Word abonnee

Voetbal

John Heitinga: ‘Het wat-als gevoel blijft’

ANP

Voetbal

John Heitinga: ‘Het wat-als gevoel blijft’

door: Barbara Barend & Marlies van Cleeff
26 mei 2020
24 tot 29 minuten lezen

John Heitinga (36) speelde tien jaar geleden in Zuid-Afrika de derde WK-finale uit de Nederlandse geschiedenis. Maar weer greep Oranje, dit keer tegen Spanje, naast de wereldtitel. Een van de hoofdrolspelers van toen blikt terug op het WK 2010. “Die kans van Arjen Robben… Als je de beelden terugziet, zie je mij al met m’n handen omhoog staan.”

Karakters

“Op de dag van zijn aanstelling in 2008 sprak bondscoach Bert van Marwijk al van een missie. En in de eerste bespreking in Huis ter Duin in Noordwijk zei hij: ‘Jullie hoeven geen vrienden van elkaar te zijn, zolang je elkaars kwaliteiten maar herkent en erkent en jullie negentig minuten voor elkaar door het vuur gaan.’ Die woorden zijn me altijd bijgebleven.

Het was duidelijk wat ieders positie was binnen de ploeg. Je had de ‘Grote Vier’, Robin van Persie, Arjen Robben, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart, hoewel ze zichzelf nooit zo noemden. Dat deed de pers. Jonge jongens sloten makkelijk aan, terwijl we zelf ook pas midden twintig waren. Wie de nummers 1 tot en met 11 waren, was duidelijk. Klaas-Jan Huntelaar speelde niet bij AC Milan en Rafael niet bij Real Madrid. Wesley speelde juist de sterren van de hemel bij Inter Milaan, hij had net de Champions League gewonnen, en Robin was bij Arsenal topscorer van de Premier League geworden.

Hoewel we nog jong waren, hadden we ook best wat bagage. Wesley, Rafael, Arjen en ik hadden al drie eindtoernooien gespeeld. We wisten daardoor wel wat ons te wachten stond. In de kwalificatiewedstrijden hadden we al sterk het gevoel: waar we ook tegenaan lopen, we winnen sowieso. Dat gevoel werd versterkt door een paar karakters in het team: Wesley, maar ook Mark van Bommel, Nigel de Jong en Giovanni van Bronckhorst.”

Sushikar

Tijdens de voorbereiding in Seefeld in Oostenrijk, twijfelde ik enorm of ik het WK wel zou halen. Ik had bij Everton drie maanden met injecties in mijn voet gespeeld, daar had ik enorm veel last van. Voor het WK wilde ik het zekere voor het onzekere nemen en ik ging naar specialist Cor van der Hart. Pas toen het toernooi echt begon, was ik van mijn klachten af. Onze uitvalsbasis was Johannesburg. Soms was het overdag twintig graden, maar de volgende dag kon het drie graden vriezen.

Alles was perfect geregeld. Hans Jorritsma, onze teammanager, liet niks aan het toeval over. Zo ook met de kamers. Mijn kamer bleek tegen een lift aan te zitten. Ik zei tegen Hans: zo kan ik niet slapen. Waarop hij antwoordde: ‘We wisselen wel van kamer.’ Hartstikke tof van hem. Hij wist ook: die jongens moeten presteren.

Onze koks maakten voor ons prima eten klaar in het hotel, maar er was ook een geweldig sushirestaurant. Wes, Raf, Joris en ik waren altijd met elkaar aan het klaverjassen. Voor het eten spraken we met elkaar af dat we maar een klein beetje zouden eten. Dan lieten we tijdens het kaarten op een van onze kamers de sushikar langskomen. Ik denk dat de staf dat ook wel wist.

Vuvuzela’s

Onze eerste wedstrijd tegen de Denen was een middagwedstrijd en we kwamen te laat bij het stadion. In de bus hadden we niks in de gaten. Die iPodjes waren toen helemaal in, we zaten dus allemaal met onze muziek op. Rafael luisterde altijd naar Empire State of Mind van Alicia Keys, ik luisterde naar van alles. Wesley was trouwens verantwoordelijk voor de playlist in de kleedkamer.

