige clubs, bij ADO of FC Utrecht.” Steven Berghuis “Steve speelde vorig seizoen al goed, maar dit seizoen is hij helemaal geweldig. Het is natuurlijk aan hem, maar ik denk dat hij een stap nog hogerop aan zou kunnen. Hij komt al uit de Premier League, hij speelde bij Watford, maar ik denk dat hij nu nóg verder is. Zijn statistieken zijn indrukwekkend, hij heeft zich dit seizoen ongelooflijk doorontwikkeld en ik ben ervan overtuigd dat hij een interessante speler is voor clubs in een grote competitie. Het zou mooi zijn als we met hem nog een prijs pakken. Als we zo doorgaan dan acht ik ons mogelijk zelfs niet kansloos voor het kampioenschap.” Fred Rutten “Ik kwam tegelijk met Fred Rutten naar Feyenoord, in 2014. Rutten heeft ook pech gehad, we speelden het eerste half jaar heel goed onder hem, maar de tweede helft van het seizoen stortte het helemaal in. Hij was heel duidelijk en eerlijk. Hij gaf soms cijfers en dan kon hij ook keihard een vier geven als hij vond dat je slecht had gespeeld. Ik kreeg meestal een zes of een zeven, nooit een uitschieter, maar ik zakte ook nooit door de ondergrens. Rutten kwam op een dag ineens naar me toe en zei dat hij me als rechtsbuiten wilde inzetten. Hij wilde dat de toenmalige rechtsback Luke Wilkshire en ik de rechterkant voor onze rekening namen, zowel aanvallend als verdedigend. Dat liep heel goed, ik vond het ontzettend leuk. Tegenstanders hadden het daar heel moeilijk mee. Maar het liefst speel ik nog altijd op tien, als aanvallende middenvelder.” Moeder Carla “Mijn moeder komt naar elke thuiswedstrijd, stond en staat altijd voor me klaar. Evenals mijn vader Ad. Ze is ook trots op me. Maar als mensen haar aanspreken en vragen hoe trots ze is, zegt ze altijd meteen: ‘Ik heb ook een dochter en op haar zijn we net zo trots.’ Dat vind ik mooi, want dat is natuurlijk ook zo. Als mijn dochter bij mij is, haal ik vaak de dochter van mijn zus op of ik ga naar mijn zus toe. Ik had een geweldige, onbezorgde jeugd zoals een jeugd behoort te zijn. Ik ben in een dorp opgegroeid, speelde de hele dag op straat en pas als we moesten eten, kwam mijn moeder me halen. Net als mijn vader die mij van jongs af aan naar elke training bracht en ook altijd voor mij klaarstond en nog steeds staat. In de zomer gingen we altijd met de camper naar Spanje, steeds naar dezelfde camping met alleen maar Nederlanders. Maar ik vond het geweldig. Op een gegeven moment hebben mijn ouders een caravan gekocht op diezelfde camping aan de Costa Brava. Familie van mij woont daar in de buurt en daar ben ik de eerste jaren nadat mijn dochter geboren werd met haar heen gegaan. Ik heb alleen maar mooie herinneringen aan mijn jeugd. Mijn ouders zijn nog bij elkaar en ik heb goed contact met mijn zus, dus ik realiseer me dat ik wat dat betreft in vergelijking met veel anderen heel bevoorrecht ben.” Ronald Koeman “Ik schud hem altijd keurig de hand. Toen ik bij Feyenoord kwam, was hij net weg als hoofdtrainer, hij vertrok naar Southampton. Als je ziet hoe Koeman het Nederlands elftal weer heeft gebracht waar het hoort te zijn... ongelooflijk knap. We kunnen alleen maar heel veel respect voor hem hebben. Als nu de selectie van het Nederlands elftal bekend wordt gemaakt, kijk ik niet meer of ik erbij sta. Dat heb ik een tijdlang gedaan, maar inmiddels losgelaten. Ik zag wel dat mijn teamgenoot Leroy Fer er weer bij zat. Heel mooi voor hem! Bij Feyenoord draaien we heel goed op het middenveld, dus ik geef de hoop zeker nog niet op, maar meer ook niet. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.  

Voetbal

Donny van de Beek: ‘Mannen kunnen ook huilen hoor’

Het lijkt een kwestie van tijd voordat Donny van de Beek [...]
Het lijkt een kwestie van tijd voordat Donny van de Beek (22) naar een Europese topclub vertrekt. We legden de Ajacied en speler van het Nederlands elftal elf stellingen voor over onder meer het boerenprotest, broertje Rody, Raymond van Barneveld en schoonvader Dennis Bergkamp. Na een slechte wedstrijd ga ik op de vlucht voor Sjaak Swart. Lachend: “Soms wel. Sjaak is Ajacied in hart en nieren en na een wedstrijd kan hij weleens emotioneel zijn.” En op jou is hij misschien net wat kritischer? “Ik denk het wel. Maar vaak denkt hij er hetzelfde over als ik. Hij kan ook nog weleens wat dingetjes over de scheidsrechter zeggen. Ik heb een supergoede band met Sjaak, hij speelt een grote rol in mijn voetbalcarrière.” Hoe is dat zo ontstaan? “Sjaak keek naar alle jeugdwedstrijden en wist toen al wie iedereen was. Daar ontstond ons contact. Hij opperde een keer dat ik altijd bij hem kon blijven slapen als dat nodig was. Daar heb ik vaak gebruik van gemaakt. Het was fijn dat ik niet iedere middag of avond terug naar Nijkerkerveen hoefde als ik ’s ochtends weer vroeg op de club moest zijn. ’s Avonds praatten we over voetbal en in de ochtend kreeg ik verse jus d’orange van zijn vrouw Andrea. Ik zie Sjaak nog steeds vaak. Ik ga geregeld een hapje eten met hem of ik ga bij hem en zijn vrouw langs. Dat zal altijd zo blijven.” Sjaak Swart is 81. Onlangs overleed Barry Hulshoff, hij was een beetje de voetbalvader van Matthijs de Ligt. Meer generatiegenoten van Sjaak Swart overleden onlangs, onder wie Piet Keizer, Gerrie Mühren en Johan Cruijff. Ben je weleens bang voor de toekomst? “Sjaak is daar zeker bang voor en ik ook. Ik heb Matthijs gesproken na het overlijden van Barry. Het was zwaar voor hem. Hij had net zo’n band met hem als ik met Sjaak. Het is lastig en moeilijk als je zo’n goede band met iemand had en diegene valt weg. Iedereen wordt ouder, Sjaak ook. Het zit altijd in m’n achterhoofd. Maar vooralsnog is hij topfit en ik hoop dat hij nog heel lang meegaat en deel blijft uitmaken van mijn leven.” Het had weinig gescheeld of ik was met de trekker naar Den Haag gereden voor het boerenprotest tegen het stikstofbeleid “Dat niet, maar ik ken genoeg mensen uit Nijkerkerveen die het wel hebben gedaan.” Je moeder heeft eens gezegd: ‘Vroeger op de kleuterschool zei Donny altijd als ze hem vroegen wat hij wilde worden: kippenboer of profvoetballer. Maar dat laatste lukt vast niet.’ Had het weinig gescheeld of jij had nu kippen geplukt? “Mijn vader heeft een poeliersbedrijf. Het is niet dat hij zelf kippen houdt, hoor. Ik hielp vroeger vaak mee in het bedrijf. Als jochie ging ik na de training werken. Het vlees snijden moest ik aan anderen overlaten, daar was ik te jong voor, maar ik pakte bijvoorbeeld de kipfilet in en stapelde die in kratten. Of ik maakte schoon. Ik was geen luie jongen, vond het altijd leuk om te helpen. Ik ging ook vaak mee vlees naar restaurants brengen. Als ik geen voetballer was geworden, zou de kans groot geweest zijn dat ik in het bedrijf was terechtgekomen en het misschien wel zou hebben overgenomen. Maar mijn vader zag ook al snel dat ik talent had. Ik was altijd bezig met een bal. Ik riep ook: wacht maar, ik kom bij Ajax terecht. Dan werd ik altijd uitgelachen.” Je vader André kon ook aardig voetballen, hij speelde bij IJsselmeervogels. “Hij was een goede spits op amateurniveau, maar wel een heel ander type voetballer dan ik. Mijn vader was echt een luie spits, met een neusje voor de goal. Hij maakt er vaak grapjes over. Als ik in een wedstrijd een kans heb gemist, zegt ie na afloop: ‘Die kans had je mij niet hoeven geven, die had ik wel binnen geschoten.’ Maar hij is supertrots hoe ver ik ben gekomen, hoor. Iedere wedstrijd, ook bij uitwedstrijden, zit hij in het stadion, samen met mijn opa en oma. Alleen Rody slaat nog weleens een wedstrijd over, als hij zaterdagavond een zware avond heeft gehad.” Pak je nu nog steeds weleens een kipfiletje in? “Heel af en toe vraagt mijn vader nog of ik wil helpen. Of ik bijvoorbeeld rekeningen wil ophalen bij restaurants op de terugweg van Ajax naar Nijkerkerveen. Of ik moet even een kratje kip afgeven. Als hij me vraagt om te helpen, doe ik het altijd.” En hoe reageren ze bij zo’n restaurant dan als Donny van de Beek een kratje kip komt afgeven? “Dat vinden ze wel lachen. Maar dat gebeurt niet wekelijks, hoor.” Ik ben het voetbal weleens spuugzat “Voetbal is niet altijd even leuk, zeker na een slechte wedstrijd. Ik zou het bijvoorbeeld niet erg vinden om nooit meer in mijn carrière tegen Getafe te hoeven spelen, de club die ons dit jaar heeft uitgeschakeld in de Europa League. Een irritante tegenstander. Maar ja, uiteindelijk gingen zij wel door in Europa en wij niet.” Hoe kijk je naar dit seizoen in vergelijking met vorig jaar waarin alles lukte? “Dit seizoen waren we ook op de goede weg. Na de winterstop raakten veel bepalende spelers geblesseerd. In het veld zat het soms ook niet mee.” David Neres raakte al voor de winterstop geblesseerd, daarna volgden onder anderen Quincy Promes, Hakim Ziyech en Joël Veltman. Hoe verklaar jij al die blessures? “Ik heb veel over een mogelijke oorzaak nagedacht. Aan het begin van het seizoen had ik ook een hamstringblessure waar ik een tijdje last van heb gehad. We trainen ook niet anders dan vorig seizoen, iedereen doet hetzelfde. Vorig jaar was zwaar en we zijn daarna meteen weer verder gegaan met dit seizoen, wellicht heeft het daar mee te maken.” Waar denk jij aan voor de aftrap? “Dat wisselt. De Europese avonden blijven het mooist. Als ik het veld op loop in een uitverkocht stadion, denk ik aan vroeger. Ik zat iedere week in het stadion met mijn vader en opa. We waren grote Ajax-fans. Nu sta ik zelf op het veld en zie ik mijn familie op de tribune zitten. Dat went nooit.” Hoe groot zijn de offers die je moet brengen als profvoetballer? “Die zijn groot. Ik zou nooit anders willen, hoor, mijn droom is uitgekomen. Maar er zit een keerzijde aan. Als ik naar mijn broertje Rody kijk, ben ik weleens jaloers. Hij voetbalt met al zijn vrienden in een team, lekker ontspannen, en na de wedstrijd drinken ze gezellig een biertje met elkaar. Ik sta vaak bij hem langs de lijn.” Eigenlijk had ik liever Raymond van Barneveld willen zijn “Ik zou het heel mooi vinden om zo goed te kunnen darten als Raymond. Ik dart al lang, ook bij Ajax. Daar ben ik met Klaas- Jan Huntelaar mee begonnen. Inmiddels doen er zeven jongens mee, onder wie Joël Veltman, Dusan Tadic, Perr Schuurs en Kjell Scherpen. Onze assistent-trainer Richard Witschge doet ook mee. We darten regelmatig met elkaar.” Volg jij het darten ook? “De samenvattingen van