Frans Duijts en André Hazes hoorden we vaak. Van 2008 tot 2012 kwamen bijna altijd dezelfde nummers voorbij. Elke speler had zijn eigen voorbereiding. Arjen Robben rende in de kleedkamer altijd heen en weer, ik rekte altijd, deed yoga- en pilatesoefeningen. Anderen luisterden muziek. We hadden er voor de wedstrijd tegen Denemarken in ieder geval minder tijd voor, kwamen een half uur later dan gebruikelijk aan.

Aan twee dingen moesten we enorm wennen. In de eerste plaats aan de vuvuzela’s. Wat een herrie gaven die dingen! Je hoorde nauwelijks stadiongeluid, alleen die toeters. Maar nog belangrijker was de bal, die was verschrikkelijk. Als je te hard trapte, kreeg hij zo’n enorme snelheid. Het had ook met de luchtdruk te maken, omdat we op hoogte speelden. We wonnen dikverdiend van de Denen, met 2-0. Alle vastigheden zaten er goed in. Nigel de Jong, Mark van Bommel, Giovanni van Bronckhorst, Gregory van der Wiel, Joris Mathijsen en ik vormden een blok. En de voorste vier waren vrij.

John Heitinga
John Heitinga tilt Wesley Sneijder op na de winst op Uruguay.

Toen hadden we het al over de as bewaken. Nou, die zat bij ons potdicht. Desondanks speelden we niet heel goed.De linksback van Denemarken maakte een eigen goal en Dirk Kuijt scoorde. Dirk was voor ons de Duracell-batterij van het elftal. Niet moe en kapot te krijgen. Dirk was een belangrijke schakel. Hij verrichtte zoveel werk, leverde zo enorm veel strijd.

Kritiek

Tegen Japan hadden we het lastig. Ze waren supergedisciplineerd en niet moe te krijgen. Keisuke Honda deed mee, een goede speler. Ik weet nog dat ik de langste Japanner moest dekken bij standaardsituaties. We zijn die wedstrijd niet in gevaar gekomen, maar die ene goal van Wesley hadden we wel hard nodig. Daar bleef het bij. Na die wedstrijd waren we ook gekwalificeerd voor de knock-outfase. Dat we saai en lelijk wonnen, was het commentaar na afloop. Ons kon dat niet veel schelen.

Ook was er een eindeloze discussie over onze verdediging, die zou zwak zijn. Joris en ik vormden het centrale duo sinds 2008, dus ook tijdens het WK. Natuurlijk bespraken we samen de kritiek van buitenaf en stoorden we ons eraan. Ga er maar eens aan staan als je de generatie van Frank de Boer en Jaap Stam moet opvolgen.

We waren geen wereldtop, absoluut niet. hebben allebei prachtige carrières gehad hoor, maar waren vooral heel degelijk. We vulden elkaar goed aan, speelden heel stabiel. Joris en ik hadden gewoon een klik, zonder dat we in het veld veel met elkaar spraken. We konden lezen en schrijven met elkaar. En tegen wie we ook speelden, of het nou Italiaanse of Zweedse spitsen waren, we wonnen vaak.

‘Er was discussie over onze verdediging. Ga er maar eens aan staan als je de generatie van De Boer en Stam moet opvolgen. We waren geen wereldtop, absoluut niet’

Verschilmaker

We speelden de laatste poulewedstrijd in Kaapstad tegen Kameroen. Achteraf had ik graag de finale daar gespeeld omdat we daar minder last hadden van die rare bal. Het was vooral de wedstrijd van Arjen Robben: hij was terug. Die blessure van hem was lang hét onderwerp van gesprek.

Een van de laatste ballen die we in de uitzwaaiwedstrijd tegen Hongarije raakten, was een hakballetje van Arjen. We zagen hem meteen naar zijn hamstring grijpen. Shit, dachten we. In Oostenrijk trainde hij apart en werd hij behandeld door Dick van Toorn. Het werd voor hem een race tegen de klok. Arjen was een van de sterren, we hadden hem echt nodig. Hij kon in zijn eentje iets forceren, een mannetje uitspelen en goals maken. Je wist dat hij naar binnen ging, maar toch trapte je erin. Je wist dat hij in de verre hoek ging schieten, maar toch was de keeper kansloos. Arjen was een verschilmaker.