de Premier League Darts kijk ik allemaal, vaak na een wedstrijd als ik niet kan slapen.” Ben je nog fan van een bepaalde darter in het bijzonder? “Ik volg de Nederlandse darters, niet één speciaal. Raymond ken ik goed, met hem heb ik geregeld contact. Nu is hij gestopt, maar ik wenste hem voor zijn belangrijke wedstrijden altijd succes en andersom ook. Ook Michael van Gerwen ken ik persoonlijk en ook met hem heb ik appcontact. Hij kwam ook eens langs bij het Nederlands elftal.” Hoe staat het met jouw dartkwaliteiten? “De laatste tijd dart ik wat minder, maar als ik iedere dag een half uur gooi, kan ik wel wat. Ik heb een tijd gehad dat ik echt goed gooide. Vaak 180. Ik won ook vaak. Maar bij Ajax is het nu zo druk bij het dartbord, dat je telkens moet wachten om te mogen gooien. Daarom speel ik nu wat minder.” Wie wint er nu dan vaak van jullie dartclubje? “Klaas-Jan begint me van mijn troon te stoten. Hij is ook altijd al twee uur van tevoren aanwezig op de club. Dan kom ik aan en beginnen we meteen met een wedstrijdje, terwijl ik nog niet eens warm heb kunnen gooien.” Dat klinkt alsof jullie naar De Toekomst komen om te darten en dat voetbal een leuke bijzaak is. Lachend: “Dat zeker niet. Maar het is een mooie afleiding als je moet wachten op een behandeling of een bespreking. Sowieso vind ik het leuk om spelletjes te spelen. Voorheen klaverjasten we veel.” Hey Brother van Avicii is mijn favoriete nummer “Avicii vind ik zeker leuk.” Ben jij een partyganger? “In de zomer vind ik het leuk om op vakantie naar plekken als Ibiza te gaan en een feestje mee te pakken. Ik hou er ook van om een nummer van André Hazes mee te zingen in een kroeg. Maar tijdens het seizoen doe ik dat niet.” Ik doel om nog een reden op de titel van dit nummer van Avicii. Je hebt het veel over Rody. Beschrijf jullie band eens. “Hij is een van de belangrijkste personen in mijn leven. Rody kent me door en door. Als er iets is, bel ik hem als eerste.” Rody is ernstig ziek geweest, had een ingekapselde tumor in zijn rug die operatief moest worden verwijderd. Ben je daardoor anders in het leven gaan staan? “Daardoor ben ik het leven meer gaan waarderen. Toen hij ziek was, was ik twaalf en ging ik net stage lopen bij Ajax. Het was een lastige periode voor me. Ik wilde presteren, maar tegelijkertijd was mijn broertje ziek en hem stond een risicovolle operatie te wachten.” In een video die Helden maakte met je broertje sprak hij over jullie band. Bij Rody rolden de tranen over zijn wangen. Wat deed dat met jou? “Daar werd ik zelf ook emotioneel van, maar iedereen die ik die video liet zien, werd dat. Mannen kunnen ook huilen, hoor. Rody vindt het mooi om mijn carrière van zo dichtbij mee te maken en ik deel heel graag mijn successen met hem. Voor zijn twintigste verjaardag heb ik hem een mooi horloge gegeven met mijn naam erin gegraveerd. Hij is er trots en heel zuinig op. Rody is er altijd voor me. Als ik een slechte wedstrijd heb gehad, zorgt hij ook altijd voor afleiding. Dan gaan we een potje darten of iets anders doen. Sinds zijn ziekte beseffen we meer wat we hebben.” Rody zei in die video ook: ‘Donny is altijd druk. Helemaal als hij een keer niet getraind heeft, dan is hij echt veel te druk.’ “Ja, dan zeggen ze nog weleens dat ik lastig ben, te veel energie heb. Dan ga ik iedereen een beetje treiteren en grappen uithalen.” En hij zei dat jij in al die jaren niks veranderd bent. “Dat klopt.” Alle roem, Ballon d’Or-gala’s, fotoshoots, mondiale interviewverzoeken en andere media-aandacht doen je niks? “Ik vind dat ik niet anders ben dan vroeger. Dat komt ook omdat ik uit zo’n nuchter dorp kom. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg, vinden ze hier. Zo denk ik ook. Natuurlijk komt er soms veel op me af, maar ik heb niet het idee dat ik met beide benen op de grond moet worden gezet. Alhoewel mijn ouders dat meteen zouden doen, mocht het nodig zijn. Zo’n Gouden Bal-gala vind ik heel mooi om mee te maken, maar na al die aandacht en heisa eromheen ben ik ook altijd heel blij als ik weer thuis ben.” Om het land in sportieve zin vooruit te helpen, moeten mijn vriendin Estelle Bergkamp en ik wel voor nageslacht zorgen Lachend: “Ik krijg die opmerking de laatste tijd vaker. We zijn hartstikke gelukkig, maar zijn ook pas een half jaar samen.” Je kunt er niet omheen. Als jullie een zoon krijgen, moet het wel de nieuwe Messi worden. “Als het krijgen van een kind ons gegeven is, zal er inderdaad wel een hoop druk op hem of haar komen te liggen. Om de genen van beide kanten kunnen we niet heen. Daar maken we samen ook weleens grappen over.” Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? “We hadden al een tijdje contact, buiten Ajax om. Het is langzaam gegroeid, zo nam ik haar af en toe mee uit eten. Onze band werd steeds sterker. Maar het heeft wel een tijdje geduurd voordat we echt een stel waren.” Heeft zij veel verstand van voetbal? Lachend: “Voor een vrouw zeker. Door haar vader heeft ze natuurlijk veel meegekregen. Ze vindt het ook leuk om naar mijn wedstrijden te kijken. Als ze op de tribune zit, let ze op het spel en niet alleen op mij.” En analyseert ze daarna de wedstrijd ook nog even met je? “Gelukkig niet. Maar als haar iets is opgevallen, zegt ze het wel. Estelle vindt het vooral grappig om te zien dat ik buiten het veld zo rustig ben, maar in het veld nog weleens verhit kan reageren. Op dat soort dingen let ze.” Verhuist Estelle met je mee naar het buitenland? “Mocht ik een transfer maken, dan gaat ze met me mee. We wonen officieel niet samen, maar ik ben eigenlijk altijd bij haar in Amsterdam.” Als ik mijn teen stoot, dan is heel Nijkerkerveen in rep en roer Kun jij nog normaal boodschappen doen in het dorp? “Juist in Nijkerkerveen kan dat, omdat iedereen me al heel lang kent. Ze weten wie ik ben en letten niet op me, ik kan volledig mezelf zijn. Ik word natuurlijk weleens aangesproken na een wedstrijd, maar op een leuke manier. ‘Hé Donny, jammer van gisteren.’ of: ‘Lekker gespeeld.’” Hoe vaak ben jij er nog? “Ik ga nog steeds vaak op en neer. Meestal slaap ik in Amsterdam, maar als we een keer laat trainen, ga ik de dag ervoor lekker naar huis.” Je kunt Donny wel uit Nijkerkerveen trekken, maar Nijkerkerveen trek je nooit uit Donny? “Absoluut. Het is nog steeds mijn thuis. Ik ken er iedereen, mijn vrienden wonen er en ik kom ook geregeld bij de voetbalclub Veensche Boys. Als het kan, ga ik er zaterdagochtend altijd even kijken. Bij de wedstrijd van Rody natuurlijk, hij speelt er in het tweede, maar ook bij het eerste waarin andere vrienden van me spelen, onder wie Mohammed Nouri, de broer van Abdelhak. Toen zijn broertje blijvende hersenschade had opgelopen, is Mo gestopt met voetballen. Omdat hij Appie moest verzorgen en er ook