Zijn blessure is na het WK nog een heel ding geweest. We speelden met het Nederlands elftal nog een keer uit bij Bayern München. Werd Arjen uitgefloten door zijn eigen publiek. We stelden voor om van het veld te stappen, maar dat wilde hij niet. Dat Arjen fit was – hij speelde tegen Kameroen twintig minuutjes mee – heeft de ploeg een extra boost gegeven. Met Arjen en Robin hadden we voorin twee spelers van de buitencategorie. Hoewel Robin niet een heel goed toernooi speelde, was hij, alleen al door zijn aanwezigheid, ook enorm belangrijk. In de Premier League was hij een grote meneer, verdedigers hielden altijd rekening met hem.

We wonnen met 2-1, Van Persie en Huntelaar scoorden. Het gevoel dat we wat moois konden neerzetten, was gegroeid. Dit is het moment, voelden we. Ook omdat het geluk soms best aan onze zijde was. Een eigen goal van Denemarken in de openingswedstrijd, de goal van Wesley tegen Japan kwam tot stand doordat zijn schot van richting werd veranderd… Natuurlijk vierden we het na terugkomst in het hotel. Na sommige wedstrijden mochten de vrouwen langskomen. Mijn vrouw Charlotte-Sophie was er alleen bij de finale, want onze dochter Jezebel was net geboren, die was pas drie maanden oud.


Betrouwbare keeper

We bleven het naar ons zin hebben in Johannesburg. Af en toe konden we het hotel uit naar de gym een paar honderd meter verderop of naar de shopping mall. We hadden altijd beveiligers bij ons, maar toch was dat onze uitlaatklep. En er kwamen geregeld mensen langs. Zo was Zinedine Zidane een keer in ons hotel. Als we getraind hadden, konden we naar een relaxruimte die voor ons was ingericht, met een grote tv. Ik weet nog dat Zidane daar ineens zat met onze afstandsbediening in zijn hand. Als kleine jongens zijn we er maar bij gaan zitten en fotootjes gaan maken. Voor ons was hij natuurlijk ook een van de beste voetballers aller tijden.

Najib Amhali en Ali B zijn ook nog langs geweest. En kapper Hanni Hanna is een keer gekomen. Nu is dat heel normaal, dat je haar netjes en strak zit tijdens een wedstrijd. Toen was dat anders. In de krant werd hij omschreven als ‘de kapper van Oranje’. Via een vriend kwam hij binnen, we wilden gewoon geknipt worden. Ha, Dirk Kuijt had een heel gek kort kapsel tijdens het toernooi, weet ik nog.

In de achtste finales speelden we tegen Slowakije, op papier geen grote naam. ‘Tegen deze ploeg gaan we er niet uit,’ zeiden we tegen elkaar. Dat zou een blamage zijn geweest. Het was geen grootse wedstrijd, we trokken hem zakelijk over de streep. We kwamen met 2-0 voor dankzij Robben en Sneijder, de wedstrijd was min of meer gespeeld, tot we in de laatste minuut een penalty tegen kregen: 2-1.

Maarten Stekelenburg had een paar belangrijke reddingen. Hij speelde een geweldig WK. Maarten hield van grapjes en gezelligheid. Toen hij in de B’tjes bij Ajax in de jeugdopleiding kwam, had hij pas twee jaar zijn handschoenen aan. Daarvoor voetbalde hij. Maarten kon, en kan nog steeds, heel goed meevoetballen. Daarin maakte hij het verschil. Als verdediger is het lekker om een betrouwbare keeper achter je te hebben. Ik wist dat ik hem onder druk aan kon spelen en dat hij niet in paniek zou raken.

Maarten had na Edwin van der Sar dé keeper van Oranje moeten worden en nu recordinternational aller tijden moeten zijn. Hij kwam na Ajax bij AS Roma terecht, en ook nog bij Southampton en Fulham, maar zat veel op de bank. Als keeper moet je wel kunnen spelen.

Straatschoffie

Ik heb de kwartfinale tegen Brazilië onlangs voor het eerst teruggekeken en voelde trots. De tweede helft was de enige helft van het toernooi waarin we echt goed speelden. Voor de wedstrijd liep Joris een beetje te ijsberen in de kleedkamer. Hij had overduidelijk last van iets, terwijl er de dagen daarvoor niks aan de hand was. Voor de warming-up moest er een beslissing genomen worden. Was hij fit genoeg om te spelen? Van Marwijk hakte de knoop door. Wij vonden er natuurlijk ook wat van, wilden met elf fitte spelers op het veld staan.

Zeker tegen een ploeg met Robinho en Kaká, de wereldtop. Bert kwam naar me toe en zei: ‘André komt naast je te spelen.’ Vijf minuten voor de warming-up viel die beslissing. André Ooijer was een ervaren jongen, had het al bewezen tijdens het EK van 2008. Maar het was toch anders, we hadden ons nauwelijks samen voorbereid.

In de eerste helft heb ik alle hoeken van het veld gezien, we werden weggespeeld. Wat ook meespeelde, was dat we allemaal waren opgegroeid met de historie van Brazilië. In 1994 en 2002 waren ze wereldkampioen geworden. Allemaal hadden we vroeger Panini-plaatjes gespaard. Eerst wilde je de spelers van het Nederlands elftal hebben, daarna die van Brazilië. We waren meer gespannen dan in andere wedstrijden. En dat zag je overduidelijk terug. Robinho schoot de eerste goal goed binnen. Toen kwam nog die geweldige redding van Stekelenburg op het schot van Kaká.

We zaten in de rust aangeslagen in de kleedkamer. Toch stond het ‘pas’ 1-0. Bert hield een speech, maar ook Mark en Wesley namen het woord, zeiden: ‘Wat is nou 45 minuten van je leven, op deze manier zitten we morgen in het vliegtuig terug naar huis.’ Die woorden zijn bij mij altijd blijven hangen.

Wesley was een straatschoffie en voor de duvel niet bang. Hij zat sportief, maar ook privé in de bloei van zijn leven. Alles wat hij dat toernooi aanraakte, veranderde in goud. Hij voelde zich de grote man en pakte de leiding in de tweede helft. Dat eerste doelpunt van hem was mooi, we hadden de aansluiting gevonden. En daarna die kopbal, helemaal geweldig. Maar ook puur toeval. Wesley had daar nooit moeten staan. Want Wes nam door zijn tweebenigheid altijd de corner. Toen deed Arjen dat ineens, hij stond al bij de cornervlag.

Normaal gesproken gaven wij van achteruit een seintje van: wacht even, we komen eraan. We waren nog onderweg toen Arjen die corner al nam. En we zagen ineens die kleine in het zestienmetergebied staan. Ho, dat staat niet op ons lijstje, dachten we. En waarschijnlijk raakte Brazilië daar ook van in de war. Niemand had verwacht dat Wes daar zou staan. Hij ging er prachtig in. Een ander keerpunt in de wedstrijd was een smerige overtreding van Felipe Melo op Arjen, hij ging vol op zijn been staan. Melo kreeg rood. We waren al sterker, maar vanaf dat moment hadden we het heft in handen. Het bleef 2-1.

Wat me altijd bij zal blijven, was het shirtje ruilen na afloop. Dat doen we normaal gesproken altijd binnen de lijnen, maar Brazilië stoof meteen het veld af. Na afloop liep ik met Wesley en wat andere jongens hun kleedkamer in om toch nog wat shirtjes te ruilen. Ik wilde die van Lúcio, mijn directe tegenstander. Op die dag ben ik erachter gekomen wat echte emotie is. Ik heb nog nooit zoveel tranen gezien in een kleedkamer. De uitschakeling van het grote Brazilië deed ze zo’n pijn. Iedereen was gebroken. En wij kwamen daar even een souvenir ophalen.