weinig zin meer in had. Hij voelde zich schuldig als hij op het veld stond. Ik heb hem gezegd dat hij juist moest voetballen voor wat afleiding en plezier. Toen is hij een paar keer mee gaan trainen bij Veensche Boys. Ze zagen meteen dat hij een heel goede voetballer is, hij komt uit de top van het amateurvoetbal. Het warme van het dorp en de club trok hem heel erg. Rody en ik hebben nog steeds iedere dag contact met Mo.” Ik zit al op Spaanse les De speculaties dat jij na de zomer naar Real Madrid vertrekt, gaan al een tijdje rond. “Ik heb mijn jawoord nog niet gegeven, alles staat nog open. Weet wat ik hier heb, ben geliefd en ik hou van Ajax. Ik ga niet naar de eerste de beste club, anders had ik dat wel eerder gedaan. Mijn gevoel moet goed zijn bij een club. Hoe graag willen ze me hebben? Maar ik moet ook passen bij het systeem dat gespeeld wordt en ik wil natuurlijk ook zicht hebben op speelminuten. Ergens in de zon spelen, is altijd lekker. Maar nee, ik ben zeker nog niet begonnen met Spaanse les.” Heb je het met ploegmaten of ex-teamgenoten over andere clubs en transfers? “Ja, daar hebben we het wel over. Bij het Nederlands elftal spreek ik natuurlijk ook met de jongens die in het buitenland spelen. Ze vertellen hoe het er bij hen op de club aan toegaat. Dat is altijd interessant om te horen.” Na mijn dertigste speel ik weer met Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en Hakim Ziyech bij Ajax “Dat zou leuk zijn. Ajax is mijn club en dat zal altijd zo blijven, ongeacht waar ik naartoe ga. Ajax heeft me groot gemaakt. Maar je weet natuurlijk nooit hoe het loopt. Maar er zijn ook voorbeelden van spelers die riepen dat ze terug zouden keren, maar dat niet deden. En de club moet het ook maar willen. Zit je nog wel op je niveau tegen die tijd? Maar het zou leuk zijn om ooit weer terug te keren.” Het lijkt alsof Ajax spelers makkelijker laat gaan in de hoop dat ze ook weer terugkeren. “Van transferafspraken krijg ik weinig mee. Het is logisch dat Ajax een mooi bedrag wil ontvangen voor spelers die er een tijd hebben gespeeld. Maar het is natuurlijk fijn om met een goed gevoel uit elkaar te gaan. Gelukkig zijn er nu veel positieve voorbeelden.” Heb je nog veel contact met jongens als Frenkie en Matthijs? “Ik spreek ze af en toe. Tijdens het voetbalseizoen zijn we allemaal druk, maar we wisselen geregeld een berichtje uit. En we zien elkaar bij het Nederlands elftal, dan praten we weer bij. Het zijn gewoon goeie jongens, de klik is er. Het helpt ook mee dat we zo’n succesvol jaar met elkaar hebben gehad, daar hebben we goede herinneringen aan. Die band zal altijd wel zo blijven.” Die jongens liggen in het buitenland nog meer onder een vergrootglas door de media. Hoe kijk jij daarnaar? “Het zijn allebei sterke gasten, ik denk dat ze er beiden goed mee omgaan. Uiteindelijk went alles en liggen ze vast niet meer wakker van berichten in de media.” Dennis Bergkamp is de beste voetballer, schoonvader én trainer die ik ooit heb gehad Hoe noem je hem: trainer, meneer Bergkamp of gewoon Dennis? “Eerder zei ik inderdaad trainer, maar nu zeg ik Dennis.” Hij zei niet toen je daar voor het eerst thuis over de vloer kwam: ‘Donny, ik wil met meneer Bergkamp en u aangesproken worden?’ Lachend: “Dat was wel een grap geweest die hij had kunnen maken, hoor. Ik ken Dennis al heel lang en heb altijd een goede band met hem gehad. Het was misschien even apart, omdat ik hem een tijdje niet gezien had sinds zijn vertrek bij Ajax.” Hij heeft als jeugdtrainer al gezegd: ‘Donny moet je in de gaten houden.’ “Ik zat toen in mijn tweede jaar bij Ajax, ging niet naar de D1, maar de D2. Daar werd hij mijn trainer. Onder hem heb ik een goede ontwikkeling doorgemaakt. Hij is absoluut een belangrijke trainer voor me geweest. En later was hij ook belangrijk voor me als assistent-trainer bij het eerste.” Hij heeft nooit tegen je gezegd: ‘Donny, ik heb wel een leuke dochter?’ Lachend: “Juist niet. Misschien dat hij eerder dacht: blijf jij maar even weg. Het is toevallig dat we elkaar ook in die hoedanigheid tegenkwamen. Hij vindt het leuk voor Estelle en mij. Ik kom graag bij haar familie over de vloer.” En hoe keek je naar Dennis Bergkamp als voetballer? “Ik was natuurlijk nog heel jong toen hij zo goed was, maar dat hij een geweldige speler was, weten we allemaal.” Met mij erbij heeft Nederland het sterkste middenveld van Europa “De concurrentie op het middenveld is groot bij Oranje. Ik probeer zo hard mogelijk te werken en mijn plek af te dwingen. Dat is het enige wat ik kan doen.” Kan je er humeurig van worden als Marten de Roon in de basis staat en jij niet? “Natuurlijk niet. Hij en de andere jongens doen het heel goed. De bondscoach maakt die keuze, daar moet ik mee dealen. Als ik voor mezelf maar weet dat ik er alles uit haal. Het liefst speel ik natuurlijk altijd, maar elke middenvelder heeft weer andere kwaliteiten. Ronald Koeman moet bepalen wat hij nodig heeft in een wedstrijd. Daar heb ik ook gesprekken over met hem, hoe hij dingen ziet en welke keuzes hij maakt. Ik weet inmiddels wel hoe hij denkt. Koeman is een geweldige coach, heeft ons weer naar een EK gebracht. We zijn ook echt een team. Het is mooi om erbij te horen Hopelijk kunnen we iets moois neerzetten.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

De dag dat alles misging…

‘ Het Heizeldrama is een dure les geweest’ De Europa Cup [...]
‘ Het Heizeldrama is een dure les geweest’ De Europa Cup 1-finale tussen Juventus en Liverpool op 29 mei 1985 eindigde in 1-0 voor de Italianen. Maar meer nog ging die finale de historie in als het Heizeldrama. In het stadion in Brussel kwamen 39 mensen om het leven en raakten honderden fans gewond. Een jaar eerder was in Rome rond de finale tussen AS Roma en Liverpool de Engelse aanhang geprovoceerd. In Brussel kwam het antwoord van de Liverpoolfans, die zich vooraf in de kroegen rond het stadion vol hadden laten lopen. Ook degenen zonder toegangskaart hadden een plekje in een overvol vak gevonden. In het daarnaast gelegen neutrale vak waren veel Italianen beland, wat ook al niet de bedoeling was. Een bestorming door de Engelsen volgde, waarna een muurtje bezweek doordat vluchtende Juve-fans in blinde paniek tegen die stenen afscheiding werden geperst. Mensen stikten, struikelden en werden vertrapt. Toen duidelijk was dat er doden waren gevallen, meldde Juventus-voorzitter Boniperti niet te willen spelen. Maar de Belgische organisatie en de UEFA vreesden bij afgelasting voor een nog veel grotere chaos buiten het stadion. Anderhalf uur na het geplande aanvangstijdstip liepen toch twee elftallen het veld op. NOS-commentator Theo Reitsma deed verslag. Nu, 35 jaar later, blikt hij terug. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.