Die overwinning hebben we flink gevierd in het hotel. Ook Bert en de staf deden mee. Met zijn assistenten Frank de Boer en Phillip Cocu hadden we zelf nog gespeeld, daar hadden we een enorme klik mee. Frank liet zich wat meer gelden, Phillip was wat rustiger. Ze speelden een belangrijke rol, hielden ons alert en bij elkaar, ze bekommerden zich ook erg om de wisselspelers, omdat ze wisten dat we alle spelers even hard nodig hadden. Dick Voorn was er ook nog. Hij was ook een belangrijke schakel tussen Bert en ons.

Bert was voor mij echt een peoplemanager, het was heel duidelijk wat er van ons verwacht werd. Tegelijkertijd gaf hij ons veel vertrouwen en hij liet ons vaak ons eigen ding doen. Ontspanning was voor hem belangrijk. Zo gingen we een keer met z’n allen naar Robbeneiland, volgens Wesley het ‘Arjen Robbeneiland’. Wes had zich in het hokje bij de kapitein opgesloten. Hij kon heel goed Edwin Evers nadoen, die Frank de Boer imiteerde. In de bus luisterden we altijd naar het bandje van Radio 538. Die hele boottocht deed hij Edwin Evers na.

En op het eiland liepen allemaal pinguïns waarover Wes riep dat zelfs die geen bal van Arjen kregen. Arjen was natuurlijk een dribbelaar en zelfs de pinguïns werden daar gek van. Wat hebben we gelachen op die boot. Maar op het moment dat we op het eiland kwamen en het verhaal over Nelson Mandela hoorden die daar opgesloten had gezeten, waren we muisstil.

Pegel

Toen we Brazilië hadden verslagen, wisten we eigenlijk al dat we in de finale zouden staan. Uruguay was op papier een flinke hobbel, maar Luis Suarez was geschorst vanwege een handsbal in de kwartfinale tegen Ghana. En ik kwam tegen mijn maatje te spelen, Diego Forlán. De trap van Cáseres tegen de tanden van Demy de Zeeuw staat nog op mijn netvlies. Die was heel akelig. Mocht hij eindelijk spelen, werd hij vol op zijn mond geschopt. ’s Avonds bij het eten zag het er niet fijn uit. Hij heeft er heel lang last van gehad.

Die 1-0 van Giovanni van Bronckhorst was geweldig. Nu zou ik denken: waarom schiet je van die afstand? Maar die bal vloog toch mooi binnen… Iedereen mocht Gio. Hij was een geweldige aanvoerder. Gio bewaakte de eenheid en bewaarde de rust, was echt de leider van het team. Hij hoefde nooit brandjes te blussen. We gunden hem de goal enorm.

Na de gelijkmaker van Forlán scoorden Wesley en Arjen. In de negentigste minuut viel nog een tegengoal, de 3-2, die nooit had mogen vallen. Daar waren we na afloop best kwaad over in de kleedkamer, want er waren afspraken niet nagekomen. Maar we stonden in de finale.

Wesley en Rafael gingen naar de studio, Wes zat bij Jack van Gelder op schoot. En in de kleedkamer kwamen kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima op bezoek. De meesten van ons stonden nog onder de douche, we gingen met hen op de foto met nog net een handdoek omgeslagen.

Een aantal van ons ging nog terug het veld op om de overwinning te vieren met de fans. We hoorden wel een beetje van de gekte die er in Nederlands heerste, maar er was in die tijd veel minder social media. Dus we maakten het niet echt mee. Dat was ook ons voordeel, denk ik, we konden de focus houden. Daarna kwam gauw het besef dat we de grootste wedstrijd uit ons leven gingen spelen.

Maar toen bleek dat de KNVB een grote fout had gemaakt: na de halve finale moesten we ons hotel uit. Niemand had er blijkbaar rekening mee gehouden dat we weleens de finale zouden kunnen halen. We moesten na al die weken ineens onze vaste plek, ons huis van dat moment, verlaten. Het was gereserveerd voor mensen die naar de finale gingen kijken… Dat kan er bij mij nog steeds niet in. Samen met de WK-finales in 1974 en 1978 was dit de belangrijkste wedstrijd in de voetbalgeschiedenis van Nederland. Maar of dat ons nou van ons stuk heeft gebracht, durf ik ook niet met zekerheid te zeggen.

Rood

De avond voor de finale tegen Spanje sliep ik prima. Ik sprak even met mijn vrouw en ik ging zoals voor iedere wedstrijd in een warm bad zitten om te ontspannen. De ochtend van 11 juli volgden we gewoon hetzelfde ritueel. Ontbijten, wandeling, kaarten, korte bespreking, lunch en slapen. Daarna werd het pas spannend. In de bus werd er nog een filmpje met onze hoogtepunten van het toernooi afgespeeld. Maar Bert hield geen speech à la Al Pacino in de film Any Given Sunday, of zo.

Shakira trad op voor de finale, ze trainde ook in de gym waar wij trainden. En Nelson Mandela reed in een karretje het veld op. Sommige jongens gingen naar buiten om te kijken, ik bleef in de kleedkamer. Maar niemand van ons heeft Mandela daar ontmoet, dat vind ik nog steeds jammer.

Het mooiste moment was voor mij de warming-up. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan denk. Vanuit de kleedkamer moesten we een trap af om het veld op te komen. Als een stel gladiatoren liepen we dat stadion in. Een orkaan van geluid kwam op ons af, iedereen klapte voor ons. Dat gaf zo’n boost en een ongelooflijk gevoel van trots. Wesley zei voordat we het veld voor het ‘echie’ opliepen: ‘Niet naar die beker kijken, want dat brengt ongeluk.’ Iedereen keek braaf naar links.

Die eerste helft waren we onszelf niet. Die overtredingen van Nigel en Mark… We hadden in die fase nooit met zijn elven op dat veld mogen blijven staan. Spanje was ook echt beter. Ze waren in 2008 al Europees kampioen geworden. Wij hadden een gouden lichting, maar die hadden zij ook. We hadden een paar wereldtoppers in ons elftal, maar bij Spanje waren ze dat allemaal. Ik was bijvoorbeeld geen wereldtop.

‘Die eerst helft tegen Spanje waren we onszelf niet. Die overtredingen van Nigel en Mark… We hadden in die fase nooit met zijn elven op dat veld mogen blijven staan’

En ja, die kans van Arjen in de 62ste minuut… Als je de beelden terugziet, zie je mij al met mijn handen omhoog staan. Voor ons wat het rot, maar voor Arjen helemaal. We wisten allemaal: degene die op dat moment scoorde, zou wereldkampioen worden. Eigenlijk was er daarna nog één cruciaal moment: Arjen liep richting goal en Carles Puyol hing aan zijn shirt. Normaal gesproken was Arjen gaan liggen, dan had Puyol rood gekregen. Maar Arjen liep door. We hebben het hem nog weleens gevraagd. Voor zijn gevoel was dat een moment dat hij had kunnen scoren.

Voor de omschakeling waaruit Andrés Iniesta in de verlenging de enige goal scoorde, hadden we een corner moeten krijgen. Dat moment heb ik nooit live gezien, ik zat al in de kleedkamer na mijn tweede gele kaart. Die eerste gele kaart, voor een overtreding op David Villa, snap ik nog steeds niet. Maar het gebeurde voor de bank van Spanje, die Spanjaarden gingen helemaal los. De tweede gele kaart vond ik zwaar bestraft, ik tikte Iniesta aan op zijn schouder, maar oké, dat had gekund. In de slotfase viel niks onze kant op. Dat is ook waar we zo kwaad om waren. Eljero Elia en Edson Braafheid vielen in, Gio viel uit met kramp. Onze hele linkerkant was weggevallen. Wellicht hadden we de bus moeten parkeren, want we hadden wel Stekelenburg die in de bloei van zijn leven was. Maar dat is allemaal achteraf.

John Heitinga
Johnny Heitinga gaat na zijn tweede gele kaart met rood van het veld.

Ik ben nooit agressief, maar na het fluitsignaal ging ik flink tekeer in de kleedkamer. De tafels vlogen de lucht in. En ik was van plan om een persoonlijk woordje te gaan spreken met scheidsrechter Howard Webb, maar onze perschef Kees Jansma hield me tegen. We waren allemaal aan het huilen in de kleedkamer. Die stomme medaille ophalen was een pijnlijk moment. Toch hebben we elkaar nooit wat verweten. Als team hebben we geprobeerd om het beste eruit te halen.

Toen we in het Nederlandse luchtruim kwamen, werden we onthaald door straaljagers. In Huis ter Duin was iets georganiseerd voor ons, maar we hadden helemaal geen zin in een feestje. Achteraf was het heel leuk, zagen daar ook al onze dierbaren weer. De volgende dag gingen we met gevechtshelikopters naar koningin Beatrix. Sommige spelers werden nog heel misselijk en moesten overgeven. Ik ging expres voorin zitten.

En daarna nog de rondvaart. Toen we in die helikopters over Amsterdam vlogen, was het Museumplein nog helemaal leeg. Maar toen we bij de grachten aan kwamen, niet normaal. We dachten: wat hebben we teweeggebracht? Maar ook: wat was er gebeurd als we wél wereldkampioen waren geworden? We waren enorm trots, maar ik dacht ook: in Spanje vieren ze nu wél de wereldtitel. Het is geen open wond, maar het blijft eeuwig zonde. Dat sterretje dat we graag boven het leeuwtje op het shirt hadden gehad, was wel heel mooi geweest. Nu zijn we net als in ’74 en ’78 een unieke generatie, maar het ‘wat als-gevoel’ blijft. En daar word je om de vier jaar, tijdens ieder WK, weer aan herinnerd.

Onze zoon Lennox beseft wel dat papa een WK-finale heeft gespeeld. Laatst haalde ik de medaille uit de kluis en nam hij ’m mee naar school. Daarna zei hij: ‘Maar papa, Iniesta scoorde, en jij ging met rood van het veld af.’ Dat is de keiharde realiteit.

Onoverwinnelijkheid

Soms denk ik: wat was er gebeurd als ik mijn carrière met een goede knie had gespeeld? Had ik wereldtop kunnen worden en bij Barcelona kunnen spelen? In de jeugdopleiding sloeg ik altijd elftallen over. Twee zware knieblessures hebben me belemmerd. Mijn rechterknie heb ik vanaf mijn achttiende nooit meer helemaal kunnen buigen. Maar voor mezelf heb ik het maximale uit mijn carrière gehaald.

Het einde van mijn carrière had er anders uit moeten zien. Ik was van Hertha BSC teruggekomen bij Ajax in 2015, Frank de Boer en Orlando Trustfull wilden me graag hebben. Ik wist dat ik niet meer de John Heitinga was uit 2010, maar wel dat ik van waarde kon zijn. Frank kwam halverwege het seizoen naar me toe en vertelde dat hij geen gebruik meer van me zou maken. Ik vind nog steeds dat ik geen echte kans heb gehad, heb amper speelminuten gekregen. Maar ik kan het nu loslaten, heb een prachtige carrière gehad.

Later ben ik bij Jong Ajax assistent van Marcel Keizer geworden. Hij heeft me geraakt, door hem wilde ik trainer worden. Nu train ik al drie jaar onder 19 van Ajax, en ik gebruik geregeld dingen die ik heb geleerd van Van Marwijk. Dat je geen vrienden hoeft te zijn, maar wel elkaars kwaliteiten moet herkennen en erkennen. Inmiddels ben ik bijna klaar met de cursus Coach Betaald Voetbal, ik wil op termijn graag hoofdtrainer worden.

Mijn oud-ploeggenoten van Oranje zie ik niet veel meer. Maar als we elkaar zien, bijvoorbeeld tijdens afscheidswedstrijden, dan komt het gevoel van gemis omhoog. De kleedkamerhumor, de dolletjes, de warming-up, samen door de catacomben lopen, het stadion in… Het leven nu geeft meer rust dan dat als voetballer. Maar het voetballen zelf, dat blijft iets onbeschrijfelijks. Dat gevoel van onoverwinnelijkheid dat we toen hadden, heb ik nooit meer gevoeld. Die kick krijg ik nooit meer.”

Helden Magazine 52

Het verhaal van John Heitinga komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord.

Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’

In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord.

Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië.

Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben.

Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 52! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Delen: